Toelichting
Tekst van het document
Te Werve Oost Vast te stellen bestemmingsplan
Vast te stellen, 26 juni 2024
Te Werve Oost
bestemmingsplan Te Werve Oost
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 5 6 8
Hoofdstuk2 Beschrijving plangebied 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Huidige situatie 2.3 Ontwikkelingen
9 9 10 11
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 22 28 30
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologische waarden 4.2 Cultuurhistorie 4.3 Ecologie 4.4 Waterhuishouding 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Mobiliteit 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Geluid 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Externe veiligheid 4.11 Windhinder 4.12 Duurzaamheid 4.13 Milieu effect beoordeling 4.14 Bezonning 4.15 Niet Gesprongen Explosieven
38 38 39 41 45 50 52 59 64 66 68 71 73 76 77 78
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planopzet 5.2 Artikelsgewijze toelichting
82 82 82
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid en handhaving 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Handhaving
85 85 88 88
Hoofdstuk7 Procedure 7.1 Voorbereidingsfase 7.2 Ontwerpfase 7.3 Vaststellingsfase 7.4 Crisis- en herstelwet
89 89 89 89 89
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Te Werve Oost
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het coalitieakkoord 'Gezonde groei. Rijswijkse koers 2022 - 2026' wil de coalitie het mooie en groene karakter van Rijswijk behouden én er voor zorgen dat Rijswijk verder kan groeien. Daarbij ligt het accent op een aantal thema's die richting geven aan de ontwikkeling van de stad. Dit betreffen de thema's 1) Sociale kwaliteit van de stad, 2) Stadsontwikkeling, 3) Openbare ruimte en leefbaarheid, 4) Veiligheid en handhaving en 5) Bestuursstijl, identiteit en participatie. Voor het thema Stadsontwikkeling geldt dat de groei van Rijswijk de komende jaren doorzet, maar het kleinschalige karakter van Rijswijk behouden dient te blijven. Het is goed om te bouwen, want er zijn veel mensen op zoek naar een huis. Er komen betaalbare en sociale woningen bij, waarbij oog is voor alle doelgroepen in de stad. Dat vraagt om oplossingen en maatregelen om de stad leefbaar, bereikbaar en toekomstbestendig te maken en te houden. Zodat het voor iedereen in Rijswijk prettig wonen, werken en verblijven is. In het coalitieakkoord is opgenomen dat - in het kader van het thema Stadsontwikkeling - uitgangspunten geformuleerd moeten worden voor de herontwikkeling van Te Werve Oost en dat daarbij de belangen van inwoners gewaarborgd blijven.
De gemeente Rijswijk heeft – samen met Rijswijk Wonen en Synchroon – de ambitie om in de wijk Te Werve Oost te komen tot een verbetering van de leefbaarheid in de wijk door het realiseren van een vitale wijk waar mensen graag wonen, elkaar ontmoeten en genieten van het groen. Te Werve is een naoorlogse woonwijk die volop in verandering is. Op verschillende plekken heeft reeds sloop-nieuwbouw plaatsgevonden. Delen van de wijk zijn gerenoveerd en de openbare ruimte is opnieuw ingericht. Te Werve Oost is een van de laatste delen die aan de beurt is, maar tegelijkertijd de meest omvangrijke van alle locaties. De slechte kwaliteit van de bestaande woningen in Te Werve Oost en het gebrek aan mogelijkheden om in de wijk door te stromen naar bijvoorbeeld een middeldure huurwoning of koopwoning, maakt dat mensen verhuizen. Wat de wijk aantrekkelijker zou maken is: een meer gemixte woningvoorraad met kwalitatief goede levensloopbestendige woningen en meer ruimte om te ontmoeten. De transformatieopgave biedt een uitgelezen kans om daar wat aan te doen. De voorgenomen herontwikkeling voorziet derhalve in een herstructurerings- en vernieuwingsopgave voor de bebouwing en tegelijkertijd in een leefbaarheidsopgave. Om de ambities op het gebied van wonen, leefbaarheid en groen waar te maken wordt meer capaciteit vrijgemaakt. Dit wordt uitgewerkt in het collegewerkprogramma.
In het collegewerkprogramma 2022 2026 is vervolgens opgenomen dat voor Te Werve Oost een Nota van Uitgangspunten wordt opgesteld en dat, na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten de kaders en uitgangspunten voor de herontwikkeling verder worden geconcretiseerd in een Ontwikkelkader. Het Ontwikkelkader kan als basis dienen voor de anterieure afspraken en de planologische procedure. Conform het collegewerkprogramma is ten behoeve van de beoogde herontwikkeling van Te Werve Oost een Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU) opgesteld. In de NvU (vastgesteld door het college van B&W op 8 februari 2023) zijn op hoofdlijnen de ambities vastgelegd. Het betreffen ambities op zes thema's die de gemeente gezamenlijk met Rijswijk Wonen en Synchroon voor het gebied hebben benoemd, te weten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
een sterke identiteit; verbinden oud en nieuw; gezond, groen en natuurinclusief; samen leven, ontmoeten en prettig wonen: een optimale sociale cohesie; klimaatadaptief en toekomstbestendig; gedifferentieerd, betaalbaar, 'inclusief' wonen en meer buurtbinding
De ambities uit de NvU zijn vervolgens verder uitgewerkt in het Ontwikkelkader (vastgesteld op 10 oktober 2023 door de gemeenteraad van Rijswijk). De NvU en het Ontwikkelkader vormen tezamen de basis voor onderhavig bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld om de voorgenomen herontwikkeling van Te Werve Oost planologisch-juridisch mogelijk te maken. De beoogde ontwikkeling is immers op onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan "Te Werve", dat is vastgesteld op 17 november 2013.
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuw planologisch kader en biedt ruimte aan maximaal 583 woningen (bestaande uit 560 nieuwbouwwoningen en het behoud van 23 bestaande woningen). Daarnaast biedt het bestemmingsplan ruimte aan 30 zorgwoningen. Dit betreffen woningen met een intensieve (24-uurs)zorgvraag. Tot slot biedt het bestemmingsplan ruimte aan maximaal 600 m2 bvo dienstverlenende en maatschappelijke functies (waarvan de volledige 600 m2 mag worden ingevuld voor een buurthuis, maar slechts 300 m2 voor overige maatschappelijke en dienstverlenende functies).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Sir Winston Churchilllaan, Van Vollenhovenlaan, Generaal Berenschotlaan en Idenburglaan te Rijswijk. Figuur 1.1 toont de ligging van het plangebied.
