3.3 Bijlage 3 Infiltratieadvies
Tekst van het document
Infiltratieadvies Uitbreiding Stiphout plastics Maasbrachterweg 3 te Montfort GA200890.R02.V1.0 22 september 2020
Infiltratieadvies Uitbreiding Stiphout plastics Maasbrachterweg 3 te Montfort Documentnummer GA200890.R02.V1.0 22 september 2020
Opdrachtgever Stiphout Plastics B.V. Maasbrachterweg 3 6065 NN Montfort
Auteurs Adviseur geohydrologie A. Mirrezai MSc Collegiale toets ir. T.C.F. Van Es
Functie
Naam
Adviseur geohydrologie
A. Mirrezai MSc
Collegiale toets
ir. T.C.F. Van Es
GA200890.R02.V1.0
Paraaf
2 van 14
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................. 4
2
Grondonderzoek...............................................................5
2.1
Algemeen
5
2.2
Boringen
5
2.3
Doorlatendheidsmetingen
6
2.4
Inmeting
6
3
Grondslag ............................................................................7
3.1
Terreingesteldheid
7
3.2
Bodemopbouw
7
3.3
Grondwater
7
3.4
Doorlatendheid
7
4
Infiltratie hemelwater ................................................... 9
4.1
Toetsing
9
4.2
Conclusie
10
5
Dimensionering infiltratievoorziening ................ 11
5.1
Uitgangspunten
5.1.1
Algemeen ..........................................................................................................................................................11
5.2
Ontwerpadvies
11
5.3
Overige ontwerpaspecten
12
5.3.1
Algemeen ......................................................................................................................................................... 12
5.4
Voorzuivering en onderhoud
11
13
Bijlagen Bijlage 1 Situatietekening Bijlage 2 Boringen Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen Bijlage 4 Dimensionering infiltratievoorziening
GA200890.R02.V1.0
3 van 14
1 Inleiding
Door Stiphout Plastics B.V. werd aan Geonius Geotechniek B.V. opdracht gegeven een infiltratieonderzoek uit te voeren en een infiltratieadvies op te stellen. Dit onderzoek was nodig voor de afkoppeling van regenwater bij de geplande nieuwbouw van een nieuwe hal, een overkapping, kantoorunit en een waterzuivering aan de Maasbrachterweg in Montfort. De ligging van de geplande nieuwbouw is afgebeeld in Figuur 1.1. Door ons bureau wordt ook een geotechnisch onderzoek uitgevoerd en een funderingsadvies opgesteld. De resultaten van het funderingsadvies worden separaat gerapporteerd onder kenmerk: GA200890.R01.V1.0. Voorliggend rapport bevat de resultaten van het infiltratieonderzoek en het infiltratieadvies. Voor de uitgangspunten voor het ontwerp van de infiltratievoorziening wordt verwezen naar hoofdstuk 5.1. De resultaten van het infiltratieonderzoek zijn getoetst aan de eisen van Waterschap Limburg en de Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor het afvoeren van hemelwater.
Figuur 1.1 Ligging geplande nieuwbouw ter plaatse van projectlocatie
GA200890.R02.V1.0
4 van 14
2 Grondonderzoek 2.1 Algemeen Ten
behoeve
van
het
grondonderzoek
zijn
in
september
2020
vier
handboringen
en
drie
doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. 1 handboring en 2 doorlatendheidsmetingen zijn niet uitgevoerd i.v.m. een puinverharding waardoor de boring handmatig niet kon worden doorgezet. Tevens is handboring DB12 i.v.m. een vaste laag vroegtijdig gestaakt. Hieronder is het uitgevoerde onderzoek verder beschreven.
2.2 Boringen Om de toplagen nader te verkennen en om doorlatendheidsmetingen uit te kunnen voeren, zijn op de locatie vier handboringen (genummerd GA200890 DB09 t/m DB12) tot maximaal ca. 3,2 m- maaiveld uitgevoerd. Tijdens de boorwerkzaamheden is het bodemmateriaal lithologisch onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd volgens NEN 5104. De boorstaten zijn opgenomen in de bijlagen. De geplaatste boringen zijn afgebeeld in Figuur 2.1.
