RIB 24 093 Bijlage A Beoordelingskader 'Klimaatadaptief en natuurinclusief RijswijkBuiten'
Tekst van het document
Titel Beoordelingskader ‘Klimaatadaptief en natuurinclusief RijswijkBuiten’ Wat? Poresequam earumwe que Anno 2023 stellen magnist voluptate nonsequ nieuwe eisen en ambities iduntem laborati conseque om klimaatadaptief en consed eaqui temos natis natuurinclusief te elit ium utvan dereium bouwen, lokaalvolest tot quatur? elentibus, nationaalEd niveau. Voorsincitis eiuscimil maiorem voluRijswijkBuiten beantwoormendae doluptatur aniaspit den we de vraag: Hoe faccull estieisen deniassit kunnenuptatis we deze faci tem qui dicillum en ambities vertalen es naar aut fugit omnisit volore, concrete eisen op buurt en quiaeptias plotniveau est, voorommod de projectmoles eossit leider van de expligniaspe gemeente en sam cuptatem quas elenide projectontwikkelaar? minum quis sum is niati Het eindproduct eenin et. kader met onderbouwde en haalbare gebiedsgerichte eisen.
Versie: Definitief Datum: 13-10-2023
Rijswijk Buiten
Inhoudsopgave
RijswijkBuiten is een gebiedsontwikkeling van de gemeente Rijswijk waar van 2013 tot 2032 ruim 3500 duurzame woningen worden gerealiseerd. De woningen lopen voorop in duurzaamheid en de wijken zijn gebouwd met aandacht voor groen, water en klimaat.
In deze rapportage worden zowel de methode, de gebiedsanalyse van RijswijkBuiten en de uitkomsten van drie Living Labs beschreven. In lijn met de aanpak van het kader, is de opbouw van de rapportage van grof naar fijn. We werken van methode naar plotspecifieke eisen.
Gebiedsgerichte methode
RijswijkBuiten
Gebiedsgerichte analyse RijswijkBuiten
Pasgeld - Oost
Pasgeld - West Noord LL3: Parkrijk ‘t Haantje H4.5 & H4.1E
Sion reeds gebouwd
Parkrijk in aanbouw LL1: Pasgeld - West Zuid LL2: LivingPlots deelgebied 1
LL 1 Beoordelingskader Livingplots (buurt)
LL 2 Prestatie-eisen Livingplots 1 (plot)
LL 3 Prestatie-eisen Parkrijk (plot)
Gebiedsgerichte methode - beoordelingskader Rijswijk Buiten
Gebiedsgerichte methode - 1. Huidige status van de plannen
Met de gebiedsgerichte methode vertalen we de beoogde gebiedskenmerken, klimaatrisico’s, beleid vanuit het waterschap en de gemeente lokale ambitieafspraken zoals het convenant Klimaatadaptief bouwen naar concrete prestatie-eisen op buurt, straat en/of gebouwniveau.
De meeste projecten t.a.v. klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit starten met uitgangspunten in typologie, fasering, grondposities en de verhouding openbaar en privaat terrein. We gebruiken deze kaders als vertrekpunt voor de invulling van prestatie-eisen.
1. Kenmerken bebouwing en eigenaarschap Vlekkenplan type bebouwing en eigenaarschap
2. Klimaatrisico’s en gebiedskenmerken Prioritering en ranges
3. Ambities en beleidsuitgangspunten Kaders en sturing
4. Convenant op gebiedsniveau Van range naar prestatie-eis
5. Matrix als ondersteunende tool Samenvoegen inzichten in een matrix
6. Basiseisen op gebiedsniveau Inzichten naar algemene uitgangspunten gebied
7. Samenvoegen en vertalen privaat | openbaar Afronden gebiedsgerichte methode
8. Toetsing huidige status (expert judgement) Voor de living labs
Gebiedsgerichte methode - 2. Klimaatrisico’s en gebiedskenmerken
Gebiedsgerichte methode - 3. Beleidsuitgangspunten
De huidige omgeving bepaalt in grote mate de kwetsbaarheid voor klimaatrisico’s. We brengen relevante gebiedskenmerken in kaart met behulp van de hoogtekaart, bodemkaart, stresstesten en gebiedsstudies. Het resultaat is een vlekkenplan met de klimaatrisico’s en biodiversiteitsuitdagingen.
We inventariseren alle relevante beleidsdocumenten t.a.v. water, groen, bodem en hitte, zodat een compleet beeld ontstaat van de eisen en ambities vanuit de verschillende overheden. Voorbeelden zijn het GRP, de hemelwaterverordening, de watersleutel van Delfland en de structuurvisie.
,+1+81+50/1 ->28+9+:+/
6 19126 1 2 31 9 01232415657 $!!%&' ( "#$"#! !
<>@A@@ P@Q B56CD 0/1235-+,6+7+892:+,;0<=90 @@L/,MN@@MAOK )+,-,.+/ 1+7++/:+;0<=90<>F A2I1I=:I=@A :6-I.+,=52/K + H,+/1+/ . E+,22.52/ :+852/HI,1+7++=:+,+/9+ ,:MQTUV+7++/:+9+:F +88+/-5+,6+: 52/ = + : 2 0/1,+1+8=80/1:+/6+0/:1:,52-/-=,R-.,+: ,= 1+G0+/6+:5-- QAMK@2S+:7080+IH+6++,+/ 5-+1.6+0.H0+.:0H+0/<50/+1,-5,-.-+,/.+0//G2+7+ / + 0 G , 5 0 +/ G 8 0/1 1+8+:-R2,:0>+ :.+S+:7080+IH3+0/6+.++,H.-+.H++7 -305/2+/+2/3558---+,0+/.6+7+892:+, +/52/5+,.,-1 /:+,F 1+/.+.2 892:+W,0-/R.01-+/52/6+:283-5G2+892 2=:L6+:H+R+=,X>2R2X0:+0:H0< -5+/,9+ 5+,892 , + : 92 358-:++,0++//.-65++7+ / 2 5 ,6,2+/:=HR+-,:52/=:+.+80<> / 52522892 >+,++/5+,R80X6:+ :+,H+,10/1 , + R + H : + 6 R 23G27+80/1+/6+:: -1 5+ 0/ /=:0=7+:6+:,-+1+8=:+=:+88+/+.:021:H6++6:+1++,9+ 52/2352892:+, 1+/.872 -5+6,9+ :.-I+9F +/I+9H /0+ =:+88+/.+N @ H+=8I0:52=::+ -+,6+7+892:+,;0<=90<>@A@ 35 2 1 / 0 / + . , , )+ d b d\ g a \bcbdbebfZ YZ[Z\[ZZ]_`a .+R822:= 65661 ,.:5+,=:22/-/.+,N :+,0228L.0+-R=:+I/5+0//..:+0/ h2611 99+,>+/F +/0/19> +/ :2280=-L362+/:.G+0<,.72 0,+X2:2-,5320//..0,+++X:8I0:72 /.+G+5+,-,. RR+,582>N-RR+,582>52/H-I/152/6-I:L=:+++/,HL-7+ / + . . / + R 2 7+:.+1,-/.5 7+:0/H+1,0R52/:.5--,5+,H80<352/ +,=-/+/ H+H-I9.>NX-/=:,IX:0+52/++X:/-013+0/-.75 X::+3I/X:0-/+,+/L2:9-,.:1+H,I0> + , 0 , 0 , + 0/16+:G0<. 7 :+,R822:=+ 2/++/=X60R. H5-2I/99 +8.+,=. H+=+:+177 .
