CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting

Raadsadviescommissie 9 mei 2023, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Herziening Golfbaan de Herkenbosche'16.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toets van dit project aan het Kwaliteitskader Dit project bestaat uit de volgende onderdelen: − Nieuwbouw golfhotel − Nieuwbouw van één bedrijfswoning − Slopen van bestaande bedrijfsbebouwing − Omzetten planologische recreatiewoning (vergund als bedrijfswoning) naar burgerwoning − Bestemmen van bestaande recreatiewoning op het golfterrein als recreatiewoning Uitbreiding golfhotel: “Niet-gebiedseigen recreatie en toerisme” De nieuwbouw van het golfhotel valt in ket kader van het Kwaliteitskader in module 3 ‘nietgebiedseigen recreatie en toerisme”. Het nieuwe golfhotel is groter dan het destijds vergunde hotel waardoor voor de toename van de bruto vloeroppervlakte een kwaliteitsbijdrage verschuldigd is. Overigens is van belang om te vermelden dat een deel van de bestaande bebouwing gesloopt wordt. Op onderstaande luchtfoto is zichtbaar wat gesloopt wordt.

30

Te slopen bebouwing rood omlijnd

Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit maakt als bijlage deel uit van de toelichting van dit bestemmingsplan. Een uitsnede van dat plan is hieronder opgenomen. Doordat de bebouwing compacter en aaneengesloten wordt, in plaats van verspreid zoals nu het geval is, vindt er ter plaatse een kwaliteitsverbetering plaats. Daarnaast wordt er het nodige geïnvesteerd in nieuw groen op een landschappelijk onderbouwde manier.

31

Impressie toekomstige situatie (Bureau Verbeek)

Nieuwe bedrijfswoning: “(Solitaire) (recreatie)woning” Voor de nieuw te bouwen bedrijfswoning is in het kader van het Kwaliteitskader nog de oude GKM/LKM regeling toegepast die als bijlage deel uitmaakt van het bestemmingsplan Buitengebied. Reden hiervoor is dat het om vergunde rechten uit het verleden gaat. Aangezien de nieuw te bouwen bedrijfswoning behoort bij de golfbaan is de landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het golfhotel en de nieuwe bedrijfswoning integraal in één landschappelijke inpassingsplan vormgegeven. Het landschapsplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd en goedgekeurd door de Omgevingscommissie. Omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning: “Overige (gebouwde) functies” Voor de omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning geldt dat ruimtelijke en landschappelijke inpassing aanwezig moet zijn. Daarnaast geldt dat overtollige bebouwing dient te worden gesloopt. In dit geval is er geen sprake van overtollige bebouwing, omdat al sprake is van een woning met een bijgebouw. Ook geldt dat het woonperceel al op goede wijze ruimtelijk en landschappelijk is ingepast. De randen van het perceel zijn met bomen, struweel en hagen omzoomd. De tuin is door een hovenier ontworpen en uitgevoerd. Een extra ruimtelijke en landschappelijke inpassing is in dit geval daarom niet noodzakelijk.

Daarnaast is een kwaliteitsbijdrage niet vereist in het kader van de Omgevingsvisie.

32

Hoofdstuk 4.

Planologische aspecten

4.1. Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1. Archeologie Algemeen Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen op te nemen op de verbeelding en ze te beschermen middels regels.

Uitsnede Archeologische waardenkaart, perceel in rood omlijnd

Beoordeling plan Op basis van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart is vast te stellen dat het plangebied gelegen is in een gebied met zowel lage, middelhoge als hoge verwachtingswaarden. Het planvoornemen bestaat uit zowel grondroerende activiteiten als niet-grondroerende activiteiten. Voor dit aspect (archeologie) worden uitsluitend de grondroerende activiteiten beoordeeld en toegelicht. De grondroerende activiteiten bestaan uit de realisatie van een golfhotel en de realisatie van een bedrijfswoning. De beoogde locatie – zie “A” op voorgaande afbeelding – van het golfhotel bevindt zich direct ten oosten van het huidige restaurant/verenigingsgebouw binnen een lage verwachtingswaarde. Voor deze gebieden gelden geen onderzoeksverplichtingen. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de realisatie van het golfhotel.

33

De planlocatie van de bedrijfswoning – zie “B” op voorgaande afbeelding – is gelegen ten zuiden van de woning Stationsweg 104. Deze locatie is voor het grootste gedeelte gelegen binnen een hoge verwachtingswaarde. Om deze hoge verwachtingswaarde te borgen zijn deze gronden met dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 5’ bestemd in het geldende bestemmingsplan. Op deze gronden is het verboden te bouwen of te laten bouwen, ter bescherming van een terrein met archeologische waarden. Bij gronden waar de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’ geldt is dit verbod niet van toepassing indien de oppervlakte van de bouw ten hoogste 1.000 m² bedraagt en bouwdiepte niet meer bedraagt dan 40 cm. Dit bestemmingsplan neemt deze dubbelbestemming onveranderd op. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt hieraan getoetst. Voor de bouw van de bedrijfswoning dient de grond te worden opgehoogd om het maaiveld overeen te laten komen met de woning Stationsweg 104 en de Stationsweg. Mocht blijken dat niet aan de voorwaarden kan worden voldaan, dan dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet worden verstoord of waaruit blijkt dat afdoende bescherming kan worden geboden door het verbinden van voorschriften aan het besluit. Een archeologisch onderzoek is voor de vaststelling van dit bestemmingsplan dus niet noodzakelijk.

