3.4 Bijlage 4 Quickscan Flora Fauna
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna voor de bedrijfsvergroting Maasbrachterweg 3 te Montfort De Asselen Kuil 20, 6161 RD Geleen CA190028.053.R01 10 april 2020
Quickscan flora en fauna voor de bedrijfsvergroting Maasbrachterweg 3 te Montfort De Asselen Kuil 20, 6161 RD Geleen Documentnummer CA190028.053.R01 10 april 2020
Stiphout Plastics BV
Ir. F. Fahner Senior ecoloog
Functie
CA190028.053.R01
Naam
Paraaf
2 van 15
Inhoud 1
Inleiding ......................................................................... 4
2
Resultaten archief- en veldonderzoek ................. 7
2.1
Analyse archiefgegevens
7
2.2
Resultaten veldonderzoek flora en fauna
8
2.3
Afbakening van en geschiktheid voor soortgroepen
10
3
Effecten op beschermde soorten en
vervolgstappen...................................................................... 12 3.1
Beschrijving van de activiteit
12
3.2
Gevolgen voor beschermde soorten
12
3.3
Gevolgen voor beschermde gebieden (stikstofdepositie)
13
3.4
Conclusies en te nemen maatregelen
15
Bijlagen Bijlage 1 Toetsingskader: wetgeving en beleid Bijlage 2 Status van soorten
CA190028.053.R01
3 van 15
1 Inleiding
Stiphout Plastics BV is voornemens zijn bestaande bedrijf aan de Maasbrachterweg 3 te Montfort, in de 2
gemeente Roerdalen, uit te breiden. Het plan betreft het bijplaatsen van een overkapping van 900 m alsmede 2
een loods van 1.800 m . Voor dit initiatief wordt momenteel een procedure voor een bestemmingswijziging doorlopen. Daartoe dient onder andere een onderzoek te worden uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen voor natuurwaarden door middel van een quickscan flora en fauna. Figuur 1 geeft de ligging van het betreffende kadastrale perceel weer op topografische ondergrond, hierna te noemen projectgebied.
Figuur 1: Overzichtskaartje met ligging projectgebied
Het doel van voorliggend onderzoek is dat nagegaan wordt welke natuurwaarden binnen en in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig zijn en welke vervolgstappen eventueel nodig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Omgevingsverordening van de Provincie Limburg. Een toelichting op de werking van de Wnb in relatie tot ruimtelijke ingrepen is opgenomen in voorliggend rapport als bijlage 1. Projectgebied Het projectgebied is gelegen binnen de gemeente Roerdalen. Het terrein grenst aan de ten oosten gelegen vuilstortplaats Linne en in het westen liggen op 200 m afstand de spoorlijn Sittard – Roermond en de rijksweg A73. Verder liggen ten noorden en ten noordoosten van het projectgebied agrarische gronden, terwijl het projectgebied in het zuidwesten grenst aan een hoog, begroeid gronddepot van circa 10 m hoogte. Op ongeveer 400 meter naar het zuidwest stroomt de Vlootbeek. De oppervlakte van het projectgebied bedraagt 0,9 ha. Momenteel bestaat het projectgebied uit een verhard bedrijfsterrein (noordoostelijke helft), terwijl een
CA190028.053.R01
4 van 15
deel van het genoemde gronddepot de zuidwestelijke helft uitmaakt. De in voorliggend rapport opgenomen foto’s (1 t/m 7) geven een impressie van de huidige toestand van het projectgebied met de directe omgeving. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de aanwezige begroeiing en biotopen van het projectgebied. Werkwijze/indeling rapport Voor het onderhavige ecologisch onderzoek is zowel archief-/bureau- als veldonderzoek uitgevoerd. Bij het bureauonderzoek is onder andere nagegaan in hoeverre het projectgebied zich verhoudt tot beschermde natuurgebieden in de (wijde) omgeving. Hierop wordt aan het eind van dit hoofdstuk nader ingegaan. Voor het archiefonderzoek met betrekking tot soorten is met name gebruik gemaakt van gegevens uit het Natuurloket (Nationale Databank Flora en Fauna), zie hiervoor hoofdstuk 2. In dat hoofdstuk komt ook het veldonderzoek ter sprake, waarbij naast de inventarisatie van biotopen wordt ingegaan op de aangetroffen flora en fauna. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de gevolgen van het voornemen behandeld en wordt de vraag beantwoord welke vervolgstappen nodig zijnen of voor de werkzaamheden een ontheffing nodig is in het kader van de Wnb. Voor de relevante wet- en regelgeving zij verwezen naar bijlage 1. Europees beschermde gebieden.
Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft het gebied Roerdal, dat op 3,3 km naar het oosten en noordoosten gelegen is, zie figuur 2.
Figuur 2: Ligging projectgebied in relatie tot beschermde natuurgebieden
De instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) van dit gebied hebben betrekking op bijzondere vegetaties, zoals Beken en rivieren met waterplanten, Glanshaver- en vossenstaarthooilanden en Vochtige alluviale bossen. Tevens zijn voor een aantal habitatsoorten doelen geformuleerd, zoals de bever, de kamsalamander en het donker pimpernelblauwtje. De afstand tot het projectgebied is evenwel zodanig groot, dat verstorende effecten
CA190028.053.R01
5 van 15
op de IHD’s redelijkerwijs zijn uit te sluiten. Omdat de regelgeving ten aanzien van stikstofuitstoot is aangescherpt, zijn in de voorliggende quickscan wel de resultaten van een stikstofberekening weergegeven, zie par. 3.3, om zekerheid te verkrijgen dat er door het voornemen geen toename van depositie op gevoelige habitattypen plaatsvindt. Nationaal en provinciaal beschermde gebieden. Het projectgebied is niet gelegen binnen het nationale en provinciale natuurnetwerk, zoals blijkt uit figuur 2. Er is dus geen sprake van effecten op het NNN of het provinciaal natuurnetwerk.
