CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Roerdalen 2022

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Gedragscodes Integriteit volksvertegenwoordigers en burgemeester & wethouders gemeente Roerdalen 20223.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage - Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Roerdalen 2022 Bijlage behorende bij de gedragscode integriteit Volksvertegenwoordigers gemeente Roerdalen 2022 en de gedragscode integriteit Burgemeester en Wethouders gemeente Roerdalen 2022 Hoofdstuk 1 Inleiding Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van het onderstaande protocol. Gedragscodes integriteit zijn voor gemeenten verplicht op grond van de Gemeentewet. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscodes integriteit aanspreekbaar. Wanneer politieke ambtsdragers zich niet aan deze code houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en positie. Het rechtskarakter van een gedragscode integriteit is dat van een interne regeling in aanvulling op de wettelijke regels. De Gemeentewet laat de gemeente ruimte bij de inhoudelijke invulling. In het navolgende Protocol staat aangegeven welke stappen moeten worden gezet wanneer integriteit mogelijk geschonden wordt of daarvan het sterke vermoeden bestaat. Het Protocol beschrijft de uitvoering van de Gedragscode Integriteit Volksvertegenwoordigers gemeente Roerdalen 2022 en de Gedragscode integriteit Burgemeester en Wethouders gemeente Roerdalen 2022. Het biedt houvast en uniformiteit bij de aanpak van vermeende of daadwerkelijke schendingen.

Belangrijk is ook de preventie; ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. Hoofdstuk 2 Protocol Artikel 2.1 Algemene bepalingen

1. Dit protocol geldt voor politieke ambtsdragers van de gemeente Roerdalen zijnde de burgemeester, wethouders en de raadsleden.

2. In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de handelwijze bepaald door de fractievoorzitters, het college of de plaatsvervangend voorzitter van de raad, afhankelijk van de vraag of de melding een raadslid, een collegelid of de burgemeester betreft.

3. Bij het gebruik van dit protocol zijn de ‘Gedragscode integriteit volksvertegenwoordigers gemeente Roerdalen 2022 en de ‘Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Roerdalen 2022 het uitgangspunt.

4. Het protocol is openbaar en voor iedereen te raadplegen via de gemeentelijke website.

Pagina 1 van 11

*Z009075CE9F*

5. Politieke ambtsdragers ontvangen (bij hun aantreden) een exemplaar van de gedragscode waarvan dit protocol onderdeel uitmaakt. Artikel 2.2 definities

1. Politieke ambtsdragers: burgemeester, wethouders en de raadsleden. 2. Melder: een ieder die een vermoeden van integriteitsschending heeft gemeld op grond van deze regeling.

3. Integriteitsschending: een gedraging van een politieke ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen die in strijd zijn met geschreven of ongeschreven regels. In de toelichting zijn voorbeelden van integriteitsschendingen opgenomen.

4. Externe onderzoeker: de onderzoeker of het onderzoeksbureau die in opdracht van de burgemeester of de fractievoorzitters onderzoek doet naar aanleiding van een melding van integriteitsschending of een incident. Artikel 2.3 Melding

1. Als er een vermoeden is dat een politieke ambtsdrager zich mogelijk schuldig maakt aan een integriteitsschending, dan is de eerste stap om zelf contact op te nemen met deze persoon. Er zou immers wellicht sprake kunnen zijn van een misverstand of onwetendheid. Mocht de gedraging zich daarvoor niet lenen, of er zijn andere redenen om niet het gesprek aan te gaan, dan is er de mogelijkheid om conform dit protocol een melding doen.

2. Eenieder kan een melding van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager doen. Dit kan schriftelijk of digitaal.

3. Een vermoeden van integriteitsschending van een politieke ambtsdrager (niet zijnde de burgemeester), wordt gemeld bij de burgemeester. De burgemeester wordt in het hele proces van melden tot en met afronding bijgestaan door de griffier voor meldingen over raadsleden en de gemeentesecretaris voor meldingen over collegeleden.

4. Meldingen over de burgemeester worden gedaan bij de plaatsvervangend voorzitter van de raad. 5. Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen. 6. Nadat de burgemeester of de plaatsvervangend voorzitter van de raad de melding over een vermoeden van een integriteitsschending begaan door een politieke ambtsdrager heeft ontvangen, bevestigt hij/zij de ontvangst daarvan aan de melder..

