CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 24 099 Bijlage A Probleemanalyse Preventie met gezag

Forum Samenleving 4 februari 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: RIB 24-099 Voortgang en probleemanalyse preventie met gezag5.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- Tussenversie -

Deze versie van de probleemanalyse wordt nog ter toetsing voorgelegd aan ketenpartners, professionals en beleidsmedewerkers die voor de analyse zijn gesproken. Dit kan nog leiden tot een aanpassing (op onderdelen) van de probleemanalyse.

1

Probleemanalyse Preventie met gezag Rijswijk Bijlage bij de raadsinformatiebrief Preventie met gezag Rijswijk, 3 december 2024 Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft de gemeente Rijswijk geselecteerd voor het landelijk programma ‘Preventie met gezag’ [Pmg]. Daarbij heeft het ministerie gekeken naar vier indicatoren op basis van relatieve criminaliteitscijfers (aantal registraties per 10.000 inwoners). Het doel van de probleemanalyse is zicht krijgen op de lokale problematiek met (ondermijnende en georganiseerde) jeugdcriminaliteit in Rijswijk. De probleemanalyse is gebaseerd op data van de gemeente, politie, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en ketenpartners. Daarnaast zijn beschikbare onderzoeken en signalen van Rijswijkse partnerorganisaties en medewerkers in de gemeentelijke uitvoering geanalyseerd. Bijlage 1 in dit document bevat een overzicht van de partijen die een bijdrage hebben geleverd. Deze rapportage bevat de belangrijkste conclusies, bevindingen en cijfers van de probleemanalyse. Om een beeld te geven van de situatie in Rijswijk bespreken we in deze rapportage: 1. De context van de gemeente Rijswijk; 2. De invloed van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit op (jonge) kinderen; 3. Specifieke doelgroepen die actief zijn of carrière maken in de (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit.

Scope en methode Voor de probleemanalyse is een inventariserend onderzoek uitgevoerd. Om focus aan te brengen in het programma Pmg is daarbij de nadruk gelegd op zorgwekkende trends en ontwikkelingen en op jeugdigen die (een verhoogd risico hebben op) toetreden en afglijden in de jeugdcriminaliteit. Dat neemt niet weg dat het met het merendeel van de Rijswijkse jeugdigen goed gaat. De probleemanalyse moet daarom in een breder perspectief worden bezien. De basis voor de probleemanalyse is gelegd met de data-analyse en (wetenschappelijke) inzichten uit landelijke en regionale onderzoeken. Daarnaast is met partnerorganisaties en met professionals uit Rijswijk de huidige situatie in de gemeente besproken, met bijdragen vanuit ieders eigen ervaring en expertise. De verschillende bronnen zijn onderling met elkaar getoetst: herkennen partners en professionals elkaars signalen en herkennen zij de trends uit data en onderzoek? En kunnen we andersom de signalen van partners en professionals toetsen en onderbouwen met data en onderzoek? Vaak bleken signalen en verschillende bronnen goed bij elkaar aan te sluiten. Tot slot duiden we in de rapportage de aard en omvang van trends en signalen zo specifiek mogelijk. Waar mogelijk geven we specifieke aantallen weer. In andere gevallen worden alleen signalen of vermoedens benoemd.

Dat past bij een fenomeen (criminaliteit) dat zich aan instanties onttrekt en dat snel verandert. We rapporteren signalen en vermoedens als meerdere partners of professionals deze onderschrijven of wanneer signalen aansluiten bij trends in data en/of landelijk onderzoek. We vragen voorzichtigheid met conclusies over hoe vaak dat voorkomt, maar dat het voorkomt geeft voldoende aanleiding tot verder onderzoek en tot handelen vanuit het programma Pmg.

2

Conclusie probleemanalyse Gemeente Rijswijk is een middelgrote gemeente met grootstedelijke problematiek en met grootstedelijke invloeden. Bij een deel van de inwoners stapelen kwetsbaarheden zoals bijvoorbeeld op armoede en meervoudige problematiek in (eenouder)gezinnen zich op. Een deel van de Rijswijkse kinderen en jongeren groeit daarmee op in een kwetsbare omgeving met meer risico’s op criminaliteit. Daarnaast zien we dat grenzen tussen wijken en gemeenten in het dagelijks leven van weinig betekenis zijn. Kinderen en jongeren ontmoeten elkaar dagelijks op school, op straat en online. Dat inwoners over gemeentegrenzen heen bewegen, zien we ook bij incidenten op en rond scholen, bij jeugdoverlast, bij jeugdcriminaliteit en bij (volwassen) ondermijnende criminaliteit. Een effectieve aanpak vraagt dus keuzes voor doelgroepen en samenwerking tussen partners en gemeenten: zet je (bijvoorbeeld) in op Haagse jongeren die in Rijswijk actief zijn in de jeugdcriminaliteit of op Rijswijkse jeugdigen die vooral in andere gemeenten actief zijn met overlast en jeugdcriminaliteit? Kijkend naar de invloed van criminaliteit op (jonge) kinderen, dan zien we allereerst dat de online leefwereld en de digitale verbinding via apps en social media grote impact hebben op het leven van kinderen en jongeren. Criminaliteit raakt hier eenvoudig mee vermengd.