,-/H.-L/H.++./-0/=::2188+2H:0,+I=0>L:25/-.-,.+522,:F =52/.+1+7++/:+;0<=90<>F 2:.2:92:+,/0+: -3-IR99 +/9-,. :6-I.+, :+,LG-. H-2:0=H++,=>:1++7. = . /52/6+7+892 :+,F +7++:+,+/9+ 88+1+52/HI,1 15--,6+::0<.+80<>55-2-=,:66-+I:.H++6++,52/2352892G+5+,-,.+/0/1F+/ X : + 6 N + 1 + 8 8 X 5--,G0+/0/ ,G0+/0/1+/ 0/9+,>0/1:,+.0/152/.+ 892:+,H+,10/11N+7++/:+80<>+5-6:/2 62+3=7+ :,--7:/22,.+H-I99+,>.2:9-,.:-R1+,0X N > , + 99 I /0+I9H- .2=:,228R+,X++8M H-I99+,> >2 +/22,52/6+: R+,X++8N +/.5+-,-,6+.:+8-+G01+/M : = 8 , + : 92 8 9 22/.--,.+1+/+./02+8+65+0/7+ /.+,+1+8=2942199.+ 152 8. h2613 +/0/1 ,.:5-21+/G-,15--, 2/2./+G6++:5R++,-,X,.++8ME0+1+/+/., -35
Klim
Zo g
aan
aata we s
dapt ief R na
ame
an d
e sla g
UITV OER
ijswi
jk
INGSP
LAN
Gebiedsgerichte methode - 4. Convenant Klimaatadaptief bouwen
Gebiedsgerichte methode - 5. Overzichtsmatrix
We zetten de ambities van het convenant Klimaatadaptief Bouwen naast Voor een aantal eisen is een range opgenomen om rekening te houden met locatie- of de eisen en richtlijnen uit het beleid van de gemeente. Ook vergelijken we projectspecifieke omstandigheden. Zo kan in een wijk met een slechtdoorlatende grond gekozen worden minder infiltratie dan de standaardwaarde. de ranges in het convenant met de gebiedskenmerken, zodat we zichtvoor krijgen op wat nodig is binnen dit plangebied.
We voegen de voorgaande stappen samen in één overzichtsmatrix, waardoor direct inzichtelijk wordt welke randvoorwaarden, kwetsbaarheden, eisen en ambities voor een bepaald (sub)thema gelden. Deze gebiedsanalyse met bijbehorende matrix voor heel RijswijkBuiten biedt de basis voor het vervolg op buurt of plotniveau.
3
BIJLAGE A1 - PROGRAMMA VAN EISEN
Doel (Omgevingsvisie) Meer info: zie bijsluiter
Eis (Omgevingsplan)
Range
Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving.
N1: Een groot deel van de neerslag (50 mm) van een korte hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in 1 uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging is niet eerder dan in 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar, of wordt gestuurd.
40-70 mm
N2: In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u). Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving.
Tijdens hitte biedt de bebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
D1: De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte D2: In het plangebied wordt 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd.
20-100%
H1: Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst.
20-60%
H2: Tenminste 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied verminderen.
30-80%
H3: Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-)ruimte in de directe omgeving. Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar.
1. Kenmerken bebouwing en eigenaarschap Vlekkenplan type bebouwing en eigenaarschap
Bo1: Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffectief zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen.
5. Matrix als ondersteunende tool Samenvoegen inzichten in een matrix
2. Klimaatrisico’s en gebiedskenmerken Prioritering en ranges
3. Ambities en beleidsuitgangspunten Kaders en sturing
4. Convenant op gebiedsniveau Van range naar prestatie-eis
Gebiedsgerichte methode - 6. Basiseisen op buurtniveau
Gebiedsgerichte methode - 7. Vertalen naar privaat vs. openbaar
We bepalen de volgorde van de thema’s, zodat het thema met de grootste kwetsbaarheid de hoogste prioriteit binnen de ontwikkeling krijgt. Vervolgens vertalen we de gebiedsanalyse naar basiseisen op buurtniveau per thema, waarbij nog geen onderscheid wordt gemaakt tussen privaat en openbaar terrein.
De basiseisen op buurtniveau vertalen we tot concrete eisen op privaat en openbaar terrein. Deze eisen geven het vertrekpunt voor de projectontwikkelaar of projectleider van de gemeente. De eisen op privaat terrein worden vervolgens met deze methode stapsgewijs onderbouwd en verfijnd tot plotniveau.
Gebiedsgerichte methode - 8. Toetsing huidige status
Gebiedsgerichte analyse - RijswijkBuiten
Met de eisen in handen kan elke stap van het ontwerptraject worden getoetst om het gebied klimaatbestendig en natuurinclusief in te richten. Afhankelijk van de fase van het project volgt een korte kwalitatieve toetsing o.b.v. expert judgement of een uitgebreide toetsing o.b.v. modellen.
Schetsontwerp (of eerder)
» » »
Controle aansluiting groenblauwe structuur Controle conceptwaterbalans (jaarlijks | extreme bui) Kwalitatieve toetsing expert (kwaliteitsteam | ecoloog | hydroloog | adviseur)
Voorlopig ontwerp
» »
Controle berekening waterbalans (jaarlijks | extreme bui) Kwalitatieve toetsing expert (kwaliteitsteam | ecoloog | hydroloog | adviseur)
Definitief ontwerp
» »
Toetsing met een hydraulisch model met maaiveldhoogtes, riolering en oppervlaktewater (mag ook in VO) Toetsing met een hittemodel voor schaduw
Technisch ontwerp tot uitvoering
»
Kwalitatieve toetsing expert (kwaliteitsteam | ecoloog | hydroloog | adviseur)
Indien nodig kan een uitgebreidere beoordeling volgen.
In de gebiedsgerichte analyse worden de relevante plannen, huidige kwetsbaarheden en het beleid geïnventariseerd. Dit biedt de onderlegger om te komen tot gebiedsgerichte en locatiespecifieke eisen voor een groene en klimaatadaptieve omgeving. Dit hoofdstuk biedt de gebiedsgerichte analyse van RijswijkBuiten.
Gebiedsgerichte methode - toelichting gebiedsbrede onderdeel
Stap 1 - Huidige status en kenmerken bebouwing
De eerste vijf stappen kunnen in één keer worden uitgevoerd voor heel RijswijkBuiten. De volgende pagina’s geven een samenvatting weer van de inzichten uit de analyse van de bebouwing (stap 1) en de quickscan kwetsbaarheden (stap 2). De samenvattende matrix uit stap 5 is te vinden in “Overzichtsmatrix Gebiedsanalyse RijswijkBuiten” vanaf pagina 27.
Sion bestaat uit laagbouw met hoofdzakelijk rijwoningen met hofjes en veel privaat terrein. Parkrijk heeft een wijkcentrum met eveneens laagbouw, rijwoningen en hofjes. Pasgeld bestaat uit Livingplots met hoogstedelijk bebouwing van 3 tot 5 lagen en Bosplots met ruimtelijke grote kavels.