Figuur 1.1: Ligging plangebied in gemeente Rijswijk. Het plangebied staat kadastraal bekend als: gemeentecode RWK01, sectie D, perceelnummers (gedeeltelijk): 7743, 8147, 5899, 7741, 7740, 7739, 7686. Een en ander is weergegeven op figuur 1.2.
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Te Werve Oost
Figuur 1.2: Kadastrale verkaveling in combinatie met het plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht: het bestemmingsplan “Te Werve”, vastgesteld door de gemeenteraad van Rijswijk op 17 november 2013; het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeernormering Rijswijk”, vastgesteld door de gemeenteraad van Rijswijk op 12 juni 2018; en het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Rijswijk", vastgesteld door de gemeenteraad van Rijswijk op 12 december 2023. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied het voorbereidingsbesluit “Hyperscale datacenters” van kracht. Dit voorbereidingsbesluit borgt dat ter plaatse van het plangebied geen hyperscale datacenters mogen worden gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet hier niet in en derhalve kan nadere toetsing achterwege blijven. De voorgenomen ontwikkeling wordt hieronder wel getoetst aan de twee geldende bestemmingsplannen en het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen". 1.3.1
Bestemmingsplan "Te Werve"
Op basis van het bestemmingsplan “Te Werve” is het plangebied gelegen binnen de volgende enkelbestemmingen: Wonen – 1; Wonen – 2; Groen; Water – 2; Verkeer – 3. Binnen de bestemming 'Wonen – 1' en 'Wonen – 2' gelden meerdere bouwvlakken. Binnen de bouwvlakken parallel aan de Sir Winston Churchilllaan geldt een maximale goot- en bouwhoogte van 11
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost en 14 meter. Voor de bouwvlakken aan de Doctor Kruytstraat en Peter van Lithstraat geldt een maximale goot- en bouwhoogte van 14 en 17 meter. Daarnaast geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waarde – Archeologie 3'. Laatst genoemde dubbelbestemming is geldend voor de gronden parallel aan de Sir Winston Churchilllaan.
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Te Werve” i.c.m. plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking) De beoogde maatschappelijke voorzieningen en dienstverlenende functies zijn in de bestaande planologische situatie niet toegestaan. Ook de beoogde zorgwoningen, zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan. Daarnaast wordt op diverse plaatsen buiten de bouwvlakken getreden en wordt de maximale bouw- en goothoogte overschreden. De beoogde ontwikkeling is (gedeeltelijk) in strijd met het geldende bestemmingsplan "Te Werve". In paragraaf 2.3.3 van deze toelichting wordt de toekomstige situatie beschreven en wordt nader ingegaan op de strijdigheid met het bestemmingsplan. 1.3.2
Bestemmingsplan "Parapluherziening parkeernormering Rijswijk"
Het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeernormering Rijswijk” is een bestemmingsplan voor een deel van het grondgebied van de gemeente Rijswijk, daar waar de paraplubeheersverordening parkeernormering Rijswijk niet geldt, en regelt enkel het onderwerp 'parkeren'. Via dit bestemmingsplan worden voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bouwen en/of gebruiken de dan geldende parkeernormen in heel Rijswijk van toepassing verklaard. In onderhavig bestemmingsplan wordt – in lijn met de parapluherziening – een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van parkeren opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting borgt dat bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of het wijzigen van gebruik, aangetoond dient te worden dat wordt voldaan aan het dan geldende parkeerbeleid van gemeente Rijswijk.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Te Werve Oost
1.3.3
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen"
Het reguleren van woonvormen zoals kamerverhuur en woningsplitsing kan middels de Huisvestingsverordening of via het bestemmingsplan/beheersverordening. Om woonvormen beter te reguleren en de samenstelling van de woonvoorraad te beschermen is er naast een aangepaste huisvestingsverordening een paraplubeheersverordening wonen opgesteld. Uitgangspunt van het paraplubestemmingsplan en de paraplubeheersverordening is om terughoudend te zijn bij het verstrekken van vergunningen voor woonvormen zoals woningsplitsing en verkamering (Actualisatie Woonvisie, 2021). Het wijzigen van de planologische mogelijkheden in de woonruimtevoorraad vraagt om een zorgvuldige afweging. Enerzijds is het gezien de druk op de woningmarkt wenselijk om de bestaande woonruimtevoorraad beter te benutten. Vormen van onzelfstandige bewoning, woningvorming en het splitsen van grotere woningen zouden in dit opzicht juist in zekere mate moeten worden toegestaan. Anderzijds zijn er zoals eerder genoemd ook nadelen aan het (verregaand) wijzigen van de woonruimtevoorraad. De focus van de gemeente blijft dan ook het toevoegen van nieuwe woningen in lopende gebiedsontwikkelingen. In de totale woningbouwprogrammering van de gemeente ligt de nadruk sterk op gestapelde woningen en relatief kleine woningen. Deze programmering moet in grote mate voorzien in de actuele behoefte aan woonruimte.
