CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 21-007 E. Ontwikkelkader Rijswijk-Bijlage-3-15 (1).pdf

Raadsvergadering 2 maart 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwikkelkader Havengebied (nr. 21-007).26.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Matig

Redelijk

Redelijk

21

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558181

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

60

14

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558182

Alnus glutinosa

Dood

Dood

Dood

33

8

9-12 m

Zwam stam

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558183

Alnus glutinosa

Slecht

Matig

Slecht

34

8

9-12 m

Kwijnende boom

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558184

Pinus sylvestris

Redelijk

Matig

Redelijk

29

6

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558185

Weet niet

Dood

Dood

Dood

27

4

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558186

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

77

14

18-24 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558187

Populus

Redelijk

Matig

Redelijk

44

12

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

Kwijnende boom

Bloedingsziekte

Kwijnende boom

Beplanting

Beplanting

Beplanting

18 / 24

Bijlage 9 |

589

BOOMTOTAALZORG

558188

Alnus

Dood

Dood

Dood

19

4

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558189

Alnus glutinosa

Slecht

Slecht

Slecht

17

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558190

Alnus glutinosa

Slecht

Slecht

Zeer Slecht

22

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558191

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

67

14

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558192

Alnus glutinosa

Slecht

Slecht

Zeer Slecht

19

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558193

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

23

10

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558194

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

34

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558195

Quercus robur

Matig

Redelijk

Redelijk

35

12

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558196

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

30

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558197

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

22

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558198

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

42

12

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558199

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

32

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558200

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

39

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558201

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

35

14

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558202

Carpinus sylvestris betulus

Goed

Redelijk

Redelijk

30

14

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558203

Carpinus betulus

Goed

Redelijk

Redelijk

32

14

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558204

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

29

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558205

Pinus sylvestris

Matig

Matig

Matig

30

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558206

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

33

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558207

Carpinus betulus

Goed

Redelijk

Redelijk

32

12

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558208

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

43

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558209

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

32

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558210

Populus canescens

Goed

Goed

Goed

33

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558211

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

25

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558212

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

24

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558213

Alnus

Matig

Matig

Matig

19

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558214

Pinus sylvestris

Matig

Redelijk

Redelijk

17

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558215

Carpinus betulus

Matig

Redelijk

Redelijk

28

12

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558216

Acer pseudoplatanus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

23

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558217

Quercus robur

Goed

Redelijk

Redelijk

43

14

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558218

Alnus glutinosa

Redelijk

Redelijk

Redelijk

34

12

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558219

Acer pseudoplatanus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

24

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558220

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

28

10

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558221

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

36

12

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558222

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

29

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558223

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

42

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558224

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

18

6

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558225

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

60

14

18-24 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558226

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

30

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558227

Alnus glutinosa

Redelijk

Redelijk

Redelijk

23

12

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558228

Alnus glutinosa

Redelijk

Redelijk

Redelijk

29

14

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558229

Carpinus betulus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

25

12

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558230

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

29

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558231

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

26

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558232

Pinus sylvestris

Redelijk

Matig

Redelijk

28

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558233

Crataegus monogyna 'Stricta'

Redelijk

Redelijk

Redelijk

18

8

6-9 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558234

Quercus robur

Matig

Redelijk

Redelijk

44

14

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558235

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

40

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558236

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

39

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558237

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

38

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558238

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

35

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

558239

Carpinus betulus

Matig

Matig

Redelijk

27

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558240

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

69

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558241

Amelanchier lamarckii

Goed

Redelijk

Goed

16

8

6-9 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558242

Acer pseudoplatanus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

16

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558243

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

23

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558244

Populus

Redelijk

Redelijk

Redelijk

76

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558245

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

0

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558246

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

43

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558247

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

28

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

Kwijnende boom Kwijnende boom

Beplanting

Beplanting

Beplanting

Beplanting

Beplanting

Beplanting

Beplanting

19 / 24

Bijlage 9 |

590

BOOMTOTAALZORG

558248

Alnus glutinosa

Goed

Redelijk

39

16

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558249

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

41

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558250

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

28

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558251

Alnus glutinosa

Goed

Redelijk

Redelijk

17

10

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558252

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

41

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558253

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

40

16

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558254

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

36

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

558255

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

26

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558256

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

35

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558257

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

36

8

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

Redelijk

Beplanting

558258

Quercus robur

Redelijk

Redelijk

Redelijk

37

14

15-18 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558259

Pinus sylvestris

Redelijk

Redelijk

Redelijk

32

10

9-12 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

558260

Platanus orientalis

Redelijk

Redelijk

Redelijk

54

16

12-15 m

Nee

Biodiversiteit

Beplanting

10222000593

Ulmus hollandica

Redelijk

Redelijk

Redelijk

58

10

6-9 m

Nee

Markante verschijningsvorm

Gras

INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

20 / 24

INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

20 / 24

Bijlage 9 |

591

BOOMTOTAALZORG

Bijlage II Verplantbaarheid

Bijlage 9 | INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

21 / 24

592

BOOMTOTAALZORG

Bijlage III K&L

Bijlage 9 | INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

22 / 24

593

BOOMTOTAALZORG

Bijlage IV Behoudenswaardige bomen

Bijlage 9 | INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

23 / 24

594

BOOMTOTAALZORG

Bijlage V Kroondiameter

Bijlage 9 | INVENTARISATIERAPPORT - 190534 GEMEENTE RIJSWIJK, BOOMINVENTARISATIE HAVENKWARTIER

24 / 24

595

EEN ONTWIKKELKADER VOOR HET HAVENKWARTIER VAN RIJSWIJK

BIJLAGE 10 UITGANGSPUNTEN AFVALINZAMELING Ronald Harmens

Bijlage 10 |

596

Corsanr: 20.071457

Beleidscriteria voor het plaatsen van ondergrondse containers Toepassing Havenkwartier

1 Inleiding

De gemeente Rijswijk (ZH) wil de nieuwe manier van inzamelen invoeren (sinds 2015). In dit document zijn uitgangspunten, richtlijnen en criteria vastgelegd voor het bepalen van locaties voor containers.

