04 Bijlage 3. Regels
Tekst van het document
6 DECEMBER 2023
BP WATERSCHEI 71 6074 ES MELICK VERBOUWING MUSEUM TOT 10 RECREATIEAPPARTEMENTEN
REGELS
VOF OETSJPANNING “DE MEULEBERG” WATERSCHEI 71 6074 ES MELICK
Bestemmingsplan Waterschei 71 Melick (Horeca met recreatieappartementen) Regels Gemeente Roerdalen Vastgesteld Identificatienummer: NL.IMRO.1669.BPMLK2023Watersc71-VG01 Status: Vastgesteld Datum: 15 september 2021 Ontwerp: 15 augustus 2023 Vaststelling: 29 februari 2024 Beknopte inhoud: Bestemmingsplan ten behoeve van de verbouwing van het voormalige museum aan de Waterschei 71 te Melick tot 10 recreatieappartementen.
Initiatiefnemer en opsteller bestemmingsplan: VOF Oetsjpanning “De Meuleberg” Waterschei 71 6074 ES Melick T: 0475 475901 E: info@demeuleberg.nl (www.demeuleberg.nl) Contactpersoon: Karin van Bommel 1
Inhoudsopgave
pagina
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
3
Artikel 1 Begrippen
3-7
Artikel 2 Wijze van meten
8-9
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
10
Artikel 3 Horeca
10-13
Hoofdstuk 3 Algemene regels
14
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
14
Artikel 5 Algemene bouwregels
15-16
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
17
Artikel 7 Algemene aanduidingsregels
18-19
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
20
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels
21
Artikel 10 Overige regels
22
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
23
Artikel 11 Overgangsrecht
23
Artikel 12 Slotregel
23
Bijlagen
24
Bijlage 1 - Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 - Staat van Horeca-activiteiten Bijlage 3 – Kwaliteitskader Roerdalen Bijlage 4 – Herinrichtingsplan
2
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Waterschei 71' met identificatienummer NL.IMRO.1669.BPMLK2023Watersc71-VG01 van de gemeente Roerdalen.
1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.6 bebouwingspercentage het op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage tot waar het bouwperceel maximaal mag worden bebouwd, of wanneer dat in deze regels uitdrukkelijk is bepaald, het percentage tot waar het bouwvlak maximaal mag worden bebouwd.
1.7 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen.
1.8 bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie het bedrijfsmatig exploiteren en beheren van een verblijfsrecreatief complex, gericht op het jaarlijks aanbieden van recreatief verblijf aan meerdere, steeds wisselende personen.
1.9 bedrijfs- of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein.
1.10 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
3
1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.
1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.13 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.14 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of het veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak.
1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.18 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel.
1.19 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.20 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.21 bouwwerk, geen gebouw zijnde elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond dat een niet voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
4
1.22 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.23 gevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
1.24 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk in gebruik is en/of als zodanig valt aan te merken.
1.25 horeca(bedrijf) een bedrijf, in hoofdzaak gericht op: a. het verstrekken van te nuttigen spijzen en/of dranken in gebouwen of op terrassen; b. het verstrekken van nachtverblijf; c.
het verhuren en ter plaatse beschikbaar stellen van zaalruimten;
waarbij de categorie-indeling, zoals opgenomen in de Staat van Horeca-activiteiten zoals opgenomen in bijlage 2, in acht dient te worden genomen.
1.26 kwaliteitskader het kwaliteitskader zoals opgenomen in de Omgevingsvisie 'Roerdalen 2050' zoals vastgesteld op 8 juli 2021.
1.27 milieuhygiënisch inpasbaar een ontwikkeling is milieuhygiënisch inpasbaar indien is aangetoond dat: a. voor milieu gevoelige functies een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; b. omliggende bedrijven niet onevenredige in hun activiteiten worden aangetast; c.
er geen sprake is van significant negatief effecten op Natura 2000-gebied(en);
d. nieuwe functies binnen de ecologische hoofdstructuur niet schadelijk zijn voor de natuur; e. bij het toestaan van nieuwe geluidsgevoelige functies dient te worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere grenswaarde; f.
bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige functies wordt voldaan aan de wettelijke geurnormen of vastgestelde hogere geurnorm;
g. er geen nieuwe kwetsbare objecten binnen 10-6-contour worden gerealiseerd; h. nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt indien hiertoe gewichtige redenen voor aanwezig zijn; i.
de luchtkwaliteit geschikt is voor de gewijzigde functie;
j.
de toename verhard van oppervlak wordt gecompenseerd;
5
k. de capaciteit van de omliggende wegen voldoende is voor veilige afwikkeling van de verkeerstoename; l.
de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie;
m. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de in bijlage 3 opgenomen uitwerking van het kwaliteitskader.
1.28 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.29 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
1.30 peil a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de wegzijde grenst: maximaal 30 cm boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
1.31 perceel een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrasteringen, sloten of greppels.
1.32 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf.
1.33 recreatieappartement een afzonderlijke ruimte in een (deel van een ) gebouw dat blijkens de bestemming uitsluitend is bedoeld voor kortdurend recreatief verblijf, waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.
1.34 standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels.
1.35 terras een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het (horeca)bedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
1.36 verticale bouwdiepte de diepte van een gebouw onder de grond of deels onder de grond (half verdiept).
6
1.37 voorgevel de gevel(s) van een gebouw die is/zijn gelegen in de voorgevelrooijlijn.
1.38 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw word(t)(en)/is/zijn gesitueerd en die is/zijn gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens.
1.39 Wgh-inrichting bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken.
7
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.2 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.3 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.6 de verticale bouwdiepte van een bouwwerk vanaf de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer tot aan de bovenkant van de onderste afgewerkte vloer.
2.7 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, ondergeschikte dakkapellen en gevelopbouwen, gevelen kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt, en de totale oppervlakte van de overschrijding niet meer dan 6 m²
2.8 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij niet meegenomen.
8
2.9 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren.
2.10 bruto vloeroppervlak de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen, dus inclusief bijvoorbeeld ingesloten buitenruimte, trappen, liftkokers, installatieruimten, enz.
