3. Toelichting
Tekst van het document
32 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
3.3.
Wet natuur bescherming en flora en fauna
In de voorliggende ontwikkeling is sprake van de realisatie van één woning aan de Exgaard te Melick. Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet is gericht op: 1) Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden. 2) Het doelmatig uitvoeren van het beheer. 3) Samenhang brengen in het beleid. In de Wet natuurbescherming wordt wat flora en fauna betreft onderscheid gemaakt tussen vogels, soorten die voorkomen op de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn en overige soorten, laatstgenoemde groep is te vergelijken met de huidige zogenaamde “Tabel 2-soorten”. Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kan er sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden. Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het natuurnetwerk is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De Natura 2000-gebieden maken deel uit van het NNN.
Afbeelding 16: Uitsnede kaart Natuurnetwerk
Doel is in de eerste plaats om de Natura2000-gebieden te versterken, goed in te richten en te vrijwaren van negatieve invloeden van buitenaf. Ook het pro-actief beschermen van soorten ten behoeve van behoud van de biodiversiteit is hierbij essentieel. Daarnaast blijft ook verbetering van de onderlinge samenhang en verbinding van gebieden belangrijk door middel van verbeterde inrichting, aanpassing van de waterhuishouding, verbetering van de waterkwaliteit en vermindering van de stikstofdepositie. Zoals uit de bovenstaande afbeelding blijkt liggen er in de omgeving van het plangebied be-
33 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
schermde natuurgebieden of -waarden. Het plangebied zelf ligt niet in het NNN maar in landelijk bebouwd gebied. Op circa 80 meter van het plangebied ligt het Natura2000 gebied Roerdal, op 30 meter de dichtstbij gelegen bronsgroene landschapszone en op circa 700 respectievelijk 500 meter de goudgroene en zilvergroene natuurzones. Natuur- en landschapszones De goudgroene natuurzone omvat bestaande bos- en natuurgebieden, gebieden die de komende jaren zullen worden omgevormd tot natuurgebied. De planologische bescherming van de goudgroene natuurzones krijgt vorm door een nee-tenzijbescherming in de Omgevingsverordening van de provincie Limburg. De overige gebieden krijgen op bestemmingsplanniveau geen natuurbestemming, gemeenten hebben hier de ruimte om maatwerk te leveren. De bestaande functies liggen vast in gemeentelijke bestemmingsplannen. POL of de verordening hebben pas consequenties bij een ruimtelijke ontwikkeling die niet past binnen het vigerende bestemmingsplan. In de zilvergroene natuurzone staat het benutten van kansen voor natuur centraal. In de gegeven situatie zal een garage in de tuin van een woning worden gesloopt en zal op die plaats een vrijstaande woning worden gerealiseerd. Het betreft dus een woning tussen bestaande bebouwing. De natuurzones liggen op een dermate grote afstand dat een aantasting op de waarden en kenmerken niet wordt verwacht.
De bronsgroene landschapszone ligt op 30 meter afstand, maar gelet op de activiteit en de ligging ervan wordt ook hier geen aantasting van de kenmerken en waarden verwacht. Natura2000 Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Roerdal’, bevindt zich op circa 82 meter afstand ten westen van het plangebied. Activiteiten die de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied kunnen beïnvloeden moeten worden beoordeeld. Op dit moment is de stikstofdepositie in Limburg hoog. Dit staat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000 - gebieden in de weg. Het nemen van passende maatregelen is derhalve onvermijdelijk. Eerder kon dan meestal worden volstaan door te verwijzen naar het ‘Programma Aanpak Stikstof’, afgekort ‘PAS’. Daarbij gaat het om de stikstofdepositie, door activiteiten veroorzaakt en die neerslaan op natuurgebieden en dus door die depositie een negatief effect hebben op de natuur. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 uitgesproken dat de PAS in strijd is met de Habitatrichtlijn omdat daarmee ten onrechte geen rekening wordt gehouden met de verschillen tussen de instandhoudingsmaatregelen, passende maatregelen en autonome ontwikkelingen met de beschermingsmaatregelen.