De vigerende dubbelbestemmingen blijven onverminderd van toepassing op het gehele plangebied.

4.1.2. Cultuurhistorie Algemeen Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied. Op basis van provinciaal kaartmateriaal en oude topografische kaarten is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn.

Topografische kaart uit ca. 1882

34

Beoordeling plan In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Rondom is er wel sprake van enige cultuurhistorische waarden. Op de voorgaande uitsnede van een topografische kaart uit 1882 blijkt dat de Stationsweg reeds aanwezig was (deze is ook gekarteerd op een topografische kaart uit 1852). De nabijgelegen Melicker Ven is tevens gekarteerd ten noorden van de Herkenboscher Ven. Op basis van provinciaal kaartmateriaal blijkt dat het nu als kantoor in gebruik zijnde gebouw (Stationsweg 100) een cultuurhistorische waardevol object is. Het betreft een gebouw in de bouwstijl ‘traditionalisme’ met een zadeldak (shingles). Dit gebouw is opgericht in 1910. Op het moment dat dit gebouw gesloopt zal worden, zal in de omgevingsvergunning (sloopvergunning) een afweging dienen plaats te vinden. Dat ligt buiten de scope van dit bestemmingsplan. De overige waardevolle elementen, zoals de Stationsweg blijven onveranderd. Gelet op het vorenstaande is het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2. Water 4.2.1. Algemeen In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop.

4.2.2. Waterhuishoudkundig plan Huidige situatie De golfbaan bestaat uit het golfterrein in bosachtige omgeving. Op een viertal locaties in het westen en het noorden van het golfterrein is sprake van oppervlaktewateren. Dit betreffen oppervlaktewateren die zijn aangelegd ten behoeve van de holes op het golfterrein. Voor het overige is er geen sprake van oppervlaktewater. Rondom het plangebied liggen enkele natuurlijke oppervlaktewateren, zoals de Melickerven. Dichtstbijzijnde beek is de Boschbeek, op 1 kilometer ten oosten van het plangebied. De voorzieningen zijn – op de bestaande recreatiewoning midden op het golfterrein na – geconcentreerd in de zuidwestelijke hoek van het golfterrein. Deze voorzieningen betreffen het restaurant/verenigingsgebouw, een bijgebouw t.b.v. opslag, het kantoor en de woning Stationsweg 104. In deze bebouwingsconcentratie is daardoor sprake van meerdere

35

verhardingen. Dit betreffen de gebouwen, het binnenterrein en terras van het restaurant en de oppervlakteverhardingen behorende bij de recreatiewoning en woning. Het parkeerterrein is onverhard met uitzondering van de toegangsweg. Toekomstige situatie Wat betreft de toename van verhardingen vinden er twee activiteiten plaats: 1. Bouw bedrijfswoning: ten zuiden van de huidige woning Stationsweg 104 is een nieuwe bedrijfswoning voorzien. Deze woning zal volgens de standaardregels van de gemeente Roerdalen een grootte hebben van maximaal 1.000 m³. De toename van oppervlakteverharding is hierdoor nog niet bekend. Bij de uitvoering van het ontwerp zal het aspect ‘afkoppelen hemelwater’ worden meegenomen. Daarnaast is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de afkoppeling van het hemelwater op eigen terrein verplicht stelt. 2. Bouw golfhotel: het golfhotel is voorzien direct ten oosten van de huidige bebouwing van de golfbaan (restaurant/verenigingsgebouw) op het huidige verharde binnenterrein. Doordat er in de huidige situatie ook sprake is van verhard oppervlakte zal het aantal m² oppervlakteverharding door de bouw van het golfhotel niet toenemen.

Bij de uitvoering van het ontwerp zal het aspect ‘afkoppelen hemelwater’ worden meegenomen, aangezien in de huidige situatie bij het clubgebouw reeds sprake is van een afgekoppeld hemelwatersysteem. Advies Waterschap Limburg Ten behoeve van dit planvoornemen is door de gemeente in het kader van het wettelijk vooroverleg het Waterschap Limburg om advies gevraagd.

4.3. Flora en fauna 4.3.1. Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Met ingang van 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. De Wnb staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Ten behoeve van het planvoornemen is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving. De rapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de resultaten en conclusies van dit ecologisch onderzoek.

36

Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014: kaart 4 beschermingszones natuur en landschap

4.3.2. Gebiedsbescherming Het plangebied is aangewezen als ‘Bronsgroene landschapszone’. Door het planvoornemen worden bouwmogelijkheden - een golfhotel en een bedrijfswoning - mogelijk gemaakt in de reeds bebouwde zone in het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied. Deze locaties (naast het huidige restaurant en ten zuiden van de huidige woning Stationsweg 104) bevatten geen natuurlijke waarden, waardoor de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone niet worden aangetast. De nieuwbouw wordt op een bij de “bosbaan” passende wijze landschappelijk ingepast. Het plangebied grenst aan de Goudgroene natuurzone. Deze zone is opgenomen ten westen, noorden en oosten van het plangebied. Op basis van de aard van de voorgenomen activiteiten zijn negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van bij Wet natuurbescherming beschermde natuurgebieden op voorhand uit te sluiten. De provincie Limburg hanteert geen externe werking voor dergelijke natuurgebieden. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot vermindering van de oppervlakte van de Goudgroene natuurzone of van de samenhang tussen gebieden. Met de ingrepen worden de potenties voor behoud en ontwikkeling van waarden niet aangetast. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘de Meinweg’ is op een afstand van circa 0,5 km ten noorden gelegen.

