Vragen VVD
Tekst van het document
Beste griffie, beste Mark,
Bij dezen een aantal vragen voor het forum samenleving van morgen over het raadsvoorstel wijziging monumentenverordening naar erfgoedverordening.
•
•
•
•
•
•
• •
Art. 3 lid 2 van de voorgestelde verordening stelt dat het college, voordat zij een besluit neemt over een aanwijzing zoals genoemd in art. 3 lid 1, advies vraagt aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk. Art. 6 lid 1 lijkt echter precies hetzelfde in te houden. De enkele toevoeging lijkt te zitten in art. 6 lid 2. Klopt het dat hier feitelijk hetzelfde staat? Is het voor de overzichtelijkheid en eenvoud van regelgeving niet wenselijk om art. 6 te schrappen en de toevoeging van art. 6 lid 2 op te nemen in art. 3 lid 2? In art. 19 lid 2 wordt aangegeven dat een voorstel voor aanwijzing van bescherm stads- of dorpsgezicht voor advies aan de Adviescommissie wordt toegezonden. Hier staat echter niet opgenomen op welke termijn de Adviescommissie een advies moet uitbrengen. Moet dit niet nog worden toegevoegd? In art. 19 lid 4 staat dat de gemeenteraad binnen 26 weken na verzending van het voorstel aan de Adviescommissie beslist. Krijgt de gemeenteraad ook het advies van de Adviescommissie te zien/maakt dit onderdeel uit van een bijgevoegd raadsvoorstel? En waarom begint de termijn van 26 weken te lopen vanaf het moment dat het voorstel naar de Adviescommissie is gestuurd en niet vanaf het moment dat de Adviescommissie daadwerkelijk een advies heeft uitgebracht? Ook om deze reden is een opgenomen termijn waarop de Adviescommissie advies moet uitbrengen wenselijk. In art.
19 lid 2 staat overigens de passage 'de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk, bedoeld in art. 1, sub a'. Art. 1 bevat juist algemene begripsbepalingen zodat bij verdere lezing van de regeling duidelijk is wat de begrippen betekenen. Terugverwijzen naar art. 1 is daarmee, ook voor de leesbaarheid, onnodig. Kunnen voorbeelden worden gegeven waarin art. 22 van toepassing kan zijn en schadevergoeding dient te worden betaald? Wat zijn de grenzen van deze schadevergoeding/welke procedure om de hoogte vast te stellen wordt hierin gevolgd? Kan bij schade niet ook een verzoek tot nadeelcompensatie worden ingediend op grond van de verordening nadeelcompensatie? De toelichting bij dit artikel spreekt tenslotte ook over een rechtmatige overheidsdaad. Is deze bepaling in dat geval nog wel nodig? In art. 23 wordt de strafbepaling benoemd. Waarom worden hier enkel artikelen 12 en 21 benoemd en niet art. 13 die ook een aantal verboden bevat? Waarom wordt hier overigens verwezen naar art. 13 lid 4? Dit lijkt geen verbodsbepaling en het is ook apart om een strafbepaling te koppelen aan het niet overleggen van een onderzoeksrapport. Art. 26 bevat een aantal verbodsbepalingen. Wat zijn de strafbepalingen die hieraan verbonden zijn? Deze lijken niet te zijn opgenomen. Paragraaf 7 bevat nadere bepalingen over archeologie.
Kan deze qua nummering niet beter worden gewisseld met paragraaf 6? Zodat de regeling helder en duidelijk, en als het goed is ook gebruikelijk, eindigt met de strafbepalingen, de toezichthouders en de hardheidsclausule
en niet nog een aantal artikelen volgen. Zo kunnen ook op een heldere wijze eventueel nodige en nu ontbrekende strafbepalingen worden opgenomen voor overtreding van art. 26.
Menno zal morgen namens onze fractie aanwezig zijn.
Alvast bedankt voor de beantwoording!
Met vriendelijke groet, Jordy Loof