2 Uitgangspunten

1. Bij laagbouw wordt restafval ingezameld met ondergrondse containers met toegangscontrole. Voor de inzameling van groente-fruit-tuinafval en etensresten (gft-e), plastic-metalendrankenkartons (pmd) en oud papier en karton (opk) worden 3 minicontainers per perceel verstrekt. 2. Bij hoogbouw wordt voor alle afvalstromen ondergrondse containers toegepast, waarvan rest- en GFT-afval zijn afgesloten met toegangscontrole. De inzamelcapaciteit per stroom/ container is: 2500 woningen Havenkwartier • 80 Huishoudens op een OC-restafval : 32 • 100 Huishoudens op een OC-GFT : 25 • 250 Huishoudens op een OC-OPK : 10 • 75 Huishoudens op een OC-PMD : 34 • Totaal 101 • (5 OC’s per ha. gebied, 12 per ha. openbaar gebied, 1 OC per 36 m straatlengte).) • Oppervlak huidig openbaar gebied excl haven: plangebied 20,6 ha, water: 2,5 ha, uitgeefbaar: 9,9 ha verhard/groen/openbaar 8,2 ha , lengte straten 8,2 ha/22 m breed, 3700 m. 3. De ondergrondse containers worden geleverd en geplaatst door Avalex. 4. Het plaatsen van afvalvoorzieningen inpandig bij hoogbouw gaat te allen tijde in overleg met de afdeling Stadsbeheer.

3 Richtlijnen

1. De richtlijn voor de maximale loopafstand voor een ondergrondse container restafval ligt op circa 250 meter. De richtlijn voor de maximale afstand naar de opstelplaatsen voor de mini-containers ten behoeve van de recyclebare stromen bedraagt circa 75 meter bij laagbouw-woningen. 2. De ondergrondse containers voor rest- en gfte-afval worden afgesloten middels een toegangscontrolesysteem met pas. 3. Bij het opstellen van het locatieplan worden alle geldende gemeentelijke eisen in acht genomen waaronder de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig en zo evenredig mogelijke verdeling van de overlast voor de omwonenden. Daarnaast gelden de eisen gesteld door eigenaren van kabels en leidingen (nutsbedrijven). 4. Bij nieuwbouw, inbreilocaties of transities naar woningbouw dient in een zo vroeg mogelijk stadium de benodigde capaciteit aan afvalinzameling te worden vastgesteld en te worden meegenomen in het ontwerp van de locatie. 5. Alle kosten van de ondergrondse containers zijn voor de ontwikkelaar. Deze kosten bestaan onder andere uit de aanschaf, plaatsing inclusief verplaatsing van kabels en leidingen, leverantie en werking van de ondergrondse container(s).

4 Criteria Obstakels ondergronds 1. Op de locatie zijn geen kabels en leidingen aanwezig. Indien deze wel aanwezig zijn wordt per locatie, op basis van verwachte kosten/baten, overwogen of kabels en/of leidingen (gas, water, elektra en telecommunicatie) worden omgelegd, dan wel of een andere locatie gezocht moet worden; Bijlage 10 |

597

Corsanr: 20.071457 2. De locatie ligt niet binnen het benodigde graafprofiel van de bestaande riolering; 3. Aan de boomwortels op locatie mag geen schade worden toegebracht als gevolg van het ondergronds plaatsen van afvalcontainers. Als maat geldt de boomkruin. Verwijderen van boomwortels gaat altijd in overleg met de groenspecialist van de gemeente. Ruimtelijke ligging 1. De gemeente bepaalt de locatie van de ondergrondse containers in de openbare ruimte; 2. Bij de locatiekeuze rekening houden met stijlkenmerken in de omgeving. Met stijlkenmerken wordt bedoeld de inrichting van de straat zoals zichtlijnen; 3. Bij de locatiekeuze aandacht besteden aan de locatie van de container ten opzichte van de gevelindeling, bijvoorbeeld het zoveel mogelijk vermijden van plaatsing nabij voordeuren, slaapkamers, balkons, overstekken en luifels. Deze opsomming is niet limitatief; 4. Locaties kunnen worden gezocht op gemeentelijk grondgebied; maar ook locaties op particuliere grond kunnen met instemming van de eigenaar en/of beheerder inzamelvoorzieningen worden geplaatst. Het plaatsen op particuliere grond heeft echter niet de voorkeur. 5. Glascontainers zo min mogelijk plaatsen nabij fietspaden en speelplekken vanwege de kans op gebroken glas; 6. Bij de plaatsing rekening houden met de bereikbaarheid voor minder validen (rolstoelen en scootmobiels); 7.

De onderlinge afstand tussen de betonputten of tranenplaten van de containers is minimaal 30 cm; 8. Voor het zoeken van locaties voor ondergrondse containers, conform staand beleid in Rijswijk voor civiele werken, ook kijken worden naar bouwkundige aspecten. Geluid 1. Het geluid dat de ondergrondse (pers-)container veroorzaakt voldoet aan de in de Wet milieubeheer gestelde geluidsnormen. Deze normen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit), afdeling 2.8 artikel 17. Verkeer 1. De container bij voorkeur zo plaatsen dat wegen niet geblokkeerd worden tijdens de lediging. Geen ondergrondse container plaatsen aan wegen waar een stopverbod van kracht is (drukke/doorgaande wegen); 2. De container mag het zicht voor weggebruikers niet belemmeren, dit naar oordeel van de verkeersspecialist van de gemeente; 3. De locatie is bereikbaar voor het inzamelvoertuig. Hierbij rekening houden met de breedte, draaicirkel en afstempelmogelijkheden van het inzamelvoertuig; 4. Bij de locatiekeuze voorkomen dat op de ondergrondse containers geparkeerd kan worden; 5. De bestaande parkeerbalans per buurt handhaven. Indien een container op een parkeerplaats komt, wordt getracht elders in die wijk een nieuwe plek te creëren; 6.

De locatie is bereikbaar voor de voertuigen die worden gebruikt om de containers te kunnen plaatsen (graafmachines, transportvoertuigen, etc.); 7. Tussen de container en het ledigingsvoertuig mogen zich geen andere voertuigen bevinden. Daar waar fietspaden zijn, wordt de inzamelaar tijdens het legen verplicht het werkgebied door middel van pionnen af te zetten. Vandalisme 1. De container bij voorkeur plaatsen op zichtbare plekken omdat dit de (sociale) controle door bewoners eenvoudiger maakt. Zichtbaarheid/vindbaarheid is daarnaast van belang voor een optimaal gebruik van de container.

