RV 23-014 Bijlage D Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Rijswijk 2018
Tekst van het document
Corsanummer 18.009097
Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Rijswijk 2018 INLEIDING Gedragscodes zijn voor gemeenten verplicht op grond van de Gemeentewet. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar. In Rijswijk kennen we de ‘Gedragscode Integriteit voor het college van burgemeester en wethouders gemeente Rijswijk 2017’ en de ‘Gedragscode voor de raad gemeente Rijswijk 2017’ Wanneer politieke ambtsdragers zich niet aan deze code houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en positie. Het rechtskarakter van een Gedragscode is dat van een interne regeling in aanvulling op de wettelijke regels. De Gemeentewet laat de gemeente ruimte bij de inhoudelijke invulling. In het navolgende Protocol en stappenplan staat aangegeven welke stappen moeten worden gezet wanneer integriteit mogelijk geschonden wordt of daarvan het sterke vermoeden bestaat. Het Protocol kan worden beschouwd als een extra onderdeel van het integriteitsbeleid. Het biedt houvast en uniformiteit bij de aanpak van vermeende of daadwerkelijke schendingen. Belangrijk is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.
Belangrijk onderdeel van preventie is het screenen van kandidaat-bestuurders. Integriteit van het openbaar bestuur is immers een zaak van algemeen belang. Dat geldt dan ook voor de integriteit van personen die bestuurlijke functies gaan vervullen. De samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat die personen integer met die bevoegdheden omgaan en dat die voorafgaande aan het aanvaarden van het ambt op de integriteit zijn getoetst. Conform de Gemeentewet benoemt de raad een wethouder en worden nadere bepalingen met betrekking tot de benoeming van een wethouder verder uitgewerkt in het Reglement van Orde voor vergaderingen van de raad.
I ALGEMENE BEPALINGEN PROTOCOL 1.Algemeen 1.1. 1.2
1.3. 1.4. 1.5. 1.6.
Onder politieke ambtsdrager worden verstaan: de burgemeester, de leden van het college, raadsleden en fractieassistenten. In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de handelwijze bepaald door het Fractievoorzittersoverleg als het gaat om een melding over een raadslid of fractie assistent, door het college als het gaat om een melding over een collegelid of de locoburgemeester als het gaat om een melding over de burgemeester. Het protocol is openbaar en door derden te raadplegen. De burgemeester, de leden van het college, de leden van de raad en fractieassistenten ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van dit protocol. Bij het gebruik van dit protocol zijn de ‘Gedragscode Integriteit voor het college van burgemeester en wethouders 2017’ en de ‘Gedragscode Integriteit voor de raad 2017’’ van de gemeente Rijswijk uitgangspunt. Onder externe onderzoeker wordt verstaan de onderzoeker of het onderzoeksbureau die in opdracht van de burgemeester onderzoek doet naar aanleiding van een melding van integriteitsschending of een incident.
II. PROCEDURELE BEPALINGEN 2. Melding
2.1. 2.2. 2.3.
2.4.
Een melding van een vermoeden van integriteitsschending door een politieke ambtsdrager kan door een ieder worden gedaan. Anonieme meldingen worden in beginsel niet behandeld. Nadat de burgemeester is geïnformeerd over het vermoeden van een integriteitsschending begaan door een politieke ambtsdrager, bevestigt hij de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder. De burgemeester wordt hierin bijgestaan door de griffier voor meldingen over raadsleden of fractieassistenten en de secretaris voor meldingen over collegeleden. Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd onderzoekt de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 noodzakelijk is. De burgemeester kan zich bij de toetsing juridisch laten adviseren. Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op: - de aard van het feit - de ontvankelijkheid van de melding - de ernst van de zaak - de valideerbaarheid van feiten en omstandigheden - de positie of persoon van de bron en de persoon van het lid van de raad, fractie assistent of college in kwestie.
2.5.
2.6. 2.7.
Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk binnen zes weken in kennis gesteld. Indien de burgemeester op grond van de bevindingen vaststelt dat de melding voldoende concreet en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij een vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 in te stellen. Meldingen over de burgemeester worden gedaan in het Fractievoorzittersoverleg. Het Fractievoorzittersoverleg wijst één van zijn leden aan als plaatsvervangend voorzitter en treedt in de plaats van de burgemeester bij de behandeling van de melding.
3. Vooronderzoek 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
3.5. 3.6.
Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt. De burgemeester doet vertrouwelijk mededeling van de resultaten van het vooronderzoek aan het Fractievoorzittersoverleg en het college. Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder alsmede de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld. Indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 de noodzaak blijkt tot het verrichten van een nader onderzoek, besluit de burgemeester een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 4 in te stellen. In het geval van een vermoeden van integriteitsschending van de burgemeester wordt, indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek besloten wordt tot het instellen van een feitenonderzoek, de Commissaris van de Koning in kennis gesteld.
4. Feitenonderzoek 4.1. 4.2.
Van de beslissing een feitenonderzoek in te stellen wordt met inachtneming van artikel 5 de betrokken politieke ambtsdrager in kennis gesteld. Tevens wordt het Fractievoorzittersoverleg als ook het College, de gemeentesecretaris en de melder in kennis gesteld. De burgemeester kan een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijke externe onderzoeker verstrekken. De opdracht wordt voorbereid door de externe deskundige als adviseur van de burgemeester.
4.3.
4.4.
In de opdracht is in ieder geval opgenomen: a) de aanleiding van het feitenonderzoek; b) de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden; c) de verwachte duur van het feitenonderzoek; d) de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek; e) van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken; f) dat de externe partij werkt met inachtneming van dit Protocol. De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoek rapportage.
5. Kennisgeving aan betrokkene 5.1. 5.2.
De betrokken politieke ambtsdrager wordt over het instellen van het feitenonderzoek onmiddellijk per brief geïnformeerd. In de brief is in ieder geval opgenomen: a) een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van onderzoek; b) de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord; c) de melding dat de betrokken politieke ambtsdrager zich kan laten bijstaan door een advocaat; d) de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden; e) het Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Rijswijk; f) de vigerende gedragscode.
6. Onderzoek rapportage 6.1.
6.2. 6.3.
De onderzoek rapportage wordt door de burgemeester vertrouwelijk aangeboden aan het college en de raad. De onderzoek rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending. De raad besluit in hoeverre en op welke wijze de onderzoek rapportage geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt en wie daartoe mandaat krijgt. De onderzoek rapportage wordt opgenomen in een afzonderlijke (digitale) archiefkast ‘geheime stukken’. Als het gaat om raadsleden of fractieassistenten vindt dit plaats bij de griffie als het gaat om collegeleden bij de secretaris. Deze wijze van opslag laat onverlet dat aan de persoon in kwestie, in geval van een ten aanzien van hem gestarte rechtspositionele procedure, alle relevante stukken ter beschikking worden gesteld.
7. Besluitvorming 7.1.
Na kennisname van de onderzoek rapportage beoordeelt de raad of de rapportage aanleiding geeft om aangifte te doen en/ of een ander middel in te zetten.
III. SLOTBEPALINGEN 8. Horen van betrokkene en getuigen 8.1. 8.2.
De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord. De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen worden vooraf op de hoogte gesteld van de aard en de mogelijke duur van het gesprek. Hen wordt meegedeeld dat zij zich kunnen laten bijstaan door een raadsman.
8.3. 8.4. 8.5.
In het geval van een feitenonderzoek wordt er een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getuigen/ betrokken politieke ambtsdrager. Degene die is gehoord krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het betreffende gespreksverslag. Als degene die is gehoord weigert het gespreksverslag te ondertekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als degene die is gehoord dat wilt, wordt er een schriftelijke weergave van diens afwijkende mening bij het gespreksverslag gevoegd.
9. Communicatie 9.1. 9.2.
De burgemeester zorgt voor de interne- en externe communicatie. Voor de interne- en externe communicatie worden de verschillende belangen, voornamelijk het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken politieke ambtsdrager en het belang van transparantie, nauwkeurig afgewogen.
10. Aangifte 10.1. 10.2. 10.3.
Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester aangifte bij de politie. Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een feitenonderzoek, zoals bedoeld in artikel 4, kan instellen of een civielrechtelijke procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen.
11. Vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging 11.1. 11.2.
Als er op enig moment een vermoeden is van een opzettelijke valse beschuldiging doet de burgemeester, indien naar zijn oordeel sprake is van een strafbaar feit, aangifte bij de politie. De gemeente kan bij een vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging de betreffende melder aansprakelijk stellen voor eventuele door de gemeente geleden schade.
Gemeente Rijswijk 2018