2.11 aanvullende meetregels Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels: a. het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de wegzijde grenst: dient te zijn gesitueerd op maximaal 30 cm boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. het peil in andere gevallen: dient te zijn gesitueerd op maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
9
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Horeca 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijven uit categorie 1a en 1b van de Staat van horeca-activiteiten, waaronder een restaurant; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – recreatieve appartementen': 10 recreatieappartementen, met maximaal 30 slaapplaatsen; met de daarbij behorende: c.
voorzieningen, zoals erven, tuinen, speelvoorzieningen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, recreatieve paden en toegangswegen.
3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw en gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het aantal bedrijfswoningen per bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 tenzij door middel van een maatvoeringaanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c.
tevens geldt het bepaalde in tabel 3.1;
Tabel 3.1 max. oppervlak
max. inhoud
max. goothoogte
max. bouwhoogte
-
bestaand
6m
10 m
lichtmasten
-
-
-
5m
vlaggenmasten
-
-
-
8m
erf- en terrein-
-
-
-
2m
-
-
-
3m
100 m2
-
6m
6,5m
-
-
-
2m
overige bedrijfsgebouwen
afscheidingen binnen bouwvlak overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bijbehorende bouwwerken Erf-en terreinafscheidingen buiten bouwvlak - = niet van toepassing
10
3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Ten behoeve van uitbreiding van de bebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder d teneinde de oppervlakte van bedrijfsbebouwing uit te breiden, met inachtneming van het volgende: a. wijziging van de begrenzing van het bouwvlak is alleen toelaatbaar, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; b. de noodzaak tot uitbreiding dient aangetoond te worden door middel van een bedrijfsplan waarbij tevens moet worden aangetoond waarom sloop en herbouw van bedrijfsgebouwen niet tot de mogelijkheden behoort; c.
uitbreiding dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvlak;
d. het bebouwingsoppervlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; e. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen; f.
parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden;
g. de uitbreiding dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; h. er dient voldaan te worden aan de eisen die zijn gesteld in de in bijlage 3 opgenomen uitwerking van het kwaliteitskader.
3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruiken en laten gebruiken van gronden en bouwwerken geldt de volgende regel: a. terrassen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de gronden mogen alleen gebruikt worden ten behoeve van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie - recreatieve appartementen”, indien het herinrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 4 binnen twee jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan gerealiseerd is en in stand gehouden is.
3.5 Wijzigingsbevoegdheid 3.5.1 Ten behoeve van vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van gronden met de bestemming Horeca zodanig wijzigen dat vormverandering van bouwvlakken is toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. vormverandering van het bouwvlak is alleen toelaatbaar, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; b. de omvang van het bouwvlak mag niet worden vergroot;
11
c.
nabijgelegen bedrijven en functies mogen door de verandering niet onevenredig worden belemmerd/gehinderd;
d. de vormverandering van het bouwvlak dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden zoals genoemd in de bestemming Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1, grenzend aan deze bestemming; f.
er dient voldaan te worden aan de eisen die zijn gesteld in de in Bijlage 3 opgenomen uitwerking van het kwaliteitskader.
3.5.2 Ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van gronden met de bestemming Horeca zodanig wijzigen dat – indien sprake is van een algehele beëindiging van de bedrijfsactiviteiten – de in tabel 16.2 genoemde vervolgfuncties zijn toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. de bestemming wordt gewijzigd in een op de vervolgfunctie toegesneden bestemming; b. na de bestemmingswijziging dient een aanduiding te worden opgenomen, waarmee wordt aangegeven dat het voormalige bedrijfsbebouwing betreft; c.
bij wijziging dient bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid zoveel mogelijk overtollige bebouwing gesloopt te worden;
d. buitenopslag is niet toegestaan; e. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van vervolgfuncties mag niet onevenredig groot zijn en de bestaande infrastructuur dient berekend te zijn op de nieuwe activiteit; f.
parkeren dient landschappelijk te worden ingepast en binnen het bouwvlak plaats te vinden;
g. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie die ten dienste staat van de nieuwe hoofdbestemming; h. de vervolgfunctie dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; i.
de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt;
j.
ten behoeve van de vervolgfunctie 'bedrijven behorende tot categorie 1, 2 en 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten' geldt tevens dat activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 niet zijn toegestaan in de gevallen zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage;
k. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden zoals genoemd in de bestemming Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1, grenzend aan deze bestemming; l.
er dient voldaan te worden aan de eisen die zijn gesteld in de in bijlage 3 opgenomen uitwerking van het kwaliteitskader.
12
Tabel 3.2 gronden grenzend aan de bestemming
vervolgfuncties
A-LOG
wonen
AW-L1
- recreatie - toerisme - zorg - wonen
AW-L2
- wonen - bedrijven behorende tot categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat bedrijven gericht op recreatie, toerisme en zorg niet zijn toegestaan - bedrijven behorende tot categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten indien deze qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met categorie 1- en 2bedrijven, met dien verstande dat bedrijven gericht op recreatie, toerisme en zorg niet zijn toegestaan.
AW-NL
- recreatie - toerisme - zorg - wonen
13
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
14
Artikel 5 Algemene bouwregels 5.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c.
Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.
5.2 Afstand van bebouwing tot verharde wegen a. Binnen het bouwvlak moet de bebouwing op een afstand van ten minste 10 m van de as van een verharde weg met een breedte van 10 m of minder worden gebouwd of op een afstand van ten minste 15 m van de as van een verharde weg breder dan 10 m. b. Met dien verstande dat: 1. voor bebouwing, dat bij of krachtens de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan gevolgde de bestemming is toegelaten, maar waarvan de afstand tot de as van de weg kleiner is dan onder a genoemd, geldt dat de bestaande afstand als ten hoogste toelaatbaar wordt aangehouden.
5.3 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 5.3.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels (die zijn neergelegd in CROW publicatie 317, dan wel de opvolger dan die regel) worden nageleefd. 5.3.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 5.3.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m bedragen.
15
5.3.3 Laad- en losruimte Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.3.4 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.3.1 en 5.3.3 indien aangetoond is door initiatiefnemer dat in de directe omgeving (een straal van circa 100 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn en de openbare ruimte niet onevenredig wordt belast. 5.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.
16
Artikel 6 Algemene gebruiksregels a. Het gebruik of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan. b. Het gebruik van recreatieappartementen voor permanente bewoning is niet toegestaan. c.
Het gebruik van recreatieappartementen als huisvesting voor langdurig verblijf, dan wel van werknemers is niet toegestaan.