Pagina 2 van 11

7. Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd, toetst de burgemeester of de melding voldoende concreet is en of een vooronderzoek als bedoeld in artikel 2.5 noodzakelijk is. Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op: a) b) c) d) e) f) g) h)

De aard van het feit; De ontvankelijkheid van de melding; De ernst van de zaak; De valideerbaarheid van feiten en omstandigheden; De positie of persoon van de bron; De persoon van het lid van de raad of college in kwestie; De geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van signalen; De spoedeisendheid/actualiteit van de melding.

Artikel 2.4 Intake melding 1. Op basis van de toets zoals opgenomen in artikel 2.3.7 besluit de burgemeester: a) de melding niet in behandeling te nemen; of b) vooronderzoek in te stellen. 2. Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij het onderzoek niet voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan, schriftelijk in kennis gesteld. 3. Indien de burgemeester op grond van de bevindingen vaststelt dat de melding voldoende concreet is en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij een vooronderzoek als bedoeld in artikel 2.5 in te stellen. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan, schriftelijk in kennis gesteld. 4. Indien de melding over de burgemeester gaat, neemt de plaatsvervangend voorzitter van de raad het besluit als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel, maar niet voordat hij de fractievoorzitters en de commissaris van de Koning van de melding in kennis heeft gesteld.

Artikel 2.5 Vooronderzoek 1. Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze. Het onderzoek en de onderzoeksmethoden staan in verhouding tot de schending. 2. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt. 3. De burgemeester doet vertrouwelijk mededeling van de resultaten van het vooronderzoek aan de fractievoorzitters en/of het college.

Pagina 3 van 11

4. Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder alsmede de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan, schriftelijk in kennis gesteld. 5. Indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek als bedoeld in dit artikel de noodzaak blijkt tot het verrichten van een nader onderzoek, besluit de burgemeester een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 2.6 in te stellen. Tenzij het vooronderzoek al voldoende helderheid over de schending geeft dan kan de burgemeester besluiten om geen nader feitenonderzoek te laten uitvoeren. 6. Indien de melding over de burgemeester gaat, neemt de plaatsvervangend voorzitter van de raad het besluit als bedoeld in lid 4 en 5 van dit artikel, maar niet voordat hij de fractievoorzitters en de commissaris van de Koning van de melding in kennis heeft gesteld. Artikel 2.6 Feitenonderzoek 1. Tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, wordt de betrokken politieke ambtsdrager van de beslissing om een feitenonderzoek in te stellen met inachtneming van artikel 2.7 hiervan in kennis gesteld. Tevens worden de raadsleden, wethouders en de melder in kennis gesteld.

De plaatsvervangend voorzitter van de raad stelt ook de commissaris van de Koning van de beslissing in kennis in het geval de melding over de burgemeester gaat. 2. Als het informeren van de betrokkenen niet in het belang van het onderzoek is, worden de betrokkenen geïnformeerd zodra het onderzoeksbelang hierdoor niet meer wordt geschaad. 3. De burgemeester kan een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijke externe onderzoeker verstrekken. De opdracht wordt voorbereid door de externe deskundige als adviseur van de burgemeester. Indien de melding over de burgemeester gaat, verstrekt de plaatsvervangend voorzitter van de raad de opdracht. In de opdracht is in ieder geval opgenomen: (1) de aanleiding van het feitenonderzoek; (2) de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden; (3) dat betrokkenen en getuigen worden gehoord en dat hoor en wederhoor wordt toegepast; (4) de verwachte duur van het feitenonderzoek; (5) de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek; (6) van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken; (7) dat de externe partij werkt met inachtneming van dit Protocol. 4. De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage. Artikel 2.7 Kennisgeving aan betrokkene 1.