Met betrekking tot Natura 2000-gebieden dient getoetst te worden op relevantie en effect van een 20-tal storingsfactoren, te weten stikstofdepositie en 19 overige effecten (geluid, licht, etc.). Dit dient te gebeuren voor het projecteffect en bij bestemmingsplannen ook voor het planeffect, zowel voor de realisatie- als voor de gebruiksfase. Hiertoe is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd. De rapportage hiervan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase en de aanlegfase in relatie tot de referentiesituatie blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. De onderhavige ontwikkeling zal geen relevante significante cumulatieve effecten veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van

37

een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt.

4.3.3. Soortenbescherming Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn in het plangebied geen jaarrond beschermde vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van broedvogelsoorten die kenmerkend zijn voor bosrijk of stedelijk gebied en waarvan de nestlocaties jaarrond zijn beschermd, zoals bijvoorbeeld de buizerd, huismus en de gierzwaluw. Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels.

Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen die zullen worden aangetast binnen het plangebied. Aangezien in het clubhuis en restaurant stootvoegroosters (bijenbekjes) zijn geplaatst, zijn op dit moment geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen aanwezig. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit

38

gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

Conclusie In onderstaande zeven punten wordt de eindconclusie weergegeven: • uit een stikstofdepositie berekening is gebleken dat er door toedoen van dit planvoornemen geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden; • de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; • indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten; • nader onderzoek is niet noodzakelijk; • er is geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk; • voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Tenslotte wordt opgemerkt dat golfbaan De Herkenbosche in het bezit is van een certificering dat ze op een goede manier met de natuur omgaan en ook op die wijze duurzaam het onderhoud en beheer van de golfbaan verrichten.

4.4. Verkeer en parkeren 4.4.1. Parkeren Het planvoornemen voorziet in het realiseren van een nieuw golfhotel. De gemeente Roerdalen hanteert bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij bepaalde functie de parkeernormen van CROW, publicatie 317.

39

Voor 4-sterren hotels, waaronder dit hotel maximaal te scharen valt, geldt een parkeernorm van minimaal 7,0 parkeerplaatsen per 10 kamers. Uitgaande van maximaal 40 kamers zijn voor deze activiteit minimaal 28 parkeerplaatsen genormeerd. Voor 18-holes golfbanen geldt een minimale norm van 86 parkeerplaatsen. Theoretisch zou daarom een parkeerterrein noodzakelijk zijn met een capaciteit voor 114 parkeerplaatsen. In de huidige situatie is al sprake van een groot parkeerterrein. In het kader van het landschapsplan wordt dit parkeerterrein anders ingericht en van meer groen voorzien. De capaciteit van het toekomstig parkeerterrein is 99 parkeerplaatsen. Met deze capaciteit wordt op basis van huidige inzichten en ervaringen ruim voorzien in de parkeervraag. Daarbij zal er een grote mate van dubbelgebruik zijn, omdat bezoekers van het golfhotel ook de golfbaan zullen bezoeken. Op onderstaande afbeelding is het parkeerterrein weergegeven.

Toekomstige inrichting van het parkeerterrein met landschappelijke inpassing

De nieuw te realiseren bedrijfswoning zal een eigen parkeervoorziening bevatten voor minimaal 2 motorvoertuigen, waarmee wordt voldaan aan de CROW-parkeernormen. Voor de overige activiteiten geldt dat dit uitsluitend juridisch-planologische wijzigingen betreffen en er feitelijk niets verandert. Parkeerfaciliteiten zijn daar al gerealiseerd. De huidige recreatiewoning Stationsweg 106 en de burgerwoning Stationsweg 104 bevatten al eigen parkeervoorzieningen. Voldaan wordt aan minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein.

4.4.2. Verkeer Uitgegaan wordt van rekenjaar 2020. Vanwege het beoogde hotel kan het bezoekersaantal toenemen. De verwachting is echter dat personen die nu reeds de golfbaan bezoeken straks ook van het hotel gebruik zullen maken. Uitgaande van 40 hotelkamers, waarbij per kamer één auto wordt gebruikt en dat kamers voor één nacht worden bezocht, bedraagt het aantal aan- en afrijdende bewegingen (verkeersgeneratie) 80 per etmaal, worstcase. Voor de bedrijfswoning wordt uitgegaan van aansluiting gezocht bij de CROW publicatie “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. Hieruit blijkt dat voor de nieuwe bedrijfswoning kan worden uitgegaan van 8 bewegingen per etmaal. De toename van de verkeersgeneratie zal niet leiden tot verkeersproblemen of congestie, omdat de Stationsweg tot de golfbaan openbaar toegankelijk is. Deze weg is een rustige weg in

40

het buitengebied waaraan naast de golfbaan enkele woningen zijn gelegen. Verkeer in deze straat is door het doodlopend einde bij de golfbaan hoofdzakelijk bestemmingsverkeer.