5 Aanvulling Aanvulling m.b.t. hoogbouw 1. Bij grotere complexen van meer dan 300 woningen genieten grondstof (afvalinzamel) voorzieningen die inpandig opgelost worden de voorkeur. Hierbij kan ook gedacht worden aan voorzieningen die mechanisch aangedreven worden (persen). Bijlage 10 |

598

BIJLAGE 11 HOOGBOUWBELEID Jelle Offringa

Bijlage 11 |

599

Hoogbouwvisie i.r.t. ontwikkelkader Havenkwartier Inleiding De vigerende hoogbouwvisie (2007, vastgesteld door de gemeenteraad) geeft voor hoogbouw een aantal concentratiegebieden aan (zoals de ‘etalagezone’ langs de A4, de SWC-laan en de omgeving van In de Bogaard). Daarbuiten is alleen hoogbouw toegestaan wanneer daar vanuit de locatie of de functie een zeer bijzondere aanleiding toe is, dus volgens het principe van ’nee, tenzij’. Hoogtematen zijn in de vigerende hoogbouwvisie niet opgenomen, maar naar de huidige inzichten en in de Rijswijkse context is bij een bouwhoogte van 30 a 45 meter, zoals die nu in de plannen voor het Havenkwartier zijn opgenomen, geen sprake van hoogbouw maar hooguit van een wijk- of buurtaccent. Wijk- of buurtaccenten Wijk- of buurtaccenten staan doorgaans op een bijzondere plek in de wijk; in het hart van de buurt, aan een belangrijke kruising, boven een winkelstrip, aan een open ruimte zoals een plein of park, of een combinatie van deze. Zo wordt het belang van een plek gemarkeerd, de herkenbaarheid en de oriëntatiemogelijkheid vergroot, en wordt bijgedragen aan een divers en interessant stadsbeeld. Zie daarvoor bijgaand twee voorbeelden.

Bij het circa 30 meter hoge gebouw van op de locatie Nijverheidsstraat 3 (voormalige betoncentrale) is eigenlijk geen sprake van een wijk- of buurtaccent, maar van een beperkt hoogteverschil ten opzichte van de aangrenzende bebouwing. Hier geeft een aantal extra bouwlagen ten opzichte van die naastgelegen bebouwing wat dynamiek aan de ruimtelijke opbouw van de nieuwbouw aan de Nijverheidsstraat en aan de landtong als geheel. Het circa 40 meter hoge gebouw op de Indola-locatie (Nijverheidsstraat 1) kan worden aangemerkt als buurtaccent; het fungeert als een visueel ankerpunt van het hele gebied tussen de lange en de korte haven, en biedt de voordelen (herkenbaarheid, diversiteit) zoals hierboven genoemd.

Twee voorbeelden van een wijk- of buurtaccent (links uit de jaren ’70, de Helfrichsingel in Rijswijk, rechts een recent accent, de Leyweg in Den Haag)

Bijlage 11 |

600

Elsenlaan en A4-zone Het zuidelijk deel van de Burgemeester Elsenlaan vormt de verbinding tussen de Sir Winston Churchilllaan en de ‘etalagezone’. Daarmee is deze bouwstrook onderdeel van de belangrijke structuurdragers van de stad, en van vergelijkbare orde als de Churchilllaan en de Beatrixlaan. In de vigerende hoogbouwvisie is deze bouwstrook niet aan gemerkt als hoogbouwzone, maar het geldende bestemmingsplan staat hier een bouwhoogte toe die varieert van 25 tot 50 meter. Het ligt voor de hand om voor de bouwhoogte aansluiting te zoeken op de genoemde structuurdragers en een hoogte van rond de 60 meter als maximum aan te houden. Daarmee wordt uitdrukking gegeven aan het belang van dit gebied als onderdeel van de stedelijke hoofdstructuur. De ‘etalagezone’ is in de vigerende hoogbouwvisie aangemerkt als hoogbouwzone. De hoogbouw in deze zone staat hier voor een groot deel ten dienste van de werkfunctie in de Plaspoelpolder. De ruimtelijke betekenis van de hoogbouw heeft hier vooral te maken met uitstraling en icoonwerking op regionaal niveau: hier presenteert Rijswijk zich aan het landelijk wegennet. Een bouwhoogte rond de 100 meter is een passende maat om invulling te geven aan deze regionale betekenis.

De ‘etalagezone’ met regionale betekenis

Bijlage 11 |

601

EEN ONTWIKKELKADER VOOR HET HAVENKWARTIER VAN RIJSWIJK

BIJLAGE 12 FINANCIËN, KOSTENVERHAAL Johan Cornelissen

Bijlage 12 |

602

Kostenverhaalsnotitie Havenkwartier Plaspoelpolder Rijswijk Concept d.d. 20-01-2021 ter bespreking met stakeholders / eigenaren / initiatiefnemers. Dit concept is een aanpassing op hoofdlijnen van het concept 08-11-2019. De aanpassingen in het ruimtelijk programma (aantal m² en verdeling tussen categorieën) is nog uit te werken. Eveneens dient het kostenniveau van de aanpassingen in het openbare gebied nog te worden geactualiseerd. Inleiding: Het Havenkwartier Plaspoelpolder in Rijswijk gaat de komende jaren transformeren van een bedrijventerrein naar een gemengd gebied. De gemeente heeft hiervoor met input van ontwikkelende partijen een Ontwikkelperspectief Havenkwartier (bijlage 1) en een Ruimtelijk kader Havengebied Plaspoelpolder (bijlage 2) opgesteld. Beide documenten voorzien op hoofdlijnen in de transformatie van thans leegstaande zelfstandige kantoren, braakliggend bedrijventerrein en nog in gebruik zijnde verouderde bedrijventerreinen naar een gebied waar wonen mogelijk wordt gemaakt. Uiteindelijk gaat de onderhavige kostenverhaalsnotitie deel uitmaken van het nu voorliggende Ontwikkelkader Havenkwartier waar eveneens de hiervoor genoemde bijlage 1 en 2 in opgaan. De functie wonen vraagt om een andere invulling van het openbare gebied. De toevoeging van de functie wonen creëert waardestijging voor de eigenaren. De gemeente faciliteert de transformatie.

De belangrijkste rol in deze voor de gemeente is de kaders aan te geven en de processen te bewaken om te komen tot de transformatie en zorg te dragen voor de aanpassingen in het openbare gebied. Wettelijk is de gemeente gehouden de kosten van aanpassing van het openbare gebied, plankosten en zo nodig kosten van bovenwijkse voorzieningen ten laste te brengen van de eigenaren die in financiële zin profiteren van de transformatie. Deze notitie geeft inzicht in de hoogte van deze kosten en de wijze waarop deze ten laste worden gebracht van de eigenaren. Naast genoemde kosten betalen eigenaren die transformeren legeskosten. Deze worden separaat in rekening gebracht. Ruimtegebruik: De transformatie van het Havenkwartier leidt tot een veranderd grondgebruik. Leegstaande kantoren worden getransformeerd naar woningen, braakliggend bedrijventerrein wordt mede ingevuld met commerciële functies. Tevens is het voornemen het Havenkwartier te doorsnijden met een voet/fiets verbinding om de aansluiting met bestaande woon- en buitengebieden te borgen. De toevoeging van openbare ruimte is eveneens nodig om de toekomstige bewoners voldoende leef- en verblijfsruimte aan te bieden. Wonen moet worden geïntegreerd in het huidige werkgebied. In het Ruimtelijk kader heeft een stedenbouwkundige vertaling plaatsgevonden van de (maximale) transformatiemogelijkheden van het gebied.

