CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

SOL018929FF -Definitief- Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk

Raadsvergadering 1 juni 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan "Verleggen gastransportleiding Van der Kooijweg” (RV 23-038)4.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURTOETS Verlegging W-514-01 te Rijswijk OPDRACHTGEVER CONTACTPERSOON BETREFT UW KENMERK ONS KENMERK CONTACTPERSOON WSP TELEFOONNUMMER E-MAIL AUTEUR TWEEDE LEZER DATUM STATUS

1

N.V. Nederlandse Gasunie De heer R. Honkoop Verlegging W-514-01 te Rijswijk I.014493.01 SOL018929FF Mevrouw ing. A.J.M. Heddes 06 - 22 915 110 Anita.Heddes@WSP.com De heer MSc. B. van Eijk De heer ing. M. Koster 6 juli 2022 Definitief

WSP Nederland B.V. Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden tel. +31 (0)88 91 020 00 Iban NL06 ABNA 0440 3394 21 KvK 20045963 BTW NL0065.66.832.B.01 wsp.com

INLEIDING

Aanleiding en doel van het onderzoek De aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen verlegging van gasleiding W-514-01 (routekaart KR-016). Voor de verlegging van de gasleiding is een gestuurde boring voorzien waarbij het intredepunt zich aan de westzijde van de A4 (ter hoogte van de Van der Kooijweg) bevindt. Het uittredepunt van de gestuurde boring bevindt zich aan de oostzijde van de A4, ter hoogte van het pand aan de Van Zijlweg 12. Na het aankoppelen van deze nieuwe gasleiding wordt de oude leiding en de nabijgelegen BB-gasleiding W-512-01-BB verwijderd. Het doel van de natuurtoets is het bepalen of er beschermde natuurwaarden in het plangebied of directe omgeving aanwezig zijn én of de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op deze beschermde soorten en gebieden. Bij negatieve effecten en/of onvoldoende informatie dient een aanvullend nader onderzoek te worden uitgevoerd (indien aan de orde, is dit vermeld in de conclusie). Kwaliteit WSP Nederland B.V. is door Kiwa Nederland B.V. gecertificeerd voor de ISO 9001, ISO 14001 en VCA**. Daarnaast is WSP actief lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). WSP Nederland B.V. is niet aansprakelijk voor (vervolg)schade welke kan voorkomen op basis van de inhoud en resultaten van het opgestelde natuurtoets. Dit rapport is opgesteld op verzoek van N.V. Nederlandse Gasunie en is haar eigendom.

2

BESCHRIJVING PLANGEBIED

Huidige situatie en geplande werkzaamheden Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van Rijswijk en is zowel gelegen aan de west- als oostzijde langs de A4. Figuur 2.1 t/m 2.13 geven een impressie van het plangebied. Het plangebied waar het intredepunt van de gestuurde boring zich gaat bevinden en waar de te verwijderen gasleidingen liggen bestaat uit kruidenrijk grasland. Aan de westgrens staat een rij van acht bomen met daarnaast een kleine watergang. De te verwijderen leidingen volgen vervolgens de Van Rijnweg onder de aanwezige brug over de A4. Vervolgens gaat de leiding door een groen wandelgebied dat ten oosten van de A4 ligt. Dit gebied bestaat uit verschillende watergangen, een voetpad en grasland met afwisselend bomen en struweel. De watergangen hebben een houten beschoeiing waarbij Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 1/12