Figuur 2.1 Ligging geplaatste boringen
GA200890.R02.V1.0
5 van 14
2.3 Doorlatendheidsmetingen In de boorgaten zijn doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Deze zijn genummerd GA200890 DM09 t/m DM11 en zijn opgenomen in bijlagen. Doorlatendheidsmetingen
DM09
t/m
DM11
zijn
ter
plaatse
van
een
geplande
ondergrondse
infiltratievoorziening uitgevoerd en zijn gemeten volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet) gemeten. Om de meting te kunnen uitvoeren, wordt allereerst een gat geboord tot de onderkant van de te beproeven laag. Vervolgens wordt in het boorgat water toegevoegd en wordt de daling van de grondwaterstand per tijdseenheid gemeten, hieruit kan de doorlatendheid worden berekend.
2.4 Inmeting De ligging van de onderzoekspunten is op situatietekening GA200890.T01 weergegeven. De resultaten van het grondonderzoek zijn in de bijlagen toegevoegd. De sondeergrafieken zijn getekend ten opzichte van NAP. De onderzoekspunten zijn met behulp van 06-GPS ingemeten t.o.v. het Rijksdriehoekstelsel en NAP (nauwkeurigheid ca. 0,10 m). Alle gegevens van de inmetingen zijn een momentopname en zijn alleen te gebruiken voor voorliggend onderzoek.
GA200890.R02.V1.0
6 van 14
3 Grondslag 3.1 Terreingesteldheid Het maaiveld lag ter plaatse van de boorpunten op een niveau van ca. NAP +27,1 tot +27,4 m. Het terrein kent hiermee een hoogteverschil van ca. 0,3 m.
3.2 Bodemopbouw De bodemopbouw kan op basis van de sonderingen door middel van het volgende lagensysteem worden beschreven: Toplaag: Vanaf maaiveld tot ca. NAP +26,4 m wordt een puinlaag aangetroffen welke lokaal sporen van grind bevat (DB11 & DB12). Onderlaag: Hieronder bevindt zich tot ca. NAP +23,9 m een matig fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig zandpakket.
3.3 Grondwater Tijdens het grondonderzoek is in de boorgaten naar de actuele grondwaterstand gepeild. Deze werd niet aangetroffen tot de maximaal verkende diepte van ca. 3,2 m- maaiveld. Dit komt overeen met ca. NAP +23,9 m. Het betreft hierbij slechts een eenmalige meting, waardoor deze waarneming slechts als indicatie kan gelden. Daarnaast kan als gevolg van spanningswater, lagenopbouw en lokale omstandigheden een afwijkende waarde worden aangetroffen. Wij wijzen erop dat de grondwaterstand van seizoen tot seizoen kan verschillen en in nattere jaargetijden mogelijk hoger wordt aangetroffen dan thans het geval is. Exacte grondwaterstanden kunnen alleen middels peilbuismetingen worden verkregen. Ter plaatse van de meest nabijgelegen peilbuis in Dinoloket (TNO), welke op ca. 100 m van de geplande nieuwbouw ligt (put id: B58D1609), is op basis van een 8-jarige meetreeks de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) bepaald op ca. NAP +22,1 m. Dit komt overeen met een GHG van ca. 5,5 m- maaiveld. De uitgewerkte grondwatermeetreeks is opgenomen in de bijlagen.
3.4 Doorlatendheid Om de doorlatendheid van de bodem ten behoeve van infiltratie te berekenen, zijn drie proeven in de onverzadigde zone uitgevoerd volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet) gemeten. Bij de doorlatendheidsmetingen worden drie metingen uitgevoerd. De eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is. Bij de volgende twee metingen raakt de grond langzaam verzadigd. De derde meting is meestal maatgevend voor de doorlatendheid. De range van gemeten doorlatendheden is opgenomen in tabel 3.4.1. De resultaten van de metingen zijn opgenomen in de bijlagen.
GA200890.R02.V1.0
7 van 14
Tabel 3.4.1: gemeten doorlatendheid
Meting
Traject
Traject
Grondsoort
Doorlatendheid
[m- maaiveld]
[m t.o.v. NAP]
DM09
2,2 – 3,2
+24,9 tot +23,9
Zand, matig fijn, matig siltig
2,4 – 3,1
DM10
2,2 – 3,2
+25,2 tot +24,2
Zand, matig fijn, zwak siltig
1,1 – 1,6
DM11
2,2 – 3,2
+25,2 tot +24,2
Zand, matig fijn
1,3 – 1,8
GA200890.R02.V1.0
[m/d]
8 van 14
4 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: •
de doorlatendheid groter is dan ca. 0,2 m/d*;
•
de grondwaterstand dieper dan 0,5 à 0,7 m minus maaiveld aanwezig is;
•
het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd.
*
Infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren.
4.1 Toetsing In Tabel 4.1.1 zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaats van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet. Tabel 4.1.1: toetsing waterdoorlatendheid conform Cultuurtechnisch Vademecum (2008)
Meting
Traject
Traject
Maatgevende
Classificatie
Gunstige
doorlatendheid
doorlatendheid
mogelijkheden voor
[m- maaiveld]
[m t.o.v. NAP]
[m/d]
bodem
infiltratie
DM01
2,2 -3,2
+24,9 tot +23,9
2,4
Goed
Ja
DM02
2,2 -3,2
+25,2 tot +24,2
1,1
Goed
Ja
DM03
2,2 -3,2
+25,2 tot +24,2
1,3
Goed
Ja
Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van ca. 3,2 mmaaiveld ofwel NAP +23,9 m. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m- maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen geroerde, silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. Tevens zal rekening gehouden moeten worden met de geroerde toplaag, deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal.
2.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m- maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem.
GA200890.R02.V1.0
9 van 14
3.
Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot ca. 3,5 m- maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande en nieuwbouw geprojecteerd te worden.
4.
Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan ca. 3,5 m- maaiveld). Dit kan middels grindpalen naar een dieper niveau. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar biedt gezien de zandige toplaag geen toegevoegde waarde. Tevens dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden.
4.2 Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is goed geschikt voor een infiltratievoorziening. Wij adviseren een infiltratievoorziening in de ondiepe ondergrond aan te leggen, bijvoorbeeld infiltratiekratten en/of grindkoffers. Infiltratie naar dieper gelegen lagen door gebruik te maken van o.a. grindpalen wordt niet nodig geacht.
GA200890.R02.V1.0
10 van 14
5 Dimensionering infiltratievoorziening 5.1 Uitgangspunten
Ten aanzien van de het totaal afwaterende oppervlak, de goede doorlatendheid van de ondergrond en de beschikbare ruimte op het terrein adviseren wij het toepassen van infiltratiekratten als infiltratiesysteem. Bij het dimensioneren van de voorziening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
5.1.1 Algemeen •
conform gegevens verstrekt door de opdrachtgever bedraagt het totale afwaterend oppervlak voor de overkapping 900 m2 en bedraagt het verhard oppervlak van de kantoorunit en waterzuivering in totaal ca. 200 m2. Het verhard oppervlak van de nieuwe hal bedraagt 1800 m2. De dimensionering van de infiltratievoorziening in dit rapport is gebaseerd op een totaal afwaterend oppervlak van ca. 1100 m2 en 1800 m2.
