Agendabundel
Tekst van het document
In de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 zijn deze kerngrenzen opgenomen. Bouwen van woningen is op basis van deze visie niet mogelijk (zie Omgevingsvisie Roerdalen 2050, pagina 30). In de Structuurvisie is opgenomen dat het transformeren van Vrijkomende Agrarische Bebouwing naar een woonfunctie niet vanzelfsprekend is, omdat wonen bij voorkeur wordt gerealiseerd in de bebouwde gebieden. Locaties in het buitengebied die voor herontwikkeling in aanmerking komen, kunnen wel kansen bieden voor alternatieve of nieuwe woonvormen (zie Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025, pagina 17). De door de reclamanten genoemde initiatieven bestonden uit het toevoegen van reguliere woningen in het buitengebied. Op basis van voornoemd beleid was dat niet mogelijk. Met voorliggend ontwerpbestemmingplan wordt de realisatie van een maatschappelijke functie op een agrarische locatie mogelijk gemaakt. Onderdeel daarvan is de huisvesting van maximaal 57 personen die in een gemeenschap samenleven (50 personen in de vaste woongroep en maximaal 7 cursisten of personeel). Hoewel geen sprake is vane en geloof, kan het naar binnen gerichte samenleven van deze groep vergeleken worden met het kloosterleven. Dit kan worden gezien als een alternatieve woonvorm binnen deze maatschappelijke functie.
Samenvatting zienswijze 30: Reclamant stelt dat het college in het meest recente principebesluit (voorafgaand aan het ontwerp-bestemmingsplan) eerder gestelde eisen heeft afgezwakt. In het eerste principebesluit was opgenomen dat de voorgenomen nieuwbouw beperkt moest worden tot twee woonlagen. Deze eis is ‘om misverstanden te voorkomen’ vervallen in het tweede principebesluit. Reclamant stelt dat het ontwerp echter hetzelfde is gebleven. In de toelichting wordt gesproken over drie bouwlagen ter plaatse van de zogenaamde ‘verbijzondering’. Beantwoording:
Ter beoordeling ligt het ontwerpbestemmingsplan voor, niet het principebesluit. Een principebesluit is slechts een beantwoording van een informatieverzoek door het college. Er is dus geen sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Zowel een initiatiefnemer als derden kunnen hier geen rechten aan ontlenen. Samenvatting zienswijze 31: Reclamant stelt dat met het vaststellen van het bestemmingsplan en het realiseren van de beoogde bebouwing de woning van reclamant in waarde daalt. Dit vanwege de afname vanwege de komst te grote bebouwing en het daarbij behorende drukke verkeer. Beantwoording: Reclamant geeft aan te verwachten dat de woning door het nieuwe planologische kader in waarde daalt. Deze schade wordt planschade genoemd. Mocht in de toekomst blijken dat er daadwerkelijk schade ontstaat door het nieuwe planologisch kader, dan kan bij de gemeente worden verzocht om een vergoeding voor planschade. Dit kan zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is. Een aanvraagformulier is te vinden op de gemeentelijke website via https://www.roerdalen.nl/planschade . Samenvatting zienswijze 32: Reclamant stelt dat er met de beoogde bebouwing sprake zal zijn van een ernstige overlast van licht op het Roerdal en omliggende panden.
Verondersteld wordt dat het college het argument volgt dat de toekomstige bewoners vroegtijdig gaan slapen en dat er verduisteringsgordijnen worden opgehangen. Dit is niet vastgelegd in het plan en een onafhankelijke beoordeling van een expert ontbreekt. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Verplichtingen als het ophangen van verduisteringsgordijnen, kunnen hierin niet worden opgenomen. Wel moet in het plan gemotiveerd worden dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare negatieve effecten op de omgeving heeft. In hoofdstuk 6.5 Natuurbescherming (zie toelichting, pagina 55 en verder) wordt gemotiveerd dat gelet op het beoogde gebruik geen verstoring door licht op Natura 2000gebied Het Roerdal aan de orde is. Naar aanleiding van de zienswijze is met betrekking tot mogelijke lichtverstoring een aanvullende notitie (d.d.3 mei 2024) opgesteld door een ecoloog van Aelmans Milieu. Door het treffen van een aantal maatregelen kan lichtverstoring worden voorkomen. Deze notitie is als bijlage 14 toegevoegd aan de toelichting. Het dichtstbijzijnde pand is gelegen op een afstand van meer dan 50m tot het plangebied. Op basis van deze afstand kan geconstateerd worden dat er geen lichtoverlast zal zijn voor omliggende panden.