verscheidene oevers begroeid zijn met rietkragen en struweel. Het oostelijk deel van het wandelgebied bestaat uit een houtachtige vegetatie met braam en ratelpopulier. Het uittredepunt van de gestuurde boring bevindt zich aan de oostzijde van de A4, ter hoogte van het pand aan de Van Zijlweg 12. Dit is een weiland bestaande uit kort grasland met aan de oostzijde een brede watergang. Onder dit weiland lopen ook de te verwijderen leidingen. De werkzaamheden bestaan uit het verleggen van een klein deel van de leiding W-514-01 - v/d Kooijweg (blauwe lijn, figuur 2.1 en bijlage 3) met een gestuurde boring. De bestaande leidingen (oranje lijn) worden deels verwijderd. De nieuwe leiding wordt ten noorden van de bestaande leiding gerealiseerd. Ten behoeve van de werkzaamheden worden twee werkterreinen tijdelijk aangelegd (figuur 2.2). Ten behoeve van de nieuwe leiding dienen zeven bomen gekapt te worden bij het werkterrein van het intredepunt. Conform de huidige planning worden de werkzaamheden uitgevoerd in 2023.

Figuur 2.1: Plangebied met de gestuurde boring (blauwe lijn) en de te verwijderen leidingen (oranje lijn)

Figuur 2.2: Deel van het plangebied met de aan te leggen leiding (HDD, paarse stippellijn), de te verwijderen leidingen (rode lijn), de werkterreinen bij het intrede- en uitredepunt (geel omrand) en de te kappen bomen (groene stippen)

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 2/12

Figuur 2.3: Watergang naast kruidenrijk grasland ten noorden van A4

Figuur 2.4: Kruidenrijk grasland ten noorden van A4

Figuur 2.5: Bomen naast kruidenrijke grasland ten noorden van A4.

Figuur 2.6: Brug over de A4

Figuur 2.7: Watergang naast wandelgebied en Van Zijlweg

Figuur 2.8: Watergang in wandelgebied met rietkragen en houten beschoeiing

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 3/12

Figuur 2.9: Grasland met struweel en bomen in wandelgebied

Figuur 2.10: voetpad met struweel in wandelgebied

Figuur 2.11: voetpad met grasland en bomen

Figuur 2.12: weiland en naastgelegen watergang

Figuur 2.13: weiland en naastgelegen watergang

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 4/12

3

INTERPRETATIE/ WERKWIJZE

De ecologische natuurtoets bestaat uit de volgende onderdelen: − Bureaustudie: bij de bureaustudie (bron Nationale Databank Flora en Fauna) is informatie verzameld van eerder waargenomen soorten rondom de onderzoekslocatie (binnen een straal van 2.000 meter). Hierbij is alle informatie van de laatste vijf jaar verzameld. Op basis van de verzamelde informatie kan redelijkerwijs worden vastgesteld welke soorten kunnen voorkomen ter hoogte van de onderzoekslocatie. De conclusies van de bureaustudie zijn getoetst tijdens de uitvoering van het veldbezoek. Tevens is de ligging van het plangebied getoetst ten opzichte van beschermde gebieden in de omgeving (NNN en/of Natura 2000-gebied). − Veldbezoek: door een deskundige (ecoloog) is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving, waarbij de aanwezigheid van geschikte biotopen en/of verblijfplaatsen van wettelijk beschermde soorten in beeld zijn gebracht. Het veldbezoek is uitgevoerd op 6 mei 2022 onder gunstige weersomstandigheden (droog, 2 Bft). − Effectbeoordeling: verwerking en toetsing van de verzamelde gegevens voor bepaling van de huidige natuur-, landschappelijke en ecologische waarde van de geplande werkzaamheden op het plangebied en de directe omgeving (effectenbeoordeling). Tevens zijn de effecten van de werkzaamheden op beschermde natuurgebieden in de omgeving beoordeeld.

