CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsadviescommissie 10 oktober 2023, gemeente Roerdalen40.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Afdeling 7. Vuurverbod

Pagina 36 van 54

Artikel 5:23 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden; d. Sint Maartensvuren, mits wordt voldaan aan de brandveiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de “Nadere regels evenementen” (zie bijlage) en de verleende ontheffing op grond van artikel 10.2 en 10.63 Wet Milieubeheer. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:3 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:3, vijfde lid juncto eerste lid, 2:4, tweede lid en 4:10, eerste lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:2 Toezichthouders 1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:  de politieambtenaren werkzaam binnen het grondgebied van de gemeente Roerdalen;  buitengewoon opsporingsambtenaren, faunabeheerders en wildbeheerseenheden, die werkzaam zijn binnen de politie eenheid Limburg en/of deel uitmaken van het BOA netwerk van de politie eenheid Limburg ;  opsporingsambtenaren en handhavers in dienst van het Servicecentrum MER, afdeling Omgevingsdienst, team Toezicht, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd;  ingehuurde opsporingsambtenaren die in opdracht van de gemeente Roerdalen controles voeren;  ambtenaren van de provincie Limburg belast met het toezicht op handhaving van de openbare ruimte en/of milieuwetgeving in opdracht van de gemeente Roerdalen;  medewerkers van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord die in opdracht van de gemeente Roerdalen controles uitvoeren;  ambtenaren van de waterschappen die in opdracht van de gemeente Roerdalen controles uitvoeren;

Pagina 37 van 54

 2.

de Groene Brigade van de provincie Limburg voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019 wordt ingetrokken. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024. 2. In afwijking van het eerste lid treedt Afdeling 1 van Hoofdstuk 4 (Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting) in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 november 2023. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De voorzitter,

R.J.J. Notermans

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 38 van 54

Toelichting op de Algemene plaatselijke verordening 2023 Roerdalen Deze toelichting is een aanvulling op de model Algemene plaatselijke verordening (hierna Apv) van de VNG en heeft betrekking op de afwijkingen van die modelverordening en op gemaakte keuzen waar in de model Apv alternatieve regelingen worden gegeven. Opmerking verdient dat de artikelen in de model Apv VNG een andere nummering hebben dan de artikelen in de Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023. Verder wordt in de toelichting gesproken over de Apv met vervolgens de vermelding van een jaartal. (bijvoorbeeld Apv 2010). Het bijgevoegde jaartal verwijst naar het jaar waarop de betreffende Apv is vastgesteld. Deze verschillende termen worden gebruikt om een onderscheid te kunnen maken tussen de oude Apv ’s en de nieuwe Apv 2023. Er zijn een aantal algemene zaken aangepast om de Apv actueel te houden. Het betreft onder andere het volgende:   

de verwijzingen die verband hebben met de komst van de Omgevingswet zijn in de Apv 2023 aangepast; in verband met de komst van de Alcoholwet zijn de termen die betrekking hebben op de ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door de ‘Alcoholwet’; er zijn kleine tekstuele wijzigingen opgenomen die door de VNG werden voorgesteld.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In de Apv 2019 zijn in overeenstemming met de Aanwijzingen voor de regelgeving het opschrift “Begripsbepalingen” vervangen door “Definities”. Verder is in dit artikel een duidelijke definitie opgenomen van het begrip “reclame”. Onder reclame valt ook indirecte reclame. Het gaat hierbij om reclame die niet de directe doelstelling heeft om reclame te maken, maar die wel dat effect heeft. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het maken van reclame middels graffiti op een muur zichtbaar vanaf de openbare weg. Omdat reclame niet alleen betrekking heeft op handelsreclame, is ook een definitie van het begrip “ideële reclame” opgenomen. Een aantal andere definities zijn overgeheveld naar artikel 1:1. Het betreft onder andere de definities bromfiets, motorvoertuig, parkeren, voertuig. Deze waren eerst opgenomen in artikel 5:1 en 5:20. Verder zijn een aantal begrippen met betrekking tot de aanpak van de Outlaw Motor Gang (OMG) toegevoegd. In de Apv 2023 zijn in verband met de komst van de Omgevingswet in artikel 1:1 diverse definities gewijzigd, daarnaast is in 1:1 lid 2 de definitie van beperkingengebiedactiviteit toegevoegd. Het artikel en de begripsbepalingen die betrekking hebben op een Outlaw motor gang zijn vervallen in de Apv 2023. (zie ook de toelichting bij Hoofdstuk 2, Afdeling 1, Artikel 2:1)

Pagina 39 van 54

Artikel 1:2 Beslistermijn In de Apv 2019 is aan het artikel de zinsnede toegevoegd “Deze beslistermijn begint de dag na de datum van ontvangst van de aanvraag”. Door deze toevoeging is duidelijk dat de eerste dag na de datum van ontvangst de termijn begint te lopen. In de Apv 2023 is lid 3 aangepast in verband met de komst van de Omgevingswet. Oude artikel 1:3 APV 2010, Indiening aanvraag, vervallen De wetgever heeft in de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) al een sluitend systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: die worden ingewilligd of geweigerd. In artikel 4:5 Awb is daarop één uitzondering gemaakt: een aanvraag die zo gebrekkig is dat die moet worden aangevuld voor ze kan worden afgehandeld kan buiten behandeling worden gelaten. Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de aanvraag aan te vullen. In dat systeem past niet dat de gemeente een nieuwe reden introduceert waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten. In plaats van buitenbehandeling laten zal een aanvraag die onredelijk laat wordt ingediend waardoor een goede beoordeling niet mogelijk is moeten worden afgewezen. Het bevoegd gezag moet dan motiveren waarom een goede toets van bijvoorbeeld de veiligheid of de openbare orde niet mogelijk is omdat de periode tussen het tijdstip van de indiening van de aanvraag en de activiteit waarop die aanvraag ziet daarvoor te kort is.

Een aanvraag die dusdanig laat wordt ingediend dat een volledige, goede en tijdige beoordeling niet mogelijk is zal moeten worden afgewezen in plaats van buiten behandeling worden gelaten. Zie in dit verband de toelichting bij de wijziging van artikel 1:7. Artikel 1:3 Voorschriften, voorwaarden en beperkingen In de Apv 2019 is aan het artikel nog de definitie voorwaarden toegevoegd. Voorwaarden zijn namelijk niet hetzelfde als voorschriften en beperkingen. Zo kan een voorwaarde zijn dat alleen van de toestemming gebruik mag worden gemaakt als zich een bepaalde omstandigheid voordoet. Door de toevoeging worden de mogelijkheden van het bevoegd bestuursorgaan vergroot. In de Apv 2023 is lid 3 aangepast in verband met de komst van de Omgevingswet.