Om lichthinder planologisch uit te sluiten, wordt in de Regels van het bestemmingsplan een een voorwaardelijke verplichting (artikel 3.3.3) opgenomen welke ziet op: het verplichte gebruik van uitsluitend amberkleurige UV-vrije ledlampen op het buitenterrein waarbij lantaarnpalen en overige buitenverlichting maximaal 3 meter hoog mogen zijn en waarbij er geen sprake mag zijn van uitstralend licht richting het Roerdal en omliggende woningen. Tevens wordt artikel 3.2.2, lid b, sub 1 aangepast. Daarin wordt opgenomen dat lichtmasten (waaronder lantaarnpalen en
overige buitenverlichting wordt verstaan) maximaal 3 meter hoog mogen zijn, gemeten vanaf het maaiveld. Samenvatting zienswijze 33: De ontwikkeling zorgt volgens reclamant voor veel bouwverkeer op de smalle Paarloweg. Daardoor is er sprake van veel extra stikstof uitstoot. Beantwoording: De uitstoot van stikstof in zowel de bouw- als de gebruiksfase maakt deel uit van de beoordeling. Zie hoofdstuk 6.5 Natuurbescherming (toelichting, pagina 55 en verder) en de berekening opgenomen in bijlage 8 van de Toelichting. De documenten zijn op juistheid beoordeeld door de specialisten van gemeente Roerdalen en Provincie Limburg. Daarbij is geen onregelmatigheid of onjuistheid geconstateerd. Samenvatting zienswijze 34: Reclamanten stellen dat het plan niet past binnen de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Hierin is opgenomen dat: - Bouwen gebeurt in de kernen en niet in het buitengebied. - Grootschalige bouwprojecten worden geweigerd in het buitengebied; - Dat de gemeente haar landelijk en natuurlijk karakter met name de Roer wil behouden. - Een functiewijziging van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ mogelijk is als de bestaande woning blijft, het bouwvlak wordt verminderd en de bebouwing wordt terug gebracht naar 750m2. Volgens reclamanten ligt het plan in het buitengebied en is het duidelijk grootschalig.
Reclamanten stellen zich de vraag hoe de gemeente een gebouw met een voorgevel van 83 x 10,5/15 meter en een zijgevel van 14/16 x 10,5 ruimtelijk verantwoord vindt als zij haar natuurlijk en landelijk karakter wil behouden. Reclamanten stellen dat er eveneens sprake is van het vergroten van het bouwvlak en bebouwing van 2.035m2. Beantwoording: Bij een nieuw initiatief wordt er gekeken naar de mogelijkheden die het bestaande planologische kader biedt en de mogelijkheden die het nieuwe planologische kader moet bieden. De voorgestelde veranderingen worden dus beoordeeld ten opzichte van de huidige planologische situatie, niet op basis van de huidige feitelijke situatie. Er is planologisch gezien geen sprake van nieuwe grootschalige bebouwing. Hoewel het bouwvlak inderdaad wordt vergroot, wordt de te bebouwen oppervlakte verkleind. De planologische (op basis van het bestemmingsplan toegestane) bouwmogelijkheden nemen namelijk af. In de huidige bestemming kan het volledige bouwvlak (9.300m2) worden bebouwd met bedrijfsgebouwen. Het nieuwe bouwvlak mag maximaal voor 25% worden bebouwd, in totaal 2.578 m2 aan bebouwing. Dit is een afname van 6.722 m2 te bebouwen oppervlakte. Daarnaast wordt de maximale hoogte van de nieuw op te richten bouwwerken omlaag gebracht.
Het huidige planologische kader maakt het mogelijk om op het terrein onbeperkt silo’s te plaatsen met een maximale bouwhoogte van 15 meter.
In het buitengebied kunnen op basis van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 en de Structuurvisie ‘Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025’ geen woningen worden toegevoegd buiten de kerngrenzen. In de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 zijn deze kerngrenzen opgenomen. Bouwen van woningen is op basis van deze visie niet mogelijk (zie Omgevingsvisie Roerdalen 2050, pagina 30). In de Structuurvisie is opgenomen dat het transformeren van Vrijkomende Agrarische Bebouwing naar een woonfunctie niet vanzelfsprekend is, omdat wonen bij voorkeur wordt gerealiseerd in de bebouwde gebieden. Locaties in het buitengebied die voor herontwikkeling in aanmerking komen, kunnen wel kansen bieden voor alternatieve of nieuwe woonvormen (zie Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025, pagina 17). Met voorliggend ontwerpbestemmingplan wordt de realisatie van een maatschappelijke functie op een agrarische locatie mogelijk gemaakt. Onderdeel daarvan is de huisvesting van maximaal 57 personen (50 personen in de vaste woongroep en maximaal 7 cursisten of personeel), wat gezien kan worden als een alternatieve woonvorm binnen deze maatschappelijke functie. Samenvatting zienswijze 35: Reclamant stelt dat de ontwikkeling een commerciële ontwikkeling is. Het is geen vorm van kloosterleven.