17
Artikel 7 Algemene aanduidingsregels 7.1 Milieuzone - roerdalslenk III 7.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - roerdalslenk III' gelden voor die gronden in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald de navolgende aanvullende regels. 7.1.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - roerdalslenk III' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. 7.1.3 Uitzonderingen De in artikel 7.4.2 gestelde verboden gelden niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. Indien er bij de werkzaamheden als bedoeld in dit artikel sprake is van een boorput, dienen de doorboorde weerstand biedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, te worden afgedicht met klei of bentoniet.
7.1.4 Afwijken Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de verboden in dit artikel.
7.2 Vrijwaringszone - molenbiotoop Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. In afwijking van hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop' de volgende regels: a. op de voor 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden is, in afwijking van het bepaalde onder de andere daar voorkomende bestemming(en), geen nieuwe bebouwing toegestaan met een hoogte van meer dan 1 bouwlaag en mag de bestaande bebouwing niet worden verhoogd;
18
b. het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder a voor het oprichten van nieuwe bebouwing hoger dan 1 bouwlaag en/of het verhogen van de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop', mits de windvang van de molen daardoor niet onevenredig wordt belemmerd en de toegestane maatvoering van de desbetreffende bestemmingsbepaling in acht wordt genomen.
7.3 Geluidzone - industrie Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen geen nieuwe gevoelige functies worden opgericht.
19
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
8.2 Hogere erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2 teneinde hogere erf- en terreinafscheidingen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. hogere erf- en terreinafscheidingen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
20
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
21
Artikel 10 Overige regels 10.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
22
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; 3. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met ten hoogste 10%; b. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c.
indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Waterschei 71’.
23
Bijlagen regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Staat van Horeca-activiteiten Bijlage 3 Kwaliteitskader Roerdalen Bijlage 4 Herinrichtingsplan
24
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen Versie 1.0 – 30 oktober 2015
Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d
niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag
w j B C D L Z R V G/P
week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) Vuurwerkbesluit van toepassing verkeersaantrekkende werking goederenvervoer/personenvervoer: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking
CATEGORIE
VERKEER
01
01
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW
0112
011, 012, 013, 016
0
Tuinbouw:
0112
0113
4
-
champignonkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
0163
6
-
bloembollendroog- en prepareerbedrijven
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
011
7
-
witlofkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
014
016
0
Dienstverlening ten behoeve van de landbouw:
014
016
1
-
algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
016
2
-
algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
014
016
-
algemeen met opslag bestrijdingsmiddelen > 10 ton: zie SBI-code 51.55
014
016
3
-
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
016
4
-
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
0142
0162
30
10
30
C
0
30
2
1 G
05
03
0501.2
0312
50
0
50
C
10
50
3.1
1 G
0502
032
0
Vis- en schaaldierkwekerijen
0502
032
1
-
oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven
100
30
50
C
0
100
3.2
1 G
0502
032
2
-
visteeltbedrijven
50
0
50
C
0
50
3.1
1 G
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
101
5
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1.000 m²
50
0
50
C
30
50
3.1
1 G
151
101
6
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
30
0
50
10
50
3.1
1 G
151
101, 102
7
-
loonslachterijen
50
0
50
10
50
3.1
1 G
151
108
8
-
50
0
50
10
50
3.1
2 G
152
102
0
KI-stations -
AFSTANDEN IN METERS
INDICES AFSTAND
GROOTSTE
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-2008 VNG-VNGVNG-nr.
SBI-1993
GEVAAR
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
STOF
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
GEUR
2
D
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Binnenvisserijbedrijven
vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven:
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
102
6
-
1531
1031
0
Aardappelproductenfabrieken:
1531
1031
2
-
1551
1051
0
Zuivelproducten fabrieken:
1552
1052
2
-
1581
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
-
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
10821
3
-
1584
10821
6
-
1585
1073
17
13
173
133
174,175
139
176,177
139, 143
18
14
181
141
182 183 19
15
192
151
193
152
20
16
INDICES
3.1
1 G
50
3.1
1 G
0
30
2
1 G
10
30
2
1 G
30
10
30
2
1 G
10
30
10
30
2
1 G
30
10
10
50
3.1
2 G
50
0
50
10
50
3.1
2 G
10
0
50
10
50
3.1
1 G
0
10
50
10
50
3.1
1 G
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50
0
50
3.1
1 G
141
Vervaardiging van kleding en –toebehoren (exclusief van leer)
10
10
30
10
30
2
2 G
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
50
10
10
10
50
3.1
1 G
Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)
50
10
30
10
50
3.1
2 G
Schoenenfabrieken
50
10
50
10
50
3.1
2 G
GEUR
STOF
50
10
30
50
10
50
50
10
0
30
30
10
30
30
10
30 50
Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² v.c. < 7.500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens cacao- en chocoladefabriek en vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² suikerwerkfabrieken zonder suikerbranden: p.o. <= 200 m²
Deegwarenfabrieken -
-
-
-
C
R
AFSTAND
50
GELUID
10
VNG-VNGVNG-nr.
VERKEER
152
AFSTANDEN IN METERS CATEGORIE
OMSCHRIJVING
GROOTSTE
SBI-2008
GEVAAR
SBI-1993
3
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING)
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN
D
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
16102
2
-
202
1621
203,204,205
162
0
203,204,205
162
1
205
162902
21
17
-
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2112
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1712
1
-
212
172
22
18
2222.6
18129
2223
1814
A
2223
1814
B
2224
0
50
VERKEER
0
CATEGORIE
16102
100
3.2
2 G
AFSTAND
2010.2
GROOTSTE
16101
INDICES
GEVAAR
2010.1
AFSTANDEN IN METERS GELUID
OMSCHRIJVING STOF
SBI-2008 VNG-VNGVNG-nr.
