CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting bestemmingsplan

Raadsadviescommissie 9 mei 2023, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Aan het Water ong. en Zandstraat 36-36a te Montfort'13.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Bij de locatie Zandstraat 36-36a vinden ten behoeve van de planontwikkeling echter geen bodemverstorende ingrepen plaats. Archeologisch onderzoek op deze locatie is derhalve niet noodzakelijk. 4.9.2 Cultuurhistorie Ten aanzien van cultuurhistorie kan worden opgemerkt dat ter plaatse van beide plangebieden geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Wel zijn op korte afstand van de locatie Aan het Water ong. de kasteeltuinen en op iets groter afstand de ruïne van kasteel Montfort gelegen.

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

33

Er worden als gevolg van het planvoornemen echter geen cultuurhistorische waarden aangetast. Welstandsgebied De locatie Aan het Water ong. is gelegen in een gebied met Welstandsniveau 1 (waardevol welstansgebied). Dit betekent dat met het bouwplan rekening moet worden gehouden met de specifieke criteria, niveau 1, zoals die zijn opgenomen in de 'Welstandsnota 2018' van de gemeente Roerdalen. In onderhavig bouwplan is en wordt hiermee rekening gehouden. Conclusie archeologie en cultuurhistorie Op basis van bovenstaande vormt het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.10

Ecologie

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.10.1 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het 'nee, tenzij-principe'. Beide plangebieden liggen buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De westzijde van de locatie Aan het Water grenst aan de Vlootbeek. De strook met de Vlootbeek is wel aangewezen als NNN. Volgens de provinciale verordening zijn er verder geen natuurwaarden binnen beide plangebieden aanwezig. Met betrekking tot de locatie Zandstraat 36-36a kan gesteld worden, dat de planontwikkeling aldaar geen aantasting van natuurwaarden binnen een natuurgebied tot gevolg heeft. Er wordt immers niets gesloopt en niets gebouwd. De situatie blijft hetzelfde, alleen wordt de bouwtitel van Zandstraat 36a verplaatst naar Aan het Water ong. en komt het bouwvlak van de woning te vervallen. Ten aanzien van de locatie Aan het Water ong. moet wel onderzocht worden of het planvoornemen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het 'Roerdal'. Dit betreft een Habitatrichtlijngebied en ligt op ca. 3,8 km afstand ten noordoosten van de locatie Aan het Water.

Het stikstofonderzoek Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 mag de bouwvrijstelling stikstof niet meer gebruikt worden bij bouwprojecten en moet de realisatiefase van de nieuw te realiseren woning worden meegenomen in het stikstofonderzoek. Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient onderzocht te

34

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

worden of er voor de realisatiefase en gebruiksfase van de nieuw te realiseren woning op de locatie Aan het Water ong. een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. Het stikstofonderzoek is bijgevoegd als bijlage 3. De realisatiefase Aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens en vergelijkbare bouwprojecten is voor de realisatiefase een reële inschatting gemaakt van de werkzaamheden met mobiele werktuigen op de locatie en de verkeersbewegingen van en naar de locatie. Daarbij dient nog opgemerkt te worden dat ook elektrisch aangedreven werktuigen worden ingezet. Omdat deze geen emissie veroorzaken zijn deze verder niet meegenomen in dit onderzoek. De realisatiefase omvat zowel de grondwerkzaamheden, aanleg van nutsvoorzieningen, het bouwen zelf alsook het aanbrengen van de oprit en het terras. Omdat de bouwactiviteiten plaatsvinden binnen het perceel, zijn de mobiele werktuigen ingevoerd als een vlakbron die de bouwlocatie omvat. Het bouwverkeer van en naar de locatie is ingevoerd als lijnbron en wordt aangemerkt als verkeer over buitenwegen. De route van en naar de locatie die voor het bouwverkeer is aangehouden loopt via de Huysdijk en Oude Brachterweg naar de Huysbongerdweg, alwaar het bouwverkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld.

