CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Was-wordt overzicht Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2025

Gemeenteraad 10 april 2025, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 20252.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt overzicht Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025

Verordening 2019

Verordening 2025

Artikel 1. Definitiebepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 1. Definitiebepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde bedrag.

Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden en commissieleden 1. Raadsleden genieten een maandelijkse vergoeding ongeacht het aantal gehouden of bijgewoonde raadsvergaderingen. De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde bedrag. 2. Een commissielid ontvangt voor het deelnemen aan een, conform art. 82 Gemeentewet ingestelde commissievergadering, een vergoeding per deelgenomen vergadering. Ieder kalenderjaar wordt dit bedrag aan de hand van het indexcijfer cao-lonen overheid aangepast.

Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van het maximale bedrag van € 153,33 per maand (jaar 2025) ingevolge art. 3.1.2. Rechtspositiebesluit. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4. eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van het maximale

bedrag van € 153,33 per maand (jaar 2025) ingevolge art. 3.1.2. Rechtspositiebesluit. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid/commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Reizen voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies en gemaakt voor de uitoefening van de functie worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeerof stallingskosten, veerkosten en tolkosten. 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. 5. Aan raads- en commissieleden wordt met het oog op het declareren van de kosten als bedoeld in dit artikel een declaratieformulier ter beschikking gesteld dat zij maandelijks kunnen indienen.

Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:

Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:

a. € 1.250,- per jaar per raadslid; b. € 100,- per jaar per commissielid. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken en het beschikbare budget.

€ 1.250,- per jaar per raadslid; € 100,- per jaar per commissielid. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken en het beschikbare budget.

Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie-en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 7. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.

Artikel 7. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid, dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.

Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 9. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, halfjaarlijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 9. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, halfjaarlijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 10. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden één keer per halfjaar, zijnde vóór 1 juli en vóór 1 januari door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 1 maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden ieder halfjaar, zijnde vóór 1 juli en vóór 1 januari door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier en verwerkt. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 1 maand

na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 11. Intrekking oude verordening Artikel 11. Intrekking oude verordening De ‘Verordening rechtspositie wethouders, De Verordening rechtspositie raads- en raads- en commissieleden Roerdalen 2015’ commissieleden 2019 wordt ingetrokken. wordt ingetrokken. Artikel 12. Inwerkingtreding Artikel 12. Inwerkingtreding De verordening rechtspositie raads- en Deze verordening treedt in werking met ingang commissieleden gemeente Roerdalen 2025 van de dag na datum bekendmaking en heeft treedt in werking met ingang van de dag na terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2019. datum bekendmaking. Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=cce7bc76-e33b-4978-beb6-e18f4b09f22e