Artikel 1:4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing In de Apv 2019 is aan het artikel de zinsnede toegevoegd “tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet”. De aard van de vergunning of ontheffing kan zich namelijk verzetten tegen een persoonlijk karakter. In de Apv 2023 is lid 2 aangepast in verband met de komst van de Omgevingswet.

Artikel 1:5 Intrekken schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing In de Apv 2019 is aan onderdeel c de definitie voorwaarden toegevoegd. Voorwaarden zijn namelijk niet hetzelfde als voorschriften en beperkingen. In de Apv 2023 is aan dit artikel de mogelijkheid tot schorsing toegevoegd. In navolging van artikel 32 van de Alcoholwet kan de bevoegdheid tot schorsing van een vergunning of ontheffing worden opgenomen in de Apv. De schorsing is een minder drastisch middel dan de intrekking en geeft het bevoegd gezag daardoor meer flexibiliteit bij de inzet van handhavingsbevoegdheden. Verder is lid 2 toegevoegd in verband met de komst van de Omgevingswet. Artikel 1:7 Weigeringsgronden Zoals in de toelichting hierboven uiteen is gezet kunnen gemeenten bij verordening geen aanvullende gronden stellen waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten,

Pagina 40 van 54

zoals voorheen was gedaan in artikel 1:3 Apv 2010 ten aanzien van aanvragen die werden ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig had. Het is echter weinig zinvol – voor zowel de gemeente als de aanvrager – om te beginnen met een inhoudelijk toetsing van een aanvraag als door het (late) tijdstip van indienen van de aanvraag een – volledige en – goede beoordeling hiervan niet redelijkerwijs mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waarvoor de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft. Een vergunning of ontheffing zal in dergelijke gevallen niet (tijdig) verleend kunnen worden. Zie in dit verband ook artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Een (snelle) weigering schept (snel) duidelijkheid voor de aanvrager en voorkomt een onnodige inspanning aan de kant van de gemeente. Het tweede lid biedt nu een weigeringsgrondslag voor dergelijke gevallen, voor zover de betreffende aanvraag is ingediend minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Oude artikel 1:9 , Lex Silencio Positivo (hierna LSP), vervallen In de Apv 2019 is het oude artikel 1:9 Lex Silencio Positivo vervallen.

Per 1 januari 2012 zijn gemeenten verplicht om in hun verordeningen op te nemen, op welke bepalingen de LSP al dan niet van toepassing is. De gemeente kan de LSP slechts niet van toepassing verklaren, als er sprake is van een dwingende reden van algemeen belang. Wat onder dwingende redenen van algemeen belang verstaan moet worden is bepaald in de Dienstenrichtlijn en wordt verder ontwikkeld in de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Dwingende redenen van algemeen belang zijn bijvoorbeeld: openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, doelstellingen van sociaal beleid, bescherming van het milieu en stedelijk milieu met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening, etc. Omwille van de duidelijkheid wordt niet langer in dit artikel geregeld voor welke onder de Europese Dienstenrichtlijn vallende vergunningen of ontheffingen wel of geen LSP van toepassing is, maar bij ieder afzonderlijk artikel zelf. Het oude artikel 1:9 Apv 2010 is daarom vervallen. Verder zijn de artikelleden waarmee de lex silencio positivo (paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb), positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) ten overvloede van toepassing werd verklaard of uitgezonderd, verwijderd. Daar waar toepasselijkheid van de lex silencio positivo reeds uit de wet voortvloeit, wordt dit in de Apv niet meer herhaald.

Ook in gevallen waarin de lex silencio positivo niet reeds op grond van de wet van toepassing is en er evenmin redenen zijn om deze van toepassing te verklaren in de Apv 2019, is over de toepasselijkheid hiervan niets bepaald. De lex silencio positivo wordt in de Apv 2019 alleen nog van toepassing verklaard in gevallen waarin dit niet reeds uit de wet voortvloeit, maar het toch wenselijk is te voorzien in een positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, voor zover het gaat om activiteiten die niet onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vallen.

Hoofdstuk 2 Openbare orde Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Aan dit artikel is in de Apv 2019 een bepaling toegevoegd m.b.t. de aanpak van outlaw motorcycle gangs (hierna OMG’s) In de Apv 2023 is het artikel en de begripsbepalingen die betrekking hebben op de OMG’s niet meer opgenomen. Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV 2019 opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde

Pagina 41 van 54

lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). ( Artikel 2:1a Gebiedsontzeggingen In de Apv 2010 had het college de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen waar een gebiedsontzegging kon worden opgelegd. Daarnaast had de burgemeester de bevoegdheid om de gebiedsopzegging op te leggen aan een persoon voor een bepaalde periode. Vanwege de openbare orde en veiligheid zijn beide bevoegdheden in de Apv 2019 bij de burgemeester neergelegd. Daarnaast is deze werkwijze ook veel praktischer en efficiënter, omdat bij het opleggen van een gebiedsontzegging geen apart besluit meer door het college en de burgemeester hoeft te worden genomen. In de Apv 2019 is in het artikel geen limitatieve lijst meer opgenomen van strafbare feiten waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd. Daarnaast is opgenomen dat een gebiedsontzegging kan worden opgelegd vanwege het verrichten van strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen. Door deze ruimere formulering heeft de burgemeester meer mogelijkheden om een gebiedsontzegging op te leggen. In het eerste lid is ook toegevoegd dat de burgemeester naast de gebiedsontzegging kan bevelen zich zodanig buiten dat gebied te gedragen dat het effect daarvan ook in dit gebied direct merkbaar zijn.

Door deze toevoeging wordt voorkomen dat iemand buiten het gebied dingen doet die merkbaar zijn binnen dit gebied. Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen In de Apv 2019 is bepaling in de vorm van een verbodsbepaling gegoten. Op deze manier kan de burgemeester optreden als de kennisgeving niet wordt gedaan. En de burgemeester kan de betoging eventueel verbieden. Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:3 Voorwerpen op of aan de weg Op grond van artikel 2:10A tot en met 2:10 D Apv 2010 was het verboden zonder voorafgaande vergunning de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Om de burger, ondernemer en de ambtelijke organisatie te ontlasten is deze vergunningplicht vervangen door nadere regels. De artikelen 2:10 A tot en met 2:10 D zijn daarom vervallen. In de Apv 2019 is een verbodsbepaling opgenomen waarin onder andere is geregeld dat het verboden is de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. In de “Nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen Roerdalen 2019” is vervolgens geregeld in welke gevallen dit verbod niet geldt. Door gebruik te maken van deze nadere regels vervalt de vergunningplicht.