1. Kenmerken bebouwing en eigenaarschap Vlekkenplan type bebouwing en eigenaarschap
5. Matrix als ondersteunende tool Samenvoegen inzichten in een matrix
2. Klimaatrisico’s en gebiedskenmerken Prioritering en ranges
3. Ambities en beleidsuitgangspunten Kaders en sturing
4. Convenant op gebiedsniveau Van range naar prestatie-eis
Stap 2 - Quickscan Kwetsbaarheden
Stap 2 - Quickscan Kwetsbaarheden
Hitte
Wateroverlast
RijswijkBuiten vormt momenteel de bufferende koele zone tussen Rijswijk en Delft. Het hitte-eiland effect wordt duidelijk onderbroken door de bestaande groene omgeving van RijswijkBuiten. Om beide steden niet verder op te warmen is het van belang om de koelte in het plangebied zo veel als mogelijk te behouden. Pasgeld-West Zuid (Living Plots) en Parkrijk liggen
dichtbij Delft en hebben een hoogstedelijke plan. Dit maakt deze wijken kwetsbaar voor hittestress. Pasgeld-West Noord (Bosplots) wordt met veel schaduw door bomen ingericht en ligt dichtbij het park. Aandachtspunten zijn: weinig schaduw op de groenblauwe assen en het bedrijventerrein, en een hoog percentage privaat terrein binnen de ontwikkellocaties.
Hitte-eiland effect Rijswijk - Delft (klimaateffectatlas, kaart 2017)
Kwetsbaarheid voor hittestress
Het watersysteem van RijswijkBuiten is in de basis al relatief robuust, behalve rondom het toekomstige Livingplots, waar het huidige maaiveld relatief laag ligt. De grondwaterstand staat dicht tegen het maaiveld aan op deze locatie. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit een kleiige toplaag met af en toe wat zand of veen. De doorlatendheid van de bodem is daardoor slecht.
Het gebied wordt flink opgehoogd, waardoor de berging wordt vergroot en de kwetsbaarheid wordt verlaagd. Livingplots en Sion zijn relatief ruim opgezet met het oppervlaktewater dichtbij. Parkrijk is dichter bebouwd en het oppervlaktewater ligt relatief verder weg, met minder waterberging en complexere afvoer tot gevolg. Dit houdt in dat het gebied kwetsbaarder is voor wateroverlast.
Knelpuntenanalyse van Hoogheemraadschap Delfland
Kwetsbaarheid voor regenwateroverlast
Wilhelminapark
Delfse hout
Delft
Klimaateffectatlas, kaart stedelijk hitte eilandeffect, 2017 Klimaateffectatlas, kaart gevoelstemperatuur, 2021 Stedenbouwundig plan Pasgeld-West, 2022
Watersysteemanalyse Plaspoel- en Schaapweipolder, Hoogheemraadschap van Delfland, 2022 RijswijkBuiten Pasgeld Geohydrologie, Arcadis, 2022 Sonderingen ‘t Haantje, Parkrijk en Pasgeld West, 2015
Stap 2 - Quickscan Kwetsbaarheden
Stap 2 - Quickscan Kwetsbaarheden
Biodiversiteit
Droogte
De parkstructuur in RijswijkBuiten vormt een belangrijke schakel in de biodiversiteit van de regio. In de huidige situatie is door de blijvende parken al natuur beschikbaar waar op aangesloten kan worden. De groenstructuur biedt daar de basis voor waar de wijken op aan moeten sluiten.
De belangrijkste aandachtspunten voor de biodiversiteit zijn de kruisingen met de doorlopende (spoor)wegen in het gebied. Dit zijn de Prinses Beatrixlaan en het spoor. Bosplots biedt de beste basis voor biodiversiteit door de inrichting van het toekomstige landschap. Parkrijk biedt de grootste uitdaging door het vele private oppervlak en het hoogstedelijke karakter.
Groenbeleidsplan 2010 - 2020
Kwetsbaarheid van de biodiversiteit
Uitwerking ecologische structuur Pasgeld , Tauw, 2023 Groenbeleidsplan 2010 - 2020, Gemeente Rijswijk, 2010
RijswijkBuiten is een klassieke Nederlandse polder met een toplaag met zware klei met een slechte doorlaatendheid met een intensief slotenpatroon. Stimulering van infiltratie heeft beperkt toegevoegde waarde vanwege de slechte doorlatendheid en de beperkt uitzakkende grondwaterstanden. In het gebied zijn lokaal veenlagen aanwezig, waardoor risico op veenoxidatie aanwezig is. Droogte in Rijswijk
De afstand tot het oppervlaktewater is relatief klein voor Sion en Pasgeld West. Dit maakt de kwetsbaarheid voor droogte minder. De afstand tot het oppervlaktewater is groter in Sion, wat dit gebied iets kwetsbaarder maakt. Voor een aantal binnenpleinen is het oppervlaktewater verder weg (oranje cirkels). Dit maakt deze locaties kwetsbaarder voor droogte dan de rest van het gebied. Kwetsbaarheid voor droogte
Schade door droogte aan bomen in Apeldoorn, De Stentor, Maarten Sprangh, 2018 Klimaateffectatlas, gemiddeld laagste grondwaterstand, 2022 BRO-Loket, grondonderzoek en Digitaal Geologisch Model, 2023
Stap 2 - Quickscan Kwetsbaarheden
Stap 2 - Quickscan Kwetsbaarheden
Bodemdaling
Overstromingen
RijswijkBuiten heeft te maken met beperkte bodemdaling bij ophoging. De bodemdalingskaart geeft aan dat dit over het algemeen 10 tot 25 cm is over een periode van 30 jaar met lokale uitschieters tot 50 cm. Lokaal kunnen veenlagen in de bodem aanwezig zijn. De bodemdaling zonder ophoging blijft beperkt tot minder dan 10 cm in 30 jaar, ook in toekomstige klimaatscenario’s.
RijswijkBuiten is beperkt kwetsbaar voor bodemdaling. De gebruikelijke restzettingseisen zijn voldoende om te voldoen aan een kosteneffectieve aanpak voor bodemdaling. Deze restzettingseis is 10 cm per 30 jaar op basis van integrale voorbelasting van openbaar en privaat terrein en daardoor gelijkmatige zettingen. In het gebied zijn mogelijk veenlagen aanwezig met kans op veenoxidatie.
RijswijkBuiten is niet kwetsbaar voor overstromingen vanuit de primaire kering (zee of grote rivieren). Het grootste risico vormt de lokale boezemwatergang (Rijn-Schiekanaal) richting Den Haag. Op het moment dat deze kering breekt komt er, in de huidige situatie zonder ophoging, momenteel 20 tot 40 cm water in het gebied staan met een kans van 1 keer per 500 jaar.
Het gebied wordt tot 70 cm opgehoogd naar -0,05 m boven NAP. Het vloerpeil van de woning komt nog eens 25 cm hoger. Het risico op overlast door overstromingen is daardoor nihil in alle wijken.