De gebruiksfase Aangezien de nieuwbouw gasloos worden uitgevoerd, waardoor er dus ook geen NOx-emissie meer vrijkomt, is in de gebruiksfase de enige bron die vervolgens wel nog NOx- en NH3 - emissie veroorzaakt het verkeer van en naar de locatie. Conform de CROW-kencijfers bedraagt het aantal motorvoertuigbewegingen (worse case) 8,6 per etmaal (rest bebouwde kom en matig stedelijk gebied). Aangenomen is verder dat 2 motorvoertuigbewegingen de route Huysdijk en Oude Brachterweg volgen tot aan en vanaf de Huysbongerdweg, alwaar het opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer over deze route wordt aangemerkt als verkeer over buitenwegen. De andere 6,6 motorvoertuigbewegingen volgen de route Aan het Water en Dijkstraat tot aan en vanaf het Rozenhofje, alwaar het opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer over deze route wordt aangemerkt als verkeer binnen de bebouwde kom. Het geringe verkeer in de gebruiksfase is in beide routes ingevoerd als lijnbron en is dus doorgerekend vanaf en tot een punt in het heersende verkeersbeeld. Dit zijn in deze de drukkere verkeersaders door of vanaf en naar Montfort in verschillende richtingen. Resultaten Invloed op Nederlandse gebieden. Uit de berekening met AERIUS, versie 2022_20230315_cd85399aac, (zie bijlage 3) blijkt dat er in de realisatiefase en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden.

De depositie is er nergens hoger dan 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Invloed op buitenlandse gebieden. Als de depositie op de Nederlandse gebieden al nergens hoger is dan 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar, dan is deze op de buitenlandse gebieden ook nergens hoger dan 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Derhalve is voor de invloed op buitenlandse Natura 2000-gebieden geen Aeriusberekening meer uitgevoerd. Conclusie Op basis van de resultaten uit de Aeriusberekening kan geconcludeerd worden dat voor de realisatie- en gebruisfase van de woning Aan het Water ong. negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ten gevolge van NOx- en NH3 uitstoot uitgesloten kunnen worden. Deze uitkomsten geven derhalve geen aanleiding tot het aanvragen van een Wnb-vergunning of een verklaring van geen bedenkingen vanwege mogelijke effecten door NOx- en NH3-emissies op Natura 2000-gebieden.

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

35

4.10.2 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet tevens duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is eveneens vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is de implementatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor wat betreft de soortenbescherming. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in de plangebieden. In ruimtelijke plannen mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing zal worden verleend. Standaard geldt voor de plangebieden de algemene zorgplicht zoals die in Wet natuurbescherming centraal staat (artikel 1.11 Wnb). Dit houdt in dat voorafgaand aan een ingreep alle maatregelen genomen dienen te worden om nadelige gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Bovendien moeten de handelingen in logisch verband staan met de ontwikkeling en geen doel op zich vormen. Deze zorgplicht geldt ten alle tijden, ook indien een ontheffing of vrijstelling is verleend.

Met betrekking tot de locatie Zandstraat 36-36a kan gesteld worden dat de planontwikkeling aldaar geen invloed heeft op die soortenbescherming. Er wordt immers niets gesloopt, gerooid en niets gebouwd. De situatie blijft hetzelfde. Ter plaatse van de locatie Aan het Water ong. is sprake van een geheel onbebouwd perceel. Er dienen derhalve geen sloopwerkzaamheden uitgevoerd te worden. De locatie is intensief in gebruik als tuin en bestaat uit gras dat regelmatig wordt gemaaid/beweid. Andere beplanting zoals heesters en bomen zijn niet aanwezig. Langs de straat staan bomen welke ook gehandhaafd blijven. Het gedeelte tussen de straat en de nieuwe bebouwing krijgt in de nieuwe situatie de bestemming 'Tuin'. Gelet op het ontbreken van planten, heesters en bomen en het huidige gebruik van het perceel, ligt het niet in de verwachting dat ter plekke van het bouwplan beschermde soorten flora en fauna voor komen. Ook in de gegevens van Natuurgegevens Provincie Limburg staat aangeven dat alleen de brede waterpest nabij de locatie voorkomt. Deze waterplant zou in de Vlootbeek voorkomen. Gezien de bouwwerkzaamheden geen invloed hebben op de beek zal deze soort geen negatief effect ervaren. Een nader onderzoek naar de aanwezigheid van mogelijk beschermde soorten wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