4.5. Kabels, leidingen en straalpaden Binnen en in de nabijheid van het plangebied zijn geen planologisch beschermde kabels, leidingen of straalpaden aanwezig die tot belemmeringen in het plangebied leiden. Ten oosten van het plangebied is een hoogspanningslijn gelegen. Deze lijn bevindt zich tevens ter hoogte van buisleidingen. Omdat deze kabels en leidingen buiten het plangebied zijn gesitueerd vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor onderhavig plan.

41

Hoofdstuk 5.

Milieuaspecten

5.1. Milieueffectrapportage 5.1.1. Wettelijk kader Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

5.1.2. Geen stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Beoordeling plan Het plan betreft de realisatie van een golfhotel met 40 kamers, waarvan er reeds 20 zijn vergund in het verleden. Een groot deel van de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Tevens wordt een nieuwe bedrijfswoning gebouwd bij de ingang. De feitelijk aanwezige woning (Stationsweg 104) wordt juridisch-planologisch omgezet naar burgerwoning. De al aanwezige recreatiewoning op het terrein wordt als zodanig bestemd. De situatie van de woningen op het terrein is hieronder schematisch uitgelegd.

42

Oorspronkelijk planologisch beoogd 2 bedrijfswoningen 1 recreatiewoning 0 burgerwoning

Planologisch toegestaan 2 recreatiewoningen 0 bedrijfswoning (abuis) 0 burgerwoning

Feitelijk aanwezig

Planvoornemen

1 recreatiewoning 1 bedrijfswoning 1 kantoor

1 recreatiewoning 1 bedrijfswoning 1 burgerwoning

De bouw van het golfhotel is voorzien direct naast het huidige restaurant/verenigingsgebouw van de golfclub. Stedenbouwkundig gezien betreft de realisatie van het golfhotel daarom een uitbreiding op de reeds aanwezige voorzieningen. Het golfhotel wordt daarbij ook aan de huidige bebouwing gebouwd. De planlocatie is op basis van het bestemmingsplan al voorzien van een bouwvlak, waardoor de gekozen planlocatie passend is in het planologisch regime. In de omgeving is sprake van hoge natuurlijke en landschappelijke waarden en Natura-2000 gebied. Deze hoge natuurlijke en landschappelijke waarden blijven onveranderd en onaangetast, omdat deze waarden van belang zijn voor het golfterrein als dagrecreatieve voorziening. Dit golfterrein is namelijk te classificeren als bosbaan. De aantasting van de natuurlijke en landschappelijke waarden van deze bosbaan zijn uit bedrijfseconomisch oogpunt daardoor onwenselijk. Er vindt geen stikstofdepositie plaats door dit planvoornemen. De realisatie van het golfhotel zal zorgen voor een hogere verkeerintensiteit (zie paragraaf 4.4.2). Daarbij dient opgemerkt dat er voornamelijk sprake zal zijn van dubbelgebruik, omdat bezoekers van het golfhotel ook gebruik maken van de golfbaan. De toename van verkeersgeneratie zal daardoor in de praktijk lager uitvallen.

De Stationsweg is doodlopend ter plaatse van het golfterrein, waardoor verkeer op deze weg bijna uitsluitend bestemmingsverkeer zal zijn. Op basis hiervan wordt ingeschat dat deze ontwikkeling niet zal zorgen voor verkeersproblemen. Het plangebied is goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost, waar ruim voldoende parkeermogelijkheid is voorzien. Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken (flora & fauna, ladderonderzoek, externe veiligheid en industrielawaai) aantonen dat het planvoornemen voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten.

5.1.3. Conclusie Hieruit kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daardoor niet van toepassing. Ter aanvulling van het voorgaande volgt in dit hoofdstuk de toetsing van het planvoornemen aan de wettelijke normen wat betreft ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, duurzaamheid, bodem, natuur en water.

43

5.2. Bodemkwaliteit Algemeen In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient bij een bestemmingsplan dat nieuwe bouwmogelijkheden of een herinrichting van bestaande percelen mogelijk maakt, een (historisch) bodemonderzoek plaats te vinden. Met dit vooronderzoek dient de bodem- en grondwaterkwaliteit in voldoende mate te worden vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater geschikt is voor de voorgenomen functie. Beoordeling plan In het kader van de voorgenomen bestemmingswijziging is geen bodemonderzoek benodigd. De bestemming ‘Recreatie - Dagrecreatie’ verandert door het planvoornemen niet. Ter plaatse van de nieuw te realiseren bedrijfswoning ten zuiden van de woning Stationsweg 104 wordt de bodem opgehoogd. In het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal voor de bedrijfswoning en het golfhotel een bodemonderzoek worden uitgevoerd en bij de aanvraag worden bijgevoegd.

