CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25 036 Bijlage A Toelichting op Factsheet Staat van de Rijswijkse Jeugd

Forum Samenleving 9 september 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: RIB 25 036 Staat Rijswijkse Jeugd en Tussenstand Verantwoording4.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij Raadsinformatiebrief De Staat van de Rijswijkse Jeugd en Tussenstand Verantwoording Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp ’24-‘28 Toelichting bij Factsheet de Staat van de Rijswijkse Jeugd (corsanr. 25.039011) In het algemeen gaat het goed met de Rijswijkse jongeren. Uiteraard zijn er zaken die positief of negatief opvallen. In deze toelichting lichten we een aantal van deze zaken uit. Zaken die een goede indicatie geven van hoe het met de Rijswijkse jongeren gaat: 1. Demografie 2. Gezin 3. Gezondheid 4. Onderwijs 5. Veiligheid 6. Jeugdhulp en Wijkprofielen in Rijswijk Deze toelichting, die hoort bij de factsheet ‘De Staat van de Rijswijkse Jeugd’, volgt deze 6 (in de factsheet in 4 clusters) onderwerpen. We geven daar waar mogelijk nadere duiding aan, in enkele gevallen ter toelichting aangevuld met informatie die niet in de factsheet is opgenomen. Aan het eind van deze toelichting volgt een korte tekst over de relatie tussen de factsheet en het Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp ’24 – ’28 (de 3e bijlage bij de Raadsinformatiebrief). De factsheet (corsanr. 25.039011) en deze toelichting zijn beide bijlagen bij de Raadsinformatiebrief (corsanr. 25.036551 Raadsinformatiebrief bij factsheet en verantwoording). Een derde bijlage bij deze RIB is de ‘Tussenstand Verantwoording Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp ’24–‘28’ (corsanr.

25.038239). Leeswijzer bij de factsheet: • We presenteren de cijfers die bij ons bekend zijn, ofwel omdat we ze zelf registreren of uitvragen, ofwel omdat we ze uit (betrouwbare) openbare bronnen kunnen halen. • De cijfers worden met verschillende frequenties gemeten; sommige elk jaar, andere elke 4 jaar. • Daarom kunnen we in enkele gevallen een langere trend laten zien, bij de meeste indicatoren geven we de waarden van de laatste en voorlaatste meting. Als we deze factsheet jaarlijks presenteren, kunnen we die langere trends beter laten zien.

•

•

•

Dit is het landelijke cijfer dat hoort bij de indicator.

Dit betreft de stijging of daling in procenten ten opzichte van de vorige meting. Rijswijk in wijken en buurten: Wijk 1

Cromvliet / Leeuwendaal

Wijk 2

Bomenbuurt, Havenkwartier, Oud-Rijswijk, Rembrandtkwartier, Welgelegen

Wijk 3

Broekpolder, Hoornwijck

Wijk 4

Huis te Lande, Julianapark, Te Werve

Wijk 5

Plaspoelpolder

Wijk 6

Artiestenbuurt, Kleurenbuurt, Spoorzicht, Stationskwartier

Wijk 7

Muziekbuurt, Wilhelminapark

Wijk 8

Ministerbuurt, Overvoorde, Presidentenbuurt, Strijp

Wijk 9

Eikelenburg, Hoekpolder, Stervoorde

Wijk 10

Elsenburg, Haantje, Pasgeld, Sion

Wijk 11

Kraayenburg, Vrijenban

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 1 van 7

1. Demografie Inwoneraantallen Het aantal inwoners in de gemeente Rijswijk is met 14.295 inwoners toegenomen van 46.415 inwoners in 1995 tot 59.642 inwoners op 1 januari 2024 (dat is een toename van bijna 29%). Nb. op 17 mei 2024 is de 60.000-grens gepasseerd. Het aantal jeugdigen (onder de 19 jaar) nam nog sterker toe, namelijk met 40% sinds 2015. Vertaald naar aantallen betekent dit van 9.047 jeugdigen in 2015 naar 12.024 jeugdigen op 1 januari 2024. Een toename van 2.977 jeugdigen en dus een flinke stijging ten opzichte van 10 jaar geleden. Met name de toename van het aantal woningen in onder andere Rijswijk Buiten zorgt voor veel extra inwoners. Nu er minder (snel) gebouwd wordt, zien we een ‘trendbreuk’, want de groei van het aantal inwoners en jeugdigen vlakt nu enigszins af. De prognose is dat de gemeente Rijswijk de komende decennia doorgroeit naar 80.000 inwoners. Recreatief Bodemgebruik Niet opgenomen in de factsheet, en toch interessant om mee te nemen is het recreatief bodemgebruik. Het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) hanteert de term ‘recreatief bodemgebruik’ als indicator die weergeeft welk percentage van de grond in een gemeente of regio geschikt is voor recreatie. Dit zijn dus parken, sportterreinen, volkstuinen en terreinen voor dag- en verblijfsrecreatie.

