Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raadsadviescommissie van 10 oktober 2023 Agenda bijlagen Vastgestelde getekende besluitenlijst 10-10-2023 1 Vaststellen agenda Agenda raadsadviescommissie 10-10-2023 2 Mededelingen (zonder stukken) 3 Rondvraag (zonder stukken) 4 Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 Raadsvoorstel - Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 Bijlage 1: Raadsbesluit Bijlage 2: was-wordt tabel Apv 2023 5 Definitieve verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning De Steeg ongenummerd te Melick Raadsvoorstel - Definitieve verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning De Steeg ongenummerd te Melick 1. Nota van zienswijzen 2. Situatietekening 4. Raadsbesluit 3. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. een omgevingsvergunning realisatie levensloopbestendige woning aan De Steeg te Melick 6 Verklaring van geen bedenkingen Linnerweg 34 Montfort Raadsvoorstel -Verklaring van geen bedenkingen Linnerweg 34 Montfort Bijlage 1. Aanvraag omgevingsvergunning Bijlage 2. Concept ruimtelijke onderbouwing Bijlage 3. Raadsbesluit
,6
gemeente roerdalen
Besluitenlijst vergadering raadsadviescommissie op dinsdag 10 oktober 2023
Aanwezig
Voorzitter: Commissiegriffier:
M. Schotemeijer D. Abels
Leden:
R. Ramakers, CDA G. van Elmpt, Democraten Roerdalen P. van Elmpt, Democraten Roerdalen D. Mestrum, Ons Roerdalen J. Peggen, Ons Roerdalen C. Heldens, PvdA-GroenLinks C. Moorman, PvdA-GroenLinks W. van Pol, Roerstreek Lokaal!
Tevens aanwezig
Burgemeester:
M. de Boer-Beerta
Wethouder:
R. Slangen
Ambtelijke ondersteuning:
Pagina 1
C. Shanks, Team Bestuurszaken (agendapunt 4) A. Willems, Jurist MER (agendapunt 4) L. van Melick, Team REO (agendapunt 5) G. Vosbeek, Team REO (agendapunt 6)
l
gemeente roerdalen
Opening
De vergadering wordt geopend om 19.30 uur.
1. Vaststelling agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
2. Mededelingen
Burgemeester M. de Boer-Beerta deelt mee dat de actie van Limburg Helpt, 'Geef een jas, verwarm een hart' inmiddels in onze gemeente al 178 winterjassen heeft opgeleverd. Wethouder R. Slangen vermeldt dat de eerst twaalf woningen in Vlodrop gereed zijn. Tevens heeft er een officieel persmoment plaatsgevonden bij de lokale media, waaronder een uitzending bij Ll TV met een interview van wethouder L. Vestjens.
3. Rondvraag
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.
4. Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023
Het gevraagde besluit behelst: 1. De "Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019" per 1 januari 2024 in te trekken; 2. De "Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023" vast te stellen. ~ .. 1;..·,
~·- '
•
,·
.a. .}
'
,,,
~, -', ·:
•
.
.
~·
., -
ye
•
-
1. Is het voorstel rijp voor behandeling in de gemeenteraad?
CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks, Roerstreek Lokaal!
2. Inhoudelijk advies
CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks, Roerstreek Lokaal!
3. Advies wijze van behandeling in de raad t s
ge
•
i
t
Pagina 2
r
l
a
à;'
s
3
_, gemeente roerdalen
5. Definitieve verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning De Steeg ongenummerd te Melick
Het gevraagde besluit behelst: 1. In te stemmen met de nota van zienswijzen; 2. Een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van een woning aan De Steeg ongenummerd in Melick; 3. Geen exploitatieplan vast te stellen. ,
• •
, ,
-
'
.
.
'
'
.
...