Voor gevallen waarbij het risico voor de openbare veiligheid groot is blijft wel nog een ontheffingsplicht bestaan. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een hijskraan op de weg.

Artikel 2:6 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Dit artikel is opgenomen in de Apv 2019. Deze bepaling is misschien niet strikt noodzakelijk, omdat ook privaatrechtelijk en, wanneer sprake is van voorwerpen of beplanting op of aan de weg, op grond van artikel 2:3 van de Apv 2019 en Apv 2023 kan worden opgetreden. Maar dit artikel kan wel praktisch zijn en is sneller in te zetten dan het privaatrecht. Bovendien is het denkbaar dat sprake is van beplanting of voorwerpen, al dan niet op geruime afstand van de weg, die het uitzicht belemmeren en hinderlijk zijn voor het verkeer.

Pagina 42 van 54

Artikel 2:8 (Rook)verbod in bossen, natuurterreinen, heidevelden en venen, etc. In de Apv 2019 is een algemeen verbod om te roken in bossen, bosschages, heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan opgenomen. Voorheen gold dit verbod alleen voor de maanden april tot en met september. Verder is in de Apv 2019 aan het artikel toegevoegd dat het in bossen, bosschages, heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan verboden is, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. In de Brandbeveiligingsverordening Roerdalen 2012 was een bepaling opgenomen over bossen, heidevelden en venen. Op grond van dit artikel kon het college voorschriften opleggen aan een rechthebbende van bijvoorbeeld een bos, heideveld en veen om brandgevaar te voorkomen. Omdat per 1 januari 2018 het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: het Besluit) in werking is getreden is de Brandbeveiligingsverordening ingetrokken. Hierdoor is dit artikel vervallen. Vergelijkbare voorschriften zijn opgenomen in artikel 6.1 en 6.3 van het Besluit. Omdat deze artikelen enkel zijn gericht op eenieder in een natuurgebied en niet op de rechthebbende is de inhoud van dit artikel opgenomen in artikel 2:8 Apv 2019.

Oude artikel 2:19 APV 2010, Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp, vervallen In de Apv 2019 is het artikel vervallen. Deze bepaling valt nu onder 2:3 Apv 2019 en Apv 2023. Afdeling 3 Evenementen In de Apv 2019 is het volgende opgenomen: Artikel 2:10 en 2:11 Evenementen Geen vergunningplicht meer voor het organiseren van een A- evenement In artikel 2:25 Apv 2010 was opgenomen dat het verboden is om een evenement te organiseren zonder vergunning van de burgemeester. Conform de definities van het ‘Handboek openbare orde en veiligheid bij evenementen’ van de Veiligheidsregio Limburg-Noord worden drie klassen evenementen onderscheiden: A-evenement: regulier eenvoudig evenement. Binnen onze gemeente zijn optochten, rommel – en speelgoedmarkten, carnavalsactiviteiten, activiteiten Koningsdag, Kerstmarkten, Sint Maarten feesten, dorps - en koningsschieten, jaarmarkten, wielertoertochten, openluchtconcerten alsmede straat- en buurtfeesten hier voorbeelden van. Op te merken valt dat bij deze evenementen verschillende risicogradaties van toepassing kunnen zijn. Het aantal te verwachten bezoekers en de risico’s bij A - evenementen kunnen divers zijn. Zo kan het om een evenement gaan met een paar honderd bezoekers, maar ook om een paar duizend bezoekers. B-evenement: evenement met verhoogde aandacht en met een gemiddeld risico. Dit is een evenement met een lokale of regionale uitstraling.

Bij een dergelijk evenement wordt naast lokaal publiek ook publiek vanuit de regio verwacht. De bondschuttersfeesten zijn hier voorbeelden van. C-evenement: risico en grootschalig evenement met een verhoogd risico. Dit is een evenement met een sterke bovenregionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt ook publiek van buiten de regio verwacht. Een voorbeeld van een C – evenement is het Zuid Limburgs Federatiefeest in Montfort. De klasse- indeling vindt plaats aan de hand van het scoreformulier risicopotentie evenement. Om te komen tot lastenvermindering en om de kwaliteit van de regels te verbeteren is de vergunningplicht voor een A- evenement vervallen. Daarvoor in de plaatsen gelden de “Nadere regels evenementen Roerdalen 2019”. Het evenement hoeft alleen nog te worden gemeld via een

Pagina 43 van 54

meldformulier. In de nadere regels zijn de voorschriften e.d. opgenomen die onder de APV 2010 aan de evenementenvergunning werden verbonden. Geen vergunning meer voor brandveiligheidsaspecten bij een evenement Artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) regels worden gesteld over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen en basishulpverlening op die plaatsen. Deze AMvB heet het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: het Besluit). Door het Besluit gelden per 1 januari 2018 landelijke regels voor de brandveiligheid van ‘overige plaatsen’. Bij het Besluit gaat het bijvoorbeeld om tenten op evenemententerreinen, (kampeer)terreinen, tribunes, podiums, varende objecten, etc. Voor dit brandveilig gebruik kan worden volstaan met een melding. Uiteraard moet hierbij wel worden voldaan aan de gestelde regels in het Besluit. Voorheen gold hiervoor op basis van de “Brandbeveiligingsverordening Roerdalen 2012” (hierna: BBV) een vergunningplicht. In de “Nadere regels A- evenementen Roerdalen 2017” waren voorschriften opgenomen over brandveiligheid. Op deze manier werd de brandveiligheid gewaarborgd. Hierdoor was voor het plaatsen van een tent bij een A- evenement geen vergunning nodig, maar kon worden volstaan met een melding.

Omdat per 1 januari 2018 het Besluit in werking is getreden zijn de bepalingen over brandveiligheid in de nadere regels vervallen. In de nadere regels blijven de: -regels over constructieve veiligheid bij evenementen; -standaard regels GHOR, en; -de standaard politievoorwaarden; van kracht, omdat deze elders niet geregeld zijn. De gewijzigde nadere regels gelden voor alle evenementen, omdat de regels over constructieve veiligheid, de GHOR regels en de standaard politievoorwaarden zowel op de A als de B – en C evenementen van toepassing kunnen zijn. Meldplicht A- evenement en aanvragen overige vergunningen, ontheffingen en besluiten Ondanks het feit dat bij een A- evenement kan worden volstaan met een melding, blijft een organisator van een A- evenement verantwoordelijk voor het aanvragen van de overige benodigde vergunningen, ontheffingen en besluiten. Als bijvoorbeeld een weg moet worden afgesloten, dan moet door het college een verkeersmaatregel worden genomen. En als bij het evenement alcoholhoudende dranken worden verstrekt, is een ontheffing op grond van de Alcoholwet vereist. Dit betreft vergunningplichten op grond van nationale wetgeving. De gemeente heeft geen invloed op de vergunningplicht. Deze vergunningvoorschriften kunnen daardoor niet in nadere regels worden ondergebracht.