Dit heeft geresulteerd in een ruimtegebruikskaart, ook wel functiekaart genoemd (bijlage a in Ruimtelijk kader). Gelet op de status en de fase waarin het Ruimtelijk kader zich nog bevindt is dit een globale invulling. Om een tijdsindicatie te hebben van de transformatie is bij het Ruimtelijk kader ook een fasering aangebracht (bijlage c in Ruimtelijk kader). Het plangebied kan worden ingedeeld in een drietal deelgebieden, ook wel fasen genoemd, zijnde fase 0, 1 en 2. Fase 0 is het gebied dat al is getransformeerd of zal transformeren binnen het huidige bestemmingsregime. Fase 1 omvat gebieden, veelal voorzien van leegstaande kantoorgebouwen of braakliggend bedrijfsterrein, waarvan de verwachting is dat deze op niet onafzienbare termijn zullen transformeren. Fase 2 omvat gebieden waarvan de verwachting is dat deze op langere termijn pas zullen transformeren. De indeling in fasen sluit uitdrukkelijk niet uit dat transformaties van gebieden Deze notitie is ambtelijk opgesteld en bedoeld als bespreeknotitie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Bijlage 12 |

603

niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden. Voor een indeling van de fasen zie de faseringskaart (bijlage b in Ruimtelijk kader). Voor de buitengrenzen van de verschillende fasen zie bijlage a in Ruimtelijk kader. Hieronder een overzicht per nog te ontwikkelen fase van het toekomstige ruimtegebruik / programma. Dit is nog zeer indicatief. Uiteindelijk bepalen de eigenaren in hoeverre zij gebruik maken van de mogelijkheden om te transformeren binnen de aangegeven kaders. Fase 0: Harbour Village (veld 4), Steenvlinder (veld 1 gedeeltelijk), Sijthoff Hotel (veld 11) en Burgemeester Elsenlaan 321 (veld 12) Fase 0 is een pilotgebied vooruitlopend op de totale gebiedsontwikkeling. Met de initiatiefnemers in deze fasen zijn separaat afspraken gemaakt . Fase 1: Veld 1 excl. Steenvlinder, veld 2, veld 3, veld 13, veld 14, veld 15, veld 9 en veld 10 Fase 1 kan worden gezien als de belangrijkste drager van het plan. De hoogbouwelementen zijn in deze fase opgenomen. In deze fase zullen ook de meeste woningen worden gerealiseerd. Fase 2: Veld 5, veld 6, veld 7 en veld 8 Fase 2 omvat nog veel functionerende bedrijven. De verwachting is dat dit ook de komende tijd zo zal blijven. Incidenteel en op beperkte schaal zullen ook hier locaties worden getransformeerd. Indicatief overzicht van de maximaal te ontwikkelen en rekentechnisch aantal m² bvo (aanname).

Te handhaven bedrijven Commerciële ruimten (aanname 5%) Maatschappelijk (aanname 2%) Wonen sociaal huur wordt markt! Wonen markt Parkeereis t.b.v. wonen

maximaal te ontwikkelen fase 1 fase 2 17.557 43.871 n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. 147.753 65.234 49.251 21.745

rekentechnisch aanname fase 1 fase 2 17.557 43.871 10.728 6.529 4.291 2.612 13.649 5.818 122.840 52.359 45.496 19.392

Totaal (m² bvo)

214.561

214.561

130.850

130.850

Grondslag kostenverhaal: De juridische grondslag voor het kostenverhaal wordt gevonden in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daar waar sprake is van een wijziging van een bestemming en sprake is van een aangewezen bouwplan is (gemeentelijk) kostenverhaal verplicht. De (theoretische) uitwerking vindt plaats via een exploitatieplan. Het staat echter partijen vrij om ook op vrijwillige basis (anterieur) tot kostenverhaal te komen. De wetgever heeft zelfs aangegeven dat anterieur de voorkeur heeft. In het havengebied Plaspoelpolder hebben ontwikkelende partijen aangegeven een sterke voorkeur te hebben om anterieur tot overeenstemming te komen. Deze notitie kostenverhaal volgt in de berekeningen in grote lijnen de systematiek van het exploitatieplan, maar wijkt ook op onderdelen hiervan af. Dit is een keuze waarover in vrijwilligheid tot overeenstemming moet worden gekomen. Omvang Kosten: De omvang van de kosten van herinrichting en aanpassing van het openbare gebied zijn globaal bepaald. Basis hiervoor is het Ontwikkelperspectief Havenkwartier en het Ruimtelijk kader Havengebied Plaspoelpolder. De profielen worden nog nader uitgewerkt. Het totaal aan kosten van planvorming en uitwerking om te komen tot transformatie van het Havengebied Plaspoelpolder is berekend op circa € 17 miljoen. De opbouw van de kosten is globaal onderstaand aangegeven. Verwervingskosten:

€

250.000

Deze notitie is ambtelijk opgesteld en bedoeld als bespreeknotitie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Bijlage 12 |

604

Sloopkosten / opruimwerkzaamheden Onderzoeken: Milieu: Bouw- en woonrijpmaken: Infrastructurele voorzieningen: Plankosten: Overige kosten: Onvoorzien:

Totaal:

€ 200.000 € 565.000 € 575.000 € 8.150.000 € 620.000 € 1.565.000 € 2.800.000 € 2.210.000 € 16.935.000

Niet opgenomen zijn kosten voor verwerving van toekomstig openbaar gebied benodigd voor de uitvoering van het stedenbouwkundige plan. Uitgangspunt is dat ontwikkelaars bouwvolume krijgen binnen het ontwikkelveld en dit bouwvolume voldoende moet zijn om de verwervingskosten van de gronden voor toekomstig openbaar gebied te dekken en vervolgens ‘om niet’ (eventueel) aan de gemeente over te dragen. Ook niet opgenomen zijn de kosten van vervanging van gemeentelijke ondergrondse infrastructuur. Uitgangspunt is dat daarvoor de regulier onderhoudsgelden kunnen worden aangewend. Daar waar specifiek nieuwe ondergrondse infrastructuur nodig is in (toekomstig) openbaar gebied ten gevolge van het stedenbouwkundige plan zijn deze kosten wel als kostenpost meegenomen. Kosten buiten het plangebied zijn slechts zeer beperkt meegenomen. Aanpassingen aan de ontsluiting via de kruispunten op de Burgemeester Elsenlaan zijn deels meegenomen. Toerekening : De toerekening van kosten kan op verschillende manieren. De insteek is dat de kosten worden gedragen door de nieuwe ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met een planologische maatregel. Dus voor sloop en nieuwbouw van nu al aanwezige bedrijfsruimte wordt geen bijdrage gevraagd. Ook is de keus gemaakt geen bijdrage te vragen aan de realisatie van maatschappelijke voorzieningen zonder commercieel oogmerk.

