12 Bijlage 6.4: Actualisatie archeologische verwachtingskaart
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 4286
Actualisatie archeologische verwachtingskaart Gemeente Roerdalen
Colofon Opdrachtgever: gemeente Roerdalen Titel: Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen Versie: 01-03-2021 Auteur: ir. G.R. Ellenkamp Projectcode: UPROE Bestandsnaam: RAAPrap_4286_UPROE_20210301 Autorisatie: dr. M.P.F. Verhoeven
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van d e resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Inhoud Inhoud................................................................................................................................................. 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 4 2 Archeologische gegevens ................................................................................................................. 5 2.1 Werkwijze ............................................................................................................................................ 5 2.2 Resultaten ........................................................................................................................................... 6 2.3 Controle verwachtingskaart .................................................................................................................. 9
3 Landschap ..................................................................................................................................... 10 3.1 Werkwijze ...........................................................................................................................................10 3.2 Landschappelijke basiskaart ................................................................................................................12
4 Archeologisch verwachtingsmodel .................................................................................................. 14 4.1 Aanleiding nieuw verwachtingsmodel ...................................................................................................14 4.2 Overgenomen uitgangspunten bestaande verwachtingsmodel ...............................................................14 4.3 Statische vindplaatsanalyse ................................................................................................................16 4.4 Samengesteld archeologisch verwachtingsmodel ..................................................................................20
5 Archeologische verwachtingskaarten .............................................................................................. 23 5.1 Archeologische verwachtingskaart voor jager-verzamelaars ..................................................................23 5.2 Archeologische verwachtingskaart voor landbouwers ............................................................................23 5.3 Archeologische verwachtingskaart voor alle perioden ...........................................................................24
6 Beleidsadvies ................................................................................................................................. 25 Bronnen ............................................................................................................................................ 27 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 28
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[3]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
1 Inleiding In 2010 heeft RAAP voor de gemeente Roerdalen (figuur 1) een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart 1 gemaakt die als uitgangspunt dient voor het gemeentelijk archeologiebeleid. Vanwege de komst van de omgevingswet heeft de gemeente aan RAAP gevraagd deze kaart te actualiseren. Aanleiding hiervoor is de wens om een actueel inzicht te krijgen in de meest r ecente archeologische gegevens en om op basis hiervan de bestaande verwachtingen te evalueren en waar nodig bij te stellen. Daarnaast is ook gekeken naar de landschappelijke gegevens waarop de archeologische verwachtingskaart is gebaseerd en is hierin ook een actualisatie doorgevoerd. In dit rapport worden de archeologische en landschappelijke resultaten kort toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de evaluatie en bijstelling van het verwachtingsmodel en tot slot worden de daaruit voortvloeiende kaarten beschreven.
Figuur 1. Aanduiding van de gemeente Roerdalen (rode lijn). Inzet: ligging in Nederland (ster).
1
Verhoeven e.a., 2010.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[4]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
2 Archeologische gegevens 2.1 Werkwijze De actualisatie is gestart met het verzamelen van alle sinds 2010 gepubliceerde archeologische gegevens. Het betreft: -
De nieuwe vondstlocaties uit het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS3). Hierbij zijn alle vondstlocaties verzameld die in ARCHIS zijn gemeld sinds de laatste melding die op de bestaande kaart is opgenomen (ARCHIS2 waarnemingsnummer 409167). Locaties met een eerder nummer zijn niet opnieuw bekeken. Voor de oudere vindplaatsen is dus ongewijzigd gebruik gemaakt van de “opgeschoonde” dataset van de kaart uit 2010. In ARCHIS3 staan 219 nieuwe vondstlocaties met een uniek zaakidentificatienummer gemeld. Op één locatie kunnen echter meerdere vondsten uit verschillende perioden zijn gedaan. Om een statistische analyse op dit vindplaatsniveau uit te kunnen voeren, heeft een opschoning plaats gevonden, waarbij alle vondsten per locatie zijn nagelopen en indien mogelijk samengevoegd tot vindplaatsen. Daarbij is een vindplaats aangeduid als een uniek complextype uit een unieke periode (bijvoorbeeld een nederzetting uit de ijzertijd of een Romeinse weg). Uit de ARCHIS3-dataset is daartoe eerst een tabel onttrokken, met 1625 regels waarin alle complexen per vondstlocatie staan en indien er geen complexen zijn staan de vondsten of sporen vermeld. Deze dataset is vervolgens opgeschoond. Als gevolg van deze opschoonactie zijn de 1625 vondstregels teruggebracht tot 815.
-
Met de Heemkunde Vereniging Roerdalen (HVR) en Stichting Oorlogserfgoed Midden-Limburg (SOML) is op 8 juli 2019 een sessie belegd om lokale vindplaatsgegevens die niet in ARCHIS3 gemeld zijn en andere archeologisch relevante informatie te verzamelen. De HVR heeft een vijf decennia lange onderzoeksgeschiedenis in de gemeente. 2 Veel vondsten en onderzoeken die zij in die tijd hebben gedaan, zijn gemeld in ARCHIS. Toch heeft deze sessie nog 8 nieuwe vondstlocaties opgeleverd, evenals de aanwijzing van de Romeinse weg. Daarnaast heeft de HVR nog drie archeologisch waardevolle gebieden aangeduid. De SOML heeft daarnaast een digitaal bestand (shape) aangeleverd met de resultaten van de nauwgezette kartering van resten gerelateerd aan de Tweede Wereld Oorlog op de Meinweg.
-
De archeologische onderzoeksmeldingen uit ARCHIS3 zijn verzameld (ook die van voor 2010). Voor zover beschikbaar in DANS-EASY en ARCHIS3 zijn de bijbehorende onderzoeksrapporten daar bij gezocht. Van de 129 meldingen is in 51 gevallen geen digitaal rapport gevonden. Van de overige rapporten is een systematische analyse uitgevoerd om te komen tot een goed inzicht in de onderzoeksresultaten en de consequenties daarvan voor de archeologische verwac hting. Daarbij is gekeken naar de landschappelijke resultaten (geologie en bodem) en de archeologische resultaten (wel of geen archeologische vindplaats, of welke verwachting). Regelmatig zijn ook aanpassingen aan de geometrieën van de onderzoeksmeldingen doorgevoerd. Dat speelt wanneer sprake is van meerdere resultaten in één onderzoeksgebied (bijvoorbeeld een zone met vindplaats en een zone zonder). De resultaten van de analyse zijn samengevat in een tabel (zie bijlage 1), waarin per onderzoeksmelding en daarin onderscheiden zones, de volgende aspecten zijn beschreven (aanvullend op de ARCHIS3 gegevens):
2
Schmitz, 2017.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[5]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Zaakidnr
ARCHIS3 zaakidentificatienummer
Zone
Zone-nummer indien binnen een onderzoeksgebied sprake is van meerdere landschappelijke/archeologische zones
Result_bodem
Aanduiding van de vastgestelde bodemkundige situatie (per zone in het onderzoeksgebied)
Result_geo
Aanduiding van de vastgestelde geologische situatie (per zone in het onderzoeksgebied)
Result_archeo
Aanduiding van de vastgestelde archeologische resultaten (per zone in het onderzoeksgebied)
Result_archeo_spec
Nadere toelichting op de archeologische resultaten
Rapport
Bestandnaam van de PDF van het betreffende rapport
Opmerking
Opmerking op het rapport
Tabel 1. Overzicht van de per onderzoeksmelding uit de rapporten verzamelde (deel)resultaten.
-
Voorts zijn enkele archeologische gegevens van de bestaande kaart overgenomen, zoals d e locaties van kerken, de AMK-terreinen, enkele zones in natte gebieden waar op basis van destijds gericht uitgevoerd onderzoek concreet resten van beekovergangen of watermolens te verwachten zijn en tot slot de historische kernen. Deze laatste zijn aan de hand van historische kaarten 3 verfijnd en aangevuld met de gehuchten en (vierkants)hoeves.