4

BESCHERMDE NATUURWAARDEN EN EFFECTBEOORDELING

4.1

Bureauonderzoek beschermde soorten

De onderstaande gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en geven per plangebied een impressie van het voorkomen van beschermde soorten in de omgeving. Deze soorten kunnen mogelijk voorkomen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Dit blijkt uit de analyse van deze meldingen hieronder in combinatie met het uitgevoerde veldonderzoek (beschreven in de daaropvolgende paragraaf). Planten Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten binnen 2 kilometer van het plangebied. Amfibieën en reptielen Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën en reptielen binnen 2 km van het plangebied. Ongewervelden Er is één waarneming bekend van een beschermde ongewervelde binnen 2 kilometer van het plangebied. Het gaat hierbij om de gevlekte witsnuitlibel (1,0 km afstand). Vissen Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen binnen 2 km van het plangebied. Grondgebonden zoogdieren Verschillende waarnemingen zijn rondom het plangebied bekend van de boommarter, bunzing, wezel en hermelijn. Ook zijn algemene soorten zoals egel, vos, haas, konijn en muizen waargenomen in de directe omgeving van het plangebied. Vleermuizen Waarnemingen van vleermuizen zijn bekend binnen 200 meter van het plangebied. Het gaat hierbij om de soorten gewone en ruige dwergvleermuis.

Op verdere afstand (1.500 meter) zijn ook de soorten meervleermuis, laatvlieger, watervleermuis en rosse vleermuis waargenomen. Vogels Diverse waarnemingen van algemene broedvogels zoals koolmees, spreeuw, blauwe reiger, ekster en zwarte kraai zijn bekend in de omgeving van het plangebied.

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 5/12

-

4.2

Diverse soorten met jaarrond beschermde nesten binnen 1.500 meter van het plangebied zijn bekend. Het gaat hierbij om soorten als buizerd, boomvalk, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.

Veldonderzoek

Het plangebied kan opgedeeld worden in drie deelgebieden. Van deze drie deelgebieden kenmerkt het eerste deelgebied, dat zich ten noorden van de A4 bevindt, zich door een kruidenrijk grasland met gewone- en reuzenberenklauw, fluitenkruid, gewone smeerwortel, brandnetel en koolzaad. Hierlangs loopt een watervoerende watergang van circa 100 cm breed en bevatte tijdens het veldbezoek circa 50-120 cm water. Het tweede deelgebied bestaat uit de verharde brug die over de A4 loopt en het wandelgebied ten zuidoosten van de brug. Deze bestaat uit verschillende watergangen van circa vier meter breed, een voetpad en grasland met afwisselend bomen en struweel. Deze watergangen bevatte tijdens het veldbezoek circa 100-150 cm water en hebben een houten beschoeiing waarbij verscheidene oevers begroeid zijn met rietkragen en struweel. Het derde deelgebied bevindt zich ten oosten van het wandelgebied. Het gebied bestaat uit weiland met kort grasland van het aangrenzende agrarische land en een watergang van ongeveer 5 meter breed en bevatte tijdens het veldbezoek circa 100-200 cm water. Vogelrichtlijn Hieronder vallen alle inheemse vogelsoorten. In de bescherming van vogels wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde algemene soorten (nesten alleen beschermd tijdens het gebruik ervan) en soorten met jaarrond beschermde nesten.

Bureaustudie Door de ligging van het plangebied op de rand van stedelijk gebied met tuinen en watergangen is het voorkomen van een groot scala aan broedvogelsoorten evident in de omgeving. Verspreid rondom het plangebied zijn tal van waarnemingen bekend die afkomstig zijn van soorten met een jaarrond beschermd nest. Het gaat hierbij om soorten als buizerd, boomvalk, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Daarnaast zijn tal van algemeen voorkomende broedvogels als waterhoen, wilde eend, fazant, meerkoet, merel en kauw in deze omgeving bekend als broedvogel. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn in de directe omgeving van het plangebied exemplaren van kauw, Canadese gans, scholekster, boerenzwaluw, wilde eend en zwarte kraai, fuut, wilde eend, groene specht, koolmees en pimpelmees waargenomen. Verder zijn geluidswaarnemingen gedaan van tjiftjaf en fazant. De watergangen in het plangebied fungeren als broedlocatie voor riet- en watervogels. In de bomen in het plangebied zijn geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Wel kunnen de bomen fungeren als nestlocatie voor tal van algemene broedvogels.