Foto 1: Bedrijfsgebouw Stiphout Plastics BV
Foto 2: Ingang bedrijfsterrein, met links gronddepot
CA190028.053.R01
6 van 15
2 Resultaten archief- en veldonderzoek 2.1 Analyse archiefgegevens Uit de dataset van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn gegevens gedownload die betrekking hebben op de afgelopen vijf jaar (vanaf 1.1.2014) van de soortgroepen zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen (herpetofauna), vissen, insecten (waaronder) dagvlinders, weekdieren en vaatplanten, van een zone van minimaal 500 m rondom het projectgebied (hierna onderzoeksgebied genoemd). In totaal gaat het om 611 waarnemingen. Zogenaamde vlakgegevens, dus gegevens die niet goed te lokaliseren zijn, zijn buiten beschouwing gelaten, waarna nog 448 waarnemingen resteerden. Vervolgens zijn alleen beschermde soorten en soorten van de Rode Lijst in beschouwing genomen. Bij de overgebleven waarnemingen (147) gaat het uitsluitend nog om de volgende soortgroepen: amfibieën, vleermuizen en landzoogdieren, vogelsen vaatplanten. Hieronder worden per soortgroep de resultaten geëvalueerd. Op bijgaande kaarten 1 t/m 3 zijn de relevante waarnemingen binnen het onderzoeksgebied uitgeplot. Zoogdieren (kaart 3) Vleermuizen. Er zijn geen waarnemingen beschikbaar van vleermuizen, maar gelet op de aanwezige biotopen en het type landschap, met afwisseling van bos, akkers en ruigten, zijn vleermuizen wel te verwachten, in elk geval algemeen voorkomende soorten als de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger.
In §2.3 wordt nader op deze soortgroep ingegaan. Landzoogdieren. Binnen het onderzoeksgebied zijn van de grondgebonden of landzoogdieren waarnemingen beschikbaar van de bever (Habitatrichtlijnsoort) en nog twee soorten met een strenge beschermingsstatus, te weten das en wild zwijn. Daarnaast zijn er nog waarnemingen van beschermde soorten die op de Vrijstellingslijst van de Provincie Limburg staan (zie bijlage 1, tabel A), te weten bunzing, haas, konijn, ree en vos. Van geen van deze soorten is informatie beschikbaar over verblijfplaatsen binnen het onderzoeksgebied. Binnen het projectgebied of de directe omgeving ervan zijn echter geen waarnemingen van de hier genoemde soorten. Vogels (kaarten 1a, 1b, 2) Broedvogels algemeen. De beschikbare waarnemingen van broedvogels zijn verspreid over het onderzoeksgebied, al ligt er wel een concentratie in het bosgebied ten zuidoosten van de stortplaats. Er zijn daar territoria vastgesteld (avifaunakartering Provincie Limburg in 2017) van typische bosvogels als boomklever, boomkruiper, grauwe vliegenvanger, kuifmees, matkop, tuinfluiter en zwarte mees. De grauwe vliegenvanger en de matkop zijn soorten van de Rode Lijst. In het agrarisch gebied (Linnerstruik) zijn territoria waargenomen van de geelgors (avifaunakartering 2018). In de directe omgeving van het projectgebied zijn alleen van de zwarte kraai territoria aangetroffen.
Roofvogels en uilen. Er zijn een viertal roofvogelsoorten aangetroffen in het onderzoeksgebied, namelijk de buizerd, de sperwer, de torenvalk en de zwarte wouw. Alleen van de buizerd is ook een waarneming va een territorium beschikbaar, namelijk in het bosgebied naar het zuidoosten. Er zijn geen waarnemingen beschikbaar van uilen. Watervogels. Van enkele vogelsoorten die met name in het winterseizoen op binnenwateren verblijven, zoals de Maasplassen, zijn grote groepen waargenomen in de directe omgeving van het projectgebied. Het zal met
CA190028.053.R01
7 van 15
name gaan om foerageerplekken. De betreffende soorten zijn kleine mantelmeeuw, kokmeeuw en zilvermeeuw. Amfibieën (kaart 2) Van het onderzoeksgebied zijn geen waarnemingen beschikbaar van amfibieën, maar aangenomen mag worden dat deze hier wel voorkomen, in elk geval algemene soorten als bruine kikker en gewone pad. In het zuidwesten van het onderzoeksgebied stroomt de Vlootboek, dat een potentieel voortplantingsmilieu biedt voor amfibieën. Vissen (kaart 3) In de Vlootbeek is de beekprik waargenomen, een beschermde vissoort, die tevens op de Rode Lijst staat. Het voorkomen van deze soort bevestigt een kwalitatief goed vissenbiotoop in de beek. Er is overigens geen relatie tussen het projectgebied en deze beek. Vaatplanten (kaart 2) Van het projectgebied en ook van de directe omgeving ervan zijn geen waarnemingen beschikbaar van beschermde plantensoorten of planten van de Rode Lijst.
2.2 Resultaten veldonderzoek flora en fauna Op 29 november 2019 is het projectgebied in de ochtend bezocht, waarbij het terrein lopend is doorkruist. Het was droog en vrij mild najaarsweer. Met name is gelet op binnen het projectgebied voorkomende bijzondere planten, nesten in bomen, holen en potentiële verblijfplaatsen voor boombewonende dieren – met name vleermuizen.
Foto 3: Verharde ontsluitingsweg naar de vuilstort Linne, met midden achter het bedrijfsgebouw van Stiphout Plastics
Biotopen Er komt slechts een type biotoop voor binnen het projectgebied, zijnde het begroeide gronddepot in het zuidwestelijk deel. Rondom het bestaande vierkante bedrijfsgebouw (loods) – zie foto 1 – is verder alleen verharding aanwezig, met aan de achterzijde opslag van te recyclen pakken plastics. Direct ten zuidwesten van
CA190028.053.R01
8 van 15
de loods bevindt zich een halfverharde toegangsweg (zie foto 2) naar het terrein achter de loods. Vanaf deze weg heeft men ook toegang tot de achter het gronddepot liggende onverharde weg, zie foto 4. Voorlangs het bedrijfsgebouw loopt de verharde, doodlopende ontsluitingsweg naar de vuilstort (foto 3). Er zijn, behoudens opslag op het gronddepot, geen bomen aanwezig binnen het projectgebied.
Foto 4: Onverhard pad aan de achterzijde van het projectgebied/gronddepot
Soorten Qua fauna zijn, wat zichtwaarnemingen betreft, alleen vogels aangetroffen. Boven het projectgebied werd op enig moment tijdens het veldbezoek een jagende torenvalk waargenomen. De ruigte ter plaatse van het gronddepot zal een diverse muizenpopulatie bevatten en er zijn ook holen aangetroffen, zeer waarschijnlijk van konijnen. Op de grondwal is veel opslag aanwezig (zie foto 5) met voornamelijk schietwilg als boomsoort en bovenop is ook kruipbrem aangetroffen, zie foto 6. Er zijn geen bijzondere vaatplanten aangetroffen, maar het seizoen is ook niet geschikt voor het inventariseren van flora. De kans op bijzondere soorten wordt niet groot geacht, gelet op de sterk verruigde vegetatie en een grotendeels bodembedekkend mostapijt.