-
Behalve de bekende en aangeleverde gegevens, heeft ook een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) plaatsgevonden. Aan de hand daarvan zijn verspreid over de gemeente enkele archeologische structuren zijn gekarteerd die nog aan het maaiveld zichtbaar zijn. Het betreft Celtic Fields, grafheuvels, karrensporen en relicten van de Tweede Wereld Oorlog.
Van alle opgeschoonde vindplaatsen is bepaald of ze behoren tot de jager-verzamelaars of landbouwers periode. Deze indeling is ook gehanteerd op de kaart uit 2010 en is bij de update gehandhaafd. De belangrijkste reden hiervoor is het markante verschil tussen de eisen die beide groepen aan hun omgeving stelden en de weerslag die dat heeft op de ruimtelijke spreiding van de betreffende vindplaatsen. In de jager-verzamelaars periode (paleolithicum t/m neolithicum) leefden rondtrekkende mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Omdat de grootste variatie daarin zich voordeed bij gradiënten (overgangen van hoog/droog naar laag/nat), worden daar de meeste vindplaatsen aangetroffen. De landbouwers (vanaf neolithicum) waren daarentegen veel plaatsvaster en produceer den hun eigen voedsel. Voor hen was niet zozeer de gradiënt, maar vooral de geschiktheid voor beakkering een belangrijke locatiekeuzefactor. Vindplaatsen uit deze periode worden dan ook vooral aangetroffen op plekken die van nature vruchtbaar en goed ontwaterd zijn. Het neolithicum is de overgangsperiode, waarin beide aspecten nog meespeelden in de locatiekeuze. Daarom zijn vindplaatsen uit deze periode afzonderlijk onderscheiden.
2.2 Resultaten Alle verzamelde gegevens worden hierna kort beschreven en zijn weergegeven op een kaart met archeologische basisgegevens (kaartbijlage 1). Gezien het enorme aantal afgebeelde vindplaatsen, zou de kaart onleesbaar worden wanneer alle nummers afgebeeld zouden worden. Daarom is er voor gekozen alleen de nummers van de nieuwe gegevens (sinds 2010) af te beelden.
3
TMK 1850 en Bonneblad 1900.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[6]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Vindplaatsen Van de bestaande verwachtingskaart zijn 419 opgeschoonde vindplaatsen overgenomen (zie bijlage 2a). Het gaat hier specifiek om plekken waar archeologische vondsten zijn gedaan en die als puntlocatie (x/y-coördinaat) geregistreerd zijn. Daaraan zijn in het kader van deze update toegevoegd: 814 opgeschoonde vondstlocaties uit ARCHIS3 (bijlage 2b) en acht vondstslocaties van de HVR (bijlage 2c). In totaal betreft het dus 1241 locaties, waarvan er 415 behoren tot de jager-verzamelaars, 660 tot de landbouwers en 166 tot de overgangsperiode. De ruimtelijke spreiding van deze vindplaatsen in het landschap wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4, omdat het deel is van de onderbouwing van het archeologisch verwachtingsmodel. Hier wordt volstaan met een overzicht van de verdeling van vindplaatsen over de onderscheiden complextypen (zie tabel 2). Daaruit blijkt dat in het merendeel het complextype onbekend is. Vaak betekent dit dat het gaat om vondsten die bij toeval of in een eerste fase van onderzoek zijn aangetroffen . Zij geven dus een indicatie van de aanwezigheid van archeologische resten op de vondstlocatie. Naar de exacte aard moet dan echter nog nader onderzoek gedaan worden. Van de vondstlocaties waarvan het complextype wel bekend is, blijkt het merendeel toe te schrijven aan bewoning/kampementen. Daarnaast komt ook begraving relatief veel voor.
Complextype beakkering
Aantal 3
begraving
45
bewoning
309
industrie & nijverheid
9
kampement
236
onbekend
617
religie
2
ritueel
6
versterking
11
weg
3
Tabel 2. Verdeling van de vondstlocatie items over de complextypen .
In de tabel valt op dat beakkering maar zeer klein deel van de vondstlocaties betreft. Dat blijkt echter een vertekend beeld. Want uit de uitgevoerde AHN-analyse blijkt dat in de gemeente op vrij grote schaal Celtic Fields (raatakkers uit de ijzertijd) voorkomen. Wat opvalt is dat deze vooral in de natuurgebieden liggen, met name op de Meinweg, maar ook op de zuidgrens van de gemeente in het Munningsbos (deels in Echt-Susteren). Op de Meinweg was in 2010 al een Celtic Field bekend 4 en dat is later ook onderzocht. 5 Met nieuwe technieken is echter een uitgebreidere bewerking en analyse van het AHN mogelijk en daaruit blijkt dat de walletjes van het Celtic Field zich veel verder uitstrek ken dan toe nu toe bekend (zie figuur 2). In totaal is in de gemeente ruim 100 hectare aan Celtic Fields herkend (zie ook kaartbijlage 1). Wanneer goed naar het natuurlijk reliëf wordt gekeken, dan blijken de Celtic Fields te herkennen in zones met een relatief vlak reliëf, terwijl ze aan de randen worden afgedekt door stuifzand met duinen. Plaatselijk lijkt de Celtic Fields het brongebied van de stuifduinen en op andere plekken lijken ze te worden afgedekt door het stuifzand. Dat betekent dat er dus een kans bestaat dat onder het stuifzand een compleet ijzertijd-landschap schuilgaat. Uit deze analyse blijkt ook dat het stuifzand veel jonger is dan tot nu toe aangenomen (zie ook hoofdstuk 3.2).
4 5
Verhoeven e.a., 2010; p.75. Arnoldussen, Scheele & de Kort, 2014
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[7]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Figuur 2. Uitsnede van een bewerking van het AHN waarop in het Meinweggebied duidelijk de walletjes te zien zijn. De zones waar deze herkend zijn, zijn met rode omlijning aangeduid.
Het grote rood omlijnde gebied in het midden van figuur 2, tegen de spoorlijn, is de zone waar tot toe de resten van een Celtic Field bekend waren. Hier zijn de patronen het duidelijkst, maar ook daarbuiten komen de walletjes op grote schaal voor. Verschillende bewerkingen van het AHN zijn gebruikt om die te herkennen. Op de figuur is ook goed te zien is hoe de raatakker s tussen het duinreliëf doorschemeren. De Meinweg kan zodoende als archeologisch waardevol gebied worden aangemerkt. Zo constateerde ook de HVR, die op de randen van de huidige akkers in dit gebied vindplaatsen heeft aangetroffen. Ook in ARCHIS3 zijn enkele vondsten op de randen van de vlakkere gebieden gemeld. Naast de Meinweg heeft de HVR ook de Varst en het Vinke aangedragen als archeologisch waardevol gebied. In het eerste zijn behalve vondsten uit de steentijd ook resten uit de ijzertijd, Romeinse tij d en Merovingische tijd aangetroffen. Dit gebied is bovendien deel van het provinciaal aandachtsgebied Vlootbeekdal. In het Vinke is volgens de HVR sprake van een urnenveld uit de overgang bronstijdijzertijd, dat vele malen groter is dan het terrein dat o p de archeologische monumentenkaart als beschermd staat aangemerkt. Het betreffende gebied is daarom op de verwachtingskaart opgenomen als terrein van archeologische waarde. Binnen dit gebied ligt ook een grafheuvel.
Tot slot zijn met behulp van het AHN enkele loopgraven en schuilplaatsen uit de Tweede Wereld Oorlog gekarteerd. Dit is alleen gedaan waar deze bij toeval zijn vastgesteld. Voor het overige is uitgegaan van de gegevens zoals die door de Stichting Oorlogserfgoed Midden -Limburg zijn aangeleverd. Ook zijn her en der opvallende cirkelvormige elementen waargenomen. De exacte aard kan zonder veldwerk niet met zekerheid worden bepaald, maar het lijkt te gaan om grafheuvels, een motte en een kringgreppel.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[8]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Onderzoeken In totaal zijn van 78 van de 129 onderzoeksmeldingen de digitaal verzamelde onderzoeksrapporten doorgenomen en de resultaten samengevat in een Exceltabel (bijlage 1) en grafisch weergegeven op kaartbijlage 1. Op basis van de resultaten zijn de begrenzingen van sommige onderzoeksmeldingen in verschillende zones opgesplitst. 6 Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in 90 onderzoeksmelding-zones waarvan het onderzoeksresultaat is bepaald. De verdeling hiervan is in tabel 3 weergegeven.