Kostentechnisch zijn deze al moeilijk realiseerbaar. De verplichting ook commerciële ruimten in het plan op te nemen wordt geaccommodeerd door de bijdrage hiervoor op 50% te stellen. Met betrekking tot parkeren is de insteek dat parkeren voor de nieuwe functie wonen in hoofdzaak op eigen terrein dient plaats te vinden. Daarvoor dienen meestal gebouwde parkeervoorzieningen te worden gerealiseerd. Deze volumetoevoeging wordt niet belast. Als verdeelsleutel is gekozen voor de eenheid bruto vloer oppervlak (bvo). Hiervoor is gekozen omdat de grootte van de woningen sterk uiteen kan lopen en een afrekening per woning niet tot een evenredige verdeling van kosten naar draagkracht leidt. Over iedere toegevoegde m² bvo op basis van een planologische maatregel met uitzondering van het hierboven genoemde dient een bijdrage te worden betaald aan de gemeente ter dekking van de door de gemeente te maken kosten. De mogelijkheid dat initiatiefnemers zelf werkzaamheden uitvoeren in b.v. het openbaar gebied en de daaraan verbonden kosten willen verrekenen met de verplichte bijdrage wordt open gehouden. Deze mogelijkheid is o.a. afhankelijk van de beoordeling of de aanbestedingsregelgeving wordt gevolgd. Hoogte bijdrage: Conform de systematiek van het exploitatieplan is gekozen voor een rekeneenheid met een gewichtsfactor. Als rekeneenheid is gekozen voor de m² bvo met een gewichtsfactor 1.

De looptijd van het plan is gesteld op 20 jaar. In deze 20 jaar dient de totale exploitatiebijdrage te zijn ontvangen en de noodzakelijk werkzaamheden in het openbaar gebied te zijn gerealiseerd. De verwachting is dat niet alle eigenaren tot transformatie van hun eigendommen overgaan. Als men tot transformatie overgaat is ook nog de mogelijkheid aanwezig dat niet gebruik wordt gemaakt van het maximale ontwikkelvolume. De kans op geen transformatie is het groots in fase 2. Indien mocht blijken dat Deze notitie is ambtelijk opgesteld en bedoeld als bespreeknotitie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Bijlage 12 |

605

door de eigenaren niet dan wel niet volledig tot transformatie wordt overgegaan, dan zal het gebruik van het openbare gebied ook minder intensief zijn en zal het toekomstig openbaar gebied hierop worden aangepast. De relatie tussen ontvangen bijdragen, te maken kosten en de realisatie van een verantwoord leef- en verblijfsgebied is nadrukkelijk aanwezig. Voor dit moment wordt rekentechnisch aangehouden dat 90% van het maximaal ontwikkelvolume in fase 1 wordt gerealiseerd en 75% van het maximaal ontwikkelvolume in fase 2. In de overleggen met de eigenaren / initiatiefnemers in het gebied moet de komende tijd blijken in hoeverre de bereidheid aanwezig is om het toegestane ontwikkelvolume ook daadwerkelijk te realiseren. Een 1e berekening van de bijdrage per m² bvo geeft onderstaand resultaat.

Te ontwikkelen en af te rekenen in fase 1: (m² dienen nog te worden geactualiseerd) Commerciële ruimten: 90% * 10.728 m² bvo * 50% = 4.828 eenheden Woningbouw markt: 90% * 13.649 m² bvo * 100% = 12.284 eenheden Woningbouw markt: 90% * 122.840 m² bvo * 100% = 110.556 eenheden Te ontwikkelen en af te rekenen in fase 2: (m² dienen nog te worden geactualiseerd) Commerciële ruimten: 75% * 6.529 m² bvo * 50% = 2.448 eenheden Woningbouw markt: 75% * 5.818 m² bvo * 100% = 4.364 eenheden Woningbouw markt: 75% * 52.359 m² bvo * 100% = 39.269 eenheden Totaal: 173.749 betalende eenheden Totaal aan kosten: € 16.935.000 Bijdrage per eenheid: circa € 97,50 per eenheid (m² bvo) Afrekening: De insteek is om de bijdrage door de ontwikkelaars gefaseerd te innen. Gelet op de wijze waarop tot overeenstemming wordt gekomen kan daarbij worden gedacht aan een voorschot op de plankosten bij het tekenen van de intentieovereenkomst en een definitief bedrag bij de anterieure overeenkomst. Over de betaling van de bijdrage voor de aanpassingen in het openbare gebied en zo nodig de bijdrage voor de kosten voor bovenwijkse voorzieningen kunnen nadere afspraken worden gemaakt. Het is de bedoeling dat de geïnde bijdragen worden besteed aan het doel waarvoor de afdracht heeft plaatsgevonden.

Conform geldende regelgeving (BBV) wordt dit administratief geborgd door reeds ontvangen bijdragen te labelen voor nog te maken kosten. Op dit moment is de planvorming nog in een beginstadium en nog zeer onzeker in welke mate eigenaren bereid zijn hun percelen te transformeren. Niettemin willen we de wel ontwikkelende partijen zekerheid geven over de hoogte van hun bijdrage en de besteding van de gelden. Met de administratieve borging conform geldende regelgeving wordt zekerheid gegeven dat de bijdragen worden besteed aan het doel waarvoor deze zijn geïnd. De exacte invulling van de werkzaamheden is des gemeente en afhankelijk van de stand van de planvorming en de mate waarin eigenaren willen transformeren. Fasering in de uitvoering van de gemeentelijke ambities in o.a. het openbaar gebied is dan ook eerder regel dan uitzondering. Indien mocht blijken dat de geïnde bijdragen niet zijn besteed aan het doel waarvoor deze zijn geïnd, zal aan het einde van de looptijd van 20 jaar een nog nader uit te werken terugbetalingsregeling van toepassing zijn. Bijlage(n): 1. Ontwikkelperspectief Havenkwartier Mei 2019 2. Ruimtelijk kader Havengebied Plaspoelpolder Mei 2019 Deze notitie is ambtelijk opgesteld en bedoeld als bespreeknotitie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Bijlage 12 |

606

Toelichting op de kostenverhaalsnotitie d.d. 08-11-2019 Havenkwartier Plaspoelpolder Rijswijk Concept d.d. 07-01-2020 ter bespreking met stakeholders / eigenaren / initiatiefnemers. Inleiding Op 8 november 2019 is het 1e concept van de kostenverhaalsnotitie Havenkwartier Plaspoelpolder Rijswijk tot stand gekomen. In dit 1e concept is een zeer globale opsomming gegeven van de te verhalen kosten. Deze toelichting geeft een verdere onderbouwing en een doorkijk hoe tot een verdere specificatie en opdeling van de kosten kan worden gekomen.