Foto 5: Houtopslag op het gronddepot
CA190028.053.R01
9 van 15
Foto 6: Kruipbrem bovenop het gronddepot
Foto 7: Zicht op het noorden met de rijksweg links, vanaf de top van het gronddepot
2.3 Afbakening van en geschiktheid voor soortgroepen Afbakening van relevante soortgroepen Het projectgebied kent geen grote diversiteit aan biotopen en de kwaliteit ervan is matig. Bomen zijn, behoudens wilgen (opslag), schaars – struiken zijn wel aanwezig, zodat er voor kleine zoogdieren wel sprake is van voldoende dekking. Vanwege de bedrijvigheid is er voortdurend sprake van verstoring. Alleen algemeen voorkomende diersoorten zijn daarom te verwachten. Voor de volgende relevante soortgroepen (waarvan beschermde soorten te verwachten zijn) biedt het projectgebied in meer of mindere mate geschikte habitats: vleermuizen, landzoogdieren, broedvogels en amfibieën. Voor reptielen zijn er geen geschikte habitats voorhanden binnen het projectgebied. Gelet op het ruige karakter van de vegetatie, met veel mossen op de bodem, zijn beschermde vaatplanten niet te verwachten. Ook anderszins bijzondere vaatplanten, met name
CA190028.053.R01
10 van 15
soorten van de Rode Lijst, kunnen hier min of meer worden uitgesloten. De beide laatstgenoemde groepen worden daarom verder in voorliggend rapport buiten beschouwing gelaten. Geschiktheid voor relevante soortgroepen Zoogdieren - vleermuizen. Er zijn in het databestand van NDFF uit de geselecteerde periode geen waarnemingen van vleermuizen (zie §2.1). Dit betekent echter niet dat er in het onderzoeksgebied geen vleermuizen zouden voorkomen. De ruigtes met houtopslag en ook de akkers vormen in principe een geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn echter geen lijnvormige elementen in de directe omgeving van het projectgebied, dus het gebied is niet goed bereikbaar. Niettemin mag er wel van worden uitgegaan dat een algemene soort als de gewone dwergvleermuis het gebied bezoekt om er te foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen in bomen is uitgesloten en ook zijn de aanwezige opstallen niet geschikt voor gebouwbewonende soorten als de genoemde gewone dwergvleermuis. Zoogdieren - landzoogdieren. Er zijn waarnemingen van diverse grondgebonden zoogdiersoorten binnen het onderzoeksgebied. Gelet op de aanwezige ruigte zullen voornamelijk muizen het projectgebied bevolken, naast konijnen die graag in gronddepots holen graven. De vos zal er op konijnen jagen en mogelijk incidenteel ook gebruik maken van holen.
Ook kleine marterachtigen als de bunzing zullen er op prooidieren jagen. Het betreft alleen soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen (zie bijlage 1, tabel A), strenger beschermde soorten als de das zijn niet aanwezig, al kan de das het gebied incidenteel bezoeken. Vogels. Vanwege het ontbreken van bomen zijn nestplaatsen niet te verwachten, maar het gronddepot biedt wel geschikt jachtbiotoop voor muizenetende roofvogels als de buizerd en de torenvalk. Amfibieën. Er zijn geen waarnemingen van amfibieën beschikbaar (zie §2.1), in de directe omgeving van het projectgebied zijn geschikte voortplantingsplaatsen schaars. De ruigte kan wel dienen als zomerhabitat voor algemeen voorkomende amfibieën als de bruine kikker en de gewone pad, die grote afstanden af kunnen leggen.
CA190028.053.R01
11 van 15
3 Effecten op beschermde soorten en vervolgstappen 3.1 Beschrijving van de activiteit Het voornemen is reeds in hoofdstuk 1 kort beschreven. Binnen het projectgebied zal op korte termijn een overkapping aan de bestaande loods worden toegevoegd, met ongeveer dezelfde oppervlakte. De bestaande 2
loods heeft een oppervlakte van 900 m . Op termijn wordt nog een tweede loods gebouwd met een 2
oppervlakte van 1.800 m , waarvoor dan een deel van het bestaande gronddepot zal worden afgegraven. Van het totale projectgebied wordt dan circa 40% bebouwd. De initiatiefnemer verzoekt de gemeente een verdere uitbreiding naar 50% bebouwingspercentage toe te staan.
Figuur 3: Luchtfoto van het projectgebied en omgeving
3.2 Gevolgen voor beschermde soorten Algemeen De werkzaamheden zullen worden gestart zodra de vereiste vergunningen verkregen zijn. Voor de in §2.3 genoemde soortgroepen, namelijk vleermuizen, landzoogdieren, vogels en amfibieën zal hierna worden nagegaan wat de mogelijke (negatieve) effecten zijn. Vleermuizen Verblijfplaatsen. Binnen het projectgebied zijn geen potentiële verblijfplaatsen in de vorm van boomholten of geschikte gebouwen aanwezig. Negatieve gevolgen voor de functie verblijfplaatsen zijn niet aan de orde.
CA190028.053.R01
12 van 15
Foerageergebied en vliegroute. De functie vliegroute is binnen het plangebied afwezig, wegens het ontbreken van lijnvormige elementen met opgaande beplanting. Wel vormt de ruigte ter plaatse van het projectgebied een geschikt jachtbiotoop waar vleermuizen op insecten kunnen jagen. Een deel hiervan zal vanwege de toename van het bebouwingsoppervlak op termijn verloren gaan. Het deel van het projectgebied dat uit een gronddepot bestaat, maakt onderdeel uit van een groot depot met een soortgelijke vegetatie. Hiervan zal dan ongeveer een tiende verdwijnen. Omdat er nog een aanzienlijk deel overblijft en ook in de wijdere omgeving veel geschikter foerageergebied in de vorm van bosranden overblijft, zijn zodanig negatieve gevolgen, dat de gunstige staat van instandhouding van de betreffende vleermuissoorten (met name gewone dwergvleermuis) in het geding is, niet aan de orde. Er zijn voldoende alternatieve foerageermogelijkheden voor vleermuizen. Vogels Omdat er weinig of geen geschikte nestgelegenheden zijn binnen het projectgebied, zijn gevolgen voor broedvogels zeer beperkt, zo niet nihil. Er is alleen sprake van een gering verlies aan jachtbiotoop voor roofvogelsoorten als de torenvalk. Maar hiervan geldt mutatis mutandis hetzelfde als wat hierboven is opgemerkt bij vleermuizen.