Archeologisch resultaat
Percentage onderzoeken
Landschappelijk resultaat
Percentage onderzoeken
gedifferentieerde verwachting
7
beekdal
14
geen vindplaats
20
brikgrond / oude klei
12
hoge verwachting
17
eolisch zand
39
lage verwachting
15
esdek
4
middelhoge verwachting
2
moerig
5
natte context
8
terrasafzettingen
11
vindplaats
21
uitblazingsbekken
1
verstoord
10
verstoord
14
Tabel 3. Overzicht van de onderzoeksresultaten.
Hieruit blijkt dat ongeveer in ongeveer 40% van de gevallen waarvan het resultaat bekend is, een vindplaats aanwezig is of verwacht wordt. In 30% van de gevallen is geen vindplaats te verwachten of verstoord. Uit het rechter deel van de tabel blijkt dat in de gemeente, ondanks de grote landschappelijke diversiteit, in 40% van de gevallen eolisch zand is aangetroffen. De overige 60% is redelijk gelijk verdeeld over de overige categorieën.
2.3 Controle verwachtingskaart Aan de hand van de onderzoeksresultaten (en de nieuwe vindplaatsen) is de bestaande archeologische verwachtingskaart gecontroleerd. Het aantal onderzoeken per verwachtingszone bleek helaas te beperkt 7 om statistisch te bepalen of de verwachting klopt of niet. Bijvoorbeeld: in een verwachtingszone waar één onderzoek is uitgevoerd en geen vindplaats is aangetroffen, kan op basis van dat ene onderzoek niet worden uitgesloten dat direct buiten het onderzoeksgebied archeologische resten aanwezig zijn. Pas wanneer uit meerdere onderzoeken in één verwachtingszone blijkt dat de uitkomsten anders zijn dan verwacht, kan dat leiden tot een aanpassing van het model. De specifieke onderzoeksresultaten zijn zodoende alleen direct van toepassing op het onderzochte gebied. Dat wil echter niet zeggen dat de analyse van de onderzoeksrapporten voor niets is geweest, want ondanks de statistische beperkingen is per individueel onderzoeksresultaat wel bekeken wat de oorzaak is van een afwijkend resultaat ten opzichte van de archeologische verwachting. Vrijwel altijd bleek de oorzaak dan te liggen in de onnauwkeurigheid van het gebruikte bronmateriaal 8 van de bestaande verwachtingskaart. In een gemeente als Roerdalen met zeer grote landschappelijke variabiliteit, leidt dit direct tot veel en relatief grote afwijkingen tussen model en werkelijkheid.
Deze vaststelling was de directe aanleiding om de landschappelijke basiskaart te herzien.
6
Bijvoorbeeld wanneer in de zuidelijke helft een vindplaats is aangetroffen en in de noordelijke helft niet. Mede doordat van 51 onderzoeksmeldingen geen digitaal rapport beschikbaar was. 8 Zijnde de 1:50.000 bodemkaart en/of geomorfologische kaart . 7
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[9]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
3 Landschap 3.1 Werkwijze Uit de analyse van de onderzoeksresultaten is gebleken dat de bes taande verwachtingskaart onvoldoende recht doet aan de landschappelijke diversiteit in de gemeente Roerdalen. Dit is met name te wijten aan het feit dat de destijds gebruikte geomorfologische en bodemkaart eigenlijk niet meer dan een globale indicatie geven van de landschappelijke situatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om laagtes die op de kaarten niet staan weergegeven, of compleet anders lopen. Dit tast dus ook de accuratesse van de verwachtingskaart aan. Een gebied kan op de kaart een hoge waarde hebben (en dus onderzoeksplichtig zijn), terwijl het in feite een laagte is die niet interessant is (of vice versa). De hele gemeente zit vol met dit soort afwijkingen van soms tientallen tot honderden meters (zie figuur 3). Hieruit kan dus geconcludeerd worden dat de bodemkaart en geomorfologische kaart, die zijn gemaakt op regionale schaal (1:50.000), in een reliëfrijke gemeente als Roerdalen te grote afwijkingen tot gevolg hebben om goed bruikbaar te zijn voor een archeologische verwachtingskaart .
Figuur 3. Twee willekeurige voorbeelden uit de gemeente, waar de begr enzing van laagtes op de bestaande verwachtingskaart (blauw) niet overeenkomt met de werkelijkheid (rode lijn).
Om de cartografische situatie beter aan te laten sluiten bij de werkelijkheid, is daarom besloten de landschappelijke situatie in de gemeente opnieuw te karteren aan de hand van het Actueel Hoogtemodel Nederland (AHN), dat tot op een decimeter nauwkeurig inzicht geeft in het reliëf. Voor een kaart die uiteindelijk moet dienen als beleidsinstrument is een te hoog detailniveau echter ook niet wenselijk. Daarom is besloten de landvormen te karteren op een schaal variërend tussen 1:5.000 en 1:10.000, 9 afhankelijk van de landschappelijke complexiteit. Concreet betekent dit dat element en als sloten of dijken niet zijn gekarteerd, maar dat een afzonderlijke stuifduin wel in kaart is gebracht. Op deze wijze zijn 678 afzonderlijke geometrieën gekarteerd (zie figuur 4 en kaartbijlage 2).
9
1 cm op de kaart = 50 tot 100 meter in het echt.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[10]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Figuur 4. Aanduiding van de met behulp van het AHN begrensde landvormen (rode lijnen).
Figuur 5. Overlay van de gekarteerde landvormen op de gedetailleerde bodemkaart van Herkenbosch (bron: WUR).
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[11]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Vervolgens is aan de hand van de geomorfologische kaart, de bodemkaart en historische kaarten elke eenheid gecategoriseerd. Dat wil zeggen dat is bepaald of sprake is van een geul, een dekzandrug, een plateauterras, etc. Ter controle hierop zijn de gekarteerde landvo rmen vergeleken met de gedetailleerde bodemkaarten (schaal 1:10.000), voor zover die voor de gemeente beschikbaar zijn. 10 Hieruit is gebleken dat de nieuw gekarteerde landvormen zeer goed overeenkomen met de eenheden op de gedetailleerde bodemkaarten (zie figuur 5). Afwijkingen zitten vooral in een exactere duiding van de morfologie met de nieuw gekarteerde landvormen. In andere gevallen kent de gedetailleerde bodemkaart meer differentiatie. Het gaat dan echter om subtiele verschillen in bodemsoort 11 die voor de archeologie niet relevant zijn en op de nieuwe landschappelijke basiskaart dus geaggregeerd tot één landvorm. Als laatste controleslag is van alle archeologische onderzoeksresultaten ( tabel 3) bepaald hoe die zich verhouden tot de nieuwe landschappelijke eenheden. Waar nodig is de landschappelijke kaart op basis van de veldgegevens bijgesteld.