Online is het aanbod van criminaliteit en criminele klusjes binnen handbereik. Tegelijkertijd is de onlinewereld voor veel ouders, organisaties en professionals een ‘black box’. In die context delen professionals en partnerorganisaties uit Rijswijk ook hun zorgen over kwetsbare kinderen en jongeren die slachtoffer worden van ronselen, verleiding of dwang om strafbare feiten te plegen. Dat gaat om verschillende groepen (jonge) jeugdigen die om verschillende redenen kwetsbaar zijn. Tot slot is gekeken naar jeugdigen die volgens politieregistraties in de (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit actief zijn. Daarmee kunnen we ook aantallen duiden. Van de circa 16.000 kinderen en jongeren tot 25 jaar in Rijswijk, blijkt dat circa 420 jeugdigen een verhoogd risico lopen om door de politie verdacht te worden van een drugsdelict. In 2023 zijn 225 personen (tot 27 jaar) uit Rijswijk verdacht van enig misdrijf. Uit een verdiepende analyse komen 117 personen (tot 27 jaar) uit Rijswijk naar voren die mogelijk behoren tot de doelgroep van Preventie met gezag. Van die 117 personen behoren 42 personen mogelijk tot de groepen ‘doorgroeiers’ en ‘harde kern’. Concluderend zien we in Rijswijk met (ondermijnende) jeugdcriminaliteit een fenomeen dat zich regionaal ontwikkelt.

Ook in Rijswijk is deze criminaliteit aanwezig en ook in Rijswijk is er een voedingsbodem voor (jeugd)criminaliteit. Met de meeste kinderen en jongeren gaat het goed, maar een deel van hen is (extra) kwetsbaar voor criminele invloeden, verleiding en dwang. Daarbinnen zien we een kleine groep van circa 117 jongeren en jongvolwassenen die ook zichtbaar in de criminaliteit actief zijn. Daarbinnen is een groep van 42 jeugdigen verantwoordelijk voor een relatief groot aantal van de gepleegde delicten en relatief zwaar deel van de gepleegde delicten.

3

1. Algemeen beeld: de context van de gemeente Rijswijk Rijswijk is een middelgrote gemeente met grootstedelijke problematiek en met grootstedelijke invloeden. Daarmee heeft ook de gemeente Rijswijk een mogelijk voedingsbodem voor (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit1. In het bijzonder vallen de volgende zaken op: 1. Rijswijk heeft relatief veel kinderarmoede2: 1 op de 7,6 kinderen (13,2%) groeit op in een gezin met een laag inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Ook heeft Rijswijk relatief veel eenoudergezinnen in armoede. Het aandeel kinderarmoede is landelijk en regionaal gezien hoog: in de regio heeft alleen de gemeente Den Haag meer kinderarmoede (15,2%). 2. Ook in breder perspectief is Rijswijk kwetsbaar op armoede en bestaanszekerheid. Tussen 2011 en 2022 is in vrijwel alle gemeenten het aantal personen met een laag inkomen gedaald, maar niet in Rijswijk. In deze periode is ook de inkomensontwikkeling achtergebleven en is het aantal bijstandsuitkeringen bovengemiddeld toegenomen. 3. Professionals in de gemeentelijke uitvoering zien een toename van zware, meervoudige problematiek in gezinnen. Een analyse van de stapeling van achterstanden op het gebied van inkomen, werk, opleiding, gezondheid, veiligheid, huisvesting en woonomgeving (de MDIscore3) bevestigt het grootstedelijk karakter van de problematiek in de gemeente Rijswijk.

De ontwikkeling van kwetsbaarheden en grootstedelijke problematiek is niet los te zien van de demografische ontwikkeling van Rijswijk. Sinds 2011 is het aantal huishoudens in Rijswijk met 16% gestegen. Dat is beduidend hoger dan het landelijk gemiddelde (10%)4. De prognose is dat het aantal inwoners in Rijswijk tot 2050 verder toeneemt met 47% ten opzichte van 20235. Het percentage sociale huur in corporatiebezit in Rijswijk bedraagt 28,3%6 (1/1/2024), tegen 28,6% landelijk. Dit is gebaseerd op een eigen analyse van directe gegevens uit de BAG. Wanneer we uitgaan van de CBS data die het percentage sociale huurwoningen in Rijswijk aangeeft, dan betreft dit het door CBS geschatte/berekende percentage sociale huurwoningen van zowel corporaties als van andere verhuurders. Er zijn namelijk ook institutionele/commerciële vastgoedbeleggers en particuliere beleggers die woonruimte met een sociale huurprijs verhuren in Rijswijk. Als we die cijfers ook meenemen, komen we op 32,6%. Deze woningen worden regionaal toegewezen via Woonnet Haaglanden. Door het regionale woningtekort komen mensen met verschillende achtergronden vanuit de regio naar Rijswijk. Zo zien meerdere partnerorganisaties en professionals in de gemeentelijke uitvoering een toename van het aantal eenoudergezinnen die na een echtscheiding

Zie voor een toelichting op risicofactoren en beschermende factoren bijvoorbeeld: Van Wijk, W., van Esseveldt, J., Broekhuizen, J. & Bervoets, E. (2021). Jongeren en georganiseerde drugscriminaliteit in de regio Den Haag: Een onderzoek naar aard, omvang, voedingsbodems en preventie. 2 De analyse van kinderarmoede, armoede en bestaanszekerheid is sterk gebaseerd op de analyse van professor Koen Caminada van Leiden University, tevens lid van de Commissie Sociaal Minimum. Professor Caminada heeft begin 2024 een analyse gepresenteerd over bestaanszekerheid en armoede in de gemeente Rijswijk. De cijfers in de analyse van de voedingsbodem voor criminaliteit zijn afkomstig uit de analyse van professor Caminada, het CBS en de gemeente Rijswijk. 3 MDI staat voor Multi Deprivation Index, oftewel de Meervoudige Achterstands Index. In de analyse refereren we naar het onderzoek: Dagevos, J., et al. (2022). Werelden van verschil. Achterstandsproblematiek in Nederland in kaart gebracht. Het PON & telos. 4 Meerdere partnerorganisaties – waaronder de politie – geven aan dat de sterke bevolkingsgroei niet wordt bijgebeend in capaciteit. Door de bevolkingsgroei wordt het personeelstekort dus versterkt. 5 De prognose is afkomstig van het dashboard Rijswijk In Cijfers (https://rijswijk.incijfers.nl/dashboard/).

