4.5 Bijlage 5. Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
Quickscan flora en fauna
in opdracht van Burggolf Herkenbosch B.V. T.a.v. de heer M. Hermans Stationsweg 100 6075 CD HERKENBOSCH betreffende locatie Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 Herkenbosch (gemeente Roerdalen) documentkenmerk 1804/096/RV-01 versie 3 vestiging Nuenen datum 23 september 2019
opgesteld door: dr. A.J. Klarenberg
gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort
Projectleider ecologie
Senior projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Bronnenonderzoek
3
2.1
Gebieden
3
2.2
Soorten
5
3
Veldbezoek
6
4
Resultaten
7
4.1
Flora
7
4.2
Vogels
7
4.3
Grondgebonden zoogdieren
8
4.4
Vleermuizen
8
4.5
Amfibieën, reptielen en vissen
9
4.6
Ongewervelden/ overige soorten
9
5
Conclusies
10
5.1
Beschermde gebieden
10
5.2
Soorten
10
5.3
Zorgplicht
11
5.4
Eindconclusie
12
5.5
Advies
12
6
Literatuurlijst
13
Bijlagen 1.
situatie plangebied
2.
fotobijlage veldbezoek van 12 september 2018
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
1 Inleiding In opdracht van Burggolf Herkenbosch B.V. is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van diverse ontwikkelingen ter plaatse van de golfbaan “De Herkenbosche” aan de Stationsweg 100 te Herkenbosch. Het gaat hierbij om de realisatie van zowel en golfhotel met 35 kamers als een bedrijfswoning, het omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning (Stationsweg 104) en het planologisch vastleggen van zowel een bestaande recreatiewoning (Stationsweg 106; midden op de golfbaan) als een bestaand kantoor aan de Stationsweg 100 te Herkenbosch, gemeente Roerdalen. Het plangebied grenst aan zowel natuur als aan het geluidgezoneerde industrieterrein Heide-Roerstreek. Het plangebied beslaat een totaal oppervlak van circa 24.691 m2. Het golfbaanonderhoud wordt op aantoonbaar duurzame wijze uitgevoerd onder het groenlabel van de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF) in samenwerking met de Golf Environment Organization (GEO). De situatie in bijlage 1 en de in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterkaart.nl)
Voor deze locatie wordt een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden.
pagina 1 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
Op basis van de ecologische waarden van een plangebied zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied grenst aan het industrieterrein Heide-Roerstreek en is gelegen buiten de gebouwde kom van de gemeente Roerdalen ten noorden van Herkenbosch. In bijlage 1 is de situatie van het plangebied opgenomen.
Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)
pagina 2 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.
2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. Het Natura 2000-gebied is met roze gestreepte arceringen aangeduid. Het natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) is weergegeven in groene highlights en wordt in Limburg de Goudgroene natuurzone genoemd. Daarnaast zijn er nog andere provinciale natuur- en landschapszones (POL 2014 kaart 7: Natuur). Deze zijn aangegeven in beige en blauwgrijze highlights. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.
Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/)
Uit figuren 3 en 4 kan worden afgeleid dat het plangebied in de Bronsgroene landschapszone is gelegen, echter niet in Natura 2000-gebied noch in de Goudgroene en Zilvergroene natuurzone is
pagina 3 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
gesitueerd. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 0,5 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen en betreft “Meinweg” in de provincie Limburg. Aan de zuid- en oostzijde in de provincie Limburg ligt op circa 2,1 en 4,1 kilometer het Natura 2000-gebied “Roerdal”. De Meinweg is een gevarieerd bos- en heidegebied aan de oostkant van de Maas in MiddenLimburg. De heide omvat zowel droge als natte heidevelden met daarin goed ontwikkelde zure vennen. De trapsgewijze ligging op de Maasterrassen gaat gepaard met flinke hoogteverschillen. De afwisseling wordt nog versterkt door twee snel stromende beken, die nog grotendeels een natuurlijke loop hebben, de Boschbeek en de Roode Beek. Op Duits grondgebied strekt het natuurgebied zich verder uit in een bosgebied. De Meinweg is befaamd om zijn reptielen (adder, zandhagedis), maar het gebied is ook rijk aan vogels, libellen en andere insecten. Het Roerdal ligt in een slenk (de Centrale slenk of Roerdalslenk) die ontstaan is door opheffing van de omliggende gebieden (de horsten) langs aardbreuken. Het Nederlandse deel van Roer ligt daardoor in een vrij vlak gebied en heeft grote meanders. Langs de oevers bevinden zich plaatselijk grindbanken en er zijn steile oeverwallen aanwezig.