Zoals in artikel 2.6 is aangegeven, wordt de betrokken politieke ambtsdrager over het instellen van het feitenonderzoek schriftelijk geïnformeerd. Pagina 4 van 11

2. In de kennisgeving is in ieder geval opgenomen:  een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek;  de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord;  de melding dat de betrokken politieke ambtsdrager zich kan laten bijstaan door een advocaat;  de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden. 3. De betrokken politieke ambtsdrager ontvangt bij de brief zoals genoemd in het vorige lid als bijlage:  de vigerende Gedragscode waarvan dit Protocol onderdeel uitmaakt. Artikel 2.8 Onderzoeksrapport 1. Van de resultaten van het onderzoek wordt een rapport opgesteld. Het onderzoeksrapport bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending. 2. Het onderzoeksrapport wordt door de burgemeester vertrouwelijk, eventueel samen met een beargumenteerd sanctie of advies, aangeboden aan de gemeenteraad maar niet voordat hij/zij over de vertrouwelijkheid advies aan de fractievoorzitters heeft gevraagd. In het geval de melding betrekking heeft op een (voormalig) wethouder kan de burgemeester ook eerst advies vragen aan het college. 3.

Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet neemt de burgemeester ook een standpunt in over het opleggen van geheimhouding op het onderzoeksrapport en andere op de zaak betrekking hebbende stukken. 4. De betrokkene wordt in beginsel altijd geïnformeerd over het vervolgtraject. 5. De fractievoorzitters oordelen of het onderzoeksrapport in de raadsvergadering wordt behandeld en kunnen voorstellen om het rapport te behandelen in een besloten raadsvergadering. 6. Indien de melding betrekking heeft op de burgemeester, handelt de plaatsvervangend voorzitter van de raad als bepaald in lid 2 van dit artikel, maar hij stelt hier ook de commissaris van de Koning van in kennis. Artikel 2.9 Besluitvorming 1. Na kennisname van de onderzoeksrapportage oordeelt de raad of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een ander middel in te zetten.

Pagina 5 van 11

2. Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet artikel 25 besluit de raad eveneens de eventueel opgelegde geheimhouding van het onderzoeksrapport en andere op de zaak betrekking hebbende stukken al dan niet te bekrachtigen, dan wel deze op te heffen. Artikel 2.10 Aangifte 1. Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester, naar bevind na overleg met de fractievoorzitters en/of het college, aangifte bij de politie. Ingeval het de burgemeester betreft treedt een vertegenwoordiging van de gemeenteraad in overleg met de commissaris van de Koning. 2. Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. 3. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een feitenonderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.6, kan instellen of een juridische procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen. Artikel 2.11 Communicatie 1. De burgemeester draagt zorgt voor de interne- en externe communicatie. 2. Voor de interne- en externe communicatie worden de verschillende belangen, in het bijzonder het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de melder en van de betrokken politieke ambtsdrager en het belang van transparantie nauwkeurig afgewogen. 3.

In geval de melding betrekking heeft op de burgemeester draagt de commissaris van de Koning zorg voor de interne en externe communicatie.

Artikel 2.12 Vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging 1. Als er op enig moment een vermoeden is van een opzettelijke valse beschuldiging doet de burgemeester, indien naar zijn oordeel sprake is van een strafbaar feit, aangifte bij de politie. 2. De gemeente kan bij een vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging de betreffende melder aansprakelijk stellen voor eventuele door de gemeente geleden schade (o.a. gemaakte onderzoekskosten).

Pagina 6 van 11

Artikel 2.13 Registratie, evaluatie en verslag 1. De gemelde vermoedens van integriteitsschendingen, de aard van de daarop volgende onderzoeken en de afdoeningen worden vastgelegd. 2. De burgemeester informeert de raad en het college periodiek, dit wil zeggen in geval daar aanleiding toe bestaat, over het gevoerde integriteitsbeleid, bijvoorbeeld met een geanonimiseerd overzicht van de gedane meldingen en de afhandeling daarvan. 3. De gedragscodes voor de volksvertegenwoordigers én voor burgemeester en wethouders, worden ten minste één keer per bestuursperiode geëvalueerd op actualiteit, functioneren en naleving.

