CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.Toelichting

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Bestemmingsplan en verklaring van geen bedenkingen Bosweg te Montfort10.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

34

Uitsnede Professionele Risicokaart Nederland (plangebied in blauwe cirkel)

Beoordeling plan Op basis van de Professionele Risicokaart is beoordeeld of er zich in de nabijheid van het plangebied risicobronnen bevinden. Daarbij is bekeken of er in de nabijheid van het projectgebied risicovolle inrichtingen aanwezig zijn, of er wellicht transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, vaarwegen of buisleidingen) in de nabijheid gelegen zijn en of dat het plangebied gelegen is binnen een zone waarbinnen het risico op een luchtvaartongeval verhoogd is. Geen van dergelijke risicobronnen zijn in de nabijheid van het plangebied aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de doorgang van dit planvoornemen.

5.5. Bedrijven en milieuzonering Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen ‘Rustige woonwijk / rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’. Bij het eerste type is er duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen

35

ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. In de VNG-publicatie is aangegeven dat wanneer er sprake is van een ‘gemengd gebied’, de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd. Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter wordt verminderd naar 10 meter en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter. Beoordeling plan Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 10 wooneenheden. In de directe omgeving zijn hoofdzakelijk woonfuncties gesitueerd. Er is derhalve sprake van een ‘rustige woonwijk’ zoals beschreven in de VNG-publicatie. Hierna wordt ingegaan op omliggende nietwoonfuncties in relatie tot de VNG-publicatie. Kunststofverwerkend bedrijf - Waarderweg 7a-7d Direct ten zuidoosten van het plangebied is een inrichting gesitueerd die zich richt op het produceren en verkopen van kunststof kozijnen en dergelijken. Ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf-kunststof verwerkend bedrijf’ is de milieucategorie 3.1 opgenomen. Voor een categorie 3.1 kunststofverwerkend bedrijf gelden de volgende richtafstanden voor respectievelijk geur, stof en geluid: 50, 30 en 50 meter. Gezien het feit dat de inrichting gesitueerd is op een afstand van 0 meter kan niet worden voldaan aan de richtafstand voor geur, stof en geluid.

Wat betreft stof en geur is er in dit specifieke geval geen sprake van hinder, omdat er geen kunststofproductie plaatsvindt. Hierdoor is geen sprake van geurbelastende activiteiten. Daarnaast vinden er geen stof veroorzakende activiteiten plaats voor de omgeving, omdat werkzaamheden inpandig plaatsvinden. Vanwege deze feiten wordt hierbij afgeweken van de richtafstanden voor de hinderaspecten geur en stof. Deze specifieke inrichting is namelijk niet vergelijkbaar/verenigbaar met de betreffende richtafstand. Omdat voor deze inrichting geluid het meest maatgevend is, is er een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd om te onderzoeken of enerzijds sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat t.b.v. de woningen van dit planvoornemen, en anderzijds ter waarborging van de bedrijfsvoering van het kunststofverwerkend bedrijf. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgt de conclusie. In het onderzoek zijn de geluidniveaus op de gevels en in de tuinen van de nieuwe woningen berekend en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de nieuwe woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Gezien de resultaten is er met betrekking tot de maximale planologische mogelijkheden van de beschouwde bedrijfslocatie, de mogelijkheid het aantal voertuigbewegingen uit te breiden en/of een uitbreiding van de bedrijfstijd van de werkzaamheden in de werkplaatsen door te voeren zonder dat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen in het

36

geding komt. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er derhalve geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren. Ten slotte is in dit geval sprake van een historisch gegroeide situatie, waarbij er in de huidige situatie reeds sprake is van een kunststofverwerkend bedrijf nabij woningen. Hierdoor vormen deze aanwezige woningen al het toetsingskader voor dit bedrijf in het kader van de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit). Ten opzichte van de huidige situatie worden de woningen op eenzelfde afstand van de inrichting geprojecteerd. Met inachtneming van het feit dat bij nieuwbouw hogere isolatiewaarden gelden dan er in de huidige situatie aanwezig is, kan worden aangenomen dat een aanvaardbare situatie ontstaat. Detailhandel - Waarderweg 3 Op deze locatie is een detailhandelsbestemming aanwezig en ter plaatse is momenteel een advocatenkantoor gevestigd – beroep aan huis (vergund). Voor detailhandel geldt de milieucategorie 1 waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt. De bestemming is op meer dan 10 meter afstand gelegen van het plangebied waardoor aan de richtafstand kan worden voldaan. Dienstverlening - Bosweg 1 Op deze locatie is de bestemming ‘Dienstverlening’ aanwezig. In de huidige situatie is er geen sprake van een inrichting. Voor dienstverlening geldt de milieucategorie 1 waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt.

De bestemming is op meer dan 10 meter afstand gelegen van het plangebied waardoor aan de richtafstand kan worden voldaan. Speel- en parkeervoorzieningen In de huidige en toekomstige situatie is sprake van zowel speel- als parkeervoorzieningen. Gezien de omstandigheid dat in de huidige situatie al jaren sprake is van een speelpleintje en parkeerplaatsen, afgezet tegen de toekomstige situatie waarbij eveneens een speelvoorziening en parkeerplaatsen zijn beoogd, zal dit niet tot onevenredige hinder leiden. Conclusie Onderhavig plan voorziet dan ook in een goede ruimtelijke ordening. Enerzijds is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Anderzijds worden bedrijven niet in de bedrijfsvoering belemmerd.