De omliggende gronden bestaan uit landbouwgronden en natuurterreinen met bossen, inunderende graslanden, afgesloten meanders, plassen en poelen en floristisch waardevolle wegbermen. Een groot deel van de oevers bestaat uit voedselrijke ruigten. In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van de provinciale natuur- en landschapszones (POL 2014 kaart 7: Natuur) van de provincie Limburg is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Uit de figuur blijkt dat het plangebied in de Bronsgroene landschapszone is gelegen, echter niet in Natura 2000-gebied noch in de Goudgroene en Zilvergroene natuurzone is gesitueerd. Het gebied grenst ten westen aan de Goudgroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 0,5 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen en betreft “Meinweg” in de provincie Limburg.
Figuur 4:
plangebied en directe omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: (bron: https://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/)
pagina 4 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bronsgroene landschapszone maar buiten de begrenzing van de andere provinciale natuur- en landschapszones en NNN. De provincie Limburg hanteert geen externe werking voor dergelijke natuurgebieden. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied de Meinweg is op een afstand van circa 0,5 kilometer ten noorden gelegen. De Goudgroene natuurzone ligt aangrenzend te westen, ten noorden en te oosten, waar het deels overlapt met het Natura 2000-gebied de Meinweg. In de huidige situatie verblijven golfers in nabijgelegen hotels zodat het aantal voertuigbewegingen vanwege de realisatie van het golfhotel niet zal toenemen. Gezien de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect op het Natura 2000-gebied derhalve niet te verwachten.
2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas en de NDFF verspreidingsatlas. In werkatlassen wordt het voorkomen van soorten doorgaans per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:202 / Y:353. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlashok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 2000 tot 2018 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: grote bosmuis, bosmuis, ree, bever, edelhert, huisspitsmuis, damhert, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, ondergrondse woelmuis, huismuis, hermelijn, wezel, bunzing, beverrat, rosse woelmuis, watervleermuis, waterspitsmuis, bosvleermuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, tweekleurige bosspitsmuis, dwergspitsmuis, wild zwijn, mol en vos.
In de periode 2000-2018 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten amfibieën en reptielen zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, rugstreeppad, alpenwatersalamander, vinpootsalamander, kleine watersalamander, knoflookpad, groene kikker-complex, bastaardkikker, poelkikker, meerkikker, heikikker, bruine kikker, kamsalamander, hazelworm, gladde slang, zandhagedis, roodwangschildpad, geelbuikschildpad, geelwangschildpad, adder en levendbarende hagedis. Op de site van de provincie Limburg zijn tevens natuurgegevens voor het betreffende gebied geraadpleegd. Van de vogels zijn bij de laatste kartering in 1998-2011 van het natuuronderzoek van de provincie Limburg in het plangebied of directe omgeving van Hok 58-55-23 (onderdeel van atlasblok 58-52) in het verleden de territoria van twee rode lijst soorten, respectievelijk de grote lijster, grauwe vliegenvanger, de matkop en de zwarte mees vastgesteld.
pagina 5 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
3 Veldbezoek Het plangebied is op 12 september 2018 in de middag bezocht. Er was sprake van bewolkt en zonnig weer, met windkracht 3 Bft en een temperatuur van circa 18 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zichten geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd.
pagina 6 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.