SBI-1993
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
GEUR
4
DERGELIJKE Houtzagerijen met zoutoplossingen
100
50
R
10
30
50
10
50
3.1
2 G
100
30
100
10
100
3.2
3 G
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
0
30
100
0
100
3.2
2 G
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
0
30
50
0
50
3.1
1 G
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
10
30
0
30
2
1 G
50
30
50
C
30
R
50
3.1
1 G
30
30
100
C
30
R
100
3.2
2 G
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
30
2
1 P
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
1 G
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2 G
1813
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
2 G
2225
1814
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30
2
2 G
223
182
Reproductiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
1 G
2442
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
2120
1
-
formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50
50
R
50
3.1
2 G
2442
2120
2
-
2464
205902
2466
205903
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
p.c. < 3 ton/uur
Papier- en kartonwarenfabrieken -
A
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
D
verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
2 G
Fotochemische productenfabrieken
50
10
100
50
R
100
3.2
3 G
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50
10
50
50
R
50
3.1
3 G
STOF
CATEGORIE
VERKEER
2512
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
221102
1
-
vloeroppervlak < 100 m²
50
10
30
30
50
3.1
1 G
2512
221102
2
-
vloeroppervlak >= 100 m²
200
50
100
50
R
200
4.1
2 G
2513
2219
100
10
50
50
R
100
3.2
1 G
252
222
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
252
222
3
-
50
30
50
30
50
3.1
2 G
26
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
261
231
0
Glasfabrieken:
261
231
4
-
500
200
300
500
5.1
2 G
2612
231
10
30
30
10
30
2
1 G
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
232, 234
1
-
10
10
30
10
30
2
1 G
28
25, 31
-
VERVAARDIGING EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCLUSIEF MACHINES/TRANSPORTMIDDELEN)
284
255, 331
B1
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen en dergelijke, p.o. < 200 m²
30
30
50
10
50
D
3.1
1 G
2852
2562, 3311
2
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. < 200 m²
10
30
50
10
50
D
3.1
1 G
287
259, 331
B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. < 200 m²
30
30
50
10
50
3.1
1 G
29
27, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN
29
27, 28, 33
0
Machine- en apparatenfabrieken, inclusief reparatie:
29
27, 28, 33
30
30
50
30
50
3.1
1 G
30
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken, inclusief reparatie
30
10
30
10
30
2
1 G
Rubberartikelenfabrieken productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 ton/jaar
Glas-in-loodzetterij
-
vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
reparatie van machines en apparaten, zonder proefdraaien verbrandingsmotoren = 1 MW
AFSTANDEN IN METERS
INDICES
GEVAAR
GELUID C
Z
50
R
AFSTAND
SBI-2008
GROOTSTE
SBI-1993
VNG-VNGVNG-nr.
OMSCHRIJVING
5
GEUR
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
D
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
OMSCHRIJVING
31
26, 27, 33
316
293
32
26, 33
321 t/m 323
261, 263, 264, 331
3210
2612
33
26, 32, 33
-
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
33
26, 32, 33
A
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten en dergelijke, inclusief reparatie
35
30
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCLUSIEF AUTO'S, AANHANGWAGENS)
351
301, 3315
0
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
351
301, 3315
1
-
351
301, 3315
2
351
301, 3315
352
302, 317
0
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
352
302, 317
1
-
354
309
355
3099
36
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
310
1
361
9524
2
50
3.1
1 G
0
30
2
1 G
50
10
50
3.1
2 G
50
100
50
100
3.2
2 G
50
50
30
50
3.1
2 G
50
30
100
30
100
3.2
2 G
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
30
10
100
30
3.2
2 G
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
30
30
100
30
100
D
3.2
2 G
Meubelfabrieken
50
50
100
30
100
D
3.2
2 G
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²
0
10
10
0
10
1
1 P
30
10
30
Vervaardiging van audio-, video- en telecommunicatieapparatuur en dergelijke, inclusief reparatie
30
0
50
30
50
Fabrieken voor gedrukte bedrading
50
10
50
30
30
0
30
houten schepen
30
30
-
kunststof schepen
100
-
onderhoud/reparatie metalen schepen < 25 m, incidenteel bouwen
30
AFSTAND
GROOTSTE
2 G
GEVAAR
3.1
STOF
1 G
GEUR
2
10
VERVAARDIGING VAN OVERIGE ELEKTRISCHE MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN Elektrotechnische industrie n.e.g.
-
INDICES
30
VNG-VNGVNG-nr. -
AFSTANDEN IN METERS
VERKEER
SBI-2008
CATEGORIE
SBI-1993
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
GELUID
6
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOMMUNICATIEAPPARATEN EN BENODIGDHEDEN
algemeen
R
R
D
100
STOF
GEVAAR
GROOTSTE
CATEGORIE
VERKEER
362
321
Fabricage van munten, sieraden en dergelijke
30
10
10
10
30
2
1 G
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30
10
30
2
2 G
364
323
Sportartikelenfabrieken
30
10
50
30
50
3.1
2 G
365
324
Speelgoedartikelenfabrieken
30
10
50
30
50
3.1
2 G
3661.1
32991
Sociale werkvoorziening
0
30
30
0
30
2
1 P
3661.2
32999
Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
30
10
50
30
50
3.1
2 G
40
35
-
PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
40
35
B0
Bio-energieinstallaties elektrisch vermogen < 50 MWe:
40
35
B1
-
100
50
100
30
R
100
3.2
2 G
40
35
B2
-
50
50
100
30
R
100
3.2
2 G
40
35
C0
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
40
35
C1
-
< 10 MVA
0
0
30
C
10
30
2
1 P
40
35
C2
-
10 - 100 MVA
0
0
50
C
30
50
3.1
1 P
40
35
C3
-
100 - 200 MVA
0
0
100
C
50
100
3.2
1 P
40
35
D0
Gasdistributiebedrijven:
40
35
D3
-
gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties, categorie A
0
0
10
C
10
10
1
1 P
40
35
D4
-
gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), categorie B en C
0
0
30
C
10
30
2
1 P
40
35
D5
-
gasontvang- en -verdeelstations, categorie D
0
0
50
C
50
50
3.1
1 P
40
35
E0
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
40
35
E1
-
stadsverwarming
30
10
100
C
50
100
3.2
1 P
40
35
E2
-
blokverwarming
10
0
30
C
10
30
2
1 P
41
36
-
WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER
41
36
A0
Waterwinning-/bereidingbedrijven:
41
36
A2
-
10
0
50
C
30
50
3.1
1 G
41
36
B0
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, gft en reststromen voedingsindustrie vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa
bereiding met chloorbleekloog en dergelijke en/of straling
AFSTANDEN IN METERS
INDICES
R
AFSTAND
SBI-2008
GELUID
SBI-1993
VNG-VNGVNG-nr.