Deze behoefte wordt voor een groot deel gevormd door één- en tweepersoonshuishouden. Op deze manier wil de gemeente met het omvangrijke nieuwbouwprogramma voorzien in de grote vraag naar betaalbare (en daardoor relatief kleine) woonruimte. Om deze redenen, op grond van de draagkracht van de bestaande wijken, is de gemeente in zekere mate terughoudend in de mogelijkheden tot wijziging van de (bestaande) woonruimtevoorraad en blijft regelgeving op dit vlak nodig. In het paraplubestemmingsplan zijn nieuwe begripsbepalingen voor onder meer wonen en een woning opgenomen. Deze nieuwe begripsbepalingen zijn overgenomen in onderhavig bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de procedure aan de orde.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
2.1
Ontstaansgeschiedenis
2.1.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen in de wijk Te Werve. De historie van het plangebied gaat ver terug. Het landschap van Rijswijk en omgeving is namelijk ontstaan onder invloed van de zee en rivieren. Omstreeks 4100 voor Chr. lag de kustlijn in het zuidelijk deel van Rijswijk. Door de aanvoer van veel zand vond uitbouw van de kust plaats in westelijke richting ondanks de voortgaande zeespiegelstijging. De zee zette lagen klei en zand af (Laagpakket van Wormer). Vanaf de 13e eeuw is de aanwezigheid van het dorp Rijswijk bekend. Vanaf het eind van de 15e eeuw weten we van het bestaan van landgoederen en buitenplaatsen op de strandwal. In de 16e eeuw waren verschillende van de genoemde kastelen of burchten veranderd tot buitenplaatsen en werden nog meer buitenplaatsen met bossen en parken aangelegd op de strandwal in de omgeving van Rijswijk. De groenzone tussen Rijswijk en Den Haag is een overblijfsel van deze Landgoederenzone. In 1630 kocht Frederik Hendrik het landgoed Ter Nieuburch, en liet er een groot paleis bouwen. Rond 1635 werd voor de uitbreiding van de tuinen, rondom het Huys ter Nieuburch, de tuin polderinwaarts vergroot. Aan het einde van de 19e eeuw ontstonden de eerste planmatige uitbreidingsplannen voor Rijswijk. De gegoede burgerij ontvluchtte Den Haag naar het groenere en ruimere Rijswijk. De eerste uitbreidingsplannen werden gebouwd direct grenzend aan het oude dorp.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond, onder bewind van burgemeester Bogaardt, een bouwexplosie. Deze ontwikkeling vond plaats in westelijke richting vanaf de bestaande kern, met de bedoeling om een barrière op te werpen tegen het oprukkende Den Haag en tevens om het groeiende inwonertal van Den Haag woningen te bieden. De architect van dit uitbreidingsplan, De Ranitz, stond sterk onder invloed van de CIAM-gedachte: scheiding van stedelijke functies, verbonden en gescheiden door brede ruime wegen met groenstroken. Dit heeft geresulteerd in de Generaal Spoorlaan, de Burgemeester Elsenlaan en de woongebieden daar omheen; onder andere de wijk Te Werve. 2.1.2
Bouwhistorie
In Te Werve zijn veel portieketageflats gebouwd met zadeldak waardoor het zadeldak, als traditioneel element in deze moderne vorm van woningbouw, een typerend kenmerk van Rijswijk is geworden. Voor de woningbouw in de jaren '50 is een groot deel van het gebied opgehoogd met hoofdzakelijk zand (Stadsophogingsdek). De plaatsing van een winkelgebied en scholen op centrale gebieden in de wijk Te Werve, gekoppeld aan de groenstructuren en kerken langs belangrijke toegangswegen vallen onder de wederopbouwarchitectuur uit de periode 1954 en 1959. De wijk is voorzien van groene zones en openheid. Men zocht naar een modus om de menselijke maat een plaats te geven in de wijk, alsook de sociale cohesie te versterken door verschillende bevolkingsgroepen naast elkaar te laten wonen. Soms resulteerde dit ook in een soberheid en constante herhaling van identieke elementen. Hoewel dit door sommigen als storend wordt ervaren, is de stempelstructuur zeer bepalend voor de beleving en maatverhouding van de wijk. Tevens werd hoogbouw langs drukke wegen gerealiseerd, om zo de achtergelegen laagbouw te beschermen tegen geluidsoverlast. In het plangebied (Te Werve Oost) is de wederopbouwarchitectuur uit de periode 1954 en 1959 eveneens terug te vinden. Dit is te herkennen aan het hiërarchisch stratenpatroon en de stempelstructuur van herhalende of gespiegelde bouwblokken.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Te Werve Oost
2.2
Huidige situatie
2.2.1
Huidige situatie bezien in de stedelijke context
De woonwijk Te Werve ligt geografisch gezien in het centrum van Rijswijk, boven de A4, tussen de centra Bogaard Stadscentrum en Oud Rijswijk. De wijk ligt ingeklemd tussen gebieds- en wijkontsluitingswegen die een belangrijke rol spelen in de verkeersstructuur van Rijswijk. Het betreft de Burgemeester Elsenlaan in het noordoosten, de Sir Winston Churchilllaan in het zuidoosten, de Huis te Landelaan in het zuidwesten en de Generaal Spoorlaan in het noordwesten.
Figuur 2.1: Ligging plangebied (bij benadering) in de stedelijke context, voorzieningen en werkgelegenheid (bron: Structuurontwerp Te Werve Oost, Mecano). De woonwijk Te Werve is op hoofdlijnen door de ligging van het centraal gelegen park 'De Driesprong' onder te verdelen in een oostelijk en westelijk deel. Beide gebieden verschillen overigens qua functie niet veel van elkaar: de hoofdfunctie is wonen. Het plangebied waar voorliggend bestemmingsplan betrekking op heeft is gelegen in het midden van het oostelijk deel van de wijk. In Te Werve wonen bijna 4.000 inwoners. De leeftijdsgroep van 25 tot en met 45 jaar omvat ongeveer een derde van de bevolking. Een zesde van de inwoners is 65 jaar of ouder. Een groot deel van de inwoners is alleenstaand, heeft geen vast inkomen of staat nog aan het begin van zijn/haar carrière. Het gemiddelde inkomen van de inwoners is laag. Qua bevolkingssamenstelling is er sprake van een gemengde samenstelling als het gaat om migratie-achtergrond. De slechte kwaliteit van de woningen en het gebrek aan mogelijkheden om in de wijk door te stromen naar bijvoorbeeld een middeldure huurwoning of koopwoning, maakt dat veel mensen verhuizen.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
2.2.2
Bebouwing in de huidige situatie
De wijk Te Werve is één van de eerste uitbreidingswijken van Rijswijk. Naar een ontwerp van het stedenbouwkundige bureau 'Kuiper, Gouwetor, De Ranitz en Bleeker' werd het gebied tussen de Burgemeester Elsenlaan en de Huis te Landelaan in de periode 1954 – 1960 volgebouwd met de typerende strokenbouw van de CIAM-gedachte: haaks op en parallel aan elkaar geplaatste woonblokken met veel groen ertussen. Te Werve toont nog de ruime en groene CIAM-filosofie, met hier en daar sociaalmaatschappelijke functies (o.a. scholen). De naoorlogse woonwijk kent een heldere opbouw: een raamwerk van robuuste lanen, straten en besloten hoven. De beleving van het groen is op verschillende niveaus ontworpen in Te Werve. Dit is een reeks van groene plekken: rondom de voordeur in de gemeenschappelijke binnentuin, het straatgroen, tot het buurt- en wijkpark. De bebouwing is op een vanzelfsprekende manier rondom deze groene structuren ingepast, in een strak ritme van orthogonale blokken. De hiërarchische opbouw is ook zichtbaar in de ontsluitingsstructuur.
Figuur 2.1: Huidige wijk (bron: NvU). Meer specifiek zijn in de huidige situatie 355 sociale woningen aanwezig, waarvan 51 grondgebonden woningen en 304 appartementen (zonder lift).