Dit blijkt volgens reclamant uit het gegeven dat volgens aanvrager de herplaatsing van 25 dames uit Heibloem economisch niet haalbaar is. Dit terwijl op de website van de organisaties wordt verzocht om donaties om de bouw mogelijk te maken. Beantwoording: Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Met betrekking tot het gebruik van het perceel wordt in de Toelichting van het ontwerpbestemmingsplan ter verduidelijking een vergelijking gemaakt met het gebruik van een klooster. De planbeoordeling is echter gericht op de aanvaardbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling, zijnde een Stiltecentrum met bijbehorende voorzieningen. Het is voor de planbeoordeling niet relevant of er sprake is van een commerciële ontwikkeling. Samenvatting zienswijze 36: Reclamant stelt dat kamers in het facilitair gebouw die zijn geduid als ‘behandelkamer’ worden gebruikt voor bewoning. Tijdens een overleg met betrokken wethouder en ambtenaren is reclamant bevestigd dat er 65 dames komen te wonen en dat zij hier minimaal 3 jaar wonen, zo niet permanent. Dit wijkt af van de genoemde 50 personen. Beantwoording: Dit is een onjuiste weergave van het gesprek. Conform voorliggend ontwerpbestemmingsplan biedt het Stiltecentrum huisvesting voor maximaal 57 personen (zie bestemmingsomschrijving ‘Maatschappelijk’ in Regels, artikel 3).
Deze worden ondergebracht in 50 kamers in het hoofdgebouw (bestemd voor de vaste woongroep) en in 7 kamers in het facilitairgebouw (bestemd voor cursisten en/of personeel. Daarnaast worden 8 behandelkamers gerealiseerd, waar niemand zal verblijven. Samenvatting zienswijze 37: Reclamant stelt dat de verbeelding niet is opgenomen in de stukken en daarom ook niet wordt
voorgelegd aan de gemeenteraad. Reclamant merkt op dat op de verbeelding het facilitair gebouw een maatvoering kent van 40 x 40 meter en niet de voorgestelde 30x 30 meter. Beantwoording: De verbeelding maakt integraal onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan en zal bij de raadsbehandeling eveneens onderdeel zijn van het bestemmingsplan. De verbeelding is de plankaart die te zien is op www.ruimtelijkeplannen.nl en www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart In het bestemmingsplan zijn kaders opgenomen waarbinnen gebouwd mag worden. Conform de verbeelding kent het facilitair gebouw een maximale maatvoering van ca. 40 x ca. 40 meter. Als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan zijn schetstekeningen opgenomen. Deze zijn slechts ter illustratie bijgevoegd. Met het vaststellen van het bestemmingsplan kunnen aanvragen om omgevingsvergunningen worden ingediend die passen binnen het planologisch kader. Deze gebouwen kunnen afwijken van hetgeen als illustratie is bijgevoegd. Samenvatting zienswijze 38: Reclamant stelt dat de gemeente in diverse publicaties stelt dat bij het wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming het bouwvlak enkel verkleind mag worden en dat de bouwmassa niet groter mag zijn dan de bestaande bebouwing. Dit om het typische karakter van het buitengebied te behouden. Hieraan wordt met het voorliggende plan niet voldaan.
Beantwoording: Met het plan wordt geen functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming beoogd. Het betreft een functiewijziging naar een maatschappelijke bestemming. De wijziging waar reclamant naar verwijst betreft de wijziging van een voormalige agrarische bedrijfslocatie naar een reguliere woonbestemming (vaak een functiewijziging voor de voormalige agrarische bedrijfswoning). Samenvatting zienswijze 39: De gemeente zet in op klein geluk en saamhorigheid. Reclamant geeft aan dat het als gemis is ervaren dat er niet met de bewoners in Paarlo is overlegd. Ook is de gemeente niet aanwezig geweest tijdens informatieavonden. Deze avonden waren volgens reclamant eenzijdig gestructureerd en de avonden zijn onvolledig weergegeven in de notulen. De inbreng danwel reflectie op de plannen van de aanvrager door de gemeente was tijdens deze avonden gewenst. Beantwoording: De gemeente beoordeelt in voorliggend geval een initiatief, maar is niet de initiator van het initiatief. Het aangaan van een dialoog met de omgeving is een verantwoordelijkheid van de initiator. De gemeente stelt geen nadere eisen aan deze omgevingsdialoog. Samenvatting zienswijze 40: Reclamant stelt dat de experts zijn aangesteld door de aanvrager. Een onafhankelijke beoordeling vanuit de gemeente ontbreekt.
