3. Toelichting - Vaststellen bestemmingsplan Maasbrachterweg 3 Montfort
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3, Montfort’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld
Identificatienummer: NL.IMRO.1669.BPMFT2020MAASBRWG3-VG01 Datum: 5 januari 2021 Opdrachtgever: Contactpersoon: Projectnummer: Documentnummer: Status:
Stiphout Plastics E. Stiphout CA190028.053 R01v1.4-Toelichting Vastgesteld
Functie:
Naam:
Collegiale toets:
W. Smeets
Projectleider:
J. van Schie
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
Gezien en akkoord:
2
Kantoor Breda Minervum 7460 4811 ZP Breda Kantoor Geleen De Asselen Kuil 10 6161 RD Geleen Kantoor Utrecht Atoomweg 50 3542 AB Utrecht Kantoor Herentals (B) Diamantstraat 8/212 B-2200 Herentals +31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl ©2017 Geonius Groep BV Niets uit dit rapport of bijbehorende tekeningen mag worden verveelvoudigd en of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder schriftelijke vermelding van opdrachtgever en Geonius Groep BV, noch mag het zonder bronvermelding worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
3
Inhoud 1
INLEIDING
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Situering en begrenzing plangebied
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
7
1.4
Leeswijzer
9
2
BESTAANDE SITUATIE
2.1
Omgeving plangebied
10
2.2
Plangebied
11
3
BELEIDSKADERS
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke
10 12 12
ordening
12
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
12
3.2
Provinciaal beleid
13
3.2.1
Omgevingsverordening Limburg 2014
14
3.3
Gemeentelijk beleid
15
3.3.1
Structuurvisie Roerdalen 2030
15
3.3.2
Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg
16
4
PLANBESCHRIJVING
4.1
Uitbreiding bebouwing
4.2
Landschappelijke inpassing
19
4.3
Ontsluiting
20
5
ONDERZOEK
21
5.1
Milieuaspecten
21
5.1.1
Geluidhinder
21
5.1.2
Milieuzonering
21
5.1.3
Luchtkwaliteit
23
5.1.4
Bodem
24
5.1.5
Externe veiligheid
25
5.2
Archeologie
28
5.3
Cultuurhistorie
28
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
18 18
4
5.4
Watertoets
29
5.4.1
Rijksbeleid
29
5.4.2
Provinciaal beleid
29
5.4.3
Regionaal beleid
30
5.4.4
Situatie plangebied
30
5.4.5
Digitale Watertoets
30
5.4.6
Waterparagraaf
31
5.5
Flora en fauna
33
5.6
Verkeer en parkeren
33
5.7
Economische haalbaarheid
34
6
PLANSTUKKEN
35
6.1
Planstukken
35
6.2
Toelichting op de analoge verbeelding
35
6.3
Toelichting op de regels
35
6.3.1
Inleidende regels
36
6.3.2
Bestemmingsregels Bestemmingen
36
6.3.3
Algemene regels
37
6.3.4
Overgangs- en slotregels
37
6.4
Inhoudelijke opzet
38
7
INSPRAAK, OVERLEG EN ZIENSWIJZEN
7.1
Inspraak
39
7.2
Vooroverleg
39
7.3
Zienswijzenprocedure
39
39
Bijlagen 1.. Verslag Omgevingscommissie over Landschappelijke inpassing 2. Advies Veiligheidsregio Limburg Noord 3. Infiltratieadvies 4. Quickscan flora en fauna 5. Notitie parkeerberekening
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
5
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
6
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Aan Maasbrachterweg 3 te Montfort is het bedrijf Stiphout Plastics gevestigd. Dit bedrijf houdt zich op deze locatie bezig met het verwerken en opslaan van kunststoffen. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het uitbreiden van de bebouwingscapaciteit van het perceel aan de Maasbrachterweg 3 te Montfort. Stiphout Plastics is voornemens om naast de huidige bedrijfshal een overkapping te plaatsen en daarnaast aan de zuidwestzijde van de huidige bedrijfshal een tweede bedrijfshal te plaatsen. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is een eenduidige en uniforme juridische regeling op te stellen voor de gewenste uitbreiding.
1.2
Situering en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de gemeente Roerdalen ten Noorden van de kern Montfort. Op onderstaande afbeelding is de locatie van het plangebied weergegeven op een luchtfoto.
Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) en de omgeving (Bron: Google Maps)
Het plangebied sluit ten oosten en ten zuiden aan bij een voormalige stortlocatie. In het noordwesten grenst het plangebied aan agrarische gronden waarachter zich een spoorlijn en de rijksweg A73 zich bevinden.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De planlocatie valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’. Dit bestemmingsplan is op 21 april 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
7
Roerdalen vastgesteld. Daarnaast is het facetbestemminsgplan ‘Vervallen bestemmingsplanregels huisvesting (buitenlandse) werknemers’ vastgesteld op 23 mei 2019 door de gemeenteraad van Roerdalen onderdeel van het planologische regime op de planlocatie. Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de hele gemeente ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. In het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” is aan het plangebied de bestemming ‘Maatschappelijk-Vuilstort’ toegekend. De gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk-Vuilstort’ zijn bestemd voor een vuilstort en de inzameling, be- en verwerking en recycling van afval, met dien verstande dat het storten van afval is toegestaan met uitzonderling van ziekenhuis-, chemisch en nucleair afval; met de daarbij behorende voorzieningen zoals wegen, groen, recreatieve paden, water, transportvoorzieningen, nazorgvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. Binnen het bouwvlak mogen eveneens gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van een aantal regels. Het volledige plangebied is voorzien van een bouwvlak waarbij de maatvoering een maximum bebouwingspercentage van 15% is. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – Roerdalslenk II’.
Voor de gronden met deze gebiedsaanduiding gelden nog enkele aanvullende regels. Het is bij deze aanduiding niet toegestaan om grond te roeren dieper dan 30 meter. Hierbij zijn enkele uitzonderingen van toepassing.
de
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2 herziening’ met aanduiding plangebied (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
8
Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het plaatsen van een overkapping tegen de huidige bedrijfshal en daarnaast het plaatsen van een nieuwe bedrijfshal ten zuidwesten van de huidige bedrijfshal. Dit is niet toegestaan binnen het geldende bestemmingsplan aangezien het bebouwingspercentage van 15% hiermee wordt overschreden. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk om de nieuwe situatie juridisch-planologisch toe te staan. De gemeente Roerdalen heeft aangegeven in principe medewerking te verlenen aan het verzoek om de uitbreiding van de bestaande bedrijfshal mogelijk te maken. Aangegeven is dat hiertoe een nieuw bestemmingsplan dient te worden opgesteld. Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt hieraan invulling gegeven.
1.4
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten verwoord uit het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op het initiatief. Vervolgens komt in hoofdstuk 4 de planbeschrijving aan de orde. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de toetsing van de milieu- en overige onderzoeksaspecten op deze locatie. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de planstukken/ juridische toelichting op het bestemmingsplan. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op overleg en inspraak.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
9
2
BESTAANDE SITUATIE
2.1
Omgeving plangebied
Het plangebied ligt aan de Maasbrachterweg 3 in het buitengebied van de gemeente Roerdalen ten noorden van de kern Montfort. De omgeving heeft een sterk agrarisch karakter met voornamelijk agrarische functies, maar ook gronden die bestemd zijn voor natuur en wonen. Ten noorden van het plangebied liggen de rijksweg A73 en een dubbele spoorlijn.
Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google Earth)
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
10
2.2
Plangebied
Het plangebied is onderdeel van een voormalige stortlocatie. De planlocatie grenst aan de oostzijde aan een milieustation waar inwoners van omliggende gemeenten afval kunnen brengen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan agrarische gronden. Het plangebied wordt ontsloten via de Maasbrachterweg. Deze weg wordt uitsluitend gebruikt door bestemmingsverkeer naar de milieustraat of verkeer naar het opslag de op- en overslag locatie van Atterro. De navolgende foto’s geven een impressie van het plangebied.
Impressie plangebied Maasbrachterweg
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
11
3
BELEIDSKADERS
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het Natuurnetwerk Nederland (de artikelen worden later aan het Barro toegevoegd) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het Rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.
Toetsing Het plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
12
ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Toetsing Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling betreft de invulling van de behoefte aan een duurzame bedrijfsvoering voor een bestaande functie. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan een kwalitatieve behoefte. Bovendien wordt gebruik gemaakt van het huidige terrein met de bestemming Maatschappelijk-Vuilstort. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak, waarin uitsluitend een toename van het bebouwingspercentage is voorzien. Realisatie op een andere locatie is ook niet aan de orde en zinvol, aangezien de tweede bedrijfshal onlosmakelijk deel uitmaakt van de bedrijfsvoering. De bestemming ‘Maatschappelijk-Vuilstort’ is in verband met milieuzoneringen niet wenselijk in de buurt van woongebieden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het daarom niet aan de orde om onderhavige ontwikkeling toe te passen in bestaand stedelijk gebied. Er volgen uit de ladder duurzame verstedelijking geen belemmeringen voor de planvorming.
3.2
Provinciaal beleid
Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) vastgesteld. Dit POL2014 is in samenwerking met gemeenten en stakeholders opgesteld. POL2014 is een plan op hoofdlijnen. In samenhang met POL2014 zijn er programmatische beleidsdocumenten, een omgevingsverordening met bijbehorende beleidsregels, en inpassingsplannen. POL2014 heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL 2014 wordt de projectlocatie weergegeven als buitengebied.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
13
Figuur 11 Zonering POL 2014.
