Vragen van de CDA-fractie voor het Forum van 3 december m.b.t. de WMO verordening.
Tekst van het document
Hierbij de vragen van de CDA-fractie voor het Forum van 3 december m.b.t. de WMO verordening. 1. Art 1 g: hoe wordt de term naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht geïnterpreteerd. Is hier een nadere invulling van door jurisprudentie en/of VNG en/of Rijswijk? Hoe verhoudt deze bepaling zich tot het beleid van de Rijksoverheid dat iedereen economisch zelfstandig moet zijn? Kan het verlenen van onbetaalde hulp daaraan in de weg staan? 2. Is bekend hoeveel mensen mantelhulp geven in Rijswijk en hoeveel daarvan daarnaast een baan hebben? 3. Heeft de adviesraad sociaal domein geadviseerd over de aanpassing van de verordening? Zo ja wat was het advies? 4. Art. 7 lid sub d wordt de aanvrager erover geïnformeerd dat hij/zij de brandverzekering moet wijzigen? 5. Art 7 lid 6 toelichting p. p.22: zijn er meer gemeenten die bij co-ouderschap twee hoofdverblijven kennen waar aanpassingen aan gedaan kunnen worden. Welke voorwaarden gelden hierbij? 6. Art. 12, neemt informele hulp toe? Betekent het verschil in tarief tussen formele en informele hulp dat informele hulp voor dezelfde taak minder waard is? Is dit geen ongewenst cq. verboden onderscheid naar relatie met de hulpvrager?
7. Wordt er eerder informele hulp ingezet als formele hulp niet beschikbaar is? 8. Wat doet de gemeente eraan om mantelzorgers die mantelzorg en werk/opleiding combineren te ondersteunen? 9. Zijn er voldoende aanbieders voor ondersteuning in Rijswijk en hoeveel zijn dat er? Met vriendelijke groet, Helma van Schie