Agendabundel
Tekst van het document
Pagina 2 van 6
g
#gj gemeente roerdalen onderdeel worden van het tijdelijk gedeelte van het omgevingsplan. Gemeenten hoeven voor deze verordeningen geen acties te ondernemen. Het gaat om de volgende verordeningen: • Aansluitverordening riolering gemeente Roerdalen 2020; • Verordening Wet geurhinder en veehouderij. Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022) - beslispunt 3. Naast in verordeningen, kunnen er ook verwijzingen in beleidsregels staan. De Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022) is vastgesteld door uw raad en bevat een verwijzing naar het bestemmingsplan.
3. Beslispunten De raad besluit: 1. De navolgende verordeningen in verband met de Omgevingswet gewijzigd vast te stellen: a. Erfgoedverordening Roerdalen 2018; b. Telecommunicatieverordening gemeente Roerdalen; 2. De Archeologieverordening 2010 in te trekken; 3. De Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022) gewijzigd vast te stellen.
4. Argumenten 1.1 De wijziging van de verordeningen is noodzakelijk gelet op de Omgevingswet. De invoering van de Omgevingswet heeft gevolgen voor gemeentelijke verordeningen, waardoor deze aangepast moeten worden. Dat gebeurt in twee stappen: Stap 1: juridisch-technische aanpassingen. In sommige verordeningen staan verwijzingen naar wetgeving die komt te vervallen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet kloppen die verwijzingen niet meer. Ook veranderen termen onder de Omgevingswet. Stap 2: regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving overzetten van de verordening naar het Omgevingsplan. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om sommige bepalingen uit verordeningen over te hevelen naar het Omgevingsplan. Het gaat dan om bepalingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals het vellen van houdopstanden. Tot dat de verordeningen zijn verwerkt in het Omgevingsplan, blijven de verordeningen gewoon gelden. De gemeente heeft tot 2029 de tijd om de noodzakelijke regels uit de verordeningen om te zetten naar het Omgevingsplan. Het voorstel dat nu voor ligt heeft betrekking op stap 1. Het gaat om technische wijzigingen die ervoor zorgen dat de verordeningen blijven werken als de nieuwe wet in werking treedt. Er vindt dus nog geen inhoudelijke omzetting plaats, zoals bedoeld in stap 2. Daarnaast hoeven niet alle gemeentelijke verordeningen aangepast te worden.
Enkel de verordeningen die onjuiste verwijzingen of termen bevatten.
Pagina 3 van 6
gg
#si gemeente roerdalen 1.2 De VNG heeft een aantal VNG-modelverordeningen aangepast. Voor de Erfgoedverordening hebben we gebruik gemaakt van de aangepaste VNGmodelverordeningen om deze te voorzien van de juiste wettelijke grondslagen en formele verwijzingen. De VNG heeft geen nieuwe modelverordening opgesteld voor de Telecommunicatieverordening. 1.3 De verordeningen worden niet inhoudelijk gewijzigd. Met dit raadsvoorstel worden grondslagen en termen uit het huidige recht omgezet naar de Omgevingswet. Dit is een juridisch-technische omzetting, waarbij géén inhoudelijke keuzes door de raad gemaakt kunnen worden. 1.4 Uw gemeenteraad is bevoegd tot het wijzigen van de verordening. Gemeentelijke verordeningen worden door uw raad vastgesteld. Het is tevens een bevoegdheid van uw raad om verordeningen te wijzigen. 2.1 De Archeologieverordening 2010 heeft geen werking meer in Roerdalen. In artikel 2 van de Archeologieverordening 2010 is de volgende bepaling opgenomen: "Artikel 2 Werkingsgebied
Deze verordening is van toepassing voor de gemeente Roerdalen, zover binnen de gemeente niet in een geldend bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening ter bescherming van het archeologisch erfgoed regels zijn gegeven met betrekking tot bouw- en andere werkzaamheden. Voor zover een nieuw van kracht geworden bestemmingsplan regels bevat, die op dezelfde wijze in bescherming van het archeologisch erfgoed voorzien, treedt deze verordening in zoverre terug.". De Archeologieverordening 2010 is alleen van toepassing op gebieden waar een bestemmingsplan niets regelt over bescherming van archeologisch erfgoed. In Roerdalen gelden over het gehele grondgebied bestemmingsplannen, waarin archeologie waarden en daaraan verbonden voorwaarden zijn geregeld. Daarom heeft deze verordening geen werkingsgebied meer. Om deze reden wordt voorgesteld om de verordening in te trekken. In 2021 heeft de gemeente de archeologische waarden en verwachtingen over het hele grondgebied laten actualiseren. Deze actualisatie wordt geregeld in een facetbestemmingsplan 'Actualisatie archeologisch beleid en kwaliteitskader'. Dit bestemmingsplan wordt afzonderlijk ter besluitvorming voorgelegd. Het intrekken van de Archeologieverordening Roerdalen heeft daar geen invloed op. 2.2 Uw gemeenteraad is bevoegd tot het intrekken van de verordening.
