RV 23-091 Bijlage D Ontwerp bestemmingsplan Sionparck
Tekst van het document
43 interactie met het water ontstaan. In de regels van dit bestemmingsplan zijn daarbij ook beperkingen gesteld aan de maatvoering van terrassen aan het water. Zo zorgt de ontwikkeling voor behoud en mogelijk een betere beleving van de cultuurhistorisch waardevolle landschappelijke lijn.
Afbeelding 4.3: Uitsnede Cultuurhistorische Hoofdstructuur provincie Zuid-Holland (het plangebied is globaal zwart omkaderd).
4.10.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie leiden niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
4.11 Duurzaamheid 4.11.1 Kader Nationaal klimaatbeleid De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VN-klimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energie-agenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet. Deze stelt dat in 2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie. Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame opwekking, besparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES).
De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio. Wet Voortgang Energie Transitie estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
44 Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaatwaarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien. Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC).
Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn vanaf 2021 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). In het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen wordt een strategie geschetst om te komen tot bijna-energieneutrale gebouwen, zowel bij nieuwbouw als transformatie van bestaande gebouwen. Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Vergunningaanvragen die na 1 januari 2021 worden ingediend moeten voldoen aan deze BENG-norm. RijswijkBuiten – DuurzaamheidsProfiel op Locatie (DPL) Bij de ontwikkeling van RijswijkBuiten is ‘duurzaamheid’ een leidend principe. Het is onder meer een streven om van RijswijkBuiten een CO2-arme wijk te maken. Een ander onderdeel van een duurzame wijk is om deze leefbaar en veilig te maken. Monitoring van duurzaamheidsaspecten tijdens het planproces vindt onder meer plaats door het toepassen van het model “DuurzaamheidsProfiel op Locatie” (DPL).
Met deze methode verkrijgt de wijk op vijfentwintig duurzaamheidaspecten een rapportcijfer, waarop tijdens de verdere planvorming en uitvoering getoetst wordt. 4.11.2 Onderzoek Bij de ontwikkeling van RijswijkBuiten is ‘duurzaamheid’ een leidend principe. Het is onder meer een streven om van RijswijkBuiten een CO2-arme wijk te maken. Een ander onderdeel van een duurzame wijk is om deze leefbaar en veilig te maken. Monitoring van duurzaamheidsaspecten tijdens het planproces vindt onder meer plaats door het toepassen van het model “DuurzaamheidsProfiel op Locatie” (DPL). Met deze methode verkrijgt de wijk op vijfentwintig duurzaamheidaspecten een rapportcijfer, waarop tijdens de verdere planvorming en uitvoering getoetst wordt. Zo is voor de verschillende deelgebieden van RijswijkBuiten een DPL opgesteld, waarbij een minimale duurzaamheidsscore van 7 is nagestreefd. Zo wordt duurzaamheid steeds bespreekbaar gemaakt voor de verschillende doelgroepen, voortdurend getoetst en vormt het de motor vormt voor integrale kwaliteitsverbetering van de wijk.
estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
45 Voor deelgebied Sion is een DPL opgesteld. Het DPL voor Sion is opgenomen in bijlage 7 bij deze toelichting. Hieruit komt naar voren dat de gemiddelde score over de gemeten aspecten, een 7,06 bedraagt. De waarderingen van de afzonderlijke aspecten staan in de DPL-rapportage opgenomen. Voldaan wordt dus aan de minimale DPL-score van 7. Als uitgangspunt geldt dat de nieuwbouwwoningen in RijswijkBuiten energieneutraal worden gerealiseerd. In ieder geval zullen de nieuwe woningen voldoen aan de wettelijke normen en geldende BENG-eisen. Dit is ook opgenomen in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Daarnaast streeft de initiatiefnemer naar extra maatregelen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. De initiatiefnemer hanteert daarbij een eigen duurzaamheidsbeleid, dat ook in de ontwikkeling van Sion-Parck wordt toegepast. Hierin staan vier duurzaamheidspijlers centraal: klimaat & landschap, energie, circulariteit en mobiliteit. Mogelijkheden tot verduurzaming op deze gebieden worden altijd in onderlinge samenhang bezien, en vertaald in een integraal duurzaamheidsconcept dat per gebied kan verschillen. In voorliggend plangebied wordt onder meer gedacht aan de volgende maatregelen, die in het verdere ontwerptraject nader zullen worden uitgewerkt.
Op het gebied van klimaat & landschap worden de volgende doelstellingen nagestreefd: • Voorkomen van wateroverlast door regenwater te bergen. o Binnenstedelijk: zoveel mogelijk water bergen in bovengrondse groene voorzieningen (groene daken, waterparken, waterpleinen). • Gebieden zijn bestand tegen droogte door infiltratie en waterbuffering. o Regenwater zoveel mogelijk vasthouden in het gebied. • Woningen en gebieden zijn bestand tegen hitte door koeling en koele plekken. o Creëren van koele plekken door schaduwwerking. o Realiseren van extra groen aan, op en om gebouwen. o In woningen is voldoende koeling en ventilatie. • Verbeteren van de lokale biodiversiteit door natuurinclusief te ontwikkelen en te bouwen. o Realiseren van voorzieningen in gebouwen en de openbare ruimte om leefgebied te scheppen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren (bijvoorbeeld vleermuisstenen of -kasten in zijgevels). o Passende plant- en boomsoorten toepassen. o Bewoners stimuleren om hun tuin klimaatbestendig in te richten. Wat betreft energie staan de volgende uitgangspunten centraal: • Terugdringen energiegebruik door de energievraag te beperken. o Voldoende isoleren van woningen voor lagetemperatuur-warmtesystemen. o Bij voorkeur ontwikkelen van woningen die voldoen aan de groenehypotheekvoorwaarden (duurzaam houtkeurmerk, ambitie is BENG 2=0).
• Ontwikkelen van slimme gebieden met efficiënte, integrale energieconcepten. o Extra aandacht aan een prettig woonklimaat door op gebieds- en woningniveau gerichte maatregelen te nemen, zoals koeling en ventilatie. • Verduurzamen van gebruik en opwek van energie door hernieuwbare en duurzame energie. o Alle woningen krijgen zonnepanelen. o Zoveel mogelijk gebruik maken van lokale warmte- en koudebronnen en de bijbehorende energie-infrastructuur en warmteopwekinstallaties. Voor de pijler circulariteit zijn de volgende doelen geformuleerd: • Voorkomen van onnodig materiaalgebruik door de vraag naar grondstoffen te beperken. o Waar mogelijk pionieren door casco's, gevels, voorzieningen en de inrichting van gebouwen en de openbare ruimte één-op-één te hergebruiken, of door het aandeel gerecycled materiaal te verhogen. estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
46 •
•
Verduurzamen van materiaalgebruik met hernieuwbare en milieuvriendelijke materialen. o Samenwerken met regionale bedrijven aan een efficiënte, slimme en afvalvrije bouwlogistiek. Voorbereiden van gebieden zodat deze in gebruik en daarna hun waarde behouden. o Ruimte reserveren in de woning en in het openbare gebied om afval gemakkelijk te scheiden.