Beantwoording: De initiatiefnemer draagt zorg voor de benodigde documenten om een bestemmingsplan te kunnen wijzigen. De gemeente beoordeelt de ontvangen documenten. Hiertoe zijn specialisten in dienst van de gemeente. De planstukken zijn eveneens door de Provincie getoetst. Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van de aangeleverde documenten. Samenvatting zienswijze 41: Reclamant geeft aan dat tijdens de bewonersavond door aanvrager is aangegeven dat er een enorme belangstelling is voor het project. Reclamant is in de veronderstelling dat dit leidt tot vervolg aanvragen. Daarbij wordt opgemerkt dat het niet de bedoeling kan zijn dat de omgeving Sint Odiliënberg - Vlodrop verwordt tot een Maharishi buitengebied. Reclamant vraagt hoe vervolg aanvragen kunnen worden tegengehouden. Beantwoording: Iedere aanvraag wordt getoetst aan de dan geldende regelgeving. Op locaties waar volgens het Omgevingsplan (opvolger bestemmingsplan) mag worden gebouwd, kan iedereen bouwen. Bij een plan dat niet past binnen de planologische kaders van het Omgevingsplan zal per afwijking een planologische vergelijking worden gemaakt en worden beoordeeld of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat geldt ook voor vervolgaanvragen op onderhavig plan. De gemeente maakt uiteraard geen onderscheid in de behandeling van initiatieven op basis van aanvrager.
Samenvatting zienswijze 42: Tijdens de bewonersavond is aangegeven dat de dames uit Heibloem willen verhuizen vanwege geluidsoverlast. Een ontwikkeling die bewoners van de Paarloweg volgens reclamant ook ervaren door toenemende bewoning in Vlodrop, Duitsers op weg naar Roermond en onder andere langs trekkende motor- en oldtimer clubs. Wat gaat er gebeuren als de nieuwe bewoonsters ontdekken dat ook de Paarloweg niet altijd even rustig is? Beantwoording: De gemeente beoordeelt voorliggend initiatief tot het wijzigen van een planologisch kader. Onderdeel hiervan is een beoordeling van geluidsaspecten (zie toelichting, pagina 40 en verder). Het toekomstig gebruik moet overeenkomstig het vastgesteld planologisch kader zijn. Samenvatting zienswijze 43: Reclamant vraagt of in de overwegingen voldoende is meegewogen dat de komst van maximaal 25 internationale dames uit een andere gemeente en minimaal 40 dames uit andere delen van de wereld gelet op hun gemiddeld hoge leeftijd drukt op de toch al onder druk staande medische voorzieningen in Roerdalen. Dit mede omdat in een van de notities opgesteld door Pouderoyen wordt gesproken van een zorghotel. Daarmee lijkt het volgens reclamant erop dat er een besloten gebouw
wordt neergezet voor dames van een sekte die toe zijn aan een laatste deel van hun leven, al dan niet mediterend. Beantwoording: De gemeente beoordeelt voorliggend initiatief tot het wijzigen van een planologisch kader. Een initiatief wordt niet beoordeeld op mogelijk toekomstige bewoners of gebruikers. Dat is in strijd met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Samenvatting zienswijze 44: Reclamant stelt dat het proces van asielopvang in de gemeente Roerdalen moeizaam is verlopen. De dames uit Zwitserland komen volgens de planomschrijving vanuit de gehele wereld. Gelet op de duur van de volledige procedure is het volgens reclamant niet onredelijk aan te nemen dat het aantal dames uit Heibloem en Zwitserland minder zal zijn dan 65 personen. Er is in dat geval een geringere behoefte of er vindt een grotere instroom plaats van internationale dames. Volgens reclamant een ontwikkeling die de huidige politiek juist steeds meer wil doen afnemen. Reclamant vraagt zich dan ook af waarom de gemeente wil instemmen met een extra instroom van dames vanuit het buitenland. Beantwoording: De gemeente beoordeelt voorliggend initiatief tot het wijzigen van een planologisch kader. Een initiatief wordt niet beoordeeld op mogelijk toekomstige bewoners of gebruikers. Dat is in strijd met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet.