2.3
Ontwikkelingen
Zoals in de inleiding van dit bestemmingsplan reeds is aangehaald, vormen de Nota van Uitgangspunten “Te Werve | Rijswijk” en het Ontwikkelkader Te Werve Oost de basis voor dit bestemmingsplan. In de hiernavolgende paragrafen wordt daarom eerst kort stilgestaan bij de kaders uit de Nota van Uitgangspunten en het Ontwikkelkader. Vervolgens wordt nader ingegaan op het programma en de bebouwing die onderhavig bestemmingsplan toestaat. 2.3.1
Nota van Uitgangspunten
De NvU "Te Werve | Rijskwijk" geeft op hoofdlijnen de kaders weer voor de herontwikkeling van Te Werve-Oost. De NvU is voor de gemeente een toetsingskader en leidraad voor de verdere uitwerking met corporatie en ontwikkelaar. In de NvU van 8 februari 2023 zijn op hoofdlijnen de ambities vastgelegd. Het betreffen ambities op zes thema's die de gemeente gezamenlijk met Rijswijk Wonen en Synchroon voor het gebied hebben benoemd. De zes thema's met bijbehorende ambities luiden als volgt: 1. Een sterke identiteit Ambitie: de nieuwe buurt wordt een integraal onderdeel van Te Werve door aan te sluiten op de bestaande bebouwings-, groen- en verkeersstructuur en versterkt de sociale structuur. Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Te Werve Oost
Ambitie: herkenbare hiërarchie van straten behouden en versterken. 2. Verbinden oud en nieuw Ambitie: een kwalitatief goede openbare ruimte realiseren, die uitnodigt tot ontmoeten, bewegen en spelen (basis op orde/ minder achterstallig onderhoud/ kwaliteitsslag). Ambitie: de wijk ontwikkelen volgens het STOMP principe: 1) stappen, 2) trappen, 3) OV, 4) Mobility as a Service, 5) privéauto. We zetten dus nadrukkelijk in op het aantrekkelijk maken van de mobiliteitsinfrastructuur voor voetgangers en voor het gebruik van de fiets, het OV en deelmobiliteit. Daarmee wordt de wijk extra aantrekkelijk gemaakt voor huishoudens zonder auto. 3. Gezond, groen en natuurinclusief Ambitie: het realiseren van een gezonde buurt met ruimte voor bewegen en toekomstbestendig groen. Ambitie: het gebied zo inrichten (openbare ruimte, tuinen, gebouwen) dat een goed functionerend natuurbiotoop (stadsbiotoop en primaire ecologische verbindingszone) ontstaat. 4. Samen leven, ontmoeten en prettig wonen: een optimale sociale cohesie Ambitie: ontmoeting in de buitenruimte en een buurtfunctie stimuleren, voor bestaande en nieuwe bewoners. Ambitie: inclusieve wijk waarin alle groepen op een gelijkwaardige manier kunnen meedoen. 5. Klimaatadaptief en toekomstbestendig Ambitie: het realiseren van een toekomstbestendige klimaatadaptieve buurt. 6.
Gedifferentieerd, betaalbaar, 'inclusief' wonen en meer buurtbinding Ambitie: toewerken naar een sociaal krachtige wijk , die meer gemengd is, om doorstroming binnen de wijk mogelijk te maken en daardoor betrokkenheid bij de plek te versterken. 2.3.2
Ontwikkelkader
Op 10 oktober 2023 is het Ontwikkelkader "Te Werve-Oost Rijswijk" vastgesteld. Het Ontwikkelkader is voor de gemeente een toetsingskader en leidraad voor de verdere planuitwerking met Rijswijk Wonen (de corporatie) en Synchroon (ontwikkelaar). Naar aanleiding van de verdere planuitwerking door de partijen, voortschrijdend inzicht en input uit het participatietraject ontstaat steeds meer zicht op het beoogde en gewenste eindresultaat. Dit is gebruikt om in het Ontwikkelkader uitspraken te doen over zaken die in het de Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU, zie ook paragraaf 2.3.1 van deze toelichting) nog als keuzes zijn benoemd. Daarnaast doet het Ontwikkelkader voorstellen voor de uitwerking. Alternatieve scenario's in Ontwikkelkader Op het moment van opstellen van het Ontwikkelkader waren drie onderwerpen nog in onderzoek welke tot alternatieve scenario's voor de invulling konden leiden. Inmiddels is het plan verder uitgewerkt en zijn de volgende keuzes gemaakt: De positie van de verkeerskundige aansluiting op de Churchilllaan (en de inrit in de parkeervoorziening van erboven gelegen woningen). In dit bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan een ontsluiting meer naar het zuiden toe, ongeveer in het verlengde van de Van Vollenhovenlaan. Er wordt geen ruimte geboden aan een doorgaande verbinding voor autoverkeer tussen de Van Vollenhovenlaan en de nieuwe aansluiting.
De nieuwe aansluiting eindigt in de parkeergarage. Het geheel of half verdiept aanleggen van de parkeervoorziening (strook Churchilllaan - Karel Doormanlaan). Het verdiepen van de parkeervoorziening aan de zuidzijde vermindert kwetsbare, dichte plinten en verbetert de relatie tussen verschillende onderdelen van het raamwerk en het verhoogt de ruimtelijke kwaliteit. In dit bestemmingsplan is ruimte geboden aan zowel het realiseren van een geheel verdiepte parkeergarage als voor een half verdiepte parkeergarage. Uitwerking van de plannen heeft vooralsnog geresulteerd in het besluit dat de parkeergarage aan de Sir Winston Churchilllaan volledig verdiept wordt uitgevoerd en de parkeergarages tussen de overige woonblokken als halfverdiept. De inpassing van de 23 eengezinswoningen uit de jaren '90. Het voornemen van Rijswijk Wonen
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost was aanvankelijk om de 23 eengezinswoningen te behouden. Door diverse ontwikkelingen is een onderzoek uitgevoerd of het vernieuwen van deze woningen mogelijk is (door middel van sloop-nieuwbouw). Inmiddels is besloten dat de 23 eengezinswoningen behouden blijven. Derhalve wordt de bestaande maatvoering van deze woningen overgenomen in dit bestemmingsplan. Uitwerking per thema In het Ontwikkelkader zijn de ambities uit de NvU (zie paragraaf 2.3.1 van deze toelichting) aangescherpt en concreet gemaakt. Daar waar relevant voor dit bestemmingsplan wordt het voorstel voor nadere uitwerking uit het Ontwikkelkader per thema toegelicht. Voorstel voor uitwerking thema Wonen Conform de in paragraaf 2.3.1 aangehaalde NvU bedraagt het totaal aantal te realiseren woningen in het plangebied circa 550 nieuwbouwwoningen, mits het parkeren en verkeer op een goede ruimtelijke manier inpasbaar is. Van de 550 woningen dient minimaal 50% in het sociale huursegment te worden gerealiseerd, zodat wordt voorkomen dat teveel sociale huurwoningen verdwijnen. De andere 50% worden middeldure en duurdere woningen: zowel huur als koop.
