06 Brief aan de gemeenteraad - UIT Advies Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2030 Bs_2
Tekst van het document
gemeente roerdalen
Brief aan de gemeenteraad
zaaknummer
uw kenmerk
contactpersoon
Z25-053694
2025/G0ll
Maarten Vergoossen
onderwerp
datum
telefoon
Advies Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2030 BGW
15 april 2025
0475 - 538 888
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 6 maart 2024 ontvingen wij van u het verzoek een advies af te geven over de zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 van BsGW. Voorgestelde zienswijze
Wij adviseren over de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 geen zienswijze in te dienen. Toelichting
De ontwerpbegroting 2026 van BsGW is gebaseerd op de in de kadernota 2026 geformuleerde uitgangspunten. In de voorliggende ontwerpbegroting is voor de indexering 2026 uit gegaan van de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau, waarbij deze voor de opvolgende jaren 2026-2029 in de meerjarenraming gelijk zijn gehouden. Per saldo bedragen de reguliere bijdragen in 2026 € 29.353.000. Dit is een stijging van€ 835.000 ten opzichte van de reguliere bijdragen 2025. Deze stijging is het gevolg van de volgende mutaties: - Indexering salarissen interne kosten € 897.000 - Inflatie € 433.000 - Verschil taakstelling OOP 2026 t.o.v. 2025 -/- € 200.000 - Verlaging bestemmingsreserve ICT 2025-2029 -/- € 180.000 - Maatwerk -/- € 115.000 € 835.000 Voor een verdere toelichting op deze posten wordt verwezen naar de bijlage bij deze brief. Volgens de herziene kostenverdeelmethode worden de netto-kosten vervolgens toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Voor 2026 komt de reguliere bijdrage op€ 411.334. Onze gemeente neemt maatwerk af voor de riool heffing en de beleidsvoorbereiding van de leges.
Pagina 1 van 6
111111111111111111111111111 IIIIII I II IIIII I IIII I II IIIIII III I II
Dit maatwerk is aangegaan voor 3 jaar. De kosten voor dit maatwerk bedragen voor 2026
+/- € 5.058. Meerjarig opgenomen uitgangspunt is dat het maatwerk voor beleidsvoorbereiding leges wordt gecontinueerd en dat het maatwerk voor de rioolheffing komt te vervallen omdat bij de nieuwe heffingssystematiek (eigenarenbelasting) de aanname wordt gemaakt dat de voorkeur uitgaat naar een standaardvariant waaraan geen extra kosten zijn verbonden. Het benodigde weerstandsvermogen is volgens besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op€ 998.000. Het aanwezige weerstandsvermogen (voor resultaatbepaling 2024) bedraagt€ 1.570.000. De ratio komt hiermee uit op 1,57. De ratio valt buiten de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt€ 572.000. Het voorgenomen DB-besluit respectievelijk AB-voorstel is om deze€ 572.000 terug te storten naar de deelnemers. De beïnvloedbaarheid door BsGW van de in de begroting opgenomen posten is nihil. BsGW is een uitvoeringsorganisatie en hanteert een beleidsarme begroting. Mocht er al sprake zijn van nieuw beleid, dan is dit op basis van een wettelijke grondslag dan wel op verzoek van de deelnemers. Op basis hiervan het advies geen zienswijze in te dienen.
Door de hierboven weergegeven bijstellingen stijgt de bijdrage van onze gemeente aan BsGW.
Verwachte bijdrage Roerdalen aan de ontwerpbegroting BsGW * Maatwerk** Bijdrage opgenomen in meerjarenbegroting gemeente Roerdalen - tekort/+ overschot
2026
2027
2028
2029
411.334
424.027
441.918
462.185
5.058
398
412
426
411.220
420.387
440.570
440.570
-5.172
-4.038
-1.760
-22.041
* Bijdrage 2026- 2029 berekend op basis van de aantallen 2024. ** Indexatie maatwerk is 3,4% zoals opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 van BsGW. Het maatwerk is in 2024 aangegaan voor 3 jaar. Opgenomen uitgangspunt is dat het maatwerk voor rioolheffing komt te vervallen indien de aanslag wordt opgelegd aan de eigenaar en dat het overige maatwerk wordt gecontinueerd.