•
conform de beleidsregels van de Keur van Waterschap Limburg, dient de voorziening gedimensioneerd te worden op een bui T=100 (100 mm in 24 uur). Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is kan middels een leegloopvoorziening van maximaal 2 l/s/ha vertraagd worden afgevoerd.;
•
de hoeveelheid toestromend water is berekend op basis van het afwaterend oppervlak en de gehanteerde bui. De uitkomst van deze berekeningen bedraagt ca. 110,0 m3 en 1800,0 m3;
•
conform de richtlijnen van RIONED wordt een ledigingstijd van maximaal 24 uur gehanteerd Indien vanwege de doorlatendheid niet aan de ledigingstijd van 24 uur kan worden voldaan kan een leegloopvoorziening worden toegepast;
•
bij de dimensionering van de voorziening wordt uitgegaan van infiltratie tijdens de bui;
•
voor de doorlatendheid is op basis van het gewogen gemiddelde van de maatgevende
•
conform ISSO-publicatie 70.1 is de afvloeiingscoëfficiënt aangehouden op 1; dat wil zeggen dat alle
doorlatendheidsmetingen een k-waarde gehanteerd van 1,4 m/dag; neerslag op het beschouwde oppervlak, in het infiltratiesysteem terecht komt. •
Voor het dimensioneren van een voorziening middels infiltratiekratten is als doorlatend oppervlak conform de Leidraad Riolering 60% van de hoogte van de wanden meegenomen en 0% van het bodemoppervlak (als gevolg van dichtslibben);
•
Voor de berekening is uitgegaan van een porositeit van 95% voor de kratten;
Indien wordt afgeweken van voornoemde uitgangspunten dan dient ons bureau te worden gecontacteerd daar dan het advies mogelijk moet worden aangepast.
5.2 Ontwerpadvies In tabel 5.2.1 is berekend welke dimensionering de voorzieningen minimaal moet hebben om aan de eisen te voldoen en of de voorziening daarmee aan de ledigingstijd voldoet. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen afwijkende afmetingen worden toegepast. Bij de berekeningen is uitgegaan van een stationaire situatie. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 5.
GA200890.R02.V1.0
11 van 14
Tabel 5.2.1: Afmetingen infiltratievoorziening: infiltratiekratten Type
Verhard
Kratten
oppervlak
(l x h x b)
[m2] Overkapping,
Berging
Minimaal
Leeglooptijd
Controle
[m]
[m3]
[m t.o.v. NAP]
[uur]
1100
28,8 x 1,2 x 2,4
78,8
+22,6*
18,0
Voldoet
1800
42,0 x 1,2 x 3
143,6
+22,6*
23,6
Voldoet
aanlegniveau
kantoorunit & waterzuivering Nieuwe hal *
Uitgaande van een GHG van ca. NAP +22,1 m.
Figuur 5.2.2: Aan- en afvoercapaciteit infiltratiekratten (overkapping, kantoorunit & waterzuivering)
5.3 Overige ontwerpaspecten 5.3.1 Algemeen Het infiltratiesysteem dient van een noodoverstort te worden voorzien. Bij zeer intensieve buien (bijvoorbeeld T>200), zal het systeem het toestromende regenwater mogelijk niet kunnen verwerken en kan het regenwater gecontroleerd naar elders afstromen. Indien gekozen wordt voor een ondergrondse overstort op het gemeentelijke riool dan dient de overstort van een terugslagklep te worden voorzien. Bij de dimensionering van de infiltratievoorziening is de beschikbare ruimte in beschouwing genomen. De afmetingen in de praktijk kunnen op verschillende manieren tot stand komen, het is ter competentie van de aannemer er op toe te zien dat de minimale voorgeschreven bergingscapaciteit wordt gehandhaafd.
