RV 23-083 Bijlage A Verordening Speelautomatenhal Rijswijk 2020 eerste wijziging
Tekst van het document
Corsanr.: 23.055797
Verordening Speelautomatenhallen Rijswijk 2020, eerste wijziging Intitulé Verordening Speelautomatenhallen Rijswijk 2020,eerste wijziging. De gemeenteraad, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023, met kenmerk 23.055388; gelet op het bepaalde in titel Va van de Wet op de kansspelen, het Speelautomatenbesluit 2000 en de artikelen 149 en 154 van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening Speelautomatenhallen Rijswijk 2020, eerste wijziging. Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Wet op de kansspelen; b. speelautomatenhal: inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet; c. ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; d. bedrijfsleider: natuurlijk persoon die met de algemene leiding in de speelautomatenhal is belast; e. beheerder: natuurlijk persoon die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; f. meerspeler: een kansspelautomaat waarop met meerdere personen tegelijk kan worden gespeeld; g. gemeentelijk beleid: beleid door de gemeente opgesteld omtrent de wijze van verdeling en beoordeling (selectiecriteria) van de aanvragen om vergunning. Artikel 2 Vergunningplicht 1.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2. De burgemeester kan voor ten hoogste één speelautomatenhal een vergunning verlenen. Een vergunning heeft een geldigheidsduur van 15 jaren. 3. De burgemeester verleent alleen vergunning voor een speelautomatenhal in het gebied dat is aangeduid op de in bijlage I bij deze verordening behorende kaart. Artikel 3 De aanvraag 1. Een aanvraag voor een vergunning bevat: a. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, de oppervlakte daarvan, een plattegrond waarop is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en behendigheidsautomaten worden opgesteld waarbij meerspelers afzonderlijk zijn aangeduid, een omschrijving van de doelgroep waarop de ondernemer zich richt en van de wijze waarop de inrichting zal worden geëxploiteerd (ondernemingsplan); b. een bewijs van de inschrijving van de onderneming in het handelsregister; c. een verklaring waaruit blijkt dat de ondernemer gerechtigd is over de locatie te beschikken; d. een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer of, indien de ondernemer een rechtspersoon is een verklaring omtrent gedrag voor rechtspersonen danwel, een verklaring omtrent gedrag van ieder die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt, en van de bedrijfsleider(s) en beheerder(s); e.
bescheiden waaruit blijkt dat aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder b van de wet gestelde eis wordt voldaan;
Corsanr.: 23.055797 f. een volledig ingevuld en ondertekend vragenformulier in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals dat wordt gehanteerd door de Kansspelautoriteit. 2. De ondernemer overlegt bij zijn aanvraag tevens: a. het document ‘Conceptomschrijving speelautomatenhal’ met daarin opgenomen: i) adres en kadastrale gegevens van de beoogde locatie, inclusief bewijs dat aanvrager kan beschikken over de voorgenomen locatie voor de speelautomatenhal; ii) een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarop is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en hoeveel kansspelautomaten worden opgesteld; iii) een overzicht van de aard en locatie van de overige te realiseren recreatieve functies binnen het complex of gebouw waarin de speelautomatenhal beoogd is te worden gevestigd, of een overzicht van de gevestigde recreatieve functies die de speelautomatenhal met haar functie binnen het complex of gebouw waarin de speelautomatenhal beoogd is te worden gevestigd aan zal vullen en ondersteunen; iv) een ondernemingsplan, met inbegrip van stukken, waaruit blijkt welk bedrag met de totale investering is gemoeid en een bewijs dat dit met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd. b.
het document ’Plan preventie gokverslaving’ met daarin een beschrijving van de wijze waarop kansspelverslaving wordt beoogd te worden voorkomen; c. het document ‘Plan van aanpak openbare orde en bijdrage leefbaarheid’ met daarin een beschrijving van de beoogde aanpak van de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de directe omgeving van de speelautomatenhal. Artikel 4 Selectieproces 1. Als na de bekendmaking, bedoeld in artikel 11, één aanvraag is ontvangen, dan neemt de burgemeester die aanvraag in behandeling. 2. Als na de bekendmaking, bedoeld in artikel 11, meer dan een aanvraag is ontvangen, beoordeelt de burgemeester de geschiktheid van de aanvragen, aan de hand van een vergelijkende toets, op basis van de aanvraag en de bij de aanvraag overlegde documenten. 3. Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. de concreetheid van de aanvraag en de plannen; b. de mate waarin de plannen voorzien in: 4. (i.) het voorkomen van overlast, verstoring van het leefklimaat of de openbare orde; (ii.) het voorkomen van gokverslaving; (iii.) een (haalbaar) concept waarin het accent ligt op recreatief spelen en dat leidt tot bestendiging dan wel versterking van het recreatief profiel van de binnenstad van Rijswijk.
Van belang hierbij is in hoeverre de speelautomatenhal in combinatie met de (gelijktijdige te realiseren of reeds in het amusementscentrum aanwezige) overige recreatieve functies bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de binnenstad van Rijswijk voor recreatieve functies en waarin de speelautomatenhal aan de overige recreatieve functies ondersteunend is. 5. De aanvraag die het meest geschikt is, wordt beoordeeld aan de hand van de weigeringsgronden van artikel 7. Als op basis van deze aanvraag een vergunning wordt verleend, worden de overige aanvragen afgewezen. Als op basis van deze aanvraag geen vergunning wordt verleend, dan beoordeelt de burgemeester de aanvraag die daarna als beste wordt beoordeeld. Artikel 5 Beslistermijn 1. Als niet meer dan één aanvraag is ingediend, beslist de burgemeester binnen twaalf weken na de laatste dag waarop aanvragen konden worden ingediend. De termijn kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 2. Als meer dan één aanvraag wordt ingediend, beslist de burgemeester binnen 26 weken na de laatste dag waarop aanvragen konden worden ingediend. De beslistermijn kan eenmaal voor ten hoogste dertien weken worden verlengd.