Tot slot worden de volgende doelstellingen gehanteerd op het gebied van mobiliteit: • Voorkomen van mobiliteit door het beperken van reisbewegingen. o Het ontwerp van de woning en de leefomgeving faciliteert thuiswerken. o Beperken van (overlast van) logistiek door slimme oplossingen. • Veranderen van mobiliteit door actieve mobiliteit te stimuleren en autobezit en autogebruik te ontmoedigen. o Gebieden zijn zoveel mogelijk autovrij en autoluw. o Stimuleren van actieve mobiliteit (wandelen en fietsen). • Verduurzamen van mobiliteit door elektrische (deel)mobiliteit te stimuleren. o Aanbieden van slimme laadinfrastructuur (elektrische auto). 4.11.3 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling wordt in ieder geval voldaan aan de wettelijke normen en vereisten, en aangesloten bij de gestelde duurzaamheidskaders. Zo worden de nieuwe woningen gasloos en als BENG gerealiseerd. In aanvulling daarop wordt gedacht aan verschillende extra maatregelen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie.
4.12 Mobiliteit 4.12.1 Kader Structuurvisie mobiliteit 2020 Rijswijk ligt centraal in de regio Haaglanden en is goed bereikbaar. Met de fiets kunnen de korte afstanden binnen de gemeente Rijswijk comfortabel en snel afgelegd worden. Woonwijken, winkelcentra en bedrijfsterreinen zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Toch zijn er ook aandachtspunten en kansen voor verbetering. Naar verwachting worden de wegen drukker, vooral in de spits en op de invalswegen. Oorzaken zijn de economie die weer aantrekt, de aanleg van nieuwe infrastructuur in de regio en ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk zelf en in de regio om ons heen. Ook de reiziger zelf stelt steeds hogere eisen aan de kwaliteit van de informatie over zijn reis en reistijden. Om als gemeente een bijdrage te blijven leveren aan leefbaarheid, veiligheid en doorstroming, zijn duurzame oplossingen nodig. Ruimtelijke ontwikkelingen zoals Rijswijk-Zuid en Eikelenburg vragen om aanpassing en uitbreiding van de infrastructuur. Om een antwoord te bieden op deze trends is de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 opgesteld. In deze visie staan de volgende 3 thema’s centraal: 1. Bereikbaarheid 2. Verkeersveiligheid 3. Leefbaarheid Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 In september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 vastgesteld.
Het mobiliteitsprogramma is een samenhangend estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
47 pakket van maatregelen waarmee de gemeente de bereikbaarheid van de stad wil veiligstellen en de leefbaarheid en veiligheid van Rijswijk verbeteren. Het mobiliteitsprogramma is opgesteld op basis van onderzoek en nieuwe inzichten, in samenspraak met Rijswijkers en partners in de stad en de regio. Aan hen is gevraagd hoe zij aankijken tegen mobiliteit en wat zij belangrijk vinden in de stad, hun woon- en leefomgeving. Daarbij is geïnventariseerd wat de belangrijkste knelpunten binnen de gemeente zijn, en waar belangrijke verbeterpunten liggen. Op basis daarvan heeft de gemeente voor de uitwerking van het mobiliteitsprogramma een aantal uitgangspunten geformuleerd, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van kansen. Meer aandacht voor de leefomgeving en de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties staat daarbij centraal. De gemeente wil daarnaast Rijswijkse gebiedsontwikkelingen benutten, bijvoorbeeld door te zorgen voor goede openbaar vervoerverbindingen en de aanleg van looproutes en fietspaden en door deelmobiliteit te faciliteren. Ook de opkomst van nieuwe vervoermiddelen zoals e-bikes, elektrische auto’s en deelauto’s, deelfietsen en deelscooters biedt nieuwe mogelijkheden om efficiënt te reizen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wil de gemeente op meer wegen de toegestane maximumsnelheid verlagen naar 30 kilometer per uur.
Daarnaast gaat de gemeente meer gebruik maken van beschikbare data over waar, wanneer, hoe en waarom we ons verplaatsen. Dit biedt inzicht in knelpunten om zo tijdig te kunnen bijsturen, bijvoorbeeld door wegaanpassingen, slimme verkeerslichten en reisadvies in apps. Parkeerbeleid en parkeernormen Parkeerbeleid vormt een wezenlijk onderdeel van het verkeers- en vervoersbeleid. Rijswijk heeft te weinig ruimte om iedere auto een parkeerplaats op de openbare straat een plaats te bieden. De gemeente stelt de vanzelfsprekendheid van het parkeren op straat of voor de deur ter discussie. Het gemeentelijke beleid richt zich bij nieuwbouwprojecten op parkeren op eigen terrein en voldoende gebouwde onder- of bovengrondse parkeergelegenheid, zo nodig op centrale plaatsen in de wijk. Het motto is het beheersbaar houden van de groeiende parkeerdruk. Het parkeerbeleid, de parkeernormenen kengetallen alsmede het beleid tot toepassing hiervan, worden door de gemeenteraad vastgesteld en eens in de vijf jaar herzien. De normen die voor Rijswijk-Zuid zijn aangehouden, zijn afkomstig uit de Nota Parkeernormen Rijswijk 2011. Nota Parkeernormen Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad van Rijswijk de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld.
De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen garanderen en duidelijkheid te bieden over de implementatie van de parkeernormen. De nota is het beleidskader voor de komende jaren. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist. Parapluherziening parkeernormering Rijswijk De parapluherziening parkeernormering Rijswijk is opgesteld n.a.v. de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK.
Met deze wetswijziging was het niet langer mogelijk om stedenbouwkundige voorschriften (waaronder de parkeernormen) op te nemen in de Bouwverordening. Om te voorkomen estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
48 dat er in Rijswijk bestemmingsplannen en andere plannen ontstaan waarin geen bepalingen zijn opgenomen over het aantal parkeerplaatsen is deze parapluherziening opgesteld. De Nota Parkeernormen 2011 wordt in deze parapluherziening als leidend gesteld voor het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijk plan. 4.12.2 Onderzoek Verkeersgeneratie en ontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via een centrale toegangsweg, die rondom het centrale hof loopt en alle woningen in het plangebied verbindt. Deze weg sluit aan de zuidoostkant aan op de Pastoor Verburchweg. Via de Pastoor Verburchweg wordt het plangebied ontsloten op de Laan van Sion, die als gebiedsontsluitingsweg aansluit op de Prinses Beatrixlaan. De Prinses Beatrixlaan, als centrale as tussen Sion en ’t Haantje, verdeelt het verkeer in noordelijke richting naar de A4, het centrum van Rijswijk en Den Haag en in zuidelijke richting naar Delft. In de ontwerpfase van de woonwijk RijswijkBuiten is het aspect mobiliteit uitvoerig behandeld. Het aspect mobiliteit is daarbij afgestemd op de totale realisatie van de woonwijk RijswijkBuiten, inclusief alle ontwikkelingsmogelijkheden. De voorliggende locatie kende voorheen een bedrijfsfunctie, en is in het masterplan en vigerende bestemmingsplan ook als zodanig aangeduid.
