Toelichting bij het collegevoorstel.docx
Tekst van het document
Toelichting behorende bij voorstel aan B & W (corsanr.21.044182) Redacteur: (Team)manager: Team:
J. Soepboer /
Datum: 5-05-2021
J.A.P. Weijgertse
Corsanr.: 21.044183
Implementatie Omgevingswet
Onderwerp Toelichting op het collegevoorstel om 1.
het raadsvoorstel tot vaststelling van de: a. Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Rijswijk, b. Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021, c. Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021 en de d. Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk, onder gelijktijdige intrekking van de: a. Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011, b. Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019, c. Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017, d. Bouwverordening 2012, e. Marktverordening gemeente Rijswijk 2012, f. Verordening straatnaamgeving en huisnummering 1995 en de g. Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk 2016 aan de raad aan te bieden,
2.
het Marktreglement gemeente Rijswijk 2021 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van het Marktreglement gemeente Rijswijk 2012.
Toelichting
Op het moment dat de Omgevingswet inwerking treedt (1 januari 2022) krijgt elke gemeente een (tijdelijk)omgevingsplan. Dit bestaat uit de huidige bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de zogenoemde bruidsschat. De bruidsschat is de naam die gegeven is aan circa 600 regels die vanuit het Rijk worden overgeheveld naar de gemeente. Het betreffen voornamelijk regels over milieubelastende activiteiten (geur, geluid en trillingen) en regels over bouwwerken. Alle gemeenten hebben de verplichting om dit tijdelijk omgevingsplan om te bouwen naar een omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet. Het is de bedoeling dat gemeenten dit gedurende de transitieperiode (tot 31 december 2029) doen. Dit houdt in dat de planologische regels, de bruidsschatregels en ook alle regels in gemeentelijke verordeningen die de fysieke leefomgeving wijzigen (zoals bijvoorbeeld delen van de APV en de bouwverordening) geïntegreerd moeten worden in het omgevingsplan. In deze gemeentelijke verordeningen staan echter niet alleen maar regels die de fysieke leefomgeving betreffen. Het is daarnaast wellicht ook niet nodig of wenselijk dat alle regels worden ondergebracht in het uiteindelijke omgevingsplan. Om hierin overzicht te creëren is ervoor gekozen om een zogenoemde Verordening fysieke leefomgeving op te stellen.
Hierin worden alle regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving gebundeld, die nu in verschillende verordeningen staan. De regels die niet toezien op de fysieke leefomgeving worden in de ‘achterblijvende verordeningen’ geordend en opnieuw vastgesteld. Met de vaststelling van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Rijswijk wordt ook aangesloten bij de Databese juridische begrippen Omgevingswet van de VNG. De begrippen zijn hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Misverstanden worden hierdoor voorkomen. Hiernaast zijn de verwijzingen naar o.a. wetgeving geactualiseerd. Op de volgende pagina’s worden de context en de werkwijze verder uiteengezet.
27-5-2021 08:22:00
pag. 1
Toelichting behorende bij voorstel aan B & W (vervolg)
In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Daarnaast kan de gemeente samen met een andere gemeente of met de provincie een gezamenlijke of regionale omgevingsvisie opstellen. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie is vormvrij: de gemeenteraad bepaalt detailniveau, gebieden, sectoren en thema's. In het omgevingsplan staan de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2 Omgevingswet. Bij het stellen van regels houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. De gemeente kan de regels specificeren voor verschillende delen van het grondgebied. Ook kan de gemeente functies of kenmerken van locaties of gebieden aanwijzen. Aan deze aanwijzing kan de gemeente regels koppelen voor het gebruik van die locatie of dat gebied. Om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken kunnen overheden een programma opstellen met maatregelen. Overheden kunnen kiezen hoe ze programma’s inzetten.
Ze kunnen de omgevingsvisie globaal houden en het beleid verder uit werken in programma’s. Of ze kunnen ervoor kiezen om de omgevingsvisie veel specifieker te maken en zo minder met programma’s werken. Het programma bevat de drie volgende soorten maatregelen: - maatregelen voor de uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving - maatregelen om aan omgevingswaarden te voldoen (Met een omgevingswaarde legt de gemeente de kwaliteit vast die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken.) - maatregelen om 1 of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken (artikel 3.5 onder b Omgevingswet)
Corsanr. 21.044183
27-5-2021 08:22:00
pag. 2
Toelichting behorende bij voorstel aan B & W (vervolg)
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat door het overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan, het omgevingsplan van rechtswege. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: - De bestaande ruimtelijke plannen - Drie gemeentelijke verordeningen: de Erfgoedverordening met betrekking tot de archeologische monumentenzorg, de Hemelwaterverordening en de geurverordening (Wet geurhinder en veehouderij) - De bruidsschat (rijksregels die worden gedecentraliseerd naar gemeenten) Gemeenten krijgen tot eind 2029 de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Alle regels moeten op 31 december 2029 zijn opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In de overgangsfase moeten gemeenten dus alle regels vanuit het tijdelijk omgevingsplan ‘overbrengen’ naar het nieuwe deel. Ook moeten gemeenten de regels uit de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en waarvan zij dat nodig vinden op dat moment hebben toegevoegd.