•
~
•
4
~
~
'
1. Is het voorstel rijp voor behandeling in de gemeenteraad? CDA, Democraten Roerstreek Lokaal!
Roerdalen,
Ons
Roerdalen,
PvdA-GroenLinks,
Roerdalen,
Ons
Roerdalen,
PvdA-GroenLinks,
2. Inhoudelijk advies CDA, Democraten Roerstreek Lokaal!
3. Advies wijze van behandeling in de raad
6. Verklaring van geen bedenkingen Linnerweg 34 Montfort
Het gevraagde besluit behelst: Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven op grond van artikel 2.27 Wabo voor het realiseren van een werkplaats aan de Linnerweg 34 Montfort. Toezegging: Wethouder R. Slangen geeft aan dat eventuele bedrijfsopslag in het buitengebied niet is toegestaan. De bedrijfsactiviteiten, ook opslag, dienen inpandig plaats te vinden. Toegezegd wordt om dit aspect uitdrukkelijk in het besluit van de vergunningverlening op te nemen. Het besluit wordt ter kennis gebracht aan de vergadering. (toezegging reg. nr. 2023-36)
Pagina 3
g
kis gemeente roerdalen
1. Is het voorstel rijp voor behandeling in de gemeenteraad? CDA, Democraten Roerstreek Lokaal!
Roerdalen,
Ons
Roerdalen,
PvdA-GroenLinks,
CDA, Democraten Roerdalen, Roerstreek Lokaal!aece
Ons
Roerdalen,
PvdA-GroenLinks,
2. Inhoudelijk advies
3. Advies wijze van behandeling in de raad
De voorzitter sluit de vergadering om 20.02 uur
Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 november 2023.
~ er,
Pagina 4
gemeente roerdalen Agenda raadsadviescommissie d.d. 10 oktober 2023
Aanvangstijdstip: 19.30 uur
Nr.
Onderwerp
Indiener Agendapunt
Aard Behandeling
-
Opening
01
Vaststelling agenda
n.v.t.
Ter bespreking/besluitvorming
02
Mededelingen (zonder stukken)
n.v.t.
Ter bespreking
03
Rondvraag (zonder stukken)
n.v.t.
Ter bespreking
04
Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023
College van Ben W (portefeuillehouder M. de BoerBeerta)
Ter bespreking/advisering
05
Definitieve verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning De Steeg ongenummerd te Melick
College van Ben W (portefeuillehouder J. WesthelleAelen)
Ter bespreking/advisering
06
Verklaring van geen bedenkingen Linnerweg 34 Montfort
College van B en W (portefeuillehouder J. WesthelleAelen)
Ter bespreking/advisering
-
Sluiting
St. Odiliënberg, 20 september 2023
~ dviseur,
2.
D. Abels
6
gemeente roerdalen
Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp: Datum: Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Gevraagd besluit:
Z23-038574 Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 5 september 2023 College van Burgemeester en wethouders Roerdalen mr. M.D. de Boer-Beerta 1. De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019 in te trekken per 1 januari 2024; 2.
Bijlage(n):
De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 vast te stellen.
Bijlage 1: Raadsbesluit Bijlage 2: was-wordt tabel Apv 2023
Toelichting bij het raadsvoorstel 1.
Onderwerp
Het aanpassen en actualiseren van de Algemene plaatselijke verordening van Roerdalen
2.
Inleiding
Geschiedenis
In 2016 is een grote dereguleringsslag gemaakt in de Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016. (hierna Apv). In 2019 is de Apv van 2018 (inclusief de wijzigingen van de Apv 2016) geëvalueerd. Uit deze evaluatie bleek dat de deregulering een goed effect heeft gehad en dat de regels goed werken. Wel waren en nog wat kleine aanpassingen noodzakelijk. Deze evaluatie heeft ertoe geleid dat de Apv 2019 is opgesteld en enkele nadere regels en formulieren zijn aangepast. Actualiseren Apv
Op dit moment zijn er nog de spreekwoordelijke puntjes die op de i gezet moeten worden. Tevens worden (juridische) onvolkomenheden en onjuistheden verholpen. Daarnaast worden enkele inhoudelijke wijzigingen voorgelegd, vanwege recente ontwikkelingen die van invloed zijn op de Apv. Bij de actualisatie is het VNG-model als uitgangspunt genomen en zijn recente ontwikkelingen meegenomen.