Mogelijk kan de bouw wel indirect effect hebben op beschermde soorten die net buiten het perceel voorkomen. Mogelijk wordt de Vlootbeek gebruikt door vleermuizen als migratie route, foerageergebied en voor drinkwater. Ondanks dat de geplande werkzaamheden geen effect zullen hebben op de beek, kan er wel licht verstoring optreden door het verkeerd gebruiken en plaatsen van de bouwlampen. hier zal rekening mee worden gehouden door de bouwlampen ten alle tijden naar beneden en van de beek af te richten. Ook zullen de bouwlampen tijdens het voorjaar en de zomer uit worden geschakeld vanaf zonsondergang tot zonsopkomst. Ook kunnen er gezien de landelijke ligging beschermde vogelsoorten voorkomen. Volgens Natuurgegevens Provincie Limburg komen nabij het perceel de steenuil, grote gele kwikstaart, grouwe vliegenvanger, grote lijster, matkop, spotvogel, veldleeuwerik, en zwartemees voor. Van deze soorten is alleen het nest van de steenuil jaarrond beschermd. De steenuil nestelt in holtes in bomen, gebouwen, ruïnes of nestkasten. Door de afwezigheid hiervan en doordat de huidige bomen gehandhaafd worden, zullen er geen nest locaties verdwijnen. Wel is het perceel mogelijk onderdeel van het foerageergebied van de steenuil en de overig genoemde vogelsoorten. Echter zijn er in de directe omgeving voldoende, en mogelijk betere, alternatieven foerageergebieden.

De overige genoemde soorten broeden voornamelijk in hagen, bomen, holtes en nestkasten. Hierdoor zullen er ook voor deze soorten geen nestlocaties verdwijnen. Hetgeen de genoemde soorten gemeen hebben, is hun voorkeur voor semi-open landschap om te foerrageren en maken meerdere

36

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

soorten mogelijk gebruik van de paaltjes van het hekwerk wat het perceel omringt. De steenuil, grouwe vliegenvanger en matkop staan hierom bekend. Door de paaltjes te behouden en het soorten-arm gras deels te vervangen met gevarieerd groen, kan het perceel meer voedsel en nestgelegenheid bieden voor deze soorten. Amfibieën zullen waarschijnlijk geen gebruikmaken van het perceel gezien er geen schuil mogelijkheden zijn. Alleen tijdens de paddentrek is er een mogelijkheid dat er amfibieën op het perceel voorkomen. Door de bouw en graafwerkzaamheden tijdens de realisatie van de nieuwbouwwoning is er echter een mogelijkheid dat er met de bouw tijdelijke plassen en poelen ontstaan waarin de rugstreeppad zich kan voortplanten. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort, omdat deze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten. Door tijdens de werkzaamheden poel en plasvorming te voorkomen blijft deze soort buiten het perceel. Door de zojuist beschreven maatregelen toe te passen vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor het voorliggende plan.

4.10.3 Invloed overige effecten Gelet op de ligging van beide plandelen (in de kern van Montfort) en de afstand van beide plandelen tot de Natura 2000- gebieden (> 3km), kan gesteld worden dat de overige effecten zoals licht, geluid, vernatting, verdroging, oppervlakteverlies etc., niet van toepassing zijn of geen nadelige invloed hebben op de Natura 2000-gebieden. Conclusie ecologie Gelet op vorenstaande uiteenzetting kan gesteld worden dat het aspect ecologie onderhavig planvoornemen niet in de weg staat.

4.11

Waterhuishouding

Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting c.q. ruimtelijke onderbouwing aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Deze paragraaf kan als waterparagraaf worden beschouwd. 4.11.1 Beleid en regelgeving Provincie en Waterschap De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van het Nationaal waterplan om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces.

Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

37

voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het Waterschap limburg. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies (voorheen was de ondergrens een plangebied met een oppervlakte van 2000 m2). Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Onderstaand is derhalve voor advies voorgelegd aan het Waterschap Limburg. Voor het advies van het waterschap Limburg, zie paragraaf 6.2. 4.11.2 Situatie plangebieden Zandstraat 36-36a Voor de locatie Zandstraat 36-36a verandert er met betrekking tot de waterhuishouding niets. Als gevolg van het planvoornemen vinden er immers geen wijzigingen plaats aan het bestaande verharde oppervlak en wijze van lozingen van het afvalwater. Aan het Water ongenummerd Het plangebied is niet gelegen in een door het Waterschap Limburg aangegeven aandachtsgebied. In de westzijde van het perceel ligt een strook grond met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone water'. Met betrekking tot het werkelijke bouwplan vormt deze strook geen belemmering. Binnen deze strook wordt immers geen gebouw/bebouwing gerealiseerd.

