Sportpark Elsenburg_vastgesteld_toelichting
Tekst van het document
41
Locatie B y Zowel de boven- als ondergrond van de geanalyseerde mengmonsters, voldoen aan de achtergrondwaarde; y Indicatief is zowel de boven- als ondergrond, conform het Besluit bodemkwaliteit, ‘altijd toepasbaar’; y Het geanalyseerde grondwater voldoet aan de streefwaarde; y Zowel op het maaiveld als in het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. De totaal gewogen asbestconcentratie (maximaal < 2 mg/kg d.s.) overschrijden de norm voor nader asbestonderzoek niet. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig milieukundig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig onderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd en een momentopname betreft. De hergebruikmogelijkheden van eventueel aan en af te voeren grond en/of bouwstof dienen in overleg met het bevoegd gezag en conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring) te worden bepaald. De hergebruikmogelijkheden van de grond zijn in onderhavig onderzoek niet bepaald. De CROW 400-toetsing betreft een voorlopige veiligheidsklasse. De definitieve veiligheidsklasse dient vastgesteld te worden door de betreffende veiligheidsdeskundige. Deze veiligheidsdeskundige dient het veiligheidsrisico in te schatten en op basis daarvan de bijbehorende beheersmaatregelen vast te stellen.
Tevens dienen voor de definitieve beoordeling de uitvoeringsspecifieke omstandigheden inclusief weersomstandigheden in acht te worden genomen. Wanneer geen veiligheidsklasse van toepassing is, hoeven geen maatregelen te worden getroffen anders dan de basishygiënische maatregelen. Ten slotte wordt opgemerkt dat de toetsende en handhavende taak uiteindelijk bij het bevoegd gezag (Gemeente Rijswijk) ligt. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5
Niet-gesprongen explosieven
Toetsingskader In een bestemmingsplan dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt, dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) uit de Tweede Wereldoorlog (WO II). Toetsing en conclusie Ten behoeve van de herstructurering van het sportpark is een beknopte risicoanalyse uitgevoerd (Saricon, 14 december 2020, kenmerk 20S113). Het rapport is toegevoegd in bijlage 8. Uit het rapport blijkt dat de voormalige militaire locaties als onverdacht kunnen worden beschouwd en geen belemmering vormen voor de voorgenomen planontwikkeling.
4.6
Ecologie
Toetsingskader De bescherming van natuur in Nederland is op te delen in gebied- en soortenbescherming. Gebiedsbescherming is vastgelegd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De NNN is een netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
42
Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats van soorten significant kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als NNN. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken van het gebied. Anders dan bij gebied- en soortenbescherming is de status als NNN niet verankerd in de natuurwetgeving, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Soortenbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten.
Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten, als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening.
Het betreft de aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Econsultancy, 12 oktober 2020, rapportnummer 13573.001) om de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten aan te tonen. De quickscan is opgenomen in bijlage 9. Tevens zijn de gevolgen van stikstof voor beschermde natuurgebieden beoordeeld. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Gebiedsbescherming Uit de quickscan blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied met een beschermde status, zoals Natuur Netwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, Westduinpark & Wapendal, bevindt zich op circa 7 kilometer afstand ten noordwesten van de ontwikkeling. Door de afstand zijn geen directe effecten te verwachten door licht, trilling en geluid. Alleen het externe effect van een toename in stikstofdepositie is niet op voorhand uit te sluiten. bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
43
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is onderzoek (Econsultancy, 16 juni 2023 rapportnummer 13573.005) uitgevoerd naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit de berekeningen blijkt dat het effect van de ontwikkeling zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase kleiner of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Negatieve effecten kunnen zodoende worden uitgesloten. Soortenbescherming Uit de quickscan blijkt dat de aanwezigheid van beschermde planten kan worden uitgesloten. Het plangebied is wel (potentieel) geschikt voor broedvogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Broedvogels Binnen het plangebied bevindt zich een groot nest dat mogelijk van een havik, ransuil, sperwer, buizerd, boomvalk of wespendief is. De benodigde vervolgstappen zijn een nestinspectie in de winter en een nader onderzoek in het broedseizoen. Alleen indien geen bomen gekapt worden én alle werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal begin maart – eind augustus) uitgevoerd kunnen worden zijn onderzoeken naar jaarrond beschermde nesten niet nodig. De nestinspectie (Econsultancy, 13 januari 2021, project 13573.003) is uitgevoerd op 13 januari 2021. De memo is toegevoegd in bijlage 11. Voor het in de quickscan aangetroffen nest geldt dat in het broedseizoen geen verstorende werkzaamheden mogen worden uitgevoerd binnen een straal van 50 meter rondom het nest.
Buiten het broedseizoen mogen werkzaamheden worden uitgevoerd mits de functionaliteit van het nest behouden blijft. Daarnaast bevat het plangebied (potentiële) nestgelegenheden voor algemene broedvogels. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal tussen begin maart en eind augustus) uit te voeren kunnen overtredingen worden voorkomen. Nesten mogen buiten het broedseizoen verwijderd worden. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelinspectie plaats te vinden. Vleermuizen Met betrekking tot potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in de nabijheid van het plangebied (gebouw Rijswijksche Hockey Club) wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken. De gemeente heeft aangegeven dat dit verplicht is aangezien het gebied gebruikt wordt door watervleermuizen. De watervleermuizen zijn er niet alleen tijdens de werkzaamheden, maar ook tijdens het gebruik. Daarmee kan verstoring van vleermuizen worden voorkomen en is ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig. Zoogdieren Met betrekking tot grondgebonden zoogdieren en amfibieën dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht waarbij al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het beschadigen van individuen te voorkomen.
Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor beschermde gebieden. Ten aanzien vogels dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Ter bescherming van het jaarrond beschermde nest mogen tijdens het broedseizoen geen werkzaamheden binnen een straal van 50 meter rondom het nest worden uitgevoerd. Buiten het broedseizoen (d.w.z. tussen september en maart) mogen de werkzaamheden wel binnen deze straal worden uitgevoerd, als de functionaliteit van het nest en de directe omgeving behouden blijft.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
44
4.7
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: y bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; y vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien deze persoon zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, de concrete uitwerking volgt in het Basisnet.
Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande -6 situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de -6 10 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht.
Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Volgens de Risicokaart zijn er in het plangebied en in de nabije omgeving enkele potentiële risicobronnen gelegen. Deze betreffen de Rijksweg A4 en de aanwezigheid van aardgastransport- en hoogspanningsleidingen. Over de naastgelegen spoorlijn vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats en is deze wat betreft het aspect externe veiligheid niet van invloed op het plangebied. De PR-contouren en invloedsgebieden van risicovolle bronnen
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
45
zijn niet over het plangebied gelegen. Een berekening of verantwoording van het groepsrisico zijn voor deze bronnen derhalve niet noodzakelijk. Rijksweg A4 Ten noordoosten van het plangebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de Rijksweg A4. Volgens het Basisnet heeft deze transportroute geen PR 10-6 contour of plasbrandaandachtsgebied. Op basis van de vervoerde stoffen (maatgevende categorie LT2) bedraagt het invloedsgebied 880 meter en overlapt het plangebied. Het plangebied begint op 175 meter van de A4. Het grootste deel van het plangebied ligt echter verder dan 200 meter van de wegas. Op die afstand leiden ontwikkelingen niet tot een relevante toename van het groepsrisico. Echter dient vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Buisleidingen Binnen het plangebied en langs de Lange Kleiweg zijn aardgastransportleidingen aanwezig. De risico's ten aanzien van deze leidingen zijn in beeld gebracht met een risicoberekening (AVIV, 22 mei 2023, project 214393). Het onderzoek is opgenomen in bijlage 12. Daaruit blijkt dat de leidingen geen PR 10-6 contour hebben. Het groepsrisico van aardgasleiding A-517 is in de huidige en toekomstige situatie kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Bij aardgasleiding W-514-07 is er geen sprake van een groepsrisico.
Voor aardgasleiding A-517 kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan worden beschreven in paragraaf 2.2.2 van bijlage 12. De belemmeringenstrook rond aardgasleiding A-517 doorsnijdt het plangebied. Binnen de belemmeringenstrook is geen bebouwing gepland. De belemmeringenstrook vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. Het plangebied ligt buiten de belemmeringenstrook rond aardgasleiding W-514-07. De ondergrondse hoogspanningsleiding wordt behandeld in paragraaf 4.12. Beknopte verantwoording groepsrisico De onderstaande beknopte verantwoording van het groepsrisico is op basis van het advies van de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) uitgewerkt. Het advies is toegevoegd in bijlage 13. Het ergst denkbare scenario is een breuk in de aardgastransportleiding die explosief tot ontbranding komt waardoor een fakkelbrand ontstaat. De herstructurering biedt tevens de mogelijkheid om de veiligheidssituatie voor aanwezigen in de toekomst te verbeteren. Maatregelen om dit te bereiken zijn benoemd in het advies van de VRH.
Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd is. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om zijn taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Lange Kleiweg. Deze weg sluit in noordwestelijke en zuidoostelijke richting aan op het verdere wegennetwerk van Rijswijk. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan een mogelijke brand via meerdere aanvalswegen worden geblust. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in twee richtingen, eventueel kan vanaf de Lange Kleiweg ook het Elseburgerbos worden bereikt, waardoor altijd in drie richtingen van de bron af kan worden gevlucht. bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
46
Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zal het plangebied bestaan uit sportgelegenheden en diverse maatschappelijke instellingen die gevestigd zijn in de MFA. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. In de MFA worden een kinderdagopvang en buitenschoolse opvang mogelijk gemaakt. Ook hiervoor geldt dat de aanwezige kinderen als verminderd zelfredzame personen worden gezien. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het personeel deze kinderen kan begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen van het nieuwe verenigingsgebouw. Instructies met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident zijn noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. Veiligheidszone TNO Voor een deel van het plangebied is een gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - munitie' opgenomen.
De vergunning hiervoor is verlopen en met de nieuwe vergunning worden de veiligheidscirkels rondom TNO verkleind en overlappen niet meer met het sportpark. De beperking als gevolg van TNO is per 1 januari 2021 opgeheven. Op dit aspect wordt nader ingegaan in paragraaf 3.2.3. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het plangebied ligt binnen het invloedgebied van verschillende transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Naar de aardgastransportleiding die door het plangebied loopt is onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat het groepsrisico niet toeneemt. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd.