De aanwezigheid van voldoende recreatiegrond vergroot de mogelijkheid voor kinderen om veilig en gezond te spelen en activiteiten te ondernemen. Daarmee draagt recreatiegrond bij aan het creëren van een sterke basis voor kinderen. Hier scoort Rijswijk bovengemiddeld met 28.1%, terwijl het gemiddelde in de regio 7% is, en landelijk slechts 2.5%. We hebben als gemeente dus veel ruimte voor onze jeugdigen om buiten te zijn, te spelen en te sporten.

2. Gezin Normaliseren Bij het opgroeien van elk kind is het gezin de allerbelangrijkste factor. Het maakt uit in welk huis je wieg heeft gestaan. In het najaar van 2023 heeft de gemeenteraad van Rijswijk de zogenaamde Normaliseringsagenda vastgesteld. In het kort komt ‘normaliseren’ hierop neer: de samenleving beoordeelt kinderen en jongeren op basis van een norm en problematiseert afwijkingen van die norm. De oorzaken worden in het kind zelf gezocht en het kost moeite om alle variaties te omarmen en iedereen te laten meedoen. Normaliseren betekent accepteren dat de ontwikkeling van kinderen vaak met hobbels verloopt en dat daar vaak lastig gedrag bij hoort. Ouders kunnen dat gedrag in goede banen leiden door geduld te hebben, te relativeren, en bij te sturen. In die brede blik op ontwikkeling past ook een focus op wat het kind wel kan, in plaats van uitgaan van problemen of een tekort. Opgroeien in rijkdom of armoede, een al dan niet stimulerende (gezins-)omgeving hebben grote invloed op het welzijn en (school)prestaties van jeugdigen. En ook op bijvoorbeeld weerbaarheid en minderwaardigheidsgevoelens. We refereren hier graag aan de 10 beschermende factoren voor gezond, veilig en kansrijk opgroeien zoals opgesteld door het Nederlands Jeugd Instituut (NJI): Toptien-positieve-ontwikkeling-jeugd_0.pdf.

Eénoudergezinnen De meeste éénoudergezinnen ontstaan door een scheiding van ouders. Na een scheiding daalt het inkomen in 16 procent van de eenoudergezinnen onder de armoedegrens. Hoewel kinderen die opgroeien in een eenoudergezin vaker probleemgedrag en emotionele problemen ontwikkelen dan hun leeftijdgenootjes in tweeoudergezinnen, en vaker slechter presteren op school, zijn de verschillen niet groot. Lagere ontwikkelingskansen van kinderen uit éénoudergezinnen komen vooral door een ongunstige financiële situatie van een deel van deze gezinnen (Bron: NJI). In Rijswijk is het percentage éénoudergezinnen de afgelopen jaren slechts licht gestegen: van 9% in 2019 naar 9,5% in 2024. Afgezet tegen de sterke inwonersgroei in die jaren, betreft het wel een groter aantal gezinnen, in absolute zin. Landelijk is het aandeel éénoudergezinnen met 23% (2023) veel groter (bron: Cijfers over gezinnen | Nederlands Jeugdinstituut). Armoede

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 2 van 7

De percentages bij de tabel ‘Huishouders met een inkomen dat tenminste 1 jaar onder 130% van het sociaal minimum is’ is voor Rijswijk als geheel in de afgelopen jaren licht gedaald, van 16,3% in 2019 naar 15,7% in 2023 (laatste peiling). Dat geldt ook voor het percentage voor ‘Kinderen met kans op armoede’, dat licht daalde van 14,3% in 2019 naar 13,3% in 2023. Het betekent echter nog steeds dat 1 op de 7 á 8 kinderen in Rijswijk de kans loopt in armoede op te groeien. Er zijn geen gegevens per wijk bekend, maar gelegd naast de SES-scores en ‘problematische schulden’ per wijk is het aannemelijk dat dat Rijswijkse gemiddelde per wijk flink kan verschillen. Dat kan dan ook kunnen gelden voor het aanbod aan ondersteuningsmogelijkheden dat vanuit de gemeente en haar maatschappelijke partners in die wijken aangeboden kan worden. Aanvullend hierop: de kans op opgroeien in armoede is groot als het gezin op bijstandsniveau leeft. In Rijswijk groeit 7,5% van de kinderen op in een bijstandsgezin (dat zijn 1.001 van de 13.356 jeugdigen), in de regio is dat 8,4%, landelijk een stuk lager: 5,7%. Problematische schulden In lijn met de eerder gepresenteerde SES-score, vallen ook bij huishoudens met problematische schulden de wijken 5 (Plaspoelpolder 38,5% in 2024) en 7 (Muziekbuurt, Wilhelminapark 32,1%) op.

Gevolgd door wijk 6 (Artiestenbuurt, Kleurenbuurt, Spoorzicht en Stationskwartier) met 26,3% in 2024 en wijk 4 (Huis te Lande, Julianapark en Te Werve) met 24,7%. Gezien de definitie van de SES-score en van ‘problematische schulden’ is dat verband logisch. De nieuwe definitie van een problematische schuld die de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) vanaf 1 juli 2024 hanteert luidt: ‘Een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijke persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Door deze gewijzigde definitie zijn de percentages in 2024 fors hoger dan in de voorgaande jaren.

3. Gezondheid We zagen de samenleving de afgelopen 10 jaar ook veranderen. Denk aan de invloed van internet en social media, aan de prestatiedruk die kinderen ervaren of het zogenaamde FOMO (Fear Of Missing Out), de angst om iets te missen of er ‘niet bij te horen’. Het lijkt wel of onze kinderen steeds meer ‘moeten’. Ook zien we dat men tegenwoordig ook eerder problematiseert en hogere eisen stelt aan de overheid om (te helpen) op te lossen. Prestatiedruk en stress Het meten van die gevoelde prestatiedruk is pas van recente datum. We kunnen alleen constateren dat het percentage jeugdigen dat dit voelt op 32,1% staat (in 2023). Volgens de Gezondheidsmonitor Jeugd geeft landelijk 34,5% van de jeugdigen van 12 tot en met 16 jaar aan ‘regelmatig of vaak druk te voelen om aan hun eigen verwachtingen of verwachtingen van iemand anders te voldoen, waaronder druk vanuit: ouders/verzorgers, school en vrienden/vriendinnen’. Tweejaarlijks is er een meting in de GGD Monitor van de ‘ervaren stress’ onder jongeren. We zien dat in Rijswijk dat percentage is gestegen van 46,2% in 2021 (Coronajaar) naar 50,6% in 2023. We weten dat Corona een grote impact heeft gehad op het welbevinden van jongeren, en dat er ook een ‘nasleep’ van die effecten is. Dat maakt het duiden van de stijging wat lastig.

Maar wie de ontwikkelingen volgt, kan beamen dat de sociale druk op onze jongeren eerder toeneemt dan afneemt. Een zorgelijke ontwikkeling. Voor het meten van psychische klachten bestaat een internationale standaard meetmethode, de Mental Health Inventory, kortweg MHI-5. De 5 vragen betreffen gevoelens als ‘zenuwachtigheid’, ‘neerslachtigheid en somberheid’, ‘geluk’’, ‘kalmte en rust’ en ‘in de put zitten en opvrolijken’. De Rijswijkse jeugdigen scoren hier in 2023 licht hoger dan landelijk gemiddeld, namelijk 28% ten opzichte van 27%. Gelukkig is de Rijswijkse score verbeterd sinds de vorige meting in 2021 (31,7%). Fysieke gezondheid Waar we ons zorgen maken over onze jeugdigen op het mentale vlak, zien we op het fysieke vlak positievere ontwikkelingen. We zien dat in 2023 47,1% van de jeugdigen 5 of meer dagen per week minimaal 1 uur per dag beweegt (tabel…), ten opzichte van 38,5% in 2021. En het aantal jeugdigen dat ‘wekelijks sport op een club of in de sportschool’ is gestegen van 63,3% in 2021 naar 71,2% in 2023. Het lijkt er dus op dat onze jongeren meer en vaker bewegen en sporten. De ‘slag om de arm’ is dat 2021 een Coronajaar was, waarin georganiseerd sporten minder goed mogelijk was en sportscholen

