3.2 Bijlage bij toelichting - mer aanmeldnotitie Petrusberg
Tekst van het document
Betreft: Ruimtelijke plan: Datum:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Petrusberg (2021) 31-7-2021
Inleiding In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.beoordelingsbeslissing te nemen. Dit besluit hoeft niet gepubliceerd te worden. Het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit als bijlage bij het 'Bestemmingsplan of ander ruimtelijk besluit' gevoegd. Het plan De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen. De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van de locatie bekend als ‘De Petrusberg’ in Sint Odiliënberg te herontwikkelen. In dit gebied komen ca. 31 woningen/appartementen. Dit betreft een activiteit als bedoeld in onderdeel D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.
De drempelwaarde van kolom 2, die gelijk is aan een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer, wordt niet overschreden. Toetsingskader In de voorliggende overwegingen / aanmeldnotitie komen de volgende aspecten, zoals opgenomen in bijlage III bij de mer-richtlijn (richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L 26)) terug, welke afzonderlijk van elkaar worden behandeld. 1. kenmerken van de activiteit; 2. locatie van de activiteit; 3. potentiele milieugevolgen van de activiteit. Ad. 1. Kenmerken van de activiteit Met de voorliggende activiteit worden woningen gerealiseerd. Het project voorziet in de ontwikkeling van 31 woningen/appartementen. In de realisatiefase van de herontwikkeling zal gedeeltelijk gebruik gemaakt worden van niet-vernieuwbare hulpbronnen, zoals fossiele brandstoffen, grondstoffen en gecertificeerde materialen. In de gebruiksfase speelt duurzaamheid een belangrijke rol. De nieuwe woningen worden niet aangesloten op het gas en er zal waar mogelijk gebruik gemaakt worden van energie opwekkende hulpbronnen. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld PV-panelen en warmtepompen.
1
Er kan gesteld worden dat er voornamelijk tijdens de realisatiefase gebruik gemaakt wordt van niet-vernieuwbare hulpbronnen. De milieugevolgen vanwege de realisatiefase zullen slechts tijdelijk en in aard en omgeving relatief beperkt zijn. De te gebruiken grondstoffen en (bouw)materialen tijdens de realisatiefase zijn in dit stadium nog niet bekend. Deze milieugevolgen geven geen aanleiding geven tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Als gevolg van het project zal er een toename van de productie aan afvalstoffen ontstaan. Zowel in de realisatie- als de gebruiksfase worden afvalstoffen geproduceerd. De afvalstoffen ten gevolge van de realisatiefase zullen afgevoerd worden en naar een daarvoor geschikte bestemming gebracht worden. Er zal zoveel mogelijk circulair gebouwd worden. De afvalstoffen die voortkomen uit de gebruiksfase zal voornamelijk bestaan uit regulier huisafval. In lijn met de landelijke tendens ten aanzien van het scheiden van afval zal ook in onderhavig geval het afval zoveel mogelijk gescheiden worden. Het afval zal afgevoerd moet worden via de in de gemeente geëigende weg, waardoor de afvoerfrequentie toeneemt. Echter zullen de milieugevolgen daarvan slechts beperkt zijn, waardoor het geen aanleiding geeft om een milieueffectrapportage op te stellen. Ad. 2. Locatie van de activiteit De locatie van de activiteit is beschreven onder 1 en 2 hierboven.
Ad. 3 Potentiele milieugevolgen van de activiteit Om de potentiele milieugevolgen van de activiteit in beeld te brengen worden in dit hoofdstuk de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld. Hiermee kan een gewogen besluit genomen worden op de potentiele milieugevolgen van de voorgenomen activiteit. Navolgend worden de belangrijkste resultaten van de relevante milieuaspecten uiteengezet. 3.1. Bodem Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het vastleggen van een juridischplanologische regeling voor de nieuwbouw een voormalig bebouwde locatie in het centrum van Sint Odilienberg. Op de verbeelding en in de regels behorende bij het voorliggende bestemmingsplan zijn binnen het plangebied mogelijkheden tot nieuwbouw vastgelegd. Het gaat hierbij om de realisering van 31 woningen (16 seniorenwoningen en 15 appartementen). Zodra een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt aangevraagd voor de realisering van deze nieuwbouwobjecten, dient te worden beschouwd of het verrichten van een bodemonderzoek op deze plekken noodzakelijk is. Een dergelijk onderzoek kan pas plaatsvinden zodra de huidige bebouwing is gesloopt. Voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is het uitvoeren van een bodemonderzoek niet noodzakelijk. Het aspect bodem vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
2
3.2. Geluidshinder Het plangebied ligt in de kern van Sint Odiliënberg en maakt o.a. geluidsgevoelige functie mogelijk. Er is onderzocht of deze functies voldoen aan de wettelijke geluidsnormen. Uit onderzoek (zie hierna) blijkt dat dit het geval is en is nader onderzoek niet noodzakelijk. 3.3. Trillingen In de nabijheid van het plan zijn geen bronnen aanwezig die trillingen kunnen veroorzaken op de beoogde ontwikkeling. Dit is dan ook niet nader beschouwd. 3.4. Luchtkwaliteit Met een beschouwing van de luchtkwaliteit (zie hierna) is het effect op de luchtkwaliteit (NO2 en PM10) vanwege de ontwikkeling onderzocht. De beoogde ontwikkelingen vallen ruimschoots binnen de kaders van het Besluit Niet in betekenende mate bijdragen. Daarnaast liggen de jaargemiddelde concentraties in de huidige situatie zeer ruim onder de grenswaarden. De emissietoename als gevolg van de ontwikkeling leidt nergens tot overschrijdingen van de grenswaarden voor zowel de jaargemiddelde als de daggemiddelde concentraties. Vanuit het oogpunt luchtkwaliteit zijn er dan ook geen belemmeringen. 3.4. Externe veiligheid Het aspect externe veiligheid is geïnventariseerd en hieruit is gebleken dat er in de nabij omgeving van het plangebied geen van belang zijnde risicobronnen aanwezig zijn. In het onderhavige plan is sprake van het juridisch-planologisch vastleggen van nieuwe bebouwingsmogelijkheden.