Het POL 2014 omschrijft het buitengebied als volgt: ‘’Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing.’’ Voorliggend plan: In het POL 2014 zijn geen provinciale belangen benoemd die conflicten hebben op het voorliggend plan. 3.2.1 Omgevingsverordening Limburg 2014 Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt. De Maasbrachterweg is gelegen in de Roerdalslenk, gecategoriseerd in de boringsvrije zone Roerdalslenk ll. 1. Het is in het gebied Roerdalslenk binnen en buiten inrichtingen verboden: a. een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei; b. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
14
2. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 20 meter beneden het maaiveld in zone I, 30 meter in zone II of 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei en ieder voornemen in zone IV, wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan gedeputeerde staten. 3. Bij het maken en sluiten van een boorput wordt de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100, als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht genomen. Voorliggend plan: In verband met de ligging van de projectlocatie binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk ll zijn bodemenergie of aardwarmtesystemen dieper dan 30 meter niet toegestaan. Toepassing van een bodemenergie of aardwarmtesysteem is niet van toepassing voor desbetreffende locatie. Er worden daarom geen conflicten met de omgevingsverordening voorzien.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Roerdalen 2030 Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening van kracht geworden. Voor gemeenten betekent dit dat zij een structuurvisie moeten opstellen. De structuurvisie bevat een brede visie op de toekomst van de gemeente en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. Sinds het moment van vaststelling door de gemeenteraad op 26 februari 2013 heeft deze visie een formele status als gemeentelijk beleid. Dit houdt in dat de visie een toetsingskader vormt voor initiatieven die voor dit gebied worden ingediend, maar ook de basis voor het opstarten van gemeentelijke projecten. Initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de visie en het toetsingskader. De visie is opgesteld met als doelstelling de samenhang van het beleid te tonen van de voormalige gemeenten die samen Roerdalen hebben gevormd. Het is een integrale visie die inzicht geeft in de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur ten behoeve van een optimale kwaliteit voor het gehele grondgebied van de gemeente Roerdalen. De structuurvisie dient als inspirerende aanzet en stimulans voor nieuwe mogelijkheden, kansen en ideeën, waarbij vooral zal worden ingezet op het optimaliseren van de kwaliteit van dorp en landschap.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
15
Structuurvisie Roerdalen 2030 met aanduiding plangebied (Bron: gemeente Roerdalen)
Op kaartmateriaal behorende bij de Structuurvisie Roerdalen 2030 volgt dat de planlocatie aan de Maasbrachterweg is gelegen binnen de functie duurzaamheid, educatie en innovatie. De structuurvisie benoemt de voormalige vuilstort bij Montfort expliciet als locatie die kan dienen voor initiatieven op het gebied van duurzaamheid en educatie. De structuurvisie ziet de locatie als een duurzaamheidspark die gekoppeld kan worden aan industriële activiteiten of recreatieftoeristische ontwikkelingen. De voorkeur gaat hierbij naar duurzame activiteiten. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van industriële activiteiten met een sterk duurzaam karakter. Het initiatief sluit daarmee goed aan bij Structuurvisie Roerdalen 2030.
3.3.2 Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg In september 2019 heeft de gemeenteraad het Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg vastgesteld als bestuurlijk afsprakenkader. Het beleidskader is een uitwerking van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg en dient om de voorraad van vraag en aanbod van bedrijventerreinen, winkels en kantoren op regionale schaal beter in balans te brengen en de bijbehorende gezamenlijke keuzes en afspraken vast te leggen. Kern van het regionaal beleidskader is een set van afspraken en procedures ten behoeve van een toekomstbestendige ruimtelijk-economische werk- en winkelstructuur.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
16
Nieuwe plannen, die niet binnen de huidige planologische mogelijkheden passen en boven de drempelwaarden uitstijgen, worden regionaal afgestemd. De drempelwaarden betreffen voor: • Bedrijventerreinen: 1.500 m² bvo; • Winkels: 1.000 m² bvo; • Kantoren: 500 m² bvo (overeenkomstig POL).
Toetsing In onderhavige situatie is sprake van de bestemming ‘Maatschappelijk – Vuilstort’. Op basis daarvan is geen sprake van een van bovenstaande categorieën. Derhalve hoeft het initiatief niet regionaal afgestemd te worden.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
17
4 PLANBESCHRIJVING 4.1
Uitbreiding bebouwing
Stiphout Plastics verwerkt huishoudelijk plastic verpakkingsafval tot circulaire grondstof. In verband met de snelle groei, wil Stiphout Plastic zijn duurzame recyclingactiviteiten uitbreiden. Daarbij heeft het de ambitie om de plastic recycling op te schalen en wil in staat zijn om de lokale kunststoffen (uit de provincie) op te werken tot nieuwe grondstof. Om dit te bewerkstelligen is additionele verwerkingscapaciteit nodig. Ten gevolge van deze extra verwerkingscapaciteit is uitbreiding van de bebouwing noodzakelijk. Deze uitbreiding zal gefaseerd plaats vinden. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een overkapping tegen de bestaande bedrijfshal en het oprichten van een nieuwe bedrijfshal aan de zuidwestzijde van de bestaande bedrijfshal. De eerste fase betreft de realisatie van de nieuwe overkapping van ca. 900 m², welke nodig is voor droge opslag van schoon gereed product. De tweede fase betreft de beoogde hal van 1.800 m² welke gebruikt zal worden voor toekomstige optimalisatie van het productieproces.