Sedertdien moet bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld of door het initiatief significante effecten worden veroorzaakt op de Natura 2000 - gebieden. Niet ieder Natura 2000-gebied is van belang voor de beoordeling van de stikstofdepositie. De toetsing is alleen noodzakelijk op Natura 2000-gebieden waarin voor stikstof gevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten voorkomen (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:731) als er sprake is van een overbelasting of een nadere overbelasting van de stikstofdepositie vanaf 70 mol per hectare, per jaar onder de kritische depositiewaarde
34 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
(KDW). Is dat het geval dan is voor de nieuwe activiteit een natuurvergunning vereist. Van belang is daarbij of die toename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000gebied al dan niet aantast. In feitelijke zin wijzigt de gebruikssituatie door het initiatief niet, omdat de bestemming (Wonen) voor de gewenste ontwikkeling reeds bestaat. Het plan heeft betrekking op een inbreidingslocatie c.q. de realisatie van een vrijstaande woning in een bestaand bouwvlak, hoewel er een splitsing van het bouwvlak noodzakelijk is om het plan mogelijk te maken. Er is sprake van een zekere kleinschaligheid en een relatief korte bouwperiode. Tussen de locatie en het beschermd gebied liggen een aantal woningen, enkele bedrijven (tuincentrum, autocenter en kledingwinkel) en een relatief drukke verkeersweg, de Heinsbergerweg (N293). (zie de afb.1,2 en 5). Het bouwverkeer gaat op in het overige verkeer. Significante externe effecten zijn gelet op de voorgenomen ontwikkeling en de bestaande situatie niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt vanwege deze situatie niet noodzakelijk geacht.
Afbeelding 17: Ligging locatie bij Natura2000 gebied ‘Roerdal’.
Flora en Fauna In aansluiting op bovenstaande dient ten aanzien van de soorten op de locatie aangetoond te worden dat de ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de aanwezige natuurwaarden in het kader van de natuurwet- en regelgeving, dan wel indien noodzakelijk daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Het plangebied bestaat grotendeels uit verharding, een garage en tuin ten behoeve van de woning huisnummer 4. In de tuin is weliswaar groen aanwezig, maar geen beschermde soorten. De tuin wordt regelmatig bewerkt en onderhouden, zodat beschermde soorten er geen geschikte biotoop vinden, behalve de algemeen voorkomende soorten. Volgens de op de provinciale kaart voorkomende gegevens bevinden zich in de omgeving de Veldleeuwerik, Grasmus, Grote Lijster en Ekster. In de omgeving liggen bovendien meer geschikte biotopen door aanwezige akkers en bospassages voor eventueel voorkomende bijzondere soorten.
35 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
Ook eventueel voorkomende zoogdieren, egels, dassen en andere vinden op de planlocatie geen vaste plek en komen er niet voor. De garage op het perceel zal worden gesloopt en bevat ook geen nestgelegenheid of vaste plek voor beschermde soorten. Redelijkerwijs is dan ook uit te sluiten dat streng beschermde soorten (waarvoor een ontheffing noodzakelijk is) voorkomen in het plangebied. Het betreft een beperkte ruimtelijke ingreep in de zin van een inbreiding tussen de bestaande bebouwing, waardoor negatieve effecten uit te sluiten zijn.
Afbeelding 18: Luchtfoto met inventarisatie broedvogels
Verder is tijdens de uitvoering van het plan rekening te houden met kwetsbare perioden van soorten (voortplantingstijd, overwintering), met name wat betreft vogels en vleermuizen in of nabij het plangebied. Voor alle soorten en gebieden geldt altijd de algemene zorgplicht. De zorgplicht houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Een flora en faunaonderzoek is niet nodig.
36 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
3.4.
Monumenten, archeologie en cultuurhistorie
Monumentenwet De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. De Monumentenwet 1988 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de ‘verstoorder’ betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.