Bodemdaling door ophoging (periode van 30 jaar met +1 m zand)
Kwetsbaarheid voor bodemdaling
Overstromingsdiepte van RijswijkBuiten
Kwetsbaarheid voor overstromingen
Bodemdaling door ophoging, Deltares, 2021 BRO-Loket, grondonderzoek en Digitaal Geologisch Model, 2023
Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen, overstromingsdiepte, 2021
Livingplots Blok 1 - Prestatie-eisen privaat terrein
Het beleid van de gemeente Rijswijk, het convenant Klimaatadaptief Bouwen van provincie Zuid-Holland en de kwetsbaarheden van het gebied zijn vertaald naar concrete eisen op privaat terrein. De eisen zijn opgesteld a.d.h.v. de gebiedsgerichte methode van RijswijkBuiten en zijn samengevat in de overzichtsmatrix voor Livingplots. Op naar een klimaatadaptief en biodivers gebied én gebouw.
LivingPlots - Blok 1 - Hitte
C
De gebouwde omgeving draagt bij aan zo min mogelijk opwarming door: Thema
Grondgebonden (78)
Schaduw in het plangebied
» Hittebestendige tuininrichting door inspiratiegids (met tenminste 3 ontwerpen) waarbij meerwerkoptie tot aanleg wordt aangeboden. De tuininrichtingen hebben een schaduwpercentage van 20% tot 50% en bevatten tenminste 1 boom.* » Verschaffen van een boom bij oplevering, waarbij aandacht voor de groeiplaats wordt gewaarborgd.* » Groene erfscheiding met instandhoudingsverplichting.
Appartement (46)
Dektuin (blok A) » 40% tot 50% schaduw in de binnentuin gedurende de hoogste zonnestand (21 juni 14.00). » Schaduw wordt gecreërd door middel van de volgende voorkeursvolgorde: 1) Bomen & slagschaduw bebouwing, 2) Groene constructies, e.g. pergola met klimplant, 3) Schaduwvormende constructies, e.g. schaduwdoek.
Koele verblijfsplaatsen
» 50% van de verblijfsplaatsen (e.g. bankjes of picknicktafels) bevindt zich gedurende de hoogste zonnestand (21 juni 14.00) in de schaduw.
Warmtewerende & verkoelende oppervlakten
» 60% van de zuid-, oost- en westgevel en 60% van het dakoppervlak is verkoelend (biobased of groen) of warmtewerend (lichte, traditionele materialisatie) ingericht met voorkeursvolgorde: verkoelend boven warmtewerend en biobased boven traditioneel. » Indien wordt gekozen voor een lichte, traditionele materialisatie dient minimaal 20% van 60% als verkoelend te worden uitgevoerd.
Duurzame vorm van koeling
» Passieve koeling voor gebouwgebonden energievraag dient te geschieden door hoogtemperatuur koeling. Passieve koeling slaat op koeling door middel van duurzame, lageenergie verbruikende installaties. Minimale aanvoertemperatuur is niet lager dan 12 graden (over het jaar genomen).
Hittebestendige infrastructuur & groen
» Zie onderdeel ‘Schaduw in het plangebied’.
Voorkomen opwarming woningen
» TOJuli is 1,2 of lager exclusief koeling.
» 60% van het dakoppervlak is verkoelend of warmtewerend ingericht met voorkeursvolgorde: verkoelend boven warmtewerend en biobased boven traditioneel. Indien wordt gekozen voor een lichte, traditionele materialisatie dient minimaal 20% van 60% als verkoelend te worden uitgevoerd.
» Binnentuin is voor 40% verkoelend of warmtewerend ingericht met de voorkeursvolgorde: Verkoelend boven warmtewerend en biobased boven 'traditioneel'.
B A
Inspiratie
Houten gevel zorgt voor een verkoelend oppervlak in RijswijkBuiten
Zomernachtventilatie voor veilig doorventileren van de woning » Groen is hitte- en droogtebestendig. » Groen dat kwetsbaar is voor hitte wordt in schaduwrijke zones geplaatst.
» TOJuli is 1,0 of lager exclusief koeling.
» Maatregelen om oververhitting tegen te gaan worden uitgevoerd volgens de voorkeursvolgorde ‘Ladder van Koeling’. » Woningen worden voorzien van zonwerende beglazing, zonwering of een andere vorm van warmtewering bij de gevelopeningen georienteerd op het zuiden (ZWW tot ZOO). » Indien aantoonbaar niet kan worden voldaan aan bovenstaande eis, dient door middel van een duurzame vorm van koeling de eis te worden behaald.
* Of een gelijkwaardig alternatief welke aantoonbaar dezelfde doelstelling dient.
Groene constructies voor schaduw in de tuin of op verblijfsplaatsen
LivingPlots - Blok 1 - Droogte & drinkwater Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade door:
Thema
Grondgebonden (78)
Grondwaterbeheer
» Vullen en leegloop van waterbergingsvoorzieningen worden ontworpen in samenhang met het grondwaterbeheer, bijvoorbeeld door middel van een aansluiting op het drainagestelsel, hemelwaterstelsel of regenwatervoorziening in de publieke ruimte. Het doel is het voorkomen van grondwateroverlast of -onderlast.
Infiltratie
» De infiltratievoorziening wordt ontworpen op maximaal 50 % infiltratie (≈ 4 mm bui) met een overloop op peilniveau naar het drainagestelsel, zodat grondwateroverlast wordt voorkomen. Dit resulteert in een infiltratievoorziening van: » 9 m3 per dag (blok A) » 6 m3 per dag (blok B) » 5 m3 per dag (blok C)
» De infiltratievoorziening wordt ontworpen op maximaal 50 % infiltratie (≈4 mm bui) met een overloop op peilniveau naar het drainagestelsel, zodat grondwateroverlast wordt voorkomen. Dit resulteert in een infiltratievoorziening van: » 3 m3 per dag (blok A)
» De dektuin wordt opgebouwd uit een substraatlaag van minimaal 80 centimeter. » De binnentuin is voor circa 60% onverhard om water vast te houden in de substraatlaag*, waarbij tenminste 30% van het verhard oppervlak afwatert op het onverhard oppervlak.
» Bij grondgebonden woningen wordt de (meerwerk)optie tot het toepassen van een regen- en/of grijswatersysteem aangeboden. » De woning wordt tenminste voorzien van ‘loze leidingen’ voor toekomstig regen- en/of grijswatersysteem.
» Alle sanitair behoort tot doorstroomklasse Z of A (doorstroomsnelheid per minuut maximaal 8.7 liter).
» Binnentuinen worden voorzien van een buffer t.b.v. bewateren van de binnentuin op basis van 30 dagen zonder regen voorraad voor bewateren van groen.
Doelmatig water(her)gebruik
Droogtebestendige groen
Appartement (46)
» Droogtebestendige tuininrichting door inspiratiegids (met tenminste 3 ontwerpen) waarbij meerwerkoptie tot aanleg wordt aangeboden. De tuininrichtingen bevatten een gradatie aan droogtebestendige beplanting en opties aan het integreren van een infiltratievoorziening in de tuin.*
Dektuin (blok A)
LivingPlots - Blok 1 - Wateroverlast
C
C
Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouwen of groen in de bebouwde omgeving door:
B A
Thema
Grondgebonden (78)
Hemelwater op privaat terrein
» Bergen van tenminste 30 liter per m bebouwd oppervlak voor woningen met platte daken.** » Bergen van tenminste 20 liter per m2 bebouwd oppervlak voor woningen met schuine daken.** » Blok A: De dektuin voorziet in tenminste 50 liter per m2 in de substraatlaag over 50% van de oppervlakte van de binnentuin. De binnentuin mag ook extra voorzien in de opvang van regenwater voor bebouwd oppervlak van de appartementen t.b.v. voorgaande eis.