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 3 van 7

gedeeltelijk gesloten waren. We kunnen hopen dat het een positieve trend is die zich voortzet, dat het en ‘natuurlijke’ reactie van onze jongeren is op de toegenomen prestatiedruk en stress.

4. Onderwijs Onderwijs speelt ook een belangrijke rol in het leven en opgroeien van kinderen. Niet alleen brengen jeugdigen er veel tijd door gedurende hun leerplichtige jaren, ook wordt de invloed van de sociale omgeving die school is steeds groter. Zeker in de puberleeftijd zijn vrienden en schoolgenoten van grote invloed op het gedrag en de ontwikkeling van jeugdigen. De beginjaren in het voortgezet onderwijs zijn de jaren waarin de 12- en 13-jarigen het meest beïnvloedbaar zijn. We zien ook steeds vaker in die leeftijdscategorie de eerste criminele activiteiten ontstaan. Bepalend voor de relatie onderwijs-jeugdhulp zijn de gezinsomstandigheden: we weten al langere tijd dat kinderen die opgroeien in de lagere sociaaleconomische milieus een grotere kans hebben op schooluitval, en meestal lager presteren op school (terwijl dat niet per se veroorzaakt wordt door intelligentieniveau) in vergelijking met klasgenoten uit hogere sociale milieus. Bij de start van de basisschool is het verschil in woordenschat tussen deze kinderen vaak al groot. En voor kinderen met een migratieachtergrond en gezinnen waar de thuistaal geen Nederlands is, speelt dit vaak extra (in het gezin is geen tot weinig Nederlands taalaanbod en is relatief vaker sprake van werkloosheid en/of een laag inkomen). Daarnaast spelen bij deze gezinnen ook de culturele verschillen mee.

In Nederland verwachten we dat ouders educatief partner zijn van het onderwijs, in andere landen/culturen is die verwachting er minder. Voortijdig Schoolverlaten We hebben gekozen voor 2 indicatoren in het onderwijs die iets zeggen over het ‘wel en wee’ van onze jongeren: het voortijdig schoolverlaten en het absolute verzuim. ‘Voortijdig Schoolverlaten’ impliceert dat jongeren tussen de 12 en 23 jaar het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie: Iemand beschikt over een startkwalificatie wanneer hij minimaal een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-diploma op niveau 2 heeft. Dit is het minimale niveau wat nodig wordt geacht om een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt te verwerven. We zien de afgelopen jaren het percentage Voortijdig Schoolverlaten stabiel blijven op iets meer dan 2%, met uitzondering van 2021 toen in Coronatijd dat percentage daalde tot 1,6%. In 2023 was het percentage 2,3%, op de totale jongerenpopulatie (12.222 in 2023) zou het dan om 281 jongeren gaan waarvan we kunnen verwachten dat ze het onderwijs zonder startkwalificatie verlaten en mogelijk lastig een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt weten te verwerven.

Schoolverzuim Dan het ‘absolute verzuim’, de definitie: het aantal leer- of kwalificatie plichtige jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. De periodeaanduiding '2022' staat voor schooljaar '2021/2022'. Dat percentage schommelde in Rijswijk tussen de 4% en 3%, met een uitschieter in 2020 van 6,6%. Het lastige bij metingen in het onderwijs is dat veel Rijswijkse leerlingen in andere gemeenten (vooral Den Haag en Delft) naar school gaan, terwijl de Rijswijkse scholen voor een groot deel bezocht worden door leerlingen uit andere gemeenten (ook hier, vooral Den Haag en Delft). De invloed van de gemeente Rijswijk is vanzelfsprekend aanwezig voor de Rijswijkse scholen, maar beperkt voor de scholen in andere gemeenten. Dat betekent iets voor ons beleid en de inzet van onze ondersteuningsmogelijkheden.

