CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Stationsweg 65 in Herkenbosch12.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

6.4

Verkeer en parkeren

6.4.1 Algemeen Met betrekking tot onderhavige project dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. In dat verband mag de verkeersgeneratie vanwege een ruimtelijke ontwikkeling niet leiden tot verkeersproblemen, alsook dient de extra parkeerbehoefte op eigen terrein te kunnen worden opgevangen. 6.4.2 Verkeersstructuur Onderhavig project ligt aan het noordelijke deel van de Stationsweg. De Stationsweg loopt door het centrum van Herkenbosch en vormt een noordelijke aftakking van de Hoofdstraat respectievelijk de Daelenbroekweg. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstromen als gevolg van de realisatie van een levensloopbestendige woning probleemloos kan opvangen. Het project zal met een inritconstructie op de bestaande infrastructuur worden aangesloten. 6.4.3 Parkeren De CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' voorziet in parkeerkencijfers voor vrijstaande koopwoningen. Onderhavige locatie is gelegen in 'niet stedelijk gebied' en 'rest bebouwde kom'. Daarbij zijn minimaal 1,9 en maximaal 2,7 parkeerplaatsen benodigd. Binnen het projectgebied zijn derhalve drie parkeerplaatsen gerealiseerd zoals aangegeven op onderstaande afbeelding.

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

37

Indicatief terreinplan met aanduiding parkeerplaatsen 6.4.4 Conclusie parkeren Gelet op vorenstaande vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor onderhavig project.

6.5

Waterhuishouding

6.5.1 Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma laat de ontwikkelingen binnen het waterdomein zien en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De hoofdlijnen van het Nationaal Waterprogramma luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatverandering. Het Nationaal Waterprogramma kent een looptijd van 2022 tot 2027 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheersplannen. 6.5.2 Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is.

Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en – plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 6.5.3 Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp.

Sinds de nieuwe keur van april 2019 dienen alle plannen te worden voorgelegd aan het waterschap Limburg. Het waterschap geeft haar advies over de plannen. De hele oppervlakte van de nieuw woning dient te worden gezien als nieuw verhard oppervlakte en daarom dient het hemelwater te worden verwerkt in het plangebied. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dienen gedimensioneerd te worden 100 mm in 24 uur met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur.

38

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

6.5.4 Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met afval- en hemelwater binnen onderhavig plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige ontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Roerdalen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verharding Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening op het perceel. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat. Ter plekke van onderhavig projectlocatie wordt één woning voorzien.

Om het hemelwater op te vangen, dient op de kavel een hemelwatervoorziening te worden gecreëerd. Het verharde oppervlak in de nieuwe situatie bedraagt circa 385 m² (dakvlak en verhardingen) De hemelwatervoorziening dient derhalve een inhoud te hebben van circa 385 x 0,1 (100 mm) = 38,5 m³. Uitwerking hemelwatervoorziening In de tuin van de nieuw op te richten woning is voldoende ruimte aanwezig om een hemelwatervoorziening te creëren. Ter plekke kan bijvoorbeeld worden voorzien in infiltratiekratten dan wel een natuurlijke waterbuffer op basis waarvan het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren in de bodem. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening wordt alleen schoon hemelwater opgevangen, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van niet-uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat – bij het treffen van de juiste maatregelen – hiervan geen sprake zal zijn.

6.5.5 Conclusie Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavig project.

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

39

6.6

Natuurbescherming

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. 6.6.1 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het 'nee, tenzij-principe'. Blijkens de kaart 'Natuur' van het Ovl2021 is onderhavige plangebied niet gelegen binnen een onderdeel van het 'Natuurnetwerk' (NNN).

Uitsnede kaart 'Natuur' Ovl 2021 met aanduiding projectgebied

40

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

6.6.2 Natura2000 Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient onderzocht te worden of er voor de planontwikkeling een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het zuidoostelijk gelegen 'Roerdal'. Dit Natura-2000 gebied ligt op circa 0,8 km van onderhavig projectgebied. Aangezien onderhavig woningbouwproject ziet op het realiseren van één woning kan niet worden uitgesloten dat onderhavige ontwikkeling invloed heeft op Natura 2000 gebieden.

Uitsnede kaart 'Natuur' Ovl 2021 met ligging projectgebied ten opzichte van Natura2000 6.6.3 Mogelijke effecten voor Natura 2000-gebieden Effecten kunnen in beginsel alleen optreden door zogenaamde externe werking, waarbij veranderingen en activiteiten binnen de locatie kunnen leiden tot veranderingen van de milieusituatie in de natuurgebieden. Voor onderhavig planvoornemen betreft het de uitstoot van stikstof als gevolg van de realisatie en het gebruik ervan. Dit betekent dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist als gevolg van de uitstoot van stikstof tijdens de realisatiefase en het gebruik van de woning na de realisatie. Derhalve is door Aelmans ROM B.V. een stikstofonderzoek uitgevoerd voor zowel de realisatiefase en de gebruiksfase. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 4. Uit de resultaten van het onderzoek naar de invloed van NOx- en NH3-emissie van de realisatie- en gebruiksfase op Natura 2000-gebieden blijkt, dat er als gevolg van de realisatiefase en de gebruiksfase in de nieuwe situatie geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is derhalve niet nodig.