Inspiratie
Appartement (46) 2
Dektuin (blok A)
» Bergen van tenminste 30 liter per m bebouwd oppervlak voor woningen met platte daken.**
2
» De binnentuin voorziet in circa 8 kuub regenwaterberging. De binnentuin voorziet in tenminste 50 liter per m2 over het onverharde oppervlak (60% van de oppervlakte van de binnentuin, zie ‘Droogte & drinkwater’). » Binnentuin mag ook extra voorzien in de opvang van regenwater voor bebouwd oppervlak van de appartementen t.b.v. voorgaande eis.
» Lediging conform hemelwaterverordening met vertraagde afvoer in 1 à 2 dagen zonder hergebruik, geleidelijke lediging over 3 à 4 dagen met hergebruik of geautomatiseerd met lediging voor de eerst volgende bui.
Onverhard terrein door groen en halfverharding
Geen schade bij extreem weer
» Het vloerpeil van de woning of kwetsbare infrastructuur dient tenminste 20 cm boven het laagste straatpeil / maaiveld te zijn.* Deze eis is relevant voor zowel wateroverlast als het verkleinen van een kans op overstromingen in de toekomst. » Het ontwerp wordt in de VO of DO fase getoetst op waterneutraal bouwen en geen schade bij extreem weer met een hydraulisch model met maaiveld, oppervlaktewater en riolering.
B A
Inspiratie
Polderdak met Smart Flow Control systeem
* Of een gelijkwaardig alternatief welke aantoonbaar dezelfde doelstelling dient. ** Met deze eis zijn we minder streng dan de Hemelwaterverordening. Wij benaderen de opgave integraal en zullen daarmee een deel van de vereiste bering in de openbare ruimte oplossen.
» De inrichting van de binnentuin is hitteen droogtebestendig.*
Grijs- en regenwatersysteem voor doorspoelen toiletten en sproeien
Regenwatertuinen met ruimte voor groen en waterretentie
* Of een gelijkwaardig alternatief welke aantoonbaar dezelfde doelstelling dient.
Stedelijke wadi als infiltratie- en bergingsvoorziening
Lediging vanaf of afstromend water naar waterbergende functie.
LivingPlots - Blok 1 - Biodiversiteit
C
Functioneert als onderdeel van, sluit aan op en versterkt de ecologische structuur en biodiversiteit door:
Thema
Grondgebonden (78)
Natuurlijke boven grijze oplossingen
» Eisen met betrekking tot groenblauwe structuren, hoogwaardige habitat, infiltratie & vasthouden van regenwater worden worden in eerste instantie ingevuld door middel van natuurlijke oplossingen, alvorens 'grijze' oplossingen toe te passen. Of voldaan wordt aan deze eis dient aannemelijk gemaakt te worden door de ontwikkelaar. Toetsing vindt plaats door het kwaliteitsteam.
Groenblauwe structuren
» Privaat terrein aangrenzend aan de hoofdgroenstructuur en het klimaatpark in het gebied dient voorzien te zijn van een verbindingselement per perceel, zie de bijgevoegde kaart onder “LivingPlots blok 1: Overzichtskaart aansluiting op ecologische structuur”. Hierbij geldt dat 1 per 3 woningen voorzien dient te zijn van een verbindingselement. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een groene gevel, egeltrap of groen dak als verbindend element. » Toegang tot verhoogd privaat terrein wordt voorzien van een fysiek verbindingselement voor de doelsoorten vanaf maaiveld naar het verhoogde terrein. » De keuze voor het type groen wordt gebaseerd op de aanwezige doelsoorten volgens “LivingPlots blok 1: Programma van Eisen doelsoorten” door TAUW.
Hoogwaardige habitats
» Vanuit elk bouwblok wordt een hoogwaardige habitat (d.m.v. 5 V’s) gecreërd voor tenminste 2 van de vastgestelde doelsoorten (“LivingPlots blok 1: Programma van Eisen doelsoorten” door TAUW). » De elementen ‘Verbinding’ en ‘Voortplanting’ zijn voor deze soorten volledig voor rekening voor het private terrein en geplaatst volgens uitgangspunten Bijlage 2 Voorschriften natuurinclusief bouwen. » Blok A: 12 nestkasten huismus, 12 nestkasten gierzwaluw, 6 nestkasten vleermuis. » Blok B: 6 nest kasten huismus, 6 nestkasten gierzwaluw, 3 nestkasten vleermuis. » Blok C: 6 nestkasten huismus, 6 nestkasten gierzwaluw, 3 nestkasten vleermuis.
Biodiverse tuinen
Appartement (46)
Dektuin (blok A)
» Binnentuin wordt ingericht als biodivers volgens de richtlijnen voor de doelsoorten beschreven in “LivingPlots blok 1: Programma van Eisen doelsoorten” door TAUW.
» Blok A: 12 nestkasten huismus, 12 nestkasten gierzwaluw, 6 nestkasten vleermuis
» De ontwikkelaar levert een inspiratiegids met tenminste 3 ontwerpvarianten aan de toekomstige bewoners, welke gebaseerd zijn op de eisen voor “LivingPlots blok 1: Programma van Eisen doelsoorten”. Daarnaast wordt droogte- en hittebestendige beplanting als basis meegenomen in de 3 ontwerpvarianten. » Private tuinen worden voorzien van instandhoudingsplicht voor een percentage van 50% onverhard terrein. » De tuinen worden opgeleverd voorzien van bruine of zwarte grond (grond met een hoge concentratie organische stoffen).
* Of een gelijkwaardig alternatief welke aantoonbaar dezelfde doelstelling dient.
B A
Inspiratie
Groene gevel als verbindingselement met ecologische zone
» Binnentuin wordt ingericht als biodivers volgens de richtlijnen “LivingPlots blok 1: Programma van Eisen doelsoorten” door TAUW. » De basis voor de binnentuin is een vorm van bruine of zwarte grond. » Groen is hitte- en droogtebestendig. » De binnentuin wordt onderhouden door een ecologische groenbeheerder voor tenminste de eerste drie jaar.