6 Het percentage 28,3% betreft het aandeel sociale huurwoningen in eigendom van woningcorporaties per 1 januari 2024, tegen 28,6% landelijk. Met dit percentage zit de gemeente Rijswijk iets onder het landelijk gemiddelde. 1

4

(veelal vanuit Den Haag) in Rijswijk komen wonen7. In lijn met deze signalen geeft ook politie aan dat zij stalkingsproblematiek tegenkomen waarbij het slachtoffer in Rijswijk is komen wonen en de stalker in Den Haag woont. Daarnaast valt het aantal inwoners op met een niet-westerse migratieachtergrond (23,9%). Dat aandeel stijgt ook harder dan gemiddeld. Volgens partnerorganisaties en professionals zitten daarin specifieke kwetsbaarheden voor kinderen en jongeren. Zij wijzen op de effecten van taalbarrières bij ouders en op taalachterstanden bij kinderen. Professionals zien een toename van kinderen die tolken voor ouders, ook bij gevoelige onderwerpen als uitkeringen en schulden, en wijzen op het belang van cultuursensitief werken. Voor kwetsbare kinderen en jongeren is het essentieel rekening te houden met cultuurspecifieke drempels, gewoontes en taboes. Zo zorg je dat hulpverlening effectief is doordat het aansluit bij de normen en waarden van de mensen en gezinnen. De hier beschreven kwetsbaarheden komen voor in alle wijken, maar binnen specifieke buurten komen kwetsbaarheden sterker samen. Van oudsher is de Muziekbuurt een kwetsbare wijk in Rijswijk, maar uit cijfers van de gemeente Rijswijk en uit signalen van partners en professionals blijkt dat ook in andere buurten kwetsbaarheden (extra) samenkomen.

Het gaat bijvoorbeeld om (delen van) Stervoorde, het Havenkwartier, het Stationskwartier, de Ministerbuurt en de locatie het Hof van Elsenburg. Concluderend is er in Rijswijk sprake van grootstedelijke problematiek met een opeenstapeling van achterstanden en kwetsbaarheden. In de regio stijgt gemeente Den Haag er qua sociale problematiek bovenuit, maar gemeente Rijswijk lijkt qua sociale problematiek mee te groeien met Den Haag. De demografische groei en ontwikkeling draagt daaraan bij. Een deel van de Rijswijkse kinderen en jongeren groeit dus op in een kwetsbare omgeving. Kanttekening sociale problematiek Bij deze analyse van kwetsbaarheden en sociale problematiek plaatsen we een kanttekening. Deze problematiek kan niet vanuit Preventie met gezag worden opgelost. Grootstedelijke problematiek vraagt inzet vanuit het sociaal domein in samenwerking met andere domeinen. De onderliggende kwetsbaarheden hangen niet alleen samen met risico's op criminaliteit, maar ook met opgaven op het gebied van bijvoorbeeld bestaanszekerheid, kansengelijkheid, jeugdhulp en huiselijk geweld. We geven de context weer om samenhang tussen domeinen zichtbaar te maken. Gemeentegrenzen vervagen De gemeente Rijswijk ligt aaneengesloten tussen de gemeenten Delft en Den Haag. In het dagelijks leven zijn de grenzen tussen wijken en gemeenten echter van weinig betekenis.

Kinderen, jongeren en jongvolwassenen uit verschillende wijken en gemeenten ontmoeten elkaar dus dagelijks. Jeugdigen gaan over gemeentegrenzen heen naar school en ontmoeten elkaar online en op straat.

Dit signaal sluit aan bij cijfers over eenoudergezinnen: in Rijswijk is 30,4% van de gezinnen een eenoudergezin. Dat aandeel is in lijn met (grote) steden als Den Haag (30,2%), Delft (29,5%) en Rotterdam (36,3%). Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardbevolking/regionaal/alleenstaanden. Wel stijgt het aantal eenoudergezinnen in Rijswijk harder dan in deze steden. Tussen 2010 en 2024 is het aantal eenoudergezinnen in Den Haag met 16,6% toegenomen, in Delft met 16,7% en in Rotterdam met 15,2%. In Rijswijk is het aantal eenoudergezinnen tussen 2010 en 2024 met maar liefst 58,3% toegenomen. Bron: Statline CBS. 7

5

Dat gemeentegrenzen vervagen raakt alle aspecten van het leven, dus ook jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. Zo zien vier vmbo-Voortgezet Onderwijs (VO) scholen in Rijswijk afgelopen jaren een toename van (ernstige) incidenten: van afpersing en drugshandel tot geweldsincidenten. Wel verschilt het aantal incidenten tussen de scholen. Op deze vier scholen zitten opvallend veel leerlingen uit Den Haag: Rijswijkse jongeren gaan juist vaker in andere gemeenten naar de middelbare school, bijvoorbeeld in Delft. Een groot deel van de incidenten op en rond Rijswijkse VO-scholen wordt veroorzaak door leerlingen die veelal woonachtig zijn in Den Haag.

