RIB 26 025 Bijlage C Voortgangsrapportage Maatschappelijke Participatie
Tekst van het document
Notitie (vervolg)
Voortgangsrapportage Maatschappelijke Participatie 2025 en ambities 2026 Corsanummer: 26.009844
Notitie (vervolg)
Inleiding In juli 2025 is de aanpak maatschappelijke participatie geëvalueerd en gerapporteerd over het jaar 2024. In aansluiting hierop wordt in deze voortgangsrapportage het college en de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de aanpak maatschappelijke participatie, de effecten tot nu toe en de beleidsmatige keuzes richting 2026. Belangrijk gegeven hierin is dat de doelstelling is behaald: alle inwoners met een uitkering uit de Participatiewet zijn (beter) in beeld gebracht. Daarnaast wordt er vooruitgelopen op aankomende wijzigingen in het kader van Participatiewet in balans waarin maatschappelijke participatie vastgelegd wordt in landelijke wetgeving.
De aanpak Maatschappelijke participatie Met de kadernota Maatschappelijke Participatie ‘Meedoen werkt’ (15 juni 2021) en de uitvoeringsagenda Maatschappelijke Participatie (14 december 2021) zijn de eerste stappen gezet om inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt maatschappelijk te laten participeren. Deze eerste inzet werd ondersteund door middel van de motie “Iedereen doet mee” waarin de keuze gemaakt is om het aantal consulenten uit te breiden. In de uitvoeringsagenda is de volgende aanpak opgenomen: - Er wordt gestart met een mix van inwoners - Via het heronderzoek inkomen wordt een eerste schifting maken van de betreffende inwoners. - Er wordt gedacht in mogelijkheden en belemmeringen worden weggenomen - De keuze om participatieconsulent(en) te werven en in te zetten. De aanpak moest resulteren in een van onderstaande drie paden: 1. De inwoner gaat aan de slag als vrijwilliger of mantelzorger; 2. De inwoner gaat aan de belemmeringen werken; 3. De inwoner stroomt door naar een hogere trede op de participatieladder en wordt overgedragen aan het Werkgeverservicepunt (WSP) omdat er een vermoeden is dat de inwoner klaar is voor arbeid. De beschreven aanpak sluit nog steeds aan bij de doelgroep die in staat is tot maatschappelijke participatie.
Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat een deel van het klantenbestand structureel meer ondersteuning nodig heeft dan via activering alleen kan worden geboden. Onder het kopje tweedeling in de doelgroep maatschappelijke participatie wordt hier verder op ingegaan.
Aantal gesproken inwoners In de vorige evaluaties is reeds gemeld dat er over de periode september 2022 tot en met 2024 totaal 700 inwoners gesproken zijn. In 2025 is vooral ingezet op de begeleiding van de inwoners die eerder zijn gesproken. Daarnaast zijn er 46 nieuwe inwoners opgepakt. Dit betekent dat er 746 inwoners via deze aanpak gesproken zijn. Met deze inwoners is een uitgebreid gesprek gevoerd waarin de participatieconsulent kennis heeft gemaakt met de inwoner en er een uitgebreide uitvraag op alle leefgebieden is gedaan. Tijdens deze gesprekken komt de leefsituatie, financiën en dagbesteding van de inwoners aan bod. Naar aanleiding van dit gesprek wordt er met de inwoner een plan gemaakt over hoe zij geactiveerd kunnen worden.