Gemeentelijke verordeningen worden door uw raad vastgesteld. Het is tevens een bevoegdheid van uw raad om verordeningen in te trekken.
Pagina 4 van 6
g
#gg gemeente roerdalen 3.1 De Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022) bevat een verwijzing naar het bestemmingsplan. Ook beleidsregels bevatten verwijzingen naar terminologie die komt te vervallen onder de Omgevingswet. Bovengenoemde beleidsregel is vastgesteld door uw raad. Daarom wordt uw raad verzocht om naast de verordeningen, ook deze beleidsregel te wijzigen. Inhoudelijk verandert de beleidsregel niet.
5. Kanttekeningen 1.1 Zonder aanpassing werken de verordeningen niet door onder de nieuwe Omgevingswet. Door de verordeningen aan te passen, bevatten deze de juiste verwijzing naar de Omgevingswet en de juiste terminologie. Zo kunnen de verordeningen doorwerken onder de Omgevingswet. 2.1 Het niet intrekken van de Archeologieverordening 2010 heeft geen gevolgen. Zoals hiervoor is aangegeven, heeft de Archeologieverordening 2010 geen werkingsgebied, omdat bestemmingsplannen hierin voorzien. Het in stand laten van de verordening heeft daarom geen gevolg. Echter, door de verordening in te trekken, is duidelijk dat deze verordening geen werking meer heeft. Dit draagt bij aan een actueel verordeningenbestand in de gemeente.
6. Financiên Niet van toepassing.
7. Communicatie Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de wijzigingsverordeningen bekendgemaakt via het elektronisch gemeenteblad.
8. Planning en uitvoering De inwerkingtreding van de gewijzigde verordeningen is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is op 1 januari 2024.
9. Privacy Niet van toepassing.
10. (Wettelijk en/of beleidsmatig) kader Het wettelijk kader vormen de Gemeentewet, de Omgevingswet en bijzondere bestuursrechtelijke wetgeving.
11. Bijlagen Bijlage 1: raadsbesluit - Erfgoedverordening 2018;
Pagina 5 van 6
gg
#gg gemeente roerdalen Bijlage 2: raadsbesluit - Telecommunicatieverordening gemeente Roerdalen; Bijlage 3: raadsbesluit -Archeologieverordening; Bijlage 4: raadsbesluit - Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022).
Sint Odiliënberg, 24 oktober 2023
Burgemeester en wethouders van Roerdalen, De secretaris,
De burgemeester,
J.J.W.M. L'Ortije
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 6 van 6
Raadsbesluit
Jaar 2023/12/14/07A
Zaaknummer:Z22-029040 Onderwerp: wijzigingsverordening als gevolg van de Omgevingswet De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 oktober 2023, gelet op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 38 van de Monumentenwet 1988, het volgende besluit genomen:
Besluit: vast te stellen de volgende wijzigingsverordening: ARTIKEL I De Erfgoedverordening Roerdalen 2018 wordt als volgt gewijzigd (1e wijziging): A Artikel 1 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: a. (advies)commissie: Omgevingscommissie MER b. Awb: Algemene wet bestuursrecht; c. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; d. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; e. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; f. stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun
Pagina 1 van 15
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: a. gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; b. gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18; c. gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid; d. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in
onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden. g. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; e. minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; f. omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
Toelichting In dit onderdeel worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. De wettelijke definities uit artikel 1.1 van de Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in deze verordening, nu deze verordening berust op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en derhalve in samenhang met de Erfgoedwet moet worden gelezen. Artikel 1 bevat daarom uitsluitend de begrippen die niet reeds in artikel 1.1 van de Erfgoedwet zijn gegeven. B Artikel 2 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister).
2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en omschrijving van het object dat is aangewezen als gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet.
Pagina 2 van 15
Nieuwe tekst Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding
rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht; c. gegevens over door burgemeester en wethouders van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht. C Het opschrift van paragraaf 2 komt te luiden: Bestaande tekst § 2 Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen
Nieuwe tekst § 2. Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling
Toelichting Dit onderdeel wordt aangepast naar aanleiding van de definitiewijzigingen in onderdeel A, als gevolg van de Ow (artikel 1). D Artikel 3 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 3 Aanwijzing als beschermde gemeentelijke cultuurgoederen of beschermde gemeentelijke verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een cultuurgoed dat: - van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, en; - uitzonderlijke schoonheid is, en; - dat als onvervangbaar, en; - onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit, en; - dat in eigendom is van de gemeente, en - dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed.
Pagina 3 van 15
Nieuwe tekst Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed.
2. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten: - een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door één of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit, en; - die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed of een verzameling van cultuurgoederen die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 4. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor, vragen burgemeester en wethouders advies aan de Omgevingscommissie MER, aangevuld met één of meer deskundigen op het gebied van de kunst of de kunstgeschiedenis, als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b.
cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
2. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermde verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 4. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet.