Ook uit politiecijfers blijkt dat gemeentegrenzen van weinig betekenis zijn. In 2023 zijn 340 incidenten geregistreerd binnen én buiten Rijswijk met een verdachte (onder de 27) die woonachtig is in Rijswijk. Tegelijkertijd zijn er dat jaar 373 incidenten in Rijswijk geregistreerd met een verdachte onder de 27; slechts in 79 gevallen was sprake van een verdachte die volgens de BRP8 in Rijswijk woont. Oftewel: • • •

79 incidenten zijn gepleegd in Rijswijk door jongeren die daar ook wonen; 294 incidenten zijn in Rijswijk gepleegd door jongeren die daar niet wonen (volgens de BRP); 261 incidenten zijn in andere gemeenten gepleegd door jongeren die in Rijswijk wonen.

Bij deze cijfers horen twee kanttekeningen. Allereerst zie je in deze cijfers terug dat leerlingen over gemeentegrenzen heen naar school gaan. Daarnaast staan kinderen soms in een andere gemeente ingeschreven dan waar ze hun hoofdverblijf hebben. Er zijn voorbeelden gegeven van kinderen van gescheiden ouders die in Den Haag staan ingeschreven maar in Rijswijk wonen, of van broertjes en zusjes die op verschillende adressen staan ingeschreven. De gemeentegrenzen zijn dus in zowel het dagelijks leven van kinderen en jongeren als in de jeugdcriminaliteit van weinig betekenis. Tegelijkertijd zijn gemeentegrenzen wel bepalend voor de inzet van organisaties en (jeugd)hulpverlening. Zo maakt het voor scholen uit waar leerlingen wonen als ze contact hebben met politie over een incident, blijven Rijswijkse leerlingen op scholen in Delft makkelijker buiten beeld voor Rijswijkse partners en kunnen schoolconsulenten in Rijswijk voor Haagse leerlingen niet dezelfde hulp inzetten als voor Rijswijkse leerlingen. Concluderend kan jeugdcriminaliteit niet alleen vanuit gemeentegrenzen worden bekeken. Het is een gegeven dat jeugdigen zich tussen gemeenten bewegen. In een effectieve aanpak spelen gemeenten en partners daar samen op in.

Daarnaast laat het zien dat keuzes nodig zijn: zet je (bijvoorbeeld) in op Haagse jongeren die in Rijswijk actief zijn in overlast of jeugdcriminaliteit, of op Rijswijkse jeugdigen die vooral in andere gemeenten actief zijn met overlast en jeugdcriminaliteit? Georganiseerde en ondermijnende criminaliteit Preventie met gezag kijkt naar (ondermijnende en georganiseerde) jeugdcriminaliteit. Om het toetreden en afglijden van jeugdigen in ondermijnende criminaliteit en de impact van deze criminaliteit op kinderen en jongeren te duiden, kijken we ook naar ondermijnende criminaliteit in het algemeen. Deze subparagraaf gaat dus over ondermijnende criminaliteit voor alle leeftijden.

8

BRP: Basisregistratie Personen

6

De georganiseerde en ondermijnende criminaliteit ontwikkelt zich in een regionale context9. De regio Den Haag heeft een aantrekkelijke ligging en infrastructuur. De ondermijnende criminaliteit is dan ook zichtbaar in de regio én in de gemeente Rijswijk. Afgelopen jaar zijn er in meerdere Rijswijkse woningen en opslagboxen drugs en wapens aangetroffen, zijn er woningen gesloten vanwege (vermoedens van) drugshandel en zijn inwoners van Rijswijk aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de (regionale) handel in drugs. Het gaat hier vooral om (jong)volwassenen. Ondermijnende criminaliteit stopt dus niet bij grenzen van gemeenten. Dat blijkt ook uit de data10. Tussen 2020 en 2022 werd 77,5% van de ondermijnende delicten11 in Rijswijk gepleegd door een verdachte die zelf niet in Rijswijk woont. In deze periode werden zelfs meer ondermijnende delicten in Rijswijk gepleegd door inwoners van Den Haag (165) dan door inwoners van Rijswijk (120). Tegelijkertijd werd in deze periode 66,7% van de verdachten woonachtig die staat ingeschreven in Rijswijk verdacht van het plegen van ondermijnende delicten in een andere gemeente. Beide percentages liggen (ruim) boven het landelijk gemiddelde. Het regionale karakter van de ondermijnende criminaliteit zien we ook in relatie tot jeugdcriminaliteit.

Zo constateert de organisatie Epic Youth voor online jongerenwerk over drugshandel via social media in Rijswijk: “Online drugsverkoop is met name een regionaal probleem. Verkopers bieden drugs aan in de hele regio Haaglanden en Rotterdam-Rijnmond.” Ook professionals als schoolconsulenten en veiligheidscoördinatoren op scholen zien onder jeugdigen in Rijswijk trends die daarbij aansluiten. Zo vinden sommige leerlingen Rotterdam “interessant”. Dat is op zichzelf niet verkeerd, maar het geeft de context weer waarin criminele verbindingen kunnen ontstaan. Concluderend blijkt de problematiek met de ondermijnende criminaliteit (voor (jong)volwassenen) niet een specifiek Rijswijks probleem. Deze criminaliteit is niet gebonden aan gemeentegrenzen en ontwikkelt zich regionaal. Tegelijkertijd is de problematiek met ondermijnende criminaliteit óók in Rijswijk aanwezig. Daarbij valt op dat delicten in de ondermijnende criminaliteit – net als bij jeugdcriminaliteit - vaak over gemeentegrenzen heen wordt gepleegd. 2. De invloed van criminaliteit op (jonge) kinderen Trends in jeugdcriminaliteit De invloed van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit op (jonge) kinderen moeten we in perspectief plaatsen. De geregistreerde jeugdcriminaliteit in Nederland is afgelopen decennia fors afgenomen12.

Ten opzichte van 2006-2008 was in 2023 zelfs sprake van meer dan een halvering van het aantal verdachten per 1.000 jeugdigen. Ook laten studies in de criminologie consequent zien dat jeugdcriminaliteit grotendeels onder opgroeiproblemen kan worden geschaard dat afneemt met het ouder worden. Slechts een klein deel van de jongeren groeit door in de criminaliteit.