4.8
Geluid
Toetsingskader Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) gelden geluidszones langs spoorlijnen, wegen en rondom industrieterreinen. Binnen een geluidszone zijn de geluidsnormen van de Wgh van toepassing. Deze normen gelden alleen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) gelegen binnen de geluidszone. Onderzoek Op het sportpark wordt een MFA mogelijk gemaakt waar naast de sportverenigingen ook diverse maatschappelijke instellingen gehuisvest worden, zoals een kinderdagverblijf. Een kinderdagverblijf is een geluidsgevoelige functie. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 14. Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelastingen vanwege rijksweg A4, de Lange Kleiweg en de spoorbaan Rotterdam-Den Haag boven de voorkeursgrenswaarde uitkomen.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
47
Omliggende woningen Het sportcomplex als geheel valt onder de werking van het Activiteitenbesluit met direct werkende geluidvoorschriften van 50 dB(A) ter plaatse van de omliggende woningen. Dit geldt zowel voor de huidige situatie als de situatie na intensivering. Dit betekent dat er geen gevolgen zijn voor de geluidbelasting, aangezien er aan deze grenswaarde blijvend moet worden voldaan. Rijksweg A4 De geluidsbelasting vanwege Rijksweg A4 bedraagt na toepassing van de aftrek van artikel 110g Wet geluidhinder maximaal 52 dB op de 1e verdieping van het gebouw. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Lange Kleiweg De geluidsbelasting vanwege de Lange Kleiweg bedraagt maximaal 50 dB. Hiermee is er voor deze weg een lichte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB), maar geen overschrijding van de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Spoorweg De geluidsbelasting vanwege de spoorlijn Rotterdam-Den Haag bedraagt maximaal 68 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 53 dB overschreden, maar van overschrijding van de maximale ontheffingswaarde (68 dB) is geen sprake. Conclusie Het meest bepalend voor de akoestische situatie is genoemde spoorlijn. De geluidsbelasting vanwege spoorweglawaai bedraagt maximaal circa 68 dB.
Vanwege geen van de geluidsbronnen treedt er een overschrijding op van de maximale ontheffingswaarde. De voorkeursgrenswaarde wordt wel overtreden. Er zijn hogere grenswaarden geluid aangevraagd. Het besluit hogere waarden geluid heeft ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen op het ontwerp besluit ingediend. Het hogere waarden besluit is vastgesteld. Geluidswerende maatregelen aan de geluidsbronnen zijn door de geringe omvang van de geluidsgevoelige functie en financiële redenen niet haalbaar. Binnen de opzet en het gebouwontwerp zelf zijn er wel mogelijkheden om de geluidsbelasting ter plaatse van de gevel van het kinderdagverblijf te beperken, zoals het plaatsen van het kinderdagverblijf op een geluidsluwe plek.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
48
Tabel 4.1: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof Toetsing van Grenswaarde Stikstofdioxide (NO2) Jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ Uurgemiddelde concentratie Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³ Fijn stof (PM10) Jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³ concentratie Fijn stof (PM2,5) Jaargemiddelde concentratie 25 µg/m³ Onderzoek Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM (= Niet in Betekende Mate) grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In dit geval gaat om de herstructurering van een sportpark waarbij het aantal verkeersbewegingen toeneemt met maximaal 282 motorvoertuigen/etmaal. Zie ook paragraaf 4.10 Verkeer en parkeren. Binnen het MFA geldt de kinderopvang als een gevoelige bestemming als het gaat om luchtkwaliteit. Wettelijk moet voldaan worden aan het Besluit gevoelige bestemmingen.
Hierin staat onder meer dat als een gevoelige bestemming binnen 300 m van de rand van een rijksweg is gelegen getoetst moet worden of sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de wettelijke grenswaarden. Het gebouw bestemd voor kinderdagopvang is gelegen op een afstand van 280 m van de rand van de rijksweg A4. Van een overschrijding of dreigende overschrijding van de wettelijke grenswaarden is hier geen sprake. Met de NIBM-tool is bepaald dat de beoogde ontwikkeling 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen NO2 en PM10 (zie figuur 4.2). Het plan is daardoor vrijgesteld van verdere toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving.
Figuur 4.2: Resultaten NIBM-tool
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
49
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Lange Kleiweg. Uit de kaart blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruim onder de grenswaarden liggen. Tabel 4.2 Toetsing aan grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof grenswaarde maximale waarden in maximale waarden in jaar 2020 jaar 2030 stikstofdioxide (NO2) 40 µg/m³ 25,5 µg/m³ 20 µg/m³ fijnstof (PM10) 40 µg/m³ 18,4 µg/m³ 16 µg/m³ max 35 keer p.j. meer 7 µg/m³ 7 µg/m³ dan 50 µg/m³ Fijn stof (PM2,5) 25 µg/m³ 10,6 µg/m³ 8 µg/m³ Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.10
Verkeer en parkeren
Inleiding en uitgangspunten Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De herstructurering van het sportpark zal leiden tot veranderingen op het gebied van verkeer en parkeren. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerskundige gevolgen hiervan. Voor de beoogde herstructurering wordt de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie berekend op basis van de Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk d.d. 8-2-2011 en kencijfers CROW publicatie 381. Voor het te hanteren kencijfer wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van ''zeer sterk stedelijk gebied''. Het projectgebied valt volgens de Nota Parkeernormen in het ''Uitleggebied Rijswijk Zuid'', dat in de kencijfers van het CROW vertaald wordt naar ''rest bebouwde kom''. Voor het parkeren is daarnaast uitgegaan van informatie over feitelijk gebruik in de huidige situatie.
Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid wordt getoetst aan de wegencategorisering en de daarin bepaalde grenswaarde voor de verkeersintensiteit per wegcategorie waarbij een inschatting door een of meerdere deskundige(n) op grond van kennis en ervaring is gedaan. Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied ligt aan de Lange Kleiweg en wordt ontsloten via deze weg (zie ook figuur 4.3). De Lange Kleiweg is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom en hier geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. In noordwestelijke richting wordt het plangebied via de Lange Kleiweg ontsloten richting het centrum van Rijswijk. In zuidoostelijke richting wordt het plangebied via de Lange Kleiweg ontsloten richting Delft. Het plangebied ligt dichtbij de Rijksweg A4. De meest directe route is via de Lange Kleiweg (in noordwestelijke richting) en de Polakweg. In figuur 4.3 wordt de ontsluiting van het plangebied weergegeven.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
50
Openbaar vervoer Het plangebied is ook te bereiken met het openbaar vervoer. De dichtstbijzijnde bushaltes liggen aan de Polakweg (halte Rijswijk, Polakweg) en aan de Lange Kleiweg (halte Rijswijk, TNO / Lange Kleiweg). Beide bushaltes liggen binnen een loopafstand van circa 500 meter. Aan beide haltes halteert bus 53 welke ieder halfuur rijdt in de richting van Station Rijswijk en Station Delft. Langzaam verkeer Aan weerszijden van de Lange Kleiweg is een vrijliggend fietspad aanwezig. In noordwestelijke richting lopen deze door tot over het viaduct over de A4 en vervolgens ligt aan de westkant van de Lange Kleiweg een fietspad in twee richtingen. In zuidoostelijke richting lopen de vrijliggende fietspaden door tot aan Delft en gaan daar over in fietsstroken. Voor voetgangers is er aan de oostkant van de Lange Kleiweg een aparte voetgangersvoorziening aanwezig. Fietsers en voetgangers aan de oostkant van de Lange Kleiweg kunnen bij de ingang van het sportpark in twee fases oversteken.
Figuur 4.3: Ontsluiting plangebied Parkeren Parkeerbehoefte auto en (brom)fiets De gemeente Rijswijk heeft een parkeerbalans opgesteld waarbij is gekeken naar de parkeerbehoefte op basis van de hockeysportvelden, de MFA, wielrenbaan en BMX-baan (zie bijlage 15). Hieruit blijkt dat de totale parkeerbehoefte 148 parkeerplaatsen is voor de auto en de fiets. Tabel 4.2: Parkeerbehoefte auto sportpark Toekomstige invulling sportpark Parkeerplaatsen Aantal Eigen gebruik Sportveld 1,5 ha 22,5 (hockey) Wielrenbaan 1 10,0 BMX-baan 1 20,0 Multifunctionele 3.000 m²bvo 16,0 accommodatie (MFA) 68,5 totaal
Bezoek 37,5
Totaal 60,0
15,0 15,0 12,0
25,0 35,0 28,0
79,5
148,0
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
51
Met het toepassen van aanwezigheidspercentages is te zien dat de piek ligt op zaterdag- en zondagmiddag. Dan is de parkeerbehoefte 120 parkeerplaatsen. Tabel 4.3: Parkeerbehoefte auto met toepassen van aanwezigheidspercentages werkdag zaterdag ochtend middag avond nacht koopavond middag avond Sportveld 15,0 15,0 30,0 0,0 30,0 60,0 15,0 (hockey) Wielrenbaan 6,3 6,3 12,5 0,0 12,5 25,0 6,3 BMX-baan 8,8 8,8 17,5 0,0 17,5 35,0 8,8 Multifunctionele 28,0 28,0 8,6 0,0 21,0 0,0 0,0 accommodatie (MFA) 58,0 58,0 68,6 0,0 81,0 30,0 totaal 120,0
zondag middag 60,0 25,0 35,0 0,0
120,0
Parkeeraanbod auto Binnen het plan wordt een parkeerplaats gerealiseerd met een capaciteit van 120 parkeerplaatsen. Dit is voldoende capaciteit om de toekomstige parkeerbehoefte voor de auto op het sportpark op te vangen. Tabel 4.4: Parkeerbehoefte fiets en scooter sportpark Toekomstige invulling sportpark Stallingsplaatsen Aantal Fiets Sportveld 1,5 ha 302 Wielrenbaan 1 210 BMX 1 9 Totaal 541
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
Scooter 34 2 1
52