In het plangebied word een nieuwe woning gerealiseerd in de lijn van de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Er is sprake van een inbreiding in stedelijk gebied op een open plek tussen bestaande bebouwing. De stedenbouwkundige kwaliteit krijgt hierdoor een opwaardering. Cultuurhistorisch gezien worden er geen waarden aangetast. Het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’.Het is verboden om zonder of in afwijking van een besluit om van de bouwregels af te wijken, te bouwen of te laten bouwen op de voor Waarde - Archeologie - 4 mede bestemde gronden, tenzij de maximum oppervlakte van de bebouwing ten hoogste 250 m2 is en de maximale bouwdiepte ten hoogste 40 cm bedraagt. Er wordt gebouwd op een locaties waar reeds bebouwing aanwezig is. De oppervlakte van de bebouwing zal een toename inhouden met circa 30 m2. De conclusie is daarom dat maximaal circa 30 m2 bodem wordt verstoord op een locatie met de bestemming ‘Wonen'. Een archeologisch onderzoek of archeologische begeleiding is niet noodzakelijk. In het geval vondsten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden geldt een wettelijke meldingsplicht. De ontwikkeling kent geen belemmering door monumenten, archeologie en/of cultuurhistorie.
37 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
3.5.
Leidingen
Voorzover buiten het plangebied veranderingen optreden ten aanzien van de ondergrondse infrastructuur door wijzigingen in het plangebied, zal een zogenaamde Klic - melding worden gedaan waarmee kabel- en leidinginformatie wordt verkregen. Vooralsnog is dat niet aan de orde.
3.6.
Verkeer en parkeren
De woning wordt ontsloten door een bestaande inrit aan de Exgaard. Op de locatie staat nu een garage die plaats zal maken voor de nieuwe woning. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Gelet op de door de gemeente gehanteerde parkeernorm van 1,7 per woning, zijn minimaal 2 parkeerplaatsen nodig. Aan de voorzijde van de nieuwe woning ligt parallel aan de Exgaard een strook van 10,5 x 2 meter op eigen grond. Op deze plaats kunnen 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Een alternatief is om een inrit aan te leggen en de inrit tevens voor 1 parkeerplek aan te merken. Bij het ontwerp van de woning zal hier invulling aan worden gegeven. Voor wat betreft het verkeer heeft het plan geen significante gevolgen, gelet op de kleinschaligheid van het plan. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande wegen die ter plaatse slechts licht zijn belast.
3.7.
Duurzaamheid
De gemeente zet in op duurzaamheid. Daar waar mogelijk en haalbaar zal met duurzaamheidsaspecten rekening worden gehouden. Overeenkomstig het gemeentelijke beleid (Structuurvisie) zal voor deze woning de duurzaamheid onderscheidend zijn. Namelijk door de constructie van het huis uit te voeren in CLT, oftewel kruislaaghout. Het interieur van het huis zal zoveel mogelijk uit droogbouw bestaan, waardoor je bouwmaterialen bij eventuele verbouwing of afbraak van elkaar kan scheiden en eventueel kan hergebruiken. De isolatie zal uitstijgen boven de isolatienorm uit het Bouwbesluit. Verder zal gebruik worden gemaakt van een lucht-water warmtepomp. Tenslotte zal er zonnewering worden aangebracht en de mogelijkheid tot kruisventilatie, dit om zo min mogelijk met behulp van elektriciteit te hoeven koelen. De investering zal meer bedragen dan op basis van de eisen van het Bouwbesluit nodig zou zijn. Met deze invulling wordt ruimschoots een op basis van duurzaamheid onderscheidend plan gerealiseerd. Daarnaast kan worden gewezen op het feit dat de EPC (energie prestatie coëfficiënt) voor woningen per 1 januari 2015 0,4 bedraagt maar deze waarde daaraan gelijk of lager zal zijn. Een berekening volgt bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. Derhalve wordt aan het aspect duurzaamheid voldaan.
38 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
4.JURIDISCH PLAN 4.1.