In de regio Den Haag is ondermijnende criminaliteit in de regio zichtbaar in de vorm van zowel drugscriminaliteit, witwassen, arbeidsuitbuiting, mensenhandel, vastgoedfraude, OMG's als jonge aanwas. Bron: RIEC Den Haag (2023). Ontwikkelstrategie aanpak ondermijning 2023 en verder. Eén coalitie tegen ondermijning in de regio Den Haag. Den Haag. 10 Bron: https://www.zichtopondermijning.nl/. Zicht op Ondermijning is een dashboard van verschillende lokale en landelijke overheden, geïnitieerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). 11 Ondermijnende delicten zijn hier gedefinieerd als: drugsdelicten, financiële delicten, geweldsmisdrijven en (vuur)wapenmisdrijven. 12 Laan, van der., A.M. (2024). Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 2000-2023. Synthese van bevindingen uit de Monitor Jeugdcriminaliteit. Den Haag: WODC. 9

7

Deze trends zijn geruststellend, want met de meeste jongeren gaat en komt het goed. Tegelijkertijd vragen deze trends een paar kanttekeningen. Allereerst zijn er registratie effecten. In onderzoek geven jongeren zelf aan dat jeugddelinquentie ongeveer een factor tien hoger ligt dan het aantal verdachten in politieregistraties13. Daarnaast is het zicht op online delicten beperkt: er zijn weliswaar stevige signalen, maar het aantal (politie)registraties van online delicten is minimaal. Tot slot delen partnerorganisaties in Rijswijk hun zorgen over de verjonging van criminaliteit en over het ronselen van kwetsbare (jonge) kinderen en jongeren. Op deze kanttekeningen en zorgen gaan we nader in. Online leefwereld De online leefwereld en de digitale verbinding via apps en social media is bepalend voor het leven van kinderen en jongeren. Gemiddeld brengen jongeren bijna 3 uur per dag door op social media14. Het heeft de dynamiek tussen jeugdigen fundamenteel veranderd: het maakt alles zichtbaar, werkt 24 uur per dag door en raakt alle aspecten van het leven: van relatievorming tot pesten en groepsdruk. Jeugdigen komen dus makkelijk in aanraking met online trends en ontwikkelingen. Epic Youth brengt als organisatie voor online jongerenwerk trends op sociaal media in Rijswijk in kaart.

Tussen januari en september 2024 signaleert Epic Youth bijvoorbeeld vormen van polarisatie en pesten: “Roddels en online pesten via exposing en ‘raad de leerling’ is ook zichtbaar in Rijswijk. Deze accounts verspreiden persoonlijke informatie over anderen. [...] Het leidt tot pestgedrag, maar in sommige gevallen ook tot problemen in de familie omdat met name meiden worden weggezet als onzedelijk en oneervol.” Ook veiligheidscoördinatoren van VO-scholen in Rijswijk hebben voorbeelden van challenges (‘online uitdagingen’) die geweld of vernedering uitlokken onder groepen jongeren. Beelden van deze challenges gaan vervolgens via social media de school door en lokken weer ruzie en reactie uit; zowel online als in de fysieke wereld. Hier raken de fysieke en online leefwereld met elkaar verweven. Ook in de (jeugd)criminaliteit zijn de fysieke en online leefwereld met elkaar verweven15. Zo vindt ronselen voor criminaliteit (ook) online plaats, is er een signaal van stickers op lantarenpalen met QRcodes waarmee jongeren zich kunnen aanmelden voor ‘klusjes’ en zijn er signalen of vermoedens van jeugdigen die digitaal fraude plegen of afpersen. Apps en sociale media als Snapchat en Telegram werken anoniem en worden hier vaker voor gebruikt. Deze landelijk trends worden ook lokaal in Rijswijk waargenomen.

Omdat het gaat om signalen is het moeilijk om hier specifieke aantallen aan te verbinden16. Wel worden signalen in de interviews en focusgroepen breed herkend en gedeeld. Zo ziet Epic Youth in Rijswijk bijvoorbeeld tussen januari en september 2024 een “zorgwekkende stijging in het aantal online berichten waarin vals geld en clonecards worden aangeboden” en een dagelijkse handel in drugs: “Vaak worden menukaarten gedeeld. Jongeren kunnen met slechts enkele klikken via sociale media een bestelling plaatsen. Naar leeftijd wordt niet gevraagd.”

Tollenaar, N., Beijers, J., & Van der Laan, A.M. (2024). Monitor Zelfgerapporteerde Jeugddelinquentie 2023. WODC en CBS. Jonker, T., Boekee, S., & Van der Veer, N. (2024). Nationaal Social Media Onderzoek 2024. Newcom Research & Consultancy. 15 Zie bijvoorbeeld: Hoeben, E., & Weerman, F. (2024). Factsheet: Leiden sociale media tot meer jeugdcriminaliteit? NSCR. 16 Ook vanuit de wetenschap is meer onderzoek nodig naar deze nieuwe ontwikkelingen en fenomenen. Zo heeft het NSCR aangekondigd te starten met een grootschalig vijfjarig onderzoek naar het verband tussen sociale media en jeugdcriminaliteit. Vanuit Preventie met gezag Rijswijk blijven we dit volgen zodat we met nieuwe inzichten onze aanpak kunnen versterken. 13 14

8

De online dynamiek verandert dus snel en beïnvloedt het leven van alle (jonge) kinderen en jongeren. Criminaliteit raakt eenvoudig vermengd met het normale online verkeer. Voor kinderen is online criminaliteit en het online aanbod van bijvoorbeeld drugs en criminele klusjes binnen handbereik17. Tegelijkertijd is de online wereld voor veel ouders, organisaties en professionals een black box.