In het Ontwikkelkader is opgenomen dat het woningaantal kan stijgen, wanneer de verdeling sociaal - markt en de woningtypologie in balans blijft én het verkeer naar de bijbehorende extra parkeerplaatsen het openbaar gebied binnen het plangebied niet extra belasten. Binnen deze context is het ook mogelijk om binnen het plangebied 30 zorgwoningen toe te voegen. In het Ontwikkelkader wordt hiervoor bijvoorbeeld een maximaal aantal van 590 woningen genoemd. Voorgaande heeft ertoe geleid dat in dit bestemmingsplan maximaal 583 woningen (waarvan 560 nieuwbouwwoningen en 23 bestaande woningen) zijn toegestaan. Daarnaast biedt het bestemmingsplan ruimte aan 30 zorgwoningen. Dit betreffen woningen met een intensieve (24-uurs)zorgvraag en zijn derhalve niet aan te merken als reguliere woningen. In de Regels van dit bestemmingsplan is daarnaast opgenomen dat van het totaal aantal te realiseren woningen, 50% in het sociale huursegment dient te worden gerealiseerd. In de Regels van dit bestemmingsplan is daarnaast opgenomen dat van het totaal aantal te realiseren woningen, 50% in het sociale huursegment dient te worden gerealiseerd. Voorstel voor uitwerking thema Groen en water, duurzaamheid en klimaatadaptatie In paragraaf 4.12 van deze toelichting wordt nader op dit thema ingegaan (water, duurzaamheid en klimaatadaptatie).
In onderhavige paragraaf wordt volstaan met de vermelding dat het plangebied twee natuur-biotopen kent, te weten 1) stadsbiotoop en 2) de primaire ecologische verbinding. Voor de stadsbiotoop geldt dat de doelsoorten hiervoor op korte termijn in een 'doelsoorten en toetsingsdocument' worden bepaald. Dit document zal onderdeel worden van de Anterieure Overeenkomst, waardoor bij de nadere planuitwerking voldaan moet worden aan de hierin gemaakte (beheer)afspraken. De primaire ecologische verbinding loopt van de Landgoederenzone via Park de Driesprong, Te Werve Oost, Sr. Winston Churchilllaan, Karel Doormanlaan, Burgemeester Elsenlaan, Havenkwartier en Vliet naar het Elsenburger Bos. Voor het goed functioneren van de primaire ecologische verbinding wordt deze verbonden met de ecologische verbinding langs de watergang van de Churchilllaan. In het Ontwikkelkader is opgenomen dat deze minimaal 15 meter tot 20 meter breed dient te zijn, maar bij voorkeur zo breed als mogelijk. Het doel is dat de inrichting van de openbare ruimte, tuinen en gebouwen sterk worden gericht op de biotoopseisen. De ecologische verbinding langs de watergang van de Churchilllaan is op de verbeelding van dit bestemmingsplan bestemd als 'Waarde Ecologie' waarbij de minimale breedte van 15 meter in acht is genomen.
De inrichting van de ecologische verbinding wordt daarnaast verder vormgegeven in een 'doelsoorten en toetsingsdocument', gelijk aan de het document voor de stadsbiotoop. Voorstel voor uitwerking thema Mobiliteit (STOMP) De ambitie is om van het nieuwe Te Werve Oost een autoluwe wijk te maken. Belangrijk middel hiertoe is het afvangen van een groot deel van het autoverkeer door middel van een nieuwe aansluiting op de Sir Winston Churchilllaan, welke eindigt in de parkeergarage. Het parkeren wordt grotendeels opgelost in parkeergarages. De huidige tussenstraten worden autovrij gemaakt en de toegangen van de parkeergarages worden zoveel mogelijk gespreid over de wijk. Op straat kan hierdoor prioriteit worden gegeven aan voetgangers en fietsers en ontstaat ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige en groene openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten, bewegen en spelen. Doorgaand autoverkeer door de wijk wordt ontmoedigd en de wijk wordt ingericht conform het STOMP principe waarbij voetgangers, fietsers Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Te Werve Oost en deelmobiliteit prioriteit krijgen op de privé-auto. Hiermee wordt voldaan aan de beleidskaders zoals opgenomen in het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 om gebiedsontwikkelingen als vliegwiel voor mobiliteitstransitie in te zetten. Op de verkeer- en parkeeraspecten van dit bestemmingsplan wordt in paragraaf 4.6 van deze toelichting nader in gegaan. Voorstel voor uitwerking Voorzieningen In het Ontwikkelkader is voor het thema Voorzieningen zijn diverse ambities opgenomen. Deze ambities zien toe op het realiseren van alledaagse ontmoetingsplekken (zowel binnen als buiten), het realiseren van voldoende voorzieningen op het gebied van zorg, spelen en welzijn (denk aan de aanwezigheid van een sociaal- en jongerenwerk en een loketfunctie) binnen het plangebied of de omgeving daarvan. Een deel van de ambities kunnen enkel betrokken worden in de nadere planuitwerking. In dit bestemmingsplan wordt in ieder geval de mogelijkheid geboden voor dienstverlenende en maatschappelijke functies, waaronder het realiseren van een buurthuis. Voorstel voor uitwerking Milieu In Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten van deze toelichting wordt getoetst aan de wet- en regelgeving ten aanzien van de in het Ontwikkelkader benoemde aspecten bodem, geluid, externe veiligheid, duurzaamheid en luchtkwaliteit.