Nestvoorzieningen aan de gevel
Egeltrap voor een veilige route van / naar verhoogde tuinen
Stap 5. Overzichtsmatrix Gebiedsanalyse RijswijkBuiten Thema Wateroverlast
Quickscan - Gebied
Beleid - bindend
Hoge grondwaterstand en lage infiltratiecapaciteit van de Hemelwaterverordening Rijswijk bodem vormt risico voor infiltreren en vasthouden regenwater - 50 L / m2 bebouwd oppervlak tijdens natte perioden, vereist actie voor opvangen, vertragen + 50 L / m2 over 50% van onbebouwd oppervlak Hemelwater op privaat en afvoeren van hemelwater ‘bovengronds’ 100% lediging in 1 à 2 dagen (zonder hergebruik) terrein 100% lediging in 3 à 4 dagen (met hergebruik) Geautomatiseerd systeem + hergebruik: tijdig leeg voor eerstvolgende bui Watersysteem: Geen waterbergingsopgave vanuit het GRW Rijswijk waterschap na ingreep in het watersysteem. Gebied zou 20 mm geen water-op-straat (standaardbui08) voldoen aan een T100 zonder schade aan bebouwing. Het 30 mm maximaal 30 minuten water-op-straat gebied wordt flink opgehoogd, waardoor de berging wordt (standaardbui09) vergroot en de kwetsbaarheid wordt verlaagd. Livingplots en conform trits vasthouden - bergen - afvoeren Geen schade bij extreem Sion is relatief ruim opgezet met het oppervlaktewater dichtbij. Parkrijk is dichter bebouwd en het oppervlaktewater Watersleutel (HH Delfland) weer ligt verder weg, waardoor dit gebied kwetsbaarder is voor Peilstijging t100 mag niet toenemen als gevolg van wateroverlast.
ontwikkelingen binnen plangebied Inrichting van gebied mag niet voor toename in klimaatopgave voor polder / plangebied zorgen Klimaatopgave 2050: 8,93 mm bergen over plangebied Watersleutel (HH Delfland) Peilstijging t100 mag niet toenemen als gevolg van Waterneutrale ontwikkelingen binnen plangebied Inrichting van gebied mag niet voor toename in ontwikkeling klimaatopgave voor polder / plangebied zorgen Klimaatopgave 2050: 8,93 mm bergen over plangebied
Hitte
Schaduw in het plangebied
Koele verblijfsplaatsen
Overzichtsmatrix - RijswijkBuiten en Livingplots
Hitte-eiland effect vanuit Delft en Den Haag vormt risico voor RijswijkBuiten welke mometeel een 'bufferende' zone is.
Schaduw bij groenblauwe stroken en verblijfsplaatsen vormt een aandachtspunt. In potentie voldoende locaties beschikbaar op gebiedsniveau
Beleid - ambitie
Convenant
Uitvoeringsplan Klimaatadaptief Rijswijk RijswijkBuiten wordt gebouwd conform het convenant ‘Bouwadaptief Zuid-Holland’
Convenant Zuid-Holland Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm, met range tussen 40-70mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur daarna vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar (range 48-60 uur). Convenant Zuid-Holland In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag geen schade op (bij 70 mm in een uur) aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen en vitale voorzieningen blijven functioneren (bij 90mm in een uur) (hoofdwegen, drinkwater en energie).
GRW Rijswijk Bij ruimtelijke ontwikkelingen en planvorming blijven wateroverlast-risico's minimaal gelijk en nemen bij voorkeur af.
GRW Rijswijk Bij ruimtelijke ontwikkelingen en planvorming blijven wateroverlast-risico's minimaal gelijk en nemen bij voorkeur af.
Convenant Zuid-Holland De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied.
Uitvoeringsplan Klimaatadaptief Rijswijk RijswijkBuiten wordt gebouwd conform het convenant ‘Bouwadaptief Zuid-Holland’ Groenbeleidsplan Rijswijk (2010 - 2020) Streven naar combinatie van openbaar groen en groen in voor- en achtertuinen Groenbeleidsplan Rijswijk (2010 - 2020) Minimaal 77 m2 groen op minder dan 500 meter afstand vanaf iedere woning beschikbaar
Convenant Zuid-Holland Tenminste 40% (Range 20%-60%) schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30 % schaduw op buurtniveau.
Warmtewerende / verkoelende oppervlakten Bouwbesluit TOJuli ≤ 1,20
Duurzame vorm van koeling Hittebestendige infrastructuur / groenvoorzieningen
Bouwbesluit TOJuli ≤ 1,20
Voorkomen opwarming woningen
Convenant Zuid-Holland Koele, schaduwrijke verblijfsplekken (>200m2, gevoelstemperatuur <35°C op gemiddelde warme zomerdag)2 zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk. Convenant Zuid-Holland 40% (Range 20%-60%) van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend en/of verkoelend ingericht mits dit geen negatief effect heeft op de gevoelstemperatuur op verblijfsplekken en langzame verkeersroutes. Convenant Zuid-Holland De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving. Convenant Zuid-Holland Boven- en ondergrondse vitale en kwetsbare functies, koude infrastructuur en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen de hitte. Convenant Zuid-Holland Er moeten maatregelen (gebied en gebouw) worden getroffen om de opwarming van de binnentemperatuur te voorkomen (alvorens eventuele toepassing van actieve koelingsmaatregelen).
Droogte Grondwaterbeheer
De overzichtsmatrix van RijswijkBuiten en de prestatie-eisen op gebiedsniveau, e.g. Livingplots, zijn een tussenproduct om te komen tot concrete eisen op plotniveau. In één overzicht worden zo de resultaten van de quickscan, beleidsdocumenten, het convenant en de daaropvolgende uitwerking met voorkeursvolgorde en prestatie-eisen weergegeven.
Infiltratie
Doelmatig water(her)gebruik
De afstand tot het oppervlaktewater is relatief klein voor Sion en Pasgeld West. Dit maakt de kwetsbaarheid voor droogte minder. De afstand tot het oppervlaktewater is groter in Sion, wat dit gebied iets kwetsbaarder maakt. Voor een aantal binnenpleinen is het oppervlaktewater verder weg (oranje cirkels). Dit maakt deze locaties kwetsbaarder voor droogte dan de rest van het gebied. RijswijkBuiten is een klassieke Nederlandse polder met een toplaag met zware klei met een slechte doorlaatendheid met een intensief slotenpatroon. Stimulering van infiltratie heeft beperkt toegevoegde waarde vanwege de slechte doorlatendheid en de beperkt uitzakkende grondwaterstanden. In het gebied zijn lokaal veenlagen aanwezig, waardoor risico op veenoxidatie aanwezig is. Het gebied heeft veel oppervlaktewater, wat ondersteunt in een goed grondwaterbeheer. Op een aantal locatie komen groene stroken / parken voor met weinig oppervlaktewater nabij. Dit is een aandachtspunt voor droge periodes qua grondwaterbeheer en waterbeschikbaarheid voor groen.
Vitaal en kwetsbaar Droogtebestendig
Bodemdaling
Uitvoeringsplan Klimaatadaptief Rijswijk RijswijkBuiten wordt gebouwd conform het convenant ‘Bouwadaptief Zuid-Holland’
Convenant Zuid-Holland De (grond)waterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.
Convenant Zuid-Holland De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling (minimaal 50 % van de jaarneerslagsom, afhankelijk van bodemtype benoemd in volgende kolom).
GRW Rijswijk In de ruimtelijke planvorming dragen ontwikkelingen positief bij aan de hoeveelheid zoet water in het gebied. Droogte wordt bestreden door het vasthouden van gebiedseigen water
Convenant Zuid-Holland Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit. Convenant Zuid-Holland Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.