GA200890.R02.V1.0
12 van 14
Wij adviseren de infiltratie-elementen op voldoende afstand (minimaal ca. 2 meter) van belendende bebouwing aan te brengen, of zonodig een waterdicht folie tussen de infiltratievoorziening en de belendingen aan te brengen. Dit om het risico op vernatting van de ondergrond als gevolg van de infiltratievoorzieningen te voorkomen; met stabiliteitsverlies als gevolg. Alvorens de ondergrondse voorziening wordt aangebracht zal er een filterdoek moeten worden aangebracht. In dit doek moet het infiltratie-element worden aangelegd. Zodoende wordt een goede scheiding verkregen tussen de bestaande grondslag en het element. Gebruik bij voorkeur geotextielen met een hoge O90-waarde (> 300 μm) en een waterdoorlatendheid hoger dan 35 l/s/m2. Op de bufferelementen zal een minimale gronddekking van 0,6 tot 0,8 meter aanwezig moeten zijn, indien er belastingen en verkeer op het maaiveld zijn voorzien (e.e.a. conform opgave leverancier). Tevens wordt deze diepte geadviseerd als te hanteren vorstvrije diepte. De aansluiting van het afwaterende dakoppervlak kan direct door middel van riolering (HWA) worden gerealiseerd. Indien in het afvoersystem van het dak koper en/of zink is gebruikt is mogelijk wel toepassing van een bodemfilter noodzakelijk. Regenwater dat op het dak valt, wordt via een (kunststof) dakgoot naar een verticale standleiding getransporteerd.
Daarin dient een bladafscheider te worden voorzien welke bladeren en grof vuil uitwerpt en die tevens dienst doet als overstort bij extreme regenval. Voor een groot deel worden verstoppingen in leidingen en voorzieningen hiermee voorkomen. In verband met ontluchting bij het vullen van het element dient het systeem van ontluchtingsbuizen naar het maaiveld te worden voorzien. Indien gewenst kan het volledig ontwerp van de hemelwaterafvoer en de terreininrichting door ons bureau nader worden uitgewerkt.
5.4 Voorzuivering en onderhoud Zonder regelmatige reiniging / doorspuiten hebben veel infiltratiesystemen na ca. 3 jaar nog maar 50% van de oorspronkelijke infiltratiecapaciteit beschikbaar, en functioneert het systeem na 5 tot 10 jaar enkel nog als buffer. Het dichtslibben van infiltratiesystemen is ook het gevolg van fijnstof, welke niet met een reguliere zandvang of bezinkput kan worden afgevangen en welke slechts deels uit een dichtgeslibd systeem te verwijderen is. Het te infiltreren hemelwater dient gezuiverd te worden door middel van een bodemfilter of zuiverend substraat. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. Er dient rekening gehouden te worden met het dichtslibben van het bodemfilter. Het goed functioneren ervan zal dan ook sterk onderhoudsafhankelijk zijn. Er wordt dan ook geadviseerd de doorlatendheid van het bodemfilter periodiek te meten en indien nodig het bodemfilter te vervangen. Er zijn voorzuiveringssystemen beschikbaar waarmee tot ca. 80% van de vaste bestanddelen uit het te infiltreren water kunnen worden afgevangen. Zo kan toepassing van een goede voorzuivering en regelmatig onderhoud de levensduur van een infiltratiesysteem significant verlengen.
Ook kan een vertraagde afvoer naar het riool of oppervlaktewater middels een regelbare debietbegrenzer worden toegepast, zodat de beschikbaarheid van de voorziening ook na een verminderde infiltratiecapaciteit kan worden gewaarborgd. Geonius heeft monitoringssystemen beschikbaar waarmee het waterpeil en de leeglooptijd van het systeem kan worden gemonitord. Deze kunnen worden toegepast ten behoeve van de controle van de werking van het
GA200890.R02.V1.0
13 van 14
systeem, op basis waarvan het onderhoudsregime kan worden bepaald. Indien gewenst kunnen we hierin nader adviseren, tevens kan het volledig ontwerp van de hemelwaterafvoer en de terreininrichting door ons bureau nader worden uitgewerkt.