Samenvatting zienswijze 45: Reclamant stelt dat bij de start van het project het voornemen er was om 25 dames uit Heibloem te huisvesten. Dit was mogelijk geweest in een herbouwd Hemke. Door de komst van de Zwitserse dames moet een extra gebouw worden gebouwd. Reclamant ziet de uitbreiding met een flatgebouw voor 50 dames als een commerciële ontwikkeling waar de aanvrager rijker van wordt en het de gemeente nauwelijks iets oplevert. Reclamant vraagt waarom er door de gemeente niet is vastgehouden aan het oorspronkelijke plan. Beantwoording: De gemeente beoordeelt het aangevraagde, voorliggende initiatief. Er ligt geen plan voor waarbij er slechts een herbouw van de voormalige bebouwing wordt beoogd. Samenvatting zienswijze 46: De procedure is volgens reclamant gezien de lange proceduretijd en mede gelet op de vele notities en vergaderingen met aanvrager een aanzienlijke kostenpost geweest. De inzet weegt niet op tegen de economische opbrengst. Reclamant vraagt het gemeentebestuur zich meer te buigen over de bestaande noden in haar gemeente dan in het invullen van de noden van een groep dames die zelf hun huidige locatie hebben opgegeven in Zwitserland.
Beantwoording: Een van de taken van de gemeente is het behandelen van ruimtelijke initiatieven. Deze initiatieven worden in behandeling genomen en ruimtelijk beoordeeld ongeacht de indiener. Het is niet aan de gemeente om te bepalen wie wel en wie geen initiatief mag indienen. Voor de behandeling van verzoeken tot het wijzigen van een bestemmingsplan/ omgevingsplan zijn in de legesverordening leges opgenomen. Daarnaast vindt er met het sluiten van een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer kostenverhaal plaats. Samenvatting zienswijze 47: Reclamant heeft er geen vertrouwen in dat de plannen die voorliggen de uiteindelijk beoogde bebouwing behelst. Hierbij wordt verwezen naar de plannen voor de bouw van de toren op de locatie Station 24. Deze is van een toren van 35 meter geëvolueerd naar een van 54 meter. De gemeente stemt volgens reclamant in met deze steeds grotere plannen van de aanvrager zonder aan te geven wat het voordeel van de ontwikkeling is voor de inwoners van de gemeente. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Het gebruik van de locatie en de te bouwen bouwwerken moeten hieraan voldoen. Als een eigenaar of gebruiker een locatie op een afwijkende wijze wil gebruiken of bebouwen, moet het planologisch kader worden gewijzigd.
Er vindt dan een nieuwe beoordeling plaats evenals een nieuwe besluitvormingsprocedure. Hiertegen staat wederom rechtsbescherming voor derden open. Samenvatting zienswijze 48: Reclamant stelt dat de gemeente asielzoekers en vluchtelingen uit een oorlogsgebied buiten de deur tracht te houden. Met pijn en moeite zijn er tijdelijke woningen geplaatst die gedeeld moeten worden met starters en spoedgevallen. Reclamant vraagt wat er anders is aan deze vreemdelingen en waarom er een uitzondering wordt gemaakt voor de aanvrager. Beantwoording: De gemeente beoordeelt voorliggend initiatief tot het wijzigen van een planologisch kader. Een initiatief wordt niet beoordeeld op mogelijk toekomstige bewoners of gebruikers. Dat is in strijd met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Samenvatting zienswijze 49: Met deze plannen wordt een stuk natuur aangetast. Er zullen voor het gebouw veel werkzaamheden moeten worden verricht, zoals grondverhoging en het aanleggen van elektra en riool. Er zullen allerlei verkeersbewegingen nodig zijn, terwijl de locatie grenst aan Natura2000gebied.’
Beantwoording: Voorliggende ontwikkeling is beoordeeld op beleidsmatige, milieutechnische en ruimtelijke effecten. De ontwikkeling wordt aanvaardbaar geacht. In de Toelichting wordt gemotiveerd waarom de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op het nabijgelegen Natura2000-gebied en aanwezige flora en fauna (zie Toelichting, hoofdstuk 6.5 Natuurbescherming en 6.6 Flora en Fauna). Hierbij is zowel gekeken naar de gebruiksfase als de realisatiefase, waarin de benodigde werkzaamheden worden verricht. Samenvatting zienswijze 50: Reclamant stelt dat de procedure een gebrek kent. Het ontwerpbestemmingsplan is na 1 januari 2024 in te zien via het moeilijk te vinden Omgevingsloket. Hier levert het adres geen resultaat op. Na het ontwerpbestemmingsplan te hebben gevonden heeft reclamant pas met moeite de toelichting op het plan gevonden onder het kopje overig. Reclamant stelt dat daarmee de plannen incompleet ter inzage zijn gelegd en vraagt het college het ontwerp plan opnieuw ter inzage te leggen. Beantwoording: De start van de inzage is gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast waren de stukken in te zien in ons gemeentehuis. In de publicatie is de zo genaamde IMRO code opgenomen waarmee het plan te vinden is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Vanaf 1 januari 2024 is de wetgeving veranderd.