Daarnaast kan het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden fungeren als foerageergebied voor soorten als kerkuil, boomvalk, ransuil en buizerd. In het struweel in het oostelijk deel van het wandelgebied is nest-indicerend gedrag waargenomen van merel. Effectbeoordeling Het plangebied kan dan wel onderdeel uitmaken van het foerageergebied van soorten als kerkuil, boomvalk, ransuil en buizerd. Echter betreft het slechts een klein oppervlak en vindt na uitvoering van de werkzaamheden geen verandering van de functie van het gebied plaats. Overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming zijn dan ook niet aan de orde. Van overtreding van verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van algemene broedvogels kan wel sprake zijn in het geval de werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen. Het gaat hierbij specifiek om de werkzaamheden binnen het plangebied. Advies Door de opstart van de werkzaamheden buiten de broedperiode van algemene broedvogels uit te voeren, worden overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming voorkomen. De broedperiode loopt globaal van half februari tot en met half augustus.

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 6/12

Indien de werkzaamheden in de broedperiode uitgevoerd worden, dan is het belangrijk om alle opgaande vegetatie kort te houden. Dit beperkt een groot deel van de risico’s maar niet volledig. Vindt de start van het werk plaats in de periode februari t/m juni, dan is er een intensieve inzet nodig van maaien (wekelijks) en menselijke activiteiten (dagelijks) om vestigingen te voorkomen. Vanaf juli is de kans op nieuwe vestigingen van grondbroeders aanzienlijk kleiner. Vestiging van vroege broeders als grauwe gans, meerkoet en wilde eend is dan niet relevant, omdat zij dan toch klaar zijn met broeden. Ten aanzien van de struweel en boomvogels dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden in de vorm van het tijdelijk plaatsen van plastic haviken en/of linten. Deze verjagingsmiddelen dienen, om gewenning te voorkomen, wekelijks verplaatst te worden. Wel is het advies om een maand voorafgaand aan de start de risico’s op broedvogels nogmaals in kaart te brengen zodat tijdig nog (gerichte) maatregelen uitgevoerd kunnen worden om nieuwe vestigingen te voorkomen indien dit nodig blijkt. Voor verder maatwerk is het advies om in begin februari contact op te nemen met een ecoloog. Habitatrichtlijn Binnen de beschermingsregime vallen meerdere soortgroepen.

Bureaustudie Er zijn waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend van de gevlekte witsnuitlibel en verschillende vleermuissoorten. Veldbezoek Het plangebied biedt voor vleermuizen geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen gezien het ontbreken van bebouwing. Ook zijn in de bomen in het plangebied geen holtes aangetroffen waardoor verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. De aanwezige groenstructuren en watergangen in het plangebied zijn wel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Daarnaast is de brug over de A4 en de bomenrij langs de Van Zijlweg mogelijk geschikt als vliegroute. Het plangebied is ongeschikt voor de gevlekte witsnuitlibel. Deze soort komt voornamelijk voor in laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. Dit habitat ontbreekt in het plangebied. Incidenteel kan het plangebied worden bezocht door een exemplaar. Echter vanwege het ontbreken van geschikt habitat gaat het slechts om een zwervend exemplaar die geen verdere binding heeft met het plangebied. Effectbeoordeling Ten aanzien van Habitatrichtlijnsoorten kan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden op voorhand worden uitgesloten dat sprake is van overtreding van verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. De kap van de bomen bij het intredepunt heeft geen negatief effect op mogelijke verblijfplaatsen en/of vliegroute.