5.3. Geluid Algemeen Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Ingevolge dit bestemmingsplan wordt een geluidsgevoelig object mogelijk gemaakt. Dit betreft de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning. De huidige bedrijfswoning (Stationsweg 104) en de huidige recreatiewoning (Stationsweg 106) zijn reeds feitelijk aanwezig, waardoor dit geen nieuwe geluidgevoelige objecten zijn in de zin van de Wgh. Het golfhotel en het kantoor zijn geen geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh. Wegverkeerslawaai Het geluidgevoelige object (de nieuwe bedrijfswoning) is voorzien ten zuiden van de huidige bedrijfswoning Stationsweg 104. De Stationsweg is ter hoogte van Stationsweg 104 een 30 km/u-weg en onverhard en doodlopend voor motorvoertuigen. Verkeer ter plaatse betreft dus uitsluitend bestemmingsverkeer of verkeer ten behoeve van het beheer van de natuur. Een dergelijke weg heeft geen geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder, waardoor er geen voorkeursgrenswaarde aan de orde is.

Omdat het een onverharde en doodlopende weg is met zeer lage verkeersintensiteiten is in het kader van een goede ruimtelijke ordening sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft wegverkeerslawaai.

44

Industrielawaai Dit aspect heeft betrekking op de bestaande woning aan de Stationsweg 104 en op de nieuw te bouwen bedrijfswoning. De bestaande woning ligt nu ook al in een geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Dit betreft de geluidzone rondom het industrieterrein HeideRoerstreek. Conform het geldende bestemmingsplan mogen ter plaatse van deze geluidzone géén nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Met een besluit ‘hogere grenswaarden’ kunnen geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een bedrijventerrein worden gerealiseerd met een hogere geluidbelasting op de gevel dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). In dit geval wordt voor de nieuw te bouwen bedrijfswoning hogere grenswaarden verleend door het bevoegd gezag. Bij de positionering en locatie van de woning is rekening gehouden met de belangen van de nabij gelegen bedrijven, hierover heeft afstemming plaatsgevonden met de gemeente Roermond. Bij het besluit van de hogere grenswaarden wordt uitgegaan van de “planologische” geluidbelasting die voor dit bedrijventerrein is vastgelegd. Hiermee wordt voldaan aan de Wet geluidhinder en worden de bestaande rechten en ontwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven op dit bedrijventerrein gerespecteerd. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden voldaan aan de Wet geluidhinder en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Het aspect geluid levert geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

5.4. Luchtkwaliteit Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. Daarin zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: • een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit • ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven • een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van desbetreffende stoffen in de buitenlucht • een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) De uitwerking van het begrip ‘niet in betekende mate’ staat in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor

45

‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) is gericht op mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). In het besluit is geregeld dat wanneer een gevoelige bestemming binnen een onderzoekszone van een Rijks- of provinciale weg wordt gevestigd of uitgebreid, een luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Gevoelige bestemmingen zijn functies waarbinnen kinderen, ouderen en zieken verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Een woning of ziekenhuis is geen gevoelige bestemming conform het besluit. De onderzoekszone van een rijksweg betreft 300 meter aan beide zijden van de weg, gemeten vanaf de rand van de weg. Voor een provinciale weg geldt hetzelfde, maar dan een zone van 50 meter. Beoordeling plan Het beoogde initiatief betreft de realisatie van een golfhotel.

Tevens wordt het volgende beoogd: - de bestemming van de woning aan de Stationsweg 104 te wijzigen naar burgerwoning; - de nieuwbouw van een nieuwe bedrijfswoning bij de ingang van de golfbaan; - de bestaande recreatiewoning Stationsweg 106 op het golfterrein als zodanig te bestemmen. Gezien de aard en omvang, en gezien het feit dat de golfbaan en bijbehorende voorzieningen, al aanwezig zijn, valt het project zeer ruim onder de ondergrens van de categorie “niet in betekenende mate” bijdragend. Bovendien wordt met onderhavig bestemmingsplan geen gevoelige bestemming conform het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteit) mogelijk gemaakt. Een luchtkwaliteitsonderzoek kan dan ook achterwege blijven. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

5.5. Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor (beperkt) kwetsbare objecten (zoals woningen) dient het aspect externe veiligheid meegewogen te worden. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het begrip beperkt kwetsbaar object gedefinieerd. Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten moeten buiten de risicocontour van bestaande risicobronnen (inrichtingen, transport gevaarlijke stoffen, luchthavens) gerealiseerd worden.

46

Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Dit onderzoek beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor het bestemmingsplan. Persoonsgebonden risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6 per jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6 per jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Het PR kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour).

Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een groep mensen tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Dat risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Voor het groepsrisico geldt in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht.