Kwetsbare kinderen en jongeren Meerdere partnerorganisaties en professionals uit Rijswijk delen hun zorgen over kwetsbare kinderen en jongeren die slachtoffer kunnen worden van ronselen, verleiding of dwang om strafbare feiten te plegen. Ook hier zijn er geen betrouwbare cijfers over het aantal kwetsbare jongeren dat ook daadwerkelijk wordt geronseld of verleid voor de criminaliteit18. Wel zijn er vanuit meerdere partnerorganisaties en professionals in Rijswijk signalen die passen bij het beeld uit landelijk onderzoek. Zij noemen voorbeelden in Rijswijk van handel in sigaretten en vapes door kinderen in groep 7/8 van de basisschool en de brugklas en van jongeren in de leeftijd 13-14 jaar die hun pinpas afgeven, die klusjes doen zoals pakketjes wegbrengen of die slachtoffer worden van bijvoorbeeld geldezel-constructies voor het oversluizen of witwassen van geld. De oorzaak van kwetsbaarheid verschilt per jeugdige.

Het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel zegt daarover: “Slachtoffers zijn vaak kwetsbare kinderen en jongvolwassenen die niet zelf om hulp kunnen of durven vragen, omdat zij zich niet als slachtoffer identificeren, bang zijn voor represailles van de daders of om zelf vervolgd te worden.” Vaak speelt een combinatie van leeftijd, minder ouderlijke betrokkenheid, naïviteit, beïnvloedbaarheid, minder intelligentie of een licht verstandelijke beperking (lvb), autisme, adhd, verslaving, financiële behoeften vanuit armoede en/of (informele) schulden. Een deel van deze factoren zien we ook terug in cijfers van de reclasseringsorganisaties. Zo is bij 47,2% van de Rijswijkse reclasseringscliënten psychische problematiek en/of lvb aanwezig. Een belangrijke kanttekening is dat kwetsbaarheid of beïnvloedbaarheid niet alleen ontstaat vanuit een problematische thuissituatie. Hier spelen ook relatief onschuldige factoren als gevoeligheid voor status en groepsdruk, erbij willen horen of geld nodig hebben om bijvoorbeeld te roken. Ook kan beperkte ouderlijk betrokkenheid samenhangen met ouders die veel werken, ouders die een hoge prestatiedruk opleggen of ouders die risico's van criminaliteit niet (willen) zien.

Jongerenwerk benadrukt tot slot dat ook in Rijswijk kinderen en jongeren worden beïnvloed door negatieve rolmodellen en dat deze kinderen en jongeren de verleiding ervaren van het snelle geld. Ook andere partnerorganisaties in Rijswijk herkennen dit. Dure spullen, merkkleding en sociale status kunnen veel effect hebben. Het kunnen weerstaan van deze verleiding en perspectief hebben op werk en opleiding blijken bepalend om op het rechte pad te komen en te blijven. Vanuit Pmg Rijswijk volgen we de verschillende lopende onderzoeken naar dit fenomeen. Zo voert Universiteit Utrecht van september 2024 tot en met de zomer van 2025 samen met RIEC Midden-Nederland een onderzoek uit naar het online benaderen van jongeren voor (drugs)criminaliteit. Daarbij wordt gekeken of bepaalde jeugdigen meer risico lopen om online benaderd te worden voor criminaliteit. 18 Onderzoeken geven hooguit een indicatie. Landelijk onderzoek van Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2022) stelt dat jaarlijks vermoedelijk duizenden slachtoffers, met name Nederlandse kinderen en jongeren, gedwongen worden om strafbare feiten te plegen. Uit een onderzoek in Rotterdam (2021) blijkt dat de helft van de bijna vijfhonderd bevraagde eerstelijns professionals in de voorgaande twee jaar meerdere (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting heeft gesignaleerd.

Uit onderzoek in Zeeland (2023) blijkt dat ongeveer de helft van de medewerkers en circa zestig procent van de bestuurders in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs in de provincie Zeeland te maken hebben gehad met criminele uitbuiting onder scholieren. 17

9

Verjonging Meerdere partnerorganisaties delen hun zorgen over de steeds jongere leeftijd waarop kinderen bij zware delicten betrokken zijn. Zo ziet jeugdreclassering bijvoorbeeld een toename van 13- en 14jarigen die betrokken zijn bij delicten als woningovervallen en straatroof. Uit onderzoek blijkt het beeld over de toegenomen ernst van de jeugdcriminaliteit op basis van verschillende bronnen echter diffuus19. Hoewel een algemene verjonging of verharding niet uit cijfers blijkt, lijkt er bijvoorbeeld tussen 2017-2021 wel een toename van minderjarige daders van een ernstig geweldsmisdrijf geconcentreerd in de G4- gemeenten. In dat perspectief plaatsen we ook de signalen over Rijswijk. Op straat ziet de politie regelmatig kinderen die op ‘hotspots voor overlast’ of rond overlastgevende groepen actief zijn. Dan gaat het om kinderen rond de 10 jaar en in uitzonderingen om kinderen van 8 jaar. Vaak gaat het om groepen van 5 tot 15 jeugdigen die rondhangen op specifieke plekken zoals winkelcentra, het station of een sporthal. Zowel bij veiligheidspartners (politie) als het jongerenwerk zijn er een aantal hotspots en enkele groepen in beeld20. Soms zijn deze groepen alleen betrokken bij samenscholing (‘rondhangen’) of overlast, en op sommige plekken zijn deze groepen ook betrokken bij intimidatie, vandalisme of (drugs)criminaliteit.