Toelichting op de afzonderlijke kostenposten Verwervingskosten: € 250.000 Dit is een stelpost voor aankoop van (zakelijke) rechten in het gebied. Denk in dit verband aan rechten van eigenaren / rechthebbende op het gebruik van het vaarwater. Aankoop van gronden voor toekomstig openbaar gebied zijn hierin niet begrepen. Uitgangspunt is dat grond voor toekomstige openbaar gebied ‘om niet’ door de initiatiefnemers aan de gemeente wordt geleverd. Sloopkosten / opruimwerkzaamheden: € 200.000 Dit is een stelpost per m². Het is gebruikelijk om een bedrag per m² op te nemen voor het verwijderen van allerlei elementen in het gebied alvorens tot herinrichting van het openbare gebied kan worden overgegaan. Onderzoeken: € 565.000 Om de ruimtelijke ontwikkeling van het Havenkwartier planologisch mogelijk te maken zijn een veelvoud aan onderzoeken nodig. Denk in dit kader o.a. aan parkeren, verkeer, MER, Flora & Fauna, planschade, geluid en water. Verder zijn ook voor de uitvoering onderzoeken nodig. Denk in dit kader o.a. aan bodem, archeologie en riolering. Globaal heeft er een inventarisatie plaatsgevonden. Per onderzoek is een indicatief bedrag opgenomen. Milieu: € 575.000 Het Havenkwartier is een bestaand bedrijventerrein. De aanleg heeft plaatsgevonden in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. De kans op bodemverontreiniging is aanwezig.

De herontwikkeling met bedrijfsbebouwing (langtong) aan de Nijverheidsstraat heeft dit ook helaas uitgewezen. Voor eventuele kosten voor bodemsanering in openbaar gebied is een stelpost opgenomen die nader kan worden gespecificeerd als meer bekend is over de kwaliteit van de bodem. Bouw- en woonrijp maken: € 8.150.000 Voor het bouw- en woonrijp maken van het openbare gebied is een kostenopzet gemaakt. Deze kostenopzet is op basis van kengetallen. De kostenopzet is verdeeld in kosten bovengronds en kosten ondergronds. Bovengronds is het uitgangspunt volledige vervanging van de bestaande infrastructuur, ondergronds wordt uitgegaan van geringe aanpassingen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het bestaande vuilwaterriool (DWA) voldoende capaciteit heeft. Door de toename van de hoeveelheid afvalwater met een factor 20 zijn wel aanpassingen in het systeem nodig. De kosten van deze aanpassingen zijn nog niet in deze kostenpost opgenomen. Een meer gedetailleerde kostenraming is mogelijk op het moment dat de nieuwe profielen van de wegen bekend zijn. Deze toelichting is ambtelijk opgesteld en bedoeld als bespreeknotitie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Bijlage 12 |

607

Infrastructurele voorzieningen: € 620.000 In het stedenbouwkundig ontwerp voor de ontwikkeling van het Havenkwartier is voorzien in een nieuwe langzaamverkeersvoorziening dwars door het plangebied. Deze verbinding moet de insteekhaven tussen de Nijverheidsstraat en de Steenplaetsstraat overbruggen. Hiervoor is een voorziening opgenomen met een zekere architectonische uitstraling. Plankosten: € 1.565.000 Om een indicatie van de plankosten te verkrijgen is de plankostenscan toegepast. De plankostenscan is onderdeel van het instrumentarium dat wordt toegepast om de plankosten bij het opstellen van een exploitatieplan te berekenen. In de bepaling van de hoogte van de plankosten is rekening gehouden met het feit dat de initiatiefnemers een aantal werkzaamheden in eigen beheer uitvoeren. Overige kosten: € 1.565.000 Bij de overige kosten wordt gedacht aan kosten van tijdelijke (verkeers)maatregelen, kosten om de herontwikkeling van het gebied op gang te helpen (place-making genoemd), aanpassingen van kabels & leidingentracees mede in het kader van de energietransitie, aanpassingen aan het rioolgemaal, openbare verlichting, aanpassingen van infrastructuur buiten het plangebied (o.a. kruispunten Burgemeester Elsenlaan) en duurzaamheidsmaatregelen.

Onvoorzien: € 2.210.000 De totale kostenopzet is op dit moment zo vorm gegeven dat onder de afzonderlijke kostenposten de kale kosten zijn opgenomen die bekend zijn. In deze fase van de planvorming is het zeker dat bij de verder uitwerking kosten naar boven komen die nog een plaatsje moeten krijgen. De eerste voor tekenen hiervan zijn al bekend. De insteek is dan ook lopende de verdere uitwerking van het plan de kosten onvoorzien te laten integreren in de andere kostenposten. Hoe verder in de uitwerking van het plan, hoe meer er bekend is en hoe lager de kosten onvoorzien gaan worden. In de eindopstelling zullen de kosten onvoorzien of zijn opgenomen in de andere kostenposten of zijn komen te vervallen.

Verdere specificatie en opdeling van de kosten Een verdere specificatie van de kosten kan plaatsvinden bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundige plan en het inrichtingsplan. De vaststelling van de definitieve straatprofielen is hierin een belangrijke. In de uitwerking zullen ook de noodzakelijke onderzoeken plaatsvinden en de ruimtelijke indeling een meer definitieve vorm krijgen. De kosten kunnen vervolgens in de tijd worden gezet. Toekomstige kosten zullen moeten worden geïndexeerd. Een verdere verfijning naar voorbereidingskosten en uitvoeringskosten zal eveneens plaatsvinden. Indien onderdelen van het plan niet doorgaan of op een nadere wijze doorgaan kan het zijn dat in de uitvoering kosten komen te vervallen. Voor voorbereidingskosten zal dit minder het geval zijn.