Bodemgestuurde ontwikkeling
RijswijkBuiten heeft te maken met beperkte bodemdaling bij ophoging. De bodemdalingskaart geeft aan dat dit over het algemeen 10 tot 25 cm is over een periode van 30 jaar met lokale uitschieters tot 50 cm. Lokaal kunnen veenlagen in de bodem aanwezig zijn. De bodemdaling zonder ophoging blijft beperkt tot minder dan 10 cm in 30 jaar, ook in toekomstige klimaatscenario’s.
Convenant Zuid-Holland De natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.
Restzetting en maatregelen bodemdaling
RijswijkBuiten is beperkt kwetsbaar voor bodemdaling. De gebruikelijke restzettingseisen zijn voldoende om te voldoen aan een kosteneffectieve aanpak voor bodemdaling. Deze restzettingseis is 10 cm per 30 jaar op basis van integrale voorbelasting van openbaar en privaat terrein en daardoor gelijkmatige zettingen. In het gebied zijn mogelijk veenlagen aanwezig met kans op veenoxidatie.
Convenant Zuid-Holland Gebiedsspecifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein.
Overstromingen
RijswijkBuiten is niet kwetsbaar voor overstromingen vanuit GRW Rijswijk Uitvoeringsplan Klimaatadaptief Rijswijk de primaire kering (zee of grote rivieren). Het grootste risico Waterveiligheid is een randvoorwaarde bij alle ruimtelijke RijswijkBuiten wordt gebouwd conform het convenant vormt de lokale boezemwatergang richting Den Haag. Op het ontwikkeling en planvorming: ‘Bouwadaptief Zuid-Holland’ moment dat deze kering breekt komt er momenteel 20 tot 40 We zoeken naar robuuste (ruimtelijke) oplossingen voor de cm water in het gebied staan met een kans van 1 keer per waterkeringen in cultuurhistorische Overstromingen tot 0,2 m 500 jaar. Het gebied wordt tot 70 cm opgehoogd naar -0,05 binnensteden. m boven NAP. Het vloerpeil van de woning komt nog eens 25 We beperken schade door overstromingen door waterrobuust cm hoger. Het risico op overlast door overstromingen is te bouwen met oog op meerlaagse daardoor nihil in alle wijken. veiligheid op lange termijn. n.v.t.
Convenant Zuid-Holland Schadebeperking (<0,50 meter): er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn.
n.v.t
Convenant Zuid-Holland Beschermen vitale functies (<2,0 meter): bij overstromingen zijn vitale functies beschermd en blijven doorfunctioneren, mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn gezien het regionaal of nationaal belang. Convenant Zuid-Holland Schuilen en evacueren (>2,0 meter): Er moeten maatregelen getroffen worden om te evacueren in het geval van een overstroming en als de evacuatietijd te kort is, om veilig te schuilen.
Overstromingen tot 0,5 m
Overstromingen tot 2,0 m Overstromingen vanaf 2,0 m
n.v.t.
Biodiversiteit Natuurlijke boven grijze oplossingen
Groenblauwe structuren
Hoogwaardige habitats
Drinkwater
Convenant Zuid-Holland Schade voorkomen (<0,2 meter): bij overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar.
De parkstructuur in RijswijkBuiten vormt een belangrijke Uitvoeringsplan Klimaatadaptief Rijswijk Groenbeleidsplan Rijswijk (2010 - 2020) schakel in de biodiversiteit van de regio. In de huidige situatie RijswijkBuiten zet natuurlijke uitstraling en sfeer van RijswijkBuiten wordt gebouwd conform het convenant is door de blijvende parken al natuur beschikbaar waar op ‘Bouwadaptief Zuid-Holland’ stadsparkzone door aangesloten kan worden. De groenstructuur biedt daar de Doorzetten van goede boom-, natuur- en recreatiestructuur basis voor waar de wijken op aan moeten sluiten. naar Delft naar Prinses Beatrixlaan Streven naar combinatie van openbaar groen en groen in voor- en achtertuinen. De belangrijkste aandachtspunten voor de biodiversiteit zijn Groenbeleidsplan Rijswijk (2010 - 2020) de kruisingen met de doorlopende (spoor)wegen in het Tenminste 5 - 10% van watergangen voorzien van natuurlijke gebied. Dit zijn de Prinses Beatrixlaan en het spoor. Bosplots inrichting biedt de beste basis voor biodiversiteit door de inrichting van het toekomstige landschap. Parkrijk biedt de grootste uitdaging door het vele private oppervlak en het hoogstedelijke karakter.
Convenant Zuid-Holland Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen hebben altijd de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership benadering). Convenant Zuid-Holland Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30 % groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee).
Convenant Zuid-Holland Het plangebied creëert een hoogwaardige habitat voor tenminste gebouwbewonende soorten en twee andere soortencategorieën.
Drinkwatervrije openbare ruimte
Convenant Zuid-Holland Het plangebied wordt zodanig ontworpen dat er geen drinkwater nodig is voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
Voorkeursvolgorde behandelen regenwater
Convenant Zuid-Holland De voorkeursvolgorde voor toepassing van opgevangen regenwater van daken en de verharde openbare ruimte is: 1. gebruiken in en om het gebouw en/of in de openbare ruimte 2. infiltreren in de bodem 3. vertraagd afvoeren via de (hemelwater)riolering
Toegankelijk voor huishoudwatersysteem
Convenant Zuid-Holland De installaties in de woningen en gebouwen zijn eenvoudig toegankelijk en aanpasbaar ten behoeve van het aanleggen en in gebruik nemen van een huishoudwatersysteem (regenwater of grijs water).
Stap 6. Prestatie-eisen Livingplots (buurtniveau) Thema Hitte
Schaduw in het plangebied
Voorkeursvolgorde Thema met de meeste kwetsbaarheid
Koppelkans
Openbare ruimte - eis
Openbare ruimte - onderbouwing Privaat - eis Als iets conflicteert, dan helpt de voorkeursvolgorde om een afweging te maken
1.1: Schaduw vormt de basis om het oppervlak niet verder op te warmen en het hitte-eilandeffect vanuit Delft zoveel mogelijk te voorkomen. Bomen zijn daarbij de basis.
Biodiversiteit
> 30% schaduw op buurtniveau bij de rondweg, klimaatpark en Schaduw op buurtniveau kan worden behaald door het schaduwrijk inrichten van de openbare ruimte van de rondweg, klimaatpark en brede tussenwegen. Een eis Pasgeldlaan, waarvan 25% door bomen. stellen voor OR van 30% op buurtniveau is daarbij reëel. Hiermee wordt automatisch ook de eis behaald voor 40% op plangebiedniveau. Grove schatting: 5 - 10% schaduw door bebouwing; rest door groen.
1.6: Het grote park is te ver weg (> 300m), groene zoom is binnen bereik (<300m) mits verblijfplaatsen worden gecreeerd.
Biodiversiteit
Optioneel: Eén koele, schaduwrijke verblijfsplek in de klimaatpark van > 200m2 in het midden van de klimaatpark
Oplossing kan worden gevonden in de groene zoom Aanbeveling voor meerwaarde: Inrichten van de klimaatpark tot een koele verblijfplaats conform eisen convenant Actie: Wordt hiermee ook voldaan aan de groenbeleidseis van gemeente Rijswijk?
n.v.t.
n.v.t.