Corsanr. 21.044183
27-5-2021 08:22:00
pag. 3
Toelichting behorende bij voorstel aan B & W (vervolg)
Het gaat om een tussenstap om de transitie van regels uit verordeningen naar het omgevingsplan te vergemakkelijken. De Verordening Fysieke Leefomgeving bevat de regels uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
De volgende 8 Rijswijkse verordeningen worden opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving: 1. Afvalstoffenverordening 2. APV Corsanr. 21.044183
27-5-2021 08:22:00
pag. 4
Toelichting behorende bij voorstel aan B & W (vervolg)
3. 4. 5. 6. 7. 8.
AVOI Bouwverordening Marktverordening Marktreglement Verordening straatnaamgeving en huisnummering Parkeerverordening
Afvalstoffenverordening De Afvalstoffenverordening wordt op dit moment separaat van de VFL herzien, dit traject loopt in ieder geval al sinds november. De VNG heeft een modelverordening beschikbaar gesteld, deze zal als leidraad worden gebruikt bij het actualiseren van de verordening. Afgesproken is dat de vakinhoudelijke collega’s de wijzigingen die zij nodig achten in de VFL en de achtergebleven Afvalstoffenverordening door zullen voeren, zodra de actualisatieslag gereed is. Dit zal later dit jaar zijn, nadat de VFL en de achtergebleven Afvalstoffenverordening al zijn vastgesteld. APV De modelverordening van de VNG voor de APV komt naar verwachting pas eind mei/juni beschikbaar. De APV en VFL zullen later dit jaar in overeenstemming worden gebracht met de modelverordening van de VNG. Afgesproken is dat de vakinhoudelijke collega’s de wijzigingen die zij op basis van de modelverordening nodig achten in de VFL en de achtergebleven APV door zullen voeren. Dit betekent dus wel dat de raad de VFL dit jaar al moet wijzigen, maar dit kan met één (kleiner) voorstel. Marktverordening en Marktreglement Overigens worden op dit moment (separaat van de VFL) ook de Marktverordening en het Marktreglement geactualiseerd.
Ook hier is afgesproken dat de vakinhoudelijke collega’s de wijzigingen die zij nodig achten in de VFL en de achtergebleven Marktverordening door zullen voeren, zodra de actualisatieslag gereed is. Dergelijke actualisatietrajecten van verordeningen lopen altijd en het is nagenoeg onmogelijk om alles in één keer mee te nemen. Corsanr. 21.044183
27-5-2021 08:22:00
pag. 5
Toelichting behorende bij voorstel aan B & W (vervolg)
Te volgen richting: Vaststelling van de VFL en achterblijvende verordeningen door de raad voor de zomer. Vaststelling van wijziging van de VFL op het gebied van afvalstoffen, APV-bepalingen en markt door de raad voor inwerkingtreding van de Wet (in één voorstel). Vaststelling van wijziging van de Afvalstoffenverordening, APV en de Marktverordening en het Markreglement voor inwerkingtreding van de Wet (in 3 separate voorstellen). De vakinhoudelijke medewerkers brengen deze voorstellen zelf richting raad. Integraal of samenhangend werken volgens de Omgevingswet gaat over het bijeenbrengen van allerlei verschillende onderwerpen, perspectieven en belangen, om daar vervolgens in samenhang een afweging in te maken. Dat vraagt om een manier van werken waarbij een open blik en samenwerken belangrijk zijn. Door de verschillende afdelingen samen te laten werken om tot één voorstel tot wijziging van de VFL te komen, wordt direct geoefend in de geest van de Omgevingswet.
Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Bij de invoering van betaald parkeren in Rijswijk is besloten de 2 modelverordeningen van de VNG (parkeren en parkeerbelastingen) te combineren. Na 2016 zijn er twee ledenbrieven van de VNG verschenen over parkeerbelastingen, in augustus 2019 en juli 2020. Daarin zijn kleine wijzigingen opgenomen na jurisprudentie. Deze wijzigingen worden nu verwerkt. Er wordt door de VNG gewerkt aan nieuwe modelverordeningen voor parkeerbelastingen en parkeren. Daarin zullen ook de nieuwste inzichten met betrekking tot de Omgevingswet verwerkt worden. Omdat vooral aanpassingen in de parkeerbelastingverordening voorkomen wordt voorgesteld om, nadat de nieuwe model verordeningen zijn gepubliceerd, ook in Rijswijk de verordeningen met enkele lokale keuzes opnieuw (separaat) vast te stellen. We stellen voor de huidige verordening dan te splitsen conform de VNG modelverordeningen (zodra deze beschikbaar zijn) om eventuele wijzigingen makkelijker bij te kunnen houden. Een voorstel hiervoor volgt t.z.t. en staat dus los van het traject Verordening Fysieke Leefomgeving.
Corsanr. 21.044183
27-5-2021 08:22:00
pag. 6