Vragen D66 over IB 20 085.docx
Tekst van het document
D66 vragen over IB 20-085 Brief Werkgroep Pasgeld D66 Rijswijk heeft zich verbaasd over de teleurstelling die spreekt uit de brief van de werkgroep Pasgeld aan de wethouder. De raad heeft de wethouder gevraagd zorgvuldig om te gaan met de betrokkenheid van de inwoners in Pasgeld bij de ontwikkeling van het gebied. Kan de wethouder toelichten hoe is, en hoe wordt gezorgd dat er duidelijkheid is over wie, wanneer, en waarover mee kan denken en wat de verschillende processen zijn? Uit de brief blijkt irritatie en wantrouwen richting de verschillende onderdelen van de gemeente. Wat gaat de wethouder eraan doen om te zorgen dat tussen de verschillende gemeente-onderdelen en de inwoners er weer vertrouwen ontstaat? De raad is in het verleden - voor de huidige periode - akkoord gegaan met het bebouwen van Pasgeld West en dit zit in de grond-exploltiatie van Rijswijk Buiten. De beslissing en kaders over de hoeveelheid, soort, parkeerdichtheid, groen en watervoorzieningen komt nog naar de Raad. Hoe heeft de wethouder hierover met de werkgroep en bewoners gecommuniceerd? Indien de participatie niet goed verloopt, dan vergroot het risico’s op procedures achteraf. Kan de wethouder aangeven wat de financiële gevolgen van procedures kunnen zijn, naast het wantrouwen dat dit met zich meebrengt.
Bij bouwprojecten worden vaak regelmatig brieven gestuurd en op websites en in sociaal media berichtgeving verzorgd over de stappen die volgen. Wat gaat de wethouder doen om voor Rijswijk Buiten actiever te communiceren naar bewoners en belanghebbenden om verrassingen te voorkomen? Als voorbeeld: voorkomen dat bewoners in de krant moeten lezen dat de verzwaring van het gebied Pasgeld West al is gestart zonder dat de bewoners dit tijdig bewust zijn. Aankondiging via formele kanalen zoals Rijswijk Regelrecht voldoet niet, communiceren is ook checken of je boodschap aankomt. Tijdens de vorige bijeenkomsten over Rijswijk Buiten is het college gevraagd om: opnieuw te kijken naar de positie van het projectbureau en de sturing hierop en naar het beter verbinden van de gemeentelijke organisatie en het projectbureau. De werkgroep vraagt om de rollen verder uit elkaar te halen. Welke stappen zijn hierin gezet en welke volgen nog? Hoe verhoudt zich dit tot de passages uit de brief over de afstemming tussen de organisaties?