Corsanr.: 23.055797 3. Indien een inhoudelijke beoordeling van de stukken hiertoe aanleiding geeft, kan de beslistermijn eenmaal met 6 weken worden verlengd. Artikel 6 Tenaamstelling en voorschriften 1. Een vergunning kan uitsluitend op naam van de ondernemer worden gesteld en is niet overdraagbaar. 2. In de vergunning worden de namen van de beheerder(s) en de bedrijfsleider(s) vermeld. 3. Aan een vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in ieder geval betrekking op; a. de sluitingstijden; b. het toezicht; c. het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld en het maximale aantal bezoekers dat tegelijkertijd aan een speelautomaat kan spelen; d. de wijze van exploitatie, werving en reclame; e. leeftijdsgrenzen met een daarmee gepaard gaande legitimatie-verplichting. f. de wijze waarop de door de burgemeester daarvoor aangewezen voorschriften voor het publiek kenbaar worden gemaakt. 4. De aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. Artikel 7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt in ieder geval geweigerd, indien: a. de aanvraag niet voldoet aan artikel 2 van deze verordening, of aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet geldende eisen; b.
de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf een openbare weg als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet, voor publiek toegankelijk is; c. de ondernemer(s) die natuurlijk persoon is, de bedrijfsleider(s) of beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt; d. de ondernemer, de beheerder(s) of bedrijfsleider(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijke Wetboek; e. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; f. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, dan wel met een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het voorgaande lid, onder c. 3. De burgemeester weigert de vergunning bij slecht levensgedrag van de ondernemer, beheerder(s) of bedrijfsleider(s) in geval en onder voorwaarden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4. Een vergunning kan voorts worden geweigerd: a.
indien de aanvrager de bij of krachtens de wet vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning of de vrees gewettigd is dat aanvrager deze bepalingen zal overtreden; b. indien de vrees gewettigd is, dat het verlenen der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Artikel 8 Vervallen vergunning 1. Een vergunning vervalt: a. 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning, als daarin geen gebruik is gemaakt van de vergunning;
Corsanr.: 23.055797 b. Als gedurende een jaar geen gebruik is gemaakt van de vergunning anders dan wegens overmacht; c. bij overlijden van de ondernemer, tenzij binnen twaalf weken een nieuwe vergunning is aangevraagd, op grond van artikel 10. In dat geval vervalt eerstbedoelde vergunning pas bij de beslissing op de aanvraag om een nieuwe vergunning. 2. Een faillissement, of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, heeft met betrekking tot het vervallen van de vergunning een opschortende werking tot het tijdstip waarop het faillissement onderscheidenlijk de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt. Artikel 9 Intrekken vergunning 1.De vergunning wordt ingetrokken: a. indien de gegevens die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; b. indien voor een inrichting of gelegenheid als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder c van de wet niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting of gelegenheid geldende bepalingen is vereist; c. indien niet langer wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 30c van de wet bepaalde, of aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet geldende eisen. d.
Een van de weigeringsgronden , bedoeld in artikel 7, eerste of derde lid, van toepassing is geworden. 2. De vergunning kan voorts worden ingetrokken: a. indien de vergunninghouder deze verordening of bij of krachtens de wet vastgestelde bepalingen heeft overtreden; b. indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. 3. In de gevallen als bedoeld in het eerste en tweede lid, onder a, kan de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan. 4. Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder, onder opgave van redenen, mededeling heeft gedaan en hem in de gelegenheid heeft gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door hem of een door hem aangewezen ambtenaar te doen horen. In het geval als bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken. Artikel 10 Overlijden ondernemer 1.
Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien voorzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. 2. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de tot dan geldende vergunning. 3. Op een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3, 5, eerste lid, 6 en 7 van toepassing. 4. De vergunning die is aangevraagd op grond van het eerste lid, is geldig tot het moment waarop de voorgaande vergunning geldig was. Artikel 11 Bekendmaking van beschikbaarheid 1. Voor afloop van de geldigheidsduur van een vergunning als bedoeld in artikel 2, tweede lid, maakt de burgemeester op passende wijze bekend, binnen welke termijn en op welke wijze een aanvraag voor een vergunning kan worden ingediend. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een vergunning die vervalt op grond van artikel 8, of die wordt ingetrokken op grond van artikel 9, of waarvan de voortzetting op grond van artikel 10 is
Corsanr.: 23.055797 geweigerd, met dien verstande dat de bekendmaking kan plaatsvinden nadat de vergunning zijn geldigheid heeft verloren. Artikel 12 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in deze verordening of van voorschriften verbonden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning wordt – voor zover niet strafbaar gesteld in artikel 31 van de wet – gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 13 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door de burgemeester aangewezen personen. Artikel 14 Intrekking oude verordening De Verordening Speelautomatenhallen Rijswijk 2020 wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding van de Verordening Speelautomatenhallen Rijswijk 2020, eerste wijziging. Artikel 15 Overgangsrecht Een vergunning, verleend op grond van de Verordening Speelautomatenhallen Rijswijk, die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening geldig is, geldt als vergunning, bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarvan de geldigheid afloopt na vijftien jaar, te rekenen vanaf 1 april 2020. Artikel 16 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking met ingang vanaf de eerste dag nadat deze verordening is vastgesteld door de gemeenteraad van Rijswijk.
Artikel 17 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening speelautomatenhallen Rijswijk 2020, eerste wijziging”. Ondertekening Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare vergadering van 12 december 2023. De griffier,
De voorzitter,
Bijlage I: kaart locaties kenmerk 20.005458