Het verlies is zeer gering en heeft geen gevolgen voor de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten. Er zijn voor de hier voorkomende vogelsoorten voldoende alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving. Omdat er geen nestplaatsen in de directe omgeving van het projectgebied te verwachten zijn, worden broedende vogels niet gestoord, mochten werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden, waarvoor in het onderhavige geval de datumgrenzen 15 maart en 15 juli van toepassing zijn. Er hoeft derhalve geen rekening te worden gehouden met broedvogels. Landzoogdieren en amfibieën Doordat een deel van het projectgebied verhard zal worden, treedt verlies op aan biotoop van landzoogdieren, met name kleine zoogdieren als muizen en ook kleine marterachtigen als de bunzing. Ook voor konijnen treedt een gering verlies op aan leefgebied. Voor al deze soorten geldt dat er in de directe omgeving voldoende alternatieven zijn. Voor amfibieën zal nauwelijks of geen biotoop verloren gaan, aangezien het projectgebied geen wezenlijk onderdeel uitmaakt van een amfibieënleefgebied. Er is slechts sprake van potentieel geschikt landbiotoop, waar alleen algemeen voorkomende soorten als de bruine kikker en de gewone pad incidenteel gebruik van zullen maken. Negatieve gevolgen voor deze soortgroep zijn niet aan de orde.
Ten aanzien van de zoogdieren moet wel rekening worden gehouden met de zorgplicht (art. 1.11, zie ook bijlage 1), om onbedoeld negatieve gevolgen voor in de grond verblijvende dieren bij het afgraven zoveel mogelijk te vermijden, zie ook par. 3.4.
3.3 Gevolgen voor beschermde gebieden (stikstofdepositie) In de inleiding is vermeld dat nagegaan zal worden of er sprake is van toename van stikstofdepositie op gevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. Input Uitgegaan wordt van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Dus naast de overkapping die op korte termijn wordt gerealiseerd, wordt tevens gerekend met de emissies als gevolg van het bouwen van de nieuwe loods en de algehele inrichting van het terrein. Er wordt onderscheid gemaakt in de aanleg- en de gebruiksfase.
CA190028.053.R01
13 van 15
Aanlegfase. Door inzet van mobiele werktuigen wordt stikstofemissie veroorzaakt. De initiatiefnemer heeft qua inzet van materieel de volgende raming gemaakt: •
voor aanvoer van materiaal zijn in totaal 20 vrachtauto’s nodig;
•
materieel: hydraulische graafmachine (100 kW), die maximaal een werkweek tussen 08:00 en 16:00 uur zal draaien; een bouwkraan (50 ton) gedurende 5 werkdagen; een hoogwerker/verrijker (elektrisch) gedurende 4 werkweken;
•
busjes bouwvakkers: 1 bus per dag gedurende 2 maanden.
Voor het invoeren van het materieel is gebruik gemaakt van de in AERIUS Calculator aanwezige dataset met emissiefactoren, waarbij alleen het aantal draaiuren en het vermogen dient te worden opgegeven. De emissiefactor is sterk afhankelijk van het bouwjaar. Bij de diesel aangedreven machines wordt uitgegaan van een bouwjaar tussen 2010 en 2015. Wat betreft de transportbewegingen, het totale aantal bedraagt op jaarbasis 40 voor vrachtauto’s (middelzwaar en zwaar vrachtverkeer) en 90 voor personenauto’s (licht verkeer). Dit betekent dat het aantal in te voeren voertuigen ruim onder 1 mvt/etm ligt. Het minimum aantal voertuigen dat in AERIUS Calculator kan worden ingevoerd bedraagt echter 1,0 mvt/etm. Dit aantal geeft dan ook meer dan een worst case scenario weer. Voor het verkeer is een lijnvormige emissiebron ingevoerd, die loopt vanaf knooppunt Sint Joost via de N271. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van het in te zetten materieel met de berekende emissies. Tabel 1: Specificatie input voor AERIUS Calculator betreffende de aanlegfase Onderdeel / parameter Materieel HGM overkapping
bouwkraan
hoogwerker
vrachtauto
busje
5 werkdagen
20 dagen
20 stuks n.v.t.
2 maanden, 1 per werkdag n.v.t.
40
90
40
90
diesel
benzine
5 werkdagen
loods en terreininrichting totaal aantal draaiuren in 2020
Transport
40
40
aantal transportbewegingen idem op jaarbasis (2020) vermogen
100 kW
255 kW
brandstof
diesel
diesel
elektrisch
emissiefactor in g N/kWh
2,9
3,6
0
emissie (AERIUS) in kg N/ha
6,96
18,0
0
2,7
Gebruiksfase. De extra verkeersbewegingen zijn als volgt: •
2 man extra personeel
•
1 vrachtwagen beweging per werkdag extra aanvoer
•
1 vrachtwagen beweging per werkdag afvoer
•
1 extra elektrische heftruck
In AERIUS is hiervoor een transportroute ingevoerd, uitgegaan wordt van ontsluiting via de N271 vanaf knooppunt Sint Joost. Op jaarbasis (vanaf 2021) zijn de verkeersbewegingen op jaarbasis als volgt: •
vrachtverkeer (middelzwaar): 2 x 5 x 50 / 365 = 1,4 mvt/etm
•
personenverkeer (licht verkeer): 4 x 5 x 50 / 365 = 2,7 mvt/etm
De emissie is berekend op 4,34 kg N/ha/jaar, zie de AERIUS bijlage.
CA190028.053.R01
14 van 15
Resultaten De door AERIUS Calculator gegenereerde rapporten (aanlegfase en gebruiksfase) zijn als bijlagen toegevoegd. Er wordt geen depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar berekend op habitattypen van omliggende Natura 2000gebieden.
3.4 Conclusies en te nemen maatregelen Conclusies onderzoek Omschrijving project. Binnen het projectgebied wordt een uitbreiding van het bestaande bedrijfsgebouw gerealiseerd, terwijl op termijn de bebouwde oppervlakte naar 50% zal gaan. Gevolgen voor beschermde soorten. Het projectgebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Hiervan zal een deel verdwijnen, maar er blijft in de directe omgeving voldoende foerageergebied in tact, dat de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten zeker niet in het geding is. Qua landzoogdieren is er sprake van verlies van leefgebied van beschermde soorten, vanwege de vernietiging van het biotoop ruigte. Het betreft echter alleen algemeen voorkomende soorten, waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor vogels geldt eveneens dat jachtgebied, met name van roofvogels als de torenvalk, verloren gaat, maar het verlies is zeer gering qua omvang en in de directe omgeving zijn voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Wegens het ontbreken van geschikte nestplaatsen is verstoring van vaste rusten verblijfplaatsen tijdens het broedseizoen niet aan de orde. Voor amfibieën, waarvan alleen algemeen voorkomende soorten als de bruine kikker en de gewone pad zijn te verwachten, geldt ook dat het verlies van potentieel geschikt landbiotoop slechts zeer gering is.