OMSCHRIJVING
7
GEUR
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
D
VERKEER
INDICES
41
36
B1
-
< 1 MW
0
0
30
C
10
30
2
1 P
41
36
B2
-
1 - 15 MW
0
0
100
C
10
100
3.2
1 P
41
36
B3
-
>= 15 MW
0
0
300
C
10
300
4.2
1 P
45
41, 42, 43
-
BOUWNIJVERHEID
45
41, 42, 43
45
41, 42, 43
0
-
bouwbedrijven/aannemers algemeen: b.o. > 2.000 m²
10
30
100
10
100
3.2
2 G
45
41, 42, 43
1
-
bouwbedrijven/aannemers algemeen: b.o. > 1.000 m²: b.o. <= 2.000 m²
10
30
50
10
50
3.1
2 G
45
41, 42, 43
2
-
bouwbedrijven/aannemers algemeen: b.o. <= 1.000 m²
0
10
30
10
30
2
1 G
453
432
Bouwinstallatie algemeen
10
10
30
30
30
2
1 G
453
4322
Installatie sanitair/centrale verwarmingsapparatuur indien met spuiterij
50
30
50
30
50
3.1
1 G
453
4321
Elektrotechnische installatie
10
10
30
10
30
2
1 G
50
45, 47
501, 502, 504
451, 452, 454
Groothandel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
10
0
30
10
30
2
2 P
501
451
Groothandel in vrachtauto's (inclusief import en reparatie)
10
10
100
10
100
3.2
2 G
5020.4
45204
A
Autoplaatwerkerijen
10
30
100
10
100
3.2
1 G
5020.4
45204
B
Autobeklederijen
0
0
10
10
10
1
1 G
5020.4
45204
C
Autospuitinrichtingen
50
30
30
30
50
3.1
1 G
5020.5
45205
Autowasserijen
10
0
30
0
30
2
3 P
503, 504
453
Groothandel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
0
0
30
10
30
2
1 P
51
46
-
GROOTHANDEL EN OPSLAG
5121
4621
0
Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders
30
30
50
30
50
3.1
2 G
5122
4622
Groothandel in bloemen en planten
10
10
30
5123
4623
Groothandel in levende dieren
50
10
100
5124
4624
Groothandel in huiden, vellen en leder
50
0
30
GEVAAR
AFSTAND
AFSTANDEN IN METERS GELUID
OMSCHRIJVING
GROOTSTE
SBI-2008 VNG-VNGVNG-nr.
SBI-1993
CATEGORIE
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
STOF
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
GEUR
8
Bouwbedrijven/aannemers algemeen
-
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
C
R
R
0
30
2
2 G
0
100
3.2
2 G
0
50
3.1
2 G
CATEGORIE
VERKEER
INDICES
46217, 4631
Groothandel in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptieaardappelen
30
10
30
50
R
50
3.1
2 G
5132, 5133
4632, 4633
Groothandel in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën
10
0
30
50
R
50
3.1
2 G
5134
4634
Groothandel in dranken
0
0
30
0
30
2
2 G
5135
4635
Groothandel in tabaksproducten
10
0
30
0
30
2
2 G
5136
4636
Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
30
2
2 G
5137
4637
Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen
30
10
30
0
30
2
2 G
5138, 5139
4638, 4639
Groothandel in overige voedings- en genotmiddelen
10
10
30
10
30
2
2 G
514
464, 46733
Groothandel in overige consumentenartikelen
10
10
30
10
30
2
2 G
5148.7
46499
0
Groothandel in vuurwerk en munitie:
5148.7
46499
1
-
consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton
10
0
30
10
V
30
2
2 G
5148.7
46499
2
-
consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton
10
0
30
50
V
50
3.1
2 G
5148.7
46499
5
-
munitie
0
0
30
30
30
2
2 G
5151.1
46711
0
Groothandel in vaste brandstoffen:
5151.1
46711
1
-
10
50
50
30
50
3.1
2 P
5151.2
46712
0
Groothandel in vloeibare brandstoffen:
5151.2
46712
-
ondergronds, K1/K2/K3-klasse
10
0
10
10
10
1
1 G
5151.2
46712
-
bovengronds, K1/K2-kl.: o.c. < 10 m³
10
0
10
50
R
50
3.1
1 G
5151.2
46712
-
bovengronds, K1/K2-kl.: o.c. 10 - 1.000 m³
30
0
30
100
R
100
3.2
1 G
5151.2
46712
-
bovengronds, K3-klasse: o.c. < 10 m³
10
0
10
10
30
2
1 G
5151.2
46712
-
bovengronds, K3-klasse: o.c. 10 - 1.000 m³
30
0
30
50
3.1
1 G
5151.2
46712
1
-
o.c. > 1.000 m³, < 100.000 m³
50
0
50
200
R
200
D
4.1
2 G
5151.2
46712
2
-
o.c. >= 100.000 m³
100
0
50
500
R
500
D
5.1
2 G
5151.2
46712
3
-
tot vloeistof verdichte gassen
50
0
50
300
R
300
D
4.2
2 G
5151.2
46712
0
Groothandel in gasvormige brandstoffen (butaan, propaan, lpg (in tanks)):
5151.2
46712
-
bovengronds, < 2 m³
0
0
0
30
30
2
1 G
5151.2
46712
-
bovengronds, 2 - 8 m³
10
0
0
50
R
50
3.1
1 G
5151.2
46712
-
bovengronds, 8 - 80 m³
10
0
10
100
R
100
3.2
1 G
GEVAAR
AFSTAND
STOF
5125, 5131
klein, lokaal verzorgingsgebied
AFSTANDEN IN METERS GROOTSTE
SBI-2008
GELUID
SBI-1993
VNG-VNGVNG-nr.
