Te Werve Oost_Regels
Tekst van het document
30
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Artikel 15 15.1
Overige regels
Maximum aantal woningen
15.1.1 Aantal woningen a. Onverminderd het bepaalde in Artikel 3 Gemengd en Artikel 7 Wonen zijn maximaal 583 woningen toegestaan in het plangebied; b. Minimaal 50% van de woningen zoals opgenomen in lid 15.1.1 onder a, moet gebruikt worden als sociale huurwoning. 15.1.2 Afwijken van het aantal woningen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.1.1 meer wooneenheden toestaan tot en met een maximum van 613 woningen voor het gehele plangebied, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. de 30 zorgwoningen als bedoeld in lid 3.3.2 niet zijn gerealiseerd; b. het bepaalde in lid 15.1.3 dient onverkort in acht te worden genomen; c. voldaan moet worden aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming en andere ecologische doelstellingen; 9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal. 15.1.3 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a.
de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming en andere ecologische doelstellingen; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte overeenkomstig de verplichting zoals opgenomen in artikel 15.4. 15.2
Maximum omvang niet-woonfuncties
15.2.1 Maximum aantal m2 bvo Onverminderd het bepaalde in Artikel 3 Gemengd en Artikel 7 Wonen bedraagt de omvang van de niet-woonfuncties als bedoeld in artikel 3.1 sub d en artikel 7.1 sub c en d ten hoogste 600 m2, met dien verstande dat: a. de volledige 600 m2 bvo mag worden ingevuld voor een buurthuis; b. 300 m2 bvo mag worden ingevuld voor overige niet-woonfuncties als bedoeld in Artikel 3 sub d en Artikel 7 sub c en d.
Regels (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Te Werve Oost
15.2.2 Afwijken van het maximum aantal m2 bvo Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.1 en een groter bruto vloeroppervlak toestaan, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. het bruto vloeroppervlak als bedoeld in artikel 15.2.1 (600 m2) met maximaal 500 m2 mag toenemen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte overeenkomstig de verplichting zoals opgenomen in artikel 15.4. 15.3
Voorwaardelijke verplichting geluid
a. Voor de functie wonen zoals bedoeld in artikel 3.1 sub a en artikel 7.1 sub a geldt dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien vaststaat dat de geluidsbelasting op de gevel(s) van de woningen de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (Hogere waarde) ingevolge een besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit Hogere waarde gestelde voorwaarde(n), niet zal worden overschreden. b. Het in gebruik nemen van woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als Bijlage 3 bij de regels is gevoegd, is uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden; c. Afwijking van de in sub b bedoelde voorwaarden is mogelijk wanneer maatregelen van gelijke strekking worden getroffen en deze worden voorgelegd aan en akkoord zijn bevonden door de Omgevingsdienst Haaglanden. 15.4
Voorwaardelijke verplichting parkeren - auto
a. een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de functies zoals bepaald in lid 3.1 sub a en b en lid 7.1 sub a, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de in Bijlage 4 genoemde parkeernormen, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte; b. een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de functies zoals bepaald in lid 3.1 sub d en lid 7.1 sub c en d, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de normen die zijn neergelegd in de 'Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk' zoals vastgesteld op 8 februari 2011. Als deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing indien op basis van het advies van een verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; d.