Eventuele kap van bomen langs de van Zijlweg kan een negatief effect hebben op een mogelijke vliegroute en nader onderzoek zal in die situatie nodig zijn. Eventuele inzet van verlichting ten behoeve van de werkzaamheden kan leiden tot verstoring van foeragerende en overvliegende vleermuizen. De werkzaamheden zijn slechts tijdelijk, waardoor van permanente verstoring geen sprake is. Aanvullende maatregelen ten aanzien van het gebruik van verlichting op de werkplaatsen zijn wel aan de orde. Advies Door de werkzaamheden overdag uit te voeren en geen bomen te kappen aan de Van Zijlweg, vindt verstoring van foeragerende vleermuizen en een mogelijke vliegroute niet plaats. Indien de aanwezige werkplaatsen verlicht worden, zal dit kleinschalig en tijdelijk zijn. Wanneer verlichting op de opslag gebruikt wordt, dient deze verlichting dusdanig te worden ingezet dat zijdelingse lichtverstrooiing wordt voorkomen. Daarnaast dient verlichting gebruikt te worden die vleermuisvriendelijk is. Geadviseerd wordt om hierbij gebruik te maken van amberkleurige verlichting.

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 7/12

Nationaal beschermde soorten Onder dit beschermingsregime vallen meerdere soortgroepen. Bureaustudie Rondom het plangebied zijn enkele waarnemingen bekend van de hermelijn, wezel, steenmarter, boommarter vos, konijn, meerkikker, haas en verschillende muizensoorten. Veldbezoek Het plangebied is geschikt als foerageer- en doortrekgebied voor algemene grondgebonden zoogdieren als hermelijn, wezel, steenmarter, boommarter vos, konijn, haas en verschillende muizensoorten. De watergangen en oevers van de watergangen grenzend aan het plangebied zijn geschikt voor algemene en mobiele soorten zoals gewone pad, bastaardkikker, kleine watersalamander en bruine kikker. Effectbeoordeling Ten aanzien van nationaal beschermde soorten kunnen overtredingen van verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden uitgesloten. Er vindt geen functieverandering plaats na uitvoering van de werkzaamheden, hierdoor blijft het leefgebied behouden. Aan de watergangen vinden op zeer kleine schaal werkzaamheden plaats. Er is daardoor nog genoeg ruimte waardoor aanwezige soorten in de watergang voldoende tijd hebben om te vluchten. Advies Ten aanzien van nationaal beschermde soorten geldt te allen tijde de zorgplicht.

4.2

BESCHERMDE GEBIEDEN

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van beschermd Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied ligt op ruim 7,3 kilometer ten noordwesten van het plangebied (zie figuur 4.1). Het gaat hier om het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen. Tussen het plangebied en het Natura2000-gebied bevinden zich meerdere drukke wegen. Gezien de aard van de ingreep (kleinschalige ingrepen) in het plangebied worden externe effecten zoals trillingen, verstoring door geluid en mechanische effecten niet verwacht. Per 1 juli 2021 is de wet stikstofreductie en natuurverbetering ingetreden met als onderdeel een vrijstelling voor bouw- en sloop en eenmalige aanleg activiteiten waarbij na uitvoering de stikstofuitstoot niet verhoogd wordt. In het kader van deze vrijstelling is een nadere toetsing niet noodzakelijk.

Figuur 4.1: Plangebied (rood kader) ten opzichte van beschermd Natura-2000 gebied (groen arcering) Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 8/12

Het plangebied is geen onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) of weidevogelgebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op respectievelijk 550 meter ten westen van het plangebied (zie figuur 4.2). Tussen het plangebied en het NNN-gebied bevinden zich meerdere drukke wegen. Gezien de kleinschalige ingrepen en de afstand tot het NNN-gebied zijn effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden op de NNN uit te sluiten. Een nadere toetsing (‘nee, tenzij’-toets) is niet noodzakelijk.