Pagina 1 van 5
111111111111111111111111111 l lll l llll l ll lllll lllll l llll lil l ll
-' gemeente roerdalen
Omgevingswet Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen (deels) enkele wetten, waarnaar in de Apv wordt verwezen. Om met de bestaande Apv te kunnen doorwerken, is een juridisch technische aanpassing van de Apv noodzakelijk. In dit voorstel wordt dit nader uitgewerkt. Er vindt bij deze juridisch technische wijzigingen geen inhoudelijke omzetting plaats. 3.
Beslispunten
1.
De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019 in te trekken per 1 januari 2024;
2.
De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 vast te stellen.
4.
Argumenten
De Algemene plaatselijke verordening gemeente Roerdalen 2019 is vastgesteld op 12 december 2019 en in werking getreden op 1 januari 2020. Zoals gebruikelijk komen in de loop der tijd onvolkomenheden in de tekst van de bepalingen naar voren, leiden uitspraken van de rechter, dan wel wijziging van hogere regelgeving tot gewenste aanpassingen. Daarnaast ontstaat in de praktijk de wens extra bepalingen op te nemen, dan wel bepalingen aan te passen ten behoeve van de praktijk. In de wijziging van de Apv die nu voorligt, zijn de meest recente aanpassingen uit de modelverordening van de VNG verwerkt, en er is voor zover dit van toepassing is aansluiting gezocht bij de Apv van de samenwerkende gemeenten Echt-Susteren en Maasgouw. Dit betreffen voornamelijk actualiseringen en kleine technische en tekstuele aanpassingen, maar ook een paar inhoudelijke wijzigingen. De inhoudelijke wijzigingen worden puntsgewijs vermeld onder het kopje inhoudelijke wijzigingen. Inhoudelijke wijzigingen:
Toezicht op campings en recreatieparken, afdeling SA, artikelen2:22a t/m 2:22h Gemeenten, politie en RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum) zien een verschuiving ontstaan van ondermijnende criminaliteit richting campings en recreatieparken. Met het instellen van een exploitatie-vergunningsplicht voor campings en recreatieparken heeft de gemeente meer mogelijkheden om handhavend op te treden in geval van ondermijnende criminaliteit middels de Wet Bibob. Daarnaast biedt het de gemeente een tool om toezicht uit te kunnen oefenen op eventuele verstoringen van de openbare orde en het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten op of rondom campings en recreatieparken. Bovendien gaat van een vergunningsplicht een preventieve werking uit. Dit draagt bij aan het aantrekken van bonafide ondernemers en het weren van malafide ondernemers. De vergunningplicht zal niet gaan gelden voor campings of vakantieparken die zijn ingericht voor het exploiteren van 25 recreatieplaatsen of minder, aangezien de risico's op het gebied van verstoringen van de openbare orde en veiligheid en ondermijnende criminaliteit hier minder groot zijn.
Pagina 2 van 5
_, gemeente roerdalen
De inwerkingtreding van het nieuwe vergunningstelsel voor campings- en recreatieparken binnen de gemeente betekent dat de verplichting voor het hebben van een exploitatievergunning ook voor alle bestaande campings en recreatieparken geldt. Uiteraard kan het niet zo zijn dat de huidige exploitanten en beheerders vanaf de inwerkingtreding van de gewijzigde Apv nadelige gevolgen ondervinden van het feit dat zij op dat moment nog niet over een exploitatievergunning beschikken. Daarom is in dit artikel een overgangsbepaling opgenomen waardoor zij gedurende een termijn van twaalf weken de gelegenheid krijgen om de vergunning aan te vragen. Gedurende deze periode is de verplichting op het hebben van de betreffende exploitatievergunning op hen nog niet van toepassing. De termijn wordt verlengd wanneer binnen de genoemde twaalf weken de aanvraag voor een vergunning is ingediend maar nog niet onherroepelijk op de aanvraag is beslist. Vuurwerk en carbidschieten Een nieuw op te nemen afdeling betreft afdeling 8, "consumentenvuurwerk en carbidschieten". Met het opnemen van een artikel over vuurwerk is het mogelijk dat het college bepaalde gebieden kan aanwijzen als plaatsen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken. Dit kunnen plaatsen zijn die gevoelig zijn voor geluid, zoals bijvoorbeeld verzorgingstehuizen of dierenasiels.