OMSCHRIJVING
9
GEUR
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
50
10
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
OMSCHRIJVING
5151.2
46712
5151.2
46712
5151.2
46712
-
5151.2
46712
-
5151.2
46712
Niet-reactieve gassen (inclusief zuurstof), gekoeld
5152.2 /.3
46722, 46723
Groothandel in metalen en -halffabrikaten
5153
4673
0
Groothandel in hout en bouwmaterialen:
5153
4673
1
-
5153
4673
2
-
5153.4
46735
4
Zand en grind:
5153.4
46735
5
-
5153.4
46735
6
-
5154
4674
0
Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
5154
4674
1
-
5154
4674
2
-
5155.2 5155.2
AFSTANDEN IN METERS
INDICES
10
1
1 G
30
2
1 G
50
3.1
1 G
10
100
3.2
2 G
50
10
50
3.1
2 G
30
10
30
2
1 G
30
100
0
100
3.2
2 G
0
10
30
0
30
2
1 G
algemeen: b.o. > 2.000 m²
0
0
50
10
50
3.1
2 G
algemeen: b.o. <= 2.000 m²
0
0
30
0
30
2
1 G
46752
Groothandel in kunstmeststoffen
30
30
30
30
30
2
1 G
46752
Groothandel in bestrijdingsmiddelen in emballage of in gasflessen
5155.2
46752
-
kleine hoeveelheden < 10 ton
0
0
0
10
10
1
1 G
5155.2
46752
-
beperkte hoeveelheden (< 150 ton) en hoog beschermingsniveau
0
0
0
30
30
2
1 G
5156
4676
Groothandel in overige intermediaire goederen
10
10
30
10
30
2
2 G
5157
4677
0
Autosloperijen: b.o. > 1.000 m²
10
30
100
30
100
3.2
2 G
5157
4677
1
-
10
10
50
10
50
3.1
2 G
5157.2/3
4677
0
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1.000 m²
10
30
100
10
100
3.2
2 G
5157.2/3
4677
1
-
10
10
50
10
50
3.1
2 G
518
466
0
Groothandel in machines en apparaten:
518
466
1
-
machines voor de bouwnijverheid
0
10
100
10
100
3.2
2 G
518
466
2
-
overige
0
10
50
0
50
3.1
2 G
STOF
GEVAAR
GEUR
0
10
50
kleine hoeveelheden < 10 ton
0
0
0
10
beperkte hoeveelheden (< 150 ton) en hoog beschermingsniveau
10
0
10
30
10
0
10
50
0
10
100
algemeen: b.o. > 2.000 m²
0
10
algemeen: b.o. <= 2.000 m²
0
10
algemeen: b.o. > 200 m²
0
algemeen: b.o. <= 200 m²
R
AFSTAND
1G G
10
ondergronds, < 80 m³
GROOTSTE
3.1
0
GELUID
50
VNG-VNGVNG-nr.
VERKEER
SBI-2008
CATEGORIE
SBI-1993
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
Gasvormige brandstoffen in gasflessen
autosloperijen: b.o. <= 1.000 m² overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1.000 m²
R
R
R
D
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
47
527
952
60
49
6022
493
6023
493
6024
494
6024
30
0
30
2
1 G
0
30
0
30
2
2 G
0
0
10
10
10
1
1 P
Taxibedrijven
0
0
30
C
0
30
2
2 P
Touringcarbedrijven
10
0
100
C
0
100
3.2
2 G
0
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1.000 m²
0
0
100
C
30
100
3.2
3 G
494
1
-
0
0
50
C
30
50
3.1
2 G
63
52
-
DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN HET VERVOER
631
522
Loswal
10
30
50
3.1
2 G
6312
52102, 52109
A
Distributiecentra, pak- en koelhuizen
30
10
50
C
50
3.1
2 G
6312
52109
B
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30
C
10
30
2
2 G
6321
5221
2
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)
10
0
100
C
30
100
3.2
2 G
6321
5221
3
Caravanstalling
10
0
30
C
10
30
2
2 P
71
77
-
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
7133
7733
10
0
30
10
2
2 G
74
63, 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82
747
812
50
10
30
30
3.1
1 P
-
overig met oppervlak <= 2.000 m²
Overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden en dergelijke) -
REPARATIE TEN BEHOEVE VAN PARTICULIEREN Reparatie ten behoeve van particulieren (exclusief auto's en motorfietsen)
-
VERVOER OVER LAND
goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. <= 1.000 m²
Verhuurbedrijven voor kantoormachines en computers
-
AFSTAND
10
0
3
GELUID
0
VNG-VNGVNG-nr.
VERKEER
52
CATEGORIE
466, 469
INDICES GROOTSTE
466
519
AFSTANDEN IN METERS GEVAAR
518
OMSCHRIJVING STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
11
30
50 R
50
D
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
Reinigingsbedrijven voor gebouwen
50
D
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
Foto- en filmontwikkelcentrales
10
0
30
82992
Veilingen voor huisraad, kunst en dergelijke
0
0
10
90
37, 38, 39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9001
3700
B
Rioolgemalen
30
0
10
9002.1
381
A
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven en dergelijke
50
30
50
9002.1
381
B
Gemeentewerven (afvalinzameldepots)
30
30
50
30
C
C
10
30
2
2 G
0
10
1
2 P
0
30
2
1 P
10
50
3.1
2 G
50
3.1
2 G
R
AFSTAND
VERKEER
74203
7484.4
CATEGORIE
7481.3
INDICES GROOTSTE
AFSTANDEN IN METERS GEVAAR
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-2008 VNG-VNGVNG-nr.
SBI-1993
STOF
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
GEUR
12
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
13
14
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
Bijlage 2 Staat van Horeca-activiteiten Categorie I 'lichte horeca' Bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a. Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca 1b. Overige lichte horeca 1c. Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking •
bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m²;
•
restaurant met bezorg- en/of afhaalservice.
Categorie 2 'middelzware horeca' Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken. Categorie 3 'zware horeca' Bedrijven die voor een goed functioneren ook 'snachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: •
dancing;
•
discotheek;
•
nachtclub;
•
partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).
Bijlage II Kwaliteitskader Roerdalen Het Kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger/opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu / Gemeentelijk Kwaliteitsmenu uit de Structuurvisie Roerdalen 2030. Het Kwaliteitskader Roerdalen is pas van toepassing nadat er een positieve grondhouding ten aanzien van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is aangenomen. Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Verstening/ verharding van het buitengebied welke niet rechtstreeks is toegestaan moet altijd ruimtelijk en landschappelijk worden ingepast. Daarnaast is het kwaliteitskader voor het thema woningbouw òòk van toepassing op het stedelijke gebied. De essentie is verder dat de beoogde ontwikkelingen gepaard moeten gaan met ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van bijvoorbeeld natuurontwikkeling en/of ontstening. Dit ter compensatie van het door de ontwikkeling optredende verlies aan omgevingskwaliteit.