Niettemin is voor de organisator van een A- evenement en voor de gemeente sprake van lastenverlichting. Artikel 2:11 Evenementen Negende lid In de praktijk komt het voor dat activiteiten bij een A- evenement worden georganiseerd waarvoor geen voorschriften zijn opgenomen in de “Nadere regels evenementen”. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan: -het plaatsen en in gebruik hebben van hijswerktuigen ten behoeve van een parachutetent; -het plaatsen in gebruik hebben van een mobiele kogelvanger voor schietactiviteiten in dorpskern; -overige constructies, zoals plaatsen meibomen. Om de openbare orde en veiligheid te waarborgen is daarom in de Apv 2019, in het artikel evenementenvergunning, opgenomen dat in bepaalde gevallen voorschriften aan een melding kunnen worden gesteld.

Pagina 44 van 54

Meld- en indieningstermijnen In de Apv 2019 is opgenomen dat een melding 8 weken voor de aanvang van een A- evenement moet worden ingediend. Deze termijn wordt redelijk geacht om de melding goed te kunnen beoordelen. Voor de B- en C evenementen geldt dat een uiterste indieningstermijn van acht weken te kort is. Daarom wordt de uiterste indieningstermijn bij C- evenementen op 26 weken gesteld en bij B evenementen op 14 weken. Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:13 Exploitatievergunning De exploitatievergunning biedt de burgemeester de mogelijkheid om regels te stellen ten behoeve van de woon- en leefsituatie in de omgeving van een horecaonderneming. In een exploitatievergunning worden criteria opgenomen om nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat te voorkomen. Bij strijdigheid met deze criteria kan de vergunning worden geweigerd of worden ingetrokken. Een exploitatievergunning is persoonsgebonden. Meerwaarde van de exploitatievergunning Op een exploitatievergunning(aanvraag) kan net als op een alcoholwetvergunning(aanvraag) de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: wet Bibob) worden toegepast. Op grond van de wet Bibob kan een onderzoek worden ingesteld naar de integriteit van een ondernemer. In grote lijnen werkt dit als volgt.

Als op grond van het vergunningonderzoek twijfels bestaan over de integriteit van een ondernemer wordt aan de aanvrager een Bibob-formulier toegestuurd. Als op grond van dit ingevuld formulier twijfels blijven bestaan over de integriteit van de ondernemer kan het Regionale Expertise en Informatie Centrum (RIEC) worden ingeschakeld. Het RIEC is een gespecialiseerde organisatie die nadere gegevens opvraagt en controleert bij een Bibob-onderzoek. Op grond van dit onderzoek kan het RIEC adviseren om een nader onderzoek te laten instellen door bureau Bibob. Op basis van dit onderzoek kan worden geadviseerd om de vergunning niet te verlenen of in te trekken. Een Alcoholwetvergunning wordt alleen verleend voor horecaondernemingen waar bedrijfsmatig alcohol wordt verstrekt voor gebruik ter plaatste. Een exploitatievergunning kan ook worden verleend voor horecaondernemingen waar geen alcohol wordt verstrekt. Dit noemt men ook wel de “droge horeca”. Denk aan cafetaria ‘s, thee- en koffiehuizen, ijssalons, shoarmazaken, zonnestudio’s, clubhuizen van bijvoorbeeld motorclubs en shisha-lounges (bars waar een waterpijp kan worden gerookt). De meerwaarde van de exploitatievergunning is dat de Wet Bibob ook kan worden toegepast bij horecaondernemingen waar geen alcohol wordt verstrekt.

Door de exploitatievergunningplicht wordt voorkomen dat de gemeente (onbedoeld) criminele activiteiten faciliteert en hierbij (onbedoeld) een klimaat creëert waarbij Roerdalen onveiliger wordt en hierdoor de leefbaarheid in negatieve zin beïnvloedt. In het kader van de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde misdaad is de exploitatievergunning een geschikt middel om deze problematiek tegen te gaan en aan te pakken. Daarnaast kan het niet hanteren van de exploitatievergunningplicht een aanzuigende werking hebben. Het risico bestaat namelijk dat criminele organisaties zich juist in Roerdalen vestigen omdat daar de exploitatievergunningplicht niet bestaat. Dit is dan ook één van de redenen waarom steeds meer gemeenten in de provincie Limburg ervoor kiezen om het exploitatievergunningstelsel te gebruiken. Bij afdeling 4 zijn in de Apv 2019 ook een aantal artikelen toegevoegd waardoor een leidinggevende op de exploitatievergunning kan worden toegevoegd zonder dat daarvoor een compleet nieuwe aanvraag moet worden ingediend. Hierbij is aangesloten bij het systeem van de Alcoholwet.

Pagina 45 van 54

Nadere regels terrassen Voor het exploiteren van een terras hoeft geen aparte terrasvergunning te worden verleend. Als een nieuw terras wordt geëxploiteerd of als de bestaande situatie van een terras wijzigt, dan is er alleen een (wijziging van een) exploitatievergunning nodig. Verder gelden naast de exploitatievergunningplicht nadere regels voor terrassen. De exploitant van een terras moet voldoen aan deze nadere regels. Dit zorgt voor duidelijkheid en eenduidigheid. De nadere regels kunnen niet worden “aangetast” door het opleggen van vergunningvoorschriften die afwijken van deze nadere regels. Wat in de nadere regels is voorgeschreven, valt buiten het bereik van de exploitatievergunning. De nadere regels hebben betrekking op de verkeersveiligheid, de openbare orde en veiligheid bij het exploiteren van terrassen. Artikel 2:14 Sluitingstijd In de Apv 2010 was de mogelijkheid opgenomen dat de burgemeester een ontheffing kan verlenen van het sluitingsuur van een horecaonderneming. In de praktijk kwam het er op neer dat bij elke afwijking van het sluitingsuur een ontheffing moest worden verleend. In artikel 2:13 Apv 2019 is opgenomen in welke gevallen een ruimere sluitingstijd geldt. Tijdens de kermis en Koningsnacht wordt bijvoorbeeld een ruimere sluitingstijd gehanteerd.