Voorstel voor uitwerking Ruimtelijke en functionele hoofdopzet In het Ontwikkelkader zijn de uitgangspunten voor de verkavelingsopzet, de (maatvoering van) de openbare ruimte, de beeldkwaliteit van de bebouwing en van het groen benoemd. Samen met het programma van eisen voor de openbare ruimte vormt dit een aanzet voor de uitwerking in inrichtingsplannen. Deze uitgangspunten zijn - daar waar mogelijk - vertaald in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Zo zijn de bouwvlakken op de verbeelding van het bestemmingsplan gebaseerd op de bouwvelden uit het Ontwikkelkader en zijn de maximale bouwlagen uit het Ontwikkelkader vertaald in maximale bouwhoogten in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is eveneens het onderscheid tussen autoverkeer en langzaam verkeer (fiets- en voetpaden) vastgelegd. Het gevoerde participatietraject heeft invloed gehad op de hoogten zoals opgenomen in het Ontwikkelkader en daarmee op de gekozen bouwhoogten in dit bestemmingsplan. Zo is gebleken dat in het oorspronkelijk plan teveel volume was opgenomen voor het beoogde programma. De bouwhoogten zijn daardoor naar beneden bijgesteld. Voor een uitgebreide toelichting op het participatietraject wordt verwezen naar paragraaf 6.1 van deze toelichting. 2.3.3
Planbeschrijving
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op het voorgenomen programma, de voorgenomen bebouwing en de stedenbouwkundige inpassing daarvan. Programma Onderhavig bestemmingsplan biedt ruimte aan maximaal 583 woningen (waarvan 560 nieuwbouwwoningen en 23 bestaande woningen). Het plan kent een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van parkeren. Deze voorwaardelijke verplichting borgt dat het maximum aantal woningen enkel gerealiseerd kunnen worden, wanneer aan is getoond dat voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijk parkeerbeleid kan worden gerealiseerd. In paragraaf 4.6 wordt nader op de parkeeroplossing in gegaan. Van het maximum aantal nieuwbouwwoningen waar het bestemmingsplan ruimte aan biedt wordt minimaal 50% gerealiseerd als sociale huur. Naast sociale huurwoningen worden ook woningen in het middeldure en dure segment gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de ambitie uit de NvU om in het plangebied naast woningen in het sociale segment, ook woningen in het middeldure en dure (koop- en huur)segment te realiseren. Voor de woningen geldt daarnaast dat dit bestemmingsplan ruimte biedt aan zowel grondgebonden woningen als appartementen. Naast de hierboven genoemde eisen voorziet dit bestemmingsplan in de mogelijkheid om maximaal 30 zorgwoningen te realiseren.
Dit is in lijn met de ambitie uit de NvU of een geclusterde woonvorm voor een bijzondere doelgroep kan worden ingepast. Vooralsnog wordt gedacht aan zorgwoningen voor mensen met een intensieve (24-uurs)zorgvraag. Tot slot wordt voorzien in maatschappelijke en dienstverlenende functies. De omvang van deze functies
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost is beperkt tot een maximum van 600 m2 (waarvan de volledige 600 m2 mag worden ingevuld voor een buurthuis, maar slechts 300 m2 voor overige maatschappelijke en dienstverlenende functies). Het uitgangspunt van deze functies is immers dat deze een buurtfunctie vervullen en de functies zijn daarmee gericht op de toekomstige (en bestaande) bewoners van de wijk Te Werve (Oost). Gedacht kan worden aan een buurthuis, een nagelstudio, fysiotherapeut en/of adviesbureaus (eenpitters). Voorgenomen bebouwing en stedenbouwkundige inpassing Conform de NvU loopt de bouwhoogte van de voorgenomen bebouwing af van de Churchilllaan richting de Idenburglaan, om zo goed mogelijk aan te sluiten op de bestaande wijk. De bebouwing aan de Karel Doormanlaan en de Idenburglaan variëren in bouwhoogte, maar is maximaal 15 meter hoog. De bebouwing aan de Churchilllaan varieert eveneens in bouwhoogte maar bedraagt maximaal 37,5 meter (ter plaatse van de hoogteaccenten). De hogere volumes binnen het plan zijn gepositioneerd aan de Churchilllaan en liggen in het verlengde van de straten. De volumes reageren op de context in hoogte en vorm. Openingen in de bebouwing aan de Churchilllaan lopen door vanuit de straten om wandvorming te voorkomen en lucht te geven aan de Karel Doormanlaan. Op figuur 2.4 is het verschil in bouwhoogte goed weergegeven.
Figuur 2.4 Impressie aflopende bouwhoogte bezien vanaf de Churchilllaan (bron: Structuurontwerp Mecanoo) De nieuwe bouwvelden volgen daarnaast de bestaande stedenbouwkundige structuur waardoor deze wordt behouden. De Karel Doormanlaan blijft de hoofdstructuur van het plan maar fungeert als sociaal park waar ontmoeting en activiteit wordt gestimuleerd. Het uitgangspunt voor de wijk is meer groen en minder auto. Hiertoe worden de bestaande structuren behouden, maar aangepast. Het programma is op blok- en buurtniveau gemengd om verschillende typen bewoners te laten samen wonen en leven, wat bijdraagt aan de sociale duurzaamheid van de buurt. De openbare ruimte stimuleert ontmoeting en activiteiten en beoogt het gevoel van gemeenschap te vergroten. De collectieve tuinen spelen een grote rol in de sociale cohesie op blokniveau. Binnen het plan zijn speciale plekken zoals het buurthuis en het zorgcomplex aangewezen om diverse groepen bij elkaar te kunnen brengen. Het parkeren is binnen de bouwvelden opgelost door middel van (half)verdiept parkeren. De parkeeringangen worden zoveel mogelijk verspreid waardoor een evenwichtige verdeling van verkeer over de wijk plaatsvindt. Op het dek van de (half)verdiepte parkeergarages worden (collectieve) tuinen aangelegd.
De collectieve ruimtes nodigen uit tot spelen en ontdekken, deels door speelaanleidingen zoals verstopplekken, spannende paadjes, klim en klauterelementen en deels door speeltoestellen. Inzet is op zoveel mogelijk vergroenen waarbij biodiversiteit, ecologie, wateropvang en hittestress
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Te Werve Oost belangrijke thema's vormen. Het een en ander is indicatief weergegeven op figuur 2.5.
Figuur 2.5: Daktuinen (bron: structuurontwerp Mecanoo).
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en beschrijft op nationaal niveau een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving. De NOVI beschrijft de manier waarop men op rijksniveau wil werken aan de volgende 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en als laatste toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Als uitgangspunt geldt dat Nederland mooier en sterker wordt gemaakt door voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is daarbij een kernbegrip en omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit. In de NOVI wordt uitgegaan van een integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI geeft het Rijk de kaders en de richting aan voor zowel nationale als decentrale keuzes. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel boven- als ondergronds voorop. De NOVI onderscheidt daarbij 3 afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. afwentelen wordt voorkomen.
