CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 23-090 Bijlage C Was-wordt-tabel APV 2024 versie 9 november 2023 (002)

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel van de APV Rijswijk 2024 (RV 23-090)24.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 uiterlijk om 0.00 uur beëindigd. Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3.

De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van de festiviteit waarvoor de kennisgeving wordt gedaan.

Vervallen: volgens de Invoeringswet Omgevingswet hoort dit in de Verordening Fysieke Leefomgeving (later: omgevingsplan).

4. De melding is gedaan wanneer deze volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is gedaan. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4, uiterlijk om 0.00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Artikel 4:4 Onversterkte muziek 1.

Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen inof aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen

Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen gebouwen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen inof aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven. Aanpassingen met betrekking tot de Omgevingswet doorgevoerd (het begrip inrichtingen verdwijnt. In dit artikel is de meest logische vervanging ‘gebouwen’).

geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel 07.0019.00 uur

19.0023.00 uur

23.0007.00 uur

LAr.LT op de gevel van gevoelige 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) gebouwen LAmax in in- en aanpandige 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) gevoelige gebouwen 3. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel 07.0019.00 uur

19.0023.00 uur

23.0007.00 uur

LAr.LT op de gevel van gevoelige 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) gebouwen LAmax in in- en aanpandige 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) gevoelige gebouwen 3. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een gebouw gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is

4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.

het bepaalde in het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan van toepassing.

Artikel 4:5a Traditioneel schieten [gereserveerd]

Deze artikelen zijn een voorstel uit het VNGmodel, maar niet relevant in de Rijswijkse context. De artikelen zijn daarom gereserveerd.

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht [gereserveerd] Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren [gereserveerd] Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen [gereserveerd] Artikel 4:5e Geluidhinder door vrachtauto’s [gereserveerd] Artikel 4:5f Routering [gereserveerd] Artikel 4:5 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden in de openbare ruimte op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit

Vernummerd. Aanpassingen met betrekking tot de Omgevingswet doorgevoerd (het begrip inrichtingen verdwijnt. In dit artikel is de meest logische vervanging ‘de openbare ruimte’).

milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).

milieubeheer zoals dit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding Omgevingswet, het Besluit bouwwerken leefomgeving of de provinciale milieuverordening. Het vierde en vijfde lid (oud) vervallen omdat deze overbodig zijn.

Artikel 4:6a Mosquito [gereserveerd] Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen [gereserveerd] Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging

Dit artikel is een voorstel uit het VNG-model, maar niet relevant in de Rijswijkse context. Daarom is het artikel gereserveerd. Dit artikel is een voorstel uit het VNG-model, maar niet relevant in de Rijswijkse context. Daarom is het artikel gereserveerd. Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven

Artikel 4:6 Verbod op het gebruiken van (deels) plastic en metalen confetti Het is verboden confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal, te gebruiken en/of te verspreiden in de open lucht.

Artikel 4:7a Verbod op het gebruiken van (deels) plastic en metalen confetti Het is verboden confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal, te gebruiken en/of te verspreiden in de open lucht.

Artikel 4:7 Verbod op het oplaten van ballonnen 1. In dit artikel wordt onder ballon verstaan: een ballon of lampion van welk materiaal dan ook die door hete lucht, helium of gas in de lucht wegdrijft. 2. Het is verboden om opzettelijk een ballon op te laten of in de lucht te brengen

Artikel 4:7b Verbod op het oplaten van ballonnen 1.In dit artikel wordt onder ballon verstaan: een ballon of lampion van welk materiaal dan ook die door hete lucht, helium of gas in de lucht wegdrijft. 2.Het is verboden om opzettelijk een ballon op te laten of in de lucht te brengen

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden

Dit is al geregeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving (afd. 4.1).

Artikel 4:10 Definities (vervallen)

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (vervallen) Artikel 4:12 (Vervallen) Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Dit is al geregeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving (artikel 3.2.2).

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke (vervallen) Artikel 4:14 (vervallen) Afdeling 3. Maatregelen tegen ontsiering Artikel 4:10 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (vervallen)

Op een vergunning- en ontheffingsstelsel voor handelsreclame aan gebouwen is de Omgevingswet van toepassing. Omdat een zodanig stelsel in de APV geschrapt is, is daarvoor geen regeling opgenomen.

Artikel 4:16 (Vervallen)

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Definitie (vervallen) Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (vervallen)

Dit is al geregeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving (afd. 4.2).