3.2 Landschappelijke basiskaart Het resultaat van de landschappelijke kartering heeft uitgemond in een landschappelijke basiskaart die is opgenomen in kaartbijlage 2. Uit de kartering blijkt dat het gebied grofweg valt in te delen in vier zones: de oude plateaus (o.a. de Meinweg), de Maasterrassen, de overstoven gebieden en de dalen van de Roer met daartussen een Maasterrasrest (zie figuur 6). Het Roerdal splitst zich direct ten oosten van dit terrasrest in het actieve Roerdal (waar de Roer nog steeds stroomt) en het verlaten Roerdal (nu het Vlootbeekdal). Wanneer deze dalen op een regionale schaal worden bekeken, dan blijkt dat het verlaten Roerdal mogelijk oorspronkelijke het dal van de Würm is geweest. Deze stroomt nu ten oosten van het terrasrest (ten noorden van Heinsberg) ietwat geforceerd in de Roer, maar een natuurlijker tracé verloopt via het verlaten Roerdal. Uit figuur 6 (en in meer detail uit kaartbijlage 2) blijkt ook dat dit dal ter hoogte van Montfort is dicht gestoven. Waarschijnlijk is dat een belangrijke oorzaak voor het feit dat de oorspronkelijke waterloop een andere weg moest zoeken. De afbuiging binnen het grotere Roerdal ter hoogte van Heinsberg richting het noorden vormde daarvoor de makkelijkste route, aangezien het hooggelegen Maasterrasrest een natuurlijke hoog gelegen barrière vormde.
Dit wijkt af van de gebruikelijke theorie dat de Roer door tektoniek van het oude naar het huidige Roerdal is afgegleden , al heeft dat wellicht wel meegespeeld. Morfologisch gezien lijkt het waarschijnlijk dat beide dalen gelijktijdig hebben bestaan tot het moment dat het zuidelijke dal door de verstuiving werd afgedamd en al het water zich door het huidige Roerdal een weg zocht en een diep dal uitsleet. Binnen de grotere landschappelijke zones is vervolgens met behulp van het AHN onderscheid gemaakt in dalen, vlaktes, plateaus, ruggen en duinen (zie kaartbijlage 2). Deze gedetailleerde indeling vormt uiteindelijke de basis waarop het archeologisch verwachtings model is toegepast om te komen tot de archeologische verwachtingskaart. Zoals aangegeven in paragraaf 2.2 is uit de AHN analyse tot slot gebleken dat o p de Meinweg tussen de duinen nog vlakkere plekken met Celtic Field schuilgaan. De duinen lijken vanuit d ie oude akkers verstoven en hebben delen daarvan ook afgedekt. Op basis hiervan zouden de duinen in dit gebied dus uit de ijzertijd dateren en dat is aanzienlijk jonger dan de laat -glaciale of vroeg Holocene ouderdom die
10 11
https://images.wur.nl/digital/collection/coll25/search Bijvoorbeeld zandige lichte zavel, versus zavelig fijn zand.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[12]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
er doorgaans aan wordt toegekend. Toch zijn ze oud genoeg voor een zekere mate van bodemvorming, omdat volgens de bodemkaart de duinen worden gekenmerkt door een afwisseling van moderpodzolgronden en vorstvaaggronden. Die laatste worden wel als zwak ontwikkelde moderpodzolen aangemerkt, wat dan weer goed past bij de beperkte ouderdom van de duinen. Deze vaststelling heeft ook invloed op de archeologische verwachting die aan dit gebied is toegekend. Meer daarover in hoofdstuk 4.
Figuur 6. De gemeente Roerdalen gekaderd binnen de regionale geomorfologie.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[13]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
4 Archeologisch verwachtingsmodel 4.1 Aanleiding nieuw verwachtingsmodel De oorspronkelijke insteek van de actualisatie was om aan de hand van de onderzoeksresultaten van de afgelopen 10 jaar te bepalen of het archeologisch verwachtingsmodel uit 2010 moest worden herzien, om vervolgens het aangepaste model op de bestaande landschappelijke basis toe te passen. Zoals aangegeven in paragraaf 2.3, bleek het aantal onderzoeken echter te beperkt om het model (statistisch) onderbouwd te herzien. De analyse leidde daarentegen wel tot de vaststelling dat juist de landschappelijke basis herzien moest worden (zie hoofdstuk 3). Aangezien die basis nu verschilt van de oude, 12 is het oorspronkelijke verwachtingsmodel ook niet meer volledig bruikbaar. Daarom is een nieuw verwachtingsmodel opgezet, dat van toepassing is op de eenheden van de nieuwe landschappelijke basiskaart. Daarbij is een tweeledige opzet gehanteerd. Om te beginnen zijn de uitgangspunten van het bestaande verwachtingsmodel gehandhaafd. Op basis van de uitgevoerde analyse bestond er immers geen reden om die te herzien en bovendien zijn deze gestoeld op een uitvoerige gecombineerde deductieve en inductieve analyse. 13 Vervolgens is een eenvoudige statische vindplaatsanalyse uitgevoerd, waarmee is getoetst welke landschappelijke eenheden favoriet zijn , dat wil zeggen: waar de meeste vindplaatsen bekend zijn.
Het bestaande verwachtingsmodel waarborgt dat landschappelijke eenheden waar geen vindplaatsen bekend zijn (bijvoorbeeld om dat het al eeuwenlang bosgebied is, zonder ruimtelijke ontwikkelingen), maar die op basis van de landschappelijke kenmerken in relatie tot de wijze waarop de mens het landschap gebruikte in principe wel aantrekkelijk waren, niet wegvallen. De statistische toets, zorgt ervoor dat landschappelijke eenheden die bewezen aantrekkelijk waren, ook zo gewaardeerd worden. Hierna worden beide kort toegelicht.
4.2 Overgenomen uitgangspunten bestaande verwachtingsmodel Voor de bestaande verwachtingskaart zijn enkele heldere uitgangspunten geformuleerd die de basis vormen voor het uiteindelijke verwachtingsmodel. Zo is vastgesteld dat jager-verzamelaars (JV) zich vooral ophielden bij gradiënten (overgangen van hoog/droog naar laag/nat). De gradiënten doen zich vooral voor langs randen, ruggen en duinen, wanneer deze grenzen aan lagere terreindelen zoals geulen, dalen en uitblazingsbekkens. 14 Voorts is statistisch aangetoond dat vindplaatsen vooral te verwachten zijn in de zogenaamde gradiëntzone die zich vanaf de gradiënt 200 meter uitstrekt in de droge zijde. 15 Uit de statistische analyse bleek ook dat er vindplaatsen voorkomen in de natte zijde van de gradiënt. Deze afwijking werd destijds verklaard doordat het waarschijnlijk ging om lokale opduikingen in de laagtes. Inmiddels is duidelijk dat waarschijnlijk ook de onnauwkeurigheid van het gebruikte bronmateriaal hierbij een belangrijke rol heeft gespeeld. Een onnauwkeurigheid van de gradiënt van enkele tientallen meters kan immers al snel een dergelijke afwijking veroorzaken.
Zoals bij de resultaten zal blijken ligt ook met de nieuwe landschappelijke kaart als basis nog altijd een aantal vindplaatsen de natte gebieden, maar door deze vindplaatsen in detail te bekijken is hiervoor in vrijwel alle gevallen een logische verklaring gevonden.
12
De landvormen zijn anders benoemd, al zijn ze wel gebaseerd op de geomorfologische en bodemkaart. Verhoeven e.a., 2010: p.79-108. 14 Verhoeven e.a., 2010: p.84-87. 15 Verhoeven e.a., 2010: p. 93-95. 13
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[14]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Figuur 7. Schematische weergave van de gradiëntzone..
Ook voor vindplaatsen uit de landbouwers periode (LB) is in heldere regels het verwachtingsmodel omschreven. 16 Hiervoor is de bodemkaart echter als belangrijkste ui tgangspunt genomen. Dat wil zeggen dat voor specifieke bodemeenheden is aangegeven of er vindplaatsen van landbouwers te verwachten zijn. Deze concrete regels zijn echter niet meer één op één toepasbaar, omdat op de nieuwe landschappelijke basiskaart andere en afwijkende eenheden zijn onderscheiden. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet bruikbaar zijn, want zoals omschreven in hoofdstuk 3.1 is de bodemkaart mede gebruikt om de nieuwe landschappelijk eenheden te categoriseren. De regels van het bestaande verwachtingsmodel voor de landbouwers perioden houden kortgezegd in dat vindplaatsen voorkomen en te verwachten zijn op goed ontwaterde gronden met een voor beakkering geschikte textuur en morfologie. Opmerkelijk is dat leemarme moderpodzolgronden (code Y21) op basis van de statistische analyse buiten dit model vielen. 17 Een nadere beschouwing hiervan met behulp van de nieuwe landschappelijke kaart heeft echter geleerd, dat deze vaststelling genuanceerd moet worden. E en vrij groot areaal met deze bodems komt voor in gebieden die volgens de nieuwe kartering bestaan uit duinen op de Meinweg.