Tabel 4.5 Parkeerbehoefte fiets en bromfiets met toepassing van aanwezigheidspercentages en onderscheid fiets/scooter Werkdag Zaterdag Zondag Fiets Maanda Dinsdag Woensd Donderd Vrijdaga Ochtend Middag Ochtend Middag gavond avond agavond agavond vond Sportveld 72,9 189,9 150,9 189,9 27,9 85,3 150,4 183,9 231,6 Wielrenb 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 73,2 73,2 115,7 73,2 aan BMX 0,0 2,5 2,5 2,5 0,0 9,3 9,3 9,3 9,3 Totaal 115,4 234,9 195,9 234,9 115,4 167,8 232,9 308,9 314,1 Indien de MFA ook op zaterdag- of zondagmiddag functioneert buiten het hockeyen en fietsen van bovenstaande, wordt een toeslag gerekend van 20 fietsparkeervoorzieningen boven op het totaal (dus 335 in plaats van 315) Scooter Maanda Dinsdag Woensd Donderd Vrijdaga Ochtend Middag Ochtend Middag gavond avond agavond agavond vond Sportvel 8,1 21,1 16,8 21,1 8,1 9,5 16,7 20,4 25,7 d Wielrenb 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 1,7 1,7 1,7 1,7 aan BMX 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 1,3 1,3 1,3 1,3 Totaal 8,1 21,1 16,8 21,1 8,1 12,5 19,7 23,4 28,7 Indien de MFA ook op zaterdag- of zondagmiddag functioneert buiten het hockeyen en fietsen van bovenstaande, wordt een toeslag gerekend van 2 parkeervoorzieningen boven op het totaal (dus 31 in plaats van 29) Parkeeraanbod fiets/bromfiets Binnen het plan wordt een stalling gerealiseerd met een capaciteit van 315 voorzieningen voor de fiets en 30 voor de scooter.
Dit is voldoende capaciteit om de toekomstige parkeerbehoefte voor de fiets en bromfiets op het sportpark op te vangen. Verkeersgeneratie Door de herstructurering van het sportpark zullen er in de toekomst meer verkeersbewegingen zijn. In het projectgebied zijn na de reconstructie 4 hockeyvelden, 1 miniveld, een wielerbaan, een mountainbiketerrein en een fietscrossbaan gelegen. Het CROW heeft geen kentallen van hockeyvelden of sportvelden of de andere functies om de verkeersgeneratie mee te berekenen. Door de gemeente Rijswijk is een parkeerbalans opgesteld waarin de gehele herontwikkeling (inclusief MFA) is meegenomen. Om die reden is er een reële inschatting gemaakt van de verkeersgeneratie aan de hand van benodigde parkeerplaatsen en de verblijfsduur op de locatie. In de vorige paragraaf is berekend dat de totale parkeerbehoefte 120 parkeerplaatsen is. Uitgaande van twee ritten per auto (heen en terug) en een turnover* van drie, resulteert dit in een verkeersgeneratie van 720 verkeersbewegingen per etmaal (weekdag). In tabel 4.3 is een overzicht van de berekende huidige en toekomstige verkeersgeneratie weergeven.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
53
Verkeersgeneratie
Aantal
Aantal parkeerplaatsen 73-97 huidige situatie Ritten / auto 2 Subtotaal 146-194 Turnover (aantal auto's / 3 parkeerplaats) Verkeersgeneratie huidige situatie totaal Aantal parkeerplaatsen 120 nieuwe situatie Ritten / auto 2 Subtotaal 240 Turnover (aantal auto's / 3 parkeerplaats) Extra verkeersgeneratie
Verkeersbewegingen gemiddelde)
(weekdag
438-582
maximaal 282
Verkeersgeneratie 720 nieuwe situatie totaal Tabel 4.3: Verkeersgeneratie sportcomplex *De turnover is het aantal keren dat een parkeerplaats per etmaal wordt benut (door verschillende personenauto's). De totale verkeersgeneratie van het sportcomplex zal 720 verkeersbewegingen per etmaal bedragen. Dit is een verkeerstoename van 138 tot 282 mvt/etmaal. De piek zal voornamelijk liggen in de weekenden, wanneer er wedstrijden zijn, en op trainingsavonden. Voor de MFA ligt de piek tijdens doordeweekse ochtenden en middagen. De verkeersbewegingen zullen hierdoor over alle dagdelen verdeeld zijn. De verwachting is dat deze hoeveelheid verkeersbewegingen binnen de huidige infrastructuur opgevangen kan worden. De piek is op zaterdag- en zondagmiddag wanneer het normaal gesproken rustiger is en niet in de ochtend- of avondspits. Tevens vindt het grootste deel van de verkeersbewegingen op dit moment ook al plaats, aangezien de wielerclub en de hockeyclub (met 3 hockeyvelden) hier nu ook al gelegen zijn. Verkeersafwikkeling Door de uitbreiding van het sportpark zal de hoeveelheid verkeersbewegingen toenemen. Het totale aantal verkeersbewegingen kan binnen de huidige infrastructuur opgevangen worden en dit leidt niet tot knelpunten op het omliggend wegennet. De piek zal met name liggen in de weekenden en tijdens trainingsavonden.