Gezien de woonfunctie die binnen het plangebied wordt gerealiseerd, zal sprake zijn van een significante toename van het aantal verblijvende personen. Het plangebied is echter niet gelegen binnen een groepsrisicocontour van één van de omliggende risicobronnen, waardoor een nadere motivering van het groepsrisico niet aan de orde is. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt. 3.5. Geurhinder Er worden met het project geen activiteiten mogelijk gemaakt waardoor geuroverlast veroorzaakt wordt. Daarnaast vinden er in de directe omgeving van het plangebied geen activiteiten plaats die geuroverlast veroorzaken. Op het gebied van geur is er dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat. Belangrijke milieugevolgen zijn uitgesloten.
3
3.6. Water In de huidige situatie is er binnen het plangebied relatief veel verharding aanwezig in de vorm van bebouwing. Met de ontwikkeling van de woningen zal de oppervlakte aan verharding niet toenemen maar afnemen. De hoeveelheid en de wijze van watercompensatie wordt nader bepaald. Beoogd wordt alle hemelwater af te koppelen en vast te houden in het gebied. Bij de afvoer zal geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen. De toekomstige activiteiten leiden niet tot een verhoogd risico op verontreiniging van het grondwater. Voor het aspect water zullen geen belangrijke milieugevolgen optreden. 3.7. Ecologie De gebiedsontwikkeling van de planlocatie heeft mogelijk effecten op beschermde soorten en gebieden van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Met een onderzoek naar de beschermde natuurwaarden zijn de mogelijke effecten in beeld gebracht. De belangrijkste conclusies die uit de quickscan naar voren zijn gekomen, zijn in het onderstaande beschreven: - Ter plekke van de onderzoekslocatie komen geen broedvogels voor met jaarrond beschermde nesten; - Ter plekke van de ingreeplocatie is het voorkomen van andere beschermde soorten zoals, planten, libellen, dagvlinders, vissen, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden geheel uit te sluiten.
Effecten treden daarmee niet op; - In de bebouwing zijn openingen aanwezig die dienst kunnen doen als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Effecten op vleermuizen zijn op voorhand dan ook niet uit te sluiten. Dit is voor de sloop dan ook nader onderzocht en akkoord bevonden; Geconcludeerd kan worden dat het aspect geen belemmering vormt en dat ander soortgericht onderzoek niet noodzakelijk is. 3.8. Stikstofdepositie Door middel van een AERIUS-berekening is voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase de toename van de stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Voor de berekeningen is uitgegaan van 31 woningen/appartementen. Uit de berekeningen volgt dat de stikstofemissies voor de realisatiefase (jaar 2022) en de gebruiksfase (jaar 2023) niet leiden tot een significante toename van de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Mocht de realisatiefase of de gebruiksfase in een later kalenderjaar plaatsvinden of over een langere periode uitgevoerd worden, dan zal dit niet leiden tot andere conclusies. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van belangrijke milieugevolgen voor Natura 2000gebieden.
4
3.9. Bedrijven en milieuzonering In het kader van de diverse aspecten vanuit de milieuwet- en regelgeving en in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de situatie beschouwd. Naar woningen/appartementen worden functies mogelijk gemaakt die eventueel hinder naar de omgeving kunnen veroorzaken. Op basis van deze beschouwing kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen geeft voor de omgeving en andersom ook voldoet aan de uitgangspunten van een goed woon- en leefklimaat 3.10. Archeologie Voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk. Echter, er is sprake van een volledig bebouwd plangebied. Aannemelijk is te achten dat na de sloop van de huidige bebouwing het plangebied dermate verstoord is dat geen sprake zal zijn van de aanwezigheid van archeologische waarden. Ter zekerheidsstelling is een dubbelbestemming in de verbeelding en de planregels opgenomen. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de realisering van het onderhavige bouwplan. Conclusie aanmeldnotitie Op basis van deze aanmeldnotitie bestaat er geen noodzaak voor het starten van een m.e.r.procedure in het kader van het bestemmingsplan. De (her) ontwikkeling van de voormalige locatie ‘De Petrusberg’ leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Dit blijkt uit het volgende: • het plan voldoet grotendeels aan de op dit moment geldende wet- en regelgeving ten aanzien van alle relevante milieukundige uitvoeringsaspecten; • de voorgenomen ontwikkeling levert geen significante negatieve gevolgen op voor de in de nabijheid van het plangebied gelegen beschermde of kwetsbare gebieden; • in de invloedsfeer van dit project dient nader onderzoek verricht te worden naar de bodemkwaliteit zodra dit na de sloop mogelijk is. Belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu, de leefomgeving en natuur kunnen worden uitgesloten. Voor zover er milieueffecten optreden worden deze gemitigeerd dan wel gecompenseerd.
5