Vragen PGenR Bodemenergieplan Rijswijk
Tekst van het document
Vragen over Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder Onze fractie is blij met het feit dat het college aandacht besteed aan de ondergrondse ruimtegebruik en de sturing ervan. Toch hebben we een aantal vragen voorzitter: In het beoogde plan worden 2 gebieden aangewezen voor aanvullende regels met betrekking tot bodemenergie, namelijk Bogaard stadscentrum’ en ‘Plaspoelpolder’. Omdat het steeds drukker wordt in de ondergrond, ook i.v.m. stadsontwikkeling, wordt er verwacht dat meer gebieden geconfronteerd worden met ondergrondse drukte. Waarom is er niet voor gekozen om een algeheel interferentiegebied aan te wijzen binnen de grenzen van onze gemeente? Oftewel tal van gebieden die in de nabije toekomst nog worden ontwikkeld hier ook de ondergrond van te ordenen? Op dit moment zijn in de Plaspoelpolder Bogaard stadscentrum en de Ministerbuurt al open bodemenergiesystemen gerealiseerd. Ook een aantal zijn mono bronnen welke in verschillende dieptes zijn gesitueerd. U geeft terecht aan dat deze niet goed geordend zijn en daarmee geen ideale ligging hebben voor de optimale benutting van de bodem. Hoe passen deze in het nog te realiseren strokenpatroon? Nieuwe bodemenergiesystemen moeten rekening houden met bestaande bodemenergiesystemen en voorkomen dat deze interfereren met bestaande systemen.
Ondanks dat de bestaande systemen in de modellering meegenomen zijn, kan het zijn dat deze in de gebruiksfase benadeeld worden? Kunnen deze dan rekenen op een coulanceregeling? Er wordt gesteld dat de gesloten bodemenergiesystemen tot maximaal 110 m – N.A.P. diep gesitueerd mogen worden. De open bodemenergiesystemen moet dan uitwijken naar diepere bodemlagen, oftewel vanaf 115 meter. Hier mag het filter maximaal 30 meter zijn. Waarom is het filter op minimaal 30 meter begrensd, terwijl de plaatselijke bodemgesteldheid leidend is voor de filterstelling (rekening houdend met bodemweerstand en doorlatendheid). Bent u het met ons eens dat deze beperkingen (geen met minder filter) kunnen leiden tot niet optimaal benutten van de bodem? In het Provinciaal beleid wordt aangegeven dat het eerste watervoerende pakket uitsluitend bestemd is voor onze drinkwatervoorraden, derhalve is dit pakket verboden voor open bodemenergiesystemen. Op blz. 26 lees ik dat open bodemenergiesystemen ook in het 2e watervoerende pakket niet toegestaan zijn, dit vanwege mogelijke verzilting, verzoeting of vermenging.
Voorzitter, om gelijkspeelveld te waarborgen, waarom ook beperkingen in het tweede watervoerede pakket? Terwijl de nadruk zou moeten liggen op de juiste afdichting van scheidende lagen, zodat er geen lekkages kunnen ontstaan? Innovatiezone HT-ATES Kesslerpark TNO heeft een vergunning ontvangen om onder het Kesslerpark hoge temperatuur warmte (HTO) op te slaan in het derde watervoerende pakket. Dit is hetzelfde watervoerende pakket, waarin veel OBES-systemen zullen worden geïnstalleerd. Ondanks dat de studie een gunstig resultaat weergeeft en met een beperkt effect (fictief), hebben wij wel vraagtekens over de mogelijke thermische verontreiniging? Hoe kunnen de naastgelegen initiatiefnemers hun OBES veilig gebruiken zonder enige vorm van negatieve interferentie? Of worden hier in beperkte mate kleine OBES toegestaan?
In totaal worden 71 OBES verwacht met een maximale filterlengte van 30 meter en met een capaciteit van 80 m3/uur. In hoeverre is dit in beton gegoten? Aangezien de ondergrondse ruimte een dynamisch proces is met veel onbekendheid en soms tegenvallende resultaten? Is er ruimte voor minder filter, capaciteiten en dan wel dieptes? Blijven gesloten bodemenergiesystemen met een bodemzijdig vermogen van meer dan 70 kWh -niet gesitueerd in een interferentiegebied- onder de huidige Omgevingswet nog steeds vergunningsplicht? Zo niet, waarom niet? Fractie PG&R