In de nieuwe situatie wordt deze strook en bestemming gehandhaafd. Het verhard oppervlak van het voorgenomen bouwplan is kleiner dan de ondergrens waarboven een watertoets uitgevoerd zou moeten worden. Een wateradvies van het waterschap is derhalve niet noodzakelijk. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Aanpak afvalwater en hemelwater in plangebied Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling wordt geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Roerdalen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en worden afgevoerd naar een hemelwatervoorziening (bijvoorbeeld infiltratiekoffers) op eigen grond en die gerealiseerd zal worden op een nog nader te bepalen plaats binnen het perceel. De infiltratievoorziening wordt voorzien van een noodoverloopvoorziening op maaiveld. Mocht bij extreme omstandigheden de infiltratievoorziening overlopen, dan kan het overtollige water veilig wegstromen in de lager liggende tuin. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen.

Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 de dynamisch bergings/infiltratievoorzieningen minimaal gedimensioneerd te worden op een neerslaggebeurtenis met herhalingstijd 1:100, gemiddeld klimaatscenario 2050. Voor Noord en Midden-Limburg dient daarbij een buiduur van 24 uur te worden gehanteerd, zijnde 100mm (100 liter/m2 verhard oppervlak). Het bouwplan van de nieuwe woning zal naar verwachting een verhard oppervlak hebben van ca. 350m2 (inclusief bestrasting) waarbij opgemerkt, dat een gedeelte direct zal afvloeien naar de naastgelegen bodem

38

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

om daar te infiltreren. Wanneer er desondanks wordt uitgegaan van ca. 350 m2 verhard oppervlak, dient de infiltratievoorziening een inhoud te hebben van 35 m3 (350m2 x 100 liter). Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning – bouwen wordt aangegeven hoe groot de inhoud van de infiltratievoorziening daadwerkelijk wordt en waar deze precies komt te liggen. Door afdoende capaciteit van de infiltratievoorziening te installeren en door bij het bepalen van het bouwpeil hiermee rekening te houden, behoeft voor wateroverlast op de bouwkavel en de aangrenzende percelen van derden niet te worden gevreesd. Door het hemelwater van de nieuwe bebouwing en bijbehorende verharding niet te lozen op de riolering, wordt voldaan aan de norm dat bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld. Conclusie waterhuishouding Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen onoverkomelijke belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

4.12

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 4.12.1 Verkeer In onderhavige situatie is er sprake van een bestaande locatie aan de Zandstraat 36-36a en een locatie met een nieuwe woning Aan het Water ong. Het planvoornemen heeft voor de locatie Zandstraat 36-36a geen gevolgen voor de verkeersstructuur. Bij de locatie Aan het Water ong. zal het aantal verkeersbewegingen, gezien de bestaande en toekomstige gebruiksfunctie, als gevolg van onderhavige planontwikkeling toenemen. Er is sprake van de ligging aan een reguliere weg in de kern. Het toevoegen van 1 woning vormt voor de verkeersstructuur echter geen belemmering voor de afhandeling van de extra verkeersbewegingen. Kortom, de verkeersstructuur vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 4.12.2 Parkeren Zoals hierboven vermeld voorziet het planvoornemen in een gewijzigde verkeersaantrekkende werking bij de locatie Aan het Water ong.. Per woning geldt dat er minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig moeten zijn. In het plan is daarin ruimschoots voorzien. Onder de carport is plaats voor 1 auto en op de oprit kunnen ook nog meerdere auto's parkeren. Er is geen sprake van parkeerproblemen. Parkeeroverlast in de openbare ruimte wordt derhalve niet verwacht.

Op de locatie Zandstraat 36-36a hoeven in verband met het vervallen van de bouwtitel en bouwvlak geen parkeervoorzieningen te worden gerealiseerd. Het parkeren vormt eveneens geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.13

Kabels en leidingen

Door beide plangebieden lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Conclusie

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

39

Kabels en leiding vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.14

Duurzaamheid

Duurzaamheid gaat verder dan alleen het gebruiken van duurzame bouwmaterialen. Ook het realiseren van een levensloopbestendige woning valt onder het aspect duurzaamheid. Het Bouwbesluit stel eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Verder geldt dat voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De BENG vervangt de sinds 1995 toegepaste energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Bij BENG wordt de energieprestatie bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar; 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%) De 3 BENG-eisen dienen allemaal te voldoen aan de grenswaarde en de BENG-eisen zijn verschillend voor ieder gebouwtype. Naast de BENG zijn in het Bouwbesluit eisen opgenomen ten aanzien van de ventilatie, luchtdichtheid en isolatie van woningen. Ook deze aspecten zijn van belang in het kader van duurzaamheid. Verder stelt het Bouwbesluit eisen aan de milieuprestaties van een gebouw.

