Vragen D66 Beeldkwaliteitsplan Pasgeld
Tekst van het document
VRAGEN D66 WEMKE V.D. WEIJ FORUM S&S 12 NOVEMBER 2024 Graag zouden we alvast de complimenten willen geven over Raadsvoorstel Beeldkwaliteitsplan Pasgeld-West / Zuid (RV 24-062). Toch hebben we ook een aantal vragen. Bij deze alvast schriftelijk zodat er wat tijd is om de antwoorden voor te bereiden. Vraag 1: Op pagina 13 staat “De insteek is om ... totale 'natuurnetwerk Pasgeld'. De vraag luidt: klopt het dat we naast het verbeteren en verbinden kunnen stellen dat de insteek is ook niet te slechteren, als ondergrens voor het gebied? Vraag 2: Op pagina 16 staat “In de Parkloper ...op de natuurwaarden". In de zin staat "meer op", meer dan wat? Op welk ander iets wordt hier bedoeld in deze zin? Vraag 3a: Op pagina 19 wordt er over een verbinding over de Vliet gesproken. Komt er een extra verbinding? En er staat op dezelfde pagina onder het openbaar vervoer “worden landschappelijk ingepast". Kunt u hier een voorbeeld bij geven (vraag 3b), wat wordt er bedoeld met landschappelijk inpassen van de stationsvoorzieningen? Vraag 4: Op pagina 26 wordt er gesproken over” Living Plots met groene "voeten".”. Gaat het alleen om de voeten van de gebouwen of ook om de gevel en/of het dak? Later lijkt het dat er meer dan alleen de voeten worden bedoeld, wanneer er over groene daken en bedrading langs gevels voor klimplanten wordt gesproken.
Vraag 5: In het voorstel is de bebouwing getekend als vierkant en rechthoekige bebouwing. Vanwaar deze keuze, en niet bijvoorbeeld de keuze voor een U vorm zodat de opening van de U aansluit op de bos of parkloper waardoor je meer aaneengesloten groen kan creëren? Vraag 6: In het bestemmingsplan staat dat er natuurinclusief gebouwd gaat worden. In hoeverre is dit plan natuurinclusief? Daarbij lijken de beelden te suggereren dat de bebouwing vrij kaars recht omhoog gaan wat voor de biodiversiteit minder stepping stones betekent en hoekjes (denk aan vleermuizen, vogels en insecten). Vraag 7: In het stuk wordt niets geschreven over luchtstromen, die door de bebouwing allicht zullen veranderen en effecten hebben om de voetgangers, fietsers en de natuur. Wat kunt u ons daarover toelichten, wat zijn de effecten? We kennen immers allemaal het tegen de wind in proberen te fietsen bij het voormalige stadhuis aan de Churchill laan. Vraag 8: Het plan schrijft over rustige kleuren voor gebruik van de bebouwing, aardse tinten en dergelijke. Terwijl kleur soms ook sfeer en sociale cohesie kan meebrengen, denkend aan de zuid Europese vrolijke straten en hofjes, en ook de Noorse huisjes. Vanwaar deze keuze?