Uitsnede Risicokaart Nederland

47

Beoordeling plan Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de “Risicokaart Nederland”. Hierbij zijn enkele buisleidingen als potentiële risicobronnen aangetroffen (de rode stippellijnen). Uit de vorenstaande afbeelding kan worden afgeleid dat er op onderhavig project geen sprake is van een risicovolle inrichting die tot (delen van) het plangebied reiken. Wel zijn er in de buurt van het plangebied buisleidingen als risicobron aangetroffen. Dit betreffen drie buisleidingen met aardgas in een buisleidingenstrook ten oosten van de golfbaan en één buisleiding met aardgas ten zuidwesten van de golfbaan. In de tabel hieronder wordt er nader ingegaan op deze aangetroffen risicobronnen. volgnummer

druk (bar)

diameter (inch)

PR 10-6 contour (m)

invloedsgebied GR (m)

Belemmeringsstrook (m)

Z-509-01

40

8

0

95

5

A-665

80

48

0

580

5

A-578

66

42

180

490

5

A-520

66

24

140

310

5

De buisleidingen bevinden zich op de volgende afstanden van het plangebied: - Buisleiding Z-509-01 bevindt zich op minstens 130 meter van de onderdelen nummer 2 en 3 van deze beoogde ontwikkelingen af. Onderdeel nummer 5 bevindt zich op meer dan 500 meter van de buisleiding af. Onderdelen nummer 1 en 4 van de beoogde ontwikkelingen bevinden zich op respectievelijk circa 55 meter en circa 85 meter van de buisleiding af; - Buisleiding A-665 bevindt zich op circa 445 meter van onderdeel nummer 5 van deze beoogde ontwikkelingen af, onderdelen 1 t/m 4 liggen op minimaal circa 770 meter afstand van deze buisleiding; - Buisleiding A-578 bevindt zich op circa 455 meter van onderdeel nummer 5 van deze beoogde ontwikkelingen af, onderdelen 1 t/m 4 liggen op minimaal circa 780 meter afstand van deze buisleiding; - Buisleiding A-520 bevindt zich op circa 480 meter van onderdeel nummer 5 van deze beoogde ontwikkelingen af, onderdelen 1 t/m 4 liggen op minimaal circa 820 meter afstand van deze buisleiding. Een uitsnede van de risicokaart geeft meer duidelijkheid over de buisleiding op de locaties waar daadwerkelijk bouwactiviteiten gaan plaatsvinden. Namelijk waar het hotel gebouwd wordt en waar de nieuwe bedrijfswoning gepland is.

48

Detailuitsnede risicokaart

De rode stippellijn geeft de ligging van de buisleiding weer. De blauwe lijnen begrenzen effectgebieden. De blauwe stippellijn komt overeen met de zone waarbinnen men niet beschermd is tegen de effecten van een fakkelbrand van de aardgasleiding (100% letaliteit) Bij de locatie voor de nieuwbouw van een bedrijfswoning is rekening gehouden met het invloedsgebied. De bedrijfswoning is buiten het invloedsgebied met de stippellijn gepositioneerd. Het positief bestemmen als burgerwoning van de al lang bewoonde woning, is niet mogelijk binnen het vigerend bestemmingsplan. Er is er sprake van een (planologische) toevoeging van een woning, feitelijk gaat het om een woning die al jaren bewoond wordt en verandert er dus niets. De beoogde ontwikkeling ligt binnen het invloedsgebied van buisleiding Z-509-01. Met deze twee woningen (bestaand en nieuw te bouwen) neemt, in beperkte mate, het aantal personen binnen het invloedsgebied van de buisleiding toe. Voor de bouw van het hotel geldt dat deze buiten het invloedsgebied van de vier aardgasbuisleidingen liggen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. Bij het planologisch vastleggen van de bestaande recreatiewoning midden op de golfbaan geldt dat deze zich bevindt binnen het invloedsgebied van buisleidingen A-665 en A578.

In het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen - 2e herziening’ wordt met de aanduiding ‘golfbaan’ onder andere bepaald dat het aantal recreatiewoningen ten hoogste 2 bedraagt. Het planologisch vast leggen van de al bestaande (juridisch toegestane) recreatiewoning op de huidige locatie valt binnen de ten hoogste 2 toegestane aantal

49

recreatiewoningen op de golfbaan. Daarmee verandert de huidige situatie ten aanzien van het aspect externe veiligheid voor deze recreatiewoning niet en is een verantwoording van het groepsrisico voor deze recreatiewoning niet aan de orde. De personendichtheid en de bebouwingsdichtheid binnen het invloedsgebied van buisleiding Z-509-01 geldt als zeer klein. Er vindt wel een ontwikkeling plaats die niet opgenomen is binnen het vigerend bestemmingsplan. Deze ontwikkeling maakte derhalve ook geen deel uit van de berekening van het groepsrisico zoals opgesteld in het kader van het vigerend plan. Uit de berekening in het vigerend plan bleek dat het huidige groepsrisico ruimschoots onder 10% van de oriënterende waarde is gelegen. Met deze ontwikkelingen wijzigt het aantal personen binnen het invloedsgebied van de buisleiding, waarmee sprake is van een wijziging van het groepsrisico. De verwachting is dat het groepsrisico door de geringe toename van personen onder de oriëntatiewaarde blijft. Conclusie Voor het golfhotel geldt dat dit buiten het invloedsgebied van buisleidingen Z-509-01, A-665, A578 en A-520 gepland is. Het planologisch vastleggen van de bestaande recreatiewoning midden op de golfbaan, geldt dat deze zich bevindt binnen het invloedsgebied van buisleidingen A-665 en A-578.

