CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota van zienswijzen bestemmingsplan 'Paarloweg 3 Sint Odiliënberg'

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Paarloweg 3 Sint Odiliënberg'11.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beantwoording: Voorliggende ontwikkeling is beoordeeld op beleidsmatige, milieutechnische en ruimtelijke effecten. De ontwikkeling wordt aanvaardbaar geacht. In de Toelichting wordt gemotiveerd waarom de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op het nabijgelegen Natura2000-gebied en aanwezige flora en fauna (zie Toelichting, hoofdstuk 6.5 Natuurbescherming en 6.6 Flora en Fauna). Hierbij is zowel gekeken naar de gebruiksfase als de realisatiefase, waarin de benodigde werkzaamheden worden verricht. Samenvatting zienswijze 50: Reclamant stelt dat de procedure een gebrek kent. Het ontwerpbestemmingsplan is na 1 januari 2024 in te zien via het moeilijk te vinden Omgevingsloket. Hier levert het adres geen resultaat op. Na het ontwerpbestemmingsplan te hebben gevonden heeft reclamant pas met moeite de toelichting op het plan gevonden onder het kopje overig. Reclamant stelt dat daarmee de plannen incompleet ter inzage zijn gelegd en vraagt het college het ontwerp plan opnieuw ter inzage te leggen. Beantwoording: De start van de inzage is gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast waren de stukken in te zien in ons gemeentehuis. In de publicatie is de zo genaamde IMRO code opgenomen waarmee het plan te vinden is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Vanaf 1 januari 2024 is de wetgeving veranderd.

Alle bestemmingsplannen maken vanaf die datum deel uit van het tijdelijk Omgevingsplan. Ook ontwerp- bestemmingsplannen zijn vanaf die datum ook in te zien via het Omgevingsloket-regels op de kaart. Ook hier kan het plan worden gevonden met de IMRO code zoals opgenomen in de publicatie. De gemeente is wettelijk verplicht op voornoemde wijze te publiceren. De gemeente heeft geen enkele invloed op de weergave van het ontwerpbestemmingsplan in het Omgevingsloket of over de weergave van de Toelichting. Overigens kan het plan niet gevonden worden door het ingeven van een adres. Omdat er op de planlocatie momenteel geen bebouwing aanwezig is, is het adres ‘Paarloweg 3 Sint Odiliënberg’ in de BAG (Basisregistratie Adressenen Gebouwen) (tijdelijk) vervallen. Samenvatting zienswijze 51: Het niet intekenen van een keukenblok betekent volgens reclamant niet dat deze niet kan worden gerealiseerd. Reclamant geeft aan dat na de realisatie van het gebouw niemand meer in staat is om de bewoning van de appartementen te controleren en te sanctioneren. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Het gebruik van de locatie en de te bouwen bouwwerken moeten hieraan voldoen. De bebouwing wordt met voorliggend plan echter niet geregeld. De aanwezige tekeningen

zijn puur illustratief en hebben geen enkele status. Na het vaststellen van het bestemmingsplan kan er een vergunningaanvraag worden ingediend voor de bouw. Mocht de locatie niet worden gebruikt zoals omschreven in het bestemmingsplan, dan is het aan de gemeente om hier handhavend tegen op te treden. Samenvatting zienswijze 52: Reclamant geeft aan dat geheel ten onrechte wordt gesteld dat de voorgestelde nieuwe bebouwing in stijl en uitstraling aansluit bij de omgeving, met name bij het door Cuypers gebouwde Huis Frymerson. De tekeningen laten volgens reclamant zien dat die stelling onjuist is. In het buitengebied van Paarlo, maar niet alleen daar, valt zulke bebouwing volledig uit de toon. Reclamant stelt dat de bebouwing, die op grond van strenge regels van de aanvrager niet valt aan te passen aan in Limburg passende bebouwing, onaanvaardbaar is in het buitengebied. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Het beoordelingskader voor een passende maat en schaal wordt daarbij gevormd door het bebouwingsoppervlak, bouwhoogten, bebouwingsdichtheid en landschappelijke inpassing. Op al deze gronden is de voorgenomen ontwikkeling als aanvaardbaar beoordeeld. De onderbouwing daarvoor is opgenomen in de Toelichting van het bestemmingsplan (zie hoofdstuk 2.4 Ruimtelijke effecten).