Daarnaast wordt met het artikel over carbidschieten de mogelijkheid geboden om ook het carbidschieten beter te kunnen reguleren. Seksinrichtingen Gemeenten zijn voorts in afwachting van de nieuwe Wet regulering sekswerk om de bepalingen over seksinrichtingen in de Apv aan te passen. Het kabinet moet zich nog buigen over het nieuwe wetsvoorstel. Onduidelijk is wanneer dat dit gaat plaatsvinden. En of het nog gaat plaatsvinden. Vanuit het RIEC, Project 1863 is er behoefte om de gemeentelijke verordeningen voor prostitutie in de provincie Limburg te uniformeren. Het aanpassen van de verordeningen is een laagdrempelige oplossing. Het RIEC geeft aan dat wachten op de inwerkingtreding van de nieuwe wet onwenselijk is gelet op de knelpunten in de praktijk. Het is met name zeer wenselijk dat de gemeente beschikt over een instrumentarium gericht op de bescherming van jeugdige prostitue(é)s. Met artikel 3:8a wordt een leeftijdseis voor prostitué(e)s geïntroduceerd. Met name jonge prostitué(e)s zijn vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel. Oudere prostitué(e )s zijn weerbaarder. Het stellen van een leeftijdsgrens wordt als passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden te bestrijden. Daarmee is het onderscheid naar leeftijd objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel.
Bovendien zijn de middelen voor het bereiken van het doel passend en noodzakelijk. Hierdoor levert het onderscheid naar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie. De leeftijd van 21 jaar is volgens het RIEC en Project 1863 gekozen omdat het Wetsvoorstel uit gaat van de leeftijd van 21 jaar; het kabinet al langere tijd voornemens is om de minimumleeftijd van 21 jaar te hanteren; en ook deze leeftijd gebruikt wordt in model Apv van de VNG.
Pagina 3 van 5
.,. gemeente roerdalen
Artikel 3:8b richt zich niet tot exploitanten of prostitué(e )s, maar hun (potientiële) klanten. Kort gezegd is het verboden om gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e)s die werkzaam is/zijn in het illegale circuit. Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een kennelijk onvergunde seksinrichting. Outlaw motor gang Het artikel en de begripsbepaling die betrekking heeft op de Outlaw motor gang vervalt uit de Apv 2023. Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de Apv opgenomen 'colorverbod' onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLl:NL:HR:2021:1946). In verband met uitspraak van de Hoge Raad moeten artikelen die betrekking hebben op een OMG uit de Apv worden verwijderd en/of aangepast. (artikel 1:1 lid 9, 10 artikel 2:1 lid 5 en artikel 2:16 d) Overige wijzigingen (geen inhoudelijke)
(kleine) Technische en tekstuele aanpassingen op advies van de VNG In 2016 is de Drank- en Horecawet (hierna: DHW) geëvalueerd. Deze evaluatie en het in het najaar van 2018 gesloten Nationaal Preventieakkoord vormen de basis voor de wijziging van de DHW. De wijzigingen zijn op 28 januari 2021 in het Staatsblad gepubliceerd (Stbl. 2021, 26). De naam van de wet wijzigt van Drank- en Horecawet in Alcoholwet. De Alcoholwet is per 1 juli 2021 in werking getreden. Om die reden dient in de Apv een tekstuele wijziging te worden doorgevoerd in die zin dat 'Drank- en Horecawet' wordt vervangen door 'Alcoholwet'. Daarnaast zijn er nog diverse kleine technische en tekstuele aanpassingen die geadviseerd worden door de VNG. Wetstechnische aanpassingen in verband met de komst van de Omgevingswet Om verder te kunnen werken met de Apv na de komst van de Omgevingswet is een wetstechnische aanpassing van de Apv noodzakelijk. Ter illustratie hieronder een voorbeeld een wijziging naar aanleiding van de actualisering van artikel 5:15 lid 2 in de Apv: Tekst in de Apv 2019 "Het college weigert de vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan". Tekst in de Apv 2023 " Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. Deze wetstechnische aanpassing van de de Apv in het kader van de Omgevingswet zijn opgenomen in de actualisering van de Apv. 5.