Ook voor deze soorten zijn er voldoende alternatieven in de directe omgeving. Gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Het projectgebied ligt zodanig ver verwijderd van Natura 2000gebieden, dat negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden niet aan de orde zijn. Uit een berekening met AERIUS Calculator blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol plaatsvindt op een habitattype. Ook worden door het project geen gebieden, die behoren tot het nationaal of provinciaal natuurnetwerk, negatief beïnvloed. Mitigerende maatregelen en vervolgstappen in het kader van de soortenbescherming Mitigerende maatregelen. Bij het vergraven van het gronddepot moet rekening worden gehouden met in de bodem levende kleine zoogdieren, met name muizen. Het afgraven dient daarom in een richting te gebeuren en de aanwezige begroeiing moet van tevoren zoveel mogelijk worden verwijderd, zodat aanwezig dieren tijdig kunnen ontsnappen. Vervolgstappen. Indien de voornoemde maatregelen in acht worden genomen, is er geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming en kan de ingreep zonder ontheffing plaatsvinden.
CA190028.053.R01
15 van 15
Bijlagen
Bijlage 1 Toetsingskader: wetgeving en beleid De bescherming van soorten en natuurgebieden is in Nederland op twee niveaus geregeld: 1) a. de soortenbescherming door de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 3) en b. de bescherming van beschermde natuurmonumenten (bijzondere nationale natuurgebieden) en Natura 2000-gebieden idem (hoofdstuk 2); 2) de veiligstelling van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN, voorheen EHS) in de Nota Ruimte, de Streekplannen, Interimstructuurvisie en de Bestemmingsplannen. Hieronder wordt ingegaan op zowel de soortenbescherming als de gebiedenbescherming van de Wnb.
A. SOORTENBESCHERMING Verbodsbepalingen In de Wet natuurbescherming (Wnb), die sinds 1 januari 2017 van kracht is, zijn drie oude wetten geïntegreerd, namelijk de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Hoofdstuk 3 van de Wnb gaat in op soorten en beschermt een groot aantal planten- en diersoorten (waaronder vrijwel alle gewervelde dieren, diverse insectensoorten en een aantal planten). Was voorheen het rijk bevoegd gezag, nu is dat de provincie. Ontheffingen (zie onder) moeten dus vanaf de genoemde datum bij de provincie worden aangevraagd. De wet onderscheidt een drietal categorieën soorten, te weten a)
soorten van de Vogelrichtlijn (artikelen 3.1 t/m 3.4) Het is verboden: •
opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen (art. 3.1 lid 1);
•
opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (art. 3.1 lid 2);
•
eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder ziich te hebben (art. 3.1 lid 3);
•
vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen (art. 3.1 lid 4).
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort).
b) soorten van de Habitatrichtlijn (artikelen 3.5 t/m 3.9) Het is verboden: •
in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen (art. 3.5 lid 1);
•
dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren (art. 3.5 lid 2);
•
eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen (art. 3.5 lid 3);
•
de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen (art. 3.5 lid 4);
CA190028.053.R01
•
planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (art. 3.5 lid 5).
c)
andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11) Het is verboden: •
in het wild levende zoogdieren,amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen (art. 3.10 lid 1 onderdeel a);
•
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A opzettelijk te 1
beschadigen of te vernielen (art. 3.10 lid 1 onderdeel b), of vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (art. 3.10 lid 1 onderdeel c).
De categorie ‘andere soorten’ is qua beschermingsregime vergelijkbaar met de tabel 2-soorten onder de Floraen faunawet. Echter, ten opzichte van het beschermingsregime onder de Flora- en faunawet is de lijst van ‘andere soorten’ significant veranderd, met name op het gebied van vissen, insecten en planten. Ernstig bedreigde en bedreigde dagvlinders, libellen en planten zijn toegevoegd, maar de voorheen gevoelige en kwetsbare soorten (voornamelijk orchideeën, klokjes en varens) zijn niet meer beschermd. Ontheffing en vrijstelling In principe geldt ook voor alle opgenomen nationaal beschermde soorten (bovengenoemde soorten genoemd onder c) een ontheffingsplicht (dus ook voor algemene soorten als bruine kikker en konijn). De soorten zijn in de Wnb niet ingedeeld in categorieën, zoals in de AmvB bij art. 75 van de Flora- en faunawet, de zogenaamde tabel 1,2,3-soorten. Vrijstellingsregelingen dienen door de provincies zelf te worden opgesteld. 2
De Provincie Limburg heeft voor de in onderstaande tabel A vermelde soorten een vrijstelling opgenomen . Voor deze soorten behoeft geen ontheffing te worden gevraagd bij ruimtelijke ingrepen (vergelijkbaar met de oude tabel 1-soorten Flora- en faunawet). Voor de overige soorten (de oude tabel 2,3-soorten Flora- en faunawet), inclusief de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode.
1
Het opzettelijk verontrusten van beschermde soorten uit deze categorie en het verstoren van vaste voortplantingsplaatsen
of rust- en verblijfplaatsen is in de Wnb niet langer verboden, hetgeen onder de Flora- en faunawet wel het geval was. 2
Ontwerp-Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014
CA190028.053.R01
Tabel A: Overzicht van beschermde soorten op de ‘vrijstellingslijst’ van de Province Limburg Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Periode Amfibieën bruine kikker
Rana temporaria
gehele jaar
gewone pad
Bufo bufo
gehele jaar
kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris NAAM: Triturus vulgaris)
meerkikker
Rana ridibunda
gehele jaar
middelste groene kikker (of bastaardkikker)
Rana esculenta
gehele jaar
hazelworm
Anguis fragilis
juli, augustus en september
levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
15 augustus t/m 15 oktober
aardmuis
Microtus agrestis
gehele jaar
bosmuis
Apodemus sylvaticus
gehele jaar
bunzing
Mustela putorius
gehele jaar
dwergmuis
Micromys minutus
gehele jaar
dwergspitsmuis
Sorex minutus
gehele jaar
eekhoorn
Sciurus vulgaris
maart-april en juli t/m november
egel
Erinaceus europeus
gehele jaar
gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
gehele jaar
(OUDE gehele jaar
Reptielen
Zoogdieren
haas
Lepus europeus
gehele jaar
hermelijn
Mustela herminea
gehele jaar
huisspitsmuis
Crocidura russula
gehele jaar
konijn
Oryctolagus cuniculus
gehele jaar
ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
gehele jaar
ree
Capreolus capreolus
gehele jaar
rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
gehele jaar
steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis
Martes foina Sorex coronatus Microtus arvalis
15 augustus t/m februari gehele jaar gehele jaar
vos
Vulpes vulpes
gehele jaar
wezel
Mustela nivalis
gehele jaar
woelrat
Arvicola terrestris
gehele jaar
In de overige gevallen is een ontheffing nodig, welke alleen kan worden verleend onder de volgende voorwaarden (art. 3.3 lid 4 en art. 3.8 lid 5): • •
• 3
er bestaat geen andere bevredigende oplossing (alternatief), én de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (bij Vogelrichtlijnsoorten), c.q. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (bij Habitatrichtlijnsoorten), én 3 de activiteit past binnen één van de in de wet genoemde belangen .
De belangen betreffen: volksgezondheid, openbare veiligheid, veiligheid van het luchtverkeer, voorkomen belangrijke
CA190028.053.R01
Net als in de Flora- en faunawet is ook in de Wnb een zorgplicht opgenomen (art. 1.11). De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is. Jaarrond beschermde vogelnesten Voor ontheffingen en gedragscodes hanteerde het Ministerie voorheen een lijst met jaarrond beschermde vogelnesten (roofvogels, huismus, roek), zie onderstaande tabel B. De Provincie Limburg heeft deze lijst aangepast aan de Limburgse situatie en hanteert weliswaar een vergelijkbare indeling, maar heeft andere 4
soorten per categorie , zie onderstaande tabel C. Jaarrond beschermde nestplaatsen betreffen dus de vogels van respectievelijk categorieën 1 t/m 4 (‘Rijkslijst’) en 1 t/m 3 (lijst Provincie Limburg). Omgevingscheck Er is altijd – ook indien er een jaarrond beschermd nest is aangetroffen en deze door een ingreep zal verdwijnen – een omgevingscheck nodig. Een deskundige moet dan vaststellen of er voor de soort voldoende alternatieve leefomgeving is om zelfstandig een vervangend nest te kunnen vinden of te bouwen in de omgeving. Is dit niet het geval? Dan moet, voor zover mogelijk, een alternatief nest of aanvullend functioneel leefgebied worden aangeboden. Indien ook dat niet mogelijk is, dan moet er een ontheffing worden aangevraagd. Tabel B: lijst met categorieën nestplaatsen en soorten van het Ministerie (‘Rijkslijst’) Cat.
Type verblijfplaatsen/type soorten Betrokken soorten 1 vaste rust- en verblijfplaatsen; nesten die, behalve gedurende als steenuil nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2 nesten van koloniebroeders; nesten van koloniebroeders die elk gierzwaluw, huismus, roek broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn, of afhankelijk van bebouwing of biotoop 3 honkvaste broedvogels en vogels afhankelijk van bebouwing; grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk slechtvalk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn, of afhankelijk van bebouwing of biotoop 4 vogels die niet zelf in staat zijn een nest te bouwen; vogels die boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet wespendief, zwarte wouw of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen 5 niet jaarrond beschermd, inventarisatie gewenst; nesten van blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene
specht, grote bonte broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart, zwarte specht
schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, bescherming van flora of fauna, onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt. Bij habitatrichtlijnsoorten worden additioneel nog de volgende belangen vermeld: instandhouding van de natuurlijke habitats, dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Ruimtelijke ontwikkeling geldt als belang alleen voor de categorie ‘andere soorten’. 4
Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg.
Gedeputeerde Staten van Limburg, 1 december 2017; categorie 1 is gelijk gebleven, categorieën 2 en 3 zijn samengevoegd, categorieën 4 en 5 zijn in de provinciale indeling respectievelijk categorieën 3 en 4.
CA190028.053.R01
Tabel C: lijst met categorieën nestplaatsen en soorten van de Provincie Limburg Cat. Type verblijfplaatsen/type soorten 1 jaarrond gebruikte nesten; deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats 2 zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing; deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief; de fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar 3 plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen; deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben; of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring; hier vallen ook roofvogels onder zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig is 4 soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft; het betreft de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat; ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen; indien de omgeving van de bekende nestplaats
vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft
Betrokken soorten kerkuil, oehoe, roek, steenuil boerenzwaluw, bosuil, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, huiszwaluw, ooievaar, slechtvalk boomvalk, havik, ransuil, raaf, rode wouw, torenvalk, wespendief, zwarte wouw
bijeneter, blauwe reiger, buizerd, draaihals, grauwe klauwier, grutto, ijsvogel, kramsvogel, kwartelkoning, oeverzwaluw, paapje, ringmus, roerdomp, sperwer, spotvogel, visdief, wulp, zomertortel, zwarte specht
Mitigerende en compenserende maatregelen Het kan nodig zijn om mitigerende (verzachtende) en compenserende maatregelen te nemen om aan de voorwaarden voor een ontheffing te voldoen. Mitigerende maatregelen zijn gericht op het voorkomen dat de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen wordt aangetast. Deze maatregelen worden uitgevoerd binnen het huidige leefgebied van een bepaalde soort (dit werd voorheen compensatie genoemd). Indien het functionele leefgebied voor 100% gemitigeerd wordt (en de nest/burchtlocatie niet direct wordt aangetast) treedt er geen overtreding op van de Wnb en is ook geen ontheffing nodig. Compenserende maatregelen worden getroffen, wanneer de functionaliteit van de vaste rust en verblijfsplaats niet behouden kan blijven. In dit geval is een ontheffing nodig. Compensatie kan plaatsvinden om een andere (deel-)populatie te versterken. Uitgangspunt daarbij is dat de gunstige staat van instandhouding van de soort als geheel niet in het geding komt. De beoordeling van de staat van instandhouding hangt samen met de beschermingsstatus van de soort. Hiervoor geldt het volgende: •
De gunstige staat van instandhouding van soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet op lokaalregionaal niveau beoordeeld worden.
•
De gunstige staat van instandhouding van de overige soorten moet op landelijk niveau beoordeeld 5
worden .
5
De Provincie Limburg (zie bovengenoemde beleidsregel van 1-12-2017) hanteert alleen het lokale en regionale
schaalniveau. Voor de meeste landelijk beschermde soorten geldt als regel dat de staat van instandhouding op ‘regionale schaal’ (maximaal provinciaal niveau) moet worden getoetst, inclusief die van een groot aantal vogels, meest Rodelijstsoorten en enkele Habitatrichtlijnsoorten, te weten baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, heikikker, rugstreeppad, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en zandhagedis. Wat betreft de ‘lokale schaal’ hanteert de provincie als maximum het gemeentelijk niveau.
CA190028.053.R01
B. NATURA 2000-GEBIEDEN Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet (Nbw). Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Deze wet voldeed niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Nbw gemaakt die alleen gericht is op gebiedsbescherming. De Nbw 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Nbw verwerkt. De volgende gebieden worden aangewezen en beschermd op grond van de Nbw: •
Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden),
•
Beschermde Natuurmonumenten.