Opbouw van de regels
Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader waarbinnen in dit plangebied een herinrichting en kwaliteitsverbetering van het huidige terrein kan worden gerealiseerd. Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd en gepresenteerd te worden en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. Er is een aantal standaarden door het Ministerie van VROM ontwikkeld. In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden voor zover van toepassing gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Op basis van dit bestemmingsplan zal de beoogde inrichting en kwaliteitsverbetering zonder verdere uitwerking van de bestemmingen of andere planologisch-juridische procedures kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vervult het plan, na realisatie van de inrichting, een belangrijke beheer- en gebruiksfunctie. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemmingsregeling. Ten behoeve van de beoogde inrichting is de nodige flexibiliteit in het plan ingebracht door middel van de opname van algemene afwijking- en aanduidingsbevoegdheden.
Deze planvorm biedt flexibiliteit voor de beoogde inrichting en tegelijkertijd rechtszekerheid voor de bewoners en gebruikers van de aangrenzende gebieden. De in het inrichtingsplan vastgelegde omvang van de diverse functies is vastgelegd in de bestemmingsregeling. Door deze wijze van bestemmen zijn de functies ruimtelijk begrensd. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn gevallen aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De laatste twee zijn juridisch bindend. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels. Voorliggend bestemmingsplan wijzigt het vigerende plan in die zin dat aan het bestaande bouwvlak, na splitsing een bouwaanduiding zal worden toegevoegd. De regels worden derhalve van het vigerende plan overgenomen en slechts daar waar nodig geactualiseerd. De regels hebben betrekking op de enkelbestemmingen ‘Tuin’, ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 4’ en de toevoeging van de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ met de bestaande maatvoering uit het vigerend plan.
39 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
4.2.
Bestemmingen en regels
Het bestemmingsplan ‘Woning Exgaard 6 Melick’ is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond. Op de analoge verbeelding wordt door middel van matrices per bestemming specifieke informatie weergegeven. De digitale verbeelding is juridisch bindend. Toelichting op de regels De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waarin onder andere zijn opgenomen de antidubbelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de bestemming aan te geven. Hoofdstuk 1 : Inleidende regels Begrippen (art. 1) In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn.
Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de geldende wettelijke standaarden voor bestemmingsplannen en zijn begrippen aangepast aan de Wabo. Wijze van meten (art. 2) Hierin wordt aangegeven op welke manier onder meer hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. Bij de wijze van meten is aangesloten bij de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen). Hoofdstuk 2 : Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving 2. Bouwregels
40 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
3. Nadere eisen 4. Afwijken van de bouwregels 5. Specifieke gebruiksregels 6. Afwijken van de gebruiksregels 7. Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8. Wijzigingsbevoegdheid Een bestemming hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor de enkelbestemmingen ‘Tuin’, ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. (artikelen 3 tot en met 5) In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemming nader (beknopt) toegelicht. In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het hoofdgebouw moet binnen het bouwvlak staan. Het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd.
Onder voorwaarden zijn bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van bepaalde kwalitatief omschreven criteria, zoals woonsituatie, straat- en bebouwingsbeeld en verkeersveiligheid. De nadere eisen-regeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een bouwvergunning sturend op te treden. Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. De regeling geeft aan dat hiervoor een omgevingsvergunning kan worden verleend ingeval het betreft de afstand tot de voorgevelrooilijn en erfscheidingen op hoekpercelen. In het onderdeel specifieke gebruiksregels kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Hierin worden niet alle mogelijke strijdig gebruiksvormen genoemd, maar alleen die waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. Zo worden voorwaarden gegeven voor het uitoefenen van een beroep of een bedrijf aan huis, het gebruik van afhankelijke woonruimte in de aan het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken voor mantelzorg en wordt een normering voor parkeren verstrekt.
Een afwijking van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen, dat afgeweken kan worden van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Er kunnen geen ‘nieuwe‘ functies worden toegestaan. Door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning kan een bed & breakfast in de woning worden toegestaan. Verder kan onder voorwaarden een bedrijf aan
41 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
huis worden uitgeoefend in de hoofd- en/of de bijbehorende bouwwerken. Functiewijzigingen en grotere, ingrijpende ruimtelijke ingrepen worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid. Er is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen waardoor het mogelijk wordt de bestemmingsgrenzen met 5 meter te verschuiven.