Kanttekeningen
Bepalingen van de Apv kunnen onverbindend worden verklaard door de rechter. Tevens kan de Apv een tekort aan instrumenten bevatten in het geval van onvoorziene omstandigheden. Beide situaties worden onwaarschijnlijk geacht.
Pagina 4 van 5
6 6.
gemeente roerdalen
Financiën
De invoering van de exploitatievergunning voor campings- en recreatieparken vraagt waarschijnlijk om extra capaciteit, zowel op het gebied van vergunningverlening als voor Toezicht en Handhaving. In het uitvoeringsprogramma van het Servicecentrum-MER, afdeling Omgevingsdienst zal worden bekeken hoeveel extra capaciteit hiervoor nodig is. Voor de bestaande campings en vakantieparken zal er een inhaalslag exploitatievergunning gemaakt worden waarvoor een overgangstermijn in de Apv is opgenomen. In de Tarieventabel behorende bij de "Legesverordening Roerdalen 2024" zijn de wijzigingen van de Apv 2023 meegenomen. Het aanpassen van de tarieventabel wordt meegenomen in het voorstel tot aanpassing van de legesverordening dat in de raadsvergadering van december 2023 wordt ingebracht. 7.
Communicatie
Na de vaststelling van de Apv 2023 zal deze op de voorgeschreven wijze worden bekend gemaakt. Ook zal de productencatalogus op de website worden aangepast. Ten aanzien van het toevoegen van afdeling SA (Toezicht op campings en vakantieparken) in de Apv wordt actief met de sector gecommuniceerd. 8.
Planning en uitvoering
Na vaststelling van de Apv zal deze per 01-01-2024 in werking treden. 9.
Privacy
10. (Wettelijk en/of beleidsmatig) kader In het belang van actualisering van de Apv en om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet met de Apv te kunnen blijven werken, adviseren wij ude Apv conform ons voorstel vast te stellen. 11. Bijlagen Bijlage 1: raadsbesluit Apv 2023 Bijlage 2: was-wordt tabel Apv 2023 Sint Odiliënberg, 12 september 2023 emeester en wethouders van Roerdalen, De burgemeester
L'Ortije
Pagina 5 van 5
Raadsbesluit
Jaar 2023/11/02
Zaaknummer: Z23-038574 Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2023, gelet op:
de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet; artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s; het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
het volgende besluit genomen:
Besluit: 1. De “Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019” per 1 januari 2024 in te trekken; 2. de navolgende “Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023” vast te stellen. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2. november 2023.
De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
R.J.J. Notermans
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 1 van 54
Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; 2. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 3. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; 4. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 5. bromfiets, motorvoertuig en parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 6. college: het college van burgemeester en wethouders; 7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; 8. handelsreclame: reclame waarbij het commercieel belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen; 9. ideële reclame: reclame waarbij een sociaal, maatschappelijk of politiek belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen en de statuten van de organisatie uitsluitsel geven of sprake is van ideële reclame; 10. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 11.
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar zijn of op andere wijze toegankelijk zijn; 12. openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; 13. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 14. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; 15. reclame: iedere kennelijke vorm van aanprijzen of aandacht vestigen op goederen, diensten, activiteiten of namen, met inbegrip van bevestigings- en hulpconstructies en zichtbaar vanaf de weg. 16. snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; 17. verboden rechtspersoon: een op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek verboden rechtspersoon; 18. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; 19. weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.
Pagina 2 van 54
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen acht weken op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing. Deze beslistermijn begint de dag na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn met maximaal acht weken verlengen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 1:3 Voorschriften, voorwaarden en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften, voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Het is verboden de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen te overtreden of te laten overtreden. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:5 Wijziging, schorsing en intrekking van vergunning of ontheffing 1. De vergunning en ontheffing kunnen worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, wijziging, schorsing of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een redelijke termijn, als de vergunning of ontheffing hierover niets regelt; e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:6 Verlening voor onbepaalde tijd 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:7 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu; en of; e.
het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Pagina 3 van 54
2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Hij die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:1a Gebiedsontzeggingen 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten: a. een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden; b. en bevelen zich zodanig buiten dat gebied te gedragen dat het effect daarvan ook in dit gebied direct merkbaar zijn. 2. In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.