Huidige en toekomstige situatie Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
18
Op voorgaande afbeelding is de geplande ontwikkeling schetsmatig weergegeven. De bestaande bebouwing is aangegeven met gele kaders. De nieuw gewenste bebouwing is aangegeven in het blauw.
4.2 Landschappelijke inpassing In het kader van het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is er een landschappelijk inpassinsgplan opgesteld door Geonius. Het uitgangspunt voor het inpassingsvoorstel is hierbij om de massa van de bedrijfshal en buitenopslag van plastic balen aan het zicht te ontnemen. In het onderstaande figuur is het inpassingsvoorstel weergegeven.
Inpassingsvoorstel De landschappelijke inpassing voorziet in een bosplantsoen van minimaal 5 meter breed in combinatie met bomen aan de noordwestelijke en zuidwestelijke grens van het plangebied. Hiervoor is gekozen om zowel de plastic balen als ook de gesloten gevels van de bestaande bedrijfshal en nieuwe overkapping (hoogte ca. 6,50m) en nieuwe bedrijfshal (max. hoogte 8m) snel en blijvend uit
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
19
het zich te nemen. Doordat het bosplantsoen aansluit op de kroon van de bomen ontstaat een groene, robuuste landschappelijke afscherming. Het landschappelijk inpassingsplan is op 28 januari 2020 besproken met de kwaliteitscommissie van de gemeente Roerdalen en akkoord bevonden. Het verslag van de commissie is bijgevoegd als bijlage 1 van deze toelichting. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 2 opgenomen bij de regels van dit bestemmingsplan.
4.3
Ontsluiting
De ontsluiting van het perceel verloopt in de huidige situatie en de toekomstige situatie via de Maasbrachterweg. De Maasbrachterweg is een rustige weg waar enkel bestemmingsverkeer komt. De ontsluiting van het perceel blijft ongewijzigd.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
20
5
ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de noodzakelijke onderzoeksaspecten behandeld welke in het kader van de realisatie van de nieuwe (milieugevoelige) bestemming nader onderzocht dienen te worden.
5.1
Milieuaspecten
5.1.1 Geluidhinder Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer of bedrijvigheid, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder stelt dat in principe de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bebouwing niet de 48 dB mag overschrijden. Wanneer een bestemmingsplan nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige bebouwing toestaat, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen op een bepaalde afstand van die woningen of andere geluidsgevoelige bebouwing. Ook bij ontwikkelingen waarbij het geluidsniveau kan toenemen, dient onderzocht te worden of dit geen belasting heeft op de bestaande geluidsgevoelige objecten. Op basis van het geluidsniveau van een bron, wordt er een minimale afstand toegewezen van de geluidsbron tot geluidsgevoelige objecten met een maximale afstand van 200 meter. Toetsing In de voorgenomen ontwikkeling worden geen geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Bovendien is het plangebied minimaal 300 meter verwijderd van andere geluidsgevoelige objecten. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.1.2 Milieuzonering Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
21
andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van de bebouwingscapaciteit van een bouwvlak. Realisatie van het plan mag geen belemmering vormen voor het gebruik en de functies van omliggende gronden en agrarische bedrijven. De toekomstige functie mag bovendien geen hinder ondervinden van het gebruik en de functies van omliggende gronden en bedrijven.
Externe werking De externe werking betreft de vraag of de nieuwe mogelijkheden in onderhavig plan leiden tot hinder voor de bestaande of toekomstige hindergevoelige functies. Binnen de huidige bestemming ‘Maatschappelijk-Vuilstort’ worden middels dit bestemmingsplan de bebouwingsmogelijkheden van een bestaand bouwvlak verruimd t.b.v. de realisatie van een nieuwe bedrijfshal. Kunststofverwerkende bedrijven vallen volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten van het vigerende bestemmingsplan tot milieucategorie 3.1. De minimale afstand die moet worden genomen van gevoelige objecten voor geur, stof, geluid en gevaar is 50 meter. Interne werking Naast de externe werking moet ook de interne werking worden beoordeeld. Met andere woorden: past de nieuwe functie in de omgeving? Het onderhavige plan voorziet niet in het mogelijk maken van nieuwe milieugevoelige functies. Er is daarmee geen sprake van interne werking van de milieuzonering op het plan. Conclusie Het eerste gevoelige object voor milieuzonering is een woning gelegen op 300 meter afstand van het bouwvlak. Vanwege de milieucategorie is een minimale afstand vereist van 50 meter. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering vormt voor voorliggend plan.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
22
5.1.3 Luchtkwaliteit Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wmb: -
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.
Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. NIBM-tool InfoMil InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Toetsing Onderhavig planvoornemen voorziet in de wijziging van de bebouwingsmogelijkheden. Er vindt een uitbreiding van de bestaande bedrijfsvoering plaats. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
23
inrichting zal hierdoor beperkt toenemen. Met behulp van de NIBM-tool van Infomil is aangetoond dat deze bewegingen in een ‘worst-case’ scenario niet in betekenende mate bijdragen aan de Worst-case berekeningzie voor de bijdrage van figuur. het extra verkeer luchtverontreiniging, onderstaande als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2019
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
50
Aandeel vrachtverkeer
50,0%
NO2 in μg/m3
0,25
PM10 in μg/m3
0,02
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op luchtkwaliteit. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat de uitvoering van het plan NIBM is. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Toetsing Een bedrijfshal is geen gevoelige bestemming. Het Besluit gevoelige bestemmingen is derhalve niet op onderhavig project van toepassing. Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
5.1.4 Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Bij onderhavig planvoornemen is er geen sprake van een functie-/gebruikswijziging aangezien de bestemming/functie niet wijzigt. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
24
5.1.5 Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijk besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb).
Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Risicovolle bedrijven Ten behoeve van het realiseren van een nieuwe bedrijfshal wordt de capaciteit van het een bouwvlak vergroot binnen de bestaande bestemming Maatschappelijk – Vuilstort. Deze bestemmingsplanwijziging biedt geen nieuwe mogelijkheden voor het inpassen van risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat er geen Bevi-inrichting in of rondom het plangebied zijn gelegen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A73 en naastliggende spoor. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones).
Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
25
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen.
Uitsnede regionale risicokaart met aanduiding plangebied (blauw) In onderhavig geval is er sprake van het realiseren van een nieuw beperkt kwetsbaar object. Er is sprake van een bestaand bedrijf waarbij de bebouwingscapaciteit wordt uitgebreid. Voor reeds aanwezige en geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten geldt geen saneringsgrenswaarde. Alle nieuwe beperkt kwetsbare objecten dienen buiten de 10-6 contour van een risicovolle inrichting te liggen. Onderhavig plangebied is gelegen op een afstand van ca. 220 meter van de rand van de snelweg en op een afstand van ca. 230 meter van de spoorlijn SittardRoermond, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De locatie is derhalve gelegen binnen het invloedgebied van de A73 en de spoorlijn. Op 1 april 2015 is de Wet basisnet en het daarbij horende Besluit externe veiligheid en transportroutes (Btev) in werking getreden. Dit besluit is onder andere van toepassing op de wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan. Hierna worden de vereisten PR, GR, VGR en PAG vermeld waaraan het plan moet voldoen. Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
26
Plaatsgebonden risico (PR) Bij het nemen van een besluit zal de basisnetafstand (is PR 10-6 voor rijkstransportroutes) voor de A73 en het spoor in acht genomen moeten worden. Ter plaatse van het plangebied is langs de A73 geen basisnetafstand vastgelegd. De basisnetafstand voor het spoor reikt niet tot aan het plangebied. Groepsrisico (GR) Gezien de ligging binnen het invloedsgebied van de A73 en het spoor is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Indien het GR niet toeneemt en beneden de 0,1 maal de PR is en blijft, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Gezien de ligging van de bedrijfslocatie in het buitengebied tussen de A73 en het spoor, waar geen woningen zijn gelegen, valt niet te verwachten dat het GR toeneemt en ook niet dat deze boven de 0,1 maal de PR uitkomt. De dichtheid van personen is hier zeer gering. Er kan derhalve worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op het toevoegen van een beperkt kwetsbaar object in de vorm van een loods van ca. 30 x 60 meter. Hierbij zal naar verwachting hooguit een enkele extra werknemer aanwezig zijn. Omdat de uitbreiding van het bedrijf voorziet in een zeer beperkte personentoename ter plaatse, moet invulling gegeven worden aan artikel 7 van het Bevt.
Artikel 7 van het Bevt geeft aan dat in elk geval ingegaan moet worden op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De uitbreiding van het bedrijf heeft geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten en voor de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. De nieuw te bouwen loods wordt gerealiseerd op een afstand van minimaal 50 meter tot de snelweg. Hierdoor wordt de inzet van hulpverleningsdiensten niet beïnvloed. Daarnaast is de zelfredzaamheid van personen in het plangebied goed te noemen. Er kan ten alle tijde naar twee zijden gevlucht worden via de Maasbrachterweg of door het open veld. Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Langs het spoor is een PAG vastgesteld van 30 meter. De A73 bevat ter hoogte van het plangebied geen PAG. ter plaatse van het PAG dient de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten aan extra eisen uit het bouwbesluit te voldoen. Daarnaast dient door het bevoegd gezag gemotiveerd te worden waarom de nieuwbouw nodig is. In onderhavige situatie is geen sprake van het oprichten van een (beperkt) kwetsbaar object. Daarnaast is de nieuw te bouwen loods gelegen buiten de PAG. Aanvullende voorzieningen zijn derhalve niet van toepassing. Advies Veiligheidsregio Limburg Noord In verband met de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van het spoor en de A73 is de Veiligheidsregio Limburg Noord om advies gevraagd, zie bijlage 2.
Het advies is verwerkt in onderhavig plan. Waar het de bluswatervoorziening betreft zal bij de bouwaanvraag afstemming plaatsvinden met de veiligheidsregio over de invulling van deze voorziening.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
27
Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zal er derhalve geen belemmering zijn voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op onderhavige locatie.
5.2
Archeologie
Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het onderhavig plan te betrekken. Toetsing Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Op basis van het bestemmingsplan is de planlocatie niet aangewezen als grond met archeologische waarden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.3
Cultuurhistorie
Algemeen De cultuurhistorische waarden worden met ingang van 1 januari 2012 meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Artikel 3.1.6, tweede lid onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormt hiervoor de wettelijke basis. In het kader van de Modernisering van de Monumentenzorg krijgt de ruimtelijke ordening zo een uitgesproken rol met betrekking tot het in stand houden van cultuurhistorische waar- den. Toetsing Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Roerdalen (2009) ligt het plangebied niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Alleen de toegangswegen zijn aangeduid als ‘weg ouder dan 1900’. Er bevindt zich binnen het plangebied of in de nabijheid geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Onderhavig plan zal dus geen cultuurhistorische waarden schaden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
28
5.4
Watertoets
5.4.1 Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is in december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: - Nederland blijft de veiligste delta in de wereld. - Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater. - Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. - Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement. - Nederlanders leven waterbewust. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen.
De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. 5.4.2 Provinciaal beleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
29
5.4.3 Regionaal beleid Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is.
5.4.4 Situatie plangebied In het voorliggende plan wordt een nieuwe bedrijfshal en overkapping mogelijk gemaakt. In de eerste fase is voorzien in de realisatie van de overkapping. Deze overkapping komt ter plaatse van reeds bestaande verharding. Het oppervlakte aan (dak)verhardingen neemt in deze fase dan ook niet toe. In de tweede fase voorziet het plan in de realisatie van de nieuwe bedrijfshal en in het aanbrengen van verharding aan de noord- en zuidzijde van deze nieuwe hal. Het verharde oppervlak neemt daarmee toe met maximaal ca. 4.500 m². Bij nieuwbouw moet hemelwater gescheiden van het vuilwater worden verwerkt. Hemelwater mag niet worden aangesloten op het drukrioolstelsel, maar moet op eigen terrein worden verwerkt of afgevoerd naar oppervlaktewater. Afvoer moet zichtbaar bovengronds plaatsvinden tenzij dit (bedrijfs)technisch niet mogelijk is. Toestemming van het waterschap is voor de beoogde werkzaamheden noodzakelijk. 5.4.5 Digitale Watertoets Op 19 december 2019 is de digitale Watertoets ingevuld. Op basis van deze toets wordt de normale watertoetsprocedure gevolgd. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Limburg. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan het Waterschap Limburg.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
30
Bij de bouw van de nieuwe bedrijfsloods wordt verzekerd dat er geen uitlogende bouwmaterialen, zoals koper, lood en zink worden toegepast. 5.4.6 Waterparagraaf Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets, zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening(Bro), die de algemene behartiging van de waterbelangen betreft. De waterparagraaf beschrijft op bestemmingsplanniveau zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater). Watersysteem Bodemsoort Uit bestudering van de Bodemkaart 2014 (provincie Limburg) blijkt dat het plangebied is gelegen op de overgang van Holtpodzolgronden (Y23, lemig fijn zand) en Vorstvaaggronden (Zb12, leemarm en zwak lemig fijn zand). Oppervlaktewater Op ca. 450 meter ten westen van de locatie is de Vlootbeek gelegen welke onderdeel uit maakt van de legger. Binnen de locatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Grondwater Uit de beschikbare meetgegevens van de in de omgeving van het plangebied aanwezige peilbuis van de Provincie Limburg (Peilbuis B58D1609) blijkt dat de hoogste grondwaterstanden tot circa 5,5 meter beneden maaiveld reiken en dat de grondwaterstand fluctueert met circa 0,5 meter. Hemelwater Om de infiltratiecapaciteit van de bodem te bepalen heeft Geonius Geotechniek BV een infiltratieonderzoek uitgevoerd (kenmerk GA200890.R02.V1.0, d.d. 22 september 2020).
Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is goed (gemiddelde k-waarde = 1,4 m/dag). Verhard oppervlak De plannen worden gerealiseerd op de percelen die momenteel in gebruik zijn gronddepot. In de toekomstige situatie is sprake van een wijziging van de waterhuishoudkundige situatie. In de eerste fase wordt de overkapping gerealiseerd. In deze fase neemt het oppervlakte aan (dak)verhardingen niet toe. In de tweede fase wordt een nieuwe bedrijfshal met bijbehorende verharding gerealiseerd. De exacte invulling van de ontwikkeling in deze fase is nog niet bekend. Navolgende tabel geeft een vergelijking van de verharding van de huidige- en toekomstige eindsituatie (fase 2).
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
31
Situatie Bestaand Toekomst eindsituatie Toename verharding
bebouwing 900 m² 3600 m² (incl. overkapping) 2700 m²
verharding 1780 m² 1980 m² 200 m²
totaal 2680 m² 5580 m² 2.900 m²
Bij de planontwikkeling is sprake van een toename van ca. 2.900 m² aan (dak)verharding. Berekening bergingscapaciteit Op basis van de eisen van het Waterschap Limburg dient bij de berekening van de hoeveelheid vrijkomend/af te voeren uitgegaan te worden van een regenbui van 100 mm in 24 uur. Bij onderhavig project is in totaal circa 2.900 m² aan nieuw (dak)verharding aanwezig. Als gevolg van deze oppervlakte dient gerekend te worden met navolgende hemelwaterhoeveelheden: t=100 : 2900 m² x 100 mm = circa 290 m³ De te realiseren voorziening dient tenminste een inhoud te hebben van minimaal 290 m³ (t=100). Daarnaast dient de te maken bergingsvoorziening binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn voor het kunnen bergen van een nieuwe, vergelijkbare bui (100 mm). Dimensionering infiltratievoorziening In het infiltratieonderzoek zoals bijgevoegd in bijlage 4 is tevens een infiltratieadvies opgesteld voor beide fase van de beoogde ontwikkeling. Het betreffend advies bevat de uitwerking van de infiltratievoorziening middels infiltratiekratten. De exacte uitwerking van deze infiltratievoorziening zal in het kader van de omgevingsvergunning voor de verschillende bouwfasen ter goedkeuring aan de gemeente worden voorgelegd.
Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn, vanwege de solitaire ligging van de locatie. Afvalwater Het plan zal worden voorzien van een gescheiden stelsel waarbij het vuile afvalwater (DWA) wordt aangesloten op het reeds aanwezige vuilwaterriool. Bij de beoogde ontwikkeling zal gebruik worden gemaakt van een eigen (circulaire) waterzuivering. Mede hierdoor zal de toename aan afvoer beperkt blijven tot ca. 10 m³ gezuiverd afvalwater per dag. Conclusie Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het aspect waterhuishouding wordt geconcludeerd dat bij voorliggend project geen (hemel)waterproblemen behoeven te worden verwacht.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
32
5.5
Flora en fauna
Door Geonius is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Maasbrachterweg 3 te Montfort. Deze Quickscan flora en fauna is als bijlage 4 opgenomen bij dit bestemmingsplan. Onderzoek Het onderzoek concludeert dat het projectgebied geschikt is als foerageergebied voor vleermuizen. Hiervan zal een deel verdwijnen, maar er blijft in de directe omgeving voldoende foerageergebied in tact, dat de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten zeker niet in het geding is. Voor landzoogdieren en vogels gaat er ook een stukje leefgebied verloren. Het verlies is zeer gering qua omvang en in de directe omgeving zijn voldoende alternatieven. Bovendien gaat het om algemeen voorkomende soorten. Hiervoor geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Maatregelen Bij het vergraven van het gronddepot moet rekening gehouden worden met in de bodem levende kleine zoogdieren, met name muizen. Het afgraven dient daarom in een richting te gebeuren en de aanwezige begroeiing moet van te voren zoveel mogelijk worden verwijderd, zodat aanwezige dieren tijdig kunnen ontsnappen. Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Roerdal’. Dit gebied is gesitueerd op een afstand van circa 3,4 kilometer van het plangebied. Het projectgebied ligt zodanig ver verwijderd van Natura 2000-gebieden, dat negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden niet aan de orde zijn.
Uit een berekening met AERIUS Calculator blijkt dat er zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol plaatsvindt op een habitattype. Ook worden door het project geen gebieden, die behoren tot het nationaal of provinciaal natuurnetwerk, negatief beïnvloed. Conclusie Naast de beschreven maatregelen die genomen moeten worden, is het aspect flora en fauna geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.
5.6
Verkeer en parkeren
Verkeer Het planvoornemen leidt tot een beperkte toename van verkeer. De bestaande ontsluitingsweg hoeft voor onderhavige ontwikkeling niet gewijzigd te worden. Ook de bestaande inrit van de bedrijfslocatie hoeft als gevolg van het planvoornemen niet gewijzigd te worden. Wel zal mogelijk een nieuwe inrit naar het nieuwe te realiseren bedrijfsgebouw en verharding aangelegd worden.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
33
Parkeren Onderhavig voornemen heeft tevens betrekking op het realiseren van extra parkeerplaatsen. Voor alle nieuwbouwplannen geldt dat zij moeten voldoen aan de parkeernormen. Bij de gemeente Roerdalen worden de beleidsregels gevolgd zoals die door CROW zijn opgesteld in publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren, Van parkeercijfers naar parkeernormen”. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een parkeerberekening gemaakt. Deze is opgenomen in bijlage 5. De parkeernormering is in het bestemmingsplan als voorwaarde opgenomen. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormt daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.7
Economische haalbaarheid
De kosten voor zowel onderhavige procedure, als de kosten voor de realisering van het plan zelf, zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente Roerdalen hoeft geen gelden te reserveren. Daarnaast wordt er een overeenkomst gesloten waarin de verantwoordelijkheid voor eventuele planschade wordt geregeld en waarin het realiseren van de landschappelijke inpassing wordt verankerd. Conclusie De economische uitvoerbaarheid is hierdoor aangetoond.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
34
6
PLANSTUKKEN
6.1
Planstukken
Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012, alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding, regels en deze toelichting.
6.2
Toelichting op de analoge verbeelding
De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000. Op de analoge verbeelding wordt door middel van matrices per bestemming specifieke informatie weergegeven, zoals de maximum goot- en bouwhoogte.
6.3
Toelichting op de regels
Bij het opstellen van de regels werd uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen2012 (SVBP2012), het bestemmingsplan Buitengebied Roerdalen 2e herziening. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3:
Hoofdstuk 4:
Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen.
Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de bestemming aan te geven.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
35
6.3.1 Inleidende regels Begrippen (art. 1) In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening/ Wabo overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP2012. Wijze van meten (art. 2) Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. 6.3.2 Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving; 2. Bouwregels; 3. Wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Vervolgens worden de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijgebouwen en aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Op de verbeelding zijn bouwgrenzen opgenomen die een bouwvlak voor gebouwen vormen.
In het onderstaande zijn de regels van de opgenomen bestemming nader toegelicht. Artikel 3. Maatschappelijk -Vuilstort De voor 'Maatschappelijk - Vuilstort' aangewezen gronden zijn bestemd voor een vuilstort en de inzameling, be- en verwerking en recycling van afval, met dien verstande dat het storten van afval is toegestaan met uitzondering van ziekenhuis-, chemisch en nucleair afval;
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
36
met de daarbij behorende voorzieningen, zoals wegen, groen, recreatieve paden, water, transportvoorzieningen, nazorgvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. Binnen de bestemming mogen eveneens gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van een aantal regels.
6.3.3 Algemene regels In artikel 4, de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In artikel 5 zijn de Algemene bouwregels opgenomen. Hierin is een bepaling met betrekking tot bestaande en andere maten opgenomen. Artikel 6 bevat de Algemene gebruiksregels. Deze regels geven aan welk gebruik in ieder geval strijdig is ten opzichte van de opgenomen bestemmingen. In artikel 7 zijn de Algemene aanduidingsregels opgenomen. In deze regels worden de regels van de milieuzone Roerdalslenk II beschreven. Het plangebied ligt binnen deze milieuzone. Artikel 8 en 9 bevatten de Algemene afwijkingsregels en de Algemene wijzigingsregels Deze verschaffen het college van burgemeester en wethouders c.q. het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. Artikel 10 bevat de Overige procedureregels. Hierin wordt de werking van de wettelijke regelingen beschreven.
6.3.4 Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht (artikel 11) is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel (artikel 12) is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
37
6.4
Inhoudelijke opzet
De inhoudelijke opzet van de regels van dit bestemmingsplan zijn in hoge mate afgestemd op het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ van de gemeente Roerdalen. Voordeel hiervan is dat de regeling voor dit bestemmingsplan inhoudelijk op veel punten gelijk is aan de regeling voor dat bestemmingsplan. Met andere woorden, de gekozen opzet draagt bij aan een consistente en samenhangende juridisch-planologische regeling van het buitengebied van de gemeente Roerdalen.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
38
7
INSPRAAK, OVERLEG EN ZIENSWIJZEN
7.1
Inspraak
Voordat het plan op grond van artikel 3.8 Wro in procedure wordt gebracht, zal een inspraakprocedure worden doorlopen en moet het plan ter advies aan verschillende instanties aangeboden worden.
7.2
Vooroverleg
Overleg met de rijksoverheid is niet noodzakelijk, omdat het project geen nationaal belang betreft.
7.3
Zienswijzenprocedure
Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 12 november 2020 tot en met 23 december 2020 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze termijn was het voor een ieder mogelijk een zienswijze schriftelijk of mondeling in te dienen. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.
Bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 3 te Montfort’
39