Ook wordt de horecaondernemers, via een meldplicht, de mogelijkheid geboden om vijf keer per jaar één uur langer open te zijn. Deze melding moet worden ingediend via het emailadres verruimingsluitingsuurRoerdalen@servicecentrum-mer.nl Als gevolg van het opnemen van de sluitingstijden en het meldsysteem in de Apv 2019, hoeft geen ontheffing meer te worden verleend door de burgemeester. Om de openbare orde en veiligheid te waarborgen behoudt de burgemeester wel de bevoegdheid om voor één of meer openbare inrichtingen een andere sluitingstijd vast te stellen. Afdeling 4A Regulering para commerciële rechtspersonen uit de Alcoholwet In de Apv 2019 is zijn onderstaande artikelen toegevoegd: Artikel 2:18b, eerste lid Hieronder vallen voornamelijk de dorpshuizen c.q. gemeenschapshuizen. Een maximaal verblijf van één uur na afloop van de verenigingsactiviteit wordt door de paracommerciële horeca als zeer kort ervaren. In de praktijk zien wij dat met name muziekverenigingen, buurtverenigingen, bejaardenverenigingen, vrouwenverenigingen gebruik maken van deze accommodaties. De verruiming tot twee uur na afloop verenigingsactiviteit komt tegemoet aan de wens van de paracommerciële horeca. Artikel 2:18b, tweede lid Hieronder vallen met name de sportkantines.

Door op te nemen dat alleen één uur voor aanvang en tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon alcohol mag worden verstrekt, maar niet later dan 02:00 uur, worden de schenktijden gereguleerd. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende dranken een ondersteunend karakter blijft houden. Met andere woorden, voorkomen wordt dat er door ruime schenktijden een verkapt café ontstaat. Artikel 2:18c Deze bepaling is onder andere op verzoek van KHN, afdeling Roerdalen opgenomen.

Pagina 46 van 54

Artikel 4 van de Alcoholwet bevat onder meer de verplichting bij gemeentelijke verordening regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Met het opnemen van deze bepaling wordt aan deze verplichting voldaan. Door dit artikel wordt voorkomen dat (veelal gesubsidieerde) paracommerciële instellingen op onaanvaardbare wijze concurreren met de reguliere horeca door bijeenkomsten van persoonlijke aard te houden. Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op bijeenkomsten waarbij alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die geen direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen. Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van een vereniging of kampioensreceptie, vallen deze niet onder het bereik van deze bepaling. Met bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn worden onder ander bedrijfsfeesten, personeelsfeesten, koffietafels bedoeld.

Artikel 2:18d Artikel 25a lid onder b biedt de gemeente de mogelijk om de burgemeester bij in de verordening te stellen regels voorschriften aan een vergunning te verbinden en de vergunning te beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Op grond van de gewijzigde wet is de burgemeester verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving. Om deze verantwoordelijkheid goed uit te kunnen oefenen is in de verordening aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om voorschriften aan de vergunning te verbinden en om de vergunning te kunnen beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Afdeling 5 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:21 Nachtregister De artikelen in de Apv 2019 over het nachtregister zijn zodanig geformuleerd dat, naast een inrichting zoals bedoeld in artikel 2:19 Apv 2019 en Apv 2023, ook de exploitant of beheerder van, dan wel anderszins rechthebbende op een recreatiepark dat gelegenheid geeft tot nachtverblijf verplicht is om een nachtregister bij te houden. Op deze manier kan bijvoorbeeld de verplichting van het bijhouden van het nachtregister ook worden opgelegd aan een vereniging van eigenaren op een recreatiepark.

Afdeling 5A Toezicht op campings en recreatieparken

Deze afdeling is in de Apv 2023 toegevoegd. Gemeenten hebben de laatste jaren een grote rol gekregen in het tegengaan van 'ondermijnende criminaliteit'. Van de lokale overheid wordt verwacht dat deze zich 'weerbaar' opstelt tegen dit soort ongewenste ontwikkelingen. De rol van de gemeente komt daarbij met name tot uiting in het gebruik van bestuurlijke instrumenten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het invoeren van een vergunningplicht voor bepaalde activiteiten (zoals we momenteel onder meer een horeca-exploitatievergunning kennen). De eisen die aan een vergunning gesteld kunnen worden, zoals bijvoorbeeld een procedure op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (verder Wet Bibob), kunnen een preventieve werking hebben. Daarnaast biedt het verplicht stellen van bepaalde vergunningen extra mogelijkheden om onwenselijke activiteiten via toezicht en handhaving tegen te gaan. Door het opnemen van deze norm, worden campings en recreatieparken geschikt voor meer dan 25 recreatie-standplaatsen binnen de gemeente Roerdalen verplicht om in het bezit te zijn van de benodigde exploitatievergunning. Dit zal, naast

Pagina 47 van 54

de handhaving van permanente bewoning op de recreatieparken binnen onze gemeente, mede bijdragen aan de revitalisering van de recreatiesector binnen de gemeente Roerdalen.

Afdeling 6 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:23 Speelgelegenheden In de Apv 2019 is het bevoegd gezag van de minister Justitie of de Kamer van Koophandel vervangen door de raad van bestuur van de kansspelautoriteit. Deze bevoegdheid komt sinds de instelling van de kansspelautoriteit op 1 april 2012 en de daarmee samenhangende wijziging van de Wet op de Kansspelen toe aan de raad van bestuur van de kansspelautoriteit. Definities die voorheen in de Apv 2016 stonden en ook in de Wet op de Kansspelen staan zijn nu niet meer opgenomen. Nu wordt rechtstreeks verwezen naar de Wet op de Kansspelen. Afdeling 7 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:26 Plakken en kladden In de Apv 2019 zijn de bepalingen die privaatrechtelijk door de rechthebbende kunnen worden aangepakt uit dit artikel verwijderd. Artikel 2:30 Verboden drankgebruik Op grond van artikel 2:30 Apv 2010 had het college gebieden aangewezen waar het verboden is op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Om het voor de burgers makkelijker en overzichtelijker te maken, maar ook vanwege efficiency redenen, zijn in de Apv 2016 en 2019 de destijds aangewezen locaties opgenomen. Voor het college blijft echter de mogelijkheid bestaan om nieuwe gebieden aan te wijzen.