Verkeersveiligheid Het langzaam verkeer kan ter hoogte van de ingang van het sportpark de Lange Kleiweg in twee fases oversteken. Ter hoogte van deze oversteekplaats en de in- en uitrit is een verkeersremmende maatregel aanwezig. De rijbaan wordt verhoogd door middel van een plateau. Hiermee wordt de verkeersveiligheid gewaarborgd. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor het gemotoriseerd verkeer en het langzaam verkeer. Ook per openbaar vervoer is de locatie te bereiken. De parkeerbehoefte van het sportcomplex ligt tussen de 109 en 141 parkeerplaatsen. Op het sportcomplex wordt een parkeerterrein gerealiseerd met een capaciteit van 120 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt dus in het plangebied opgevangen. bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
54
De verkeersgeneratie van het beoogde sportpark ligt ongeveer tussen de 654 en 846 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is een verkeerstoename van ongeveer 216 tot 264 mvt/etmaal. De piek zal voornamelijk liggen in de weekenden, wanneer er wedstrijden zijn, en op trainingsavonden. De verkeersbewegingen op de overige dagen en dagdelen zal beperkt zijn. De verwachting is dat deze geringe verkeerstoename binnen de huidige infrastructuur opgevangen kan worden. De aspecten verkeer en parkeren staan de herontwikkeling van het sportcomplex dan ook niet in de weg.
4.11
Water
Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van de ruimtelijke onderbouwing wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld.
Europa: y Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: y Nationaal Waterplan (NW) y Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) y Waterwet Provinciaal y Provinciaal Waterplan y Omgevingsvisie y Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Het waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Hoogheemraadschap van Delfland is op 10 maart 2022 vastgesteld en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen Delfland neemt om met uitdagingen als klimaatverandering, verstedelijking, energietransitie, arbeidsmarkt en digitalisering om te gaan en zo het gebied veilig en leefbaar te houden. Deze uitdagingen zorgen ervoor dat het hoogheemraadschap flexibel moet blijven, moet innoveren, samenwerken en anticiperen op de veranderende omgeving. Delfland wil bijvoorbeeld wateroverlast als gevolg van extreem weer zoveel mogelijk voorkomen en de invloed van droogte op de hoeveelheid zoetwater verminderen. In het waterbeheerprogramma staat de missie van het Hoogheemraadschap van Delfland centraal, deze is: ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’. Hierbij zijn de aspecten duurzaam circulair, waterkwaliteit, samenwerken en financiën leidend. In het waterbeheerprogramma zijn 32 thema’s opgesteld met de doelen, ambities en maatregelen. Het programma is te vinden op https://wbp6.dpipreview.nl/.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
55
Huidige situatie Het plangebied is gelegen in Rijswijk aan de Lange Kleiweg 106 en bestaat momenteel uit sportvoorzieningen van een hockey- en wielrenvereniging. Op het sportpark staan twee clubhuizen. Ten zuiden van het plangebied liggen volkstuinen en ten noorden een evenementencentrum. Ten westen loopt de spoorweg met daarachter het Wilhelminapark. Ten oosten, aan de overzijde van de Lange Kleiweg, zijn een bedrijventerrein en het Elsenburgerbos. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Op de Bodemkaart is te zien dat de bodem van het plangebied uit lichte klei met homogeen profiel bestaat (figuur 4.4). Met betrekking tot het grondwater is ter plaatse van het plangebied sprake van grondwatertrap II= H <40 L 50-80 en III= H <40 L > 80-120 (figuur 4.5). Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen 50 en 120 centimeter onder maaiveld. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland varieert de maaiveldhoogte in het plangebied tussen -0,60 en -0,40 NAP.
Figuur 4.4: Overige bodemsoorten, plangebied rood omlijnd (bron: Bodemkaart)
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
56
Figuur 4.5: Overzicht grondwatertrappen, plangebied rood omlijnd (bron: Bodemkaart) Waterkwantiteit Conform de Legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn in het plangebied zowel primaire als secundaire watergangen aanwezig. Deze bevinden zich aan de randen van het plangebied. De breedte voor de beschermingszone van primaire polderwatergangen is 4 meter en voor secundaire 1,5 meter aan weerszijden van de watergang. Binnen deze beschermingszone gelden conform de Keur van Hoogheemraadschap van Delfland beperkingen voor het bouwen en het aanleggen ter bescherming van de watergang. Verder is deze beschermingszone opgenomen om onderhoud aan de watergang mogelijk te maken.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
57
Figuur 4.6: Uitsnede Legger Hoogheemraadschap van Delfland (bron: Hoogheemraadschap van Delfland) Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De tijdelijke huisvesting is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. De permanente huisvesting wordt ook aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt het sportpark opnieuw ingericht. De bestaande gebouwen worden gesloopt en er wordt een nieuwe multifunctionele accommodatie gerealiseerd. De wielerbaan en sportvelden worden verplaatst zodat er ruimte ontstaat voor een extra hockeyveld en een BMX-baan voor Fietscrossclub Rijswijk. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
58
Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Er is geen sprake van ophoging. Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Hiervoor hanteert Hoogheemraadschap van Delfland het standstill beginsel. Dit houdt in dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. Conform de Handreiking watertoets van het Hoogheemraadschap van Delfland (2020) geldt als richtlijn voor het watersysteem het 'standstill beginsel'. Dit betekent dat de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mag leiden en bij voorkeur ook zo wordt ingericht dat schade en overlast bij hevigere buien en droogte wordt voorkomen. In de huidige situatie is sprake van 5.181 m² bebouwd en verhard oppervlak. In de toekomstige situatie is dat 7.016 m².