Er waren hier verschillende bedrijven aanwezig, die elk verkeersbewegingen met zich mee brachten. Een aanzienlijk deel daarvan bestond uit vrachtverkeer. Het is dan ook aannemelijk dat de realisatie van 54 woningen ter vervanging van deze bedrijvigheid niet leidt tot een onevenredige verkeerstoename. Om inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling kan gebruik worden gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Hierin zijn kencijfers opgenomen voor de verkeersgeneratie van verschillende functies, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. In de Nota Parkeernormen 2011 van de gemeente Rijswijk is het plangebied ingedeeld in deelgebied ‘uitleggebied’ (als onderdeel van Rijswijk-Zuid). In de CROWrichtlijnen wordt daarom gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ aangehouden. Daarnaast kan op basis van de nota uitgegaan worden van de stedelijkheidsgraad ‘zeer sterk stedelijk’. Kijkend naar de bestaande planologische situatie, kent het gehele plangebied een bedrijfsbestemming. Daarbinnen zijn functieaanduidingen opgenomen voor een loodgietersbedrijf, verhuurbedrijf voor roerende goederen en opslag. Van de functies opgenomen in de CROW-publicatie komen deze vormen van bedrijvigheid het meest overeen met de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’.
Dit kan bovendien als ‘worst case’ worden beschouwd, omdat hiervoor de laagste verkeersgeneratie geldt. Voor deze categorie is in het betreffende gebiedstype een gemiddeld kencijfer van 4,05 (3,2-4,9) motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo bepaald. De vigerende bedrijfsbestemming (en daarmee het plangebied) kent een oppervlak van 17.717 m2. Daarbinnen bevinden zich ook de twee bestaande woonpercelen. Omdat deze in de toekomstige situatie behouden blijven, worden deze in de verkeersgeneratieberekening buiten beschouwing gelaten. Exclusief deze twee percelen beslaat de bedrijfsbestemming circa 15.474 m2. Uitgaande van dit oppervlak en het gemiddelde CROW-kencijfer geldt voor de bestaande (planologische) situatie een verkeersgeneratie van 626,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In de toekomstige situatie worden 54 nieuwe woningen toegevoegd. Daarvan worden er 44 als rijwoning gerealiseerd en 10 als twee-onder-een-kapwoning. In de CROW-publicatie is voor woningen in de categorie ‘koop, huis, twee-onder-een-kap’ een gemiddeld kencijfer van 7,3 (6,9-7,7) opgenomen. Voor de categorie ‘koop, huis, tussen/hoek’ geldt een gemiddeld kencijfer van 6,8 (6,4-7,2). Gezamenlijk leveren de nieuwe woningen zodoende een verwachte verkeersgeneratie van 73 + 299,2 = 372,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal op. estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
49
Ten opzichte van de bestaande situatie, leidt de voorgenomen ontwikkeling zodoende tot een afname in verkeersgeneratie van circa 254,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De capaciteit van de omliggende wegen zal dan ook voldoende zijn om de verkeersgeneratie als gevolg van de toekomstige invulling van het plangebied goed te kunnen verwerken. Gezien het type verkeersbewegingen neemt bovendien de overlast als gevolg van vrachtverkeer binnen de woonwijk af. Het aspect verkeer en ontsluiting vormt zodoende geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe woningen. Parkeren Wat betreft parkeren geldt ter plaatse van het plangebied het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Rijswijk’, zoals vastgesteld op 12 juni 2018. Hierin is bepaald dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011', of de rechtsopvolger(s) daarvan. Hiervan kan worden afgeweken indien op basis van het advies van een verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. In beginsel dient de parkeerbehoefte voor de voorgenomen ontwikkeling bepaald te worden aan de hand van de normen uit de Nota Parkeernormen van gemeente Rijswijk uit 2011.
In de Nota Parkeernormen is echter opgenomen dat, indien de wens bestaat af te wijken van de parkeernormen (naar boven of beneden), of geen overeenstemming bestaat over de toe te passen parkeernormen, een voorstel voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen en een onderbouwing voor het afwijken van de parkeernormen dient te worden opgesteld. Om inzicht te verkrijgen in de toekomstige parkeersituatie, is in onderhavige situatie in overleg met de gemeente gebruik gemaakt van gemeentelijke kencijfers omtrent autobezit en -beschikbaarheid onder huishoudens in Sion die woonachtig zijn in vergelijkbare wooneenheden qua woonoppervlak en eigendomssituatie. Op basis daarvan zijn nieuwe parkeernormen gedistilleerd, die voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij de voorgenomen ontwikkeling gehanteerd kunnen worden. Voor dure woningen is een parkeernorm van 1,54 bepaald, voor woningen in het tussensegment een parkeernorm van 1,46. Deze normen gelden voor de ‘eigen’ parkeeropgave van de woningen; daarbovenop dienen per woning nog 0,3 bezoekersparkeerplaatsen in openbaar gebied te worden gerealiseerd. Van de 54 nieuwe woningen worden er 24 in het dure segment gerealiseerd (de herenhuizen en tweeonder-een-kapwoningen). Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 36,96 parkeerplaatsen.
De 30 hofwoningen vallen in het middensegment, en leveren zodoende een parkeerbehoefte van 43,8 parkeerplaatsen op. Gezamenlijk betekent dit een (berekende) parkeeropgave van 80,76 parkeerplaatsen ten behoeve van de ‘eigen behoefte’ van de woningen. Daarnaast zijn in openbaar gebied nog minimaal 16,2 parkeerplaatsen voor bezoekers benodigd. Op basis van de berekende parkeerbehoefte is voor de voorgenomen ontwikkeling een sluitende parkeerbalans opgesteld. Bij de woningen worden in totaal 90 parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeervoorzieningen zijn ingetekend in verschillende varianten: dubbele opritten zonder garage en lange opritten zonder garage bij de herenhuizen en twee-onder-een-kapwoningen, en parkeerhoven bij de hofwoningen. Rekening houdend met de berekeningsaantallen voor deze typen parkeerplaatsen, resteert een ‘netto’ aantal parkeerplaatsen van 83,4. Daarmee wordt aan de berekende parkeerbehoefte voldaan. Daarnaast worden in het bestaande en nieuw in te richten parkeerterrein aan de zuidkant nog 20 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Zodoende wordt ook voldaan aan de parkeeropgave voor bezoekersparkeren. Het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting, die is overgenomen uit de ‘Parapluherziening parkeernormering Rijswijk’.