GA200890.R02.V1.0
14 van 14
Bijlagen
GA200890.R02.V1.0
Bijlage 1 Situatietekening
GA200890.R02.V1.0
DB09
DB10
SW01 5
DB11
SW04 SW03 SW02
SW07
DB13 SW06 SW05
KW A
bestaande bebouwing
SW08
geplande nieuwbouw
eg
rw
te
ch
ra
b as
SW00
Ma
SW00
DB12
DB00 project
Uitbreiding Stiphout plastics Maasbrachterweg 3 te Montfort
onderdeel
situatietekening
projectnr
GA00890
projectleider
R. Huijts
bijlagenr
T01
getekend
R. Dammer
datum
17-9-2020
formaat
A3
Geonius Geo +31 (0) 88 1300 600 1:500 schaal 0
sondering met kleefmeting sondering met kleefmeting eerder uitgevoerd handboring met doorlatendheidsmeting
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
25
Bijlage 2 Boringen
GA200890.R02.V1.0
opdrachtnummer
: GA200890
projectomschrijving :Uitbreiding Stiphout plastics Maasbrachterweg 3 te Montfort
boring:
DB09
boring:
DB10
Maaiveldhoogte :
27,11
Maaiveldhoogte :
27,39
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 17-9-2020
Datum :
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 17-9-2020
Datum :
0,00
27,00
0,20
0,00
Volledig puin, grijs
Volledig puin, grijs 0,30
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs
27,00
Zand, matig fijn, matig siltig, bruin
26,50 26,50 26,00 26,00
1,50
Zand, matig grof, matig siltig, bruin
25,50
25,50
2,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin
25,00 25,00 24,50 24,50 24,00
3,20
3,20
boring:
DB11
boring:
DB12
Maaiveldhoogte :
27,38
Maaiveldhoogte :
27,31
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 17-9-2020
Datum :
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 17-9-2020
Datum :
0,00 0,20
27,00
0,40
0,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen puin, bruin Leem, sterk zandig, sporen grind, bruin
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, sporen stenen, zwak puinhoudend, donker grijsbruin
27,00
Zand, matig fijn, bruin 26,50
26,50
0,90 0,95
Vast op steen/leiding
26,00
25,50
25,00
24,50 3,20
verticale schaal pagina 1 / 2
1: 50
Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen
GA200890.R02.V1.0
Projectomschrijving: Uitbreiding Stiphout Plastics Locatie: Maasbrachterweg, Montfort Boornummer: DB09
Opdrachtnr. GA200890 Traject (m-mv) 2,2 - 3,2 Meting DM09
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
320 cm 80 cm 3,5 cm 0 cm
200 180
waterspiegelhoogte (cm)
160 140 120 100 80 60 40 20 0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 100 sec 54,95 cm 400 sec 33,66 cm 2,74E-05 m/s 2,37 m/dag -7,10E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 200 sec 51,10 cm 500 sec 26,89 cm 3,57E-05 m/s 3,08 m/dag -8,07E-04 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 200 sec 49,64 cm 400 sec 34,71 cm 3,00E-05 m/s 2,59 m/dag -7,47E-04 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Uitbreiding Stiphout Plastics Locatie: Maasbrachterweg, Montfort Boornummer: DB10
Opdrachtnr. GA200890 Traject (m-mv) 2,2 - 3,2 Meting DM10
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
320 cm 50 cm 3,5 cm 0 cm
140
waterspiegelhoogte (cm)
120 100 80 60 40 20 0 0
100
200
300
400
500
600
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 300 sec 67,34 cm 500 sec 54,28 cm 1,83E-05 m/s 1,58 m/dag -6,53E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 300 sec 83,91 cm 500 sec 72,30 cm 1,27E-05 m/s 1,10 m/dag -5,80E-04 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 300 sec 77,32 cm 500 sec 66,76 cm 1,25E-05 m/s 1,08 m/dag -5,28E-04 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Uitbreiding Stiphout Plastics Locatie: Maasbrachterweg, Montfort Boornummer: DB11