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

41

6.6.4 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet tevens duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is eveneens vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is de implementatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor wat betreft de soortenbescherming. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. In ruimtelijke plannen mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing zal worden verleend. De provincie Limburg beschikt over diverse in kaart gebrachte natuurgegevens per kilometerhok. Deze informatie is digitaal raadpleegbaar via www.natuurgegevensprovincielimburg.nl. In de omgeving is blijkens de provinciale natuurgegevens - sprake van recent waargenomen (beschermde soorten) flora en/of fauna. Echter, ter plaatse van onderhavig projectgebied, is geen sprake van beschermde soorten flora en/of fauna.

Daarnaast is het projectgebied geheel in gebruik als tuin en is, gelet op de regelmatige snoei, onderhoud en maaiwerkaamheden, de kans op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna zodanig klein dat ecologisch onderzoek achterwegen kan blijven. Standaard geldt voor het projectgebied de algemene zorgplicht zoals die in Wet natuurbescherming centraal staat (artikel 1.11 Wnb). Dit houdt in dat voorafgaand aan een ingreep alle maatregelen genomen dienen te worden om nadelige gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Bovendien moeten de handelingen in logisch verband staan met de ontwikkeling en geen doel op zich vormen. Deze zorgplicht geldt ten allen tijde, ook indien een ontheffing of vrijstelling is verleend. 6.6.5 Landschappelijke inpassing Het kwaliteitskader richt zich op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen. Ter compensatie van de nieuwe ontwikkeling wordt op de volgende twee manieren een kwaliteitsbijdrage geleverd. Ten eerst is, zoals aangegeven in paragraaf 4.4.2. in het kader van het kader van het kwaliteitsmenu een landschappelijk inpassingsplan vervaardigd.

Betreffend inpassingsplan is opgenomen als Bijlage 7 Op basis van de adviesbrief zijn naast het Kwaliteitskader Roerdalen een aantal aanvullende uitgangspunten meegenomen in de uitwerking van het inpassingsplan. Door de ligging aan de rand van de kern Herkenbosch, gedeeltelijk in de kern en gedeeltelijk in het buitengebied, is het noodzakelijk een inpassingsplan op te stellen. Het projectgebied wordt deels omgeven door agrarische percelen. In verband met de (mogelijke) spuitcirkels rond deze percelen is het noodzakelijk om een beschermende haag aan te planten op de perceelsgrens. Daarom wordt rond het perceel een groenblijvende/bladhoudende haag (bv. liguster, Fagus en Ilex aqufolium en/of klimop) aangeplant. Daarmee wordt voorkomen dat drift veroorzaakt door het gebruik van bestrijdingsmiddelen binnen het projectgebied terecht kan komen. Binnen het projectgebied wordt ongeveer 385 m² aan verharding (bebouwing en erfverharding) gerealiseerd. Uitgaand van de eis van het Waterschap Limburg om een bui van 100 mm op eigen terrein te bergen en te laten infiltreren, moet ter plekke een voorziening met een inhoud van 38,5 m³ worden gerealiseerd. Aan de achterzijde van het terrein wordt door middel van een zaksloot met voldoende inhoud hierin voorzien. Financiële bijdrage Daarnaast geldt op grond van tabel 2 van het Kwaliteitskader Roerdalen voor een levensloopbestendige

42

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

woning een aanvullende financiële kwaliteitsbijdrage van €35,- per m² bouwvlak binnen het bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen'. Voor het bouwvlak dat binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdalen - 2de herziening' valt, dient een bijdrage van €100,- per m² bouwvlak worden geleverd. Onderhavig project voorziet in een bouwvlak van circa 120 m ², waarvan 90 m² binnen het bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen' ligt, de overige 30 m² valt binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdalen - 2de herziening'. De financiële kwaliteitsbijdrage voor onderhavig project bedraagt derhalve: 90 x €35,- = €3.150,30 x €100,- = €3.000,Totaal: €6.150,-. De daadwerkelijke realisatie en duurzame instandhouding van de inpassingsmaatregelen wordt middels voorliggend bestemmingsplanprocedure publiekrechtelijk geborgd middels het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de te verlenen omgevingsvergunning. 6.6.6 Conclusie natuurbescherming Gelet op vorenstaande vorm het aspect natuurbescherming geen belemmering voor het beoogd project.