Hierbij geldt als voorwaarde dat bij nieuwbouw de belasting van het milieu wordt beperkt door de in het bouwwerk toe te passen materialen. Voor nieuwbouwwoningen groter dan 100 m2 geldt dat een zogeheten Milieuprestatieberekening (MPG) bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te worden ingediend. Tot slot is op basis van de - Wet voortgang energietransitie - de gasaansluitplicht komen te vervallen. Dit betekent dat nieuwe woningen niet zullen worden aangesloten op het gasnet. De nieuwe woning Aan het water ong. beterft een duurzame levensloopbestendige woning welke als nul-op-de-meter zal worden gerealiseerd en uitgevoerd. Tevens zal er rekening gehouden moeten worden met de BENG-eisen. Derhalve zal worden voldaan aan de wettelijk vastgelegde duurzaamheidsdoelstellingen.

40

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Algemeen

Het bestemmingsplan 'Aan het Water ong. en Zandstraat 36-36a te Montfort' van de gemeente Roerdalen bestaat uit voorliggende toelichting, regels en verbeelding schaal 1:500. Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc.

Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

5.2

Analoge verbeelding

Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:500. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

5.3

De planregels

Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat. Onderhavig bestemmingsplan heeft dezelfde opzet als het vigerende bestemmingsplan. Voor een toelichting op de bestemmingen (Wonen, Tuin, Waarde – Archeologie 2, Waarde - Archeologie 6 en Waterstaat - Beschermingszone water) wordt verwezen naar het vigerende bestemmingsplan.

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

41

42

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

Hoofdstuk 6 6.1

Haalbaarheid

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Onderhavig planvoornemen en de daarmee samenhagende kosten zij voor rekening en risico van de initiatiefneemster. Het opstellen van een exploitatieplan is daarmee verder niet aan de orde. Tussen de initiatiefneemster en de gemeente wordt een privaatrechtelijke overeenkomst, waaronder een planschadeverhaalovereenkomst afgesloten, waarin afspraken zijn vastgelegd aangaande mogelijke uit het plan voortvloeiende kosten (zoals planschade- en ontwikkelingskosten). De initiefnemer ontwikkelt de locatie voor eigen rekening en risico, waarmee sprake is van een financieel uitvoerbaar plan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Tussen gemeente en verschillende instanties moet overleg over het plan worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Daartoe dient een omgevingsdialoog gevoerd te worden. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Omgevingsdialoog Initiefneemster heeft in het belang van het planvoornemen de omwonenden bezocht en het plan kenbaar gemaakt. De omwonenden hebben hiervoor ook een formulier ingevuld. De initiatiefneemster heeft met betrekking tot de reactie van de omwonenden en het contact met Stichting Kasteel Montfort een begeleidend schrijven opgesteld. De ingevulde formulieren en het begeleidend schrijven zijn als bijlage 4 opgenomen bij deze toelichting. Op grond van de gevoerde omgevingsdialoog behoeft niet te worden verwacht dat omwonenden zich (massaal) zullen verzetten tegen onderhavig planvoornemen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1. Bro moet vooroverleg worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het Waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is.

Gelet op de conclsusies in hoofdstuk 3 'Beleid' zijn er naar verwachting geen nationale en provinciale belangen in het geding. Het plan is voorgelegd aan de Provincie en het Waterschap. De Provincie heeft het plan inmiddels beoordeeld en geeft aan dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Indien het plan op deze wijze wordt voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. Ook het Waterschap heeft het plan inmiddels beoordeeld en geeft aan dat het voorliggend plan akkoord is. Voor het plan 36-36a adviseert het Waterschap om toch te kijken naar afkoppeling (ook al gebeurt er niets en blijft alles hetzelfde). De locatie Aan het water ong. voldoet aan de gestelde eisen. Initiatiefnemer moet er dus voor zorgen dat het hemelwater niet in de Vlootbeek loost. Lozing van overstort of vertraagde lozing op de Vlootbeek is watervergunningplichtig.

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

43

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf [datum] voor een periode van 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerpbestemmingsplan [wel/geen]zienswijzen ingediend.

44

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

Hoofdstuk 7

Procedure

De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

3. 4. 5.

6. 7.

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kunnen belanghebbenden zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het wijzigingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

bestemmingsplanAan het Water ong. en Zandstraat 36-36a

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=e9aa900d-144a-4612-aaa6-125bc87edc69