In de Apv 2019 was opgenomen dat het voor een ieder verboden was alcoholhoudende drank te gebruiken etc op de aangewezen openbare plaatsen. In de Apv 2023 is dit aangepast. Vanwege de wijziging van de Alcoholwet, is het voor jongeren onder de achttien jaar reeds op grond van die wet verboden om alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes en blikjes met dergelijke drank bij zich te hebben, daarom is hier bepaald dat het verbod in de Apv alleen geldt voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. Artikel 2:33 Verblijven honden en loslopende honden Op grond van artikel 2:33 APV 2010 heeft het college plaatsen aangewezen waar het de eigenaar of houder van een hond verboden is die hond te laten verblijven of te laten lopen. Om het voor de burgers makkelijker en overzichtelijker te maken, maar ook vanwege efficiency redenen, zijn in artikel 2:33 Apv 2016 en 2019 de destijds aangewezen locaties opgenomen. Het oude aanwijzingsbesluit is door het college ingetrokken. Artikel 2:34 Verontreiniging door honden Op grond van artikel 2:58 Apv 2010 heeft het college plaatsen aangewezen waar de eigenaar of houder van een hond verplicht is ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet. Vanwege verduidelijking zijn in artikel 2:58 Apv 2016 en 2019 de destijds aangewezen locaties opgenomen.

Het oude aanwijzingsbesluit is door het college ingetrokken. Artikel 2:35a Gevaarlijke honden op eigen terrein Het aanlijn- en/of muilkorfgebod dat de burgemeester kan opleggen voor het laten verblijven of laten lopen van een gevaarlijke hond op een openbare plaats of op het terrein van een ander, is niet in alle gevallen voldoende om bijtincidenten te voorkomen. Deze maatregel is geregeld in artikel 2:35 Apv 2019. Deze regeling voorkomt niet dat mensen worden geconfronteerd met bijtincidenten op privéterrein. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan postbezorgers en koeriers, maar ook aan bijtincidenten die plaatsvinden binnen een huishouden. Om hier aan tegemoet te komen is artikel 2:35a Apv 2019 opgenomen. In dit artikel is geregeld dat het de eigenaar of de houder van een hond verboden is die hond zonder muilkorf op zijn terrein los te

Pagina 48 van 54

laten lopen. Het verbod geldt niet als in de bepaling genoemde voorzieningen zijn getroffen waardoor gevaar voor derden in de openbare en vrij toegankelijke privéruimte niet aanwezig is. Dit artikel is gericht op de veiligheid in de openbare ruimte en voorkomt dat gevaarlijke honden op de openbare weg komen doordat ze van het terrein ontsnappen. Afdeling 8 Consumentenvuurwerk en carbidschieten Met het opnemen van de afdeling consumentenvuurwerk en carbidschieten in de Apv 2023 is het mogelijk dat het college bepaalde gebieden kan aanwijzen als plaatsen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken. Dit kunnen plaatsen zijn die gevoelig zijn voor geluid, zoals bijvoorbeeld verzorgingstehuizen of dierenasiels. Daarnaast wordt met het artikel over carbidschieten de mogelijkheid geboden om ook het carbidschieten beter te kunnen reguleren. Afdeling 9 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:41 Cameratoezicht op openbare plaatsen Op grond van artikel 151c van de Gemeentewet kan de gemeenteraad aan de burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen tot het uitvoeren van cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde.

Op grond van artikel 2:41, eerste lid Apv 2019 verleent de gemeenteraad zonder beperkingen de bevoegdheid aan de burgemeester tot plaatsing van camera’s ten behoeve van de handhaving van de openbare orde op openbare plaatsen. Per 1 juli 2016 is artikel 151c van de Gemeentewet gewijzigd, waardoor niet alleen toezicht met vaste camera’s mogelijk is, maar ook met mobiele camera’s. De reden is met name dat vaste camera’s in de praktijk vaak niet adequaat bleven bij het bestrijden van zich snel en gemakkelijk verplaatsende criminaliteit, hinder en vandalisme.

Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. In de Apv 2023 zijn in afdeling 2 artikel 3:8a en 3:8b toegevoegd. Gemeenten zijn in afwachting van de nieuwe Wet regulering sekswerk om de bepalingen over seksinrichtingen in de Apv aan te passen. Het kabinet moet zich nog buigen over het nieuwe wetsvoorstel. Onduidelijk is wanneer dat dit gaat plaatsvinden. En of het nog gaat plaatsvinden. Vanuit het RIEC, Project 1863 is er behoefte om de gemeentelijke verordeningen voor prostitutie in de provincie Limburg te uniformeren. Het aanpassen van de verordeningen is een laagdrempelige oplossing. Het RIEC geeft aan dat wachten op de inwerkingtreding van de nieuwe wet onwenselijk is gelet op de knelpunten in de praktijk. Het is met name zeer wenselijk dat de gemeente beschikt over een instrumentarium gericht op de bescherming van jeugdige prostitue(é)s. Met artikel 3:8a wordt een leeftijdseis voor prostitué(e)s geïntroduceerd. Met name jonge prostitué(e)s zijn vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel. Oudere prostitué(e )s zijn weerbaarder. Het stellen van een leeftijdsgrens wordt als passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden te bestrijden. Daarmee is het onderscheid naar leeftijd objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel. Bovendien zijn de middelen voor het bereiken van het doel passend en noodzakelijk.

Hierdoor levert het onderscheid naar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie. De leeftijd van 21 jaar is volgens het RIEC en Project 1863 gekozen omdat het Wetsvoorstel uit gaat van de leeftijd van 21 jaar; het kabinet al langere tijd voornemens is om de minimumleeftijd van 21 jaar te hanteren; en ook deze leeftijd gebruikt wordt in model Apv van de VNG.

Pagina 49 van 54

Artikel 3:8b richt zich niet tot exploitanten of prostitué(e )s, maar hun (potientiële) klanten. Kort gezegd is het verboden om gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e)s die werkzaam is/zijn in het illegale circuit. Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een kennelijk onvergunde seksinrichting.

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting In de Apv 2019 werd aangegeven dat waar voorheen werd gesproken van het Besluit wordt in de Apv 2019 gesproken over het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op deze manier was duidelijk om welk Besluit het ging. Artikel 4:1 Definities Activiteitenbesluit milieubeheer. In de Apv 2023 is opgenomen dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt ingetrokken. Regels over geluid in een gemeentelijke verordening (artikel 2.17, lid 7, artikel 2.17a, lid 5, artikel 2.18, lid 5, artikel 2.19a, lid 2, artikel 2.21, lid 1, artikel 2.21, lid 2, Activiteitenbesluit) die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht zijn, blijven gelden tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. Dit staat in artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Vandaar dat in de geluidsartikelen nog wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer.In de geluidsartikelen wordt ook nog verwezen naar het begrip inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Wet milieubeheer is bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet grotendeels ingetrokken. Omdat het begrip inrichting in de Omgevingswet niet meer voorkomt is in de geluidsartikelen nog aansluiting gezocht bij de oude wetgeving.