4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. In de maand september zijn nog veel planten zichtbaar. Er zijn geen beschermde planten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep. Zoals uit de bomenlijst en de overzichtskaart van de gemeente Roerdalen blijkt, staan er geen monumentale bomen op of direct nabij de locaties waar de bedrijfswoning en het golfhotel zijn gepland.
4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is naast bos en het golfterrein ook bebouwing aanwezig. Het gebied is geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Vooral voor vogels die in het stedelijk gebied, in bosrijk gebied en in struwelen voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied bij de Stationsweg 104 een houtduif (Columba palumbus), een boomklever (Sitta europaea), een merel (Turdus merula) en twee koolmezen (Parus major) waargenomen. Er zijn in het plangebied geen jaarrond beschermde vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van broedvogelsoorten die kenmerkend zijn voor bosrijk gebied of stedelijk gebied en waarvan de nestlocaties jaarrond zijn beschermd, zoals bijvoorbeeld de buizerd (Buteo buteo), de huismus (Passer domesticus) en de gierzwaluw (Apus apus). Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen.
Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied (tuin en golfterrein) in gebruik blijven. Wel wordt bij de voorgenomen bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.
pagina 7 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), zoals de das (Meles meles), is het plangebied slechts voor een deel geschikt. Van deze soort werden in het plangebied geen sporen aangetroffen. Het plangebied is ook voor een deel geschikt voor kleine marterachtigen zoals de wezel (Mustela nivalis) en bunzing (Mustela putorius). Hiervan zijn echter ook geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. De bunzing houdt vooral van gebieden met oppervlaktewater. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen geschikt oppervlaktewater aanwezig. De wezel heeft de voorkeur voor open, droge natuur- en cultuurlandschap met in de omgeving voldoende dekking. In de wijdere omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van het bestaande golfterrein met het aangrenzende bosrijke gebied en om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.4 Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfsplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De voorlopige plannen zijn om het golfhotel op de parkeerplaats voor golfkarren naast het clubhuis en restaurant te realiseren waarbij het direct zal aansluiten tegen de oostelijke gevel van het gebouw. Aangezien de betroffen oostelijke buitenmuur van het clubhuis en restaurant (zie situatie in bijlage 1) beschikt over open stootvoegen en hierdoor in principe geschikt is, valt de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouw bewonende vleermuizen niet uit te sluiten. Echter zijn er conform opgave inmiddels stootvoegroosters (bijenbekjes) in de open stootvoegen geplaatst, waardoor het bij de plannen betrokken deel van de bebouwing ongeschikt is voor gebouwbewonende vleermuizen. De jonge bomen op de golfparkeerplaatsen zijn niet geschikt als vaste verblijfsplaats voor vleermuizen. Voor de geplande bouw van een bedrijfswoning bij de ingang van het golfterrein aan de Stationsweg zullen mogelijk enkele lariksen worden gekapt. In deze bomen werden geen holtes of spleten gevonden die geschikt zijn voor boom bewonende vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden.
De overige panden binnen het plangebied blijven gehandhaafd en de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in deze panden zullen tevens behouden blijven. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals het golfterrein en de bosrijke natuurgebieden in de directe omgeving van het plangebied. Op het golfterrein zijn buiten de bebouwing veel vleermuiskasten opgehangen. Conclusie: met uitzondering van de bestaande accommodatie van het clubhuis en restaurant aan de Stationsweg 100 zijn er geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen die zullen worden aangetast binnen het plangebied. Aangezien de oostelijke buitenmuur van het clubhuis en restaurant beschikt over open stootvoegen en hierdoor in principe geschikt is, valt de aanwezigheid
pagina 8 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
van verblijfplaatsen voor gebouw bewonende vleermuizen niet uit te sluiten. Echter zijn er conform opgave inmiddels stootvoegroosters (bijenbekjes) in de open stootvoegen geplaatst, waardoor het bij de plannen betrokken deel van de bebouwing ongeschikt is voor gebouwbewonende vleermuizen. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.