Figuur 4.7: Verharding plangebied in de huidige en toekomstige situatie (Bron: Arcadis Nederland B.V.) Op basis van het huidige ontwerp is de watersleutel ingevuld (bijlage 16). Volgens de Watersleutel is 270,5 m3 berging nodig. Bij een maximale peilstijging van 0.36 m, is er een berging van 751 m2 in open water noodzakelijk. Het is nog onduidelijk hoe de wateropgave ingevuld gaat worden. In regels is onder 3.2.5 een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de waterberging opgenomen. Planologisch en juridisch gezien is het realiseren van voldoende waterberging daarmee geborgd. Waterkwaliteit Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
59
verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Waterveiligheid De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: y hemelwater vasthouden voor benutting, y (in-) filtratie van afstromend hemelwater y afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater y afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Door de aanwezige sportvelden zal het hemelwater hoofdzakelijk infiltreren in de bodem. Een klein deel van het plangebied is verhard met bebouwing en bestrating. Daar vandaan zal het water afstromen naar de omliggende onverharde gebieden waar het kan infiltreren. Voor de vier nieuwe watervelden voor de hockeyclub is een waterberging- en beregeningssysteem aangelegd.
Hiervoor wordt hemelwater opgevangen, opgeslagen en hergebruikt binnen het plangebied. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. De watergangen zijn secundaire watergangen en dienen onderhouden te worden door de aangrenzende eigenaren. Er is voldoende ruimte om onderhoud vanaf de kant uit te voeren. Er wordt 2,5 meter afstand gehouden tussen de watergang en de bomen.
Op de locaties waar dit gewenst is, bijvoorbeeld als gevolg van de breedte van de watergang of het ontbreken van voldoende onderhoudsstrook aan de andere kant, kan de afstand verbreed worden naar 4 meter. Zorgplicht De De initiatiefnemer dient maatregelen of voorzieningen te treffen om te voldoen aan de zorgplicht. Hierbij kan onderstaande stroomschema gebruikt worden om tot de goede maatregel te komen.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
60
Figuur 4.8 Stroomschema toepassen van vasthoudmaatregelen (Bron: Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces, Delfland) In bovenstaande stroomschema wordt ook naar klimaatadaptieve maatregelen verwezen. Wateroverlast door hoosbuien is een steeds vaker voorkomend probleem. Om overlast te kunnen voorkomen moet water vastgehouden worden en langzaam worden afgevoerd. Hieraan kan iedereen bijdragen door bijvoorbeeld aan de volgende maatregelen te denken: y afkoppelen van hemelwaterafvoer van het riool en dit water laten infiltreren y waterberging op platte en/of groene daken y waterberging onder parkeerplaatsen y waterberging in parkeerkelders y grindkoffers onder de verharding y in wadi's en andere vormen van groenvoorzieningen y vijvers en watertonnen Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het sportpark Elsenburg zullen de te nemen klimaatadaptieve maatregelen verder worden uitgewerkt waarbij rekening wordt gehouden met zowel het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland als ook de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022. Conclusie Gelet op bovenstaande vormt het aspect water geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.12
Kabels en leidingen
Planologisch relevante kabels en leidingen moeten in een bestemmingsplan vastgelegd worden. Het gaat hierbij om buisleidingen met een externe veiligheidszone, hoogspanningslijnen en overige leidingen. Aardgastransportleiding De aardgastransportleidingen met een externe veiligheidszone zijn behandeld in paragraaf 4.7. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de aardgastransportleidingen die het plangebied doorsnijden.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
61
Hoogspanningslijnen Voor bovengrondse hoogspanningslijnen staat in een beleidsadvies (VROM, kenmerk SAS/2005183118) aangegeven hoe er bij ruimtelijke hiermee plan om moet worden gegaan. Voor ondergrondse hoogspanningslijnen is echter geen Rijksbeleid. Ook is er geen verplichting om deze op te nemen in een bestemmingsplan. Volgens het RIVM (Rijksinspectie voor Volksgezondheid en Milieu) is er wel een magneetzone, maar verloopt deze anders (en minder ver) dan bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Via een berekening kan bepaald worden of er voldaan wordt aan de internationale norm van 100 microTesla en of de leiding mogelijk relevant is. De Commissie voor de Milieueffectrapportage hanteert een strengere norm van 400 nanoTesla (0,4 mT). Er zijn meerdere metingen uitgevoerd (Shielding Technologies, 1 maart 2021). Het rapport is toegevoegd als bijlage 17. Hieruit blijkt dat de gemeten waarden ruim onder 400 nT liggen. Conclusie De aanwezigheid van de ondergrondse hoogspanningslijn vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
62
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
63
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving
5.1
Welke bestemmingen komen voor in dit plan?
Een bestemmingsplan geeft aan voor welke functies percelen en bouwwerken mogen worden gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor wonen, groen, verkeer enzovoort. Daarnaast bevat het plan per functie regels waaraan het gebruik en/of het bouwen moet voldoen. Zo is vastgelegd waar gebouwd mag worden en waar niet, en zijn regels gesteld voor hoe mag worden gebouwd. Het plan geeft bijvoorbeeld de maximale bouw- en goothoogte van huizen, en de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen aan.
