CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toezegging weth. Bentvelzen - onderbouwing berekening jeugdhulp

Forum Samenleving 16 maart 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling van de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2021810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tijdens de forum vergadering van 16 maart 2021 is de nieuwe verordening Jeugdhulp 2021 besproken en is de volgende informatie toegezegd: Wethouder Bentvelzen zegt mevrouw Van Amerongen (GBR) toe om de berekening te sturen die het verschil tussen het ongunstigste scenario met een kostenstijging van € 270.000,- en het meer realistische scenario met een stijging van € 135.000,- onderbouwt en de onderbouwing van de kosten bij het niet aanpassen van de tarieven. 1. De variant waarin het maximale risico werd geschetst van € 270.000 euro is als volgt berekend: Verreweg de meeste Pgb toekenningen waren/zijn gebaseerd op de voorziening begeleiding individueel (BGI). In de oude verordening waren twee soorten BGI opgenomen en voorzien van een tarief. BGI Basis BGI Speciaal

36,90 52,22

De zorg in natura (ZIN) kent inmiddels drie gradaties BGI. Deze worden hieronder weergegeven, voorzien van de nieuwe maximale Pgb tarieven: BGI Licht BGI Midden BGI Zwaar

Tarief instelling 61,25 67,98 90,12

Tarief ZZP’er 54,45 60,42 80,10

Omdat de voorzieningen in natura ook waren doorontwikkeld zat er ook op inhoud weinig aansluiting met de Pgb voorziening. Daarom was het lastig om een exacte berekening te maken en is voor dit scenario de aanname gedaan dat: Alle huidige indicaties BGI Basis bij herindicatie zullen worden omgezet naar BGI Midden, waarbij de zorg werd geleverd door een instelling. Hierbij gaat het tarief van 36,90 naar 67,98 en het aantal uren blijft hetzelfde. Alle huidige indicaties BGI Speciaal bij herindicatie zullen worden omgezet naar BGI Zwaar, waarbij de zorg wordt geleverd door een instelling. Hierbij gaat het tarief van 52,22 naar 90,12 en het aantal uren blijft hetzelfde. Bij groepsbegeleiding (BGG) lag het min of meer andersom. De oude verordening kende: BGG Licht 28,60 BGG Basis 38,42 BGG Speciaal 44,96 Deze voorzieningen zijn nog afkomstig uit de voormalige AWBZ, en dat was indertijd dagbesteding. De ZIN kent inmiddels twee gradaties BGG: Instelling ZZP’er BGG Licht 111, 80 99,38 BGG Zwaar 192,54 171,14 Ook bij deze voorziening is het lastig om op inhoud te bepalen naar welke nieuwe indicatie deze wordt overgezet. Er zijn op dit moment alleen indicaties BGG Speciaal en hierbij is de aanname gedaan dat de huidige indicaties zullen worden overgezet naar BGG Licht, geleverd door een instelling. Hierbij gaat het tarief van 44,96 naar 111,80.

2. Het meer realistische scenario van 135.000 stijging in de kosten baseren wij op verschillende gegevens. De maximale variant gaat ervan uit dat de huidige uitgaven gebaseerd zijn op de tarieven die in de verordening 2018 staan. En dat de toekomstige uitgaves daarom veel hoger moeten liggen. Bovendien is ook het instellingen tarief gehanteerd. We hebben een analyse gemaakt van het huidige Pgb bestand. Hieruit bleek al dat bij ongeveer de helft van de toekenningen een uitzondering is gemaakt, waardoor de huidige uitgaven al hoger liggen. Dit verkleint het verschil tussen de huidige en de toekomstige uitgaven. De meest voorkomende uitzonderingen waren/zijn: - Er werd alsnog een hoger uurtarief afgesproken - Er werden meer uren toegekend, zodat het totale budget hoger uitkwam - Er werden aparte losse overeenkomsten afgesloten Hieruit blijkt dat de daadwerkelijke uitgaven vaak al hoger lagen en hierom zal het verschil kleiner worden. Cliënten die nu een beschikking BGI hebben zullen geleidelijk worden geherindiceerd. Dit zal gebeuren vanuit de zorgbehoefte van de client en dat betekent niet automatisch dat ze in een zwaardere soort BGI terechtkomen. Een client die nu BGI speciaal heeft kan in het vervolg ook met BGI midden worden ondersteund. Ook hierom brengen wij een nuance aan in de maximale berekening. De BGI is verreweg de grootste kostenpost. 3.

Het niet aanpassen van de tarieven. Als we de tarieven niet aanpassen zal dat in de praktijk tot steeds meer problemen leiden. Het is lastig te voorspellen wat hier de financiële gevolgen van kunnen zijn. Het kost in ieder geval de mensen die in de toegang werken steeds meer tijd om tot een goede Pgb toekenning te komen omdat de aanbieders geen zorg willen leveren voor de huidige tarieven. Het maken van een uitzondering wordt dan de regel en de daadwerkelijke uitgaven zullen daarom ook blijven stijgen. Bij bezwaarschriften staan we zwak. Een aanbieder kan heel succesvol bezwaar maken tegen de tarieven, omdat we ze niet onderbouwd hebben en ze zijn niet toereikend. In dat geval zijn wij genoodzaakt om de tarieven aan te passen naar 100% van de ZIN tarieven. Bijvoorbeeld: Een aanbieder levert BGI speciaal voor een tarief van 52,22. Deze aanbieder kan bezwaar maken en dan het ZIN tarief voor BGI Zwaar toegekend krijgen voor 100,20 per uur. Want we hebben in dat geval - geen inhoudelijke onderbouwing voor het feit dat de voorziening onder BGI Midden hoort te vallen - geen maximale tarief bepaling van 90% of 80% in de verordening opgenomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=ace4ca6d-87c5-47e1-868f-b39dce548b9e