Het planologisch vastleggen van de bestaande recreatiewoning verandert echter niets aan de huidige situatie ten aanzien van externe veiligheid. Ten aanzien van het bouwen van een bedrijfswoning en het bestemmen van een bestaande woning naar burgerwoning, verandert de huidige situatie voor het groepsrisico wel. Echter, de verwachting is dat het groepsrisico door de geringe toename van personen onder de oriëntatiewaarde blijft, omdat in het geldende bestemmingsplan is gebleken dat het huidige groepsrisico ruimschoots onder 10% van de oriënterende waarde ligt. Advies van de Veiligheidsregio De Veilgheidsregio heeft het volgende advies gegeven: - Het buitenoppervlak van de gevel- en dakconstructie van de (recreatie)woningen gekeerd naar de betreffende hogedruk aardgasleidingen, moet voldoen aan brandklasse B volgens de NEN- EN13501-1; - De ontvluchting van de (recreatie)woning(en) moet van de risicozijde af gepositioneerd worden. - Ten behoeve van gebouw- en natuurbrandbestrijding dient een geboorde put (60 m³/uur) te worden gerealiseerd op een tactische plek nabij het hotel. - De mechanische ventilatie dient centraal afsluitbaar te worden uitgevoerd, zodat deze bij calamiteiten snel kan worden afgeschakeld (door de BHV-organisatie).

- Zorg dat de bewoners van de (recreatie)woning(en) en de BHV-organisatie van het hotel op de hoogte zijn van de risico’s uit de omgeving en de aanwezige voorzieningen in het gebouw, zodat ze daarnaar kunnen handelen bij een incident. Bij de omgevingsvergunningen voor de bouw van het golfhotel en de nieuwe bedrijfswoning zal met dit advies rekening gehouden worden.

50

5.6. Bedrijven en milieuzonering Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen ‘Rustige woonwijk / rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’. Bij het eerste type is er duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. In de VNG-publicatie is aangegeven dat wanneer er sprake is van een ‘gemengd gebied’, de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd.

Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter wordt verminderd naar 10 meter en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter. Beoordeling plan Het beoogd initiatief betreft de realisatie van woonfuncties, zoals een burgerwoning, en nietwoonfuncties, zoals een golfhotel met maximaal 40 kamers (niet geluidsgevoelig). In het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen deze functies en de functies buiten het plangebied op voldoende afstand van elkaar te worden gesitueerd. In de omgeving liggen meerdere bedrijven. Bedrijven op geluidgezoneerd industrieterrein Voor wat betreft de bedrijven op het bedrijventerrein Heide-Roerstreek geldt het volgende. Dit is een geluidgezoneerd industrieterrein. Bedrijven die op het geluidgezoneerde industrieterrein liggen hoven niet te worden beschouwd in het kader van bedrijven en milieuzonering. Dit omdat de geluidszone uit de Wet geluihinder het planologisch sturingsinstrument voor deze bedrijven is. Overige bedrijven in de omgeving Vanwege het feit dat er sprake is van meerdere bedrijven, een natuurgebied, een oude spoorlijn, meerdere woningen en het onderhavige golfterrein met bijbehorende voorzieningen zoals een restaurant, is het gebied te typeren als ‘gemengd gebied’. De richtafstanden zijn daarom met één afstandsstap verlaagd.

Voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’ gelden de volgende richtafstanden per milieucategorie:

51

milieucategorie

Richtafstand (m)

categorie 1

0

categorie 2

10

categorie 3.1

30

categorie 3.2

50

categorie 4.1

100

categorie 4.2

200

In onderstaande tabel zijn alle feitelijk aanwezige niet-woonfuncties (zoals bedrijven) en de aanwezige milieucategorieën (zoals planologisch aanwezig) uiteengezet, met daarbij de afstand tot de dichtstbijzijnde woonfunctie binnen het plangebied. De afstand is gemeten van bestemmingsvlak Bedrijf buiten het plangebied tot de aanduiding van de gevoelige bestemming binnen het plangebied, namelijk de functieaanduiding ‘bw’ (bw) en de bestemming WonenBuitengebied. De afstand van de bedrijfsbestemming tot aan de grens van het plangebied voldoet niet geheel aan de richtafstanden maar de relevante afstand tot aan de gevoelige bestemmingen (bedrijfswoning en burgerwoning) bedraagt circa 130 meter en voldoet wel aan de richtafstanden. Adres

Omschrijving

Originele richtafstanden

Richtafstand

Afstand tot

(in m)

-1 afstandsstap

aanduiding

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

(in m)

(in m)

Stationsweg 100

Restaurant

10

0

10

10

0

80

Stationsweg 100

Golfbaan

0

0

10

0

0

0

Stationsweg 90a

Handel in vrachtauto’s

10

10

100

10

50

130

(incl. import en reparatie) Stationsweg 90a

Autosloperij > 1.000 m²

10

30

100

30

50

130

Stationsweg 90a

Milieucategorie 3.2

-

-

-

-

50

130

Tabel richtafstanden ten opzichte van omliggende niet-woonfuncties en milieucategorieën

Op basis van de VNG-brochure is de conclusie dat de burgerwoning en de nieuwe bedrijfswoning niet binnen de richtafstanden van de bedrijven aan de Stationsweg liggen. Verder is in paragraaf 5.3 ingegaan op het aspect industrielawaai en het eerder genoemde geluidgezoneerde industrieterrein. Wat betreft het aspect gevaar is in paragraaf 5.5 (externe veiligheid) gemotiveerd waarom deze functies op verantwoorde wijze naast elkaar kunnen bestaan. Gelet op het voorgaande zal het plan niet zorgen voor een verslechtering van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied. Anderzijds brengt het plan geen verslechtering teweeg voor de niet-woonfuncties, omdat de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden gehinderd.