5. Veiligheid Gedrag en criminaliteit Eerder in deze toelichting zeiden we al iets over de steeds jongere leeftijd waarop jongeren in aanraking komen met criminaliteit. Dat is niet direct terug te zien in de tabel ‘Jeugdcriminaliteit’, want daar zien we het aantal HALT-verwijzingen per 1000 inwoners van jongeren tussen de 12 en 18 jaar in eerste instantie dalen van 15 verwijzingen in 2019 naar 11 in 2024, met als laagste aantal 7 in 2023. Landelijk

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 4 van 7

is ook bekend dat jongeren zich steeds vaker schuldig maken aan ernstigere vormen van criminaliteit. Zaken die niet meer met een HALT-straf kunnen worden afgedaan. Het aantal ‘Politieregistraties Overlast Jeugd’ is toegenomen van 197 in 2019 naar 268 in 2024. Het betreft het aantal incidenten uit registraties in politiesystemen per 10.000 inwoners. Een stijging van 36% in 5 jaar tijd. En dat is fors. Signalen uit de samenleving geven inderdaad aan dat het aantal incidenten lijkt te zijn toegenomen, betere registratie kan ook een factor zijn. Hoeveel het aandeel daarvan op de totale aantallen is, is niet bekend. Dan het percentage jeugdigen dat in aanraking komt met jeugdreclassering: een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar die voor hun 18e verjaardag met de politie of een leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Dat percentage ligt op 0,3% (2024) en 0,5% in 2022 en 2023. Kindermishandeling en jeugdbescherming In Nederland heeft 40% van de bevolking ooit te maken gehad met huiselijk geweld en in 58% van de gevallen van huiselijk geweld is er sprake van gezinsverband waarbij vooral jonge kinderen onder de 6 jaar getuige zijn van geweld. Kinderen die te maken krijgen met vormen van mishandeling lopen eerder de kans in aanmerking te komen voor jeugdhulp.

Voor een indicatie van de veiligheid van de jeugdigen zelf kijken we naar cijfers over kindermishandeling en de inzet van Jeugdbeschermingsmaatregelen die door een rechter zijn opgelegd. Het aantal meldingen van kindermishandeling per 100.000 inwoners is tussen 2019 en 2024 licht gestegen van 636 naar 656, een toename van 3%. Tegelijkertijd zien we dat het aantal meldingen in de periode 2021–2023 piekte, met gemiddeld 767 meldingen per 100.000 inwoners. Vergeleken met dat gemiddelde is het aantal meldingen in 2024 met 14% gedaald. Het is op dit moment niet aan te geven welke oorzaken daaraan ten grondslag liggen. We weten wel dat de registratie is verbeterd, waardoor het aantal meldingen kan zijn toegenomen. Er is mogelijk een correlatie met huiselijk geweld in bredere zin, waarvoor (met name huiselijk geweld tegen vrouwen) in Rijswijk veel bestuurlijk maatschappelijke aandacht is. Daar kan nader onderzoek meer licht op werpen. Het aantal Jeugdbeschermingsmaatregelen is tussen 2019 en 2023 gestegen met 18,2%, van 110 naar 130 maatregelen. Echter in 2024 zien we een daling met 7,7% naar 120 maatregelen. Maar het betekent een stijging met 9,1% t.o.v. 2019. Een rechter kan een dergelijke maatregel dwingend opleggen ter bescherming van het kind bij onveilige situaties in een gezin.

Het kan gaan om één van deze twee maatregelen: • Een ondertoezichtstelling (ots) waarbij de ouders verplicht hulp en ondersteuning bij het opvoeden krijgen of • Een gezagsbeëindigende maatregel waarbij de ouder(s) het gezag over het kind verliest.