Hoofdstuk 3 : Algemene regels
Anti - dubbeltelregel (artikel 6) Met de Anti-dubbeltelregel wordt voorkomen dat er in feite meer c.q. minder wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Algemene bouwregels (artikel 7) Bestaande overschrijdingen worden geregeld krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, maar alleen voor bestaande legale bouwwerken. Algemene gebruiksregels (artikel 8) Hier is bepaald wanneer er geen sprake is van een strijdig gebruik. In het artikel worden de omstandigheden beschreven wanneer deze regel toegepast kan worden.
Algemene afwijkingsregels (artikel 9) Hier is aangegeven voor welke activiteiten door het verlenen van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels zoals het toestaan van bepaalde bedrijven, het overschrijden van bestemmings- en bouwgrenzen, het toestaan van evenementen en het oprichten van schuilgelegenheden. Algemene wijzigingsregels (artikel 10) Het plan kan door burgemeester en wethouders worden gewijzigd waarbij nadere aanduidingen van de verbeelding worden verwijderd, bestemmingsgrenzen verschuiven etc. De regels hebben betrekking op de mogelijkheid de bestemmingsgrenzen met maximaal 5 meter te verschuiven met maximaal 10% vergroting. Hoofdstuk 4 : Overgangs- en slotregel Overgangsrecht (artikel 11) Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is in dit artikel neergelegd, waarbij aansluiting is gezocht bij het Besluit ruimtelijke ordening.
Slotregel (artikel 12) Dit artikel geeft aan dat deze regels kunnen worden aangehaald als: ‘Regels van het bestemmingsplan “Woning Exgaard 6 Melick”.
42 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
5.HAALBAARHEID 5.1.
Economische haalbaarheid
5.1.1.
Algemeen.
De grond is eigendom van initiatiefnemer en de kosten voor de voorziene ontwikkelingen worden gedragen door de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten inzake de ontwikkeling. In artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening is gesteld dat als de kosten anderszins verzekerd zijn er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden. De kosten zijn anderszins verzekerd door het afsluiten van de overeenkomst. Het is derhalve niet nodig een separaat exploitatieplan op te stellen. De financieel-economische uitvoerbaarheid is daarmee gewaarborgd zodat het plan kan worden gerealiseerd. In de overeenkomst zijn eveneens afspraken vastgelegd inzake de planschade. Ter waarborging van de uitgangspunten en doelstellingen van het plan geldt dat de gemeente is belast met toezicht en handhaving en de burger daardoor rechtszekerheid wordt geboden. 5.1.2.
Planschade.
Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een ontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van een dergelijke planschadeovereenkomst is, dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefnemers. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.
5.2.
Maatschappelijke haalbaarheid
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het plan wordt niet opengesteld voor inspraak, doch zal het plan gelijktijdig met de toezending aan bovengenoemde instanties voor eenieder ter inzage gelegd, waarop alsdan een reactie mogelijk is.
43 / 44
Bestemmingsplan Exgaard 6 Melick - 2020 – Toelichting – 30-09–2021 Apeladvies
6.PROCEDURE
De procedure van ontwerp bestemmingsplan tot inwerkingtreding onder de Wet ruimtelijke ordening ziet er als volgt uit: •
vooroverleg (toezending voor overleg aan adviesinstanties en adviesorganen)
•
openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan;
•
terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken met de mogelijkheid tot het mondeling of schriftelijk indienen van zienswijzen voor eenieder. Toezending aan Gedeputeerde Staten, de betrokken rijksdiensten en het waterschap. Het ontwerp heeft met ingang van 3 mei 2021 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
•
Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken na de termijn van terinzagelegging;
•
algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan Gedeputeerde Staten en betrokken rijksdiensten, het waterschap: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling;
•
mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;
•
inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
44 / 44