CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 23-090 Beantwoording VVD Rijswijk vragen met betrekking tot raadsvoorstel APV

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel van de APV Rijswijk 2024 (RV 23-090)1.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE Aan: Van: Datum: Betreft:

de raad H. Sahin 28 november 2023 Beantwoording vragen van de VVD-fractie naar aanleiding van het raadsvoorstel tot vaststelling van de APV voor Rijswijk 2024

De vaststelling van de APV voor Rijswijk 2024 ligt voor aan de gemeenteraad. De reden hiervoor zijn de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de verplichtingen volgend uit de Alcoholwet, wijzigingen van de model-APV van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (verder: VNG) van juli 2022 (met name redactioneel van aard) en enkele wensen vanuit de vakafdelingen. De VVD heeft over het raadsvoorstel vragen gesteld. De vragen worden in deze notitie beantwoord. Vraag 1: lachgasverbod De eerste vraag gaat over artikel 2:48 (Lachgasverbod). De VVD stelt dat dit al in hogere regelgeving is geregeld en vraagt zich af hoe dit terugkomt in de APV. Antwoord: de VNG heeft bij haar recente ledenbrief van 7 november 2023 aangegeven dat lachgas sinds 1 januari 2023 geldt als softdrug. Het verboden gebruik daarvan wordt duurzaam gereguleerd door artikel 2:74a (Verboden drugsgebruik). Het was niet meer mogelijk om deze en andere wijzigingen uit de VNG-ledenbrief op deze korte termijn nog door te voeren. Dit zal bij de volgende APV-wijziging worden verwerkt. Vraag 2: onjuiste verwijzing De tweede vraag heeft betrekking op een verwijzing uit artikel 2:59 (Gevaarlijke honden). Lid 4 verwijst naar artikel 2:57 (Loslopende honden), aanhef en onder d. De VVD stelt dat dit artikellid niet bestaat. Antwoord: dit is een verschrijving en moet zijn artikel 2:57 onder c.

Deze verschrijving zal voorafgaand aan de raadsvergadering van 12 december worden opgelost en verwerkt worden in de stukken in iBabs. Vraag 3: handicap bij oprapen uitwerpselen De derde vraag gaat over artikel 2:58 (Verontreiniging door honden). Volgens dit artikel moeten degenen die een hond uitlaten, de uitwerpselen van die hond verwijderen. In lid 2 is hierop een uitzondering gemaakt voor de eigenaar of houder van een geleidehond of sociale hulphond. De VVD vraagt zich af of de toevoeging ‘en die er door zijn handicap niet in staat is de uitwerpselen op te rapen’ niet voor de hand liggend is. Antwoord: dit is geen logische toevoeging. Hoewel het verduidelijkend lijkt, kan hier juist veel discussie over ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat degene die een geleidehond of sociale hulphond heeft, moet ‘bewijzen’ dat hij daartoe medisch niet in staat is. Moet dit dan fysiek zijn of psychisch? Dit kan voor deze persoon een extra last opleveren. Toevoeging is daarom niet wenselijk. Een algehele uitzondering past hier beter en is in lijn met de model-APV van de VNG. Vraag 4: flyeren in de Boogaard en elders Enkele vragen gaan over artikel 2:6 (Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen). De Boogaard is particulier gebied, stelt de VVD. Veel andere gebieden en terreinen zijn dit ook.

De VVD vraagt zich af waarom In de Bogaard specifiek wordt genoemd in dit artikel. Antwoord: dit artikel is niet nieuw, maar overeenkomstig artikel 2:3 van de APV voor Rijswijk 2021. Er is hier geen gewenste wijziging voor bekend. Het artikel is daarom hetzelfde gebleven. Vraag 5: positieve beschikking niet tijdig beslissen De VVD vraagt of de toevoeging van lid 6 bij artikel 2:6 een beleidsmatige keuze of juridische verplichting is. Wanneer sprake is van het eerste, is de vraag: wat is de reden om dit op te nemen?

1

Wanneer sprake is van het tweede, is de vraag: is het niet overbodig om dit lid op te nemen als dit reeds in de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) is geregeld? Antwoord: deze afdeling uit de Awb moet geactiveerd worden door deze tekst op te nemen en is daarmee een juridisch gegeven. Dit volgt uit de modelverordening van de VNG. De VNG ligt hierbij toe: Nu het college door het aanwijzen van plaatsen en tijden kan reguleren waar gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen verspreid mogen worden, zijn er bij een ontheffing op aanvraag geen zwaarwegende redenen om van een lex silencio positivo af te zien. Paragraaf 4.1.3.3. van de Awb wordt op de ontheffing van toepassing verklaard. Dit betekent dat, wanneer niet tijdig op een aanvraag om ontheffing wordt gereageerd, de ontheffing wordt verleend. In de hele APV zijn meer van dit soort bepalingen te vinden. Bij een aanvraag om een vergunning of ontheffing moet een keuze worden gemaakt of een positieve fictieve beschikking mogelijk is. Bij een zwaarwegend belang (denk bijvoorbeeld aan een vergunning waarvoor een Bibobtoets vereist is) wordt de positieve fictieve beschikking niet van toepassing verklaard. Een ontheffing voor het flyeren kent echter niet zo’n zwaarwegend belang. Deze wordt dus van rechtswege verleend wanneer niet tijdig op de aanvraag wordt gereageerd. Dit moet daarom opgenomen worden in de APV.