5.6. M.e.r.-beoordeling Algemeen Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft

37

milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Beoordeling plan In dit geval is geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r.

overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. 1. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 10 woningen. Voor zover de activiteit al zou zijn aan te merken als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (activiteit D 11.2 uit de bijlage van het Besluit m.e.r: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), is een milieueffectrapportage pas verplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het planvoornemen valt ver onder de drempelwaarde van 2.000 woningen en de oppervlakte van het plangebied blijft ver beneden de 100 ha. Daarnaast is reeds sprake van 20 woningen op deze locatie. 2. Ligging binnen een gevoelig gebied In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een ‘gevoelig gebied’. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen een ‘gevoelig gebied’ zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r.

In de voorgaande paragrafen is reeds aangegeven dat het plan gelet op de aard, omvang en ligging geen negatieve effecten heeft ten opzichte van dergelijke gevoelige gebieden.

38

3. Belangrijke milieugevolgen In voorgaande paragrafen zijn verschillende milieuaspecten afgewogen. Daaruit is gebleken dat onderhavig plan geen negatieve effecten heeft ten aanzien van deze aspecten. Gelet op het vorenstaande is het niet nodig een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

39

Hoofdstuk 6.

Uitvoerbaarheid

6.1. Economische uitvoerbaarheid 6.1.1. Exploitatieplan Hier is sprake van een 'bouwplan' als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daardoor is op grond van artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (Wro) een exploitatieplan vereist. De realisering van onderhavig ontwikkeling en de daarmee samenhangende kosten zijn geheel voor risico van de initiatiefnemer, overeenkomstig de anterieure overeenkomst die tussen de gemeente en de initiatiefnemer is gesloten.

6.1.2. Planschade Algemeen Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning kan ertoe leiden dat een belanghebbende zogenaamde planschade ondervindt. Daarbij kan het gaan om waardevermindering van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning) of inkomensderving. Een deel van deze schade valt wettelijk gezien echter binnen het normaal maatschappelijk risico en is dus niet te verhalen. Voor de overige schade kan een tegemoetkoming worden aangevraagd bij het college van burgemeesters en wethouders. Indien het bestemmingsplan niet wordt geïnitieerd door de gemeente, dan zal de gemeente de schade verhalen op de initiatiefnemer van het plan. Beoordeling plan Bij sprake van planschade zijn de kosten voor rekening van de initiatiefnemer, ingevolge de bepalingen in de overeengekomen anterieure overeenkomst.

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Er wordt vanuit gegaan dat er geen sprake is van een ontwikkeling in strijd met het provinciaal belang. Inspraak- en zienswijzenprocedure Vanwege de aard en geringe impact van het project wordt geen (facultatieve) inspraakprocedure gevolgd. Onderhavig bestemmingsplan ligt voor de duur van zes weken ter inzage. Gedurende de periode van terinzagelegging is het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en analoog raadpleegbaar in het gemeentehuis.

40

Hoofdstuk 7.

Juridische planbeschrijving

7.1. Onderdelen bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Bosweg, Montfort’ is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. Onderhavig document vormt de toelichting bij het bestemmingsplan ‘Bosweg, Montfort’.

7.2. Toelichting op de verbeelding In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond (GBKN) getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

7.3. Toelichting op de regels Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Bij de totstandkoming van de bestemmingsregels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan “1e herziening Kernen Roerdalen”. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen De bestemming Groen is opgenomen ten behoeve van de realisatie van groen- en speelvoorzieningen.

41

Tuin De voortuinen van de voornoemde woningen zijn bestemd als Tuin. Gebouwen mogen niet in deze bestemming worden opgericht. Ook zijn er specifieke regels opgenomen voor erf- of terreinafscheidingen. Verkeer Binnen deze bestemming zijn de straten, trottoirs en parkeerplaatsen opgenomen. Wonen De woningen, bijbehorende bouwwerken en achtertuinen zijn voorzien van de bestemming Wonen. Het bestemmingsvlak wordt ten opzichte van de huidige situatie uitgebreid. In deze bestemming is geregeld welk type woning er mag worden gerealiseerd, hoeveel wooneenheden er in totaliteit mogen worden gerealiseerd en daarbij zijn bouwregels opgenomen. Waarde - Archeologie 5 De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. Dit betekent dat er geen gebouwen groter dan 1.000 m² met een bouwdiepte van 40 cm mogen worden gerealiseerd zonder hiervoor een archeologisch onderzoek uit te voeren. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels (waarin de milieuzone-roerdalslenk II is opgenomen), algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels.

Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.

42

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5.

Stikstofdepositie berekening Inventarisatie beschermde natuurwaarden Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek omgevingslawaai

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=47134d65-54c4-4519-9e37-c66ae5fc2881