De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Pagina 4 van 54
Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Het is verboden een betoging op een openbare plaats te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, tenzij degene die dit voornemen heeft daarvan vóór de openbare aankondiging en tenminste twee werkdagen voordat de betoging wordt gehouden, daarvan een schriftelijke kennisgeving doet aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Het verbod dat staat in het eerste lid, is niet van toepassing als naar het oordeel van de burgemeester bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven en in de kennisgeving daarom wordt verzocht. Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:3 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats 1.
Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken, in de vorm van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Hiervan is in ieder geval sprake als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen die gelden voor de plaatsing van voorwerpen op of aan de weg (zie bijlage, “Nadere regels plaatsen containers, steigers, uitstallingen op of aan de weg”). 3. Het is verboden om te handelen in strijd met de nadere regels zoals bedoeld in het tweede lid. 4. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet in het geval van: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:10; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:14; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:12; d. steigers, containers en uitstallingen, als bedoeld in de “Nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen op of aan de weg” (zie bijlage); e. reclame als bedoeld in de nadere regels reclame, onverminderd artikel 4:14; f.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; g. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Pagina 5 van 54
Artikel 2:4 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 2:5 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden; 2.
De melding wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend gemaakt. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of; d. sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Deze termijn begint de dag na de datum van ontvangst van de melding. 5. Het verbod is in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Artikel 2:6 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op een wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar oplevert.
Artikel 2:7 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Pagina 6 van 54
Artikel 2:8 (Rook)verbod in bossen, natuurterreinen, heidevelden en venen, etc. 1. Het is verboden in bossen en bosschages, op heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken; of b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is verder niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen of op aangrenzende erven. 4. De rechthebbende van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit: a. naaldhout; b. een heideveld; c. een veen; d. of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in Bijlage 1, onderdeel A, bij artikel 1.1 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand. Artikel 2:9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. Afdeling 3 Evenementen Artikel 2:10 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:23 van deze verordening; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan een: a. herdenkingsplechtigheid; b. braderie; c. optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2; d. feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. snuffelmarkt als bedoeld in artikel 1:1, lid 16; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of- gala’s. 3.
Bij evenementen wordt de volgende klasse- indeling gehanteerd:
Pagina 7 van 54
a. A-evenement: regulier eenvoudig evenement; b. B-evenement: evenement met verhoogde aandacht en een gemiddeld risico. Dit is een evenement met een lokale of regionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt niet veel publiek van buiten de gemeente verwacht; c. C-evenement: grootschalig evenement met een verhoogd risico. Dit is een evenement met een sterke bovenregionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt ook publiek van buiten de regio verwacht. De vaststelling van de bovenvermelde klasse-indeling vindt plaats aan de hand van het scoreformulier risicopotentie evenement (zie bijlage). Artikel 2:11 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van evenementen en voorschriften verbinden aan een evenementenvergunning. 3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet als: a. sprake is van een A-evenement; b. wordt voldaan aan de door de burgemeester vastgestelde ‘Nadere regels evenementen’ (zie bijlage), en; c. de organisator van het evenement het houden daarvan schriftelijk meldt bij de burgemeester door middel van het naar waarheid en volledig ingevulde door de burgemeester vastgestelde meldformulier (zie bijlage); en d. de melding geschiedt minimaal 8 weken voorafgaand aan het begin van het evenement. 4.
Een vergunning voor een B-evenement moet minimaal 14 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd. 5. Een vergunning voor een C-evenement moet minimaal 26 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd. 6. Het is verboden om te handelen of nalaten in strijd met de nadere regels en voorschriften, zoals bedoeld in het tweede lid. 7. Bij het indienen van een melding, bedoeld in het derde lid, onderdeel c en bij het indienen van een vergunningaanvraag, bedoeld in het vierde en vijfde lid worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd wegens strijdigheid met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening en overige plaatsen. 9. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, binnen 20 werkdagen dagen na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu. 10.