Inmiddels is de Nbw opgenomen in de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden). Beschermde Natuurmonumenten zijn niet meer beschermd, tenzij ze deel uitmaken van Natura 2000-gebieden of gelegen zijn binnen het Nederlands Natuur Netwerk. In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming zijn de bepalingen voor wat betreft gebiedsbescherming vastgelegd. De regels hebben als doel het beschermen en in stand houden van natuurgebieden met bijzondere of kwetsbare waarden. Hiermee zijn internationale verplichtingen uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR), maar ook verdragen als bijvoorbeeld het Verdrag van Ramsar (Wetlands) in nationale regelgeving verankerd. Elk Natura 2000-gebied wordt aangewezen door middel van een aanwijzingsbesluit. In dit besluit wordt, behalve onder andere de ligging van het gebied, vastgesteld welke natuurwaarden in dat gebied beschermd zijn, de zogeheten instandhoudingsdoelen. Effecten op Natura 2000-gebieden worden beoordeeld aan de hand van de instandhoudingsdoelen die in de aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden zijn vastgesteld. Instandhoudingsdoelen betreffen zowel habitattypen als habitat- en vogelsoorten. De beoordeling start met de oriëntatiefase, een zogeheten Voortoets. In de oriëntatiefase is de hoofdvraag of er een kans op een significant negatief effect bestaat.
Is er zeker geen negatief effect te verwachten, dan is daarmee de toets beëindigd en hoeft geen vergunning te worden aangevraagd. In deze fase is vooral van belang te bepalen welke de instandhoudingsdoelstellingen zijn van het Natura 2000-gebied waarbinnen of in de nabijheid waarvan de voorgenomen activiteit zich afspeelt. Voorts dienen de storende factoren te worden vastgesteld en dient de gevoeligheid van soorten en habitattypen te worden bepaald. Verder dient rekening gehouden te worden met cumulatieve effecten die door combinaties van plannen en projecten worden veroorzaakt. Alleen als in een Voortoets significante effecten niet uitgesloten kunnen worden is een passende beoordeling noodzakelijk. In het geval de passende beoordeling niet de zekerheid verschaft dat er geen sprake is van een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied moet de vergunning c.q. de instemming worden geweigerd, tenzij aan de ‘ADC-criteria’ voldaan wordt. Dit betekent dat er geen Alternatieven zijn, er sprake is van Dwingende redenen van groot openbaar belang en dat door Compensatie de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk gewaarborgd blijft. Er kan ook sprake zijn van negatieve effecten, maar het gaat niet om significant negatieve effecten. Het criterium voor de laatstgenoemde kwalificatie is dat de natuurlijke kenmerken worden aangetast (zie boven).
Indien er wel negatieve gevolgen zijn, maar deze zijn niet significant, dan is sprake van een verstorings- of verslechteringstoets en is alternatievenonderzoek niet nodig.
CA190028.053.R01
Significantie en cumulatie Uit het bovenstaande blijkt dat vooral twee begrippen bij de toetsing van belang zijn, namelijk significantie en cumulatie. •
Een activiteit die de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in gevaar dreigt te brengen, moet noodzakelijkerwijs worden beschouwd als een plan of project met eventuele significante gevolgen voor het betrokken gebied. In het kader van de inschatting van effecten die deze activiteit kan hebben, moet de significantie van die gevolgen met name worden beoordeeld in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het gebied waarop het plan of project betrekking heeft. Dat een activiteit geen onomkeerbare en slechts tijdelijke effecten kent, wil niet zeggen dat die effecten niet significant kunnen zijn.
•
Bij het vaststellen van de mogelijke significante gevolgen van een activiteit moet ook rekening worden gehouden met zogenaamde cumulatieve effecten. Cumulatie betreft de opgetelde effecten van één of meer ingrepen op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Door cumulatie in de beoordeling te betrekken krijgt men een completer beeld of de natuurwaarden gevaar lopen. Van cumulatie is sprake als naast het project (of andere handeling) in of rondom een Natura 2000-gebied andere projecten, handelingen en plannen plaatsvinden die in combinatie mogelijk schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen. Bij de beoordeling van cumulatie van effecten hoeft in principe alleen rekening worden gehouden met de soorten, hun leefgebied en de habitattypen waarop het plan of project mogelijk negatieve significante effecten heeft.
•
Bij de cumulatie van effecten worden drie niveaus onderscheiden (zie Broekmeyer 2006 hierna), te weten: 1. cumulatie van effecten ten gevolge van één ingreep (de aparte effecten hebben geen significant effect maar gezamenlijk wel), 2. cumulatie van effecten ten gevolge van meerdere ingrepen in de ruimte en 3. cumulatie van effecten ten gevolge van meerdere ingrepen in de tijd.
Beoordeling van effecten De vastgestelde effecten worden op hun gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen beoordeeld. De staat van instandhouding wordt afgemeten aan vier aspecten: •
bij soorten: verspreiding, populatie, leefgebied en toekomstperspectief;
•
bij habitattypen: verspreiding, oppervlakte, structuur en functie en toekomstperspectief.
Of de staat van instandhouding gunstig is, matig ongunstig of zeer ongunstig wordt afgemeten aan de totaalbeoordeling van de vier aspecten.