Figuur 4.2: Plangebied (rood kader) ten opzichte van het Natuur Netwerk Nederland (paarse en groene vlakken)

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 9/12

5

CONCLUSIES

Op grond van de uitgevoerde natuurtoets kan het volgende worden geconcludeerd: − Opstart van de werkzaamheden dient buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Globaal loopt het broedseizoen van half februari tot en met eind augustus. o Werkzaamheden kunnen worden opgestart vanaf september en kunnen dan doorlopen in de broedperiode. o Indien de werkzaamheden in de broedperiode uitgevoerd worden, kan het plangebied ongeschikt gemaakt worden voor de meeste broedvogels door de ondergroei (rietkragen en graslanden) kort te houden. o Ten aanzien van de struweel en boomvogels dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden in de vorm van het tijdelijk plaatsen van plastic haviken en/of linten. Deze verjagingsmiddelen dienen, om gewenning te voorkomen, wekelijks verplaatst te worden. o Indien de werkzaamheden in de broedperiode uitgevoerd worden, wordt een overleg gepland voorafgaand aan het broedseizoen (februari) met een ecoloog voor de te nemen maatregelen. Deze maatregelen worden daarna toegevoegd aan het advies van deze rapportage. − Het plangebied is geschikt voor algemene grondgebonden zoogdieren, deze zijn vrijgesteld ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, hetgeen in deze situatie inhoudt dat bij het aantreffen van deze soorten, zij de gelegenheid krijgen te vluchten.

− Het plangebied is mogelijke geschikt als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen. Mits geen bomen worden gekapt aan de van Zijlweg en de werkzaamheden overdag worden uitgevoerd, wordt een mogelijk negatief effect op een vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen voorkomen. Zodra werkzaamheden na zonsondergang uitgevoerd worden, dient te worden gewerkt met vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurige verlichting). Zodra bomen van de Van Zijlweg worden gekapt, dient nader onderzoek naar een mogelijke vliegroute te worden gedaan. − Er is geen sprake van een effect op Natura 2000-gebieden of NNN-gebieden. Op basis van het verrichte onderzoek is er geen aanvullend ecologisch onderzoek benodigd en geen ontheffing in het kader van de Wnb. Hierbij is wel zoals hierboven beschreven aandacht vereist voor een aantal soorten/ soortgroepen. Geldigheid onderzoekgegevens Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijn: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 10/12

6

SAMENVATTING

De bevindingen van natuurtoets zijn in de onderstaande tabel samengevat. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende kleurcodering: Geen vervolgonderzoek/ acties noodzakelijk voor de geplande werkzaamheden De geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd mits het gegeven advies wordt opgevolgd Vervolgonderzoek: er is onvoldoende inzicht verkregen om de effecten van de werkzaamheden te bepalen Ontheffing is noodzakelijk. De werkzaamheden zullen leiden tot een negatief effect SOORTGROEP

(NEGATIEVE) ADVIES EFFECTEN VAN DE WERKZAAMHEDEN

ONTHEFFING NOODZAKELIJ K?

Soortenbescherming (Wet Natuurbescherming) Planten

Geen

Geen

Nee

Grondgebonden zoogdieren (algemene soorten)

Verstoring-/doden algemene soorten

Zorgplicht

Nee

Vogels (algemeen)

Mogelijke verstoring van broedgevallen

Opstart van de werkzaamheden dient buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Als de werkzaamheden worden opgestart vanaf september kunnen deze doorlopen in de broedperiode. Indien de werkzaamheden in de broedperiode gestart Nee worden, kan het plangebied ongeschikt gemaakt worden. Ten aanzien van de struweel en boomvogels dienen tijdelijk plastic haviken op stok en/of linten geplaatst te worden. Deze verjagingsmiddelen dienen, om gewenning te voorkomen, wekelijks verplaatst te worden. Voorafgaand dient contact opgenomen te worden met een ecoloog voor de aanpak hiervan.

Vogels (jaarrond)

Geen

Geen

Vleermuizen

Verstoring vliegroute

Geen bomen bij de van Zijlweg kappen en overdag werken. Zodra werkzaamheden na zonsondergang uitgevoerd worden dient te worden gewerkt met vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurige verlichting).