De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, die waar nodig jaarlijks wordt geactualiseerd, en waarin is aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. Tevens staat hierin een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen. Met het oog op de klimaatbestendigheid van Nederland moeten functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer worden afgesteld op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Ook dient de infrastructuur voor energie beter te worden afgestemd op de toename van transport en opslag van duurzame energie. Daarnaast is er een opgave voor het realiseren van bronnen van duurzame energie. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij de inpassing van energie-infrastructuur aandacht vragen met het oog op de kwaliteit van de leefomgeving. Om te voorzien in de grote actuele woonbehoefte is een pakket aan maatregelen voorgesteld; ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden dienen daarbij hun groene karakter te behouden. Tegelijkertijd moet het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad worden verbeterd.
Relatie tot ontwikkeling Het programma waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt, voorziet in hoofdzaak in het toevoegen van woningen ten opzichte van de bestaande situatie. Daarnaast worden zorgwoningen toegevoegd en biedt het plan ruimte aan 600 m2 dienstverlenende en maatschappelijke voorzieningen (waarvan de volledige 600 m2 mag worden ingevuld voor een buurthuis, maar slechts 300 m2 voor overige maatschappelijke en dienstverlenende functies). Door de gewenste sloop- en nieuwbouw van de woningen in combinatie met de overige functies, wordt een impuls gegeven aan de bestaande woonkwaliteit en kan daarnaast een bijdrage worden geleverd aan het nationaal belang om zorg te dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De overige nationale belangen leveren verder geen beperkingen en/of belemmeringen op voor de ontwikkelingen op de projectlocatie. Conclusie De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de NOVI dat gekenmerkt wordt door een hoog abstractie niveau. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt verder overgelaten aan de provincie en de gemeente.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Te Werve Oost
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. De volgende onderwerpen zijn geregeld in het Barro: Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Relatie tot ontwikkeling Geen van de onderwerpen uit het Barro is van toepassing binnen het plangebied. Het Barro is daarmee niet van toepassing op het project.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Figuur 3.1: Uitsnede Barro, plangebied bij punt (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor het plangebied waarop de ontwikkeling wordt voorzien. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1.
definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro:
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Te Werve Oost Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Onderhavig bestemmingsplan biedt ruimte aan maximaal 583 woningen, 30 zorgwoningen met een intensieve (24-uurs)zorgvraag en maximaal 600 m2 aan dienstverlenende en maatschappelijke functies (waarvan de volledige 600 m2 mag worden ingevuld voor een buurthuis, maar slechts 300 m2 voor overige maatschappelijke en dienstverlenende functies). Tot slot biedt het bestemmingsplan ruimte aan maximaal 600 m2 bvo dienstverlenende en maatschappelijke functies (waarvan de volledige 600 m2 mag worden ingevuld voor een buurthuis, maar slechts 300 m2 voor overige maatschappelijke en dienstverlenende functies).Daarmee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en derhalve dient in het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling te worden aangetoond.
Kwantitatieve behoefte – (zorg)woningen De kwantitatieve behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling blijkt uit de 'Woondeal Zuidelijke Randstad', de 'Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 – 2021', de 'Woningbouwmonitor Haaglanden 2018' en de 'Woningbehoefteraming 2023 (WBR): de Woondeal Zuidelijk Randstad betreffen bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, de provincie Zuid-Holland en gemeenten uit de Zuidelijke Randstad (waaronder Rijswijk). In hoofdzaak zijn de kwantitatieve afspraken in deze woondeal erop gericht om de productie van 100.000 woningen tot 2025 in de zuidelijke Randstad te versnellen en om te zorgen voor voldoende harde plancapaciteit voor de periode tot 2040 (bouwproductie van 230.000 woningen). Specifiek is daarbij nog de afspraak relevant dat verstedelijking in de zuidelijke Randstad met voorrang plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied in nabijheid van hoogwaardig OV, via een zogenaamde geconcentreerde verstedelijkingsstrategie. Deze strategie houdt onder meer in dat wordt ingezet op de (al eerder aangewezen) 12 verstedelijkings-/verdichtingslocaties binnen de Verstedelijkingsalliantie. Deze alliantie is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten langs de spoorlijn Leiden- Dordrecht, waaronder Rijswijk.
Het binnenstedelijk gebied 'Rijswijk-Bogaard/Plaspoelpolder', is één van deze 12 verdichtingslocaties waarover in de Woondeal Zuidelijke Randstad afspraken zijn gemaakt. Het plangebied is gelegen in de wijk Te Werve en grenst daarmee aan de Plaspoelpolder. De voorgenomen ontwikkeling levert met de realisatie van de eerste fase, bestaande uit ca. 115 woningen, derhalve (zij het indirect) een bijdrage aan de afgesproken woningbouwproductie van 100.000 woningen tot 2025. de gemeente Rijswijk ligt in de agglomeratie Haaglanden. Voor dit gebied zijn tevens regionale woningbouwafspraken gemaakt. Het gaat om de negen gemeenten Delft, Rijswijk, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Midden-Delfland, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer. De provincie Zuid-Holland en deze negen gemeenten zien de regio Haaglanden als één woningmarktregio, zoals verwoord in de regionale woonvisie. De provincie Zuid-Holland heeft onderzocht hoeveel extra woningen er in Zuid-Holland nodig zijn tussen 2023 en eind 2032. Dat zijn er meer dan tot nu toe werd verwacht. Daarvoor is belangrijk dat meer plannen ‘hard’ worden en woningen daadwerkelijk worden gebouwd. De Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland bestaat uit enerzijds een raming van de kwantitatieve woningbehoefte en anderzijds een verkenning van de kwalitatieve woningbehoefte die altijd in samenhang met elkaar moeten worden bekeken.