Alle bestemmingsplannen maken vanaf die datum deel uit van het tijdelijk Omgevingsplan. Ook ontwerp- bestemmingsplannen zijn vanaf die datum ook in te zien via het Omgevingsloket-regels op de kaart. Ook hier kan het plan worden gevonden met de IMRO code zoals opgenomen in de publicatie. De gemeente is wettelijk verplicht op voornoemde wijze te publiceren. De gemeente heeft geen enkele invloed op de weergave van het ontwerpbestemmingsplan in het Omgevingsloket of over de weergave van de Toelichting. Overigens kan het plan niet gevonden worden door het ingeven van een adres. Omdat er op de planlocatie momenteel geen bebouwing aanwezig is, is het adres ‘Paarloweg 3 Sint Odiliënberg’ in de BAG (Basisregistratie Adressenen Gebouwen) (tijdelijk) vervallen. Samenvatting zienswijze 51: Het niet intekenen van een keukenblok betekent volgens reclamant niet dat deze niet kan worden gerealiseerd. Reclamant geeft aan dat na de realisatie van het gebouw niemand meer in staat is om de bewoning van de appartementen te controleren en te sanctioneren. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Het gebruik van de locatie en de te bouwen bouwwerken moeten hieraan voldoen. De bebouwing wordt met voorliggend plan echter niet geregeld. De aanwezige tekeningen
zijn puur illustratief en hebben geen enkele status. Na het vaststellen van het bestemmingsplan kan er een vergunningaanvraag worden ingediend voor de bouw. Mocht de locatie niet worden gebruikt zoals omschreven in het bestemmingsplan, dan is het aan de gemeente om hier handhavend tegen op te treden. Samenvatting zienswijze 52: Reclamant geeft aan dat geheel ten onrechte wordt gesteld dat de voorgestelde nieuwe bebouwing in stijl en uitstraling aansluit bij de omgeving, met name bij het door Cuypers gebouwde Huis Frymerson. De tekeningen laten volgens reclamant zien dat die stelling onjuist is. In het buitengebied van Paarlo, maar niet alleen daar, valt zulke bebouwing volledig uit de toon. Reclamant stelt dat de bebouwing, die op grond van strenge regels van de aanvrager niet valt aan te passen aan in Limburg passende bebouwing, onaanvaardbaar is in het buitengebied. Beantwoording: Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een locatie. Het beoordelingskader voor een passende maat en schaal wordt daarbij gevormd door het bebouwingsoppervlak, bouwhoogten, bebouwingsdichtheid en landschappelijke inpassing. Op al deze gronden is de voorgenomen ontwikkeling als aanvaardbaar beoordeeld. De onderbouwing daarvoor is opgenomen in de Toelichting van het bestemmingsplan (zie hoofdstuk 2.4 Ruimtelijke effecten).
Vaststelling van het bestemmingsplan betekent niet dat de ontwikkeling al gerealiseerd mag worden. Hiervoor moet, na vaststelling van het plan, een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. De bouwwerken waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, moeten passen binnen de kaders die zijn gesteld in het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt gekeken welk welstandsregime op de locatie van toepassing is. Het plangebied is conform de Welstandsnota 2018 gelegen in een gebied met welstandsniveau 2 (Welstandsnota 2018, pagina 15). Dit betekent dat er geen sprake is van sturing van de ruimtelijke kwaliteit. Met andere woorden: er mag geen beoordeling plaatsvinden met betrekking tot het uiterlijk van het gebouw, het materiaal- en kleurgebruik of de uitstraling van het gebouw in relatie tot de omgeving. Dit geldt voor alle bebouwing in dit gebied. Samenvatting zienswijze 53: In het plan is geen rekening gehouden met mogelijke geluidsoverlast. Het bouwvlak grenst aan, of ligt in een stiltegebied. Een gebied waar de rust niet mag worden verstoord. Reclamant geeft aan dat een gemeenschap van 65 dames + personeel onder andere vervoersbewegingen genereert en evenementen houdt waardoor het uitgangspunt rustig recreëren, wandelen en fietsen een illusie is. Een nieuw gebouw met voorgestelde omvang past volgens reclamant niet in een stiltegebied.