Notitie (vervolg)
Resultaat gesprekken
Over de periode 2022 tot en met 2024 zijn er 199 inwoners via de aanpak maatschappelijke participatie geactiveerd. In de afgelopen jaren waren dit er per jaar gemiddeld 66. In 2025 zijn er 40 inwoners geactiveerd. Dit zijn er minder dan in de afgelopen jaren. Dit komt door capaciteitsproblemen en omdat inwoners met de kortste afstand tot maatschappelijke participatie als eerste zijn opgepakt. Inwoners die begonnen zijn met een dagbesteding zijn in 2025 niet meegeteld. Totaal zijn er 239 inwoners via de aanpak maatschappelijke participatie geactiveerd. Dit betekent dat van alle gesproken inwoners meer dan 30% is geactiveerd. Deze activering moet worden gezien als een voorwaardenscheppende stap richting maatschappelijke deelname en niet primair als uitstroom naar werk. Deze inwoners zijn onder andere begonnen met vrijwilligerswerk, een individueel traject of geven intensieve mantelzorg en zijn daarom nu (nog) niet verder inzetbaar. Daarnaast zijn een aantal inwoners zelf aan de slag gegaan met het zoeken naar een activiteit. Dit zijn zowel inwoners die een (gratis) taaltraject zijn gaan volgen of verwezen zijn naar de WMO voor dagbesteding. In onderstaande grafiek staat aangegeven wat het resultaat van de begeleiding via de aanpak maatschappelijke participatie is geweest.
Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen de inwoners die voor 2025 en inwoners die in 2025 geactiveerd zijn.
Resultaten 90 90 80 70
55
60 50 40
27
25
30
17
20
6
10 0 2025
27
Individueel traject 6
t/m december 2024
90
55
Vrijwilligerswerk
12
3
4
Mantelzorg
Zelfzoekers
3
4
17
25
Dagbesteding 12
Notitie (vervolg)
Toelichting activiteiten Mantelzorg Het verschil tussen dagbesteding en mantelzorg is dat mantelzorg meestal langduriger en intensiever is. Het gaat bij mantelzorg om verzorging of hulp bij dagelijkse activiteiten voor familie, vrienden of buren. Door mantelzorg kan de ander zich redden, thuis blijven wonen en meedoen aan de samenleving. De hulp gaat verder dan vrijwilligerswerk of de hulp die huisgenoten aan elkaar geven.
Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk is onbetaald en onverplicht werk voor anderen of voor de samenleving. Vrijwilligers werken vaak voor onbekenden, via een goed doel of vrijwilligersorganisatie. Met betrekking tot het plaatsten van de vrijwilligers is er sprake van veelvuldige samenwerking met Welzijn Rijswijk. Zo melden wij de inwoners aan bij Rijswijk Doet of de inwoner meldt zichzelf aan. Rijswijk Doet helpt de inwoners met het zoeken naar vrijwilligerswerk.
Individuele trajecten De aanpak maatschappelijke participatie richt zich vooral op maatwerk. Dit betekent dat de aanpak per inwoner bepaald wordt. Ondersteunend bij deze aanpak zijn de individuele trajecten. Door via maatwerk een individueel traject in te kopen bij een trajectaanbieder/reintegratie bureau wordt het traject afgestemd op hetgeen de cliënt nodig heeft.
Doorstroom en uitstroom Sinds de start van de aanpak maatschappelijke participatie is gebleken dat de resultaten positief zijn. In de vorige rapportages is reeds gemeld dat de 1-op-1- aandacht en de positieve benadering een positief effect heeft op de motivatie van de inwoners. Door uit te gaan van hetgeen een inwoner kan in plaats van focus op de belemmeringen heeft een positief effect. Dit komt vooral tot uiting in de toename van het aantal (parttime) arbeidscontracten die de inwoners die onder maatschappelijke participatie vallen zijn aangegaan. In 2025 zijn daarom drie inwoners via de aanpak maatschappelijke participatie uitgestroomd uit de uitkering. Over de afgelopen periode waren dit er jaarlijks gemiddeld tien. Het primaire doel van de aanpak maatschappelijke participatie is activering en het versterken van maatschappelijke deelname. Doorstroom naar werk is een mogelijk, maar niet vanzelfsprekend neveneffect. Inwoners die wel in staat worden geacht om aan het werk te gaan worden door de participatieconsulenten daarom overgedragen aan het Werkgeversservicepunt (WSP).