5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 6. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Toelichting Dit onderdeel wordt aangepast naar aanleiding van de definitiewijzigingen in onderdeel A, als gevolg van de Ow (artikel 1).
Pagina 4 van 15
E Artikel 4 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 4 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Nieuwe tekst Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Toelichting Dit onderdeel wordt aangepast naar aanleiding van de definitiewijzigingen in onderdeel A, als gevolg van de Ow (artikel 1). F Artikel 5 komt te luiden:
Pagina 5 van 15
Bestaande tekst Art. 5 Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Nieuwe tekst Art. 5 Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.
G Artikel 6 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 6 Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
Nieuwe tekst Art. 6 Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
H Artikel 7 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 7. Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument
Pagina 6 van 15
Nieuwe tekst Artikel 7. Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als
ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6 is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.
bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister.
I Artikel 8 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie MER 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, advies aan de Omgevingscommissie MER, waarbinnen een of enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van deze adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. 2. De Omgevingscommissie MER betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. De Omgevingscommissie MER brengt binnen acht weken na ontvangst van de adviesaanvraag, een schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.
Nieuwe tekst Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening Omgevingscommissie MER 2022. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.
J Artikel 10 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 10 Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Pagina 7 van 15
Nieuwe tekst Artikel 10 Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2. Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
K Artikel 11 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 11 Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de Omgevingscommissie MER advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5. 3. Paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
Nieuwe tekst Art. 11 Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de Omgevingscommissie MER advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste lid. 3. Paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
L Artikel 12 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 12 Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke
Pagina 8 van 15
Nieuwe tekst Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke
monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument, waarop de aanwijzing betrekking heeft, is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
M Artikel 14 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 14 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, mede deel uitmakend van de monumentale waarde, niet wijzigt, of
Pagina 9 van 15
Nieuwe tekst Art. 14 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt;
b. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van de monumentale waardenstelling zonder betekenis is.
3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden: - een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of; - een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.
b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1 ˚. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2 ˚. doen van begravingen of asbijzettingen, of 3 ˚. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.
Toelichting In dit onderdeel is een onderdeel toegevoegd conform artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving onder andere handelend over rijksmonumentenactiviteiten bij begraafplaatsen en grafmonumenten. N Artikel 15 komt te vervallen. Toelichting Dit artikel – intrekken van de omgevingsvergunning – vervalt vanwege de inwerkingtreding van de Ow. Artikel 15 wordt vervangen door een beperkender regime. Na inwerkingtreding van de Ow zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Ow, artikel 8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en – in verband met het overgangsrecht – ook artikel 10a.12 van het Bkl. O In artikel 16, eerste lid, wordt ‘vergunning’ vervangen door ‘omgevingsvergunning’. Bestaande tekst
Pagina 10 van 15
Nieuwe tekst
Art. 16 Weigeringsgronden 1. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
Artikel 16. Weigeringsgronden 1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
P Paragraaf 5 en artikel 17 vervallen. Toelichting Dit artikel – Advies omgevingsvergunning rijksmonument – vervalt vanwege de inwerkingtreding van de Ow. Na inwerkingtreding van de Ow wordt advies over omgevingsvergunningen voor rijksmonumenten geregeld in artikel 17.9 Ow. Q Het opschrift van paragraaf 6 komt te luiden: Bestaande tekst § 6 Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten
Nieuwe tekst § 6. Aanwijzing gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
R Artikel 18 komt te luiden: Bestaande tekst Art. 18 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
Nieuwe tekst Artikel 18. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- of dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
2. Burgemeester en wethouders zenden het 2. Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de voorstel voor advies aan de Omgevingscommissie MER, bedoeld in adviescommissie, bedoeld in artikel 8, artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, derde lid, zijn van overeenkomstige is van overeenkomstige toepassing. toepassing. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. het tweede lid.
Pagina 11 van 15
4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijk omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt.
6. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 7. Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. 8. Dit artikel is niet van toepassing op 7. Dit artikel is niet van toepassing op een beschermde stads- en dorpsgezichten die beschermd stads- of dorpsgezicht dat via zijn aangewezen op grond van artikel 35, instructies de functie-aanduiding eerste lid, van de Monumentenwet 1988 rijksbeschermd of provinciaal beschermd of een provinciale verordening als bedoeld stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder aangewezen op grond van artikel 35, c, van de Wabo. eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. S Artikel 19 komt te luiden: Bestaande tekst
Pagina 12 van 15
Nieuwe tekst
Art. 19 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of b. beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. 3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden, wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 19. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stadsof dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet.
3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
T Artikel 20 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 20 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
Pagina 13 van 15
Nieuwe tekst Artikel 20. Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
3. De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.
3. De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
U Artikel 22 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 22 Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 13 of het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Nieuwe tekst Artikel 22. Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 13 of met het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
V Na artikel 23 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 24. Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
Pagina 14 van 15