Daarbij wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid die deze estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
50 bepaling en de daaraan gekoppelde Nota Parkeernormen biedt. De gekozen parkeeroplossing is getoetst aan gemeentelijke kencijfers en met de gemeente afgestemd. 4.12.3 Conclusie Gezien het voorgaande vormt het aspect mobiliteit geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.13 Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. 4.13.1 Kabels en leidingen Kader In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. Onderzoek en conclusie In het plangebied zijn geen planologische relevante kabels, leidingen of andere belemmeringen aanwezig. In de groene zone ten noorden van het plangebied bevinden zich wel een gas-, riool- en hoogspanningsleiding. De bijbehorende beschermende dubbelbestemmingen reiken echter niet tot in het plangebied. Op het aspect externe veiligheid in relatie tot deze leidingen wordt in paragraaf 4.6 nader ingegaan.
estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
51
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Artikel 6.12 van de Wro meldt het volgende: ‘’De gemeenteraad stelt een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen’’, of het kostenverhaal moet anderszins verzekerd zijn. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling wordt tussen de gemeente en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.
Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd, het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van 54 nieuwe grondgebonden woningen, ter vervanging van een voormalige bedrijfsfunctie. De bedrijvigheid is inmiddels niet langer aanwezig, de bedrijfsbebouwing is al gesloopt. De ontwikkeling wordt op zorgvuldige wijze ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur van RijswijkBuiten. Met de ontwikkeling wordt verdere invulling gegeven aan de transformatie van Sion tot woongebied. De locatie betrof het laatste perceel van het deelgebied dat nog geen woonfunctie kende. De nieuwe functie sluit dan ook beter aan bij het karakter van het omliggende gebied. Het (concept) voorlopig ontwerp (VO) voor de ontwikkeling is in juli 2021 voorgelegd aan het gemeentelijke Q-team, en positief beoordeeld. In de verdere uitwerking zijn en worden opmerkingen vanuit het Q-team meegenomen en optimalisaties doorgevoerd. Daarnaast is aandacht besteed aan participatie van alle belanghebbenden, waaronder de omwonenden. Hiervoor is een communicatieplan opgesteld, waarin onder meer het doel van de communicatie, de doelgroepen en de planning van communicatiemomenten uiteen zijn gezet. Zo is vooraf onder meer afgestemd met de woningeigenaren binnen het plangebied en zijn de wensen/ambities vanuit de buurt geïnventariseerd.
Door middel van een aantal informatiemomenten zullen tijdens de ontwikkeling, verkoop en bouwperiode omwonenden, belangstellenden en belanghebbenden geïnformeerd worden over de status van het plan, de korte- en de langetermijnplanning. Afhankelijk van de status van het plan worden suggesties afgewogen en indien mogelijk geïntegreerd. In een eerste sessie heeft afstemming plaatsgevonden tussen de ontwikkelaar en huidige bewoners van het plangebied zelf. Daarnaast heeft op 2 februari 2022 een eerste informatieavond plaatsgevonden, om alle omwonenden te informeren. In een later stadium wordt in ieder geval rondom estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
52 de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan nogmaals een informatieavond georganiseerd. Hiermee wordt verondersteld dat de voorliggende ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarnaast wordt in de bestemmingsplanprocedure ook formeel de mogelijkheid geboden om zienswijzen (op het ontwerpbestemmingsplan) in te dienen (zie ook hoofdstuk 6 van deze toelichting).
5.3
Handhavingsaspecten
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking van de regels. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting.
Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.
estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
53
6
Procedure
6.1
Overleg
Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan “Sion-Parck” voor advies toegezonden aan de relevante overleginstanties, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. Zo heeft in dit kader afstemming plaatsgevonden de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Zij hebben de diverse milieuonderzoeken beoordeeld. Naar aanleiding daarvan zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in het nader bodemonderzoek, onderzoek externe veiligheid en de ecologische quickscan. Daarnaast hebben het Hoogheemraadschap van Delfland, de Veiligheidsregio Haaglanden en Rijkswaterstaat WestNederland Zuid een reactie gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. De reacties zijn samengegevat en beantwoord in de Nota inspraak- en overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan "Sion-Parck” en opgenomen als bijlage 8. De wijzigingen die hier uit voortgekomen zijn, zijn in de toelichting doorgevoerd. Verder zijn geen overlegreacties ontvangen die hebben geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.
6.2
Ontwerpfase
Na afronding van het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Met dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van de coördinatieregeling conform artikel 3.30 Wro. Dat wil zeggen dat de procedures voor het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen gelijktijdig in één voorbereidingstraject worden doorlopen. De omgevingsvergunningen worden ook als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunningen zullen gelijktijdig gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze hierop in te dienen. De eventueel ontvangen zienswijzen zullen te zijner tijd in een Nota van Zienswijzen worden samengevat en voorzien van een reactie. De Nota van Zienswijzen wordt opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Als daartoe aanleiding is, wordt hierin per reactie in een conclusie aangegeven of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.
6.3
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.
estemmingsplan ‘Sion-Parck’ Toelichting Ontwerp – 10 mei 2023
Bijlagen bij toelichting
Bijlage 1 M+P (30 september 2021) Akoestisch onderzoek BP Rijswijk Buiten (Van der Maarel locatie)
van M+P | Onderdeel Müller-BBM groep
Mensen met oplossingen
Rapport
Akoestisch onderzoek BP Rijswijk Buiten (Van der Maarel locatie)
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
Colofon Opdrachtnemer
M+P raadgevende ingenieurs BV
Opdrachtgever
BPD Ontwikkeling BV Regio Zuid-West Postbus 75 2600 AB DELFT
Opdrachtnummer
-
Titel
Akoestisch onderzoek BP Rijswijk Buiten (Van der Maarel locatie)
Rapportnummer
M+P.BPD.20.01.3
Revisie
0
Datum
30 september 2021
Aantal pagina‘s
25
Auteurs
ing. Hoi-Suen Batenburg
Contactpersoon
ir. Theodoor Höngens | 0297-320651 | aalsmeer@mp.nl
M+P
Visserstraat 50 | 1431 GJ Aalsmeer Wolfskamerweg 47 | 5262 ES Vught www.mp.nl | onderdeel van de Müller-BBM groep | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
Copyright
2
© M+P raadgevende ingenieurs BV | Niets van deze rapportage mag worden gebruikt voor andere doeleinden dan is overeengekomen tussen de opdrachtgever en M+P (DNR 2011 Artikel 46).