CA190028.053.R01
Bijlage 2 Status van soorten Toelichting: •
Wnb = Wet natuurbescherming; A = overige beschermde soorten (fauna), HRL = Habitatrichtlijn (soorten van bijlage IV HRL), VRL = Vogelrichtlijn
•
Prov = soort van provinciale vrijstellingslijst (X), zie bijlage 1, tabel A
•
Ffw = Flora- en faunawet (tot 1.1.2017)
•
RL = Rode Lijst; BE = bedreigd, GE = gevoelig, KW = kwetsbaar
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Wnb
Lampetra planeri
Boomklever
Prov
Ffw
RL
A
tabel 3
BE
Sitta europaea
VRL
vogels
Boomkruiper
Certhia brachydactyla
VRL
vogels
Bosrietzanger
Acrocephalus palustris
VRL
vogels
Buizerd
Buteo buteo
VRL
vogels
Geelgors
Emberiza citrinella
VRL
vogels
Grasmus
Sylvia communis
VRL
vogels
Grauwe Vliegenvanger
Muscicapa striata
VRL
vogels
Grote Bonte Specht
Dendrocopos major
VRL
vogels
Grote Lijster
Turdus viscivorus
VRL
vogels
Kleine Mantelmeeuw (graellsii)
Larus fuscus graellsii
VRL
vogels
Kneu
Linaria cannabina
VRL
vogels
Kokmeeuw
Chroicocephalus ridibundus
VRL
vogels
Kuifmees
Lophophanes cristatus
VRL
vogels
Matkop
Poecile montanus
VRL
vogels
Putter
Carduelis carduelis
VRL
vogels
Roodborsttapuit
Saxicola rubicola
VRL
vogels
Scholekster
Haematopus ostralegus
VRL
vogels
Sperwer
Accipiter nisus
VRL
vogels
Spreeuw
Sturnus vulgaris
VRL
vogels
Staartmees
Aegithalos caudatus
VRL
vogels
Torenvalk
Falco tinnunculus
VRL
vogels
Tuinfluiter
Sylvia borin
VRL
vogels
Veldleeuwerik
Alauda arvensis
VRL
vogels
Vink
Fringilla coelebs
VRL
vogels
Vuurgoudhaan
Regulus ignicapilla
VRL
vogels
Winterkoning
Troglodytes troglodytes
VRL
vogels
Witte Kwikstaart
Motacilla alba
VRL
vogels
Zilvermeeuw
Larus argentatus
VRL
vogels
Zwarte Kraai
Corvus corone
VRL
vogels
VISSEN Beekprik VOGELS
Zwarte Mees
Periparus ater
VRL
vogels
Zwarte Roodstaart
Phoenicurus ochruros
VRL
vogels
Zwarte Wouw
Milvus migrans
VRL
vogels
Zwartkop
Sylvia atricapilla
VRL
vogels
CA190028.053.R01
GE KW GE
GE
KW GE
GE
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Wnb
Prov
Ffw
RL
Bever
Castor fiber
HRL
tabel 3
GE
Bunzing
Mustela putorius
A
Das
Meles meles
A
Haas
Lepus europaeus
A
X
tabel 1
Konijn
Oryctolagus cuniculus
A
X
tabel 1
Ree
Capreolus capreolus
A
X
tabel 1
Steenmarter
Martes foina
A
X
tabel 2
Vos
Vulpes vulpes
A
X
tabel 1
Wild zwijn
Sus scrofa
A
ZOOGDIEREN
CA190028.053.R01
X
tabel 1 tabel 3
tabel 2
26
Kaart 1a
! Boomklever " Boomkruiper
Verspreidingskaart broedvogels algemeen
# Bosrietzanger . Geelgors !
1 $ / " G
k j > !
! A
@ ! C !
! U
a. Soorten A t/m R
Grasmus Grauwe vliegenvanger Grote bonte specht Grote lijster Kneu Kuifmees Matkop Putter Roodborsttapuit
( territorium
. ! .( ! . !
. ! . ! >! ! U
. ! . !
1 $
.# ! . k j !
G . !
!
1 $
G
C" 1 $ >! ! (
"G ( (
! A ( @ ! @( ! G k ! ( j G @ ! A ( " @ ! ( ! k j ( !A ! ( " (
G
! A (
G G (
/! " ( .
. !
±
projectgebied
schaal 1:7.500
Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl Geonius Infra
! Scholekster " Spreeuw
Kaart 1b
! (
Verspreidingskaart broedvogels algemeen
# Staartmees . Tuinfluiter !
1 $ / " G
k j > !
! A
@ ! C !
! U
Veldleeuwerik Vink Vuurgoudhaan Winterkoning Witte kwikstaart Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwartkop
b. Soorten S t/m Z
! A (
! A (
1 $
( territorium ! U
! A (
! A (
C !
1 $
. !
1 $
. ! . ! . ! !( A (
G / " k j
G G @ ! (
#
@ ! ( > !
> !
±
projectgebied
schaal 1:7.500
Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl Geonius Infra
ROOFVOGELS EN UILEN
! Buizerd " Sperwer
# Torenvalk
!
. Zwarte wouw !
( territorium
WATERVOGELS
1 $ / " G
!
!
Kleine mantelmeeuw Kokmeeuw Zilvermeeuw
#
) >100ex.
# / #" # #
Kaart 2
Verspreidingskaart roofvogels en uilen
# #### # G G G G G) )
/ " )
1 ) $ /! " )
!
# G ) !
#
#! ! "
!
!
G ) G ) #
!
!
. !
G!) ) G / " G )
#
! (
±
projectgebied
schaal 1:7.500
Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl Geonius Infra
Kaart 3
ZOOGDIEREN
Verspreidingskaart overige fauna
! Bever " Bunzing
# Das
. Haas !
1 $ / " G
k j > !
Konijn Ree Steenmarter Vos Wild zwijn
1 $
D verkeersslachtoffer
VISSEN
k j D
! Beekprik A
. !
" D
1 $
1 $ 1 $
" D
1 $
! A
! !
. !
/! " >
# G
±
projectgebied
schaal 1:7.500
Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl Geonius Infra
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Geonius
Maasbrachterweg 6, 6000AA Montfort
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Uitbreiding bedrijf Stiphout Plastics - aanlegfase
RuofeKgvnaKn
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 april 2020, 09:22
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
27,98 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanbrengen overkapping, bouwen loods, terreininrichting
Situatie 1
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
transport Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
24,96 kg/j
< 1 kg/j
3,02 kg/j
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW AFW
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
hydraulische kraan
4,0
4,0
0,0 NOx
6,96 kg/j
bouwkraan
4,0
4,0
0,0 NOx
18,00 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Situatie 1
mobiele werktuigen 193425, 350685 24,96 kg/j
transport 192343, 350271 3,02 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1,0 / etmaal NOx NH3
3,02 kg/j < 1 kg/j
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S1K8H8dpMVrt (10 april 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Geonius
Maasbrachterweg 6, 6000AA Montfort
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Uitbreiding bedrijf Stiphout Plastics - gebruiksfase
S1K8H8dpMVrt
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 april 2020, 09:38
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
4,34 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
transport materialen en personeel
Situatie 1
S1K8H8dpMVrt (10 april 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
transport Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
4,34 kg/j
S1K8H8dpMVrt (10 april 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Situatie 1
transport 192343, 350271 4,34 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Middelzwaar vrachtverkeer
1,4 / etmaal NOx NH3
3,53 kg/j < 1 kg/j
Licht verkeer
2,7 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
S1K8H8dpMVrt (10 april 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
S1K8H8dpMVrt (10 april 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Geonius
Maasbrachterweg 6, 6000AA Montfort
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Uitbreiding bedrijf Stiphout Plastics - aanlegfase
RuofeKgvnaKn
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 april 2020, 09:22
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
27,98 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanbrengen overkapping, bouwen loods, terreininrichting
Situatie 1
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
transport Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
24,96 kg/j
< 1 kg/j
3,02 kg/j
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW AFW
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
hydraulische kraan
4,0
4,0
0,0 NOx
6,96 kg/j
bouwkraan
4,0
4,0
0,0 NOx
18,00 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Situatie 1
mobiele werktuigen 193425, 350685 24,96 kg/j
transport 192343, 350271 3,02 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1,0 / etmaal NOx NH3
3,02 kg/j < 1 kg/j
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RuofeKgvnaKn (10 april 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.