Op basis van het nog op te stellen omgevingsplan blijkt nog voor welke ontwikkelingen dit gaat gelden, in ieder geval altijd bij complexe vergunningaanvragen en als er sprake is van een aanpassing van het omgevingsplan. Kenmerkend voor deze ruimtelijke ontwikkelingen is dat het veelal nieuwe functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving. Het kwaliteitskader is van toepassing op het buitengebied. Dit betreft het gebied dat gelegen is buiten de grens van de kernen zoals opgenomen in de kaarten (bijlage 4). Op onderdelen is het doorgetrokken naar het stedelijk gebied (onze kernen). Het gaat daarbij om ontwikkelingen die ruimtelijkfunctioneel wel toelaatbaar zijn, maar een zodanig ruimtebeslag hebben dat compensatie wenselijk is. Om die reden wordt er een (financiële) kwaliteitsbijdrage gevraagd om een investering elders in het stedelijk gebied te kunnen doen ter compensatie. De werking en toepassing van het Kwaliteitskader Roerdalen wordt nader toegelicht.
Kwaliteitsverbetering op hoofdlijnen
De voorwaarden voor de kwaliteitsverbeteringen zijn als volgt: · Ter plaatse van de ontwikkeling zelf dient altijd voldoende landschappelijke en ruimtelijke inpassing plaats te vinden; · De kwaliteitsverbeteringen zijn fysiek ruimtelijk van aard en komen ten goede aan de verbetering van de kwaliteit van het buitengebied of de kern (afhankelijk van het type ontwikkeling); · Het dient bij de kwaliteitsverbetering te gaan om aanvullende verbeteringen. Zaken waarvoor al middelen gereserveerd zijn komen niet in aanmerking (hetzelfde geldt voor een basis landschappelijke inpassing); · De kwaliteitsverbeteringen dienen in tijd en plaats een verband te hebben met de ingreep/ ontwikkelingen; · De kwaliteitsverbetering is kwantificeerbaar. Het uitgangspunt is dat de negatieve gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied of de kern gecompenseerd wordt. Via de kwaliteitsbijdrage wordt de ingreep in de ruimtelijke omgeving (over) gecompenseerd. Met de kwaliteitsbijdrage worden aanvullende maatregelen uitgevoerd zodat per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering. De kwaliteitsbijdrage is afhankelijk van de soort ontwikkeling en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De landschappelijke en ruimtelijke inpassing vindt altijd ter plaatse plaats.
68
Modules kwaliteitskader Roerdalen
De ontwikkelingen mogen niet rechtstreeks in het bestemmingsplan/ omgevingsplan toegelaten zijn. Kwalitatieve voorwaarden kunnen alleen worden gesteld aan het (toch) toestaan van de ontwikkeling. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op een hoeveelheid te slopen bebouwing, een hoeveelheid te realiseren groen of een bedrag waarmee specifieke projecten gerealiseerd worden. De verschillende ontwikkelingsmogelijkheden zijn, grotendeels op basis van het (voorheen) Limburgs Kwaliteitsmenu, onderverdeeld in zogenaamde ‘modules’. In deze alinea zijn de verschillende modules benoemd die Roerdalen wenst te gebruiken. De definities zijn in de begrippenlijst van de omgevingsvisie opgenomen. De gemeentelijke ontwikkelmodules in het buitengebied: 1. Landgoederen 2. Gebiedseigen recreatie en toerisme 3. Niet-gebiedseigen recreatie en toerisme 4. Agrarische (en agrarisch aanverwante) bedrijven 5. Glastuinbouw 6. Bedrijventerreinen 7. Solitaire (commerciële) bedrijven/kantoren (niet aan huis) 8. (Solitaire) (recreatie)woningen (incl. woningbouwcompensatie) 9. Projectmatige woningbouw / incl. woningbouwcompensatie 10. Overig (gebouwde) functies a. Niet commerciële maatschappelijke voorzieningen b. Commerciële maatschappelijke voorzieningen c. Functiewijziging naar (recreatie)woning d. Functiewijziging naar solitaire kantoren (niet aan huis) e.
Functiewijziging naar gebiedseigen recreatie en\ toerisme (en zorg) f. Functiewijziging naar niet gebiedseigen recreatie en toerisme (en zorg) g. Infrastructuur h. Huisvesting arbeidsmigranten 11. Grootschalige energievoorzieningen De gemeentelijke ontwikkelmodules in bebouwd gebied: 12. Woningen / incl. woningbouwcompensatie 13. Projectmatige woningbouw De tabel op de volgende pagina is een hulpmiddel bij de beoordeling of een module in een gebied positief (groen), negatief (rood) of ertussenin (oranje) beoordeeld wordt. De gebiedstypering komt overeen met de typering zoals opgenomen op visiekaart (hoofdstuk 5). De gebieden gelegen binnen de kerngrenzen zijn weergegeven in bijlage 4. De uiteindelijke afweging hangt ook samen met de omvang van de plannen en de eerste planologische toets.
69
Stappenplan toepassing Kwaliteitskader Roerdalen Op hoofdlijnen werkt het kwaliteitskader als volgt: 1. Beoordelen ruimtelijke wenselijkheid initiatief; 2. Ruimtelijke en landschappelijke inpassing; 3. Bepalen hoogte van de tegenprestatie; 4. Bepalen wijze van tegenprestatie; 5. Fondsafdracht indien (volledige) fysieke compensatie niet mogelijk is.
Stap 1: Beoordelen ruimtelijke wenselijkheid initiatief Indien een ontwikkeling niet passend is in het omgevingsplan wordt op basis van de omgevingsvisie (en ander beleid) en de omvang van de plannen bepaald of een ontwikkeling wenselijk is. Nadat deze ruimtelijke-functionele afweging heeft plaatsgevonden is het vervolgens per gebiedstype verschillend of een ontwikkeling wel, niet of in een bepaalde maat en schaal is toegestaan. Want ook ruimtelijk-kwalitatieve voorwaarden kunnen er toe leiden dat aan bepaalde functies geen ruimte geboden kan worden omdat ze qua schaal en maat niet passen in het landschap. Zonder de kwaliteitsverbeterende maatregelen en/of (financiële) bijdragen zal de ruimtelijke afweging niet positief uitvallen en werkt de gemeente niet mee aan de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij wordt ook gekeken naar de voorgaande tabel. Per ontwikkeling is aangegeven of de grondhouding ten opzichte van de verschillende ontwikkelingsmogelijkheden (ingedeeld in zogenaamde ‘modules’) voor de betreffende categorie positief (groen), negatief (rood) of er tussen in (oranje) is. Een positieve grondhouding betekent dat de gemeente in principe de potentiële ontwikkeling faciliteert. In alle gevallen zijn er voorwaarden verbonden aan de ontwikkeling.