M+P.BPD.20.01.3
Inhoud 1
Inleiding
4
2 2.1 2.2
Situatie en uitgangspunten Situatie Uitgangspunten
5 5 7
3 3.1 3.2
Wettelijk kader Wegverkeerslawaai Gemeentelijk beleid Rijswijk
8 8 9
4 4.1 4.2
Bepalingsmethode en invoergegevens Wegverkeer Invoergegevens wegverkeer
10 10 10
5
Rekenresultaten
11
6
Conclusies en aanbevelingen
13
7
Literatuur
14
bijlage A
Figuren
15
bijlage B
Rekenresultaten
18
bijlage C
Verkeersgegevens
24
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
3
1
Inleiding In opdracht van BPD Ontwikkeling BV is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op het bouwplan Rijswijk Buiten ook bekend als de Van der Maarel locatie. Het betreft een bouwplan met 11 bouwblokken met in totaal 54 grondgebonden woningen. De plannen hebben tot gevolg dat het bestemmingsplan moet worden aangepast. Zodoende is dit akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bestemmingsplan. De resultaten van het akoestisch onderzoek worden gepresenteerd in dit rapport. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waar het onderzoeksgebied zich bevindt en welke geluidsbronnen getoetst zijn. Bij nieuwe ruimtelijke plannen moet aangetoond worden dat er sprake is van een aanvaardbare akoestische kwaliteit. Zodoende wordt de toetsing in het kader van de Wet geluidhinder uitgevoerd. Het ‘wettelijk kader’ wordt beschreven in hoofdstuk 3. De bepalingsmethode en invoergegevens worden opgesomd in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd inclusief conclusies en aanbevelingen.
4
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
2
Situatie en uitgangspunten
2.1
Situatie Het onderzoeksgebied is Rijswijk Buiten, Van der Maarel locatie te Rijswijk. Gezien de ligging binnen de zones van diverse wegen moeten de geluidsaspecten worden beschouwd. Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van de volgende zoneplichtige wegen: ▪ Laan van Sion; ▪ Rijkswegen A4. Het plangebied wordt weergegeven in figuur 1.
Rijswijk Buiten
Plangebied Rijswijk Buiten, van der Maarel locatie (rood omcirkeld) te Rijswijk
Het bouwplan betreft 11 bouwblokken woningen met in totaal 54 grondgebonden woningen, zie figuur 2 en figuur 3.
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
5
Bouwplan Rijswijk Buiten
3D weergave van het bouwplan Rijswijk Buiten
6
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
2.2
Uitgangspunten Voor het onderzoek zijn de volgende documenten als uitgangspunt gehanteerd: ▪ Voor het bouwplan is gebruik gemaakt van de dwg onderlegger “BPD_B00_M01_Rijswijk_Buiten_situatie_20210719”; ▪ De bouwhoogten zijn afgelezen uit het bestand ‘KOW Concepts Design Development, Rijswijk Buiten, werknr. V2020-57, bladnr. BA-SIT-01’ d.d. 19-07-2021; ▪ De verkeersgegevens van Rijksweg A4 is gedownload op 26-07-2021, versie geluidregister 20210702_v2109. Deze gegevens zijn ongewijzigd gebleven in de meest actuele versie van het geluidregister; ▪ De verkeersgegevens van 2031 hebben wij ontvangen van Gemeente Den Haag d.d. 3 september 2021; ▪ Het wegdektype is opgevraagd bij gemeente Rijswijk, vooralsnog houden wij rekening met een referentiewegdek (standaard asfalt).
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
7
3
Wettelijk kader
3.1
Wegverkeerslawaai De regelgeving voor wegverkeerslawaai, met uitzondering voor Rijkswegen, is vastgelegd in de Wet geluidhinder [1]. In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg: a. in stedelijk gebied: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 meter; 2°. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 meter; b. in buitenstedelijk gebied: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter; 2°. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter; 3°. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter. De geluidzones van de in dit onderzoek beschouwde wegen zijn als volgt:
tabel I
geluidzones onderzochte wegvakken weg
zonebreedte (binnenstedelijk)
Rijksweg A4
600
Laan van Sion
200
Voor onderstaande wegen is een uitzondering gemaakt. Deze wegen hebben geen geluidszone. het betreffen dan een weg: a. die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of b. waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Binnen de geluidszone dient de geluidsbelasting te worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. De geluidbelasting wordt uitgedrukt in Lden [dB]. Dit is een dosismaat voor het gewogen gemiddelde geluidniveau per etmaal. De voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai bij nieuw te bouwen woningen bedraagt Lden = 48 dB. Aftrek Toetsing aan de voorkeursgrenswaarde vindt plaats per weg. Alvorens de berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel art. 110g Wgh [1], een correctie worden toegepast. De hoogte van deze aftrek is aangegeven in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [3]. De aftrek is afhankelijk van de ter plaatse als representatief te beschouwen snelheid van de lichte motorvoertuigen: Voor rijsnelheden v ≥ 70 km/uur geldt een aftrek: ▪ 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. ▪ 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; ▪ 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. Voor rijsnelheden v < 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. 8
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
Voor wegen met een representatief te beschouwen snelheid van de lichte motorvoertuigen van v ≥ 70 km/uur, wordt afhankelijk van het toegepaste wegdek tevens een aftrek voor stille banden toegepast. Deze aftrek bedraagt 1 of 2 dB en is opgenomen in artikel 3.5 van het RMG2012. Dove gevels Een uitzondering die in de Wet Geluidhinder is gemaakt om woningbouw in situaties met een hoge geluidsbelasting mogelijk te maken is het toepassen van een zogenaamde dove gevel. Een dove gevel is een bouwkundige constructie: ▪ waarin geen te openen delen aanwezig zijn en die een voldoende geluidwering heeft (binnenniveau 33 dB); ▪ waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een nooduitgang), mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Grenswaarden Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan in veel gevallen door Burgemeester en Wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het verlenen van een hogere waarde moet nader gemotiveerd worden. De ontheffingsgronden zijn in principe vastgesteld in het gemeentelijke geluidsbeleid (zie paragraaf 3.2). De maximale grenswaarde die kan worden verleend is afhankelijk van de situatie en is in beginsel voor stedelijke situaties maximaal 63 dB en voor buitenstedelijke situaties maximaal 53 dB.
Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zal onder andere onderzoek moeten plaatsvinden naar de geluidswering van de betreffende woningen. De eisen met betrekking tot de minimale geluidswering van de gevel zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012 [2]
3.2
Gemeentelijk beleid Rijswijk Het geluidbeleid van de gemeente Rijswijk is vastgelegd in het Actieplan geluid 2018-2022. Het actieplan gaat in op industrie-, wegverkeers- en railverkeerslawaai. Het actieplan heeft betrekking op het afwegen van maatregelen voor bestaande geluidsgevoelige bestemmingen en terreinen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden niet aan het Actieplan, maar aan de Wet geluidhinder getoetst. Het Actieplan geluid is geen beleidskader voor de toetsing van hogere grenswaarden. De gemeente Rijswijk is voornemens een hogere waarden beleid op te stellen. Vooralsnog is dergelijk beleid nog niet vastgesteld, wel is het beleid in concept opgesteld. Voor de beoordeling van dit plan staan daarin het volgende: ▪ Geluidsbelaste woningen dienen een geluidsluwe zijde dienen te hebben. Voor wegverkeer betekent geluidsluw dat geluidsbelasting ten hoogste 58 dB (zonder aftrek) is. ▪ Voor wat betreft de indeling van woningen is de voorwaarde dat elke woning minimaal één slaapkamer heeft die aan de geluidluwe zijde is gelegen. ▪ Als de woning een buitenruimte heeft, dan bevindt die zich aan de geluidluwe zijde of is voldoende afgeschermd zodat er sprake is van een geluidluwe buitenruimte.
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
9
4
Bepalingsmethode en invoergegevens
4.1
Wegverkeer De geluidsbelastingsberekeningen zijn, per weg, uitgevoerd volgens de standaard rekenmethode II van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 [3]. Bij de berekeningen is uitgegaan van gegevens inzake: ▪ de verkeersintensiteiten, onderverdeeld naar lichte, middelzware en zware motorvoertuigen; ▪ de rijsnelheden; ▪ het type wegdek; ▪ de weghoogte en het wegprofiel. Voorts is rekening gehouden met: ▪ de afstand tussen de weg en de nieuw te bouwen woning; ▪ de aanwezigheid van groenstroken in verband met bodemdemping; ▪ reflecties afkomstig van tegenoverliggende bebouwing; ▪ afscherming vanwege tussenliggende bebouwing, schermen of wallen. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma geomilieu versie 2020.2.
4.2
Invoergegevens wegverkeer Voor de berekeningen van de Rijksweg zijn de gegevens uit het geluidregister van Rijkswaterstaat gebruikt (https://geluidregister.rijkswaterstaat.nl/geluidregister/#!/nav/index/). De verkeersgegevens zijn gedateerd op 02-07-2021 en gedownload op 26-07-2021. De gegevens zijn ongewijzigd gebleven in de meest actuele versie van het geluidregister. De volgende verkeersgegevens van de lokale weg Laan van Sion (verdeeld in 9 wegvakken) is verstrekt door gemeente Den Haag voor het prognosejaar 2031: ▪ de etmaalintensiteit voor een weekdag; ▪ de gemiddelde intensiteit per uur per voertuigcategorie per periode; ▪ de maximale rijsnelheid. In Bijlage C zijn de verkeersgegevens weergegeven.
10
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
5
Rekenresultaten Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de weg Laan van Sion L den≤48 dB na aftrek bedraagt. Deze waarde voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en is daarmee niet relevant. De geluidsbelasting vanwege de Rijksweg A4 overschrijdt de voorkeursgrenswaarde bij diverse woningen. Er zijn hogere waarden nodig. De maximale ontheffingswaarde wordt op de woningen van Blok 1 en Blok 2 overschreden met uitzondering op de begane grond. Dit houdt dan in dat voor het realiseren van dit bouwplan dove gevels toegepast dient te worden op de verdiepingen. De woningen hebben allen een geluidsluwe zijde en ook een tuin die aan het criterium geluidsluw voldoet. De woningen voldoen daarmee aan het concept Hogere waarden beleid. In tabel II zijn de benodigde hogere waarde per bouwblok weergegeven.
tabel II
benodigde hogere waarden
HW waarden, Lden
dove gevel ja, noord- en westzijde
aantal woningen
Blok 1
53 dB
Blok 2
53 dB
Blok 3
53 dB
n.v.t.
6
Blok 4
53 dB
n.v.t.
9
Blok 5
50 dB
n.v.t.
7
Blok 6
50 dB
n.v.t.
8
Blok 7
53 dB
n.v.t.
2
Blok 8
53 dB
n.v.t.
2
Blok 9
52 dB
n.v.t.
2
Blok 10
51 dB
n.v.t.
2
Blok 11
51 dB
n.v.t.
2
(verdieping 1 en 2) ja, noordzijde (verdieping 1 en 2)
7
7
Maatregelen Gezien er sprake is van overschrijding van de voorkeurgrenswaarde uit de Wgh [1] is het van belang om onderzoek te doen aan bron- en overdrachtsmaatregelen: ▪ Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn al reeds toegepast: op de Rijksweg A4 ter hoogte van het bouwplan ligt er 2-laags ZOAB en geluidsschermen zijn aanwezig; Omdat de geluidsbelasting niet volledig kan worden teruggenomen tot de voorkeursgrenswaarde zijn compenserende maatregelen nodig in het plan: ▪ Voor blok 1 zijn vanwege overschrijding van de maximale ontheffingswaarde maatregelen nodig voor de eerste en tweede verdieping. Wel kan er in plaats van een gesloten dakvlak overwogen worden om op de eerste verdieping bloemenraam met zijraam afgekeerd van de snelweg toe te
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
11
▪
12
passen voor de spuiventilatie. Dit raam heeft een geluidsbelasting van 53 dB of lager. De tweede verdieping krijgt een gesloten dakvlak (dit houdt in zonder draaiende ramen); Vanaf woning 2 van blok 2 geldt het bovenstaande punt ook. De eerste woning van blok 2 krijgt een gesloten dakvlak.
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
6
Conclusies en aanbevelingen Voor het bouwplan Rijswijk Buiten, Van der Maarel locatie te Rijswijk is onderzocht of deze zal voldoen aan de Wet geluidhinder [1]. De geluidsbelasting vanwege Laan van Sion is lager dan de voorkeursgrenswaarde en is daarmee niet relevant. De geluidsbelasting vanwege de Rijksweg A4 is hoger dan de voorkeursgrenswaarde en bij blokken 1 en 2 ook hoger dan de maximale ontheffingswaarde. De woningen voldoen voor wat betreft de indeling aan de randvoorwaarden uit het nog vast te stellen (concept) hogere waarden beleid van de Gemeente Rijswijk. Om woningbouw mogelijk te maken dient er een hogere waarde vastgesteld worden door het college van burgemeester en wethouders van gemeente Rijswijk. De huidige bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onvoldoende om de geluidsbelasting voldoende te reduceren tot de gewenste voorkeursgrenswaarde voor het bouwplan Buiten Rijswijk. Bij de woningen van blok 1 en 2 zijn dove gevels nodig bij verdieping 1 en 2. Bij een aantal woningen kan er een bloemenraam met zijraam overwogen worden op de eerste verdieping (zie hoofdstuk 5).