Vaststelling van het bestemmingsplan betekent niet dat de ontwikkeling al gerealiseerd mag worden. Hiervoor moet, na vaststelling van het plan, een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. De bouwwerken waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, moeten passen binnen de kaders die zijn gesteld in het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt gekeken welk welstandsregime op de locatie van toepassing is. Het plangebied is conform de Welstandsnota 2018 gelegen in een gebied met welstandsniveau 2 (Welstandsnota 2018, pagina 15). Dit betekent dat er geen sprake is van sturing van de ruimtelijke kwaliteit. Met andere woorden: er mag geen beoordeling plaatsvinden met betrekking tot het uiterlijk van het gebouw, het materiaal- en kleurgebruik of de uitstraling van het gebouw in relatie tot de omgeving. Dit geldt voor alle bebouwing in dit gebied. Samenvatting zienswijze 53: In het plan is geen rekening gehouden met mogelijke geluidsoverlast. Het bouwvlak grenst aan, of ligt in een stiltegebied. Een gebied waar de rust niet mag worden verstoord. Reclamant geeft aan dat een gemeenschap van 65 dames + personeel onder andere vervoersbewegingen genereert en evenementen houdt waardoor het uitgangspunt rustig recreëren, wandelen en fietsen een illusie is. Een nieuw gebouw met voorgestelde omvang past volgens reclamant niet in een stiltegebied.

Beantwoording: De locatie ligt op basis van de Omgevingsverordening Limburg bij een stiltegebied en voor een klein gedeelte in het stiltegebied. Ook de toekomstige bebouwing ligt voor een klein gedeelte binnen het stiltegebied, gelijk aan het gedeelte uit het huidige, vigerende bestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan is inzichtelijk gemaakt wat de invloed is van het voorliggend plan op het stiltegebied in zowel de bouw- als de gebruiksfase. Op basis van de bevindingen zoals weergegeven op pagina 24 en 25 van de Toelichting wordt de geluidsituatie gedurende de bouwfase aanvaardbaar geacht. Voor nieuwe activiteiten binnen een stiltegebied wordt, conform de Omgevingsverordening Limburg, een afstandsbepaling voor de activiteit in een stiltegebied van 35 dB(A) op 30 meter afstand gehanteerd. Aan deze eis wordt ruim voldaan. Het gebruik van de locatie leidt niet tot verstoringen in het stiltegebied (zie toelichting, pagina 25 en 26). Het houden van evenementen is echter geen onderdeel van de voorgestelde ontwikkeling. In het vigerende bestemmingsplan is deze mogelijkheid wel opgenomen. De mogelijkheid tot het houden van evenementen wordt dan ook uit de regels geschrapt. Daarmee nemen de gebruiksmogelijkheden in het toekomstige bestemmingsplan, qua impact op de omgeving, verder af.

Samenvatting zienswijze 54: Reclamant stelt dat het plangebied in de Omgevingsverordening Limburg behoort tot de groenblauwe mantel. In die gebieden dienen de kernkwaliteiten, het groene-, alsmede het visueel-ruimtelijk karakter te worden gewaarborgd. Het voorgenomen appartementengebouw voldoet daar niet aan, en brengt die kwaliteiten zelfs in gevaar. Beantwoording: Het verwijderen van de huidige agrarische bebouwingsmogelijkheden en het aanzienlijk terugbrengen van het maximaal te bebouwen oppervlak leidt tot aanzienlijk minder (potentiële) verstening van het buitengebied. Dit komt het landschappelijk karakter van het Roerdal ten goede. Daarnaast is rekening gehouden met een goede landschappelijke inpassing. Met deze ontwikkeling wordt zo een bijdrage geleverd aan de kernkwaliteiten van het landschap en de ontwikkeling van flora en fauna in het gebied. In de Toelichting wordt de landschappelijke meerwaarde van het initiatief nader onderbouwd (zie pagina 33 en verder). Aanvullend hierop is de gebiedsanalyse van bureau Kragten nader onderbouwd met een toets op de kernkwaliteiten ‘visueel-ruimtelijk kader’ (artikel 7.5, lid c onder b) en het ‘cultuurhistorisch erfgoed’(artikel 7.5, lid1 onder c). Deze gewijzigde en aangevulde gebiedsanalyse is toegevoegd als bijlage 2 aan de toelichting. Deze vervangt de eerdere bijlage 2.

Samenvatting zienswijze 55: Het plan is volgens reclamant strijdig met het uitgangspunt dat er moet worden gebouwd binnen de bestaande kernen. Nieuwe initiatieven, ook kleinschalige initiatieven in het buitengebied moeten zoveel mogelijk te worden geconcentreerd bij bestaande voorzieningen.

Voor de aanvrager liggen de bestaande voorzieningen op het terrein in Vlodrop-Station, waar nog meer dan voldoende ruimte, en mogelijkheid bestaat een slechts door vrouwelijke volgelingen te bewonen appartementsgebouw op te richten. Beantwoording: De gemeente behandelt enkel het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. De invulling van andere locaties in de gemeente, is daarbij niet relevant. Hoewel niet relevant, gaan wij ter verduidelijking toch kort in op dit argument. Op locatie Station 24 in Vlodrop is een kenniscentrum gevestigd. Hieruit volgt dat dit een naar buiten gerichte ontmoetingsplek is. Op locatie Paarloweg 3 in Sint Odiliënberg wordt een naar binnen gericht Stiltecentrum beoogd. Beide functies zijn niet verenigbaar op één locatie. Conform de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening) moet bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet een motivering worden opgenomen waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Deze motivering is opgenomen in paragraaf 4.2.4. Ladder voor duurzame verstedelijking van de Toelichting.

Op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling, het feit dat er geen hergebruik van bestaande bebouwing mogelijk is en de maatschappelijke en landschappelijke meerwaarde is geconstateerd dat deze ontwikkeling enkel buiten bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Samenvatting zienswijze 56: Reclamant geeft aan dat door het toestaan van het plan mogelijk precedentwerking uitgaat. In Paarlo en elders in de gemeente worden percelen gekocht waarop een, niet langer uitgeoefende functie, anders dan wonen rust. Deze percelen worden niet aangekocht voor bewoning. Reclamant veronderstelt dat de kennelijke speculanten, erop gokken dat de gemeente, zodra de raad heeft ingestemd met de plannen, soortgelijke plannen niet meer kan of durft af te wijzen. Beantwoording: Het staat eenieder vrij om de gemeente te vragen de ter plaatse geldende planologische kaders te wijzigen. De gemeente beoordeelt ieder initiatief vanuit de kaders die op basis van de locatie in relatie tot het initiatief gelden. Deze kaders bestaan uit wettelijke kaders en beleidskaders. Bij het voorliggend plan is er een motivering (inclusief onderzoeken) opgesteld waaruit blijkt dat het plan past binnen de kaders. Gelijke gevallen, en daarmee precedentwerking, zijn er zelden tot nooit. Dit blijkt uit de jurisprudentie die er is op dit gebied.

Samenvatting zienswijze 57: Reclamant stelt dat de raad zich in geen enkel opzicht gecommitteerd heeft aan de plannen. Hierbij wordt gerefereerd aan de ‘motie Vreemd aan de orde van de dag’. Volgens reclamant is er dan ook geen recht op vergoeding van schade aan de orde bij het afwijzen van het plan.

Beantwoording: Het ontwerpbestemmingsplan zal ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. Pas op dat moment neemt de raad een definitief besluit ten aanzien van dit plan. Eventuele schadevergoeding is hierbij niet aan de orde. Samenvatting zienswijze 58: Reclamant stelt dat de stroomnetten in de woonwijken overvol raken. Als de beoogde bebouwing is gerealiseerd zal bij gebruik behoefte zijn aan veel elektriciteit. De Minister van Klimaat en Energie heeft in een brief van 22 januari 2024 aangegeven dat Nederlandse huishoudens, scholen en kleinbedrijven zich erop voor moeten bereiden dat zij afgesloten kunnen worden het overvolle elektriciteitsnet. Bij ongeveer 750.000 kleinverbruikers met zonnepanelen schakelen de omvormers uit. Onder die omstandigheden is het volgens reclamant niet verantwoord om mee te werken aan de vestiging van enorme, stroomvretende bouwwerken. Beantwoording: De netbeheerder is op grond van artikel 23 lid 1 Elektriciteitswet verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net. In artikel 23 lid 3 Elektriciteitswet is bepaald dat deze aansluiting dient te worden gerealiseerd binnen een redelijke termijn. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het stroomnet.

Eventuele problematiek met het stroomnet moet opgelost worden door de netbeheerder en vormt voor de gemeente geen grond om een bepaalde ontwikkeling te weigeren. Samenvatting zienswijze 59: Volgens reclamant is op een, aan het plangebied grenzend erf, een stankuitstotend object (composthoop). De geplande nieuwbouw ligt op minder dan 50 meter van de stankbron. De nieuwbouw kan volgens reclamant dan ook niet worden vergund. Aangezien de bestemmingsplanwijziging tot doel heeft om de nieuwbouw te realiseren zou de gemeenteraad bij vaststelling, slechts meewerken aan een niet te realiseren plan. Beantwoording: Op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden de milieubelastende activiteit ‘Composteren en opslaan van groenafval’ te starten zonder dit ten minste 4 weken van tevoren te melden. Een dergelijke melding is niet bekend bij de omgevingsdienst van de gemeente. Ook op basis van het voormalige Activiteitenbesluit is geen melding gedaan van een composthoop binnen 50 meter van het plangebied. Er wordt dan ook geconstateerd dat er geen sprake is van een (legale) composthoop in de nabije omgeving van het plangebied.