Vraag 6: handhaving op het verbod om tussen 22:00 en 10:00 te flyeren De vraag van de VVD is of er wordt gehandhaafd op het verbod tussen 22:00 en 10:00. In de afgelopen verkiezingscampagne hielden bepaalde politieke partijen rondom het station zich niet aan dit verbod, stelt de VVD. Zij vraagt zich af waarom hiertegen niet wordt opgetreden. Antwoord: dit is geen vraag naar de juridische tekst, maar de prioriteit die wordt gegeven aan handhaving op dit verbod. Deze prioritering wordt niet vastgelegd in de APV. Vraag 7: personen die geen gebruik maken van het terras Vraag 7 gaat over artikel 2:31 lid 3 (Verboden gedragingen). De VVD vraagt zich af wat het doel is van dit artikellid. Antwoord: dit is een toevoeging vanuit het VNG-model. Het artikellid is bedoeld om te voorkomen dat het terras een tappunt wordt voor passanten. Vraag 8: noodzaak vermelding leeftijd en verblijfstitel prostituees in APV De VVD vraagt of artikel 3:14 (Leeftijd en verblijfstitel prostituees) nodig is. Is dit niet al bij hogere wet geregeld? Antwoord: Nee, dit is niet bij hogere wet geregeld. Er ligt wel een wetsvoorstel voor: de ‘Wet regulering sekswerk’. Dit wetsvoorstel ligt nu voor bij de Tweede Kamer en is dus niet in werking getreden. De bepaling in de APV is daarmee vooruitlopend op de Wet regulering sekswerk en in lijn met het advies van de Veiligheidsregio Haaglanden en de politie.

Alle gemeenten binnen de politie-eenheid Den Haag hebben de leeftijd in hun APV ook verhoogd naar 21 jaar. Vraag 9: handhaving verboden gebruikmaking diensten prostituee De VVD vraagt welke sanctie er gekoppeld is aan artikel 3:21 (Verbodsbepalingen klanten). Antwoord: dit artikel ontbreekt per abuis bij de sanctiebepaling (artikel 6:1). Deze verschrijving zal voorafgaand aan de raadsvergadering van 12 december worden opgelost en verwerkt worden in de stukken in iBabs. Vraag 10: overlast van voertuigen die meer geluid maken dan noodzakelijk De VVD vraagt waarom artikel 4:4d gereserveerd is, terwijl er wel veel overlast zou zijn van brommers, motoren en auto’s die meer geluid maken dan noodzakelijk. De VVD vraagt zich af om welke reden er in de APV van Rijswijk geen verbod is opgenomen, terwijl hier in andere gemeenten wel tegen wordt opgetreden.

2

Antwoord: we gaan er vanuit dat er gedoeld wordt op artikel 4:5d (Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen). Hier is geen lokale wens voor (bekend). Om deze reden is het artikel nu niet opgenomen in de APV. Wanneer hier een lokale wens voor ontstaat, moet eerst voldoende onderbouwd worden of een maatregel in de APV hiervoor de meest aangewezen weg is of dat ook andere maatregelen kunnen worden genomen (in het kader van deregulering). Omdat deze gegevens niet bekend zijn, is deze bepaling nu niet opgenomen in de APV. Vraag 11: is wildplassen buiten de bebouwde kom toegestaan? De VVD vraagt zich af of het doen van een natuurlijke behoefte (artikel 4:8) buiten de bebouwde kom is toegestaan. Antwoord: dit is juist. Dit is overeenkomstig hoe de meeste andere gemeenten dit regelen. Het artikel is gelijk aan het artikel in de APV 2021. Vraag 12: regeling deelscooters De VVD stelt dat er veel overlast worden ervaren door verkeerd geplaatste deelscooters. De APV zou een artikel kunnen bevatten waarin is opgenomen dat de verkeerd geplaatste scooter, fiets, step (toekomstbestendig) door de gemeente kan worden verwijderd binnen 24 uur op kosten van de verhuurder. Hiermee heeft de verhuurder zelf de mogelijkheid snel na een melding te handelen, maar als hij dit niet doet (hetgeen vaak het geval is) zal hij zelf op de blaren moeten zitten.

Is het college bereid een dergelijk lid toe te voegen? Antwoord: het beleid betreffende deelmobiliteit is in voorbereiding en wordt naar verwachting in 2024 voorgelegd. Hierop vooruitlopen met de APV is niet wenselijk. Overigens wordt in 2024 ook een handelingskader deelscooters verwacht.1

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/07/18/deelscooters-model-apv-en-

inclusiviteit-deelmobiliteit en https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20230926/brief_regering_stand_van_zaken/document3/f=/vm 6yqkiut3un.pdf. 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=61f2f581-e98c-4e20-a286-6cb699e5fab8