Opdrachtnr. GA200890 Traject (m-mv) 2,2 - 3,2 Meting DM11
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
320 cm -20 cm 3,5 cm 0 cm
140
waterspiegelhoogte (cm)
120 100 80 60 40 20 0 0
100
200
300
400
500
600
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 300 sec 59,69 cm 500 sec 50,30 cm 1,45E-05 m/s 1,25 m/dag -4,70E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 75 sec 101,58 cm 150 sec 92,88 cm 2,05E-05 m/s 1,77 m/dag -1,16E-03 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Bijlage 4 Dimensionering infiltratievoorziening
GA200890.R02.V1.0
Geonius Geotechniek
Infiltratiesysteem
Projectnummer Omschrijving
GA200890 Uitbreiding Stiphout Plastics Maasbrachterweg, Montfort
Datum
21-9-2020
Infiltratie met kratten uitgaande stationaire toestand met verhang van 1,0 m/m Uitgangspunten Neerslag [mm]
Eigenschappen bodem doorlatendheid 100 gemeten k [m/d] 1100 veiligheid [-] 1 wand kw [m/d] 110,0 vloer kv [m/d] 0,95 verhang I [-] 0
hoeveelheid r [mm] oppervlak A [m2] reductie r [-] totaal R [m3] porositeit [p] vertraagde afvoer (l/s/ha)
Bodem- en wandfactoren 1,4 1 1,4 1,4 1,0
0,6 0
Afmetingen van de infiltratiesleuf* Lengte [m] 28,8
hoogte [m] breedte [m] 1,2 2,4
Toetsing Berging [m3] 78,8 Totale afvoercapaciteit [m3] benodigd beschikbaar 110,0 141,7
Infiltratie tijdens bui [m3] 62,9
vertraagde afvoer tijdens bui [m3] 0,0 Leeglooptijd [uur] 18,0
controle voldoet
* Indien afwijkende afmetingen worden toegepast dient in ieder geval de minimale inhoud 110 m3 te bedragen
Overzicht aanvoer regenwater en afvoercapaciteit van het systeem
0,6 à 0,8 m
1,2 m
Overzicht aanvoer en capaciteit van het systeem 160
Hoeveelheid (m3)
140 120 100 80 60 40 Regenduurlijn 100 mm in 24 uur (T=100)
20
Afvoercapaciteit
0 0
120
240
360
480
600
720
tijd (min)
Kratten / grindkoffer
840
960
1080 1200 1320 1440
Geonius Geotechniek
Infiltratiesysteem
Projectnummer Omschrijving
GA200890 Uitbreiding Stiphout Plastics Maasbrachterweg, Montfort
Datum
21-9-2020
Infiltratie met kratten uitgaande stationaire toestand met verhang van 1,0 m/m Uitgangspunten Neerslag [mm]
Eigenschappen bodem doorlatendheid 100 gemeten k [m/d] 1800 veiligheid [-] 1 wand kw [m/d] 180,0 vloer kv [m/d] 0,95 verhang I [-] 0
hoeveelheid r [mm] oppervlak A [m2] reductie r [-] totaal R [m3] porositeit [p] vertraagde afvoer (l/s/ha)
Bodem- en wandfactoren 1,4 1 1,4 1,4 1,0
0,6 0
Afmetingen van de infiltratiesleuf* Lengte [m] 42
hoogte [m] breedte [m] 1,2 3
Toetsing Berging [m3] 143,6 Totale afvoercapaciteit [m3] benodigd beschikbaar 180,0 234,3
Infiltratie tijdens bui [m3] 90,7
vertraagde afvoer tijdens bui [m3] 0,0 Leeglooptijd [uur] 23,6
controle voldoet
* Indien afwijkende afmetingen worden toegepast dient in ieder geval de minimale inhoud 180 m3 te bedragen
Overzicht aanvoer regenwater en afvoercapaciteit van het systeem
0,6 à 0,8 m
1,2 m
Overzicht aanvoer en capaciteit van het systeem 250
Hoeveelheid (m3)
200 150 100 50
Regenduurlijn 100 mm in 24 uur (T=100) Afvoercapaciteit
0 0
120
240
360
480
600
720
tijd (min)
Kratten / grindkoffer
840
960
1080 1200 1320 1440
20