4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van (beschermde) vissen kan worden uitgesloten. Eveneens is het plangebied ongeschikt voor beschermde amfibieën vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater. Het plangebied is niet geschikt voor beschermde reptielen, zoals de adder, de levendbarende of de zandhagedis die in de omgeving voorkomen. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van niet beschermde soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
pagina 9 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.
5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bronsgroene landschapszone maar buiten de begrenzing van de andere provinciale natuur- en landschapszones en NNN. De provincie Limburg hanteert geen externe werking voor dergelijke natuurgebieden. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied de Meinweg is op een afstand van circa 0,5 kilometer ten noorden gelegen. De Goudgroene natuurzone ligt aangrenzend te westen, ten noorden en te oosten, waar het deels overlapt met het Natura 2000-gebied de Meinweg. In de huidige situatie verblijven golfers in nabijgelegen hotels zodat het aantal voertuigbewegingen vanwege de realisatie van het golfhotel niet zal toenemen. Gezien de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect op het Natura 2000-gebied derhalve niet te verwachten.
5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn in het plangebied geen jaarrond beschermde vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van broedvogelsoorten die kenmerkend zijn voor bosrijk of stedelijk gebied en waarvan de nestlocaties jaarrond zijn beschermd, zoals bijvoorbeeld de buizerd, huismus en de gierzwaluw. Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied.
Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden
pagina 10 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen die zullen worden aangetast binnen het plangebied. Aangezien in het clubhuis en restaurant stootvoegroosters (bijenbekjes) zijn geplaatst, zijn op dit moment geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen aanwezig. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.
Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd
pagina 11 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.4 Eindconclusie In onderstaande vijf punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect
•
nader onderzoek naar soorten c.q. soortgroepen is niet noodzakelijk;
•
voor soorten c.q. soortgroepen is een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) niet
op foeragerende vleermuizen uit te sluiten;
noodzakelijk; •
voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuw te bouwen bedrijfswoning en het golfhotel wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.
pagina 12 van 13
documentkenmerk: 1804/096/RV-01, versie 3
6 Literatuurlijst Bescherming van bomen gemeente Roerdalen, inclusief bomenlijst en overzichtskaart (2010) Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Natuurgegevens provincie Limburg (2018) Geraadpleegd op 28 september 2018 via www.natuurgegevensprovincielimburg.nl NDFF (2018) Geraadpleegd op 28 september 2018 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2018) Geraadpleegd op 28 september 2018 via http://www.ravon.nl/ Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Zoogdiervereniging (2018) Geraadpleegd op 28 september 2018 via http://www.zoogdiervereniging.nl/
pagina 13 van 13
Situatie plangebied : 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
5
1 t/m 4
oostelijke buitenmuur van het clubhuis en restaurant
Huidige situatie en beoogde ontwikkeling: 1.
Realisatie van een bedrijfswoning bij de ingang van het golfterrein aan de Stationsweg
2.
Ontwikkeling van een golfhotel met 40 kamers (bij Stationsweg 100)
3.
Planologisch vastleggen van een bestaand kantoor (Stationsweg 100)
4.
Omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning (Stationsweg 104)
5.
Planologisch vastleggen van een bestaande recreatiewoning (Stationsweg 106)
pagina 1
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 7
Foto 8
Foto 9
pagina 3
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 4
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 5
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 16
Foto 17
Foto 18
pagina 6
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 19
Foto 20
Foto 21
pagina 7
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 22
Foto 23
Foto 24
pagina 8
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 25
Foto 26
Foto 27
pagina 9
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 28
Foto 29
Foto 30
pagina 10
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 31
Foto 32
Foto 33
pagina 11
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 34
Foto 35
Foto 36
pagina 12
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 37
Foto 38
Foto 39
pagina 13
Fotobijlage: 1804/096/RV-01, Golfbaan ‘De Herkenbosche’ Stationsweg 100 te Herkenbosch
Foto 40
Foto 41
pagina 14