De burgemeester kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, besluiten het organiseren van een A- evenement te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 11. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 12. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:10, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of- gala’s. 13. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:10, tweede lid, onder f, weigeren als een organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.
Pagina 8 van 54
14.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:12 Definities 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: a. een hotel, (afhaal)restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of; b. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken, rookwaren of voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt die al dan niet op een andere plek worden genuttigd, met uitzondering van supermarkten en andere vormen van detailhandel waarin in hoofdzaak waren worden verkocht om ergens anders te nuttigen; 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of voedsel voor directe consumptie kan worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. 3. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan: a.
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van wat in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als onder andere een smartshop, headshop of growshop of een combinatie van deze winkelvormen; b. een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een coffeeshop. 4. Onder exploitant wordt verstaan: degene op wiens naam de vergunning staat. 5. Onder leidinggevende wordt verstaan: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend (de ondernemer); b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de uitoefening van de openbare inrichting (de bedrijfsleider); c. de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van de openbare irichting (de beheerder).
Pagina 9 van 54
Artikel 2:13 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier (zie bijlage). 3. De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt deze in als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. voor de exploitatie van de openbare inrichting ook andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend; of c. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond of intrekkingsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; b. de aard van de openbare inrichting; c. de spanning, waaraan het woon – en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat; d. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende; en e. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. 5.
De vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6. Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen (zie bijlage, “Nadere regels terrassen”). Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan de burgemeester in ieder geval nadere regels vaststellen voor: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; c. het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen. 7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid. 8. Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd. 9. Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d.
bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant. 10. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Pagina 10 van 54
Artikel 2:13a Bijlage vergunning en aanwezigheid leidinggevende 1. De burgemeester vermeldt in een bijlage bij de vergunning de leidinggevenden. Als de openbare inrichting wordt uitgeoefend door een paracommerciële rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:18a, dan worden tenminste twee leidinggevenden op de bijlage vermeld. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in die inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat in de bijlage van de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot die inrichting of; b. een persoon wiens bijschrijving in de bijlage, zoals bedoeld in het eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is het voor een paracommerciële rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:18a, verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een barvrijwilliger, die vermeld staat op een door het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon samengestelde lijst, welke lijst in de inrichting aanwezig is. 4. In de openbare inrichting moet een afschrift aanwezig zijn van: a. de vergunning en de bijlage of; b. van een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid, onder b, of; c.
de ontvangstbevestiging van een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid, onder b. Artikel 2:13b Melding bijschrijving leidinggevende 1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. 2. Deze melding geldt als een aanvraag tot wijziging van de bijlage behorende bij de vergunning. 3. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier, zie bijlage. 4. De burgemeester bevestigt schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag. 5. De burgemeester weigert de aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid als ten aanzien van de persoon als bedoeld in het eerste lid, sprake is van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:13, derde lid, onderdeel a en artikel 2:13, vierde lid, onderdeel e. Artikel 2:13c Vervalgronden De vergunning vervalt als: a. sinds haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. Artikel 2:14 Sluitingstijd 1.
Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 Alcoholwet of een openbare inrichting is in de zin van artikel 2:12, eerste lid van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt:
Pagina 11 van 54
3. 4.
5.
6. 7.
8.
a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur; b. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur; c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 04:00 tot 07:00 uur. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari. De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die in het bezit is van een geldige exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 2:13, kan maximaal 5 keer per jaar de sluitingstijd verlengen naar 04:00 uur. Het is verboden de sluitingstijd te verlengen zoals opgenomen in het vierde lid als de exploitant of de leidinggevende maximaal op de dag waarop de verlenging betrekking heeft, doch uiterlijk om 23.00 uur, de burgemeester hiervan niet digitaal in kennis heeft gesteld via het emailadres verruimingsluitingsuurRoerdalen@servicecentrum-mer.nl. In de email wordt vermeld: a. naam van de exploitant of leidinggevende; b. naam, adres en telefoonnummer van de openbare inrichting; c. reden verlenging sluitingsuur; d. op welke dag het sluitingsuur met één uur wordt verlengd. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd.