Beantwoording: De locatie ligt op basis van de Omgevingsverordening Limburg bij een stiltegebied en voor een klein gedeelte in het stiltegebied. Ook de toekomstige bebouwing ligt voor een klein gedeelte binnen het stiltegebied, gelijk aan het gedeelte uit het huidige, vigerende bestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan is inzichtelijk gemaakt wat de invloed is van het voorliggend plan op het stiltegebied in zowel de bouw- als de gebruiksfase. Op basis van de bevindingen zoals weergegeven op pagina 24 en 25 van de Toelichting wordt de geluidsituatie gedurende de bouwfase aanvaardbaar geacht. Voor nieuwe activiteiten binnen een stiltegebied wordt, conform de Omgevingsverordening Limburg, een afstandsbepaling voor de activiteit in een stiltegebied van 35 dB(A) op 30 meter afstand gehanteerd. Aan deze eis wordt ruim voldaan. Het gebruik van de locatie leidt niet tot verstoringen in het stiltegebied (zie toelichting, pagina 25 en 26). Het houden van evenementen is echter geen onderdeel van de voorgestelde ontwikkeling. In het vigerende bestemmingsplan is deze mogelijkheid wel opgenomen. De mogelijkheid tot het houden van evenementen wordt dan ook uit de regels geschrapt. Daarmee nemen de gebruiksmogelijkheden in het toekomstige bestemmingsplan, qua impact op de omgeving, verder af.
Samenvatting zienswijze 54: Reclamant stelt dat het plangebied in de Omgevingsverordening Limburg behoort tot de groenblauwe mantel. In die gebieden dienen de kernkwaliteiten, het groene-, alsmede het visueel-ruimtelijk karakter te worden gewaarborgd. Het voorgenomen appartementengebouw voldoet daar niet aan, en brengt die kwaliteiten zelfs in gevaar. Beantwoording: Het verwijderen van de huidige agrarische bebouwingsmogelijkheden en het aanzienlijk terugbrengen van het maximaal te bebouwen oppervlak leidt tot aanzienlijk minder (potentiële) verstening van het buitengebied. Dit komt het landschappelijk karakter van het Roerdal ten goede. Daarnaast is rekening gehouden met een goede landschappelijke inpassing. Met deze ontwikkeling wordt zo een bijdrage geleverd aan de kernkwaliteiten van het landschap en de ontwikkeling van flora en fauna in het gebied. In de Toelichting wordt de landschappelijke meerwaarde van het initiatief nader onderbouwd (zie pagina 33 en verder). Aanvullend hierop is de gebiedsanalyse van bureau Kragten nader onderbouwd met een toets op de kernkwaliteiten ‘visueel-ruimtelijk kader’ (artikel 7.5, lid c onder b) en het ‘cultuurhistorisch erfgoed’(artikel 7.5, lid1 onder c). Deze gewijzigde en aangevulde gebiedsanalyse is toegevoegd als bijlage 2 aan de toelichting. Deze vervangt de eerdere bijlage 2.
Samenvatting zienswijze 55: Het plan is volgens reclamant strijdig met het uitgangspunt dat er moet worden gebouwd binnen de bestaande kernen. Nieuwe initiatieven, ook kleinschalige initiatieven in het buitengebied moeten zoveel mogelijk te worden geconcentreerd bij bestaande voorzieningen.
Voor de aanvrager liggen de bestaande voorzieningen op het terrein in Vlodrop-Station, waar nog meer dan voldoende ruimte, en mogelijkheid bestaat een slechts door vrouwelijke volgelingen te bewonen appartementsgebouw op te richten. Beantwoording: De gemeente behandelt enkel het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. De invulling van andere locaties in de gemeente, is daarbij niet relevant. Hoewel niet relevant, gaan wij ter verduidelijking toch kort in op dit argument. Op locatie Station 24 in Vlodrop is een kenniscentrum gevestigd. Hieruit volgt dat dit een naar buiten gerichte ontmoetingsplek is. Op locatie Paarloweg 3 in Sint Odiliënberg wordt een naar binnen gericht Stiltecentrum beoogd. Beide functies zijn niet verenigbaar op één locatie. Conform de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening) moet bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet een motivering worden opgenomen waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Deze motivering is opgenomen in paragraaf 4.2.4. Ladder voor duurzame verstedelijking van de Toelichting.