De wet geluidhinder is ook bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken, maar om nog bepaalde begrippen te kunnen definiëren wordt hier ook nog naar verwezen. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Op grond van artikel 4:2 Apv 2010 werd door het college collectieve festiviteiten aangewezen waar een hoger geluidsniveau was toegestaan binnen een inrichting voor bepaalde perioden. Omdat al sinds 2010 dezelfde festiviteiten met de daarbij behorende perioden zijn aangewezen, zijn in artikel 4:23 Apv 2019 en Apv 2023 deze collectieve festiviteiten opgenomen. Op deze manier ontstaat meer duidelijkheid voor de burger, de ondernemer, maar ook voor een toezichthouder. Daarnaast hoeft niet meer ieder jaar door het college een nieuw aanwijzingsbesluit te worden genomen. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Op grond van artikel 4:21 Apv 2010 waren door het college plaatsen aangewezen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel het voorkomen van schade aan de openbare gezondheid, verboden is landbouwplastic op te slaan, te plaatsen of dan wel aanwezig te hebben. Ook waren er door het college plaatsen aangewezen waar dit verbod niet geldt.

Om het voor de burgers makkelijker en overzichtelijker te maken, maar ook vanwege efficiency redenen, zijn in artikel 4:13 Apv 2016, Apv 2019 en de destijds aangewezen locaties opgenomen. In de “Nadere regels opslaan plaatsen of aanwezig hebben van landbouwplastic” is vervolgens opgenomen in welke gevallen het verbod niet geldt. Het oude aanwijzingsbesluit is door het college ingetrokken. Artikel 4:14 Verbod reclame en nadere regels In de Apv 2019 is het oude vergunningsplichtige artikel 4:23 Apv 2010 is geschrapt. In dit artikel was o. a. geregeld dat: “het verboden is zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een

Pagina 50 van 54

onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is”. In de plaats daarvoor is in artikel 4:14 Apv 2019 een verbodsbepaling voor het maken van reclame opgenomen. Op grond van dit artikel heeft het college de bevoegdheid om in nadere regels vast te stellen wanneer dit verbod niet geldt. Dit betreft de “Nadere regels reclame Roerdalen 2019” Door de “Nadere regels reclame” is geen Apv vergunning meer nodig voor het maken van reclame. Ook is in de Apv 2019 het oude artikel 4:23b Apv 2010 (handhaving reclame) verwijderd. De bevoegdheid om handhavend op te treden vloeit namelijk al voort uit de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. Verder is in de Apv 2019 het oude artikel 5:7 APV 2010 (parkeren reclamevoertuigen) verwijderd. Dit is nu geregeld in de “Nadere regels reclame Roerdalen 2019”. Artikel 4:15 Bescherming paddenstoelen Paddenstoelen werden en worden niet beschermd door de Wet op de Natuurbescherming en de Omgevingswet. Om te voorkomen dat in natuurgebieden diverse, veelal eetbare, paddenstoelen worden geplukt is in de bescherming hiervan in de Apv 2019 voorzien. Verder heeft het college op grond van het oude artikel 4:25 APV 2010 het Nationaal Park de Meinweg aangewezen waar het verboden is om paddenstoelen bij zich te hebben of te plukken.

Vanwege verduidelijking en efficiency is dit gebied nu in de Apv 2019 opgenomen. Het oude aanwijzingsbesluit is door het college ingetrokken. Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:11 Verzamelen van geld of goederen In artikel 5:13 APV 2010 was opgenomen dat het verboden is om te collecteren zonder vergunning van het college. Om de burger, ondernemer en de ambtelijke organisatie te ontlasten is deze vergunningplicht vervangen door nadere regels. Door gebruik te maken van de “Nadere regels collecteren Roerdalen 2019” vervalt de vergunningplicht. Op grond van de “Nadere regels collecteren Roerdalen 2016” was het verboden om op zondag te collecteren. Omdat in de praktijk met Sinterklaas en Carnaval op zondag wordt gecollecteerd is in de “Nadere regels collecteren Roerdalen 2019” een ontheffingsmogelijkheid opgenomen voor het collecteren op zondag. Verder zijn de bepalingen over collecteren in de Apv 2019 en in de “Nadere regels collecteren Roerdalen 2019”nu zodanig geformuleerd zodat daar ook leden- of donateur wervingsacties onder vallen. Afdeling 3. Venten Oude artikel 5:16 APV 2010, Vrijheid van meningsuiting, vervallen In dit artikel werd een uitzondering gemaakt voor het venten met gedrukte stukken.

Bij een stelsel met een ventvergunning is dat noodzakelijk, omdat op grond van artikel 7 van de Grondwet geen vergunning mag worden geëist voor het gebruik maken van een zelfstandig middel van bekendmaking. Bij de huidige redactie van artikel 5:12 Apv 2019 en Apv 2023 is zo’n artikel overbodig. Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:15 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden In artikel 5:18 Apv 2010 was opgenomen dat het verboden is zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Op grond van dit artikel heeft het college op 31 december 2009 het “standplaatsenbeleid Roerdalen” vastgesteld. Vanwege eenduidigheid en duidelijkheid is in artikel 5:15 Apv 2019 en Apv 2023 opgenomen dat het college nadere regels kan vaststellen voor het innemen of hebben van een standplaats. Het “standplaatsenbeleid Roerdalen” is daarom omgeschreven naar de “Nadere regels standplaatsen

Pagina 51 van 54

Roerdalen 2016”. Het “standplaatsenbeleid Roerdalen” van 31 december 2009 is daarom door het college ingetrokken. In deze nadere regels zijn de uitgangspunten van de oude beleidsnotitie overgenomen. Hierbij is de inhoud van de regels niet gewijzigd. Vanwege ontwikkelingen zijn in 2019 de “Nadere regels standplaatsen Roerdalen 2020” vastgesteld. In vergelijking met de “Nadere regels standplaatsen Roerdalen 2019” betreft het de volgende wijzigingen. Geen vergunningen meer voor onbepaalde tijd A. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en recente jurisprudentie mag een vergunning voor een standplaats niet meer voor onbepaalde tijd worden verleend. In het kader van de Apv gaat het niet om de reguliere weekmarkt, maar om losse incidentele standplaatsen. Denk bijvoorbeeld aan een kaasboer of een visboer die één keer per week op een vaste aangewezen locatie een standplaats inneemt. In de “Nadere regels standplaatsen Roerdalen 2020” was opgenomen dat een standplaatsvergunning werd verleend voor een maximale periode van vijf jaar. Op grond van jurisprudentie en onderzoek bleek de termijn van vijf jaar niet meer houdbaar waarna deze termijn in 2023 middels een wijzigingsbesluit in de “Nadere regels standplaatsen Roerdalen 2020”gewijzigd is naar twaalf jaar.