Notitie (vervolg)
Voortgang maatschappelijke participatie
De caseload maatschappelijke participatie is momenteel 250 inwoners. Er is weinig mogelijkheid om nieuwe inwoners op te pakken met de huidige bezetting. Naar aanleiding van de motie “Doorgaan met wat werkt!” van 5 november 2024 is de gemeenteraad via de RIB 25060 Uitvoering Motie met wat werkt! op 9 september 2025 geïnformeerd dat er vanaf 1 januari 2026 gewerkt gaat worden met 2 vaste participatieconsulenten. Naast deze participatieconsulenten is er veel ondersteuning vanuit het Werkgeversservicepunt (WSP) om inwoners die onder de aanpak maatschappelijke participatie vallen te activeren. De keuze om de inzet in 2025 en 2026 primair te richten op de bestaande caseload is een bewuste beleidskeuze, gericht op kwaliteit, continuïteit en uitvoerbaarheid van de begeleiding. Wanneer inwoners uit de huidige caseload uitstromen richting het WSP of er van verdere begeleiding geen resultaten meer te verwachten zijn, wordt de vrijgevallen ruimte in de caseloads opgevuld met de inwoners die klaar zijn voor maatschappelijke participatie. De afdeling geeft daarbij prioriteit aan de inwoners die nieuw instromen en in staat zijn om maatschappelijke participeren. Dit omdat door snelle inzet op maatschappelijke participatie bij de aanvang van de uitkering de mogelijkheden op maatschappelijke participatie vergroten.
Tweedeling in de doelgroep maatschappelijke participatie In 2024 zijn de activiteiten uit het programma “Aandacht Werkt” overgedragen aan de lijnorganisatie. Via dit programma is onder andere het gehele bestand van inwoners die bijstand ontvangen in Rijswijk in beeld gebracht. Om een goed beeld te krijgen van de samenstelling van het klantenbestand die vallen onder maatschappelijke participatie is deze samenstelling in 2025 geëvalueerd. Dit om de dienstverlening specifiek af te stemmen op de doelgroep ,die op de treden 1,2 en 3 van de participatieladder staan. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de inwoners die voorheen aangeduid werden als de doelgroep maatschappelijke participatie onder te verdelen zijn in twee groepen. Inwoners op trede 3 zijn klaar om maatschappelijk te participeren door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Zij hebben een afstand tot de arbeidsmarkt, maar er is geen sprake van problematiek die actief participeren in de weg staat. Inwoners op trede 1 en 2 zijn op dit moment nog niet klaar om geactiveerd te worden via de aanpak maatschappelijke participatie. Wij noemen deze groep de Zorg-groep. Bij deze inwoners is sprake van veel problematiek. Begeleiden en ondersteunen in een zorgtraject is voor deze inwoners het hoogst haalbare.
Deze tweedeling betekent dat maatschappelijke participatie zich nadrukkelijk richt op inwoners op trede 3 van de participatieladder, terwijl voor inwoners op trede 1 en 2 zorg en stabilisatie leidend blijven. Dit vraagt om nauwe samenwerking met zorg- en Wmo-partners. Deze Zorg-groep bestaat ongeveer uit zo’n 644 inwoners die in 2024 en 2025 gesproken zijn door een externe partij. Het resultaat van deze gesprekken is in 2025 geanalyseerd. Hieruit is opgemaakt wat de meest voorkomende onderwerpen en de eigenschappen van deze groep inwoners zijn. De resulterende overzichten zijn gelegd naast de statistieken zoals deze voor de Nederlandse bevolking gekend zijn. Tijdens het duiden van de uitkomsten is er rekening mee gehouden dat deze groep afwijkt van het gemiddelde waardoor soms slechts indicatieve vergelijkingen te maken zijn. Heel kort samengevat zijn de belangrijkste constateringen met betrekking tot de inwoners die op trede 1 en 2 van de participatieladder staan het volgende:
Notitie (vervolg)
1. Inwoners van 40 jaar en ouder zijn oververtegenwoordigd 2. Twee derde van de groep bestaat uit vrouwen. 3. Van de groep heeft 70% ten hoogste een VMBO opleiding. De helft hiervan heeft ten hoogste een basisopleiding gevolgd. 4. Zoals verwacht is het percentage mensen met lichamelijke en/of geestelijke gezondheidsproblemen hoog. 5. Taal blijkt bij ongeveer één vijfde van de groep een probleem te zijn. Op basis van de uitkomsten zijn voorstellen in de maak om de (pilot) dienstverlening voor deze groep te verbeteren.
Toekomst Maatschappelijke Participatie Via het verbetertraject Participatiewet in balans en de daarbij horende wetswijzigingen worden de termen sociale activering en tegenprestatie gewijzigd in maatschappelijke participatie. Dit betekent dat de huidige verplichtingen gewijzigd worden. De arbeidsverplichtingen die worden opgelegd aan inwoners die een uitkering ontvangen en kunnen werken blijven van kracht. Nieuw is dat de wet nu voorziet in een verplichting tot het volgen van maatschappelijke participatie. Deze maatschappelijke participatie wordt als volgt gedefinieerd: “het verrichten van onbeloonde activiteiten, gericht op deelname aan het maatschappelijk leven” Naast deze verplichting krijgen inwoners de ruimte om maatschappelijke participatie zelf vorm te geven. De wet geeft inwoners daarbij het recht op ondersteuning bij het tot stand komen van maatschappelijke participatie. De wetswijzigingen gaan in per 1 januari 2027. In 2026 werkt de gemeente vooruitlopend op deze wetswijzigingen volgens deze nieuwe wet. In 2026 wordt het huidige beleid en de daarbij horende verordening en beleidsregels indien nodig aangepast aan nieuwe wetgeving.
Tot slot Met de aanpak Maatschappelijke Participatie zet Rijswijk in op een realistische, mensgerichte en toekomstbestendige invulling van maatschappelijke participatie, passend bij zowel de mogelijkheden van Rijswijkers als de kaders van de aankomende wetgeving.
Ambities 2026 Voor 2026 worden de volgende ambities geformuleerd: - De inzet in 2026 is primair gericht op inwoners die eerder zijn gesproken en inmiddels werken aan het verminderen van hun belemmeringen. Door middel van voortgangsgesprekken wordt ingezet op duurzame activering. De ambitie is om in 2026 75 inwoners te activeren. Deze ambitie wordt gehanteerd als streefwaarde waarbij kwaliteit, continuïteit en bestendigheid van de activering leidend zijn boven kwantitatieve groei. - Directe inzet bij instroom in de bijstand Inwoners die instromen in de bijstand en behoren tot de doelgroep maatschappelijke
Notitie (vervolg)
participatie worden zo vroeg mogelijk opgepakt door de participatieconsulenten. Hiermee wordt beoogd om maatschappelijke deelname naar vermogen vanaf de start te stimuleren. Er wordt prioriteit gegeven aan inwoners die instromen in de bijstand. Dit betekent dat inwoners die in de bijstand stromen en vallen onder de aanpak maatschappelijke participatie direct worden opgepakt door de participatieconsulenten. - Gerichte afbakening van de doelgroep maatschappelijke participatie De aanpak maatschappelijke participatie richt zich nadrukkelijk op inwoners die zich bevinden op trede 3 van de participatieladder. Voor inwoners op trede 1 en 2 blijven zorg, stabilisatie en het wegnemen van belemmeringen leidend. Deze afbakening draagt bij aan een doelgerichte inzet van capaciteit. - Voorbereiding op de Participatiewet in balans In 2026 worden de maatregelen die voortvloeien uit de Participatiewet in balans stapsgewijs verwerkt in het beleid. Dit betekent dat verordeningen en beleidsregels, waar mogelijk, al in 2026 worden aangepast, zodat de gemeente per 1 januari 2027 goed voorbereid is op de nieuwe wettelijke kaders.