Pagina 2
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Roerdalen, De secr taris, De burgemeest
L.H.C. Bijl Bijlage(n):
Pagina 3
mr. M.D. de Boer-Beerta Samenvatting belangrijkste ontwikkelingen uit de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 BsGW
Samenvatting belangrijkste ontwikkelingen uit de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 BsGW
Per saldo stijgen de bijdragen van de reguliere begroting 2026 met€ 835.000 ten opzichte van de begroting 2025 als gevolg van de volgende posten die onder verder worden toegelicht: Indexering salarissen interne kosten(€ 897.000) BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. De huidige cao is eind 2024 geëindigd. De uitkomsten van de cao-onderhandelingen zijn nog niet bekend. Op basis van een drie jaargemiddelde van de loonvoet overheidssector zijn de personeelskosten voor 2026 geïndexeerd met 5,1% Inflatie (€ 433.000) Voor 2026 is uitgegaan van een kosteninflatie van 3,4%. Verschil taakstelling OOP 2026 t.o.v. 2025 (-/- € 200.000) Met het Ondernemings- en Ontwikkel plan (OOP) heeft het Algemeen Bestuur de BsGWorganisatie een structurele, taakstellende kostenreductie opgelegd van€ 1.300.000 met ingang van 2028. Dit resulteert in het structureel verlagen van de bijdragen van de deelnemers met hetzelfde bedrag. Om dit te bereiken wordt de BsGW-begroting met ingang van 2024 stapsgewijs benedenwaarts bijgesteld. Deze taakstellende kostenreductie bedraagt voor 2026 € 1.000.000 (2025: € 800.000). Verlaging bestemmingsreserve ICT 2025-2029 (-/- € 180.000) Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor het volgende aanbestedings- en implementatietraject 2028/2029 een nieuwe bestemmingsreserve te vormen.
In de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 is een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van€ 555.000 per jaar. De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445.000 (voorlopig bedrag) wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van€ 555.000, betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 met€ 180.000 kunnen worden verlaagd naar€ 375.000. Maatwerk(-/-€ 115.000) Het Harmonisatietraject heeft er onder andere toe geleid dat de kosten voor maatwerk voortaan via een offertetraject in beeld worden gebracht en dat deze één op één worden doorberekend aan de desbetreffende deelnemer. Dit betekent dat deelnemers, die geen maatwerk afnemen, niet langer financieel bijdragen aan het duurdere maatwerk van andere deelnemers. Een en ander leidt tot een benedenwaartse bijstelling van de reguliere begroting met ingang van 2025 en daarmee de bijdrage van de deelnemers, die geen maatwerk afnemen. Ontwikkelingen
In de ontwerpbegroting 2026 en ontwerpmeerjarenraming 2027-2030 BsGW is veel aandacht besteed aan de ontwikkelingen waar BsGW en de deelnemers mee te maken gaan krijgen. Veel
Pagina 4
van deze ontwikkelingen kunnen een financieel effect hebben in de toekomst. Hieronder geven we een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen. Voor meer informatie verwijzen wij naar hoofdstuk 4 en met name, pagina 15 tot en met 21 van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 en bijlage 3 in de Kadernota begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 BIJLAGEN. Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de proceskosten drastisch verlaagd per 1-1-2024. Echter heeft de Hoge Raad op 12 juli 2024 het door de wetgever vastgestelde lagere bedrag voor proceskostenvergoeding buiten toepassing verklaard. Daarmee is het hoge tarief weer van toepassing. Middels het Belastingplan 2025 is daarom als herstelmaatregel de wegingsfactor voor bezwaren aangepast van 0,25 naar 0,125, zodat de proceskostenvergoeding (tarief* wegingsfactor) in WOZ-zaken weer uitkomt op het niveau dat de wetgever voor ogen had per 1 januari 2024.
Echter, voor beroepszaken is de factor van 0,25 in stand gebleven. Het bedrag aan proceskostenvergoeding voor WOZ-beroepszaken wordt daarmee zelfs hoger dan voor de wetswijziging. Indien zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen en het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2025 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 heeft voorgenoemde herstelmaatregel naar alle waarschijnlijkheid toch een positief effect op de begrotingspost 'proceskostenvergoeding'. BsGW hanteert evenwel het voorzichtigheidsprincipe in dezen waardoor de begrotingspost gehandhaafd blijft. Tegengaan toenemende armoede Ook het nieuwe kabinet heeft in de Miljoenennota maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers. Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel.
Het effect van traditionele wervingscampagnes neemt af. Er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen. In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel Applicatiebeheerders. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies.
Pagina 5
Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. BsGW anticipeert hier zo goed als mogelijk op, zodat de bijbehorende kennis bijtijds en zorgvuldig wordt overgedragen. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerki ngsportaa 1.
Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Een nieuwe streefdatum is nog niet bekend, zo de SOR er al zal komen.
Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van€ 350.000 per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat.
Pagina 6