Samenvatting zienswijze 60: De Ecologische Autoriteit schreef in zijn advies van 6 november 2023 aan het provinciebestuur van Limburg onder andere dat in het Roerdal de beschermde natuur is verslechterd, en dat verdere verslechtering in verband met het verslechteringsverbod, niet valt uit te sluiten. Reclamant stelt dat het niet is toegestaan om te wachten met het nemen van maatregelen totdat verslechtering optreedt. Hierom adviseert de Ecologische Autoriteit onder andere bufferzones langs de randen van het Natura-2000-gebieden te creëren. Het toevoegen van een verslechterend element, het

appartementengebouw, op de grens van dat beschermd gebied, is volgens reclamant dan ook in strijd met het verslechteringsverbod. Beantwoording: In het ontwerpbestemmingsplan wordt gemotiveerd waarom de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op het nabijgelegen Natura2000-gebied en aanwezige flora en fauna (zie toelichting, hoofdstuk 6.5 Natuurbescherming en hoofdstuk 6.6 Flora en Fauna). Hierbij is zowel gekeken naar de gebruiksfase als de realisatiefase, waarin de benodigde werkzaamheden worden verricht. Samenvatting zienswijze 61: Reclamant verwijst naar een artikel uit dagblad De Limburger van 20 januari 2024 waarin burgemeester De Boer wordt geciteerd. Hierin wordt gesproken over de beperking van migratie. Zij heeft aangegeven dat de gemeente niet zomaar kan bouwen (dat wil zeggen voor asielzoekers en arbeidsmigranten) buiten de kernen en zeker niet in het buitengebied, terwijl de noodzakelijke voorzieningen, waaronder de zorg, door de bevolkingstoename onder druk zouden komen te staan. Reclamant vraagt om een nadere toelichting op de omslag in denken en beleid. Mede gezien het gegeven dat de deels oudere dames een beroep op die zorg gaan doen. Beantwoording: In het betreffende artikel geeft burgemeester De Boer aan dat er geen grote leegstaande gebouwen zijn in Roerdalen om op korte termijn mensen op te kunnen vangen.

Daarnaast geeft burgemeester De Boer aan dat de reguliere woningbouw vertraagd is. Zij doet een oproep om op rijksniveau na te denken over de vraag wanneer Nederland vol is met het oog op de landelijk overbelaste zorg en woningnood. Dit zijn geen vraagstukken die op gemeentelijk niveau kunnen en moeten worden opgelost. Er is zowel op rijks-, provinciaal- als gemeentelijk niveau geen beleidsmatige grondslag om plannen te beoordelen op het criterium bevolkingstoename. Samenvatting zienswijze 62: De oorspronkelijke gronden van 't Hemke zijn na aankoop door de huidige eigenaar gesplitst in twee NSW-landgoederen (NSW = Natuurschoonwet). Door deze splitsing worden fiscale voordelen verkregen, waaronder een verlaging van de WOZ-waarde. Reclamant stelt dat door de kunstmatige creatie van landgoed 't Hemke de belastingbetaler mee draagt aan de exploitatie. Volgens reclamant behoort het niet tot de taak van de gemeenteraad om ten laste van de belastingbetaler de [bloot]eigenaar van het NSW-'landgoed’ te faciliteren. Beantwoording: Een status als NSW-landgoed staat los van voorliggend ontwerpbestemmingsplan. Een van de taken van de gemeente is het behandelen van ruimtelijke initiatieven. Deze initiatieven worden in behandeling genomen en ruimtelijk beoordeeld ongeacht de indiener. De gemeente kiest niet uit wie wel of niet een initiatief mag indienen.

Voor de behandeling van verzoeken tot het wijzigen van een bestemmingsplan/ omgevingsplan zijn in de legesverordening leges opgenomen. Daarnaast vindt er met het sluiten van een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer kostenverhaal plaats.