Vissen

Geen

Geen

Nee

Nee

Gebiedsbescherming (Wet Natuurbescherming en NNN) Natura 2000-gebieden

Geen

Geen

Nee

NNN-gebieden

Geen

Geen

Nee

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 11/12

OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1

−

Literatuur

Bijlage 2 −

Wetgeving en beleid

Bijlage 3 −

Ligging onderzoeksgebied

Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk SOL018929FF, versie 1.0 N.V. Nederlandse Gasunie

WSP 6 juli 2022 pagina 12/12

BIJLAGE

1

LITERATUUR

WSP Nederland B.V. Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden tel. +31 (0)88 91 020 00 Iban NL06 ABNA 0440 3394 21 KvK 20045963 BTW NL0065.66.832.B.01 wsp.com

WSP 6 juli 2022 pagina 13/6

LITERATUUR NDFF, 2022. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied – levering uit de NDFF, NDFF – www.ndff-ecogrid.nl Internet Bronnen: https://www.natura2000.nl/gebieden/utrecht https://www.pdok.nl/viewer/

BIJLAGE

2

WETGEVING EN BELEID

WETGEVING EN BELEID Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) voorziet in de bescherming van Natura 2000-gebieden, nationale natuurgebieden (Natuurnetwerk Nederland; het NNN), planten- en diersoorten (zie bijlage 2). De basis wordt gevormd door de zorgplicht (zie box 1 hieronder).

Soortenbescherming In de Wnb onderdeel soortenbescherming zijn, op basis van internationale afspraken, drie beschermingsregimes opgesteld voor strikt beschermde soorten (zie tabel 2.1). Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Tabel 2.1: Op hoofdlijn verboden per beschermingsregime Soorten

Artikel Wnb

Verboden Lid 1. Opzettelijk doden/vangen

Vogelrichtlijn

3.1

Lid 2. Opzettelijk vernielen, wegnemen of beschadigen van nesten/eieren Lid 3. Eieren rapen/onder zich hebben Lid 4 & 5. Opzettelijk verstoren (indien van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding) Lid 1. Opzettelijk doden/vangen

Habitatrichtlijn soorten uit bijlage I en II van de Bern conventie en bijlage I van de Bonn conventie

3.5

Lid 2. Opzettelijk verstoren Lid 3. Eieren te rapen of vernielen Lid 4. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen Lid 5. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten Lid 1 a. Opzettelijk doden/vangen van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden (vernoemd in bijlage van de wet onderdeel A)

Andere beschermde soorten

3.10

Lid 1 b. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen van soorten (als bedoeld in bijlage van de wet onderdeel A) Lid 1 c. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten (als bedoeld in bijlage van de wet onderdeel B)

Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming van de Wnb voorziet in de bescherming van natuurgebieden van Europees belang welke behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid.

BIJLAGE

3

LIGGING ONDERZOEKSGEBIED

eg ijlw

nZ

We

ide

dre

ef

Va

Va

nZ

ijlw

eg

We

ide

dre e

f

Va n

Zi

j lw eg

12

Va n

Rij

nw

eg

Van

der

Koo

ijwe

g

g

rin

ate sw

ing

ier

Sp

Opdrachtgever:

10

N.V. Nederlandse Gasunie

Zw

eth pa d

LEGENDA

Ou

de

Titel:

Gasleiding (in bedrijf)

Situatietekening onderzoekslocatie Locatie:

Gasleiding (buiten bedrijf)

W-514-01 Adres:

Gasleiding (gepland)

V/d Kooijweg te Rijswijk SOL018929FF

Tekenaar:

Documentnaam:

SOL018929MK.dwg

Gezien door: R.M. Dijkstra

Bijlage:

3

Datum:

13 juni 2022

Formaat:

A2

Schaal:

1:1.000

n Va

Projectnummer:

N.F.Y. Kalt

eg nw

Rij Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden +3188 910 2000 www.wsp.com

0

10

20

21

30

40

50m

Ondergronden zijn afkomstig van het Kadaster

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=9d4fd814-b9f7-401b-b4ff-c82d21edbb42