52

Hoofdstuk 6.

Uitvoerbaarheid

6.1. Economische uitvoerbaarheid 6.1.1. Exploitatieplan Er is sprake van een 'bouwplan' als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daardoor is op grond van artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (Wro) een exploitatieplan vereist tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dat laatste is hier het geval omdat de gemeente een overeenkomst met initiatiefnemer heeft gesloten. De realisering van onderhavige ontwikkeling en de daarmee samenhangende kosten zijn geheel voor risico van de initiatiefnemer, overeenkomstig de anterieure overeenkomst die tussen de gemeente en de initiatiefnemer is gesloten.

6.1.2. Planschade Algemeen Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning kan ertoe leiden dat een belanghebbende zogenaamde planschade ondervindt. Daarbij kan het gaan om waardevermindering van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning) of inkomensderving. Een deel van deze schade valt wettelijk gezien echter binnen het normaal maatschappelijk risico en is dus niet te verhalen. Beoordeling plan De verwachting is dat er geen sprake zal zijn van planschade. Mocht dit onverhoopt wel aan de orde zijn dan komen de kosten voor rekening van de initiatiefnemer, ingevolge de bepalingen in de anterieure overeenkomst.

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Vanwege hun belang bij onderhavig bestemmingsplan is dit plan ter vooroverleg toegestuurd aan de provincie Limburg, de Veiligheidsregio en waterschap Limburg. De provincie Limburg heeft een vooroverlegreactie ingediend die inhoudelijk verwerkt is in het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage gelegen heeft. Inspraak- en zienswijzenprocedure Vanwege de aard en geringe impact van het project wordt geen (facultatieve) inspraakprocedure gevolgd. Het ontwerpbestemmingsplan zal conform de Wet ruimtelijke

53

ordening voor de duur van zes weken ter inzage liggen, na voorafgaande publicatie op gemeentepagina en in de Staatscourant. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen op het plan kenbaar te maken. In dit geval is één zienswijze ingebracht. Op basis van de zienswijze is e.e.a. in deze toelichting gewijzigd en geactualiseerd en is een notitie toegevoegd aan de bijlagen bij deze toelichting (bijlage 7). De nota van zienswijzen is opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting. Voorts is door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 de stikstofdepositieberekening geactualiseerd (bijlage 4).

54

Hoofdstuk 7.

Juridische planbeschrijving

7.1. Onderdelen bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Herziening Golfbaan de Herkenbosche’ is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. Onderhavig document vormt de toelichting bij het bestemmingsplan ‘Herziening Golfbaan de Herkenbosche’.

7.2. Toelichting op de verbeelding In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond (GBKN) getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

7.3. Toelichting op de regels Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Bij de totstandkoming van de bestemmingsregels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen - 2e herziening’. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Recreatie - Dagrecreatie Recreatieve activiteiten zijn bestemd als Recreatie - Dagrecreatie. Hieronder valt in dit geval de golfbaan met de bijbehorende voorzieningen. Aangezien de regels per recreatieve voorziening verschillend zijn, zijn hiervoor specifieke aanduidingen opgenomen, bijvoorbeeld m.b.t. de bedrijfswoning en m.b.t. de horeca.

55

Wonen De woning aan de Stationsweg 104 krijgt een woonbestemming conform de regels van het bestemmingsplan Buitengebied Roerdalen. Waarde - Archeologie - 5 De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. Dit betekent dat er geen gebouwen groter dan 1.000 m² met een bouwdiepte van 40 cm mogen worden gerealiseerd zonder hiervoor een archeologisch onderzoek uit te voeren. Waarde - Archeologie - 6 De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. Dit betekent dat er geen gebouwen groter dan 2.500 m² met een bouwdiepte van 40 cm mogen worden gerealiseerd zonder hiervoor een archeologisch onderzoek uit te voeren. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels. Binnen de algemene aanduidingsregels zijn in dit geval regels opgenomen voor de aanwezige aanduidingen ‘geluidszone - industrie’ en ‘milieuzone - roerdalslenk III’. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan.

In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.

56

Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9.

Ladderonderzoek, Stec groep, 08 april 2020 Oplegnotitie bestuurlijk regionaal overleg, Stec groep, 04 juni 2020 Landschapsplan, Bureau Verbeek, 24 juni 2021 Stikstofdepositie Onderzoek, Kragten, 10 maart 2023 Quickscan flora en fauna, Tritium Advies, 23 september 2019 Notitie hogere waarde bedrijfswoning, Tritium Advies, 15 juni 2021 Notitie kwalitatieve behoefte, Stec groep, 10 februari 2023 Nota van zienswijzen, gemeente Roerdalen Vooroverlegreactie provincie Limburg, september 2021

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=1d59ec2e-5fa2-44c4-b1fa-33573161b18f