Het betreft zoals eerder beschreven vermoedelijke oude verstuiving van laat prehistorische ontginningen (Celtic Fields), die oud genoeg zijn om er weer een moderpodzol te heb ben laten ontstaan, maar te reliëfrijk om geschikt zijn voor menselijk gebruik. In die duingebieden met Y21 liggen dan ook nagenoeg geen vindplaatsen. Inmiddels is echter bekend dat tussen de duinen nog Celtic Fields voorkomen. Bovendien komen in zones waa r de Y21 samenvalt met minder reliëfrijke landvormen (zoals terrasvlaktes, dekzandruggen of welvingen) wel vindplaatsen voor. Voorts is op de bestaande verwachtingskaart ook een gedifferentieerde verwachting uitgesproken voor de natte context. Hiervoor heeft een gedegen studie plaatsgevonden van archeologische vindplaatsen, historische relicten en historische kaarten. 18 Deze verwachting wordt gehandhaafd, maar toegepast op
16
Verhoeven e.a., 2010: p.88-92 en 98. Verhoeven e.a., 2010: p.98. 18 Verhoeven e.a., 2010: p.100 -107. 17
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[15]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
de nieuwe landschappelijke basiskaart. Het gaat concreet om specifieke zones waar beekovergangen of watermolens te verwachten zijn en zones waar resten in meer algemene resten gerelateerd aan de natte context te verwachten zijn, zoals afvaldumps, rituele deposities, scheepvaart en paleo -ecologisch materiaal (veen). Tot slot zijn zones aangegeven waarvan op basis van de specifieke context archeologische resten te verwachten zijn. Deze zijn overgenomen van de bestaande kaart en aangepast waar nodig. Het betreft: -
Buffers rond bekende vindplaatsen om zodoende puntlocaties om te zetten naar gebieden, alsmede om vindplaatsen in gebieden met een lage archeologische verwachting veilig te stellen. Op de bestaande kaart is uitgegaan van buffers met een straal van 50 m rondom vindplaatsen van jagerverzamelaars en 75 m rond die van landbouwers. Dit resulteert echter in flinke oppervlaktes van respectievelijk 0,8 ha en 1,8 ha, die niet overeenkomen met de realiteit. In Ooijen is recent een kronkelwaard onderzocht die in de steentijd gedurende duizenden jaren door de mens is bezocht en dat resulteerde in een concentratie van 50 vuursteenclusters over een oppervlakte van circa 0,2 hectare. 19 In Well-Aijen worden op dit moment nederzettingen van landbouwers uit de ijzertijd opgegraven, waarvan de oppervlakte varieert tussen 0,5 en 1.2 hectare. 20 In het laatste geval betreft het een uitgestrekte rug die gedurende 800 jaar! onafgebroken is bewoond. Op basis van deze inzichten is de buffer rond de vindplaatsen daarom aangepast tot een meer realistische straal van 25 m (0,2ha) voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en een straal van 50 m (0,8ha) rondom vindplaatsen van landbouwers.
-
Buffers rond oude kerken, omdat deze een grotere invloedssfeer hebben dan puur het kerkgebouw. Op de oude kaart was om deze kerken integraal een buffer getrokken met een staal van 250 m . Dat resulteert in een gebied met een oppervlakte van maar liefst 20 hectare , die zich in sommige gevallen bovendien uitstrekte tot in natte gebieden waar geen kerk -gerelateerde resten te verwachten zijn. De straal is daarom herzien tot 75 m (1,8 ha), waarvan in de voorkomende gevallen bovendien de laagtes zijn afgesneden.
-
De historische kernen zoals ontleend aan de CHW. Deze bleken echter onvolledig, zodat de grenzen aan de hand van historische kaarten 21 zijn verfijnd en aangevuld met de gehuchten en (vierkants)hoeves. Deze kennen meestal een lange historie en zijn dus archeologisch relevant.
4.3 Statische vindplaatsanalyse Bij de statistische analyse is eerst gekeken naar hoeveel vindplaatsen er per economische groep (JV , JV/LB, LB) voorkomen op elke landschappelijke eenheid (zie figuur 8). Uit dit eerste ruwe beeld blijkt al een duidelijke voorkeur voor de hogere landvormen, zoals dekzandruggen, duinen en terrasvlaktes bedekt met dekzand. Dit geldt voor zowel vindplaatsen van jager -verzamelaars als landbouwers. Dit beeld bevestigt dus een deel van de uitgangspunten uit de vorige paragraaf.
19
Ellenkamp e.a., 2019. Hensen e.a., in prep. 21 TMK 1850 en Bonneblad 1900 20
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[16]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Figuur 8. Verdeling van de opgeschoonde vindplaatsen over de landvormen in de gemeente Roerdalen . Ten behoeve van het overzicht zijn enkele vergelijkbare landvormen in dit overzicht samengevoegd.
Een belangrijke beperking van het verkregen inzicht uit voorgaande grafiek, is dat landvormen met een relatief groot areaal oververtegenwoordigd kunnen zijn, want logischerwijs is de kans dat een landvorm veel vindplaatsen omvat groter naarmate het gezamenlijk oppervlak van die landvorm groter is. De landvorm met de grootste oppervlakte (terrasvlaktes b edekt met dekzand) omvat dan ook het grootste aantal vindplaatsen. Om landvormen met een relatief klein oppervlak niet over het hoofd te zien en o m dus werkelijk inzicht te krijgen in de archeologische potentie, moet het totaaloppervlak dus verdisconteerd worden. Daarom is voor de totstandkoming van het archeologisch verwachtingsmodel gekeken naar het aantal vindplaatsen per periode dat voorkomt per 10 hectare 22 van een landvorm. Aan de hand daarvan is bepaald of in deze gemeente een landschappelijke eenheid wel of niet interessant is geweest voor de mens uit die economische groep. De uitkomsten hiervan zijn vervolgens vergeleken met de uitgangspunten van het verwachtingsmodel zoals overgenomen van de bestaande kaart (zie vorige paragraaf). Bij tegenstrijdigheden is een gerichte kwalitatieve analyse gedaan.
Dat wil zeggen dat voor landschappelijke eenheden waar op basis van de uitgangspunten geen vindplaatsen verwacht worden, maar waar wel vindplaatsen voorkomen, nader is gekeken naar de exacte ligging en aard van die vindplaatsen. Vaak bleken de vindplaatsen dan te liggen op de rand van de betreffende landvorm en speelde dus de nauwkeurigheid als gevolg van de gehanteerde kaartschaal een rol. Dergelijke fouten ontstaan altijd wanneer een schaalmodel wordt gemaakt. In de gemeente Roerdalen deed zich dit met name voor bij de restgeulen
22
Dit had ook per hectare of per 100 hecta re kunnen zijn, zolang het maar het totaaloppervlak neutraliseert. Voor 10 hectare is gekozen, omdat dit tot werkbare scores heeft geleid en het totaal oppervlak van de twee kleinste landvormen tussen de 3 en 30 hectare ligt.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[17]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
in de oude Roergronden. Deze kennen een sterk slingerend verloop en groot hoogteverschil op korte afstand, wat op de gehanteerde schaal noodgedwongen vereenvoudigd is . Het gevolg is dat in totaal 53 vindplaatsen binnen een restgeul vallen, terwijl ze bij nadere beschouwing meestal net op de rand bleken te liggen. In andere gevallen bleek dat de betreffende vindplaatsen bij nadere beschouwing juist specifiek aan de betreffende context gebonden waren. Bewoning wordt niet verwacht in lagere terreindelen, maar grondstofwinning bijvoorbeeld wel. De resultaten van de analyse zijn beknopt opgenomen in onderstaande tabel 4. De uitgebreide resultaten zijn te vinden in bijlage 3. Hierin is te zien dat behalve naar het aantal vindplaats per 10 hectare ook is gekeken naar het percentage vindplaatsen in relatie tot het percentage oppervlak van de betreffende landvorm. Ook is de gezamenlijke score van beide analyses berekend. Uiteindelijk bleek het aantal vindplaatsen per 10 hectare het volledigste beeld te geven, weliswaar versterkt door de andere analyses. Aan de hand hiervan is enerzijds de landschappelijke basiskaart her en der verfijnd en is anderzijds het verwachtingsmodel verder uitgekristalliseerd.
Dat laatste wil zeggen dat door de kwalitatieve analyse beter duidelijk is geworden waar welk type archeologische resten te verwachten is , zoals de hiervoor beschreven grondstofwinning in de lagere terreindelen . Uit de vindplaats-analyse blijkt in eerste instantie duidelijk dat de vindplaatsen vooral aan de hogere terreindelen gekoppeld zijn. Dat geldt zowel voor de vindplaatsen uit de jager -verzamelaars periode als uit de landbouwers periode. Er is dan ook een sterke overlap tussen de landvormen die in de beide perioden favoriet waren. Dit wordt nog eens bevestigd door het feit dat dezelfde landvormen ook naar voren komen in de analyse die is uitgevoerd voor de vindplaatsen uit de overgangsperiode tussen jager-verzamelaars en landbouwers. Hoogteligging is in de reliëfrijke gemeente Roerdalen dus blijkbaar het meest bepalende element voor de locatiekeuze geweest. Uiteraard moesten de betreffende landvormen wel al bestaan hebben in de betreffende periode. Zo komen bijvoorbeeld op de jongere stuifduinen of de hogere delen van het huidige Roerdal geen vindplaatsen van jager-verzamelaars voor, simpelweg omdat deze toen nog niet bestonden. Ook moest de morfologie van de landvorm geschikt zijn voor het betreffende gebruik.
Zo werd op de paraboolduinen door de landbouwers niet gewoond of geakkerd, maar werden ze wel gebruikt voor begraving (mogelijk omdat het markante elementen in het landschap waren). In tabel 4 is met kleur aangegeven of een landvorm hoog scoort op het aantal vindplaatsen per 10 hectare. Dat is bij jager-verzamelaars (JV) en de overgangsperiode (JV/LB) het geval wanneer meer dan (afgerond) 0.00 vindplaatsen per 10 hectare voorkomen. Deze grens is gehanteerd omdat bekend is dat vindplaatsen uit deze periode vooral in de gradiëntzones liggen, terwijl in de statistische analyse is gerekend met de volledige landvorm. Aangezien die in de meeste gevallen groter is dan alleen de gradiëntzone, valt de score per definitie lager uit. Meer dan 0 wordt daarom al als hoog gezien. Voor vindplaatsen uit de landbouwers periode (LB) bleken bijna alle landvormen boven de 0.00 te scoren en daarnaast scoorde een relatief groot aantal landvormen boven 1.00. Daarom is er voor gekozen om naast een hoge score (>1.0) ook een gemiddelde score (0.0-1.0) toe te kennen. Dit geeft een gedifferentieerder beeld en scheidt bovendien de landvor men die (statistisch gezien) echt in trek waren, van de landvormen met een toevalsvondst.
Indien de statistische score voor een landvorm afwijkt van de verwachting op basis van de uitgangspunten, dan is dit aangeduid met een afgezwakte kleurtint en is de kwalitatieve analyse gedaan. De resultaten daarvan zijn opgenomen in de laatste kolom van tabel 4 (zie ook bijlage 3).
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[18]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Aantal vindplaatsen per 10ha Vorm
JV
JV/LB
LB
Kwalitatieve analyse
afbraakwand
0.07
0.07
0.33
beekdal
0.00
0.00
0.00
dalvormige laagte
0.16
0.00
0.16
idem, dichtgestoven
0.00
0.00
0.19
deflatievlakte
0.12
0.00
0.50
dekzandrug
0.62
0.36
1.33
dekzandwelvingen
0.32
0.11
0.32
depressie
0.00
0.00
0.39
droogdal
0.00
0.00
0.00
duin
2.05
0.78
2.61
duinen
0.72
0.31
1.30
gegraven Vlootbeekdal
0.00
0.00
0.00
hellingvoet/waaier met dekzand
0.00
0.05
0.20
Oud Roerdal met dekzand
2.10
0.75
2.85
Oude Roerdal
0.42
0.11
0.46
Oude Roerdal terras
0.69
0.14
0.34
Oude Roergronden
1.50
0.55
1.48
Oude Roermeander
0.00
0.00
0.00
paraboolduin
0.15
0.23
0.96
restgeul
0.62
0.15
0.59
oude Roergronden
Roerdal
0.00
0.00
0.12
LB: losse vondst
Roerdalterras
0.00
0.02
0.06
stuifduin
0.00
0.00
0.08
terraslaagte
0.00
0.00
0.00
terrasplateau
0.02
0.02
0.10
terrasplateau met oud stuifzand
0.02
0.00
0.07
terrasrest met dekzand
0.37
0.75
1.87
terrasvlakte
0.47
0.35
1.27
terrasvlakte met dekzand
1.14
0.41
1.91
JV: losse vondst. LB: opmerkelijk, alle vindplaatsen liggen bij Posterholt, terwijl op de Meinweg vrijwel geen vindplaatsen voorkomen.
JV+LB: bekende vindplaatsen liggen op de rand (nauwkeurigheidsfout) LB: bekende vindplaatsen betreffen middeleeuwse versterking (wng 28032, 46166) JV+LB: bekende vindplaatsen liggen de op rand of lokale opduikingen (nauwkeurigheidsfout)
LB: bekende vindplaatsen liggen op de rand (nauwkeurigheidsfout)
LB: specifieke context: nijverheid, begraving, losse vondsten, Romeinse weg
LB: vaak begraving en losse vondsten JV+LB: nauwkeurigheidsniveau, speelt hoofdzakelijk bij de sterk versneden
LB: losse vondst
LB: incl. Celtic Fields is de score 0.3. Al doet telling als puntlocatie geen recht aan de uitgestrekte oppervlaktes van de Celtic Fields
JV: vindplaatsen op de vlakte liggen vrijwel allemaal binnen gradi ëntzone
JV+LB: vondsten op lokale opduikingen, maar opvallend vaak ook aan de randen, waarbij het gezien het reliëf goed om afgeschoven materiaal kan uitblazingsbekken
0.30
0.09
0.28
vergraven/verstoord
0.00
0.00
0.00
Vlootbeekdal
0.17
0.00
0.84
gaan.
JV+LB: losse vondsten op lokale opduikingen
Legenda: Score JV
>0.0 = hoog
tenzij uit kwalitatieve analyse anders blijkt
Score LB
>1.0 = hoog
>0.0 = gemiddeld
tenzij uit kwalitatieve analyse anders blijkt
Tabel 4. Resultaten van de statistische vindplaatsanalyse (voor de onderbouwing zie pagina 18).
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[19]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
4.4 Samengesteld archeologisch verwachtingsmodel Om te komen tot een archeologisch verwachtingsmodel dat toegepast kan worden op de nieuwe landschappelijke basiskaart, zijn uiteindelijk de uitgangspunten uit het bestaande verwachtingsmodel en de resultaten van de statistische vindplaats analyse samengevoegd tot een samengesteld model. Dit is uitgesplitst naar jager-verzamelaars en landbouwers en weergegeven in onderstaande tabellen. Vorm
JV_uitgangspunten (§4.2)
JV_statistiek (§4.3)
JV_samengestelde_verwachting
dekzandrug
geschikt voor vindplaatsen
hoge score
hoge kans op vindplaatsen
gerelateerd aan bewoning bij
(>0 vp per 10ha)
gerelateerd aan bewoning bij
dekzandwelvingen
gradiënt
gradiënt (waar hogere landvorm
duin
grenst aan lagere landvorm met
duinen
aantrekkingskracht)
Oud Roerdal met dekzand Oude Roergronden paraboolduin terrasplateau terrasplateau met oud stuifzand terrasrest met dekzand terrasvlakte terrasvlakte met dekzand Oude Roerdal Oude Roerdal terras
beekdal Oude Roermeander
geschikt voor vindplaatsen
hoge score
hoge kans op vindplaatsen
gerelateerd aan bewoning bij
(>0 vp per 10ha)
gerelateerd aan bewoning bij
gradiënt en zelf als laagte ook
gradiënt, bovendien mogelijk
aantrekkingskracht (gradiënt)
gradiëntzone rondom
niet geschikt, maar laagte zelf
lage score
kans op vindplaatsen gerelateerd
heeft wel aantrekkingskracht
(0 vp per 10ha)
aan natte context, mogelijk
(gradiënt) en bevat mogelijk restgeul
afbraakwand
gradiëntzone rondom mits grenzend
resten gerelateerd aan de
hoge score, te wijten aan
natte context
schaalonnauwkeurigheid
niet geschikt
hoge score, te wijten aan
aan hoger gelegen landvorm
lage kans op vindplaatsen
schaalonnauwkeurigheid depressie
lage score
gegraven Vlootbeekdal
(0 vp per 10ha)
hellingvoet/waaier met dekzand stuifduin terraslaagte vergraven/verstoord dalvormige laagte deflatievlakte
niet geschikt, maar laagte zelf
hoge score, te wijten aan
lage kans op vindplaatsen, mogelijk
heeft wel aantrekkingskracht
schaalonnauwkeurigheid
gradiëntzone rondom mits grenzend
(gradiënt)
aan hoger gelegen landvorm
uitblazingsbekken Vlootbeekdal droogdal
lage score
dalvormige laagte, dichtgestoven
(0 vp per 10ha)
Roerdal Roerdalterras
Tabel 5. Samengesteld archeologisch verwachtingsmodel voor vindplaatsen uit de jager-verzamelaars periode (JV).
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[20]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Vorm
LB_uitgangspunten (§4.2)
LB_statistiek (§4.3)
LB_samengestelde_verwachting
dekzandrug
geschikt voor vindplaatsen
hoge score
hoge kans op vindplaatsen
gerelateerd aan bewoning en
(>1 vp per 10ha)
gerelateerd aan bewoning en
Oud Roerdal met dekzand
beakkering
beakkering
Oude Roergronden terrasrest met dekzand terrasvlakte terrasvlakte met dekzand* afbraakwand Posterholt duin
in mindere mate geschikt voor vindplaatsen gerelateerd aan bewoning en beakkering
duinen dekzandwelvingen hellingvoet/waaier met dekzand
geschikt voor vindplaatsen
gemiddelde score (0-1 vp
kans op vindplaatsen gerelateerd
gerelateerd aan bewoning en
per 10ha)
aan bewoning en beakkering
beakkering
terrasplateau Oude Roerdal terras
in mindere mate geschikt voor vindplaatsen gerelateerd aan bewoning en beakkering
terrasplateau met oud stuifzand
idem, maar kans op intact
idem, afgedekt
afgedekt landschap beekdal Oude Roermeander
bevat mogelijk resten
lage score
kans op vindplaatsen gerelateerd
gerelateerd aan de natte context
(0 vp per 10ha)
aan natte context
restgeul
gemiddelde score, door schaalonnauwkeurigheid
Roerdalterras paraboolduin
geschikt voor vindplaatsen
gemiddelde score (0-1 vp
kans op vindplaatsen gerelateerd
gerelateerd aan economische en
per 10ha), vaak gerelateerd
aan gerelateerd aan economische
rituele activiteiten
aan economische of rituele
en rituele activiteiten
Oude Roerdal droogdal
context niet geschikt
lage score
lage kans op vindplaatsen
(0 vp per 10ha)
gegraven Vlootbeekdal terraslaagte vergraven/verstoord afbraakwand Meinweg
in mindere mate geschikt voor vindplaatsen gerelateerd aan bewoning en beakkering
Roerdal
niet geschikt
stuifduin
gemiddelde score (0-1 vp per 10ha), te wijten aan schaalonnauwkeurigheid
dalvormige laagte dalvormige laagte, dichtgestoven deflatievlakte depressie uitblazingsbekken Vlootbeekdal
Tabel 6. Samengesteld archeologisch verwachtingsmodel voor vindplaat sen uit de landbouwers periode (LB). *N.B.! Voor de landvorm “terrasvlakte met dekzand” geldt volgens het model een hoge kans. Daarbinnen is echter één uitzondering gemaakt. Het betreft de vlakte tussen Posterholt en Vlodrop. In dit uitgestrekte gebied (283 ha) is slechts één vondst bekend, wat de ‘hoge’ kans op vindplaatsen niet rechtvaardigt.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[21]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Zoals te zien in de verwachtingstabellen, is op basis van de combinatie van de uitgangspunten (paragraaf 4.2) en de vindplaatsstatistiek (paragraaf 4.3) aangegeven welke kans er is op het aantreffen van welk type vindplaatsen en eventueel onder welke voorwaarden. Zo is op de hoger gelegen landvormen in de gemeente, waar reeds veel vindplaatsen zijn aangetroffen, sprake van een hoge kans op het aantreffen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning. Voor de landbouwers periode gaat die verwachting gezien het grote aantal Celtic Fields in de gemeente samen met een verwachting voor sporen van beakkering. De verwachting is dus afgestemd op de specifieke landschappelijke en archeologische context van de gemeente Roerdalen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit het feit dat in het oude Roerdal voor de gradiënten een hoge kans is op het aantreffen van aan bewoning gerelateerde vindplaatsen van jager verzamelaars, terwijl uit de landbouwers periode juist vindplaatsen gerelateerd aan economische en rituele activiteiten te verwachten zijn. Met andere woorden: de oevers van de oude geulen in het oude Roerdal vormden interessante gradiënten voor de jager-verzamelaars, wat blijkt uit de vele vindplaatsen uit deze periode.
Terwijl deze gronden vanwege het kleiige substraat blijkbaar minder geschikt waren voor bewoning door de landbouwers, maar wel vindplaatsen voorkomen gerelateerd aan economische en rituele activiteiten. De combinatie van de uitgangspunten en de statistiek heeft op deze wijze per landvorm geresulteerd in de uiteindelijke samengestelde archeologische verwachting. Voor de natte contexten is een algemene verwachting uitgesproken. Op de uiteindelijke verwachtingskaarten is die plaatselijk echter verfijnd op basis van de resultaten van de kaart uit 2010. 23 Met behulp van GIS zijn beide modellen vervolgens toegepast op de nieuwe landschappelijke basiskaart. Dit is zowel gedaan voor beide modellen afzonderlijk als voor de gecombinee rde verwachting voor jager-verzamelaars en landbouwers samen. Deze drie verwachtingskaarten worden in het volgende hoofdstuk kort toegelicht. N.B. Bij de archeologische verwachtingsmodellen dient een belangrijke kanttekening te worden gemaakt. Gebieden met een lage verwachting worden doorgaans niet meer onderzocht en zo zal dus nooit duidelijk worden of de verwachting wel klopt. Op deze wijze werkt de toepassing van een verwachtingskaart als beleidsinstrument een vanzelfsprekende vervulling van het verwacht ingsmodel in de hand (self fulfilling prophecy).
Het is daarom van belang om open te blijven staan voor nieuwe inzichten, bijvoorbeeld door de toepassing van nieuwe technieken en zo het archeologisch verwachtingsmodel met enige regelmaat kritisch tegen het licht te houden. Kijk in het geval van deze update bijvoorbeeld naar de Celtic Fields op de Meinweg. Door een nieuwe toepassing van een verbeterde AHN blijken deze zich veel verder uit te strekken dan tot nu bekend en dit heeft er toe geleid dat het gebied wat voorheen een lage verwachting kende, nu wellicht de meest waardevolle archeologie van de gemeente kan herbergen, gezien de kans op een compleet en deels afgedekt laat prehistorisch cultuurlandschap.