Het jongerenwerk benadrukt dat zij bij die jonge kinderen vooral broertjes zien die aansluiten en ingroeien in groepen jeugdigen. Zorgen over meiden Tot slot zijn er vanuit partnerorganisaties (voorzichtige) signalen en zorgen gedeeld over (extra) kwetsbare meiden. Deze signalen zijn nog moeilijker te grijpen; de leeftijd loopt bijvoorbeeld uiteen van eind basisschool tot jongvolwassenen. Meiden blijven makkelijker onder de radar en worden door partners en professionals vaker gezien als slachtoffer dan als dader. Op basis van onderzoek weten we dat meiden vaak op andere manieren betrokken zijn bij criminaliteit dan jongens21. Meiden plegen andere soorten misdrijven en plegen misdrijven ook op een andere manier. Wanneer meiden of volwassen vrouwen deelnemen aan georganiseerde criminele activiteiten, lijken ze vaak een meer sociale of faciliterende rol te vervullen, terwijl mannen eerder het ‘zware werk’ verrichten22. Partnerorganisaties delen specifiek voor Rijswijk signalen en vermoedens van meiden die slachtoffer worden van verschillende vormen van misbruik en uitbuiting. Dat kan gaan om seksueel misbruik en loverboyproblematiek, maar ook om lovergirls (je voordoen als vriendin om je de criminaliteit in te lokken) en het inzetten van meiden als bijvoorbeeld geldezel.

In deze context zijn er ook zorgen geuit over het "meiden venijn" op middelbare scholen dat in de laatste twee jaar meer extreme vormen lijkt aan te nemen. Dan gaat het om snel escalerende ruzies tussen (groepen) meiden met hele heftige uitingsvormen: van vechtpartijen (die gefilmd worden),

Laan, van der., A.M. (2024). Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 2000-2023. Synthese van bevindingen uit de Monitor Jeugdcriminaliteit. Den Haag: WODC. 20 Partners geven aan dat dit soort de samenstelling van jeugdigen op de hotspots of groepen jeugdigen vaak fluïde zijn. Dat betekent dat er geen langdurige vaste groepsomvang of samenstelling is: de omvang en samenstelling van groepen jeugdigen is flexibel en kan (snel) veranderen. Ook de leeftijd van jeugdigen op deze hotspots of in deze groepen verschilt. 21 Bervoets, E., e.a. (2024). Knel. Bureau Bervoets, NHVeilig, RIEC Midden-Nederland, programma Straatwaarden en Taskforce-RIEC BrabantZeeland. 22 Beerthuizen M. e.a (2023). Meisjescriminaliteit: Een onderzoek naar de kenmerken en risicofactoren van delinquente meisjes en jongvolwassen vrouwen in algemene, politie- en justitiële populaties. Den Haag: WODC. 19

10

intimidatie, afpersing (ook seksueel getint) tot brandstichting. Hierin zit soms een relatie met online "exposure", “shaming” en culturele sensitiviteit. Deze zorgen over kwetsbare meiden sluiten tot slot aan bij een signaal van politie over het relatief hoge aantal vrouwen (23 van de 75) in de mogelijke doelgroep jonge aanwas in Rijswijk. Het gaat vooral om registraties van diefstal (28x) en lichte geweldsdelicten (4x). Het aandeel vrouwen in de doelgroep jonge aanwas is volgens politie vergeleken met andere gemeenten opvallend. 3. Specifieke doelgroepen In het laatste deel van de probleemanalyse is gekeken naar specifieke doelgroepen die actief zijn in de (ondermijnende en georganiseerde) jeugdcriminaliteit. Op basis van politiedata en data van CBS is een voorlopige raming gemaakt van de omvang en de kenmerken van deze doelgroep. Deze raming geeft richting voor de aanpak, maar is door bijvoorbeeld registratie effecten niet volledig.

Op 1 januari 2024 wonen in Rijswijk 10.349 kinderen van 0 tot 15 jaar en 5.768 jongeren van 15 tot 25 jaar oud. In totaal dus 16.117 jongeren tot 25 jaar. Dit is circa 27,1% van de totale bevolking in de gemeente Rijswijk. Uit analyse van Zicht op Ondermijning blijkt op basis van gegevens uit 2021 dat in Rijswijk ongeveer 420 jongeren in de leeftijd 10-23 jaar (5.7%) een verhoogd risico lopen om door de politie verdacht te worden van een drugsdelict. Dat betekent niet dat zij allemaal potentieel crimineel zijn, maar wel dat deze jongeren op basis van kenmerken op persoons-, gezins- en buurtniveau extra kwetsbaar zijn. Omdat de risicofactoren in Rijswijk toenemen, is het aannemelijk dat het aantal risicojongeren sinds 2021 gestegen is. Uit een analyse van politiedata blijkt dat in de afgelopen 5 jaar in totaal 566 personen (onder 27 jaar) uit Rijswijk verdacht zijn geweest van een misdrijf, waarbij verkeersdelicten buiten beschouwing zijn gelaten. In 2023 waren 225 personen (tot 27 jaar) uit Rijswijk verdacht van enig misdrijf. Als die groep wordt gespecificeerd met een filter op specifieke delicten en op personen die verdacht zijn in het afgelopen jaar, dan vallen 117 personen (tot 27 jaar) uit Rijswijk mogelijk onder de doelgroep van Preventie met gezag23.