Bij een negatieve grondhouding is de potentiële ontwikkeling niet gewenst en zal de gemeente hieraan geen medewerking verlenen. Stap 2: Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Bij de toepassing van alle modules geldt dat er altijd sprake is van ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het initiatief, evenals zorgen voor de opvang van hemelwater. Indien er sprake is van een ontwikkeling in een cultuurlandschap moet een oppervlakte ter grootte van minimaal 10% van het bouwvlak worden ingezet als inpassing. Bestaand aanwezig kwalitatief en inheems groen telt daarin mee. De omgevingscommissie MER bepaalt of en in welke mate het bestaande groen daarin verankerd kan worden. Voor een ontwikkeling in een bos- en mozaïek landschap is dat ter grootte van minimaal 15% van het bouwvlak en in het beekdallandschap en natuurlandschap minimaal 20% van het bouwvlak. De inpassing hoeft niet in het bouwvlak, maar wel op eigen terrein ter plaatse. Overigens zijn niet alle ontwikkelingen onder een module te scharen (bijvoorbeeld een schuilgelegenheid). In een dergelijke situatie is alleen een ruimtelijke en landschappelijke inpassing noodzakelijk.
70
Stap 3: Bepalen hoogte van de tegenprestatie Vervolgens wordt op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling bepaald welke module van toepassing is en welke tegenprestatie daar tegenover staat. Ruimtelijke- en landschappelijke inpassing van de ontwikkeling is dus altijd van toepassing, evenals zorgen voor de opvang van hemelwater. De aanvullende kwaliteitseisen worden op basis van tabel 2 eerst berekend/gekwantificeerd. In tabel 2 zijn drempelwaarden opgenomen die de minimale bijdrage aangeven, waardoor een minimale kwaliteitsverbetering wordt gegarandeerd. Deze zijn gebaseerd op de bedragen uit het voormalige Limburgs Kwaliteitsmenu. Daarnaast is er in voorkomende gevallen een extra en aanvullende kwaliteitsbijdrage als de ruimtelijke ontwikkeling meer invloed heeft op de omgeving en dientengevolge ook het verlies aan omgevingskwaliteit groter is. Hierbij wordt verwezen naar de tabel 2.
gemeente is aangetoond)
71
72
Stap 4: Bepalen wijze van tegenprestatie Via kwaliteitsverbetering wordt vervolgens de (ruimtelijke) ingreep die door een ontwikkeling plaatsvindt gecompenseerd. Als eerste wordt bekeken of compensatie op eigen terrein mogelijk is. Als dit niet mogelijk is, kan elders in onze gemeente worden gecompenseerd. Is ook dit niet mogelijk, dan kan worden gecompenseerd door een financiële kwaliteitsbijdrage af te dragen in ons gemeentelijke kwaliteitsvoorziening (zie stap 4). In overleg tussen gemeente en initiatiefnemer wordt bepaald of fysieke kwaliteitsverbetering mogelijk is of dat een bijdrage wordt gestort in de Voorziening LKM. Bij gebiedseigen-ontwikkelingen (zoals module gebiedseigen toerisme en recreatie) geldt dat gestreefd wordt naar een kwaliteitsbijdrage ‘in natura’: ter plekke of in hetzelfde landschapstype. Hierbij wordt gedacht aan: • • • • • • • •
Realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie Lijnvormige beplantingselementen Natuurontwikkeling Ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden Afname van bebouwing Saneren bedrijfsbebouwing Stimuleren vernatting Overgang kern-buitengebied
De kwaliteitsverbeterende maatregel moet duurzaam zijn en verzacht waar mogelijk de impact van de ruimtelijke ontwikkeling op het omliggende landschap. Het werken met inheems, gebiedseigen groen is verplicht, het leveren van kwaliteit staat centraal en gestreefd wordt naar natuurlijk materiaalgebruik. Realisatie van de kwaliteitsverbeterende maatregelen dient publiekrechtelijk planologisch geborgd te worden en via een privaatrechtelijke overeenkomst. De kwaliteitsverbeterende maatregel dient binnen één jaar na realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling aangebracht te zijn. De tegenprestatie wordt altijd ter beoordeling voorgelegd aan de omgevingscommissie MER. Het leggen van zonnepanelen wordt ook niet gezien als een kwaliteitsverbeterende maatregelen. Stap 5: Fondsafdracht indien (volledige) fysieke compensatie niet mogelijk is. Het is dus aan de initiatiefnemer om te zorgen dat kwaliteitsverbeteringen in natura plaatsvinden. Pas als aantoonbaar geen fysieke maatregel mogelijk of wenselijk is op die locatie, is een financiële bijdrage in de Voorziening LKM aan de orde. Ruimtelijk/landschappelijke inpassing kan in geld worden gecompenseerd maar moet altijd ter plaatse worden gerealiseerd.
Aangezien de kwaliteitsverbeterende maatregel van ruimtelijke ontwikkelingen in Roerdalen dus niet altijd betrekking hebben op dezelfde locatie als de ontwikkeling, is bij het opstellen van de Structuurvisie Roerdalen 2030 al een Voorziening LKM opgericht. Hierin worden de (financiële) bijdragen gestort van de ruimtelijke ontwikkelingen. Vervolgens moet de Voorziening LKM worden ingezet voor de plannen en projecten in de projectenlijst. Een en ander wordt vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Er wordt nog nader onderzocht of de Voorziening LKM breder kan worden ingezet (behoud cultuurhistorie, aanpak verkeersonveilige situaties etc.) 1 Asbestsanering maakt geen onderdeel uit van de kwaliteitsverbetering, want is immers een wettelijke verplichting en kan daarmee niet worden ingezet als tegenprestatie.