CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25 111 Natuur inclusief bouwen en inrichten - antwoorden vragen VVD

Forum Stad 10 februari 2026, gemeente RijswijkBij agendapunt: RIB 25 111 Natuur inclusief bouwen en inrichten1.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIB 25 111 Natuur inclusief bouwen en inrichten - Forum stad – 10 februari 2026 Vragen VVD De Rijswijkse VVD heeft kennisgenomen van de door het college vastgestelde beleidsregels voor natuur inclusief bouwen en inrichting. De Rijswijkse VVD steunt de ontwikkeling naar natuurlijk inclusief bouwen en vindt dat ontwikkelaars hiertoe kunnen worden gestimuleerd. Uit oogpunt van regeldruk is het de vraag of het opleggen van regels helpt. Het landelijk coalitieakkoord ‘Aan de slag’ bevat de volgende passage om het tempo van woningbouw op te schroeven: ‘We standaardiseren (duurzaamheids-)normen en zien erop toe dat alle gemeenten alle bovenwettelijke eisen aan de bouw schrappen, zodat overal hetzelfde geldt. We sturen erop dat provincies de natuurregels uniformeren zodat ze de bouw niet bemoeilijken. Gemeenten stellen een zo duidelijk mogelijk ruimtelijk kwaliteitskader vast met gestandaardiseerde regels, waarmee het werk van welstandscommissies overbodig wordt.’ Vraag 1 Hoe verhouden de vastgestelde beleidsregels zich tot deze passage uit het coalitieakkoord? De ambitie van de Gemeenteraad in Rijswijk, zoals staat in het vastgestelde groenbeleidsplan, is niet alleen om de kwaliteit van onze natuur te behouden, maar óók om deze te verbeteren en dit meetbaar te maken. Dit geldt niet alleen voor de grote natuurgebieden, maar juist ook voor de woon- en werkgebieden.

Hiervoor is de natuurwaardenkaart met puntensysteem ontwikkeld om ontwikkelaars en corporaties te helpen deze ambitie te waarborgen zonder dat dit ten koste gaat van de doorlooptijd van een project. De vastgestelde beleidsregel is niet bedoeld om de bouw te belemmeren, maar juist om deze te versnellen. Door het puntensysteem hoeven ontwikkelaars niet bij elk project een doelsoortenrapport op te stellen via een ecologisch adviesbureau. Bovendien kunnen zij zelf gemakkelijker natuurinclusieve keuzes maken. Het puntensysteem biedt zowel keuzemogelijkheden als ontwerpvrijheid, en maakt het mogelijk om de kosten van verschillende alternatieve maatregelen af te wegen. Op deze manier sluit ons beleid aan bij de aanbevelingen uit het adviesrapport STOER en de Nota Ruimte (zie eventueel latere toelichting). Wanneer landelijke keuzes uiteindelijk in regelgeving worden omgezet, zullen wij als gemeente Rijswijk ons vanzelfsprekend conformeren. Tot die tijd bieden wij als gemeente op deze wijze duidelijkheid over natuurinclusief bouwen.

Vraag 2: Zijn dit de zoveelste set van gemeentelijke regels die ontwikkelaars en bouwers in iedere gemeente moeten doorgronden? Een vergelijkbaar puntensysteem wordt ook toegepast in onder andere de gemeenten Den Haag en Delft, waarbij het systeem is afgestemd op de specifieke natuurdoelen en doelsoorten van deze gemeenten. Daarnaast hebben de beleidsregels tot doel het gebruik van het puntensysteem te sturen. Ze geven aan bij welke omvang van bouwplannen de gemeente gebruik maakt van dit systeem.

Vraag 3: Bent u het met het aankomende kabinet eens dat landelijk standaardisatie van eisen nodig is om de woningcrisis aan te pakken? Het is begrijpelijk dat het rijk het belang benadrukt van samenhang en duidelijkheid in de aanpak van de woningcrisis. Tegelijkertijd vraagt deze opgave om een zorgvuldige afweging tussen landelijke kaders en de ruimte voor regionale en lokale maatwerkoplossingen. Een zekere mate van afstemming kan bijdragen aan versnelling en efficiëntie, mits er voldoende flexibiliteit blijft om in te spelen op lokale omstandigheden en behoeften.

Vraag 4: Hoeveel boven landelijke wettelijke eisen legt de gemeente Rijswijk op aan bouwers van woningen? Waar de Omgevingswet geen ruimte geeft om lokaal regels te stellen, stelt de gemeente Rijswijk ook geen regels. Voor veel onderwerpen biedt de Omgevingswet gemeenten natuurlijk wel ruimte om eigen regels te stellen, veelal om gebiedsgericht een zekere kwaliteit te behalen/waarborgen. Deze regels - die een bepaalde mate van kwaliteit beogen - zijn op democratische wijze tot stand gekomen.

Vraag 5: Bent u het met de Rijswijkse VVD eens dat al die extra regels verwarrend zijn voor bouwers en ontwikkelaars? Het is goed voorstelbaar dat aanvullende regels als complex of verwarrend kunnen worden ervaren. Tegelijkertijd zijn regels vaak bedoeld om duidelijkheid en kwaliteit te borgen. De uitdaging ligt er vooral in om regelgeving zo helder, consistent en voorspelbaar mogelijk vorm te geven, zodat ontwikkelaars weten waar zij aan toe zijn en procedures niet onnodig worden vertraagd. Het puntensysteem helpt om deze duidelijkheid te verschaffen.

Vraag 6: Bent u bereid om een operatie ‘stofkam’ op te starten om alle onnodige bovenwettelijke eisen te schrappen? Gezien de huidige beleidsdoelen zien we geen reden om bovenwettelijke doelen te schrappen. Het is aan een volgende raad en college om te kijken hoe hier mee om te gaan. In de praktijk worden sommige lokale beleidsuitwerkingen door initiatiefnemers en ontwikkelaars ervaren als bovenwettelijk of als een extra belasting bovenop landelijke regelgeving. Echter zijn deze eisen veelal ingevoerd vanuit legitieme beleidsdoelen, zoals ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid. Dit vraagt om voortdurende aandacht voor proportionaliteit, helderheid en voorspelbaarheid richting initiatiefnemers.

Toelichting adviesrapport STOER De adviesgroep STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) heeft een eindrapport opgesteld met voorstellen die moeten bijdragen aan het versnellen, vereenvoudigen en betaalbaarder maken van de woningbouw. Uit het rapport blijkt dat juist voor natuurinclusief bouwen méér inspanning nodig is om woningbouw te kunnen versnellen. In artikel 4.7.5 van het eindrapport stat bijvoorbeeld: “Door maximale mitigatiemaatregelen te integreren (eventueel gedefinieerd als natuurinclusief bouwen), kan meteen worden vastgesteld dat er geen sprake zal zijn van een overtreding van verbodsbepalingen, en er geen sprake is van een vergunningplicht. Dat zal individuele projecten versnellen. Binnen deze worst-case-benadering kan al direct gestart worden met het nemen van mitigerende maatregelen, gevolgd door daadwerkelijke woningbouw.” Nou is het niet zo simpel als het rapport omschrijft. Maar het STOER-advies geeft dus wel aan dat het maximaal integreren van natuurinclusieve, compenserende en mitigerende maatregelen een oplossing is om projecten, en ook de hele woningbouwopgave, te versnellen. Toelichting Nota ruimte Ook in de Nota Ruimte wordt een visie gegeven op natuurinclusief bouwen. Daarin wordt geadviseerd om de primaire gebruiksfunctie van een gebied te combineren met de manier waarop algemene soorten de ruimte gebruiken.

Dit betekent dat al in een vroeg stadium van ruimtelijke ontwikkelingen wordt bekeken hoe biodiversiteit een plek kan krijgen in nieuwe plannen. Alleen op die manier kan een basiskwaliteit natuur worden gerealiseerd. “De biodiversiteit staat ook in de bebouwde omgeving onder druk; de opgave is om toe te werken naar een natuurinclusieve gebouwde omgeving waarbij minimaal de basiskwaliteit wordt gerealiseerd en doelstellingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) worden meegenomen. De robuustheid van de natuur als geheel wordt mede bepaald door de aanwezigheid van natuurwaarden in gebieden die geen primaire gebruiksfunctie natuur hebben. Basiskwaliteit natuur is erop gericht om de integratie van natuur in de woon-, werk- en leefomgeving te helpen faciliteren, bovengronds en ondergronds. Niet door een ruimteclaim of door extra eisen te stellen, maar door de primaire gebruiksfunctie in een gebied te combineren met hoe algemene soorten (zoals de huismus, egel, hommel en het madeliefje) de ruimte gebruiken. Zo worden kansen in de bestaande ruimte door multifunctioneel gebruik benut.

Dit kan bijvoorbeeld door ander beheer van bestaand groen, door bermen van infrastructuur te gebruiken, door noodzakelijke klimaatadaptieve maatregelen primair als groene maatregelen vorm te geven, maar ook door vroegtijdig bij ruimtelijke ontwikkelingen te bekijken hoe biodiversiteit ook een plekje kan krijgen bij de ontwikkeling. Deze inzet draagt mede bij aan het behalen van de doelen van de Natuurherstelverordening op gebied van onder andere bestuivers, graslandvlinders, boerenlandvogels en het stedelijk ecosysteem, en verbetering van de water- en bodemkwaliteit.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=e3312440-0af5-41fc-81ab-8069a6773772