Bij de bouwvergunningsaanvraag dient een rapport ingediend worden met daarin berekeningen van de geluidswering conform het Bouwbesluit 2012 [2] om zo het binnenniveau te garanderen. Deze verplichting is aanwezig, omdat er sprake is van hogere waarden.
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
13
7
Literatuur
[1]
Wet geluidhinder, Staatsblad 99 van 16 februari 1979 tot en met de wijziging Staatsblad 131 2017 van 17 maart 2017;
[2]
Bouwbesluit 2012, Staatsblad 416 van 29 augustus 2011 inclusief wijzigingen tot en met Staatsblad 268 van 10 juni 2021;
[3]
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, nr. IENM/BSK-2012/37333, Staatscourant 11810 van 12 juni 2012 inclusief wijzigingen tot en met Staatscourant 63433 van 5 november 2018;
14
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
Bijlage A
Figuren
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
15
wegverkeerslawaai Van der Maarel locatie te Rijswijk 16
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
toetspunten Van der Maarel locatie te Rijswijk
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
17
Bijlage B
Rekenresultaten
18
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
BPD.20.01 - Rekenresultaten
wnp B01_01N_A B01_01N_B B01_01N_C B01_01W_A B01_01W_B B01_01W_C B01_01Z_A B01_01Z_B B01_01Z_C B01_04N_A B01_04N_B B01_04N_C B01_04Z_A B01_04Z_B B01_04Z_C B01_08N_A B01_08N_B B01_08N_C B01_08O_A B01_08O_B B01_08O_C B01_08Z_A B01_08Z_B B01_08Z_C B02_01N_A B02_01N_B B02_01N_C B02_01W_A B02_01W_B B02_01W_C B02_01Z_A B02_01Z_B B02_01Z_C B02_04N_A B02_04N_B B02_04N_C B02_04Z_A B02_04Z_B B02_04Z_C B02_08N_A B02_08N_B B02_08N_C B02_08O_A B02_08O_B B02_08O_C
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
hoogte [m] 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
L den [dB], na L den [dB], na aftrek, aftrek, buitenstedelijk binnenstedelijk Rijksweg A4, Laan van Sion, 100 km/h 50 km/h 53 57 59 50 53 56 44 47 50 53 56 58 46 48 52 53 56 58 50 53 53 45 49 51 52 56 57 50 53 53 46 49 50 52 53 57 47 49 51 52 53 56 48 51 52 -
19
BPD.20.01 - Rekenresultaten
wnp B02_08Z_A B02_08Z_B B02_08Z_C B03_01N_A B03_01N_B B03_01N_C B03_01W_A B03_01W_B B03_01W_C B03_01Z_A B03_01Z_B B03_01Z_C B03_06N_A B03_06N_B B03_06N_C B03_06O_A B03_06O_B B03_06O_C B03_06Z_A B03_06Z_B B03_06Z_C B04_01N_A B04_01N_B B04_01N_C B04_01W_A B04_01W_B B04_01W_C B04_01Z_A B04_01Z_B B04_01Z_C B04_04N_A B04_04N_B B04_04N_C B04_04Z_A B04_04Z_B B04_04Z_C B04_09N_A B04_09N_B B04_09N_C B04_09O_A B04_09O_B B04_09O_C B04_09Z_A B04_09Z_B B04_09Z_C B05_01N_A B05_01N_B B05_01N_C B05_01W_A B05_01W_B
20
hoogte [m] 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
L den [dB], na L den [dB], na aftrek, aftrek, buitenstedelijk binnenstedelijk Rijksweg A4, Laan van Sion, 100 km/h 50 km/h 46 48 49 45 48 51 44 47 50 44 46 49 48 52 53 45 48 50 45 47 48 49 51 53 47 50 52 45 46 48 46 49 50 44 46 48 47 50 51 47 49 50 43 46 48 44 46 48 45 47 M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
BPD.20.01 - Rekenresultaten
wnp B05_01W_C B05_01Z_A B05_01Z_B B05_01Z_C B05_04N_A B05_04N_B B05_04N_C B05_04Z_A B05_04Z_B B05_04Z_C B05_09N_A B05_09N_B B05_09N_C B05_09O_A B05_09O_B B05_09O_C B05_09Z_A B05_09Z_B B05_09Z_C B06_01N_A B06_01N_B B06_01N_C B06_01W_A B06_01W_B B06_01W_C B06_01Z_A B06_01Z_B B06_01Z_C B06_03N_A B06_03N_B B06_03N_C B06_03Z_A B06_03Z_B B06_03Z_C B06_06N_A B06_06N_B B06_06N_C B06_06O_A B06_06O_B B06_06O_C B06_06Z_A B06_06Z_B B06_06Z_C B07_01N_A B07_01N_B B07_01N_C B07_01O_A B07_01O_B B07_01O_C B07_01W_A M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
hoogte [m] 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
L den [dB], na L den [dB], na aftrek, aftrek, buitenstedelijk binnenstedelijk Rijksweg A4, Laan van Sion, 100 km/h 50 km/h 50 45 48 49 44 46 48 46 48 50 44 47 49 41 44 47 46 48 50 44 47 49 43 46 48 46 48 40 50 41 44 46 49 46 48 49 40 44 45 48 43 47 48 46 48 50 47 50 53 41 43 47 50 -
21
BPD.20.01 - Rekenresultaten
wnp B07_01W_B B07_01W_C B07_01Z_A B07_01Z_B B07_01Z_C B08_01N_A B08_01N_B B08_01N_C B08_01O_A B08_01O_B B08_01O_C B08_01W_A B08_01W_B B08_01W_C B08_02Z_A B08_02Z_B B08_02Z_C B09_01N_A B09_01N_B B09_01N_C B09_01O_A B09_01O_B B09_01O_C B09_01W_A B09_01W_B B09_01W_C B09_02Z_A B09_02Z_B B09_02Z_C B10_01N_A B10_01N_B B10_01N_C B10_01O_A B10_01O_B B10_01O_C B10_01W_A B10_01W_B B10_01W_C B10_02Z_A B10_02Z_B B10_02Z_C B11_01N_A B11_01N_B B11_01N_C B11_01O_A B11_01O_B B11_01O_C B11_01W_A B11_01W_B B11_01W_C B11_02Z_A B11_02Z_B B11_02Z_C
22
hoogte [m] 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
L den [dB], na L den [dB], na aftrek, aftrek, buitenstedelijk binnenstedelijk Rijksweg A4, Laan van Sion, 100 km/h 50 km/h 52 53 45 47 51 46 48 51 42 44 47 49 52 53 46 48 51 47 51 52 48 51 51 45 48 51 44 47 48 44 48 49 46 50 51 43 46 48 41 45 47 43 46 47 46 50 51 43 45 47 45 48 48 40 M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
De berekende geluidsbelasting vanwege de Rijksweg A4 zonder aftrek op het bouwplan Rijswijk Buiten, van der Maarel locatie M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
23
Bijlage C
Verkeersgegevens
24
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
M+P.BPD.20.01.3 | 30 september 2021
Nr 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Wegvak Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion Laan van Sion