Deze toelichting is ambtelijk opgesteld en bedoeld als bespreeknotitie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Bijlage 12 |

608

EEN ONTWIKKELKADER VOOR HET HAVENKWARTIER VAN RIJSWIJK

BIJLAGE 13 RAADSINFORMATIEBRIEVEN Peter Bos

Bijlage 13 |

609

uw kenmerk uw brief van ons kenmerk

19.043390

inlichtingen bij doorkiesnummer

Ruimtelijke Ontwikkelingen Ruimte

De Raad

Stadhuis, Bogaardplein 15 Postbus 5305, 2280 HH Rijswijk Telefoon 14 070 Fax (070) 326 10 10 stadhuis@rijswijk.nl www.rijswijk.nl iban BNG: NL15BNGH0285007424

betreft

Ontwikkelingen Havenkwartier

datum bijlage(n)

3

1. Inleiding Met deze brief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen in het Havenkwartier van Rijswijk. Deze voorgenomen ontwikkelingen komen voort uit de Toekomstvisie Plaspoelpolder. Hierin is vastgesteld om in het Havenkwartier toe te werken naar een mix van werken en wonen. Aanleiding voor de voorliggende brief is de vaststelling van het concept-Ontwikkelperspectief Havengebied door ons college. Voordat dit wordt vrij gegeven voor participatie willen wij graag in een presentatie in het Forum Stad op 28 mei a.s. het Ontwikkelperspectief voor het Havenkwartier toelichten en uw inbreng ophalen. 2. Kern informatie Op 7 februari 2017 heeft uw raad de Toekomstvisie Plaspoelpolder vastgesteld. Voor de oostzijde van het gebied is het gebiedsprofiel “verblijven aan het water” gesteld: “De Vliet en de haven bieden grote kansen om een aangenaam verblijfsgebied te realiseren waarin functies als wonen, werken, horeca en andere voorzieningen een plek kunnen krijgen.” In de Stadsvisie is gemeld dat er een grote behoefte is aan aanvullende woningbouw. Deze koers heeft een flink aantal enthousiaste initiatieven van projectontwikkelaars opgeleverd, waarin het kan gaan om de bouw van 2000 tot 3500 woningen in combinatie met behoud van de bestaande oppervlakte aan bedrijvigheid. Om de transformatie in goede banen te leiden is een uitvoeringsplan nodig.

Dit uitvoeringsplan gaan we Ontwikkelkader noemen, waartoe het voorliggende Ontwikkelperspectief in de bijlage de eerste aanzet is. Het proces waarin dit Ontwikkelkader- en Perspectief tot stand komt is onderstaand beschreven. Tegelijk met dit Ontwikkelkader wordt gewerkt aan de actualisatie van de Toekomstvisie Plaspoelpolder, vooral gericht op beleidswijzigingen in de overige deelgebieden. Benadrukt wordt dat dit parallelle processen zijn. In het Ontwikkelperspectief Havenkwartier zijn kansrijke voorstellen beschreven voor het te bouwen volume, de menging van werken en wonen, de kwaliteit van gebouwen en openbare ruimte en de wijze waarop een duurzaam gebied gerealiseerd wordt. Deze notitie moet vooral gelezen worden als een uitnodiging om mee te denken over het Ontwikkelkader. Voor de inhoudelijke voorstellen wordt verwezen naar de notitie. Het Ontwikkelkader is ook nodig om te bereiken dat particuliere eigenaren en ontwikkelaars financieel bijdragen aan de benodigde aanpassing van het openbaar gebied en aan de plankosten. Vooruitlopend op het kader is voor enkele initiatieven al verhaal van kosten overeengekomen. S.v.p. bij correspondentie datum en kenmerk van deze brief vermelden

Het stadhuis is te bereiken met tram 17,

en richten aan: Gemeente Rijswijk, RO/RMT, Postbus 5305, 2280 HH

bus 22, 23, 30, 50 en 51

Rijswijk

pagina 1 van 2

Bijlage 13 |

610

Onderzocht wordt met welk financieel instrument (bijv. bestemmingsreserve, fonds) bijdragen van ondernemers kunnen worden gereserveerd voor het doel van de bijdrage. We houden er rekening mee dat mogelijk een ondergeschikt deel van de kosten door de gemeente gefinancierd wordt. Dit is mede afhankelijk van nog te maken keuzes in het kwaliteitsniveau van de herinrichting van het openbaar gebied, het percentage sociale woningbouw, de hoogte van exploitatiebijdragen en de bebouwingsdichtheid/volume. We opteren daarbij om vroegtijdig met een wens richting ontwikkelaars te komen om een inclusieve woonwijk te realiseren waarbij 10% van de woningen wordt gerealiseerd in de sociale huur. 3. Gevolgen en/of vervolgtraject In de periode juni-half juli wordt een participatieproces opgestart met deelname van alle belanghebbenden, waaronder betrokken ontwikkelaars en eigenaren, bedrijven en omwonenden, provincie, MRDH etc. Deze brief bereidt voor op een presentatie aan uw Forum van de Raad op 28 mei. Met de bereidheid van de markt en draagvlak bij de raad en de omgeving zijn er goede kansen in het Havenkwartier een kwalitatief hoogwaardig en uitvoerbaar plan te realiseren. Het participatieproces en de raadsconsultatie in het Forum zijn daarbij belangrijke bouwstenen.

De eventuele financiële bijdrage van de gemeente aan dit project, het financiële instrumentarium en de milieumaatregelen worden tegelijk met het participatieproces verder onderzocht. De besluitvorming hierover vindt plaats bij de vaststelling van het Ontwikkelkader en de eerstvolgende herziening van de begroting rond november 2019.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

drs. M. Middendorp MPC

drs. M.J. Bezuijen

Bijlagen: - Nr. 19.043401 Ontwikkelperspectief - Nr. 19.043397 Bijlage bij Ontwikkelperspectief: Ruimtelijk Kader - Nr. 19.043402 Bijlage bij Ontwikkelperspectief: Verkeersstructuur

19.043390

16-5-2019 10:11

pagina 2 van 2

Bijlage 13 |

611

uw kenmerk uw brief van ons kenmerk

20.056403

inlichtingen bij doorkiesnummer

Ruimtelijke Ontwikkelingen Ruimte

De Raad

Stadhuis, Bogaardplein 15 Postbus 5305, 2280 HH Rijswijk Telefoon 14 070 Fax (070) 326 10 10 stadhuis@rijswijk.nl www.rijswijk.nl iban BNG: NL15BNGH0285007424

betreft

Voortgang herontwikkeling Havengebied

datum bijlage(n)