Op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling, het feit dat er geen hergebruik van bestaande bebouwing mogelijk is en de maatschappelijke en landschappelijke meerwaarde is geconstateerd dat deze ontwikkeling enkel buiten bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Samenvatting zienswijze 56: Reclamant geeft aan dat door het toestaan van het plan mogelijk precedentwerking uitgaat. In Paarlo en elders in de gemeente worden percelen gekocht waarop een, niet langer uitgeoefende functie, anders dan wonen rust. Deze percelen worden niet aangekocht voor bewoning. Reclamant veronderstelt dat de kennelijke speculanten, erop gokken dat de gemeente, zodra de raad heeft ingestemd met de plannen, soortgelijke plannen niet meer kan of durft af te wijzen. Beantwoording: Het staat eenieder vrij om de gemeente te vragen de ter plaatse geldende planologische kaders te wijzigen. De gemeente beoordeelt ieder initiatief vanuit de kaders die op basis van de locatie in relatie tot het initiatief gelden. Deze kaders bestaan uit wettelijke kaders en beleidskaders. Bij het voorliggend plan is er een motivering (inclusief onderzoeken) opgesteld waaruit blijkt dat het plan past binnen de kaders. Gelijke gevallen, en daarmee precedentwerking, zijn er zelden tot nooit. Dit blijkt uit de jurisprudentie die er is op dit gebied.
Samenvatting zienswijze 57: Reclamant stelt dat de raad zich in geen enkel opzicht gecommitteerd heeft aan de plannen. Hierbij wordt gerefereerd aan de ‘motie Vreemd aan de orde van de dag’. Volgens reclamant is er dan ook geen recht op vergoeding van schade aan de orde bij het afwijzen van het plan.
Beantwoording: Het ontwerpbestemmingsplan zal ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. Pas op dat moment neemt de raad een definitief besluit ten aanzien van dit plan. Eventuele schadevergoeding is hierbij niet aan de orde. Samenvatting zienswijze 58: Reclamant stelt dat de stroomnetten in de woonwijken overvol raken. Als de beoogde bebouwing is gerealiseerd zal bij gebruik behoefte zijn aan veel elektriciteit. De Minister van Klimaat en Energie heeft in een brief van 22 januari 2024 aangegeven dat Nederlandse huishoudens, scholen en kleinbedrijven zich erop voor moeten bereiden dat zij afgesloten kunnen worden het overvolle elektriciteitsnet. Bij ongeveer 750.000 kleinverbruikers met zonnepanelen schakelen de omvormers uit. Onder die omstandigheden is het volgens reclamant niet verantwoord om mee te werken aan de vestiging van enorme, stroomvretende bouwwerken. Beantwoording: De netbeheerder is op grond van artikel 23 lid 1 Elektriciteitswet verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net. In artikel 23 lid 3 Elektriciteitswet is bepaald dat deze aansluiting dient te worden gerealiseerd binnen een redelijke termijn. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het stroomnet.
Eventuele problematiek met het stroomnet moet opgelost worden door de netbeheerder en vormt voor de gemeente geen grond om een bepaalde ontwikkeling te weigeren. Samenvatting zienswijze 59: Volgens reclamant is op een, aan het plangebied grenzend erf, een stankuitstotend object (composthoop). De geplande nieuwbouw ligt op minder dan 50 meter van de stankbron. De nieuwbouw kan volgens reclamant dan ook niet worden vergund. Aangezien de bestemmingsplanwijziging tot doel heeft om de nieuwbouw te realiseren zou de gemeenteraad bij vaststelling, slechts meewerken aan een niet te realiseren plan. Beantwoording: Op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden de milieubelastende activiteit ‘Composteren en opslaan van groenafval’ te starten zonder dit ten minste 4 weken van tevoren te melden. Een dergelijke melding is niet bekend bij de omgevingsdienst van de gemeente. Ook op basis van het voormalige Activiteitenbesluit is geen melding gedaan van een composthoop binnen 50 meter van het plangebied. Er wordt dan ook geconstateerd dat er geen sprake is van een (legale) composthoop in de nabije omgeving van het plangebied.
Samenvatting zienswijze 60: De Ecologische Autoriteit schreef in zijn advies van 6 november 2023 aan het provinciebestuur van Limburg onder andere dat in het Roerdal de beschermde natuur is verslechterd, en dat verdere verslechtering in verband met het verslechteringsverbod, niet valt uit te sluiten. Reclamant stelt dat het niet is toegestaan om te wachten met het nemen van maatregelen totdat verslechtering optreedt. Hierom adviseert de Ecologische Autoriteit onder andere bufferzones langs de randen van het Natura-2000-gebieden te creëren. Het toevoegen van een verslechterend element, het