Linknummer 694542 694544 694533 694532 694531 24247 53668 697608 697607
Prognose 2031 2031 2031 2031 2031 2031 2031 2031 2031
Weekdag etmaal ** 920 < 900 * 962 < 900 * 957 1.037 1.725 1.770 2.056
dag 58,77 57,02 62,70 57,02 62,03 67,24 113,48 116,42 133,88
licht avond 27,12 32,30 28,94 32,30 28,63 31,03 52,37 53,73 61,79
nacht 4,95 6,55 5,28 6,55 5,22 5,66 9,55 9,80 11,27
dag 3,76 1,78 2,93 1,78 3,16 3,43 4,38 4,49 6,34
middelzwaar avond nacht 0,94 0,37 0,83 0,17 0,73 0,29 0,83 0,17 0,79 0,31 0,86 0,34 1,10 0,44 1,13 0,45 1,59 0,63
dag 1,12 0,59 0,87 0,59 0,94 1,02 1,31 1,34 1,89
zwaar avond 0,19 0,17 0,15 0,17 0,16 0,18 0,23 0,23 0,33
nacht 0,05 0,03 0,04 0,03 0,04 0,05 0,06 0,06 0,09
Opmerkingen Deze prognose is gebaseerd op het meest recente verkeersmodel en niet gecorrigeerd met actuele meetgegevens. Bij het maken van deze versie van het model is rekening gehouden met de op dat moment bekende ontwikkelingen en definitieve plannen Dat betekent dat in deze prognose GEEN rekening is gehouden met: - ontwikkelingen die na het maken van dit model bekend zijn geworden; - onzekere toekomstige ontwikkelingen; - de ontwikkeling waarvoor deze prognose is opgesteld. * Wegvakken < 900 mvt/etmaal Deze wegvakken bevatten (duidelijk) minder verkeer dan 900 mvt/etmaal. Deze lage intensiteiten hebben normaal gesproken geen nadelige invloed op geluidberekeningen. Daarom wordt niet nader onderzocht hoeveel verkeer hier rijdt (tenzij nadrukkelijk gewenst). De opgegeven aantallen zijn schattingen o.b.v. 900 mvt/etmaal.
Snelheid 50 50 50 50 50 50 50 50 50
Verharding asfalt asfalt asfalt asfalt asfalt asfalt asfalt asfalt asfalt
25
Bijlage 2 Terra Milieu (23 november 2019) Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5720
Verkennend bodemonderzoek Conform NEN 5740, NEN5707 en NEN 5720
Auteur:
Dhr. Ing. J.M.H. van Abeelen
Controle:
Dhr. Ing. T.M.W. van Breugel
Veldwerk:
Dhr. M. van Kordelaar Dhr. B. Brouwer Dhr. R. Uittenbogaard
Opdrachtgever:
Kuiper Compagnons Postbus 13042 3004 HA Rotterdam
Verkennend (asbest in) bodem en waterbodemonderzoek Locatie:
Pastoor Verbuchweg, Rijswijkbuiten
Projectnummer:
19-137
Datum:
29-11-2019
Samenvatting Ter plaatse van Pastoor Verburchweg te Rijswijkbuiten zijn een viertal onderzoeken uitgevoerd; 1. Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740; 2. Verkennend asbest in bodem conform NEN 5707; 3. Waterbodemonderzoek conform NEN 5720; 4. Indicatief asfaltonderzoek. Voor de uitvoer van het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoeksstrategie bepaald. Het doel van de onderzoeken is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond, het grondwater of waterbodem/ bagger aanwezig zijn in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. De bodem is verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem vanwege de aanwezigheid van gebouwen met asbestverdachte dakbedekking en het aantreffen van puin in de bodem. De locatie heeft een oppervlakte van circa 17.500 m2 en is in gebruik voor woon- en bedrijfsdoeleinden. Naar aanleiding van de geplande bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw is de locatie onderzocht. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als; Locatie/ adres Pastoor Verburchstraat 4 en 4a Pastoor Verburchstraat 6 Pastoor Verburchstraat 6a Pastoor Verburchstraat 8 Pastoor Verburchstraat 8a
Kadastrale sectie I I I I I
Perceelnummer(s) 2084 2083 1988; 2051 2152 2153
Hieronder wordt per uitgevoerd onderzoek, beschreven wat de bevindingen zijn; NEN 5740 De resultaten van bodemonderzoek kunnen worden uitgesplitst in het onderzoek op het overig terrein en ter plaats van de verdachte deellocaties; Overig terrein Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de grond verhogingen van diverse metalen, OCB’s, PAK’s en PCB’s worden aangetroffen. Dit betreffen voornamelijk achtergrondwaarde verhogingen.
Op basis van kolengruis/ koolas bijmenging zijn de boringen B37 en B5.2 separaat ter analyse ingezet. In B37 wordt zink verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde aangetroffen. In B5.2 wordt koper verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde aangetroffen. In het grondwater worden diverse metalen, naftaleen en xylenen verhoogt ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. Ter plaatse van B2 wordt lood verhoogd ten opzichte van de tussenwaarde aangetroffen. Deellocatie 1 (kassen) Ter plaatse van de boringen B4 en B14 (kas nr. 8a) worden Drins verhoogd ten opzichte van de tussenwaarde aangetroffen. In de overige kassen worden geen OCB parameters verhoogd aangetroffen. De peilbuizen op deze deellocaties zijn gecombineerd met het overig terrein. Deellocatie 2 (ketelhuis/ werkplaats) Ter plaatse van het voormalige ketelhuis/ huidige werkplaats worden geen verhoogde parameters in de verdachte bovengrond aangetroffen. Ook in het grondwater (peilbuis 101) worden hier geen parameters verhoogd aangetroffen. Deellocaties 3 en 4 (voormalige bovengrondse tanks) Ter plaatse van (voormalige) bovengrondse tank 2 wordt in de steekbus van 80-100 cmmv een tussenwaarde aan minerale olie in de bodem aangetroffen. In peilbuis 201 worden geen parameters verhoogd aangetroffen, ter plaatse van peilbuis 301-2 worden xylenen en naftaleen verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen.