CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25 097 Bijlage 1 Behoeftenonderzoek Maatschappelijke voorzieningen

Forum Stad 2 december 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening10.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Maatschappelijke voorzieningen Behoefteonderzoek naar voorzieningen in een groeiende stad

Inhoudsopgave Aanleiding 1.

Opdracht en onderzoek

2.

Resultaten per beleidsveld 2.1

Huisartsen

2.2

Tandartsen

2.3

Apotheken

2.4

Wijk- en ontmoetingscentra

2.5

Sportaccommodatie 2.5a Binnensportaccommodaties 2.5b Buitensportaccommodaties 2.5c Zwembaden

3.

4.

2.6

Speelvoorzieningen

2.7

Culturele activiteiten en openbaar bibliotheekwerk

2.8

Basisonderwijs

2.9

Voorgezet onderwijs

2.10

Kinderopvang

Opgave 3.1

Vraag naar voorzieningen

3.2

Aanbod en kansen

3.3

Dubbelgebruik, functiemenging

Vervolgstappen

Rapport opgemaakt te Rijswijk, februari 2025

Aanleiding Rijswijk is een groeiende gemeente. In 2024 heeft de gemeente haar 60.000ste inwoner mogen verwelkomen. De komende jaren groeit de stad naar 84.000 inwoners in 2040. Er worden ruim 10.000 woningen bijgebouwd. Om de stad aantrekkelijk en leefbaar te houden is het van belang om niet alleen woningen te bouwen maar ook te zorgen voor het behouden en uitbreiden van voorzieningen. Nieuwe inwoners willen niet alleen wonen, maar ook boodschappen doen, sporten, buiten spelen, naar school, bibliotheek of theater. Ze moeten een beroep kunnen doen op basiszorg dicht bij huis en op specialistische zorg elders in de gemeente. Met woningen alleen bouw je geen stad. Afwisselende en goede voorzieningen zijn dan ook randvoorwaarden voor een leefbare stad. De groei van het aantal woningen en inwoners ging de afgelopen decennia geleidelijk. Daarom kon het aanbod aan voorzieningen ook geleidelijk meegroeien en konden de benodigde investeringen voor voorzieningen verspreid worden. Maar nu neemt het aantal woningen in Rijswijk in een periode van ongeveer tien jaar toe met bijna 40%. Dat is een aanzienlijke groei in een korte periode. Het risico ontstaat hierdoor dat in een relatief korte periode tekorten aan voorzieningen ontstaan. Om dit te voorkomen is het van belang om vooruit te plannen.

Het vooruitplannen zorgt ervoor dat eerder rekening kan worden gehouden met benodigde investeringen en de benodigde ruimte kan worden gereserveerd. De vraag die in dit onderzoek centraal staat is welke nieuwe voorzieningen nodig zijn bij deze groeiambitie, en voor welke voorzieningen het bestaande aanbod groot genoeg is zodat ook nieuwe inwoners daar gebruik van kunnen maken. Op zich is deze vraag niet nieuw. Rijswijk groeit al decennialang en het aanbod aan voorzieningen groeit ook geleidelijk mee. Om te bepalen wat nodig is gebruiken we per beleidsveld verschillende instrumenten. De behoefte aan scholen bijvoorbeeld leggen we vast in het integraal onderwijshuisvestingsplan; via verschillende rapporten brengen we de behoefte in kaart voor sportvoorzieningen. Vanwege de grote voorziene groei de komende jaren is er echter behoefte aan een integraal overzicht voor onze voorzieningen. Een integraal overzicht biedt inzicht in: -

de ruimtelijke claims/ het aantal m2 dat nodig is voor voorzieningen, bij een bepaalde woningbouwambitie; - de (financiële) investeringen die nodig zijn om voorzieningen te realiseren Juist in een situatie waar de beschikbare openbare ruimte steeds schaarser wordt en de druk op de gemeentelijke financiële middelen al hoog is, zal het nodig zijn keuzes te maken en te prioriteren. Een integraal programma kan daarbij helpen.

1. Opdracht en onderzoek Opdracht In het coalitieakkoord heeft het college opgenomen dat zij met een voorstel komt voor accommodatiebeleid voor de nieuwe gebiedsontwikkelingen. Op 8 november 2022 is daarnaast een motie aangenomen in de raad die het college verzoekt om: In de uitwerking van het aangekondigde accommodatiebeleid bij gebiedsontwikkelingen met normen te komen waarin vastgelegd wordt hoeveel eerstelijnszorg, kinderopvang en basisonderwijs er per hoofd van de bevolking nodig is; 

 

in het accommodatiebeleid mee te nemen welke rol de gemeente, naast planologische bevoegdheden, kan vervullen in het zorgen voor betaalbaar vastgoed en de beschikbaarheid van voldoende personeel; in het accommodatiebeleid ook te kijken naar de toegankelijkheid voor alle Rijswijkers van de bibliotheek en haar activiteiten; het accommodatiebeleid niet te beperken tot de ontwikkelgebieden maar in samenhang te bezien tot de rest van de stad en de nabije regio.

Voor u ligt een rapport met de bevindingen van de eerste fase voor dit beleid. Dit rapport heeft als doel om in beeld te brengen welke voorzieningen in de nabije toekomst nodig zijn, passend bij de groeiambitie van onze stad. Een programmamanager buigt zich vervolgens over een uitvoeringstrategie, waarin is aangegeven hoe het voorzieningenniveau in balans te brengen en te houden is, kijkend naar de dan door de gemeenteraad vastgestelde referentienormen en mogelijk maatwerk. Onderdeel hiervan is een kansenkaart, helderheid over de rol die de gemeente neemt, een financiële vertaling en monitoringsafspraken.

Huidige capacitei t

Referent ienorme n

Inzicht tekort/ oversch ot

Nadere beleidsmat ige invulling/ rol gemeente

Kansenkaart

financiel e vertaling

monitorin gsafspra ken

1 Proces behoefteonderzoek naar uitvoeringsagenda Dit behoefte-onderzoek richt zich op de vraag welk voorzieningsniveau passend is bij de groei van Rijswijk. Daarvoor kijken we naar een aantal belangrijke basisvoorzieningen. Dat zijn de voorzieningen die in de motie zijn genoemd (eerstelijnszorg, kinderopvang, basisonderwijs en bibliotheek) plus een aantal andere basisvoorzieningen als sportaccommodaties, speelvoorzieningen, welzijn en cultuur. Voor het bepalen van de te onderzoeken voorzieningen is gekeken naar het belang van nabijheid, noodzaak en wetgeving. In dit onderzoek zijn maatschappelijke voorzieningen opgenomen waarvoor de stad vanuit haar wettelijke taak of beleidsopgave verantwoordelijk voor is, maar ook voorzieningen waar de vraag naar

huisvesting groot is en het maatschappelijk belang hoog. Er is gekeken naar huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten, apotheken, sportaccommodaties, spelen, welzijn, cultuur., onderwijs en kinderopvang In de eerste plaats is in beeld gebracht waar bestaande voorzieningen zijn gelokaliseerd. Daarna is gekeken wat de groei van Rijswijk betekent voor de benodigde voorzieningen. Referentienormen De motie roept op om te komen met normen voor voorzieningen bij gebiedsontwikkelingen. Voor dit inventarisatie-rapport hebben we per voorziening gezocht naar referentienormen. Deze referentienormen hebben we overgenomen van andere steden en indien beschikbaar vanuit bestaande regelgeving. Daarbij is zo goed mogelijk gekeken welke norm het meest overeenkomt met de situatie in Rijswijk of op basis van expert-opinion door onze beleidsmedewerkers het meest passend is. De normwijzigingen voor zowel de zwembaden als de sporthallen zijn afgestemd binnen het beleidsdom In Noord-Holland hebben veel gemeente de normen overgenomen van

Amsterdam. In Zuid-Holland zie je dat vooral grote steden een norm hebben vastgesteld. De referentienormen vormen de basis voor de prognose van de benodigde voorzieningen voor de toekomst. Op deze wijze willen wij voor de lange termijn vooruitkijken. Het werken met referentienormen was een van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek “Voorzieningen en groei van de Stad”. Vastgestelde referentienormen geven een kader in gebiedsontwikkeling waarbij er ruimte voor maatwerk moet blijven. Alleen een referentienorm bepaalt nog niet de komst van een voorziening. Het zit wat ingewikkelder in elkaar. Wat nodig is aan voorzieningen in de toekomst hangt bijvoorbeeld af van de volgende zaken: • •

Wie worden de nieuwe inwoners? Zijn het gezinnen met kinderen die behoefte hebben aan scholen; ouderen die meer zorgvoorzieningen nodig hebben of actieve singles die een groot aanbod aan sportvoorzieningen wensen. Nabijheid van voorzieningen: een deel van de voorzieningen zal in de nabijheid van de nieuw te bouwen woningen gerealiseerd moeten worden, andere voorzieningen kunnen wat verder af liggen. Dit betekent ook dat onze inwoners gebruik maken van de voorzieningen in de buurgemeenten en vice versa.

De normen moeten daarom ook niet als keurslijf worden beschouwd. Ze vormen wel de basis voor bestuurlijke keuzes om al dan niet meer voorzieningen te creëren. Voor dergelijke keuzes zijn meer zaken relevant dan alleen normen. Denk bijvoorbeeld aan beschikbare financiële middelen, beschikbare ruimte, wensen vanuit verenigingen, dubbelgebruik van ruimtes, taken en verantwoordelijken, trends en ontwikkelingen enzovoort. Dit alles betekent dat de referentienormen per grote woningbouwontwikkeling nog uitgewerkt moeten worden op basis van de, op dat moment bekende plannen, trends en ontwikkelingen.

Van normen naar voorzieningen De vraag die hierop volgt is hoe we kunnen sturen op de realisatie van benodigde voorzieningen. Met het vaststellen van referentienormen is er immers nog geen voorziening gerealiseerd. Om te zorgen dat de voorzieningen er ook daadwerkelijk komen, ontwikkelen we een uitvoeringsstrategie met daarin een werkwijze bij gebiedsontwikkelingen, bij inbreidingen/ transformaties en ook bij (her)ontwikkelingen in bestaande wijken, in samenwerking met de diverse beleidsafdelingen. Daarbij moeten we ons bewust zijn van de rol en verantwoordelijkheid die we als gemeente willen nemen voor de komst van een voorziening en welke verantwoordelijkheid we overlaten aan de markt. De strategische vertaling van de referentienormen naar een uitvoeringsstrategie vormt een volgende fase van deze opgave.

2 Vraagstukken bij het programmeren van maatschappelijke voorzieningen (Janneke ten Kate, 2024) Het realiseren van voorzieningen kost geld. Zonder dekking van deze kosten is realisatie onmogelijk. De referentienormen bieden een basis om, samen met het woningbouwprogramma, meerjarig in beeld te brengen welke financieringsopgave er ligt en deze op te nemen in het lange termijn investeringsplan. Hierbij is een belangrijk aandachtspunt om niet alleen de investering maar ook de beheerskosten in beeld te brengen. Bij meer voorzieningen, maar ook bij ander gebruik van de voorzieningen zoals dubbelgebruik, zullen ook de beheerskosten toenemen en dus een plek moeten krijgen in de begroting. Invulling van panden met maatschappelijke functies als buurthuizen en culturele activiteiten zullen een vergrote vraag naar subsidies geven. De activiteiten in deze panden kunnen niet zelfstandig draaien en voor de activiteiten is subsidie noodzakelijk. Ook dit krijgt een plaats in het uitvoeringsprogramma in de volgende fase.

Lopende ontwikkelingen De ontwikkelgebieden die zorgen voor de grote groei van Rijswijk zijn:    

Te Werve Oost Bogaard Stadscentrum Kesslerpark Havengebied/Plaspoelpolder

Nieuw te ontwikkelen gebieden: 

Rijswijk Buiten (Sion, Parkrijk en Pasgeld).

Naast bovenstaande grote nieuwe of binnenstedelijke ontwikkelgebieden kent Rijswijk een aantal locaties die herontwikkeld (kunnen) gaan worden. Dit zijn onder andere het Waldhoornplein/ Marimbahal; brandweerkazerne, P.van Vlietlaan, voormalige Triaslocatie en nog een aantal andere kleinere locaties, in totaal circa 25 locaties. De afgelopen jaren hebben we al de nodige voorzieningen ontwikkeld en voorbereid. Binnen de (financiële) kaders gesteld door de raad zijn diverse ontwikkelingen gerealiseerd dan wel gestart. Zo zijn de Van Zweedenzaal en de Marimbahal vervangen door de Altis, waar tegelijkertijd meer sportoppervlakte is toegevoegd. Er is een besluit genomen om de nieuw te realiseren gymzaal van de Steenvoordeschool te vergroten naar een sportzaal. Daarnaast is besloten om op de locatie Marimbahal te kijken naar de mogelijkheden voor een nieuwe sporthal met daarbij ruimte voor eerstelijnsgezondheidszorg. Voor de buitensport is het Sportpark Elsenburg recent compleet vernieuwd.

Op het gebied van welzijn zijn diverse buurtkamers gerealiseerd, zoals bijvoorbeeld in Buitenrijck. Op het gebied van spelen hebben wij een speelnota vastgesteld met heldere ambities voor de komende jaren en zien we daar de eerste resultaten ook van in de stad. Zo is er een skatebaan gerealiseerd aan de Treubstraat, zijn de speeltuinen aan de Penninglaan, Rozenstraat en Inter Amicos gerenoveerd en zijn tientallen speelplekken samen met inwoners (her)ingericht.

Daarnaast werken wij actief mee aan het mogelijk maken van gezondheidscentra, zoals in Rijswijk Buiten. En zijn er diverse scholen gebouwd, vernieuwd en verruimd. Het integraal huisvestingsprogramma voor onderwijs is vernieuwd en zorgt, mede op basis van jaarlijkse prognoses, dat wij tijdig onderwijshuisvesting realiseren. En waar wij het hebben over voorzieningen in de stad passend bij de grootte en groei van Rijswijk mag ook de verhuizing van Trias Centrum voor de Kunsten, de Bibliotheek en onderdelen van Welzijn Rijswijk en de Bibliotheek naar het Huis van de Stad niet ongenoemd blijven. We investeren met andere woorden al in uitbreiding van de voorzieningen. Dit onderzoek naar voorzieningen vormt vooral een toetsingskader: welke voorzieningen zijn op orde, ook voor de (nabije) toekomst en op welk gebied liggen voor de komende jaren de uitdagingen/opgaven?

2. Uitwerking per voorziening 2.1

Huisartsen

Samengevat • • • • • • • •

Norm: 2095 patiënten Nza Huidig aantal huisartsen: 36,31 fte Benodigd op basis van norm Nza nu; 28,6 fte Benodigd 2040: 40,1 fte Tekort 2040: 3,8 fte Norm houdt geen rekening met tekort ondersteunend personeel, te weinig spreekkamers, bevolkingssamenstelling en vergrijzing Geen wettelijke taak Doen nu: individuele ondersteuning, open lijn Hadoks, onderzoek Hteam

Huidige situatie Rijswijk kent geen beleid ten aanzien van huisartsen. Wel voelt de gemeente een maatschappelijke verantwoordelijkheid richting de gezondheid van inwoners en huisartsen spelen daar een belangrijke rol in. Op dit moment ondersteunen wij huisartsen met hun vraag aan ruimtebehoefte als hierom wordt verzocht. Voor huisartsen geldt dat er in de gehele regio sprake is van tekort. Mede als gevolg daarvan is er sprake van grensverkeer en de groei in onze buurgemeenten. Ook het rapport van de Algemene rekenkamer1 laat zien dat de toegankelijkheid van de huisartsenzorg onder druk staat. Zij concluderen dat er een landelijk tekort aan huisartsen(zorg) is en dat dit tekort naar verwachting de komende jaren verder zal stijgen. De minister van VWS hanteert het uitgangspunt dat iedere inwoner zich moet kunnen inschrijven bij een huisartsenpraktijk. Op dit moment heeft een huisarts

1 Algemene rekenkamer (2025), Focus op huisartsentekort, Focus op huisartsentekort | Rapport | Algemene Rekenkamer

gemiddeld 1250 patiënten. Het tekort aan huisartsen(zorg) betekent dat de zorgvraag groter is dan het zorgaanbod. De bevolkingsgroei en vergrijzing spelen een belangrijke rol in de stijgende zorgvraag. Het zorgaanbod staat daarentegen erg onder druk. Dit komt door de vertraagde instroom, vergrote uitstroom en verminderde arbeidsuren huisarts. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren taken van de tweedelijnszorg naar de eerstelijnszorg verplaatst, waardoor er meer taken bij de huisarts zijn komen te liggen. Ook blijkt, volgens het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport, uit het rapport dat het ondanks veel beschikbare bronnen niet eenvoudig is om harde cijfermatige uitspraken te doen over de balans tussen vraag en aanbod in de huisartsenzorg2. Huidige capaciteit In Rijswijk kennen wij ongeveer 36,31 fte aan huisartsen. Op basis van de norm voor huisartsen die de Nederlands Zorgautoriteit hanteert heeft Rijswijk op dit moment geen tekort. Desondanks hebben 5 huisartsen een wachtlijst. Dit komt door verschillende factoren waarbij huisartsen aangeven tot wel 20% patiënten uit buurgemeente te hebben. Een ander genoemd probleem daarbij is de niet geschikte huisvesting en het tekort aan ondersteunend personeel.

Referentienorm De Nederlandse Zorgautoriteit hanteert een norm van 2095 patiënten per fulltime huisarts. Er is geen aanleiding om een andere norm dan de norm van de Nza te hanteren. Deze norm is landelijk gangbaar.

Norm per 2095 inwoners Aantal huisartsen (fte)

1 arts

Per 60.000 inwoners

Per 84.000 inwoners

28,6

40.1

Benodigd Zoals aangeven zijn er op dit moment 36,31 fte aan huisartsen verdeeld over Rijswijk en is er om de groei op te vangen behoefte aan 40,1 fte aan huisartsen. Dit betekent dat er een totale opgave tot 2040 ligt van 3,8 fte huisartsen. Norm

Huidige capaciteit

2025

Tekort/ overschot 2025

2040

Tekort/ overschot 2040

2 Fleur Agema,Ministerie, Volksgezondheid, welzijn en sport, Bestuurlijke reactie rapport 'Focus op huisartsentekort' Algemene

Rekenkamer

Aantal huisartsen

2095

36,3 fte

28.6 fte

+ 7,7

40,01

-3,8 fte

Uitwerking In verschillende gemeenten in het land is gekozen voor een rol van de gemeente. De invulling varieert. Zo kennen bijvoorbeeld Den Haag en Rotterdam een zogenaamd H-team. In een H-team werken partijen, zoals huisartsencollectieven, gemeente en zorgverzekeraars, samen om knelpunten in de zoektocht naar huisvesting op te lossen. Hiermee pakt de gemeente een maatschappelijke rol. Andere gemeenten leggen bij gebiedsontwikkelingen vast hoeveel m2 er moet worden gerealiseerd voor de vestiging van gezondheidscentra, maar nemen geen actieve rol in de verdere realisatie. Specifiek voor de huisartsen liggen er kansen om intensiever samen te gaan werken met het H-team. Het actief de markt verkennen is in de basis geen taak van een gemeente maar met de druk op het huidige en toekomstige huisartsentekort wel een noodzakelijkheid. Hierom worden er ook gesprekken gevoerd met Den Haag en Hadoks waarbij het uitgangspunt is aansluiten bij Den Haag. Mocht dat niet mogelijk zijn dan zal een eigen H-team worden onderzocht. Aansluiten bij Den Haag lijkt in deze ook het meest logisch rekening houdend met het gegeven dat Rijswijkse huisartsen een aanzienlijk percentage cliënten uit grensgemeenten kennen Belangrijk is om te realiseren dat dit tekort gebaseerd is op een cijfermatig tekort.

Van belang is om bij de beleidsmatige invulling te kijken naar de verdeling van de druk over de huisartsen. Het getal is het uitgangspunt maar vraagt, in samenwerking met de huisartsen, om maatwerk.

2.2. Tandartsen Samengevat • Norm: 4100 inwoners per praktijk • Hoeveel hebben wij er nu: 13 • Hoeveel benodigd nu: 13 • Hoeveel benodigd 2040: 20 • Geen wettelijke taak gemeente Huidige situatie Net als bij huisartsen heeft de gemeente geen rol als het gaat om huisvesting van tandartsen in Rijswijk. Anders dan bij huisartsen is er ook geen nadrukkelijke maatschappelijke vraag naar een rol van de gemeente voor de huisvesting van tandartsen.

Huidige capaciteit

Rijswijk kent 13 tandartspraktijken verspreid over de verschillende wijken in Rijswijk. Hier werken 313 tandartsen. Omgerekend heeft een Rijswijkse tandartspraktijk 4616 patiënten. Een tandarts is een bovenwijkse voorziening waarmee wordt bedoeld dat inwoners voor een bezoek aan de tandarts verder kijken dan hun eigen wijk en soms zelf dan hun eigen stad. Je kunt dus niet één op één zeggen dat iedere Rijswijkse inwoner een tandarts heeft in Rijswijk.

Referentienorm Zoals gezegd is een tandarts een voorziening die niet direct in de wijk gerealiseerd hoeft te worden. Ook heeft de gemeente geen rol in de huisvesting van tandartsen. Hierom hebben veel gemeente geen referentienorm voor tandartsen. Een vergelijking is daarom lastig te maken. Er zijn gemeenten die werken met een norm voor gezondheidscentra. Omdat in deze norm dan ook de huisarts is opgenomen is deze norm voor ons niet direct toepasbaar. Op basis van de huidige capaciteit kan hooguit gesteld worden dat een groei naar 6 tandartspraktijken gewenst is bij de huidige voorspelde groei van het aantal inwoners. Norm per praktijk

3 Zorgkaart Nederland

Aantal praktijken per 60.000

Aantal praktijken 84.000 inwoners

Tandarts

4616

13

18

Benodigd Norm per Huidige praktijk capaciteit

2025

Tekort/ overschot

2040

Tekort/ overschot 2040

18

-5

2025 Aantal tandartsen

4616

13 fte

13 fte

-

Uitwerking De gewenste groei van het aantal tandartspraktijken is iets wat tandartsen in eerste instantie zelf moeten realiseren. Wel kan, op verzoek van tandartsen, samenwerking gezocht worden in gezondheidscentra. De tandartsen hebben niet, zoals de huisartsen, een regionaal overkoepelend orgaan, waardoor de gemeente meer afhankelijk is van contacten met particuliere tandartsen. 2.3

Apotheken

Samengevat: • • • • •

Norm: 8500 Hoeveel hebben wij er nu: 7 Hoeveel benodigd nu: 7 Hoeveel benodigd toekomst: 10 Geen wettelijke taak gemeente

Huidige situatie De gemeente heeft geen rol als het gaat om het realiseren van apotheken. Er is een trend gaande waarbij de apotheken steeds meer digitaliseren en innovatiever werken. Huidige capaciteit In Rijswijk zijn op dit moment 7 apotheken gevestigd. Omgerekend is dat ruim 8500 inwoners per apotheek (60.000 inwoners/ 7 apotheken). In heel Nederland waren er in 2023 1975 apotheken4. Met destijds 17,88 miljoen inwoners betekent dit 9053 inwoners per apotheek. Rijswijk heeft dus meer apotheken per 1000 inwoners dan gemiddeld in Nederland. 4 SFK.nl

Referentienorm Met een groei van de stad met 24.000 inwoners tot 2040 betekent het, op basis van de huidige gemiddelde bezettingsgraad van apotheken, dat er ruim 3 apotheken bij moeten komen. In plaats van uit te gaan van andere gemeenten is hier een gemiddelde gekozen als norm. Dit omdat de meeste gemeenten geen norm kennen voor apotheken of deze norm onderdeel is van een norm voor eerste lijns gezondheidszorg. Norm per apotheek Apotheek

Per 60.000 inwoners

Per 84.000 inwoners

7

10

8500

Benodigd

Aantal apotheken

Uitwerking

Norm op inwoners per apotheek

Huidige 2025 capaciteit

8500

7

Tekort/ overschot

2040

Tekort/ overschot 2040

10

-

2025

7

-

3

Ook voor apotheken liggen kansen voor uitbreiding in de realisatie van eerstelijns gezondheidscentra. De bundeling van functies en een centraal gekozen ligging maakt deze combinatie efficiënter voor de inwoner. 2.4

Wijk- en ontmoetingscentra

Samengevat: • Norm: 63m2 per 1000 inwoners • Hoeveel nu: 3520,19m2 • Hoeveel benodigd nu: 3780 m2 • Hoeveel benodigd 2040: 5292 m2 • Bij uitstek een buurtfunctie • Hoewel wettelijk niet direct een rol in huisvesting wel verplichting WMO richting inwoners • Kansen gebruikmaken van bestaande structuren Huidige situatie De gemeente heeft een regierol op de samenwerkingen op de thema’s eenzaamheid, mantelzorg, vrijwilligers en inclusie. Dit wordt gefaciliteerd door de welzijnsorganisatie Welzijn Rijswijk, bewonersorganisaties en burgerinitiatieven. Het welzijnswerk ondersteunt bewoners die dat nodig hebben om zelfredzaam te blijven of langer zelfstandig te blijven wonen. Ook kunnen welzijnsvoorzieningen en het welzijnsaanbod preventief werken om bijvoorbeeld de noodzaak tot jeugdhulp te voorkomen, denk aan eenzaamheidsbestrijding bij jongeren en is daarmee preventief op de jeugdwet. Het huidige beleid is vastgelegd in de Brede Welzijnsnota 2021-2028 en de uitvoeringsagenda “Welzijn in Rijswijk, sterker door sociale samenhang, Uitvoeringsagenda 2023-2025". Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe uitvoeringsagenda waarbij het streven is om deze in het eerste kwartaal 2025 vast te laten stellen.

Wijkcentra Stervoorde

Huis van de stad Te Werve De Buitenkamer Mogelijk komt er een voorziening bij Elsenburgerpark’

Wijkcentra bieden ontmoetingsruimten voor iedereen. Iedereen is vrij om binnen te lopen.

Stervoorde: biedt onderdak aan Welzijn Rijswijk en biedt activiteiten van sport tot ontspanning en voorziening Financieel Servicepunt.

Huis van de stad: In het Huis van de stad zit tevens een locatie van Welzijn Rijswijk Ontmoetingsplek (beperkt open - op basis en worden activiteiten ontplooid als in Stervoorde. van activiteiten)

De Buitenkamer De Drassige Driehoek Wijkcentrum Ottoburg

Te Werve: is een locatie van Welzijn Rijswijk, maar de activiteiten zijn van bewoners voor bewoners. Wel zit hier de formulierenhulp.

Woonkamers horende bij woningen (zorg/woningbouwcorporatie)

RijswijkBuiten: ontmoetingscentrum De o.a. Schaeptzigt, Martin Luther Kinglaan, Buitenkamer van stichting Rijswijk Buitengewoon. Henri Dunantlaan en Wethouder Brederodelaan, Huiskamer, Blekerslaan, Hof van Kerstanje .

Nextgen jongerencentrum

Ontmoetingsruimte voor jongeren in Stervoorde

Huidige capaciteit In Rijswijk worden ook, naast de door de gemeente gefaciliteerde ruimte, in verschillende buurt- en woonkamers bij grotere woningcomplexen welzijnsactiviteiten georganiseerd. Voor het welzijnswerk is het van belang dat iedere inwoner een plek in de wijk heeft om naar toe te gaan. Het gaat hierbij echt om een buurtfunctie. Hoewel er voor veel taken binnen het welzijnsterrein gebruikt kan worden gemaakt van gedeelde ruimtes blijkt dat er ook vaak een behoefte is aan een eigen plek. Veel initiatieven zijn doelgroepgericht en bereiken alleen Rijswijkse inwoners. Er zijn echter ook doelgroepen en inwoners die gebruik maken van voorzieningen buiten de gemeente en andersom. Onderstaande kaart geeft een overzicht van de beschikbare welzijnsaccommodaties met uitzondering van woonkamers in Rijswijk.

Welzijn Wijkcentrum Stervoorde

1825.32 m²

Huis van de stad

212 m2

Wijkcentrum te Werve

76,87m2

De Buitenkamer

900 m² (i)

Buurthuis De Drassige Driehoek

292 m2

Wijkcentrum Ottoburg

214 m² (i)

Totaal

3520,19 m2

Overzicht m2 oppervlakte welzijnsaccommodaties

In Rijswijk kennen wij een totaal van 3520,19 m2 aan footprint voor welzijnsactiviteiten. Dit exclusief de ruimtes grotere woningcomplexen. Referentienorm Gemeenten kennen verschillende vormen van buurthuizen en locaties voor welzijnswerk. Een norm van een andere stad is niet direct toe te passen op de Rijswijkse situatie. Zo zijn er normen te vinden tussen de 15 m2 per 1000 inwoners voor kleinere locaties (buurtwoonkamers) tot 110 m2 per 1000 inwoners. Ook in Rijswijk kennen wij een diversiteit aan soorten buurthuizen met wisselende functies. Niet elke wijk heeft een grootschalig centrum nodig. Voorgesteld wordt om

een norm te stellen van 63 m2 per 1000 inwoners. Dit is gelijk aan de woonstedelijke norm van Amsterdam voor buurtfuncties. Norm per 1000 inwoners Welzijn/ buurtfuncties

Per 60.000 inwoners

63 m²

3.780 m²

Per 84.000 inwoners 5.292 m2

Benodigd Het huidige aantal m2 aan welzijnsaccommodatie is iets lager dan het aantal m2 volgens de norm. Het aanbod is 3520,19 m2 terwijl de norm een aanbod van 3.780 m2 vraagt. Op basis van de norm geredeneerd is er in Rijswijk als geheel een gering tekort van 259,81 aan welzijnsruimte.

Welzijns en ontmoetings ruimte

Norm per 1000 inwoners

Huidige capaciteit

2025

63m2

3520,19m2 3780m2

Tekort/ overschot 2025

2040

Tekort/ oversch ot 2040

- 259,9m2

5292 m2

-1772 m2

Uitwerking Met de groei van Rijswijk neemt ook de druk op welzijnsvoorzieningen op het terrein van wijk- en ontmoetingscentra toe. Dat vraagt dus om het creëren van extra mogelijkheden. Kijkend naar kansen kun je het medisch- en het welzijnsdomein goed aan elkaar koppelen. Zij kunnen elkaar versterken en het verhoogt de zichtbaarheid en de vindbaarheid van de organisaties. Op basis van de huidige m2 en de referentienorm lijkt het dat er voldoende m2 welzijnsruimte beschikbaar is. Zoals eerder aangegeven is dit echt een buurtfunctie en willen we deze graag wijkgerichter inzetten. Dit kan een reden zijn om maatwerk toe te passen en in gebiedsontwikkelingen toch te voorzien in welzijnsruimte. Daarbij is het goed om te kijken naar de demografische opbouw van een wijk en specifieke behoeftes in een wijk. Vanuit de expert opinion moet er vooral gekeken worden naar ruimtes van partners in de stad, zoals wooncorporaties, waar gezamenlijk invulling aan ruimtes kan worden gegeven. De kansen liggen er door aan te haken op bestaande activiteiten en structuren.

2.5 Sportvoorzieningen Norm Binnensport per 1000 inwoners Sporthal 10.000- 17.500 Buitensport tot 1000 woningen Zwembaden per 1000 inwoners

   

huidig

2025

2040

136m2

13.764m2

8160m2

11424m2

1

3

6-3

8-5

1080m2

216.884m2

145.000m2

200.000m2

52m2

2994m2

3120m2

4368m2

Bewegingsonderwijs kent wel een wettelijk verplichting. Groei voor bewegingsonderwijs hangt samen met onderwijshuisvesting Normen houden geen rekening met piekbelasting Huisvesting sport geen wettelijke taak gemeente Buitensport: actueel rapport sportaccommodaties

Huidige situatie Gemeenten hebben een wettelijke taakstelling als het gaat om het realiseren van een gymnastiekvoorziening nabij de school. Een verdere verplichting rondom het realiseren van sportvoorzieningen is er niet. Er is geen vastgesteld beleid met betrekking tot de hoeveelheid benodigde sportvoorzieningen in relatie tot de groei van de stad. Wel zijn er twee rapporten met betrekking tot de sportaccommodaties in Rijswijk. In deze rapporten wordt beredeneerd wat de te verwachten groei vanuit de in Rijswijk gevestigde sporten is en wat dit voor de accommodaties betekent. Voor alle sportverenigingen geldt dat er sprake is van grensverkeer. Daarbij is de afstand die mensen voor sport afleggen verschillend per sport. Ook voor zwembaden geldt een regiofunctie. Ook in de omliggende gemeenten is er of ontstaat er krapte op de sportaccommodaties.

3 Overzicht gemeentelijke sportaccommodaties

a. Binnensportaccommodaties Huidige situatie Voor de binnensportaccommodaties betreft dit een onderzoek uit 2018. Uit landelijke en regionale prognoses blijkt dat deze druk alleen maar toeneemt. Dit onderschrijft het Mulier Instituut in haar rapport Sportaccommodaties in Nederland 2023. Met het toenmalige en huidige aanbod aan binnensportvoorzieningen is de wettelijke eis voor het faciliteren van educatief bewegingsonderwijs voorzien voor de scholen in de gemeente Rijswijk. De situatie van sportzalen/ hallen zoals beschreven in het onderzoeksrapport Ruimte voor Sport (2018) is de afgelopen jaren aan verandering onderhevig geweest. De Marimbahal en de Van Zweedenzaal zijn namelijk samen vervangen door Sporthal de Altis. Een deel van de benodigde toename is met de oplevering van de Altis inmiddels ingevuld. Op basis van het onderzoek naar binnensportaccommodaties is het uitgangspunt bij de ontwikkeling van bewegingsruimte voor scholen inmiddels dat wij deze ruimer ontwikkelen (sportzaal in plaats van gymzaal) dan de norm voor bewegingsonderwijs, zodat deze ook aan normen voor verschillende sporten voldoet. Een voorbeeld hiervan is de sportzaal die bij de Steenvoordeschool wordt gebouwd. Wij gaan uit van de volgende criteria bij de benaming van een binnensportaccommodatie:

Sporthallen

Sporthal heeft minimaal 3 vakken met ruimte voor badminton, basketbal, volleybal, handbal, zaalhockey, korfbal, zaalvoetbal, gymnastiek, turnen, tafeltennis

Sportzaal

Een sportzaal heeft 2 vakken met ruimte voor badminton, basketbal, volleybal, verdedigingssporten, gymnastiek tafeltennis en turnen. In aanbouw bij nieuwe Steenvoordeschool

Gymzaal

Zijn om bewegingsonderwijs te faciliteren en zijn niet geschikt voor alle verenigingssporten om te gebruiken

Huidige capaciteit Binnensport: Voor bewegingsonderwijs is voldoende binnensportruimte aanwezig, daarmee wordt aan de wettelijke taak voor bewegingsonderwijs voldaan. De binnensportaccommodaties zijn verder goed bezet. Er is wel ruimte maar niet op de gewenste dagen/uren. Vooral tijdens piekuren, voorkeurstijden voor trainingen en wedstrijden, zijn de ruimtes druk bezet. In geval van toename van de bevolking zal hier als eerst een knelpunt in de voorzieningen ontstaan. Om de piekbelasting op te kunnen vangen was er nog behoefte aan 3 sportzalen. (Ruimte voor sport, Mulier Instituut 2018).

Naam

Lengte (m)

Breedte (m)

Oppervlakt Hoogte e (m) (m)

Sporthal 1

De Altis

2

De Schilp

48

44

X

X

5426 m2

?

3379 m2

7

Sportzaal 3

N.V.T. (Op dit moment)

X

Gymzaal 4

Steenvoorde

5

Nicolaas Beets

In aanbouw 14

12

268 m2

5,5

6

Brede School Muziekbuurt

22

14

408 m2

5,5

7

Brede School Stationskwartier

24

12

388 m2

5,5

8

Kronenburgh

13,5

12

262 m2

5,5

9

Het Kristal

16

13,5

316 m2

5,5

10

Rehobotschool

21

12

352 m2

5,5

11

De Voorde

21

14

394 m2

5,5

12

Mariaschool

20

10

300 m2

5,5

13

Petrusschool

21

12

352 m2

5,5

14

Buitenrijck

24

14

436 m2

5,5

15

Rijswijks Lyceum / Van Vredenburchcollege (3 zalen)

21

12

352 m2

5,5

16

Stanislascollege

21

12

352 m2

5,5

17

GS Randstad

21

12

352 m2

5,5

18

Montessori Parkrijk

427 m2

Totaal

13764 m2

Oppervlakten en aanbod van binnensportruimten in de Gemeente Rijswijk.

Daarnaast is inmiddels het besluit genomen om de Marimbahal te slopen maar er een sporthal voor terug te plaatsen. De Marimbahal zal deelbaar zijn in 2 vakken maar wel voldoende ruimte bieden voor sporten als korfbal en basketbal. Ook de in aanbouw zijnde Steenvoordezaal biedt extra trainingsmogelijkheden voor de verschillende teamsporten. Voor bewegingsonderwijs is voldoende binnensportruimte in Rijswijk aanwezig, daarmee wordt aan de wettelijke taak voor bewegingsonderwijs voldaan. De binnensportaccommodaties zijn verder goed bezet. Er is wel ruimte maar niet op de gewenste dagen/uren. Vooral tijdens piekuren, voorkeurstijden voor trainingen en wedstrijden, zijn de ruimtes druk bezet. In geval van toename van de bevolking zal hier als eerst een knelpunt in de voorzieningen ontstaan. Referentienorm Hoewel er dus onderzoek gedaan is naar de behoefte van sportvoorzieningen is er nog geen referentienorm.

Kijkend naar gemeenten waar ook met een referentienorm gewerkt wordt lijkt het meest voor de hand liggend om aan te sluiten bij Den Haag. Voor binnensport geldt een norm van 136m2 per 1000 inwoners. Maar Den Haag kent ook een norm voor sporthallen van 22.000 inwoners per sporthal. Als wij uitgaan van de norm voor sporthallen stelt het Mullier Instituut een eigen norm voor. Mulier Instituut stelt in 2023 voor om – gebaseerd op draagvlakcijfers – de drempelwaarde voor nodige sporthallen te verlagen naar een bandbreedte tussen de 10.000 en 17.500 inwoners, voor het stedelijk gebied. Andere grote gemeenten (Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Groningen, Eindhoven) hanteren verschillende drempelwaardes voor een sporthal (nodige sporthallen per x inwoners). Deze variëren tussen de 17.000 en 25.000 inwoners. De norm van het Mullier Instituut was voorheen tussen de 15.000 tot 20.000 inwoners per sporthal. Dit zou betekenen dat Rijswijk op dit moment binnen de bandbreedte zit met de Schilp en de Altis (geldt als 2 sporthallen) als men kijkt naar de norm voor 2023. Als wij meegaan met de nieuwe richtlijn van het Mullier instituut komt Rijswijk op dit moment 1 sporthal tekort. Dit is exclusief de Marimbahal. Norm per 1000 woningen/ inwoners

Per woningen/ 60.000 inwoners

Per woningen/ per 84.000 inwoners

Binnensport per 1000 inwoners

136 m²

8160 m²

11.424

Sporthal 10.000 – 17.500

1

6 -3,4

8,4 – 4,8

Benodigd Op basis van de norm van het Mullier Instituut zit Rijswijk wat betreft sporthallen aan de lage kant. Maar als men kijkt naar grotere gemeenten die ook werken met een dergelijke norm dan hebben wij voldoende sporthallen. De totale sportoppervlakte van binnensportaccommodaties, 13764 m2, zit ruim boven de gestelde norm en geeft in basis voldoende sportruimte. Voor de uitvoeringsstrategie zal dus vooral gekeken moeten worden welk soort sportvoorziening noodzakelijk is om in de behoefte die gevoeld wordt te voorzien. b Buitensportaccommodaties Huidige situatie Voor buitensport heeft recent onderzoek plaatsgevonden waarbij gekeken is hoe de bestaande buitensportverenigingen, op de gemeentelijke sportparken, met de te verwachten groei van deze sport gefaciliteerd kunnen worden. Hierbij is gerekend met de normen voor sportvelden van de betreffende sporten (Toekomstbestendige sportruimte, Kragten, maart 2024). Uitgangspunt hierbij waren de bestaande locaties en de bestaande verenigingen. Met de verenigingen is gekeken welke ontwikkelingen plaats moeten vinden om meer toekomstbestendig te zijn.

Huidige capaciteit Buitensport: De totale oppervlakte aan sportvelden voor buitensport is weergegeven in onderstaande tabel. Sportpark Elsenburg

Hockeyclub

84.126, m²

Sportpark Irene

Sportvelden excl. Parkeerterrein

52.887 m²

Sportpark Hoekpolder

Sportvelden excl parkeerterrein

45792m2

Sportpark Vredenburch

Sportvelden excl. Parkeerterrein

34079 m²

Totaal oppervlakte

216.884m²

Naast de capaciteit van de accommodaties uitgedrukt in m2 biedt eerder onderzoek (Toekomstbestendige sportruimte in Rijswijk, Kragten maart 2024) antwoord op de vraag of verenigingen zelf capaciteitsproblemen ervaren of verwachten. In het onderzoek naar buitensport Toekomstbestendige sportruimte is gekeken vanuit de behoefte en de te verwachten groei van de verenigingen op basis van kengetallen vanuit de sportbonden. Voor de meeste sporten voldoet de capaciteit van de sportparken. De verenigingen hebben echter nog wel behoefte aan uitbreiding van capaciteit om hiermee meer leden te kunnen werven en ook meer en diverse trainingen te kunnen aanbieden. Daarnaast zijn er verenigingen die niet uit willen breiden omdat hun organisatie dit niet aan zou kunnen. Potentiële beoefenaars van deze sporten wijken dan uit naar de regio of, indien het jongere kinderen betreft, naar andere sporten. Kijkend naar referentienormen in andere gemeente heeft Amsterdam een bandbreedte van 2 tot 9 m2 per woning. Daarbij is 5 m2 de norm voor een gemengde stadswijk. Het lijkt het meest logisch oom bij deze norm aan te sluiten.

Buitensport per 1000 woningen

1000 woningen

29.000 woningen

40.000 woningen

5000 m²

145.000 m2

200.000 m²

Benodigd In Rijswijk zou op basis van het aantal woningen op dit moment 145.000 m2 aan oppervlakte voor buitensportfaciliteiten noodzakelijk zijn op basis van de voorgestelde norm. Dat betekent dat we op dit moment ruim voldoen aan de voorgestelde norm. Als wij dan rekening houden met een groei van Rijswijk naar 84.000 inwoners, met ongeveer 40.000 woningen voldoen wij nog steeds aan de gestelde norm. Er is op basis van de norm dus geen noodzaak tot extra buitensportfaciliteiten. c. Zwembad Huidige situatie

Rijswijk kent 1 openbaar zwembad. Hierin worden zwemlessen gegeven aan kinderen en volwassenen uit Rijswijk, maar ook aan kinderen en volwassenen uit de regio. Overigens geldt voor zwembaden dat de gemeentelijke rol voornamelijk ziet op aanbieden van zwemlessen. Dat kan in een gemeentelijk zwembad gebeuren, maar vindt ook plaats op andere locaties waar zwemvoorzieningen zijn. Huidige capaciteit Het zwembad heeft een oppervlakte van 2994 m2 Referentienorm Als wij het oppervlakte vergelijken met de norm van 52 m2 per 1000 inwoners dan kun je concluderen dat het zwembad nu net aan de norm voldoet en wat overcapaciteit heeft. Deze norm heeft Den Haag in zijn referentienormen opgenomen. Als wij rekening houden met de groei dan zou een oppervlakte van 4368 m2 in 2040 volstaan en komt het huidige zwembad te kort en zal op basis van de norm gekeken moeten worden naar realisatie van een tweede zwembad. Uitwerking binnensport, buitensport en zwembaden Norm per 1000 woningen/ inwoners

Huidige 2025 capaciteit

Tekort/ 2040 overschot 2025

Tekort/ overschot 2040

Binnensport per inwoners

136 m²

13764 m2

8160 m²

+5604m2

11.424 m2

+2340 m2

Sporthal per 10.000 – 17.500

1

3

6 -3,4

3 -0,4

8,4 – 4,8

5,9 – 1,8

Buitensport per woningen

1080 m² woning

216.884 m2

145.000 m²

+71.884 m2

200.000 m2

+16.884m2

Zwembaden per inwoners

52 m² inwoners

2994m2

3.120 m²

-126m2

4368 m2

-1374 m2

Het aantal m2 aan sportaccommodaties dat op basis van de norm wordt berekend is een globale inschatting. Het geeft geen antwoord op de vraag wat voor soort sportvelden dit dan zouden moeten zijn. Dit hangt samen met de demografische opbouw, de trends en de ontwikkelmogelijkheden van verenigingen. Bij de invulling van de normen zal dus met de sportverenigingen bekeken moeten worden aan welke sport prioriteit wordt gegeven. Voor binnensportaccommodaties is een deel van de groei mogelijk ook op te vangen door het beter benutten van bestaande voorzieningen. Het bouwen van sportzalen waar bewegingsonderwijs en binnensport kan plaatsvinden is daar een goed voorbeeld van.

Ook voor zwemmen is er beperkt dubbelgebruik mogelijk, bijvoorbeeld in de samenwerking van zwemverenigingen met multisportscholen. Dit zijn sportscholen die ook faciliteiten bieden voor zwemmen.

2.6

Speelvoorzieningen

Samengevat: • • • • •

Norm: 3% van de openbare ruimte in een wijk Huidig: 3,5% (bandbreedte van 0,0 - 8,64%) Reserveren ruimte in plannen Invulling met bewoners na realisatie wijk Maatwerk volgens speelbeleid

Huidige situatie Zie voor een actueel overzicht https://www.buitenspeelkaart.nl/

De Landelijke Organisatie voor Speeltuinwerk (LOS) heeft in samenwerking met Jantje Beton de zogenaamde speelnorm ontwikkeld. Deze speelnorm stelt dat 3% van de totale oppervlakte van een woongebied ingericht dient te zijn als speelplek. Er wordt bij de berekening van de speelnorm enkel rekening gehouden met de oppervlaktes en bijvoorbeeld niet met veel of weinig hoogbouw in de wijk of de demografische samenstelling van de wijkbewoners (aantal kinderen). Het toepassen van de speelnorm 3% vergt dus maatwerk per wijk. In de Rijswijkse beleidsnota “Spelen, bewegen en ontmoeten

2020 - 2026” is deze norm als uitgangspunt genomen en als volgt nader ingevuld: •

We houden het huidige arsenaal aan openbare speelruimte in de bestaande woongebieden op peil. Dit mag in ieder geval niet verminderen.

•

Nieuwe openbare speelvoorzieningen in bestaande woongebieden realiseren we enkel op initiatief van buurtbewoners en alleen als daar voldoende draagvlak voor is in de buurt. Ligt de speelnorm in dat woongebied (ver) boven de 3% dan kan dat een reden voor afwijzing van het initiatief zijn, ondanks voldoende draagvlak.

•

Bij de ontwikkeling van nieuwe woongebieden en bij herstructurering van bestaande woongebieden streven we ernaar dat minimaal 3% van het woongebied ingericht is als openbare speelruimte. We streven daarbij zoveel mogelijk naar grote centrale buurtplekken in plaats van meerdere kleine over de wijk versnipperde speelplekjes.

Huidige capaciteit In 2020 is per woonwijk de oppervlakte die ingericht is als speelplek in kaart gebracht, met een gemiddelde score van 3,5% voor alle woonwijken. Er is tussen de woonwijken onderling een behoorlijk verschil met een bandbreedte van 0% - 8,64%. Veel oudere wijken scoren onder de 3% speelnorm. In deze wijken is het oppervlakte van de openbare ruimte beperkt en moet deze met andere voorzieningen gedeeld worden. Er is in deze wijken weinig tot geen draagvlak voor uitbreiding van de speelruimte ten koste van andere voorzieningen. Referentienorm Er is een bestaande norm in het speelbeleid van 3% van de totale oppervlakte van het woongebied. Er is geen aanleiding om deze te veranderen, omdat de speelnorm uitgaat van maatwerk en hiervoor criteria bestaan. Benodigd Bij ontwikkeling van nieuwe woongebieden en bij herstructurering van bestaande woongebieden hanteren we zoveel mogelijk de speelnorm van 3%. Norm

Huidige capaciteit

2025

Tekort/ overschot

2040

2025 Oppervlakte 3% speelvoorziening

3,5%

3%

+0,5%

3%

Tekort/ overschot 2040 +0,5%

Uitwerking Om te voorkomen dat speelplekken worden gerealiseerd die niet volledig aansluiten op de wensen/behoeften van toekomstige bewoners kan gedurende het ontwikkeltraject voldoende speelgebied (hanteren 3% speelnorm) gereserveerd worden. We geven pas invulling aan deze speelplek als er voldoende buurtbewoners

aanwezig zijn om te participeren in het ontwerp. Op deze manier sluit de gerealiseerde speelplek het best aan bij de wensen van de nieuwe buurtbewoners en wordt voorkomen dat een speelplek kort na renovatie aangepast hoeft te worden.

2.7 Voorzieningen voor culturele activiteiten en openbaar bibliotheekwerk Samengevat; Culturele instellingen • • • • • • •

Huidige situatie: 5780 m2 eigen vastgoed Norm: 110m2 per 1000 inwoners Tekort nu: 880 m2 Tekort 2040: 3460 m2 Voldoen nu wel aan ringenmodel VNG Veel culturele activiteiten in locaties derden en in dubbelgebruik. Deze zijn niet meegenomen. Geen wettelijke verplichting cultuur

Openbaar bibliotheekwerk • • •

Openbare bibliotheken: meer dan alleen boeken uitlenen Wettelijke verplichting op basis nieuwe wetgeving: tenminste 1 bibliotheek Wellicht mogelijk om andere functies via functiemenging te plaatsen

Huidige situatie Het beleid is opgenomen in de Cultuurvisie Rijswijk 2016-2023 Rijswijk Vrij gedacht. Daarin staat het verbinden van cultuur met maatschappelijke vraagstukken centraal en zijn de uitgangspunten: samenwerking, innovatie en vraaggericht werken. Ten aanzien van voorzieningen gaat het beleid daarnaast vooral uit van een betere benutting van (reeds bestaande) locaties/accommodaties voor culturele activiteiten, van clustering van activiteiten en daarmee ook van functiemenging. Veel culturele voorzieningen, zowel professionele als amateurkunstorganisaties, hebben een gemeentebrede functie. Ze bevinden zich niet alleen in gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Er wordt ook vaak gebruik gemaakt van accommodaties die niet in eigendom van de gemeente zijn. De huidige taak voor gemeenten ten aanzien van openbaar bibliotheekwerk wordt, met ingang van 2026, omgezet naar een wettelijke plicht. De wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) introduceert een verplichting voor elke gemeente om ten minste één volwaardige openbare bibliotheekvestiging in stand te houden. Het uitgangspunt van de Wsob is dat alle inwoners van Nederland binnen een redelijke afstand toegang dienen te hebben tot een volwaardige openbare bibliotheekvestiging. Dit omdat bibliotheken een essentiële

maatschappelijke en culturele voorziening zijn. Er is nu één openbare bibliotheekvestiging in Rijswijk, in het Huis van de stad. Huidige capaciteit Met betrekking tot de bibliotheek is het besluit genomen om deze te centraliseren. De concentratie van cultuur- en kunstactiviteiten in Rijswijk ligt in Oud-Rijswijk en Te Werve. Er wordt binnen de bestaande culturele organisaties voor zover bekend, met uitzondering van de particuliere muziekschool, geen krapte ervaren. Culturele activiteiten zijn bovenwijkse voorzieningen. Het betreft hier vaak organisaties met een beperkt aantal vrijwilligers en de noodzakelijke materialen waardoor net als bij sportverenigingen het voor een organisatie niet altijd mogelijk is om op meerdere plekken activiteiten te organiseren.

Referentienorm Een referentienorm voor cultuur wordt landelijk en in onze regio nog niet veelvuldig toegepast, ondanks dat het kan zorgen voor een inbedding van ruimte in gebiedsontwikkelingen. Voordeel is dat hiermee in ieder geval ruimte is gereserveerd. In omliggende en vergelijkbare gemeenten wordt hiermee verschillend omgegaan. Vaak wordt ook gekeken naar het ringenmodel voor de culturele infrastructuur, om na te denken over het culturele voorzieningenniveau van gemeenten. Dit model wordt ook door de VNG aangeraden. We voldoen aan hetgeen daarin opgenomen voor middelgrote gemeenten van ca. 30.000-100.000 inwoners, met uitzondering van een

poppodium. Dit betekent dat wij op dit moment voldoende verschillende soorten activiteiten faciliteren. Om te zorgen dat cultuur overal een plek in Rijswijk krijgt wordt voorgesteld om wel een norm op te nemen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het aan te raden is om aan te sluiten bij bestaande ontwikkelingen waarbij dubbelgebruik mogelijk is. De doelstelling cultuur voor iedereen toegankelijk en bereikbaar te maken kan ook bereikt worden door culturele activiteiten in te bedden in bestaande locaties. Zoals aangegeven gaat ons beleid hierin uit van vraaggestuurd handelen. De voorgestelde m2 norm sluit aan bij de norm zoals die in gemeente Rotterdam is vastgesteld 1.100 m2 per 10.000 inwoners. Dit betreft een norm voor voorzieningen waarbij het uitgangspunt is dat deze voorzieningen een beperkt gebied bedienen. Dit is dus exclusief de schouwburg.

Norm per 1000 inwoners

Per 60.000 inwoners

1.10m2

6.600

Ruimte voor culturele activiteiten

Per 84.000 inwoners

9.240m2

Benodigd

Aantal m2 culturele activiteiten

Norm Huidige per 1000 capaciteit inwoners

2025

110m2

6600m2

PM

Tekort/ 2040 overschot 2025 PM

9240 m2

Tekort/ overschot 2040 -

PM

Uitwerking Voor het openbaar bibliotheekwerk gaan wij vooralsnog uit van hetgeen dat zal worden opgenomen in de Wsob. De definitieve versie van het normenkader wachten wij af en werken wij in het meerjarenplan. Dit plan moeten wij volgens deze wet ook in samenwerking met de bibliotheek opstellen.

Waar uitbreiding voor culturele activiteiten gevraagd wordt, liggen er kansen om deze in gedeelde ruimtes op te pakken. Bestaande locaties zoals scholen en sportgebouwen maar ook buurthuizen zijn kansen om aan de mogelijke vraag vorm te kunnen geven. Centreren van activiteiten levert efficiencyvoordeel op. Uitvoering van de activiteiten vindt plaats door partners in Rijswijk. Het betreft hier vaak gesubsidieerde activiteiten en vrijwillige activiteiten.

2.8

Basisonderwijs

Samgevat; • • • • •

Norm: op basis jaarlijkse prognoses: exacter dan norm Huidig; haalbaarheidsonderzoek uitbreiding 2 scholen en school Pasgeld Porto cabins voor tijdelijke voorzieningen Schoolbestuur moet middels handtekening noodzaak aantonen Geen afstandsgrens maar: indien andere school binnen 2 km ruimte heeft dan is dat voorliggend

Huidige situatie

Rijswijk kent 19 basisscholen. Een basisschool is bij uitstek een buurtvoorziening. Dit betekent dat in elke gebiedsontwikkeling waar woningen worden toegevoegd, gekeken moet worden of er ook m2 moeten worden gereserveerd voor onderwijshuisvesting. Deze ruimte moet voorzien in voldoende m2 om een volwaardige school te huisvesten

(tenminste 350 leerlingen) en voldoende beweegcapaciteit (gym). Het huisvesten van basisonderwijs is een gemeentelijke verplichting. De gemeente heeft in haar jeugd- en onderwijsbeleid opgenomen dat het streven is dat “thuisnabij onderwijs” wordt gefaciliteerd. Hierbij zijn echter geen nadere afstanden opgenomen omdat een afstand alleen niet doorslaggevend hoeft te zijn (bijvoorbeeld als een afstand wordt doorkruist door een drukke weg kan het nog steeds niet voldoen aan dit criterium). Huisvesting geschiedt op basis van een verzoek dat een schoolbestuur kan doen. Dit verzoek moet voldoen aan wettelijke vereisten. Het uitbreiden cq toevoegen van vierkante meters voor basisonderwijs gebeurt eveneens op basis van een verzoek van de schoolbesturen en dient onderbouwd te zijn met prognoses. Dit verzoek wordt getoetst aan de gemeentelijke huisvestingsverordening en geeft recht op een nieuwe tijdelijke school als men 5 jaar na aanvang van het onderwijs 350 leerlingen telt. De te verwachten ontwikkelingen als gevolg van groei zijn opgenomen in het integraal huisvestingsplan (IHP). Er is geen wet- of regelgeving vastgesteld die aangeeft op welke afstand voor een kind een basisschool aanwezig moet zijn. Er is wel een norm vastgesteld van 2 kilometer waarbinnen de gemeente een huisvestingsvraagstuk van een bestaande school moet oplossen.

Dus als er uitbreiding gewenst is op een school en een andere school heeft nog ruimte - en is gelegen binnen de 2 kilometer - dan kan het huisvestingsvraagstuk op die manier worden ingevuld. Er kunnen allerlei moverende redenen zijn om hiervan af te wijken, maar in de basis is deze norm in de gemeentelijke verordening vastgelegd. Huidige capaciteit Met de groei van Rijswijk neemt ook de vraag naar onderwijshuisvesting toe. Op basis van de woningbouwgegevens kan het aantal nieuwe kinderen worden ingeschat. Probleem hierin is wel dat de ruimteclaim dan nog niet kan worden afgestemd met een schoolbestuur. Een schoolbestuur zal eerst zijn aanvraag voor de start van een school moeten onderbouwen met handtekeningen van toekomstige ouders (landelijke wet Ruimte voor scholen). In een wijk die nog moet worden gebouwd is dit een ingewikkelde eis.

Referentienorm Ten aanzien van onderwijshuisvesting voor het basisonderwijs is er bestaande regelgeving. Deze regelgeving gaat uit van aantal leerlingen. Jaarlijks worden er prognoses gemaakt waar de bestaande woningbouwprogramma's in worden meegenomen. Waar nodig leiden deze prognoses tot aanpassing van het IHP. Deze prognoses zijn gebaseerd op actuele cijfers en daarmee exacter dan het stellen van een norm. Op deze wijze kun je directer sturen op de ontwikkelingen en zorgen dat er tijdig ruimte wordt gereserveerd voor onderwijs. In een vroeg stadium van gebiedsontwikkeling willen we er echter ook voor zorgen dat er indien nodig, een school wordt meegenomen in de planvorming. Benodigd In het IHP is met scholen afgestemd welke investeringen in de toekomst worden voorzien. Er ligt een uitvoeringsprogramma voor de komende 5 jaar. Uit dit programma blijkt: • • • •

In de Plaspoelpolder is geen ruimte voor een volwaardige basisschool. De oplossing moet gezocht worden in scholen in de omgeving. Voor De Piramide en De Melodie is een haalbaarheidsonderzoek gestart om te kijken of en hoe er mogelijkheden zijn voor uitbreiding. Bij IKC Buitenrijck geldt een piekopvang, deze zal voorlopig nog noodzakelijk zijn. De bouw van een school, een dislocatie, in Pasgeld is gepland. De verwachting is wel dat de woningen zijn gerealiseerd voor de school wordt

opgeleverd. Om te voorkomen dat leerlingen in Pasgeld niet terecht kunnen is onderzoek gedaan naar oplossingen en is er een locatie gevonden waar een tijdelijke school kan worden gerealiseerd tot de nieuwbouw gereed is. Uitwerking De huidige werkwijze zorgt ervoor dat wij, binnen de bestaande regelgeving, tijdig in nieuwe onderwijshuisvesting kunnen voorzien. Er wordt ook gekeken naar de geschiktheid van de locatie op de lange duur. Hierbij zijn prognoses het uitgangspunt voor de planvorming rondom basisscholen. 2.9

Voortgezet onderwijs

Samengevat: • •

Huidige situatie; 5 scholen Regionaal

Huidige situatie Rijswijk kent 5 scholen voor voorgezet onderwijs waarbij alle niveaus in Rijswijk vertegenwoordigd zijn. Voor het voorgezet onderwijs heeft de gemeente geen specifieke uitgangpunten of beleidskaders. In de praktijk gaat het bij voorgezet onderwijs om een regiofunctie. De afweging die door scholieren en hun ouders worden gemaakt ten aanzien van voortgezet onderwijs zijn ook niet lokaal. De blik wordt verbreed naar de regio en richt zich niet zozeer op de afstand tot een school. Dit zie je ook terug in de herkomst van de scholieren op het voortgezet onderwijs in Rijswijk (veel scholieren uit Den Haag) maar andersom ook in Delft (veel scholieren uit Rijswijk). Naast dit grensverkeer kiezen ouders en hun kinderen ook met regelmaat voor locaties die verder af liggen dan direct aangrenzende gemeente omdat de onderwijsvorm hen bijvoorbeeld meer aanspreekt. Niet alleen de groei van Rijswijk maar de situatie in heel Haaglanden is van invloed op de wisselende druk op het voorgezet onderwijs. We zetten ons in om in de regio, met omliggende gemeenten, die wisselende vraag naar voortgezet onderwijs op te vangen. Referentienorm Vanwege de regionale functie is een referentienorm op lokaal niveau niet de oplossing. Uitwerking Samen met de regio moet gekeken worden waar een VO-school het best ingepast kan worden.

Waar het overigens gaat over vervanging, zijn scholen voor voortgezet onderwijs opgenomen in het IHP.

2.10

Kinderopvang

Samengevat: • • • • •

Kinderdagverblijf: huisvesting niet wettelijk Veelal in samenwerking met scholen, Geen tekort (wel piekproblemen net als sport) Peuterspeelzaal: 1 per wijk, gemeentelijk beleid BSO; geen wettelijke taak huisvesting door gemeente

Huidige situatie In Rijswijk zijn 20 locaties van kinderdagverblijven (0-4 jaar) gevestigd met in totaal 919 kindplaatsen. Daarnaast zijn er 13 locaties peuteropvang (2-4 jaar) met in totaal 261 kindplaatsen. Al deze locaties van peuteropvang bieden ook voorschoolse educatie. Ook zijn er 29 locaties buitenschoolse opvang (4-12 jaar) met in totaal 1.433 kindplaatsen. Daarnaast zijn er op dit moment 21 gastouders actief die kinderen (0-12 jaar) opvangen met in totaal 121 kindplaatsen. Voor het aanbieden van kinderopvang heeft de gemeente geen wettelijke taak. De gemeente heeft alleen een wettelijke toezicht- en handhavingstaak op de kwaliteit van de kinderopvang. De gemeente heeft wel een wettelijke taak voor het realiseren van voldoende plekken voorschoolse educatie; voorschoolse educatie wordt uitgevoerd op de peuteropvanggroepen. Rijswijk kent in zijn beleid een onderscheid tussen kinderdagverblijven en peuterspeelopvang met en zonder vroegschoolse educatie. Over de huisvesting van kinderdagopvang kennen wij anders dan de wettelijke bepalingen geen voorschriften. De wettelijke bepalingen geven aan dat een opvanglocatie een minimale binnen- en buitenruimte moet hanteren per kind dat gebruikt maakt van de voorziening.

Voor peuteropvang is er wel gemeentelijk beleid vastgesteld in de nota Onderwijsachterstandenbeleid en peuteropvang van 2020 en in de kadernota jeugd en onderwijs. Op de peuteropvang wordt gewerkt met een gestructureerd, ontwikkelingsgericht educatief aanbod. De peuteropvang is bedoeld om ervoor te zorgen dat ieder kind goed voorbereid op de basisschool kan starten, ook voor die ouders die zelf niet de financiële mogelijkheden hebben voor een plek op een kinderdagverblijf. In ons beleid staat er opgenomen dat er in elke wijk tenminste 1 peuterspeelvoorziening moet zijn. Dit zegt dus niet dat elk kind in zijn eigen wijk naar een peuterspeelzaal moet kunnen. Mocht er in een andere wijk meer plek zijn dan is dat op basis van ons huidige beleid afdoende. Huidige capaciteit Buiten de nieuwe gebiedsontwikkelingen is er geen tekort aan kinderdagopvangplaatsen. Overigens geldt, net als bij de sportvoorzieningen, dat er niet altijd voldoende capaciteit is op de gewenste dagen. Het vastgesteld beleid stelt dat wij ernaar streven om in elke woonwijk een peuteropvang te realiseren. Op dit moment is dat ook de huidige situatie. Echter bij grote gebiedsontwikkelingen zal dit wel onze aandacht moeten hebben.

Hoewel het geen vaststaand beleid is stimuleren wij wel samenwerking tussen het basisonderwijs en de kinderopvang. Het realiseren van kinderopvang bij een basisschool kan, naast inhoudelijke samenwerking ook deels dubbelgebruik realiseren. Een deel van de ruimtes kan gedeeld worden. Referentienorm Er is geen bestaande norm voor kinderdagopvang. Het exploiteren van kinderopvang is ook aan de markt overgelaten. Daarbij zal zeker niet iedere ouder die de zorg voor (jonge) kinderen en werken combineert gebruik maken van een kinderdagverblijf in de eigen wijk, maar bijvoorbeeld voor opvang nabij de werkplek. Dat ligt voor de buitenschoolse opvang en peuteropvang anders. Om (grote) reisbewegingen te beperken moet een locatie voor buitenschoolse opvang in of dicht bij de basisschool gesitueerd zijn. Voor de peuteropvang geldt dat deze ook het liefst in of in de buurt van basisschool gesitueerd is. Zeker als het een peuteropvang met voorschoolse educatie betreft. Dit vanwege het realiseren van de benodigde samenwerking tussen de peuteropvang/voorschoolse educatie en de school/vroegschoolse educatie. Gelet op de gebiedsontwikkelingen kan volstaan worden met het uitgangspunt dat bij realisatie van een nieuwe basisschool gekeken wordt naar de mogelijkheid om hier extra m2 voor buitenschoolse opvang en kinderopvang/peuteropvang bij te realiseren.

Voor peuteropvang hanteren wij nu een norm van minimaal één voorziening per wijk.

Er is dus geen sprake van een tekort aan peuteropvang als wij uitgaan van 1 peuteropvanglocatie per wijk. Voor de groei zal per (nieuwe) wijk gekeken moeten worden naar de meest logische invulling van een peuterspeelzaal. Uitwerking De situatie voor peuteropvang kan zijn dat in sommige wijken de vraag groter is dan het aanbod. Echter kan er op hetzelfde moment ruimte zijn in andere wijken. Omdat het voor het kind gaat om het leren spelen met andere kinderen en het leren omgaan met een bepaalde structuur is het niet nodig dat de voorziening voor ieder kind in zijn eigen wijk beschikbaar is, maar geldt het uitgangspunt dat de voorzieningen voldoende in Rijswijk aanwezig moeten zijn en het liefst in de buurt van een basisschool. Met het huidige beleid voldoen we daaraan. Door voor de ontwikkeling van kinderdagverblijven aan te sluiten bij de ontwikkeling van basisscholen is het risico dat wij afhankelijk zijn van initiatieven en regelgeving voor de realisatie van een basisschool en van uitbreiding van bestaande scholen.

3.

Opgave

3.1

Vraag naar voorzieningen

De inventarisatie naar voorzieningen levert voorlopig het volgende beeld op: Huidige capaciteit

Totaal benodigd 2025

Tekort/ overschot 2025

Huisartsen

36.31 fte

28,6 fte

7,71 fte

Totaal benodigde groei tot 2040 3,8 fte

Tandartsen

13 praktijk

13 praktijk

-

5 praktijken

Fysiotherapeute n Apotheken Wijk- en ontmoetingscen tra Sportvoorzienin gen Binnenspor t Sporthal Buitenspor t Zwembad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=00ba8680-3fe9-4219-9fa0-27a393485004