5.2
Hoe ziet een bestemmingsplan er uit?
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen de 'plankaart' genoemd), planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn het juridische deel van het bestemmingsplan. In dit deel van het bestemmingsplan staan de rechten en plichten die voortvloeien uit het plan. In de plantoelichting zijn de achtergronden en uitgangspunten voor het beleid opgenomen. Met de toelichting worden de aanwezige belangen in het gebied afgewogen en wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Alle bestemmingsplannen in Nederland zijn te vinden op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar.
Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksboven 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op drie manieren nader worden ingevuld: y
Met een enkelbestemming: Dit betreft een bestemming die aan de gronden wordt toegekend.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
64
y
y
5.3
Met een dubbelbestemming. Dit betreft een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Bijvoorbeeld voor archeologie of ondergrondse leidingen. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Met een aanduiding. Een aanduiding is een vlak op de verbeelding. Via een aanduiding wordt in de regels iets aanvullend geregeld. Dat kan betrekking hebben op maatvoering (bijvoorbeeld een specifieke goot- of bouwhoogte), bouwen (bijvoorbeeld voor specifieke bouwwerken als overkappingen) of functies (bijvoorbeeld zorgwoningen).
Wat regelt een bestemmingsplan?
Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemming: y Sport: deze bestemming is opgenomen voor de beoogde sportvoorzieningen en multifunctionele accommodatie. En dubbelbestemmingen: y Leiding - Hoogspanning: ter plaatse van de ondergrondse leiding hoogspanning en de daarbij behorende voorzieningen; y Leiding - Gas: ter plaatse van de aardgastransportleiding en de daarbij behorende voorzieningen.
5.4
Opzet van de planregels
De hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, hebben de volgende vaste volgorde: y In de Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; y In de Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; y De Algemene regels bevatten een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals bijvoorbeeld de algemene bouw- en gebruiksregels; y De Overgangs- en slotregels ten slotte geven het overgangsrecht voor het bestaand gebruik en de bestaande bebouwing en de titel van het plan weer. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden. Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Daarnaast is een aantal bepalingen opgenomen waaraan landelijk gezien de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling.
5.5
Toelichting op de inleidende regels
In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de inleidende regels. Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
65
Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
5.6
Toelichting op de bestemmingsregels
Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan: Artikel 3 Sport De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor sport en recreatie en de multifunctionele accommodatie. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen waar de multifunctionele accommodatie wordt gerealiseerd. Hierbij zijn de maximum bouwhoogte en bruto vloeroppervlakte opgenomen. Artikel 4 Leiding - Gas De gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' zijn mede bestemd voor aardgastransportleiding en de daarbij behorende voorzieningen. Artikel 5 Leiding - Hoogspanning De gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' zijn mede bestemd voor ondergrondse leiding hoogspanning en de daarbij behorende voorzieningen.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
66
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
67
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een gezamenlijke ontwikkeling tussen de gemeente Rijswijk en de sportverenigingen. Gemeente Rijswijk heeft voor fase 1 een krediet van € 4,45 miljoen beschikbaar gesteld voor de herstructurering van het Sportpark Elsenburg. Voor fase 2, de bouw van een MFA en inrichting midden gebied is een krediet van € 13 miljoen beschikbaar gesteld. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De grond is in eigendom van de gemeente. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Participatie De twee bestaande gebruikers, de Rijswijksche Hockey Club (RHC) en de Rijswijkse Wielervereniging De Spartaan, en de nieuwe vereniging de Fietscrossclub Rijswijk zijn in ontwerpproces betrokken. De drie verenigingen hebben voor de uitwerking van de MFA een intentieverklaring ondertekend. Voor het onderzoek naar de bouw van de accommodatie zullen de verenigingen een belangrijke rol spelen en nadrukkelijk participeren. De maatschappelijke commerciële huurders zijn geselecteerd volgens de procedure van het Didam arrest, de geselecteerden zullen tevens participeren in het ontwerp proces.
bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" vastgesteld
68
Het sportpark kent één woning in de directe omgeving, in fase 1 zijn een aantal nieuwe sportfaciliteiten aangelegd. Zoals een fietscrossbaan en extra hockeyveld. De bewoners van deze woning zijn in deze fase meegenomen in de plannen voor het gehele sportpark. Nu voor fase 2, de bebouwing van het middenterrein, een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, zal de bewoner met een aantal contact momenten meegenomen worden in de plannen voor de bebouwing en de ruimte die het bestemmingplan hiervoor biedt. De toekomstige huurders van de in de toekomst geplande gebouwen zijn vanaf de start regelmatig meegenomen in de plannen. Op 29 augustus 2023 is een startbijeenkomst gehouden in het bijzijn van de wethouder sport. De reacties op de eerste plannen zijn zeer positief ontvangen. Alle toekomstige huurders waren aanwezig en hebben met elkaar kennis gemaakt. Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestemmingsplan toegestuurd naar de vaste overlegpartners. Op dit plan hebben het Hoogheemraadschap van Delfland, Veiligheidsregio Haaglanden en Tennet gereageerd. De vooroverlegrecties zijn samengevat en beantwoord in bijlage 18. Deze vooroverlegreacties hebben geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.