De raming van de kwantitatieve woningbehoefte waar het hier om gaat, gaat over de gewenste woningvoorraadtoename. De geraamde woningvoorraadtoename valt op basis van de Woningbehoefteraming 2023 voor ZuidHolland als geheel hoger uit dan die op basis van de raming uit 2021. De behoefte is zo groot dat het belangrijk is de bestaande regionale woningbouwprogramma’s snel uit te voeren. De gewenste woningvoorraadtoename voor de periode 2023 tot en met 2032 is voor Haaglanden vastgesteld op 82.600 woningen op basis van de hoogste uitkomst van de twee scenarioramingen binnenlands migratiesaldo ‘nul en ‘trendmatig’. Daarnaast is in het Coalitieakkoord 2023-2027 afgesproken dat van alle nieuwe woningen twee derde in de prijscategorie betaalbaar moet vallen en dat 40 procent een sociale huurwoning moet zijn. Geconcludeerd kan worden dat het programma waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost een forse bijdrage levert aan de kwantitatieve vraag naar nieuwe woningen in de regio. Een aantal gemeenten waaronder Rijswijk heeft aangegeven dat ze meer willen en kunnen bouwen en dat ze daarom uit willen gaan van de eigen woningbouwprogramma's in plaats van de WBR van de provincie. Voor Rijswijk betekent dit een woningbouwopgave van ruim 5.700 woningen tot 2030, gerekend vanaf het jaar 2019. De provincie heeft ruimte gegeven voor een plancapaciteit van 130% van de WBR 2019 (thans 2023) vanwege de hoge druk op de woningmarkt (noodzaak om te komen tot realisatie is groot) en de gangbare praktijk van planuitval. Het voorgenomen programma dat middels onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt past hierin. In december 2021 is het zogenaamde Tussenakkoord nieuwe woningmarktafspraken Haaglanden vastgesteld en ondertekend, waarin voor Rijswijk het genoemde aantal nieuwbouwwoningen van 5.700 is opgenomen. Op 26 november 2015 is de gemeentelijke woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk' vastgesteld (zie ook paragraaf 3.4.2 van deze toelichting). Hierin zijn de uitgangspunten en ambities voor het wonen tot 2025 beschreven. De woonvisie is in 2021 geactualiseerd gelet op de huidige woningmarktsituatie. De vraag naar woningen is groot en het aanbod blijft achter. De doorstroming stagneert.
Voor veel mensen is het vinden van een (andere) woning erg lastig. Veel mensen wonen nu in niet ideale woonomstandigheden. Als gevolg van de woningtekorten ziet de gemeente alsmaar oplopende huur- en koopprijzen. Vooral in het segment van de lagere middenhuur (tot ca. € 1000,-) zijn grote tekorten. Ook de vraag naar huurwoningen in het sociale segment (< €752) blijft onverminderd groot. De nieuwe ambities zijn: 1. De komende jaren een fors aantal woningen toevoegen. 2. Zorgen voor een woningvoorraad waarin alle doelgroepen voldoende aan bod komen. 3. Prioriteit aan het toevoegen van middeldure huur- en koopwoningen. 4. De doelgroepenvoorraad beperkt uitbreiden. Het aandeel in de totale voorraad neemt af. 5. De leefbaarheid en sociale cohesie in wijken verbeteren en zorgen voor een meer gemêleerde woningvoorraad. Uit de Woningmarktmonitor Haaglanden 2018 blijkt dat de voorgenomen woningbouwproductie in de periode 2018-2040 ca. 121.000 woningen bedraagt. Voor de periode 2018-2025 zijn dit 70.000 woningen en voor de periode 2026-2040 51.000 woningen. Van de 70.000 woningen die gepland zijn in de periode 2018-2025 behoren er 35.700 tot de harde plannen (waarvoor reeds een bestemmingsplan is vastgesteld, er bindende afspraken voor zijn of waarvoor een omgevingsvergunning verleend is). Dat betekent dat er in de regio nog ruimte wordt gezien voor circa 34.300 woningen.
De harde plancapaciteit ligt daarmee in absolute zin lager dan het maximaal aanvaardbare regionale programma en betreft ook nog eens een twee jaar langere periode. In relatieve zin ligt de harde plancapaciteit daarmee nog ruimschoots onder de regionale behoefte. Daar komt nog bij dat de daadwerkelijke toename van de woningvoorraad aanzienlijk is achtergebleven bij de woningbehoefte en er meer woningen nodig zijn tussen 2023 en 2032 dan aanvankelijk gedacht op basis van de WBR2023. De voorgenomen ontwikkeling levert een belangrijke bijdrage in de woningvoorraad. De ontwikkeling past daarmee goed in de kwantitatieve behoefte aan woningen binnen gemeente Rijswijk. Kwalitatieve behoefte – (zorg)woningen Het geplande nieuwe aanbod binnen de regio dient beter aan te sluiten op de behoeften van de consument door programma's om te buigen naar meer gewenste woningtypen en prijscategorieën. Het plan voorziet zowel in woningen in het sociale, midden en dure segment als in zorgwoningen. Hiermee wordt – mede conform een van de doelstellingen uit de gemeentelijke woonvisie – een bijdrage geleverd aan een woningvoorraad waarin alle doelgroepen voldoende aan bod komen. Door de verschillende typologie woningen binnen de woonblokken te realiseren neemt de leefbaarheid en sociale cohesie binnen de wijk toe. Al met al voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een divers woningaanbod.
Kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de niet-woonfuncties Naast het woonprogramma voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een ondersteunend programma van maximaal 600 m² aan dienstverlenende en maatschappelijke functies. De realisatie van zelfstandige detailhandel en zelfstandige horeca is uitgesloten. Gelet op de omvang van de ontwikkeling behoeven deze functies niet provinciaal of regionaal te worden afgestemd. Het ondersteunend programma voor de plint is met name bedoeld om de behoefte van de toekomstige bewoners te faciliteren en heeft tevens een wijkondersteunende functie. Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Te Werve Oost
Conclusie Uit de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking volgt dat er voldoende kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling is. De overige onderwerpen uit het Bro worden getoetst in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Op voorhand kan geconcludeerd worden dat het Bro geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling
3.2
Provinciaal beleid
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciale Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en plannen. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. 3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Per 15 maart 2022 is de (geconsolideerde) Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf.
Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zeven ambities draagt Zuid-Holland bij aan een betere leefomgeving in de provincie. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
Figuur 3.2: Soorten ontwikkelingen (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland). De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Relatie tot ontwikkeling De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Daarnaast zet de provincie in op een ordening van knooppunten van functies, voorzieningen en infrastructuur die elkaar aanvullen en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid.
De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrwelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; Bouw voldoende betaalbare woningen. De ontwikkeling vindt plaats op een binnenstedelijke locatie, nabij andere stedelijke (woon)functies. Het betreft een gebiedseigen ontwikkeling die past bij de schaal en aard van het landschap en derhalve kan geconcludeerd worden dat sprake is van een inpassingsontwikkeling.