De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het vierde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen, (zie bijlage). Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:15 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:16 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:15, eerste lid; c. op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. d. een bijeenkomst van een verboden rechtspersoon, zoals omschreven in artikel 1:1, lid 17 te laten plaatsvinden. Artikel 2:17 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van
Pagina 12 van 54
Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2:18 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, dan treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:13 tot en met 2:16 op als bevoegd bestuursorgaan. Afdeling 4A Regulering para commerciële rechtspersonen uit de Alcoholwet Artikel 2:18a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. alcoholhoudende drank; 2. horecabedrijf; 3. horecalokaliteit; 4. inrichting; 5. paracommerciële rechtspersoon; 6. sterke drank; 7. slijtersbedrijf; 8. zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:18b schenktijden paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommerciële rechtspersoon dat zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt mag alcoholhoudende drank verstrekken vanaf één uur voor de aanvang tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt gehouden in verband met de statutaire doelen van deze paracommerciële rechtspersoon. Maar niet later dan 02.00 uur. 2.
Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende drank verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. Maar niet later dan 02:00 uur. Artikel 2:18c bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Artikel 2:18d het stellen van voorschriften en beperken vergunning paracommercie De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Alcoholwet voorschriften aan de vergunning verbinden en de vergunning beperken tot zwak alcoholhoudende drank. Afdeling 5 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:19 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep, bedrijf of vereniging aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of de gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Pagina 13 van 54
Artikel 2:20 Melding exploitatie Het is verboden een inrichting op te richten, over te nemen, te verplaatsen dan wel de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting te staken, zonder dit schriftelijk te melden aan de burgemeester, binnen drie dagen direct daarna. Artikel 2:21 Nachtregister Het is verboden een inrichting als bedoeld in deze Afdeling te exploiteren, zonder een nachtregister bij te houden als bedoeld in artikel 438 Wetboek van Strafrecht. Dit verbod geldt eveneens voor de exploitant of beheerder van, dan wel anderszins rechthebbende op een recreatiepark dat gelegenheid geeft tot nachtverblijf. Artikel 2:22 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid de volgende gegevens te verstrekken: a. naam b. woonplaats; c. dag van aankomst, en; d. de dag van vertrek. Afdeling 5A Toezicht op campings en recreatieparken Artikel 2:22a Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. camping of recreatiepark: hetgeen hieronder in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan; b. de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:22b; c. de beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen. d.
recreatie-standplaats: een gedeelte van een terrein bestemd voor (tijdelijk) recreatief nachtverblijf. Artikel 2:22b Vergunningplicht 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark te exploiteren. 2. De in het eerste lid vermelde vergunningsplicht geldt niet voor het exploiteren van campings of recreatieparken geschikt voor het exploiteren van 25 recreatie-standplaatsen of minder. 3. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; en b. de persoonsgegevens van de beheerder. 5. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:22c Gedragseisen De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag.
Pagina 14 van 54
Artikel 2:22d Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:22c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met een geldend omgevingsplan; c. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; d. de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen; e. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten. Artikel 2:22e Sluiting 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als daar: a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen; b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; d.
zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als: a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in het artikel 2:22b, eerste lid, of 2:22c onder sub a of b; b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. Artikel 2:22f Aanwezigheid in gesloten campings of recreatiepark 1. Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 2. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden. Artikel 2:22g Intrekken vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 wordt de vergunning ingetrokken als: a.
de exploitatie van de camping of het recreatiepark door een andere dan in die vergunning genoemde houder wordt overgenomen. b. de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:22c onder sub a of b gestelde eisen. Artikel 2:22h Overgangsbepaling De gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning krachtens deze afdeling is vereist en die verder niet voorkomen in deze verordening, zijn niet van toepassing gedurende twaalf weken na
Pagina 15 van 54
inwerkingtreding van deze afdeling en ook niet na deze termijn, voor zover degene die op grond van deze afdeling een vergunning nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag voor deze vergunning heeft ingediend, totdat op de aanvraag onherroepelijk is beslist. Afdeling 6 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:23 Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In de afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:23a Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de Kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b.