6. Jeugdhulp en Wijkprofielen in Rijswijk De Jeugdwet als openeinderegeling De Jeugdwet heeft een open karakter en fungeert als een vangnet. Het inzetten van jeugdhulp en -zorg is vanuit de wet nadrukkelijk niet het doel maar een instrument om kinderen en jongeren gezond en veilig te laten opgroeien en mee te laten doen in de maatschappij. We melden dat hier om aan te geven dat de invloed van de gemeente op het gebruik van jeugdhulp zijn beperkingen geldt. Met het Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp (zie hieronder kort en uitgebreid in de Tussenstand Verantwoording Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp '24-'28, corsanr. 25.038239) nemen we maatregelen de toekenning en het gebruik van jeugdhulp te beheersen. Wettelijke Verwijzers Er zijn verschillende ‘ingangen’ voor een jeugdige om verwezen te worden naar enige vorm van jeugdhulp of -zorg. Huisartsen zorgen voor bijna 50% van de verwijzingen, zij hebben daartoe (net als de GI’s en de jeugdartsen) een wettelijk mandaat via de Jeugdwet. De invloed daarop door de gemeente is beperkt, de inzet van de Praktijkondersteuners Jeugd (POH-J) is een mogelijkheid om jeugdigen op een andere manier te ondersteunen dan via toeleiding naar de professionele jeugdhulp. Voor 2025 staan gesprekken met de huisartsen en Hadoks op het programma, gericht op verdere uitbreiding van

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 5 van 7

de uren voor POHJ. Een ander opvallend cijfer is de stijging van het aantal verwijzingen door de gemeente zelf (lees: het jeugdteam) van bijna 13% naar bijna 16%. We zien graag minder verwijzingen door huisartsen en GI's en in plaats daarvan meer verwijzingen foor ons jeugdteam. Daarmee groeit onze invloed op de inzet van ondersteuning en dus ook op de kosten. Ontwikkelingen in zwaarte van de gevraagde jeugdhulp Zorgaanbieders geven het signaal dat de hulpvraag van jeugdigen aan het verschuiven is naar zwaardere vormen van ambulante jeugdhulp. Er worden intensievere trajecten ingezet, waarbij het aantal uren en de duur toenemen. Dit is een landelijk waar te nemen trend. Ook in Rijswijk zagen we het aantal jeugdigen in ambulante zorg toenemen de afgelopen 3 jaar, van 1.452 in 2022 naar 1.589 in 2024, terwijl het aantal jeugdigen in 'verblijf’ in 2023 en 2024 (respectievelijk 97 en 98 jeugdigen) stabiel bleef. Jeugdigen in Jeugdhulp Voor dit onderwerp uit de factsheet kijken we eerst naar het absolute aantal jeugdigen dat enige vorm van jeugdhulp ontving in Rijswijk. Al jaren laat het aantal jeugdigen dat jeugdhulp krijgt een stijgende lijn zien, die geresulteerd is in een aantal van 1688 in 2024. Dat waren er in 2019 nog 1359. Een toename van 24%. Dat is een landelijk herkenbaar beeld.

Vandaar ook dat het de grote aandacht heeft op alle niveaus, van de Hervormingsagenda op rijksniveau tot het Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp ’24 – ’28 in Rijswijk zelf. We willen dat aantal jeugdigen in enige vorm van jeugdzorg terugdringen naar 1 op de 10, in plaats van de 1 op 8 nu. Het verschil tussen de aantallen van het Servicebureau Jeugdhulp en de aantallen van de gemeente Rijswijk zelf is eenvoudig te verklaren: het SBJH registreert de betalingen en de gemeente registreert de toekenningen. En in de praktijk worden niet alle toekenningen volledig gebruikt, zijn er meer uren/behandelingen toegekend dan uiteindelijk gefactureerd worden. De SES-score Waarom is de SES-score belangrijk? Naast het gezin waarin een kind opgroeit speelt ook de buurt een rol: hoe is de sfeer in de wijk, is het er veilig, is er ruimte om te spelen, is er groen? Het geeft ons als gemeente de mogelijkheid om nader onderzoek te doen naar de vraag in welke wijk bepaalde investeringen en veranderingen het meest noodzakelijk zijn. We weten dat er een verband is tussen de welvaart in een wijk en het welbevinden van de inwoners ervan. De SES-score meerjarig volgen geeft een indicatie of de situatie verbetert of verslechtert. De zogenoemde SES-score zegt iets over de welvaart in een stad (zie factsheet bladzijde 4)*.