Als we de totale groep uitsplitsen dan zien we: - 75 personen die mogelijk behoren tot de categorie ‘jonge aanwas’ - 42 personen die mogelijk behoren tot de categorie ‘doorgroeiers’ - 15 personen (van de 42 doorgroeiers) die mogelijk behoren tot de categorie ‘harde kern’ Let wel: personen die niet in de gemeente Rijswijk wonen (volgens de BRP) maar wel in Rijswijk crimineel actief zijn, maken geen onderdeel uit van deze cijfers. Andersom kan deze Rijswijkse doelgroep juist ook in andere gemeenten crimineel actief zijn.

Politie spreek hier van ’mogelijk’ omdat alleen objectieve criteria zijn meegenomen bij het maken van de indeling. Voor een definitieve indeling - bijvoorbeeld ten dienste van een persoonsgerichte aanpak - is ook zachte informatie en informatie van partners nodig. 23

11

In de analyse van mogelijke jonge aanwas, doorgroeiers en harde kern vallen de volgende zaken op: -

De registraties van jonge aanwas (gemiddeld 16,9 jaar, met gemiddeld 1,3 registraties in het afgelopen jaar als verdachte) zijn vaak te relateren aan schooltijden en weekenddagen. Deze jonge aanwas wordt het meest vaak verdacht van diefstal zonder geweld (44,4%). De woonlocatie van deze jeugdigen is relatief verspreid over de gemeente Rijswijk.

-

De registraties van doorgroeiers (gemiddeld 18 jaar, met gemiddeld 6,1 registraties als verdachte in het afgelopen jaar) en harde kern (gemiddeld 19,5 jaar, met gemiddeld 7,6 registraties in het afgelopen jaar) zijn minder te relateren aan schooltijden en weekenddagen. De woonlocatie van deze jeugdigen is binnen Rijswijk ook meer geconcentreerd, met een focus op een aantal kwetsbare wijken.

-

Doorgroeiers worden meer verdacht van “opstapdelicten” (gemiddeld 4,5 tegen gemiddeld 1,0 bij harde kern), en harde kern jeugdigen worden vaker verdacht van “ondermijnende delicten” (gemiddeld 4,5 tegen gemiddeld 2,6 bij doorgroeiers). We zien ook dat Doorgroeiers nog relatief vaak worden verdacht van diefstal zonder geweld (34,2%), en dat de mogelijk harde kern het meest vaak wordt verdacht van ondermijnende vormen van geweld (34%) en daarna drugsdelicten (26,4%).

-

In het totaal aantal registraties zijn de mogelijke doorgroeiers verantwoordelijk voor ongeveer 40% van het totaal aantal verdenkingen, de harde kern voor ongeveer 30%. Een kleine groep jongeren en jongvolwassenen is dus verantwoordelijk voor een relatief groot aantal van de gepleegde delicten en relatief zwaar deel van de gepleegde delicten.

Rivaliserende jeugdgroepen Tot slot is met politie en partners gekeken naar de betrokkenheid van deze jeugdigen bij rivaliserende jeugdgroepen. In de regio Den Haag is immers overlap en doorgroei vanuit problematische en rivaliserende jeugdgroepen naar de (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit24. De aanwezigheid van problematische, criminele en rivaliserende jeugdgroepen is al langer een probleem in de regio Haaglanden25. De samenstelling en rivaliteit tussen de groepen is fluïde: deze verandert in hoog tempo, tussen groepen zijn tal van dwarsverbanden en jongeren uit verschillende gemeenten kunnen lid zijn van dezelfde groep. Gemeente Rijswijk heeft volgens partnerorganisaties als politie en jeugdreclassering geen ‘eigen’ rivaliserende jeugdgroepen. Wel zien deze partners dat jongeren uit Rijswijk deel uitmaken van rivaliserende jeugdgroepen in Den Haag of Delft. Dat blijkt ook uit de analyse van doorgroeiers en de harde kern in Rijswijk. De politie concludeert dat deze jeugdigen niet als groep functioneren. Het gaat

Onderzoek van Bureau Beke uit 2021. Titel: Jongeren en georganiseerde drugscriminaliteit in de regio Den Haag. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van RIEC Den Haag. 25 Broek, J. van den, Jong, J. de & Moussaid, Y. (2022). Handreiking rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid. Delft, Den Haag & Zoetermeer. Partner in Crime. 24

12

om individuen die zich los van elkaar bewegen. Zo zijn sommige doorgroeiers aangesloten bij (rivaliserende) jeugdgroepen in Den Haag en anderen bij (rivaliserende) jeugdgroepen in Delft. Dit versterkt het regionale karakter van de problematiek en Rijswijk als ‘overloopgebied’. Ook lokaal ziet bijvoorbeeld Leerplicht dat Rijswijkse jongeren bij deze groepen uit Delft en Den Haag betrokken zijn, met soms grote effecten op de jongere en hun familie. Dat gaat echt om individuele gevallen.

13

Bijlage 1: betrokken partijen probleemanalyse

De volgende partijen hebben een bijdrage geleverd aan de probleemanalyse Preventie met gezag Rijswijk middels een interview, deelname aan een focusgroep en/of het aanleveren van data:      

  

Alleen Jij Bepaalt CoachEmUp Epic Youth Gemeente Delft (Preventie met gezag) Gemeente Den Haag (Preventie met gezag) Gemeente Rijswijk:  Beleidsmedewerkers  Handhaving Rijswijk (boa jeugd)  Medewerkers in de gemeentelijke uitvoering  Werkgevers Servicepunt (WSP)  Leerplicht Jeugdreclassering Politie PO-scholen:

      

Prettig in de plus Reclassering Nederland RIEC Den Haag Stichting Amal Stichting Don Bosco VO-scholen:  GSR Rijswijk  Het Stanislascollege  Het Rijswijks Lyceum en Van Vredenburch College Welzijn Rijswijk

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=2bd45683-fe43-4def-b84f-98136f67c9dd