1. Inleiding In mei 2019 bent u via een brief met nr. IB 19.054 en een presentatie tijdens uw beeldvormende vergadering op 28 mei geïnformeerd over de ontwikkelingen in het Havengebied. Aanleiding voor de brief van destijds was de vaststelling van het concept-Ontwikkelperspectief Havengebied door ons college en de start van het participatietraject. Deze voorgenomen ontwikkelingen komen voort uit de Toekomstvisie Plaspoelpolder. Hierin is de ambitie vastgelegd om in het Havenkwartier toe te werken naar een mix van werken en wonen om zo het vestgingsklimaat in de Plaspoelpolder te verbeteren. Om deze transformatie in goede banen te leiden is een nadere uitwerking van beleid nodig. Deze nadere uitwerking van beleid noemen we Ontwikkelkader. Het concept- Ontwikkelperspectief dat vorig jaar aan u is gepresenteerd was hiertoe de eerste aanzet. Met deze brief informeren wij u over de huidige stand van zaken van het participatietraject, de reeds gedane aanpassingen aan het concept- ontwikkelperspectief, hoe wij het participatietraject willen vervolgen en hoe het besluitvormingsproces verloopt. 2. Kern informatie Stand van zaken participatietraject In mei 2019 zijn wij het participatietraject met belanghebbenden en betrokkenen gestart. In de periode tot februari 2020 hebben wij hiervoor het volgende gedaan: -

alle actuele documenten zijn beschikbaar gesteld op www.rijswijk.nl/projecten/havenkwartier, er zijn drie openbare inloopbijeenkomsten gehouden die door veel belanghebbenden en betrokkenen uit de buurt werden bezocht; er zijn vele individuele gesprekken gevoerd met verschillende belanghebbenden; er is extra onderzoek verricht naar verkeer, parkeren, bezonning en windhinder. De onderzoeken zijn op de website beschikbaar gesteld en gepresenteerd tijdens de tweede inloopbijeenkomst in oktober 2019; toegezegd is dat in de zomer op de website een concept-leefbaarheidseffectrapportage met als onderdeel een mer-beoordeling gepubliceerd wordt; de plannen zijn aangepast, mede op basis van de reacties van belanghebbenden en betrokkenen. De meest in het oog springende aanpassingen zijn de volgende: S.v.p. bij correspondentie datum en kenmerk van deze brief vermelden

Het stadhuis is te bereiken met tram 17,

en richten aan: Gemeente Rijswijk, RO/RMT, Postbus 5305, 2280 HH

bus 22, 23, 30, 50 en 51

Rijswijk

1 van 3 612 Bijlage 13 |pagina

o o o

het aantal woningen is in oktober ’19 is bijgesteld naar 2000-2500 woningen aan de hand van een op de maquette gebaseerde berekening van het bouwvolume. de hoogte van de twee geprojecteerde ruimtelijke accenten (woontorens) aan de Nijverheidsstraat is verlaagd van ruim 70 meter naar maximaal 55 en 50 meter de vervangende twee ligplaatsen voor woonschepen aan de Handelskade zijn geschrapt.

Vervolg participatietraject Er is brede overeenstemming over de noodzaak tot verandering in het gebied om verdere verpaupering te voorkomen als ook over de toevoeging van woningen. Bij de laatste inloopbijeenkomst werd duidelijk dat er nog onvoldoende draagvlak is in de buurt voor de voorgestelde stedenbouwkundige invulling. Daarom is besloten het participatietraject te verlengen. Na deze laatste inloopbijeenkomst heeft als gevolg van corona, het participatietraject noodgedwongen enige tijd stil gelegen. De verlenging betekent dat het gesprek over de inspraakreacties door gaat en pas daarna definitieve antwoorden op deze reacties worden gegeven. Inmiddels zijn in aanwezigheid van de wethouder digitale gesprekken met omwonenden/ondernemers en projectontwikkelaars gevoerd, om hen te informeren over de vervolgstappen en hoe we het participatietraject willen afronden. -

-

-

-

20.056403

In de zomer wordt het meest urgente discussiepunt van het ontwikkelkader opgepakt en wordt samen met de eigenaren van de nieuwbouwlocaties gewerkt aan een stedenbouwkundig plan voor de Nijverheidsstraat waarin onderzocht wordt of er wensen vanuit de omgeving in het plan kunnen worden meegenomen zoals een goede verkeersonderbouwing, minder woningen en minder hoogbouw. Aan het einde van de zomer wordt de concept-leefbaarheidseffectrapportage (LER) inclusief de mer-beoordeling aan het college voorgelegd en indien deze volledig is gepubliceerd. Na de zomer wordt één of meerdere inloopbijeenkomsten georganiseerd waarin het bovengenoemde plan (een aanpassing van het ontwikkelkader) en de concept- LER worden besproken. U bent hier als raad uiteraard welkom als toehoorder. Wij zullen u hier t.z.t. op attenderen. De vorm van deze bijeenkomsten moet i.v.m. de coronaregels nog worden bepaald. De gemeente zal voldoende bekendheid aan de gepubliceerde stukken en de openbare bijeenkomst geven met brieven aan huis, publicaties e.d. Naar verwachting deze zomer nog zullen wij u ter voorbereiding op uw besluitvorming aan de hand van een korte videofilm informeren over de urgentie om het gebied aan te pakken, en de visies op de voorgenomen ontwikkelingen vanuit eigenaren en omwonenden. Daarna zal de video voor een ieder beschikbaar komen.

Deze video-impressie past in de huidige tijd waarin wij worden beperkt door coronamaatregelen om bijvoorbeeld locatiebezoeken te organiseren. Op deze manier kunnen wij u toch op een beeldende wijze meenemen in de plannen en het proces. Na de bijeenkomsten worden de concept-antwoorden op de inspraakreacties en de aanpassingen aan het college voorgelegd en gepubliceerd (Q & A) Over deze antwoorden en de aanpassingen vindt een consultatie plaats met alle belanghebbenden en betrokkenen Daarna worden de stukken (het concept Ontwikkelkader en de inspraakreacties daarover) voor besluitvorming in de raad gereed gemaakt.

16-7-2020 10:49

613 Bijlage 13 | pagina 2 van 3

3. Gevolgen en/of vervolgtraject Besluitvorming Het ontwikkelkader inclusief leefbaarheidseffectrapportage, notitie kostenverhaal en het verslag van het participatietraject, zal u, zoals het er nu naar uitziet, ter besluitvorming worden voorgelegd in november of december 2020.

20.056403

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

P.M. Schuit

drs. M.J. Bezuijen

16-7-2020 10:49

Bijlage 13 |

614

pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=2a7a5fea-7602-43c8-8744-147214fb765e