6.7

Duurzaamheid

Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. In onderhavig geval zullen de volgende duurzaamheidsmaatregelen getroffen worden: lucht-water warmtepomp; zonnepanelen; lage temperatuurverwarming; isolatieschil conform de huidige standaarden; gasloos; tripel beglazing; infiltratievoorziening; Middels voornoemde maatregelen zal de woning voorzien zijn van het energielabel A ++++ welke op het moment gekenmerkt wordt als het beste energielabel. Voorts kan door tijdens de bouw zuinig om te gaan met bouwmaterialen voorkomen worden dat er onnodig afval ontstaat.

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

43

44

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van het project dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

7.1

Grondexploitatie

7.1.1 Algemeen Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.4 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijke instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. Onderhavig planvoornemen en de daarmee samenhangende kosten zij voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Het opstellen van een exploitatieplan is daarmee verder niet aan de orde.

Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt een privaatrechtelijke overeenkomst, waaronder een planschadeverhaalovereenkomst afgesloten, waarin afspraken zijn vastgelegd aangaande mogelijke uit het plan voortvloeiende kosten (zoals planschade- en ontwikkelingskosten). De initiatiefnemer ontwikkelt de locatie voor eigen rekening en risico, waarmee sprake is van een financieel uitvoerbaar plan.

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

45

7.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geldende schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedure voor vaststelling van een omgevingsvergunning zijn door de wetgever geregeld. Tussen de gemeente en verschillende instanties moet overleg over het plan worden gevoerd alvorens een ontwerp omgevingsvergunning ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid krijgen om hun visie omtrent het plan te geven. Daartoe dient een omgevingsdialoog gevoerd te worden. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot de verlening van de omgevingsvergunning van start gaan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft in het belang van het planvoornemen de omwonenden bezocht en het plan kenbaar gemaakt. Tot op heden zijn er nog geen negatieve reactie op het plan gekomen. Een en ander is verwerkt in een verslag van het omgevingsdialoog en aangeboden aan de gemeente. Op grond van de gevoerde omgevingsdialoog behoeft niet te worden verwacht dat omwonenden zich zullen verzetten tegen onderhavig planvoornemen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1. Bro moet vooroverleg worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het Waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. Gelet op de conclusies in hoofdstuk 3 'Beleid' zijn er naar verwachting geen nationale en provinciale belangen in het geding.

Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning heeft vanaf [datum] voor een periode van 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen de ontwerpomgevingsvergunning [wel/geen] zienswijzen ingediend.

46

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

Hoofdstuk 8 conclusies

Afweging van belangen en

Initiatiefnemer is voornemens om aan de Stationsweg 65 een levensloopbestendige woning te bouwen. Het realiseren van de nieuwe woning is op grond van de ter plekke geldende bestemmingsplannen 'Kernen Roerdalen' inclusief 1e herziening en het bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdalen 2e herziening' niet mogelijk. Er zijn geen binnenplanse afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden om het voornemen alsnog te faciliteren. Er dient zodoende buitenplans te worden afgeweken van het bestemmingsplan middels een procedure afwijken bestemmingsplan. Ten behoeve daarvan dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld waarin wordt aangetoond dat de nieuwbouw op onderhavige locatie niet bezwaarlijk is. Tegen het project bestaat vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar aangezien aan de volgende uitgangspunten c.q.

randvoorwaarden wordt voldaan: het project is niet strijdig met het Rijks-, provinciale en regionale beleid; het project past binnen het gemeentelijke beleid en voldoet aan de door de gemeente gestelde randvoorwaarden; door de realisering van het project treden er geen conflicterende belangen op ten aanzien van bedrijven en woningen in de omgeving; de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid vormen geen beletsel voor de realisatie van het project; het project heeft geen negatieve invloed op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, en natuur en landschap; de financiële consequenties van het project worden volledig gedragen door de initiatiefnemer. Op grond van vorenstaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat bij onderhavig project, ondanks strijdigheid met het geldende bestemmingsplan, sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

47

48

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

Hoofdstuk 9 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Bijlagen

Adviesbrief gemeente Roerdalen [kenmerk: Z22-029624] Rapportage bodemonderzoek [kenmerk: E223430.008/HWO] Rapportage akoestisch onderzoek [kenmerk: M219952.001.001/JME ] Rapportage stikstoftoets [kenmerk: M219952.003.001/FSC ] AERIUS-berekening gebruiksfase [kenmerk: RNZQCkYGWp] AERIUS-berekening bouwfase [kenmerk: RtsyoCmRLch] Inpassingsplan [kenmerk: 20231214_LIP Stationsweg ong. te Herkenbosch]

omgevingsvergunningStationsweg 65 te Herkenbosch

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=606d8a15-e9b8-4a16-af0c-058ba0e7f83d