Agendabundel
Tekst van het document
Met inachtneming van de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)’ geldt voor de categorie ‘aannemersbedrijven met werkplaats b.o. > 1000 m2’ een minimale richtafstand van 50 meter. Aangezien onderhavig gebied wordt gekenmerkt als een ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand in casu worden verlaagd tot 30 meter. De afstand van de grens van de inrichting van onderhavige locatie tot de gevel van de nieuw te realiseren woning bedraagt circa 26 meter. In dat verband wordt gewezen op het feit, dat de bedrijfsactiviteiten van het aannemersbedrijf aan de noordelijke zijde volledig worden afgeschermd door het installatiebedrijf, dat op de locatie ‘T Sittert 4 wordt geëxploiteerd. Door de afschermende werking van deze bebouwing wordt eveneens de bedrijfsvoering van dit bedrijf niet verder beperkt. Daar komt bij dat de woning Bosserveldweg 41
26
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
op kortere afstand is gelegen van onderhavig aannemersbedrijf waardoor deze woning maatgevend is voor de bestaande exploitatie en de uitbreidingsmogelijkheden van dit bedrijf. Met inachtneming van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van onevenredige hinder die van invloed zou kunnen zijn op het woon- en leefklimaat van de door initiatiefnemers beoogde nieuwe woning. Andersom vormt woningbouw op onderhavige locatie geen (extra) belemmeringen voor bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving van de Bosserveldweg. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.
4.5.2
Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
27
M197546.002/ASE
Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plaatse van de Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg één nieuwe woning op te richten. De beoogde woning wordt voorzien op gronden met de bestemming ‘Bedrijf’. Ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ wordt een functiewijziging beoogd zodat deze gronden voor woondoeleinden kunnen worden gebruikt. Dit voornemen heeft geen invloed op het aspect luchtkwaliteit. Het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.504 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. Onderhavige ontwikkeling leidt niet tot een dergelijk aantal verkeersbewegingen. 4.5.3
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet op onderhavig project van toepassing.
4.5.4
Conclusie luchtkwaliteit Gelet op het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
4.6
Externe veiligheid In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object. Het beleid is derhalve van toepassing. Er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid.
4.6.1
Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico.
28
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
4.6.2
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht.
4.6.3
Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Verantwoording van het groepsrisico Voor bepaalde situaties geldt op basis van het beleid een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.
Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, de cRnvgs (circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen) en het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Voor buisleidingen geldt dat de verantwoording van het groepsrisico van toepassing is binnen de 1%letaliteitsafstand van de buisleiding. Als de ruimtelijke ontwikkeling buiten de 100%-letaliteitsafstand plaatsvindt of buiten de 10-8 plaatsgebonden risicocontour voor toxische stoffen, of het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of met minder dan 10% toeneemt, kan een aantal onderdelen van de verantwoording achterwege worden gelaten. In dat geval richt de focus zich hoofdzakelijk op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid. Conform het Bevt dient een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde verantwoord te worden.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
29
M197546.002/ASE
4.6.4
Beoordeling externe veiligheidsrisico’s Ten behoeve van de beoordeling van de mogelijke externe veiligheidsrisico’s, is de Risicokaart Limburg geraadpleegd. Op de risicokaart is informatie opgenomen over risicovolle bedrijven, transportroutes en buisleidingen.
Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding projectgebied
Ten opzichte van onderhavig projectgebied kan worden gewezen op het feit dat enkel op een afstand van circa 215 en 365 meter ten zuiden en ten westen van onderhavig projectgebied bovengrondse propaantanks zijn gelegen. Andere risicobronnen zijn in de nabije omgeving niet aanwezig. Gelet op deze ruime afstand vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.6.5
Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande uiteenzetting wordt onderhavig project niet belemmerd door externe veiligheidsrisico’s.
30
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
5
Overige ruimtelijke aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.
5.1
Archeologie Archeologische waarden zijn bij wet beschermd (Monumentenwet 1988, hoofdstuk vijf ‘Archeologische monumentenzorg’). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. Voorheen werd dit door de provincie gedaan, maar deze beperkt zich momenteel tot zaken die van provinciaal belang zijn. Voor (gemeentelijke) bestemmingsplannen (daaronder tevens begrepen: wijzigingsplannen) betekent dit concreet het volgende: de gemeenteraad dient bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden en monumenten; in een bestemmingsplan kan in het belang van de archeologie een vergunningenstelsel worden opgenomen. De aanvrager van een vergunning, waarbij bodemverstoring plaats vindt, kan langs de weg van het bestemmingsplan de verplichting krijgen tot het laten uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek. Zo nodig kunnen aan dergelijke vergunningen regels worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden en monumenten. De gemeente Roerdalen beschikt over de ‘Archeologieverordening 2010’. Deze verordening biedt een soort voorbescherming voor archeologische waarden.
In de verordening wordt de mogelijkheid geboden om archeologische monumenten en verwachtingszones aan te wijzen en deze te verbinden aan categorieën regels en voorwaarden. De regels en voorwaarden overeenkomstig de verordening dienen te worden verwerkt in de regels van nieuw op te stellen bestemmings-/wijzigingsplannen. Gelet op de archeologische monumenten- en verwachtingskaart van de gemeente liggen de gronden binnen een ‘hoge verwachting voor droge landschappen’.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
31
M197546.002/ASE
Uitsnede archeologische monumenten- en verwachtingskaart gemeente Roerdalen met aanduiding projectgebied
Het bouwplan heeft een oppervlakte van ruim 150 m2. Ter plekke van het projectgebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ van kracht op grond van het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt een archeologische onderzoeksverplichting onder ander op het moment dat een bouwplan wordt beoogd met een grotere oppervlakte dan 1000 m2. Met betrekking tot onderhavig woningbouwinitiatief is van belang dat het bouwplan géén groter oppervlak heeft dan 1000 m2. Nader archeologisch onderzoek is om die reden niet noodzakelijk. Dat neemt niet weg dat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ voor dit perceel behouden blijft.
5.2
Kabels en leidingen Door het projectgebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen met een planologische beschermingszone. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Indien aanpassingen aan de bestaande aansluitingen moeten worden doorgevoerd, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
32
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
5.3
Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige ontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.
5.3.1
Verkeersstructuur Initiatiefnemers zijn voornemens om aan de Bosserveldweg te Sint Odiliënberg een levensloopbestendige woning te realiseren. Deze locatie is in aan de zuidzijde van de dorpskern Sint Odiliënberg gelegen. De Bosserveldweg vormt een zuidelijke aftakking van de Schaapsweg. De Schaapsweg ligt in het verlengde van de Linnerweg en mondt uit in de Provincialeweg respectievelijk de N293. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstromen als gevolg van de nieuwe levensloopbestendige burgerwoning probleemloos kan opvangen.
5.3.2
Parkeren De CROW-publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ voorziet in parkeerkencijfers voor vrijstaande koopwoningen. Onderhavige locatie is gelegen in ‘niet stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Daarbij zijn minimaal 1,9 en maximaal 2,7 parkeerplaatsen benodigd. Op het eigen perceel van onderhavige locatie is voldoende ruimte beschikbaar voor het parkeren van minimaal drie auto’s. Geconcludeerd moet worden dat de parkeerbehoefte op eigen terrein kan worden opgevangen waardoor zich parkeerproblemen in de openbare ruimte ten gevolge van onderhavige ontwikkeling niet voordoen.
5.4
Waterhuishouding
5.4.1
Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal waterplan is het (strategische) waterbeleid van het Rijk vastgelegd. De hoofdlijnen van het Nationaal waterplan luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): a. een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; b. een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; c. een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; d. een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen. Het Nationaal waterplan kent een looptijd van 2016 tot 2021 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.
5.4.2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
33
M197546.002/ASE
belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
5.4.3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het Waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende Waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Gelet op de waterkaart is onderhavig projectgebied niet gelegen in een gebied waar het Waterschap een belang in heeft.
Waterkaart digitale watertoets met aanduiding Bosserveldweg te Sint Odiliënberg
34
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
Binnen het projectgebied zal niet meer dan 200 m2 verhard oppervlak worden aangebracht, waardoor het project niet behoeft te worden voorgelegd aan het Waterschap Limburg. 5.4.4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen de projectlocatie wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige ontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Roerdalen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het projectgebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui van met een neerslaghoeveelheid van 80 millimeter in 2 uur, met een noodoverlaat.
Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plekke van onderhavig projectgebied een levensloopbestendige woning op te richten met een bebouwde oppervlakte van 152,1 m2. Daarnaast wordt er een terras van circa 40 m2 aangelegd. Om de capaciteit van de beoogde hemelwatervoorziening te kunnen berekenen, wordt uitgegaan van een te bebouwen en verharden oppervlak van circa 200 m². Dit oppervlak impliceert een hoeveelheid te bufferen en af te voeren hemelwater van (200 x 80 =) 16 m³. Uitwerking hemelwatervoorziening Het perceel aan de Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg heeft een lengte van circa 123 meter. Aan de oostzijde van de nieuw te bouwen woning wordt de achtertuin van initiatiefnemers gerealiseerd. Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plaatse van onderhavig perceel een groene buffervoorziening te creëren in de vorm van een wadi. Daar kan het hemelwater rechtstreeks infiltreren in de bodem waardoor wateroverlast voor derden wordt voorkomen. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening kan in dat opzicht tevens dienst doen als
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
35
M197546.002/ASE
bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn. 5.4.5
Conclusie Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen onoverkomelijke belemmeringen voor voorliggende ontwikkeling.
36
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
5.5
Natuur en landschap
5.5.1
Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het noordelijk gelegen ‘Roerdal’. De afstand tussen onderhavig projectgebied en dit Natura 2000 gebied bedraagt circa 543 meter. Ter plaatse van onderhavig projectgebied zelf is geen Natura2000-gebied aanwezig.
Kaart ‘Natura2000’ van Atlas Limburg met aanduiding projectgebied
Met inachtneming van onderhavige planontwikkeling is de effectenindicator geraadpleegd. Onderhavige locatie is momenteel onbebouwd en in gebruik als weiland. Het voornemen is om ter plekke van onderhavig perceel een nieuwe levensloopbestendige woning op te richten.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
37
M197546.002/ASE
Uitsnede effectenindicator
Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de activiteiten van de initiatiefnemers in het plangebied: Oppervlakteverlies: Het project ligt buiten het Natura 2000-gebied Roerdal. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn er geen effecten op dit Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied; Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. De beoogde ontwikkeling leidt tot een beperkte toename van verkeersbewegingen ter plaatse. In paragraaf 5.5.2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt middels een stikstofberekening aangetoond dat onderhavige ontwikkeling geen invloed heeft op het nabijgelegen Natura2000gebied ‘Roerdal’. Verstoring door geluid: Ter plaatse van onderhavig projectgebied is momenteel de bestemming ‘Bedrijf’ van kracht. Het voornemen is om ter plaatse van onderhavig projectgebied een functieverandering door te voeren zodat ter plekke woondoeleinden mogelijk worden. Met inachtneming van de ligging van onderhavig projectgebied leidt deze functieverandering niet tot een extra verstoring van geluid omdat ter plaatse geen bedrijfsactiviteiten (meer) zijn
38
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
toegestaan. Verstoring door licht: Gelet op de ligging, het gebruik en de afstand van de woning tot de Natura 2000 gebieden hebben de activiteiten in en bij de woning geen verstoring tot gevolg op Natura 2000 gebieden voor wat betreft dit aspect. Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Dit leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. Het project bevindt zich op circa 543 m afstand van het Natura-2000 gebied en op een dergelijke afstand worden dieren zoals de kamsalamander niet verstoord; Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwervelingen etc. In het stikstofonderzoek (Stikstofberekening; documentnummer M197546.003/ASE; d.d. 13 mei 2020) dat is bijgevoegd als bijlage 3, wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Daarnaast ligt onderhavig projectgebied buiten de begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk. Daar komt bij dat onderhavige planontwikkeling niet tot gevolg heeft dat bomen worden verwijderd. Dat betekent dat de hierbij horende wet- en regelgeving niet van toepassing is.
5.5.2
Mogelijke effecten voor Natura 2000-gebieden Het Programma Aanpak Stikstof (hierna: het PAS) is in het leven geroepen om enerzijds ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd ook te voorzien in maatregelen die nodig zijn voor het behoud en herstel van Natura 2000-gebieden. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Als een project significant negatieve effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming vereist. Initiatiefnemers hebben de wens om aan de Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg een levensloopbestendige woning op te richten. Gedurende de bouwfase van de nieuwe woning zullen machines met verbrandingsmotoren worden ingezet, zoals graafmachines of hijskranen. Daarnaast neemt het aantal verkeersbewegingen gedurende de gebruiksfase van onderhavige woning toe.
Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of de bouwfase en de gebruiksfase mogelijk vergunningplichtig zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming. Derhalve is door Aelmans ROM B.V. op 13 mei 2020 een stikstofonderzoek uitgevoerd (Stikstofberekening; documentnummer M197546.003/ASE; d.d. 13 mei 2020). De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 3. Op basis van de Aerius-berekening kan worden geconcludeerd dat zowel voor de bouwfase als de gebruiksfase negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden kunnen
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
39
M197546.002/ASE
worden uitgesloten. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het aspect stikstof geen belemmeringen oplevert voor onderhavig voornemen.
5.6
Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Natuurgegevens provincie Limburg met aanduiding projectgebied
Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plekke van onderhavig perceel aan de Bosserveldweg een levensloopbestendige woning te realiseren. Met inachtneming van deze ontwikkeling zijn de in kaart gebrachte natuurgegevens van de Provincie Limburg geraadpleegd. Ter plekke van onderhavig projectgebied zelf zijn blijkens deze gegevens geen beschermde soorten fauna waargenomen. Wel zijn aan de oost- en westzijde van onderhavig perceel een aantal bomen aanwezig. Bij de situering van de nieuwe woning wordt rekening gehouden met de gevellijnen van nabijgelegen woningen. Dit heeft tot gevolg dat de nieuwe woning meer dan 20 meter van de straatzijde wordt geprojecteerd, waardoor onderhavig voornemen geen invloed heeft op de ter plaatse aanwezige bomen. De natuurgegevens van de Provincie Limburg spitsen zich toe op vogels en flora. Eventueel is onderhavige ontwikkeling van invloed op mogelijk ter plaatse aanwezige zoogdieren. In dit verband
40
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
wordt in paragraaf 5.5.1. en 5.5.2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing nader ingegaan op ter plaatse mogelijk voorkomende diersoorten. Tevens wordt daar inzichtelijk gemaakt of storingseffecten aan de orde zijn. Geconcludeerd wordt dat onderhavige ontwikkeling niet leidt tot oppervlakteverlies, verontreiniging, verstoring door geluid en licht, optische verstoring dan wel verstoring door mechanische effecten. Geconcludeerd kan worden dat met betrekking tot het aspect flora- en fauna geen belemmeringen aanwezig zijn ten behoeve van onderhavige ontwikkeling.
5.7
Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige- en duurzaamheidsmaatregelen van belang. Onderhavig initiatief is gericht op het realiseren van een levensloopbestendige burgerwoning aan de Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg. De beoogde burgerwoning betreft een duurzaam gebouwd woonhuis voorzien van onder andere hoge isolatiewaarden, een warmtepomp en pv-panelen, zodat de woning zeer energiezuinig wordt uitgevoerd en er geen gebruik gemaakt behoeft te worden van fossiele brandstoffen. Daarnaast kan worden gewezen op het feit dat de EPC (energie prestatie coëfficiënt) voor woningen per 1 januari 2015 0,4 bedraagt.
In dit verband is relevant dat de EPC voor de beoogde nieuwbouwwoning 0,3 of lager zal zijn. Derhalve wordt aan het aspect duurzaamheid voldaan.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
41
M197546.002/ASE
42
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
6
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de ontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
6.1
Grondexploitatie
6.1.1
Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
6.1.2
Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onderhavige ontwikkeling ziet op de bouw van een woning waardoor sprake is van een bouwplan. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden:
het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
43
M197546.002/ASE
De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers van het project. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.
6.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een ontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van een dergelijke planschadeovereenkomst is, dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefnemers. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.
6.3
Formele procedure
6.3.1
Algemeen De wettelijke procedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van de ontwerpvergunning. 2. Ter inzage legging van de ontwerp omgevingsvergunning met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag (gemeenteraad dan wel B&W), indien er zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk binnen 6 maanden nadat de aanvraag is ontvangen en indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. 5. Algemene bekendmaking van de omgevingsvergunning. 6. Mogelijkheid tot beroep bij de rechtbank voor belanghebbende binnen 6 weken na bekendmaking besluit. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 7. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de rechtbank. 8. Uitspraak rechtbank 9.
Mogelijkheid tot Hoger beroep bij Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking uitspraak rechtbank. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende
44
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M197546.002/ASE
werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 10. Uitspraak Afdeling.
6.3.2
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggende omgevingsvergunning heeft vanaf …-…-2020 tot en met …-…-2020 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijze ingekomen.
Ruimtelijke onderbouwing Bosserveldweg ong. te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
45