23
Verhoeven e.a., 2010: p.100 -107.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[22]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
5 Archeologische verwachtingskaarten 5.1 Archeologische verwachtingskaart voor jager-verzamelaars Deze kaart (kaartbijlage 3) is gebaseerd op de toepassing van het verwachtingsmodel voor vindplaatsen van jager-verzamelaars (tabel 5) op de nieuwe landschappelijke basiskaart (zie hoofdstuk 3 en kaartbijlage 2). Ook afgebeeld zijn alle uit deze tijd bekende (opgeschoonde) vindplaatsen en archeologisch waardevolle terreinen. Op de kaart is een hoge kans op het aantreffen van vindplaatsen toegekend aan de 200 meter brede gradiëntzones. Deze zijn bepaald als de locaties waar de hogere landvormen die geschikt voor vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, grenzen aan laagtes die aantrekkingskracht hadden vanwege de natte omstandigheden. Het gaat dus om de plekken waar hoog/droog grenst aan laag/nat. Voor enkele specifieke laagtes is een verwachting toegekend voor vindplaatsen gerelateerd aan de natte context. Het gaat dan om plekken met actieve sedimentatie of veenvorming, waar eventuele resten dus ook goed geconserveerd bewaard kunnen zijn. De gradiënten zijn telkens 200m breed, uitgaande van de resultaten van de statistische analyse die daar ten behoeve van de bestaande verwachtingskaart uit 2010 voor is uitgevoerd.
V oor de delen die buiten de gradiëntzone vallen is aangegeven dat trefkans laag is, maar omdat de gradiënt nog altijd een modelmatige “inschatting” blijft, is de aanwezigheid van vindplaatsen hier niet uitgesloten. Op basis van de huidige inzichten zijn dit echter nie t de preferente locaties.
5.2 Archeologische verwachtingskaart voor landbouwers Op deze kaart (kaartbijlage 4) is de archeologische verwachting afgebeeld, zoals bepaald voor vindplaatsen uit de landbouwers periode binnen de specifieke landschappelijke context van de gemeente Roerdalen (zie tabel 6). Daaroverheen zijn afgebeeld de bekende opgeschoonde vindplaatsen uit deze periode, de Romeinse weg, 24 de archeologisch waardevolle terreinen, de historische kernen en de archeologische structuren zoals herkend op het AHN . Uitgangspunt voor de archeologische verwachting op deze kaart is dat op landvormen die geschikt zijn voor bewoning (incl. beakkering) en waar veel vindplaatsen bekend zijn, de kan s het grootst is op de aanwezigheid van vindplaatsen. Het gaat dan dus niet meer alleen om de gradiëntzone van een hoger gelegen landvorm, maar om de gehele landvorm. Uit tabel 6 blijkt dat het met name gaat om de landvormen die met dekzand bedekt zijn en daardoor relatief hoog gelegen, voldoende uitgestrekte, goed bewerkbare gronden voor beakkering hebben geboden. Op landvormen die in mindere mate geschikt zijn, of waar uit de statistie k is gebleken dat er nauwelijks vindplaatsen bekend zijn, kunnen wel vindplaatsen voorkomen, maar is de kans er op statistisch gezien kleiner. Dit geldt bijvoorbeeld voor de terrasplateaus op de Meinweg.
Een belangrijke kanttekening daarbij is echter dat in dit gebied vanwege de bosbedekking vrij nooit onderzoek is gedaan, waardoor het aantal vindplaatsen per definitie kleiner is. Dat terwijl uit deze studie is gebleken dat het gebied vol zit met Celtic Fields, waarvan bovendien de verwachting is dat ze zic h onder het stuifzand door uitstrekken. Hiervoor is dan ook een specifieke verwachting uitgesproken. Door het stuifzand is de verwachting hier logischerwijs onzeker, maar de archeologische potentie is hoog , want er is een kans op een volledig geconserveerd (afgedekt) prehistorisch landschap.
24
Roymans & Sprengers, 2012 & 2016.
RAAP-rapport 4286 / versie 01-03-2021
[23]
Actualisatie archeologische verwachtingskaart gemeente Roerdalen
Uit de analyse is ook gebleken dat niet alleen resten gerelateerd aan bewoning te verwachten zijn, maar ook resten gerelateerd aan economische en rituele activiteiten (ontginning, grondstofwinning, begraving, etc.) en aan de natte context. In dat laatste geval zijn ook nog specifiek zones onderscheiden waar resten gerelateerd aan watermolens of beekovergangen te verwachten zijn. Dit is gebaseerd op de resultaten van de bestaande verwachtingskaart. 25 Voor alle overige gebieden is niet uit te sluiten dat er vindplaatsen voorkomen, maar is de kans daarop statistisch gezien laag en/of omdat ze niet voldoen aan de boven gestelde criteria.
5.3 Archeologische verwachtingskaart voor alle perioden Op deze kaart is de verwachting voor zowel de jager-verzamelaars als landbouwers periode gecombineerd. Daarnaast zijn alle opgeschoonde vindplaatsen weergegeven, uitgesplitst naar periode. Om de vindplaatsen heen is de bufferzone aangeduid, waarbinnen resten gerelateerd aan de betreffende vindplaats te verwachten zijn. Zoals aangegeven in paragra af 4.2, gaat het om buffers met een straal van 25 meter rondom vindplaats van jager-verzamelaars, 50 meter rondom vindplaatsen van landbouwers en 75 meter rondom oude kerken. Verder zijn op deze kaa rt de bekende en gekarteerde archeologisch relevante vlakken weergegeven, zoals de historische kernen, Celtic Fields, etc. Tot slot zijn op deze kaart ook de resultaten van de archeologische onderzoeken weergegeven ingedeeld naar de consequentie voor het archeologisch onderzoeksproces. 26 Dat wil zeggen dat is aangegeven of een onderzoek is afgerond of dat een onderzoek loopt (en mogelijk nog vervolg nodig heeft). In een aantal gevallen is het resultaat onbekend en is dit ook zo aangegeven. Wat betreft de archeologische verwachting, leidt de combinatie van jager-verzamelaars en landbouwers tot een tamelijk complex kaartbeeld. Toch is deze kaart van belang, omdat het met enig geduld inzicht geeft in de totale archeologische context van de gemeente.
Het drukke beeld wordt vooral veroorzaakt door het feit dat voor alle verwachtingszones uit de landbouwers periode ook is aangegeven waar sprake is van een gradiëntzone en dus waar vindplaatsen van jager -verzamelaars te verwachten zijn. Dat inzicht is van belang, omdat vindplaatsen van jager-verzamelaars een compleet andere verschijningsvorm hebben dan vindplaatsen van landbouwers. De eerste kenmerken zich door kleine, oppervlakkige concentraties van vuurstenen artefacten, terwijl de tweede een veel groter oppervlak beslaan en naast vondstmateriaal ook gekenmerkt worden door grondsporen. Dat betekent dat voor beide vindplaatstypen een ander onderzoeksregime nodig is. 27 De gecombineerde verwachtingskaart is veel te complex om als beleidsinstrument te gebruiken bij de bep aling van de noodzaak tot archeologisch onderzoek, daarvoor dient de beleidskaart (zie hoofdstuk 6). Maar daarentegen is de verwachtingskaart van groot belang om te bepalen welke vorm van onderzoek gepast is. Daarom is ook de invloed die het stuifzand heeft op de vindplaatsen grafisch weergegeven. Niet alleen zorgt dit voor een verhoogde onzekerheid over de verwachting, ook kunnen vindplaatsen hier zijn afgedekt wat om een aangepaste onderzoeksstrategie vraagt. N.B. De landvormen zijn gekarteerd op schaal 1:10.000.
Om de kaarten eventueel af te kunnen drukken op A0 zijn de kaartbijlagen echter teruggeschaald tot 1:17.500.