Samenvatting zienswijze 63: In de planstukken is niet onderbouwd waarom het gebouw landschappelijk passend is. Reclamant stelt dat het gebouw veel te massaal is en totaal niet past in de omgeving. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Het beoordelingskader voor een passende maat en schaal wordt daarbij gevormd door het bebouwingsoppervlak, bouwhoogten, bebouwingsdichtheid en landschappelijke inpassing. Op al deze gronden is de voorgenomen ontwikkeling als aanvaardbaar beoordeeld. De onderbouwing daarvoor is opgenomen in de Toelichting van het bestemmingsplan (zie hoofdstuk 2.4 Ruimtelijke effecten). Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft initiatiefnemer besloten de verbijzondering van het gebouw grotendeels uit het ontwerp te halen. Voor het hoofdgebouw blijft een maximale bouwhoogte van 11,5m en een maximale goothoogte van 7,5m gelden en ter plaatse van de verbijzondering in het midden wordt de maximale bouwhoogte teruggebracht naar 13 meter bij een maximale goothoogte van 7,5 meter. Hierdoor kunnen er in die verbijzondering van het hoofdgebouw nog maximaal 2 bouwlagen met kap in plaats van 3 bouwlagen met kap worden gerealiseerd. De planstukken worden hierop aangepast. Vaststelling van het bestemmingsplan betekent niet dat de ontwikkeling al gerealiseerd mag worden.

Hiervoor moet, na vaststelling van het plan, een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. De bouwwerken waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, moeten passen binnen de kaders die zijn gesteld in het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt gekeken welk welstandsregime op de locatie van toepassing is. Het plangebied is conform de Welstandsnota 2018 gelegen in een gebied met welstandsniveau 2 (Welstandsnota 2018, pagina 15). Dit betekent dat er geen sprake is van sturing van de ruimtelijke kwaliteit. Met andere woorden: er mag geen beoordeling plaatsvinden met betrekking tot het uiterlijk van het gebouw, het materiaal- en kleurgebruik of de uitstraling van het gebouw in relatie tot de omgeving.

Conclusie De zienswijzen zijn op onderdelen gegrond. Op basis daarvan is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast. Daarnaast zijn er enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd, ofwel om het bestemmingsplan te verduidelijken ofwel op verzoek van de initiatiefnemer. De wijzigingen zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen: Verbeelding Zienswijze 32 Regels

Toelichting

Zienswijzen 10 en 53 Zienswijze 13

Geen wijzigingen. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van buitenverlichting, waarmee wordt geborgd dat er geen sprake is van uitstralend licht richting het Roerdal en omliggende woningen. Zie Regels art. 3.3.3. ‘Voorwaardelijke verplichting lichtverstoring’ De mogelijkheid tot het houden van evenementen is uit de Regels geschrapt. Bijlage 3 ‘Advies Omgevingscommissie MER d.d. 23 maart 2023’ is toegevoegd ter vervanging van de bijlage met daarin het verouderde advies van de Omgevingscommissie uit 2020.

Ambtelijke wijzigingen: Verbeelding Regels Toelichting

§ 2.3.3. § 2.4 § 4.2.3 § 4.3.2 § 6.5 Bijlage 2

Bijlage 11 Bijlage 12

De bouw- en goothoogte van de verbijzondering in het hoofdgebouw is aangepast van respectievelijk 15,5m en 14,5m naar 13m en 7,5m. Geen ambtshalve wijzigingen. De tekst is gewijzigd naar aanleiding van de aanpassing van de maatvoering van de verbijzondering in het hoofdgebouw. De tekst is gewijzigd naar aanleiding van de aanpassing van de maatvoering van de verbijzondering in het hoofdgebouw. De tekst is gewijzigd naar aanleiding van de nadere onderbouwing van de kernkwaliteiten. De tekst is aangevuld met informatie over het advies van de Omgevingscommissie d.d. 23 maart 2023. De tekst is aangevuld met informatie over verstoring door licht. Bijlage ‘Gebiedsanalyse d.d. 02-05-204 (Kragten, rapportnummer: MVU004-0001)’ is nader onderbouwd met een toets op de kernkwaliteiten ‘visueel-ruimtelijk kader’ en ‘cultuurhistorisch erfgoed’. Bijlage ‘Schetstekeningen beoogde bebouwing’ is gewijzigd naar aanleiding van de aanpassing van de maatvoering van de verbijzondering in het hoofdgebouw. Bijlage ‘Visual Streetview’ is toegevoegd.

Bijlage 14

Bijlage ‘Aanvullende notitie Aelmans Milieu d.d. 3 mei 2024 (kenmerk: AMO240200)’ is toegevoegd aan de Toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=bef3ed02-62e2-4511-a940-8075bb503335