Pagina 7 van 11

Toelichting op het Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Roerdalen 2022 1. Wat is een integriteitsschending? Een integriteitsschending gaat over een gedraging van een politieke ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed bestuurder’ of ‘goed volksvertegenwoordiger’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen die in strijd zijn met geschreven of ongeschreven regels. Een vermoeden is voldoende om een melding te doen. Het moet echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan. Dat wil zeggen op eigen kennis of waarneming en niet op basis van bijvoorbeeld horen zeggen. Niet elke schending is hetzelfde van gewicht. Ook de intentie kan verschillen. Er kan sprake zijn van een opzettelijke schending, maar ook van een schending uit onbekendheid of naïviteit. Elke schending wordt dan ook apart beoordeeld. Een melding verschilt van een klacht. Een klacht is ‘een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijke persoon of een rechtspersoon heeft gedragen’. Het onderscheid is van belang omdat er verschillende procedures gelden voor deze categorieën. Niet altijd zal gelijk duidelijk zijn of het om een klacht of een melding gaat. Er zal dan naar bevind van zaken gehandeld worden.

Typen integriteitsschendingen: • • • • • • • • •

Corruptie: omkoping en/of bevoordeling van vrienden, familie, partij Fraude en diefstal Dubieuze giften en beloften Onverenigbare nevenfuncties, activiteiten en/of contacten Misbruik van positie en belangenverstrengeling Misbruik, manipulatie of lekken van (geheime) informatie Discriminatie, (seksuele) intimidatie en onfatsoenlijke omgangsvormen Verspilling en wanprestatie Wangedrag in de vrije tijd

Anonieme meldingen Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen vanwege hun beperkingen. Het feit dat de identiteit van de melder niet bekend is, vormt een complicerende factor bij de beoordeling en behandeling van de melding. Zo is het bijvoorbeeld voor onderzoekers niet mogelijk om nadere vragen te stellen aan de melder wanneer dat noodzakelijk zou zijn. Als een politieke ambtsdrager aarzelt om een vermoeden van een schending bij de burgemeester te melden, kan hij ook eerst terecht bij de griffier (in geval van raadsleden) of de gemeentesecretaris (in geval van collegeleden). Pagina 8 van 11

2. Behandeling van de melding Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op: • De aard van het feit Waar gaat het precies om? Is het wel een integriteitsschending, is het een strafbaar feit, wat voor soort integriteitsschending is het? Is het signaal concreet? Is het nodig de commissaris van de Koning hierbij te betrekken? • De ontvankelijkheid van de melding Valt de gedraging binnen de sfeer van het bestuursorgaan? Is het bestuursorgaan in staat om hier een oordeel over te geven of een onderzoek naar uit te voeren? Zijn er procedures voor? • De ernst van de zaak Hoe ernstig is het voorval, gelet op het feit zelf, de omstandigheden, de (functie van de) persoon op wie het signaal betrekking heeft of de maatschappelijke/politieke gevoeligheid. Ook speelt de afweging mee of een onderzoek opweegt tegen de eventuele gevolgen ervan. Is het op een andere manier op te lossen om daarmee de schade zoveel mogelijk te beperken? • De valideerbaarheid van feiten en omstandigheden Zijn de relevante feiten en omstandigheden goed controleerbaar? Zijn er goede onderzoeksmogelijkheden? Zijn er voldoende aanknopingspunten, is de informatie voldoende gedetailleerd? • De positie of persoon van de bron Belangrijk is het afwegen van de bron zelf.

Heeft deze voldoende kennis? Hoe betrouwbaar is het signaal? Spelen er politieke belangen mee? Staat dit signaal op zich of zijn er uit meerdere bronnen vergelijkbare signalen gekomen? • De persoon van het lid van de raad of college in kwestie Had de politieke ambtsdrager redelijkerwijs de mogelijkheid om de schending te plegen? Sluit dit aan bij de melding (was de ambtsdrager bijvoorbeeld niet op vakantie op het moment van de schending)? • De geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van het signaal Is er een logisch verband tussen de feiten uit het signaal en andere bekende feiten. • De spoedeisendheid/actualiteit van de melding Hoe spoedeisend is de melding? En hoe actueel? Betreft het een zittende politieke ambtsdrager of een uit het verleden? Zijn er media bij betrokken? 3. Resultaten van de beoordeling van de melding Naar aanleiding van de beoordeling van de melding zijn verschillende uitkomsten denkbaar: •