Zoals uit de grafiek blijkt is een stad als Rijswijk geen homogeen geheel, er zijn verschillen tussen de diverse wijken en buurten. De laagste scores zijn voor wijk 7 (Muziekbuurt en Wilhelminapark, -0,294 in 2023), wijk 5 (Plaspoelpolder, -0,282) en wijk 9 (Eikelenburg, Hoekpolder, Stervoorde, -0,162). Waarbij wijk 5 grotendeels uit bedrijven bestaat. Beter is het dan wijk 6 (Artiestenbuurt, Kleurenbuurt, Spoorzicht, Stationskwartier, score -0,129) te vergelijken met de score van geheel Rijswijk. Dan is zichtbaar waar mogelijke problemen zich kunnen manifesteren. De SES-score en jeugdhulp Er zijn verschillen tussen de Rijswijkse wijken als het gaat om het percentage jongeren met jeugdhulp. Zo ligt bijvoorbeeld het Jeugdzorggebruik in wijk 9 (Eikelenburg, Hoekpolder, Stervoorde) op 14,9%, in wijk 2 (Bomenbuurt, Havenkwartier, Oud-Rijswijk, Rembrandtkwartier, Welgelegen) op 14,5% en in wijk 10 (Elsenburg, Haantje, Pasgeld, Sion) op 14,5%. Opvallend is dat de wijk met de laagste SES-score, wijk 7 (Muziekbuurt, Wilhelminapark) met 8,4% jeugdhulp een stuk lager scoort dan op basis van de SES-score verwacht kon worden. Het kan zijn dat in deze wijk het zelfoplossend vermogen van ouders en jeugdigen groter is, dat het sociale netwerk beter werkt, of men weet de weg naar hulp niet te vinden. Daar zou nader onderzoek naar gedaan kunnen worden.

7. Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp ’24 – ‘28 In de ‘Tussenstand Verantwoording Uitvoeringsprogramma Kostenbeheersing Jeugdhulp ’24 – ‘28’ (onderdeel van deze Raadsinformatiebrief) gaan we nader in op de lokale maatregelen die we in Rijswijk * SES staat voor Sociaal-Economische Status, deze breed toepasbare objectieve score geeft aan wat de relatieve status van de wijk of

buurt is in termen van de drie gangbare pijlers van een SES-score; inkomen/vermogen, opleidingsniveau en arbeid.

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 6 van 7

hebben genomen om het aantal jeugdigen in jeugdzorg terug te dringen, zonder daarbij het menselijke aspect uit het oog te verliezen. Het gaat immers om veelal kwetsbare jeugdigen. Met dit programma willen we ook de kosten van jeugdhulp voor onze gemeente structureel omlaag brengen. Er spelen echter meer factoren een rol, factoren die het gebruik en de kosten van jeugdhulp alsnog kunnen doen stijgen.

8. Tot slot Met dit factsheet geven we inzicht in een aantal van de relevante indicatoren voor het ‘wel en wee’ van de Rijswijkse jeugdigen. We hebben hierbij keuzes gemaakt uit een enorme hoeveelheid aan beschikbare informatie. Daarbij is geprobeerd enige duiding te geven bij de cijfers. Dat is lastig door de hoeveelheid relevante die een rol spelen en die vaak niet of nauwelijks beïnvloedbaar voor ons als gemeente. Welke causale verbanden of correlaties zien we, waar liggen onze mogelijkheden om met lokaal beleid invloed uit te oefenen, waar kunnen we verschil maken? Dat zijn vragen waarmee we de komende tijd aan de slag gaan. Leren van andere gemeenten, en ook zelf ontdekken. We gaan het beeld dat we nu geven jaarlijks herhalen en verder verdiepen. Op dit moment bereiden we een herijking van het jeugdbeleid voor. Daarmee kunnen we nadere invulling geven aan het huidige beleid en spelen we in op nieuwe ontwikkelingen. En de effecten er van beschrijven in een volgende factsheet.

21-5-2025 15:30:00 / 25.038388

pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=73fb40f7-ce23-4c04-a8f7-9798eb15bbf9