de in sub a en b genoemde parkeerbehoefte dient te worden opgelost op eigen terrein, indien dit niet mogelijk is, mag deze buiten het eigen terrein worden opgelost, mits dit binnen een afstand van maximaal 250 meter is; e. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
32
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
15.5
Voorwaardelijke verplichting parkeren - fiets
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, zoals toegestaan in de regels van dit plan, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor fietsen overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011', of de rechtsopvolger(s) daarvan, tenzij de aard en omvang van het gebruik niet leidt tot significante extra parkeerbehoefte voor fietsen; b. Een (fiets)berging bij een woning, die niet voldoet aan de eisen van artikel 4.30 tot en met 4.32 van het Bouwbesluit, voldoet in ieder geval aan de gelijkwaardigheidsbepaling van artikel 1.3 van het Bouwbesluit als wordt voldaan aan de in onderstaande leden genoemde eisen; c. Een gemeenschappelijke fietsenberging voorziet in onderstaand aantal fietsparkeerplaatsen per woning in combinatie met een interne berging in de woning: Gebruiksoppervlakte woning (m2)
Aantal plekken voor bewoners in Benodigde interne berging (m2) een fietsrek
Tot 50
2 (minimum 2 plekken)
geen
50 tot 75
2
2,7
75 tot 100
3
2,7
100 en groter
4
2,7
d. Er is per woning ten minste één plek in een laag rek; e. Fietsparkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden; f. Het bepaalde onder e is niet van toepassing indien: 1. de gerealiseerde fietsparkeergelegenheid wordt verplaatst na goedkeuring van de gemeentelijke verkeerskundige; 2. het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen wordt verkleind door rechtsopvolgend beleid; 3. één jaar na oplevering of later aantoonbaar sprake is van een overschot aan fietsparkeergelegenheid en na goedkeuring van de gemeentelijke verkeerskundige; g. De gemeenschappelijke fietsberging voor bewoners is een afsluitbare bergruimte; h. De fietsberging ligt in de directe nabijheid van de entree van het woongebouw of de liftschacht en/ of trappenhuis; i. Een fietsberging dient vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar te zijn via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte; j. Het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen voor bezoekers bedraagt 0,25 per woning; k. Het oppervlak dat een warmwatertoestel, een ruimteverwarmingstoestel of een andere gebouw-gebonden installatie inneemt, wordt niet meegerekend bij het bepalen van het oppervlak van de interne berging. 15.6
Voorwaardelijke verplichting waterberging
De gronden met de bestemming 'Gemengd' en de bestemming 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits: a. Uiterlijk acht jaar na ingebruikname van een hoofdgebouw is voorzien in de aanleg en instandhouding en het te allen tijde binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan effectief beschikbaar houden van minimaal 646 m3 waterbergingscapaciteit. b. Om de waterberging als bedoeld in lid 15.6 sub a effectief in stand te houden dient aan de volgende randvoorwaarden te worden voldaan: 1. een opvangcapaciteit voor berging van hemelwater van minimaal 646 m3; 2. vertraagde afvoer van minimaal 24 tot maximaal 48 u of een neerslag gestuurde lediging dit zodanig wordt ingesteld dat voorafgaand aan een bui een hoeveelheid waterberging naar rato van de verwachte neerslag wordt vrijgemaakt en dat de duurzame instandhouding en het beheer is geborgd. c. Het college van B&W zijn bevoegd om middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat een langere termijn wordt aangehouden voor de realisatie van de vereiste maatregelen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aanhouden van een langere termijn is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de
Regels (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Te Werve Oost verwezenlijking van de bestemming; 2. het aanhouden van een langere termijn leidt niet tot waterhuishoudkundige problemen; 3. vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap Defland. 15.7
Voorwaardelijke verplichting natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie
De hoofdgebouwen zoals bedoeld in artikel 3.2.1 en artikel 7.2.1 mogen uitsluitend worden gebouwd indien geborgd is dat natuurinclusief en klimaatadaptief gebouwd wordt en de te treffen maatregelen in stand gehouden worden. Hierbij gelden de volgende regels: Natuurinclusief bouwen a. er dient inzicht gegeven te worden in de te nemen maatregelen op gebouwniveau en de wijze hoe deze in stand gehouden worden. b. om te beoordelen of de te nemen maatregelen voldoende zijn, vraagt het college advies aan een deskundige. Deze deskundige toetst of de maatregelen bijdragen aan de gewenste biodiversiteit in het gebied, op basis van het inspiratie- en toetsingsinstrument Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, dat als Bijlage 5 bij deze planregels is opgenomen, als richtlijn. Klimaatadaptatie c. bij de aanvraag omgevingsvergunning dient aangetoond te worden dat de maatregelen zoals bedoeld in bijlage A.1. en de daarbij behorende bijsluiter van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen dat als Bijlage 6 bij de regels is gevoegd, gerealiseerd en in stand gehouden worden. d. andere klimaatadaptieve maatregelen zijn mogelijk, indien toepassing daarvan leidt tot een vergelijkbaar effect; e. het college vraagt advies aan een deskundige ten behoeve van de beoordeling van het bepaalde onder d.
34
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Te Werve Oost
Hoofdstuk 4 Artikel 16 16.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
16.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan 16.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 16.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 16.1.1 met maximaal 10%. 16.1.3 Uitzondering Lid 16.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2
Overgangsrecht gebruik
16.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 16.2.2 Afwijkingsmogelijkheid Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 16.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 16.2.3 Verlooptermijn Indien het gebruik, bedoeld in lid 16.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 16.2.4 Uitzondering Lid 16.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Te Werve Oost
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan 'Te Werve Oost' van de gemeente Rijswijk.
36
Regels (vastgesteld)