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) van 1 juli 2021 met ECLI:NL:RVS:2021:1588 (Nijmegen) ECLI:NL:RVS:2021:1588, Raad van State, 202001963/1/A3 (rechtspraak.nl) en Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel - SEO Economisch Onderzoek Nieuwe toewijzingsprocedure Tevens bestaat de verplichting duidelijke en transparante regels te hebben op grond waarvan de verdeling van standplaatsvergunningen plaatsvindt. Dit betekent dat standplaatsvergunningen die eindigen niet meer automatisch via een aanvraag of wachtlijst worden afgegeven. Als een nieuwe aanvraag binnenkomt dan worden de vrijgekomen vergunningen openbaar gemaakt via een advertentie in het plaatselijke huis-aan-huis blad en in het Gemeenteblad. Liefhebbers voor de standplaats kunnen zich vervolgens (voor een bepaalde datum) inschrijven voor de vrijgekomen standplaats(en). Bij meer dan één gegadigde voor een standplaatsvergunning op een bepaalde locatie wordt via loting de standplaats toegewezen. Wat blijft hetzelfde? Er geldt nog steeds een maximumstelsel per aangewezen locatie per kern. Daarnaast kan ook nog steeds gebruik worden gemaakt van een proefperiode. De standplaatsvergunning blijft persoonsgebonden. De vergunningplicht bij standplaatsen is gehandhaafd, omdat deze vergunningen niet meer voor onbepaalde tijd mogen worden verleend.

Het afschaffen van de vergunningplicht leidt ook tot praktische bezwaren. Zo wordt bijvoorbeeld in de vergunning de stroomverstrekking geregeld en is door het afschaffen van de vergunning niet meer duidelijk wanneer aan iemand een bepaalde standplaats is toegewezen. Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:19 Organiseren van een snuffelmarkt In de Apv 2016 was een apart artikel opgenomen voor het organiseren van een snuffelmarkt. De snuffelmarkt is nu ondergebracht bij het artikel over evenementen. Een snuffelmarkt valt nu onder de definitie van een A- evenement waarbij kan worden volstaan met een melding. Dit maakt het gemakkelijker en efficiënter.

Pagina 52 van 54

Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Artikel 5:23 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken In artikel 5:22, eerste lid Apv 2019, is opgenomen dat het verboden is in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Op grond van artikel 5:22, derde lid Apv 2019 kan het college hiervan ontheffing verlenen. In artikel 5:22, tweede lid Apv 2019 is opgenomen dat: “mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, het verbod niet van toepassing is op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. Aan dit artikellid is in de Apv 2019 onderdeel d toegevoegd. Dit luidt als volgt: “Sint Maartensvuren” die onder toezicht van de brandweer worden gestookt, mits wordt voldaan aan de brandveiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de “Nadere regels evenementen Roerdalen 2019” en de voorschriften zoals opgenomen in de verleende ontheffing op grond van artikel 10.2 en 10.63 Wet Milieubeheer”. Hierdoor is geen Apv- ontheffing meer nodig voor de Sint Maartensvuren. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet milieubeheer grotendeels ingetrokken.

Het hoofdstuk over afvalstoffen (hoofdstuk 10) is echter in de wet Milieubeheer blijven staan. Vandaar dat hier naar de relevante artikelen uit hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt verwezen.

Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel

6:1

Strafbepaling

Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad op overtreding van zijn verordeningen straf stellen. Deze straf mag niet zwaarder zijn dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) zijn de maxima van de zes boetecategorieën opgenomen. Het maximum van een boete van de eerste categorie bedraagt € 380 en van de tweede categorie € 3800. Het is overigens uiteindelijk de strafrechter die de soort en de maat van de straf in een concreet geval bepaalt, tot de grens van de door de gemeenteraad gekozen boetecategorie. Hierbij dient de rechter op grond van artikel 24 WvSr rekening te houden met de draagkracht van de verdachte. Het algemeen geldende minimum van de geldboete bedraagt € 3 (artikel 23, tweede lid, WvSr). De Gemeentewet heeft aan de gemeenteraad de keuze gelaten op overtreding van verordeningen geldboete te stellen van de eerste óf de tweede categorie. De gemeenteraad heeft daarbij de ruimte om binnen de verordening onderscheid te maken naar bepalingen waar bij overtreding een straf van de eerste dan wel van de tweede categorie op staat. Uiteraard kan in de Apv ook worden gekozen voor een enkele strafmaat. Deze keuze is binnen de gemeente Roerdalen gemaakt.

Omdat per 1 januari 2018 het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: het Besluit) in werking is getreden is de Brandbeveiligingsverordening ingetrokken. Nu het Besluit echter voorziet in een regeling van de onderwerpen die voorheen in de Brandbeveiligingsverordening geregeld waren, kan de bestuurlijke boete niet meer worden opgelegd wegens overtreding uit die verordening maar wegens overtreding van de bepalingen uit het Besluit. Omdat de Brandbeveiligingsverordening is ingetrokken, is de bestuurlijke boete opgenomen in artikel 6:1 Apv 2019.

Pagina 53 van 54

Artikel 6:2 Toezichthouders In artikel 6:2 Apv 2010 was opgenomen dat met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van ons dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Op grond van deze regeling moesten bij elke wijziging en bij het verlopen van een aanwijzingsbesluit de toezichthouders opnieuw worden aangewezen. Om te voorkomen dat telkens nieuwe aanwijzingsbesluiten moeten worden genomen zijn de toezichthouders in de Apv 2019 en Apv 2023 aangewezen. In de Apv 2019 en de Apv 2023 zijn niet alleen de boa’s en de handhavers van de MER Omgevingsdienst aangewezen, maar bijvoorbeeld ook de medewerkers van de groene brigade en de toezichthouders van de provincie. Het voordeel is tevens dat in geval van samenwerking alle partijen bevoegd zijn om handhavend op te treden.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding

In de APV is in artikel 6:6 opgenomen dat afdeling 1 van hoofdstuk 4 in werking treedt op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1.

Pagina 54 van 54

Bijlage 2.: was-wordt-tabel Apv Roerdalen Leeswijzer: In de linker kolom is de tekst uit de Apv 2019 opgenomen. De cursief weergegeven tekst wijzigt of komt te vervallen. In de rechter kolom staat het tekstvoorstel voor de Apv 2023, waarbij de wijzigingen of aanvullingen blauw en vet gedrukt staan. Bestaande tekst Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019)

Nieuwe tekst Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023)

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Bestaande tekst Intitulé

Nieuwe tekst Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019) De raad van de gemeente Roerdalen heeft;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=8fe1ed3e-3cee-4dd5-be9f-03e6c85bc4b9