Het gaat om een gering feit om onderzoek te rechtvaardigen (maar eventueel wel serieus genoeg om te reageren);

Pagina 9 van 11

• • • • •

Er zijn onvoldoende aanwijzingen of het vermoeden is onvoldoende waarschijnlijk voor onderzoek; Er is aanvullende informatie nodig, te verkrijgen door middel van vooronderzoek; Er is een ander traject van toepassing (bijvoorbeeld de klachtenprocedure voor ongewenste omgangsvormen of een bezwaarprocedure); Er volgt aangifte bij de officier van justitie in verband met een vermoedelijk strafbaar feit; Er volgt een feitenonderzoek.

4. Besluit tot feitenonderzoek De burgemeester beslist of er voldoende aanleiding is om een onderzoek in te (laten) stellen. Een onderzoek heeft als doel te beoordelen of signalen en/of vermoedens op redelijke grond zijn gebaseerd. Concreet betekent dit dat de opdrachtgever een onderzoek instelt naar de handelswijze van betrokkene(n), om alle relevante feiten die met het vermoeden samenhangen in kaart te brengen. 5. Kennisgeving aan betrokkene De burgemeester stelt de betrokken politieke ambtsdrager schriftelijk op de hoogte van het voorgenomen feitenonderzoek. Het kan zijn dat het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, bijvoorbeeld als de betrokkene naar aanleiding van de kennisgeving mogelijk bewijsmateriaal kan of zal vernietigen. In dat geval kan de kennisgeving achterwege blijven. 6. Onderzoeksrapport Het onderzoeksrapport behoort binnen de reikwijdte van het onderzoek alle informatie te bevatten die de volksvertegenwoordiging uiteindelijk nodig heeft om zich een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van een integriteitsschending. Dit betreft ook informatie die ontlastend is voor de betrokken politieke ambtsdrager. Denk daarbij aan informatie die ook nadelig kan zijn voor anderen in het bestuur of in de organisatie, bijvoorbeeld informatie over de bestuurscultuur of het handelen van de burgemeester. De volksvertegenwoordiging moet hiervan kennis kunnen nemen.

Het kunnen immers relevante feiten en omstandigheden zijn voor de uiteindelijke beslissing over het rapport. Ook de betrokken ambtsdrager moet zich op basis van het onderzoeksrapport een oordeel over het onderzoek kunnen vormen. 7. Besluitvorming Besluiten over de resultaten van onderzoeken naar de bestuurlijke integriteit worden genomen door het hoogste orgaan in de gemeente: de raad. Een zorgvuldige rapportage moet dan ook altijd zodanig worden opgesteld dat de raad zich een helder beeld kan vormen van wat er is gebeurd. Een zorgvuldige behandeling betekent te allen tijde rekening houden met de menselijke maat. Het is aan de burgemeester om hiervoor zorg te dragen.

Pagina 10 van 11

8. Sancties Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode dan kan dit leiden tot een sanctie. Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn even zwaar en moeten of kunnen op dezelfde manier worden gesanctioneerd. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politieke ambtsdragers en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijke schendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is het raadslid onder druk gezet van zijn partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal kunnen worden aangenomen. Er zijn verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn voor gekozen dan wel benoemde politieke ambtsdragers: • • • •

afkeuring door raadsleden middels een zgn. ‘motie van treurnis’ motie van wantrouwen (t.a.v. een collegelid) uit de fractie verwijderen door de eigen partij royement van het lidmaatschap van de eigen partij.

De wet biedt de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele sancties, waaronder schorsing en ontslag van het collegelid. Bepaalde overtredingen van de gedragscode kunnen daarnaast ook een strafbaar feit opleveren waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging. Los van deze sancties zijn er ook nog andere consequenties bij een schending van de gedragscode, zoals de negatieve publiciteit in de media. De situatie waarbij een raadslid door andere raadsleden in een openbare raadsvergadering op een schending van de gedragscode wordt aangesproken en ter verantwoording wordt geroepen kan ook buitengewoon vervelend of schadelijk zijn en voelen als een sanctie.

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=35f8ebbe-10f4-4056-a338-8aea8561cb3a