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen (vervallen)

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Overlast van fietsen of bromfietsen

Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:1 (Vervallen) Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke (Vervallen) Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (Vervallen) Artikel 5:4 Defecte voertuigen (Vervallen) Artikel 5:5 Voertuigwrakken (Vervallen) Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen (Vervallen) Artikel 5:7 Reclamevoertuigen (Vervallen) Artikel 5:8 Grote voertuigen (Vervallen) Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen (Vervallen) Artikel 5:10

Afdeling 1 laten vervallen in de APV, omdat deze bepalingen opgenomen zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving (hoofdstuk 5).

(Vervallen)

Artikel 5:1 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden een fiets of bromfiets te plaatsen buiten fietsenrekken of overige fietsparkeervoorzieningen indien daardoor de verkeersveiligheid en/of de verkeersvrijheid wordt gehinderd of anderszins hinder of schade ontstaat. 2. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te plaatsen of te hebben. 4. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (Vervallen) Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan 28 dagen op dezelfde locatie op de weg te laten staan. Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor een kortere stallingsduur geldt. 3. Het is verboden een fiets of een bromfiets te plaatsen buiten fietsenrekken of overige fietsparkeervoorzieningen indien daardoor de verkeersveiligheid en/of de verkeersvrijheid wordt gehinderd of anderszins hinder of schade ontstaat.

In de praktijk wordt regelmatig overlast ondervonden van fietsen en bromfietsen die her en der buiten de daartoe bestemde fietsenstallingen worden geplaatst. Het gaat hierbij om plaatsen, waar zich grote concentraties van gestalde (brom)fietsen voordoen, zoals rondom Boogaard Stadscentrum. Ter regulering van overlast van foutief geplaatste (brom)fietsen is in het eerste lid van dit artikel aan het college de bevoegdheid gegeven om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is (brom)fietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. De belangen die het college hierbij onder meer in overweging kan nemen zijn: de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de voorkoming of beëindiging van overlast of de voorkoming van schade aan de openbare gezondheid. Bij het laatste motief kan worden gedacht aan het voorkomen van mogelijke verwondingen aan voetgangers die zich tussen een woud van (brom)fietsen een weg moeten banen. Na aanwijzing van een plaats waar het verbod zal gelden, kan tegen een foutief geplaatste (brom)fiets worden opgetreden. Door middel van borden moet worden aangegeven dat foutief geplaatste (brom)fietsen zullen worden verwijderd. Het feitelijk verwijderen dient dan beschouwd te worden als toepassing van bestuursdwang. Tweede lid In het tweede lid wordt de periode dat fietsen en bromfietsen op een aangewezen plaats mogen

staan beperkt tot 28 dagen. De overweging om de 28 dagen direct in de APV op te nemen en niet apart aan te wijzen is dat daarmee direct duidelijkheid wordt geboden. Daarnaast is afwijken mogelijk. Derde lid Wanneer fietsen in de weg staan, kunnen gemakkelijk vormen van schade of hinder ontstaan die direct betrekking hebben op de verkeersvrijheid en/of -veiligheid. Hiervoor is een aanwijzing van plaatsen niet nodig; het verbod geldt voor de gehele gemeente om Rijswijk op deze manier verkeersveilig te houden. Afdeling 2. Collecteren

Afdeling 2. Collecteren

Artikel 5:2 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling met een CBF-keurmerk of:

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling met een CBF-keurmerk of:

Vernummerd.

c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 5. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).

c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:3 Definitie venten Artikel 5:4 Ventverbod

Het vijfde lid (oud) vervalt omdat deze overbodig is.

Dit wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving, bij de marktbepalingen (hoofdstuk 2). Artikel 5:16 (Vervallen) Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:17 Definitie (Vervallen)

Afdeling 4 laten vervallen in de APV, omdat deze bepalingen opgenomen zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (Vervallen) Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende (Vervallen) Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen (Vervallen)

Afdeling 4. Snuffelmarkten

Artikel 5:21 (Vervallen) Afdeling 5. Snuffelmarkten

Artikel 5:5 Definitie

Artikel 5:22 Definitie

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven.

Artikel 5:6 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 5. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

De positieve fictieve beschikking is hier niet meer van toepassing in verband met de komst van de Omgevingswet. Het vierde lid is toegevoegd ter verduidelijking.

Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken

Deze bepalingen zijn opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (Vervallen) Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen (Vervallen) Artikel 5:26 (Vervallen) Artikel 5:27 (Vervallen) Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (Vervallen) Afdeling 5. Openbaar water

Artikel 5:7 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen (Vervallen)

Deze bepaling wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 5:8 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat de vrijheid van het verkeer te water zonder noodzaak wordt gehinderd of de veiligheid op dat water in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijs is aan te nemen dat de veiligheid op dat water in gevaar kan worden gebracht. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening. Artikel 5:9 Bescherming waterbodem en magneetvissen 1. Het is verboden in of bij openbaar water te baggeren, te dreggen, of te steken in de waterbodem, alsmede te vissen naar voorwerpen en/of stoffen met behulp van magneten of enige techniek met vergelijkbare werking. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’).

Artikel 5:30 Veiligheid op het water (Vervallen)

Deze bepalingen worden opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen (Vervallen)

-

Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 5:31a (Vervallen) Artikel 5:32 Crossterreinen (Vervallen) Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden (Vervallen) Afdeling 6. Vuurverbod

Afdeling 8. Vuurverbod

Artikel 5:10 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand en buiten de periode van 31 december tot en met 1 januari. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht, bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Zuid-Holland en het omgevingsplan.

De tekst is gewijzigd naar de tekst van het VNGmodel omdat dit praktisch veel werkbaarder is. Op basis van de Omgevingswet is het begrip ‘inrichting’ verdwenen. In lid 5 is ‘bij of krachtens de Omgevingswet’ toegevoegd om ervoor te zorgen dat regels voor milieubelastende activiteiten een uitzondering kunnen vormen op dit artikel.

beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het in de periode van 31 december tot en met 1 januari is toegestaan om de in het tweede lid, onder b, genoemde sfeervuren aan te leggen, te stoken of te hebben, mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Artikel 5:10b Verbod vervoer kerstbomen, autobanden, pallets, huisraad en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijke doel deze op de weg te verbranden 1. Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren, bij zich te dragen of anderszins voorhanden te hebben kerstbomen, autobanden, pallets, huisraad en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel deze op een openbare plaats te verbranden. 2. Dit verbod geldt niet, indien ter plaatse en ten genoegen van een ambtenaar van politie wordt aangetoond, dan het vervoer en/of opslag van de genoemde voorwerpen of stoffen geschiedt voor andere handelingen dan die in het eerste lid worden genoemd.

Artikel 5:34a Verbod vervoer kerstbomen, autobanden, pallets, huisraad en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijke doel deze op de weg te verbranden 1. Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren, bij zich te dragen of anderszins voorhanden te hebben kerstbomen, autobanden, pallets, huisraad en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel deze op een openbare plaats te verbranden. 2. Dit verbod geldt niet, indien ter plaatse en ten genoegen van een ambtenaar van politie wordt aangetoond, dan het vervoer en/of opslag van de genoemde voorwerpen of stoffen geschiedt voor andere handelingen dan die in het eerste lid worden genoemd.

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven.

Afdeling 7. Asverstrooiing

Afdeling 9. Verstrooiing

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven.

Artikel 5:11 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:12 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg;

Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg;

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven. Het oude lid 5 is overbodig.

b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. openbaar water; d. speel- en ligweiden; e. kinderspeelplaatsen; f. buitensportcomplexen; g. door het college aangewezen groen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 5. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Artikel 5:13 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. openbaar water; d. speel- en ligweiden; e. kinderspeelplaatsen; f. buitensportcomplexen; g. door het college aangewezen groen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Vernummerd, inhoudelijk hetzelfde gebleven.

Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling Overtreding van het bij of krachtens de in deze verordening opgenomen artikelen bepaalde, de op grond van artikel 1:3 daarbij gegeven

Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en

In het nieuwe artikel wordt een opsomming van de artikelen weergegeven waarvoor de strafbepalingen gelden.

voorschriften en beperkingen, alsmede het niet opvolgen van een bevel van een politieambtenaar zoals bepaald in artikel 2:1, tweede lid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: - artikel 2:74 drugshandel op straat; - artikel 2:74a openlijk drugsgebruik; - artikel 2:74b verzameling van personen in verband met drugs; - artikel 2:78 gebiedsontzeggingen; - artikel 2:79 woonoverlast; - artikel 3:3 vergunning; - artikel 3:8 eisen met betrekking tot vergunning; - artikel 3:12 sluitingstijden seksinrichting; aanwezigheid; toegang; - artikel 3:13 adverteren; - artikel 3:14 leeftijd en verblijfstitel prostituees; - artikel 3:15 bedrijfsplan; - artikel 3:17 verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf; - artikel 3:18 verbod raamprostitutie; - artikel 3:19 verbod straatprostitutie; - artikel 5:34 verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken; - artikel 5:34a verbod barbecueën op openbare plaatsen; - artikel 5:34b verbod vervoer kerstbomen, autobanden, pallets, huisraad en andere voorwerpen of stoffen met het kennelijke doel deze op de weg te verbranden. 2.

Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie; - artikel 2:1 samenscholing en ongeregeldheden; - artikel 2:6 verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen; - artikel 2:9 vertoningen op openbare plaatsen; - artikel 2:10 voorwerpen op of aan de weg;

- artikel 2:16 openen straatkolken en dergelijke; - artikel 2:25 evenementenvergunning; - artikel 2:26 ordeverstoring; - artikel 2:28 exploitatie openbare inrichting; - artikel 2:28d tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat; - artikel 2:29 sluitingstijd; - artikel 2:30 afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting; - artikel 2:31 verboden gedragingen; - artikel 2:32 handel in openbare inrichtingen; - artikel 2:34b schenktijden paracommerciële rechtspersonen; - artikel 2:36 kennisgeving exploitatie - artikel 2:39 speelgelegenheden; - artikel 2:40 kansspelautomaten; - artikel 2:41 betreden gesloten woning of lokaal; - artikel 2:44 vervoer inbrekersvoertuigen; - artikel 2:44a vervoer geprepareerde voorwerpen; - artikel 2:47 hinderlijk gedrag op openbare plaatsen; - artikel 2:48 verboden drankgebruik; - artikel 2:48a verboden lachgasgebruik; - artikel 2:48b messen en steekwapens; - artikel 2:50 hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten; - artikel 2:51 neerzetten van fietsen of bromfietsen; - artikel 2:52 overlast van fiets of bromfiets op markten en kermisterrein; - artikel 2:57 loslopende honden; - artikel 2:58 verontreiniging door honden; - artikel 2:58a verontreiniging door paarden of pony’s; - artikel 2:59 gevaarlijke honden; - artikel 2:60 houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren; - artikel 2:65 bedelarij;

- artikel 2:72 consumentenvuurwerk tijdens verkoopdagen; - artikel 2:73 consumentenvuurwerk tijdens jaarwisseling; - artikel 2:73a carbidschieten; - artikel 4:5 onversterkte muziek; - artikel 4:6 overige geluidhinder; - artikel 7a gebruiken van (deels) plastic en metalen confetti; - artikel 7b verbod op het oplaten van ballonnen; - artikel 4:8 natuurlijke behoefte doen; - artikel 5:13 collecteren. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, tweede lid.

Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. 2. Onverminderd het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 141 sub b Wetboek van Strafvordering, alsmede de bij van het college of de burgemeester aangewezen personen. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Overtredingen van bepalingen die voortvloeien uit de Omgevingswet zijn in de Wet op de economische delicten (WED) aangeduid als economische delicten. Dat heeft gevolgen voor de strafmaat, die onder de WED anders is dan onder de APV. Om dat onderscheid duidelijk te maken is het derde lid toegevoegd. Doordat VNG Model Brandbeveiligingsverordening 2012 is vervallen, is de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen voor overtreding van de krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels ondergebracht in de APV.

Inhoudelijk hetzelfde gebleven, maar anders verwoord.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk, door de raad van de gemeente Rijswijk vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 december 2020, wordt ingetrokken.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021) wordt ingetrokken. Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde geldt voor artikel 2:28d het bepaalde in artikel 2:28g. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Rijswijk 2021.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Rijswijk 2024.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Aangepast naar huidige versie.

In de nieuwe overgangsbepaling zijn de gemaakte uitzonderingen in de APV toegevoegd. Dit kan verwarring voorkomen.

Aangepast naar huidige versie. Er is een concrete inwerkingtredingsdatum genoemd, omdat op 1 januari 2024 de Omgevingswet ook in werking treedt en de APV mede is gewijzigd naar aanleiding van wettelijke verplichtingen die uit deze wet voortvloeien. Aangepast naar huidige versie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=dd8c3823-dafd-4cb8-9e94-cb34993aea91