05 Toelichting
Tekst van het document
De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht.
Hoofdstuk 5
49
‘Wonen’ Omdat de wooneenheden een bepaalde mate van zelfstandigheid hebben, niet in alle gevallen sprake is van 24 uurs zorg en ter plaatse een zelfstandige dienstwoning wordt gerealiseerd is gekozen voor de bestemming ‘Wonen’ in plaats van een bestemming ‘Maatschappelijk’. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor wonen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen zorgwonen’ zijn uitsluitend 16 zorgwooneenheden en een dienstwoning toegestaan. Het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in verband met een benodigde ontheffing ten aanzien van vleermuizen. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van het geluid van installaties voor warmte- of koudeopwekking indien deze aan de buitenzijde van het zorghuis worden geplaatst. De zorgwoningen mogen pas in gebruik worden genomen indien rekening is gehouden met de in de voorwaardelijke verplichting opgenomen geluidsniveau’s. Tenslotte is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het kader van de privacy van omwonenden. Aan de achterzijde en in beide zijdelingse perceelsgrenzen moet een erfafscheiding met een hoogte van 2 meter gerealiseerd worden en in stand worden gelaten.
‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. Ten aanzien van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt een onderzoeksplicht indien de werken of werkzaamheden een oppervlakte hebben van meer dan 250 m 2 en het werken of werkzaamheden betreft waarbij de bodem dieper dan 40 cm onder het bestaande maaiveld wordt geroerd. Voor de gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ geldt deze onderzoeksplicht bij een oppervlakte van meer dan 1.000 m 2 en werken of werkzaamheden die dieper gaan dan 40 cm. 5.3.3 Algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan uit de volgende onderdelen: anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. algemene bouwregels: hier zijn algemene regels ten aanzien van de maatvoering.
Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen. algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd. algemene aanduidingsregels: hier zijn regels opgenomen, die van toepassing zijn ter plaatse van enkele in het plan opgenomen gebiedsaanduidingen. Deze aanduidingen zijn bestemmingsoverschrijdend en kunnen dus van toepassing zijn binnen meerdere bestemmingen. Het gaat bij dit specifieke bestemmingsplan om de volgende aanduiding: milieuzone – roerdalslenk II. algemene wijzigingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen of ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse werknemers.. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. algemene procedureregels; overige regels.
Hoofdstuk 5
50
5.3.4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
Hoofdstuk 5
51
6.
UITVOERBAARHEID
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 16 zorgappartementen / - studio’s en een reguliere woning. Er is derhalve sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro en dus is kostenverhaal aan de orde.
Ten behoeve van onderhavig grondexploitatie heeft de gemeente met de ontwikkelende partij een (anterieure) exploitatieovereenkomst gesloten waarin de kosten voor de grondexploitatie worden verhaald op deze ontwikkelende partij. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan in dit kader op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro niet noodzakelijk. In de anterieure overeenkomst is ook het planschadeverhaal opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Overleg Vooroverleg Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov)
Hoofdstuk 6
52
van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Dit wordt op korte termijn gedaan. Het bestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Limburg. De provincie Limburg heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het initiatief. Omgevingsdialoog Op 26 maart 2022 heeft een presentatie van de beoogde planvorming plaatsgevonden voor omwonenden. De powerpointpresentatie, het verslag en een aanvullende reactie van omwonenden zijn samengevoegd tot een bijlage ‘Omgevingsdialoog’ dat bij deze toelichting is gevoegd. Samenvattend heeft de ontwikkelaar het plan gepresenteerd aan de hand van een powerpoint. Aan omwonenden is de gelegenheid geboden vragen te stellen en hierop is antwoord gegeven door de ontwikkelaar. Afgesproken is dat de notulen gedeeld worden en geanonimiseerd in het bestemmingsplan worden opgenomen. Omwonenden zullen verder op gezette tijden nader worden geïnformeerd, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwsbrieven. 6.2.2 Procedure De wettelijke procedure volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en start met het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan.
De procedure ziet er als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp-bestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan Gedeputeerde Staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2.3 Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Het bestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro vanaf 2 maart 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn zijn zes zienswijzen ingekomen. Voor een weergave van de zienswijzen en voor een inhoudelijke standpuntbepaling naar aanleiding van de
Hoofdstuk 6
53
zienswijzen wordt verwezen naar de Nota zienswijzen, die als bijlage aan deze toelichting is toegevoegd. De zienswijzen zijn op onderdelen gegrond. Op basis daarvan is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast. Daarnaast zijn er enkele ambtshalve wijzigingen om het bestemmingsplan te verduidelijken. Alle wijzigingen zijn nader beschreven in de conclusie van voormelde Nota van zienswijzen.
Hoofdstuk 6
54
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl