CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Adviesbrief B&W, gedateerd 26 april 2022, Ontwerpbegroting 2023 en MJR 2023-2027 GR BsGW

Raadsadviescommissie 9 mei 2022, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2023 en ontwerp meerjarenraming 2023-2027 GR BsGW2.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente roerdalen Brief aan de gemeenteraad

zaaknummer

uw kenmerk

contactpersoon

Maarten Vergoossen

Z22-027915-D175177 onderwerp

datum

telefoon

Advies over zienswijze bij Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerpmeerjarenbegroting 2023-2027 BsGW

26 april 2022

0475-538 888

VERZONDEN 29 APR 7072

Geachte leden van de gemeenteraad, De raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg kunnen bij het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) hun zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 en de ontwerp-meerjarenraming 2023-2027 naar voren brengen. Wij adviseren u om geen zienswijze in te dienen over de voorgelegde ontwerpbegroting 2023 en de ontwerpmeerjarenraming 2023-2027. Toelichting

In de nu voorliggende ontwerpbegroting zijn ten opzichte van de begroting 2022 nagenoeg geen beleidsmatige wijzigingen doorgevoerd. De uitzonderingen daarop zijn: Een structurele correctie op de sociale lasten is vanaf 2023 opgenomen in de begroting. Het financieel effect bedraagt € 973.000. De implementatiekosten voor van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) zijn in de begroting opgenomen. De verwachte implementatiekosten zijn voor 2023 ingeschat op€ 2,275 miljoen. Eenmalige gedeeltelijke vrijval van de post Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)-voorzieningen (-/-€ 300.000) Voor een verdere toelichting op deze posten wordt verwezen naar de bijlage bij deze brief. Verder heeft een bijstelling plaatsgevonden van de loon- en prijsindex. Deze bijstelling is conform de gemaakte afspraken en volgt een bestendige lijn. Daarnaast is het begrote bedrag aan proceskostenvergoedingen en de hieraan gelieerde uitvoeringskosten verhoogd. Om de verdere stijging van uitkering van proceskosten te kunnen beteugelen wordt door de VNG en diverse gemeenten en samenwerkingsverbanden, waaronder BsGW, druk uitgeoefend op de

Pagina 1 van 7

111111111111 Ill Il Ill Ill Il Ill Il Ill Il Il Ill Ill Il Il Ill 111111111111111

landelijke wetgever. Voor de begroting 2023 heeft BsGW begin 2022 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico's zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2022 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 1,42 miljoen. Het weerstandsvermogen behoeft daarmee een aanvulling van € 91.000 ten opzichte van de risicoanalyse die begin 2021 is uitgevoerd en die was opgenomen in de begroting 2022. Voor onze gemeente betekent dit een extra eenmalige bijdrage over 2023 van € 1.344. De grootste toename van het benodigde weerstandsvermogen wordt gevormd door de hogere kosten als gevolg van meer ingediende bezwaren en beroepen van no-cure no-pay bedrijven en lagere opbrengsten vervolgingskosten als gevolg van mogelijke na-ijleffecten van Covid-19. BsGW schat de kans dat deze risico's zich voordoen hoger in, namelijk op 90%. De financiële kengetallen geven geen reden tot verdere zorgen over de risico's. BsGW heeft 1 lening uitstaan (2 mln.; 2020 - looptijd 7 jaar) en verstrekt geen leningen. Wel maken ze gebruik van kasgeldleningen ter overbrugging van fluctuaties in de uitgaven en inkomsten. De solvabiliteit (de mate waarin aan financiële verplichtingen voldaan kan worden) neemt toe, doordat in 2023 het weerstandsvermogen wordt aangevuld tot de benodigde weerstandscapaciteit.

BsGW besteedt in haar begroting wel veel aandacht aan toekomstige ontwikkelingen welke naar de toekomst wel een financieel effect kunnen krijgen. In de bijlage bij deze brief geven wij een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen. Ook BsGW is gevraagd uitvoering te geven aan de door uw raad op 4 juni 2020 aangenomen motie 2020M04. Hoewel de ontwerpbegroting een kostenstijging laat zien, die daarmee de bijdrage verhoogt, heeft BsGW wel verantwoord wat de oorzaak is van de stijging en op welke wijze getracht wordt verdere stijgingen te beteugelen. Deze zijn hierboven beschreven. Onzekerheid

Ten tijde van het opstellen van deze begroting bestaat de verwachting dat de ingerekende indexen onder druk komen te staan, alleen al als gevolg van de actualiteit in Oekraïne. De indexen zijn vanwege de te grote toekomstige onzekerheden niet aangepast, maar een winstwaarschuwing wordt hierbij wel afgegeven. Financiële verantwoording voor de gemeente Roerdalen

Zoals hierboven al aangegeven gelden in de ontwerpbegroting 2023 en ontwerpmeerjarenraming 2023-2027 een aantal bijstellingen. Voor loonindexering wordt voor 2023 uitgegaan van een stijging van 2,5%. Voor de indexering van goederen en diensten wordt uitgegaan van 1,9% (conform de consumenten prijsindex van het centraal planbureau) en voor de indexering van ICT 2,7% per jaar (op basis van de gemiddeld in rekening gebrachte index van de leveranciers van de afgelopen 3 jaar). De opgenomen loon- en prijsstijgingen wijken niet substantieel af van de indexen opgenomen in de begroting 2022.

Pagina 2

De stijging van de bijdrage is grotendeels te wijten aan de structurele bijstelling van de sociale lasten (€ 973.000) en in 2023 ook nog aan de incidentele implementatiekosten (2,275 mln.). Door de hierboven weergegeven bijstellingen stijgt de bijdrage van onze gemeente aan BsGW. In onderstaand overzicht zijn de bijdragen voor de gemeente Roerdalen weergegeven.

Bijdrage Roerdalen volgens ontwerpbegroting

2022 309.315

2023 372.001

2024 347.000

2025 353.000

2026 361.000

2027 371.000

2.039 311.354

1.344 316.000

324.000

331.000

331.000

X

0

-57.345

-23.000

-22.000

-30.000

BSGW Aanvulling weerstandvermogen Bijdrage opgenomen in meerjarenbegroting gemeente Roerdalen - tekort/ + overschot

Burgemeester en wethouders van Roerdalen, De burgemeester

•

mr. M.D. de Boer-Beerta

Bijlage(n):

Pagina 3

Samenvatting belangrijkste ontwikkelingen uit de ontwerpbegroting 2023 en ontwerpmeerjarenraming 2023-2027 BGW

Samenvatting belangrijkste ontwikkelingen uit de ontwerpbegroting 2023 en ontwerpmeerjarenraming 2023-2027 BsGW

Correctie sociale lasten Een structurele correctie op de sociale lasten is vanaf 2023 opgenomen in de begroting. In het verleden werden bepaalde kostensoorten in zijn totaliteit begroot. Tijdens het opstellen van de begroting 2023, de bestuursrapportages Q4 2021 en de jaarstukken 2021 is een groeiende discrepantie naar voren gekomen in de verhouding tussen de bruto lonen en de sociale lasten. Waar in de begrotingen tot en met 2022 steeds is gerekend met een percentage aan sociale lasten van nog geen 23%, blijkt uit de realisatie sprake te zijn van ca. 32%; een verschil van bijna 10%. Een en ander werkt financieel-technisch aanzienlijk door vanwege het feit dat de personeelskosten bijna de helft van de totale begrote kosten van BsGW zijn. Een diepere analyse is gemaakt. De conclusie hieruit is dat het opnemen van 32% de reële toerekening is. Het financieel effect bedraagt € 973.000 en is structureel. Dat dit verschil niet eerder is geconstateerd komt enerzijds doordat als gevolg van de bezuinigingsopgave een groot aantal vacatures niet is ingevuld. De kosten van de inhuur (ter vervanging) worden verantwoord onder "Diensten derden". Deze post maakt geen deel uit van de personeelskosten. Anderzijds werd veel van de jaarlijks benodigde specialistische inhuur in het recente verleden verantwoord via de projectmiddelen Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OP).

De uitvoering van dit project was een apart traject en verliep niet via reguliere bedrijfsvoering. In de jaren voorafgaand aan het OOP werden deze meerkosten weer grotendeels gecompenseerd door meeropbrengsten uit vervolgingskosten. Doordat het OOP is afgesloten en de opbrengsten uit vervolgingen achter blijven wordt dit tekort nu pas zichtbaar. Implementatiekosten AHA De implementatiekosten voor van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) zijn in de begroting opgenomen. Dit betreft de te verwachten financiële effecten van de aanbesteding van het huidige belastingpakket. De verwachte implementatiekosten zijn ingeschat op€ 2,775 miljoen, waarvan naar verwachting € 500 duizend in 2022 en € 2,275 miljoen in 2023 zullen drukken op de begroting. De implementatiekosten bestaan uit het parallel draaien (1 mln.), transitiekosten hosting platform (0,275 mln.) en de implementatiekosten van het pakket en platform (1,5 mln.). Hiervoor wordt een bestemmingsreserve gevormd. De kosten zullen op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de deelnemers. Vrijval GDl-voorziening Eenmalige gedeeltelijke vrijval van de post GDI-voorzieningen (-/-€ 300.000). In de begrote ICT-kosten zijn ook de gebruikerskosten van de overheidsbrede voorzieningen (zoals DigiD en Mijnüverheid) opgenomen (GDI).

In voorgaande jaren waren voor GDI twee begrotingsposten opgenomen van elk € 300 duizend; één betrof de doorbelasting van de beheerskosten voor Digipoort, DigiD, MijnOverheid (vanaf 2018), de andere post betrof een te verwachte doorbelasting inzake de overige GDl-voorzieningen. In de afgelopen twee jaar is deze laatste post (overige voorzieningen) nooit in rekening gebracht door het ministerie van BZK en is de verwachting dat BsGW in 2023 ook geen factuur meer ontvangt voor deze voorzieningen. Het is daarom verantwoord om de tweede post te laten vervallen.

Pagina 4

Ontwikkelingen In de ontwerpbegroting 2023 en ontwerpmeerjarenraming 2023-2027 BsGW is veel aandacht besteed aan de ontwikkelingen waar BsGW en de deelnemers mee te maken gaan krijgen. Veel van deze ontwikkelingen kunnen een financieel effect hebben in de toekomst. Hieronder geven we een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen. Voor meer informatie verwijzen wij naar hoofdstuk 3, en met name, pagina 14 tot en met 17 en bijlage 13 van de ontwerpbegroting 2023 en ontwerpmeerjarenraming 2023-2027 van BsGW. Sociaal maatschappelijk invorderen Op het gebied van het invorderen van openstaande belastingvorderingen ontstaat landelijk een sterke tendens om kwetsbare groepen te ontzien en in ieder geval niet op te zadelen met sterk stijgende invorderingskosten. Er dient dus in een zo vroeg mogelijk stadium een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen 'niet kunnen' en 'niet willen' betalen van aanslagen. Met ingang van 2021 is een aantal grote wijzigingen in werking getreden. De vereenvoudiging berekening beslagvrije voet is de grootste aanpassing, aangezien deze berekening opnieuw dient te worden gemaakt voor alle invorderingsdossiers die in de beslagfase verkeren. Ook de implementatie van vroegsignalering bij de gemeenten gaat ondanks capaciteitsproblemen bij veel gemeenten door. Lokale heffingen mogen wettelijk geen deel uitmaken van vroegsignalering.

BsGW neemt samen met een aantal deelnemers proactief deel aan een door het ministerie goedgekeurd experiment vroegsignalering. Na deze pilot kan worden bezien of en in hoeverre BsGW kan aanhaken op deze trend en welke mogelijkheden dit biedt, zowel wat betreft de wetgevingskaders als met betrekking tot de taakuitvoering van BsGW. Een belangrijk aspect zeker ook gezien de invorderingskosten (opbrengsten uit in rekening gebrachte vervolgingskosten) een behoorlijke baten binnen de BsGW begroting beslaan. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 lnvorderingswet) De wijziging in artikel 25 in de lnvorderingswet zal worden ingevoerd. Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de lnvorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Vanaf 2021 zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De implementatie van de wijziging is echter wederom uitgesteld.

Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken, mogelijk extra kosten met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan: • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen

Pagina 5

•

Behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere NCNP-bedrijven die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bedrijven nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling).

Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 Op 1 januari 2017 is de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 in werking getreden. Dit is een rijksregeling, waarbij wordt aangesloten op de reguliere rechtsbescherming. Er zijn geen uitzonderingsregels meer voor fiscale besluiten die door het rijk worden genomen. De bedoeling is dat deze wijzigingen ook voor de decentrale overheden worden ingevoerd. Dit leidt waarschijnlijke tot extra werkzaamheden en een toename van de proceskosten. Ten tijde van het schrijven van deze ontwerpbegroting zijn er geen actuele ontwikkelingen bekend rondom de ingangstermijn. Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister Bij invordering van belastingen, in het kader van betalingsachterstanden, wordt rekening gehouden met een belastingvrije voet (deel van inkomen van schuldenaar waarop geen beslag gelegd mag worden). Nu wordt deze voet vaak te laag vastgesteld waardoor schuldenaars in de problemen komen. De invoering van de Wet vereenvoudiging belastingvrije voet is ingegaan op 1 januari 2021. Het berekenen van de beslagvrije voet wordt na invoering van de wet eenvoudiger en uniform door middel van een digitale rekentaal. De nieuwe beslagvrije voet heeft als gevolg dat BsGW het invorderingsproces moet aanpassen.

Een achterliggende ambitie is meer en eerder contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Aan de kant van de belastingen zal dit mogelijk tot extra kosten leiden, terwijl de verwachting is dat er een positieve impact is op de schuldhulpverlening. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties en deurwaarders informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. Op basis van deze informatie kunnen zij bij de vaststelling van de beslagvrije voet en bij het leggen van beslag beter rekening houden met reeds lopende beslagen en verrekeningen. Dit zorgt in het verlengde van de nieuwe beslagvrije voet voor een betere borging van het bestaansminimum van de schuldenaar. De met het wetsvoorstel te realiseren gegevensuitwisseling maakt het daarnaast ook mogelijk om in bepaalde gevallen een afweging te maken met betrekking tot de proportionaliteit van een beslaglegging. Hierdoor wordt voorkomen dat een schuldenaar te maken krijgt met onnodige kosten. Naast deze wetswijzigingen en landelijke ontwikkelingen staan ook nog op het programma de uitbreiding van de toepassing van de overheidsvordering en de recentelijk geïntroduceerde 'betalingsvordering': een (vereenvoudigd) derdenbeslag door de ambtenaar belast met de invordering waarbij inzet van de belastingdeurwaarder niet altijd meer noodzakelijk lijkt.

Bovenstaande ontwikkelingen hebben naar verwachting (financiële) gevolgen voor de begroting van BsGW. Meer inzicht op de (financiële) effecten hiervan wordt in de loop van 2022 verwacht, mede ingegeven door het feit dat er mogelijk een overgangstermijn in de wet wordt opgenomen. Op basis van de huidige contouren is echter al evident dat, wil BsGW tegemoetkomen aan deze wettelijke eisen, er investeringen gedaan moeten worden in specifieke software en gegevensuitwisseling (€ 250.000, -), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening.

Pagina 6

Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder worden verstaan objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Onderzocht wordt daarom of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Hiertoe wordt een businesscase geformuleerd. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal- naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden.

In juni 2020 heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objecten registratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden dan wel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Het is evenwel de vraag of de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2025 van de SOR realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het regieportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd. AIie projectmatige activiteiten met betrekking tot de SOR zijn in dit kader tot nader order door het bestuur opgeschort. Dit ook om onnodige projectkosten (o.a. de inzet van Berenschot) te voorkomen. Het is afwachten welke keuzes het nieuwe kabinet hierin gaat maken.

Pagina 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=5fbf18bf-a827-4cef-98aa-c6663dcd5b89