> Openbare ruimte: 40% verkoelend / warmtewerend in openbare ruimte. > Parkeerhoven: 60% warmtewerend / verkoelend Voorkeursvolgorde: verkoelend boven warmtewerend.
Het percentage warmtewerend / verkoelend oppervlak in de openbare ruimte kan worden behaald door het zo veel mogelijk groen inrichten van de buitenruimte. Overige materialisatie wordt lichter - of verkoelend toegepast. Uitgangspunt hierbij is dat warmtewerende materialisatie in combinatie met schaduwwerking wordt toegepast.
> Bebouwing: gevels aan zuid- oost- westzijde geldt: 60% warmtewerend / verkoelend > Daken: daken onder enkellaagse woningen zijn 60% verkoelend / warmtewerend. > Binnentuinen / hofjes: 40% warmtewerend / verkoelend. Voorkeursvolgorde: verkoelend boven warmtewerend.
Nadruk op warmtewerende / verkoelende gevels voornamelijk bij hoogbouw en zongeoriënteerde zijden. Binnentuinen en hofjes:
Energieconcept 1.4: Voorkomen is beter dan genezen, dus opwarming voorkomen is belangrijker dan duurzame koeling.
n.v.t.
n.v.t.
Uitwerken op plotniveau (e.g. koeling d.m.v. bodemwarmtepomp)
1.5: Vitale en kwetsbare infra is niet Biodiversiteit Droogte expliciet aanwezig. Dit thema is enerzijds een randvoorwaarde (hittebestendig groen) en anderzijds behoeft het nog verder uitwerking qua infrastructuur.
> Waterleidingen liggen onder warmtewerende en/of verkoelende materialisatie > Indien onmogelijk; waterleidingen worden extra geïsoleerd (drinkwaterleidingen niet tot temperaturen hoger dan 20 °C worden opgewarmd (zie NEN 7171-1 2009)). > Groen in de openbare ruimte wordt geselecteerd op mate van hittebestendigheid. Opstellen van lijst voorkeurssoorten aangeraden. > Groen kwetsbaar voor hitte wordt geplaatst in schaduwrijke zones. > Transformatorhuisjes e.d. bevinden zich op schaduwrijke of groene locaties.
Ladder van koeling toepassen. Actieve koeling door middel van een bodemwarmtepomp (ipv luchtwarmtepomp). Verder uitwerken op plotniveau met extra aandacht voor zuidwest gevels en hoogbouw dichter bij Delft en industrieterrein
Biodiversiteit 1.3: Voorkomen is beter dan genezen, dus opwarming voorkomen is belangrijker dan duurzame koeling.
n.v.t.
n.v.t.
OR - eis
OR - onderbouwing
> 40% schaduw op binnenplaatsen voor langzaam verkeer => voetpaden en parkeerplaatsen; Voorkeursvolgorde: - Bomen / Bebouwing - Groene constructies, e.g. pergola met klimplant - Hittebestendgie maatregelen, e.g. schaduwdoek
Privaat - onderbouwing
Risico's rondom binnenplaatsen om daar ook de schaduw te behalen voor langzaam verkeer. Expliciete eisen meegeven voor deze binnenplaatsen, zodat de eis voor langzaam verkeer niet wordt ondermijnd.
> Aantonen beheer maatregelen na oplevering
Koele verblijfsplaatsen
1.2 Hoogstedelijk, dicht/hoogbebouwde Biodiversiteit blokken behoeven aandacht, zuidzijden Energieconcept aandacht. Inrichting wegen / bestrating Warmtewerende / verkoelende zuid - west zijden Warmtewerende / verkoelende gevels op oppervlakten oost- zuid - westzijde van gebouwen.
Duurzame vorm van koeling
Hittebestendige infrastructuur / groenvoorzieningen
> Hittebestendig groen (kwalitatief, beoordeling door ecoloog)
Voorkomen opwarming woningen
Droogte
Tweede voorkeur Wateroverlast Biodiversiteit Bodemdaling
> Aansluiten op een publiek drainagestelsel, indien > Aantonen met een grondwaterbeheerplan dat de veenlagen In het gebied zitten tussen de -1 en -2 m veen in de ondergrond (Lankelma). Dit betekent dat bij lage grondwaterstanden, veen kan oxideren. Een goed noodzakelijk, voor een goed grondwaterbeheer. nat blijven in tijden van droogte. grondwaterbeheer is zodoende vereist. > Aantonen met een grondwaterbeheerplan dat er geen grondwateronderlast of overlast optreedt in de openbare ruimte Een infiltratie-eis op klei / veen zonder goede afvoer voorzieningen of met risico op schade (door droogte of door vernatting). grondwaterbeheer kan leiden tot grondwateroverlast. Een grondwaterstudie is nodig om te bepalen wat nodig is om een stabiele grondwaterstand te krijgen t.b.v. het voorkomen van grondwateroverlast of watertekort bij langdurige droogte.
2.2 Prioritering bepaald a.d.h.v. drinkwatervoorkeursvolgorde.
Wateroverlast Biodiversiteit
> 70% van benodigde volume voor infiltratie wordt in de openbare ruimte opgevangen (ca. 280 kuub / regendag) voor zover de ontwateringsdiepte en drooglegging het toelaten.
Infiltratie
2.1 Prioritering bepaald a.d.h.v. drinkwatervoorkeursvolgorde Drinkwater
> De openbare ruimte wordt voorzien van droogtebestendige beplanting, zodat dit groen vanuit het (geïnfiltreerde) grondwater wordt gevoed of goed kan herstellen na een droge periode. > Een verbetering van de waterkwaliteit dient te worden afgestemd met het waterschap om te bepalen wat speelt in de specifieke casus.
n.v.t.
n.v.t.
Doelmatig water(her)gebruik
Wateroverlast
Privaat - eis
2.3
Grondwaterbeheer
Vitaal en kwetsbaar Droogtebestendig
> Open - dicht: maximaal 40 open - 60 gesloten % > Voor alle bebouwing geldt: aan de TOJuli eis (1,2 of lager) wordt exclusief koeling voldaan. Uitwerken op plotniveau (e.g. zonwering, open-dicht verhoudingen, zonwerend glas, lichte materialisatie). > Indien aantoonbaar niet kan worden voldaan aan bovenstaande TOJuli-eis, dient door middel van een duurzame vorm van koeling de eis te worden behaald.
Derde voorkeur
OR - eis
Huidige ontwikkeling: ca. volledige infiltratie jaarlijkse neerslag (ca. 960 mm/jaar) = 50% wordt behaald als een bij een regendag met 4 mm of meer, 4 mm kan infiltreren door middel van directe infiltratie of door middel van vertraagde infiltratie met behulp van een berging. van 100,200 m2 * 4 mm/dag = 400 kuub / regendag voor zover de bovenste grondlaag met evt. drainagesysteem, ontwateringsdiepte en drooglegging het toelaten. Zie tabblad 'Berekeningen onderbouwing' > Alle bebouwing wordt voorzien van waterbesparend sanitair Doel is onderbouwd vanuit het programma bodem water (klasse ntb). De eis is dat aannemelijk wordt gemaakt dat een sturend met een doel van 100 l / persoon / dag voor het gemiddelde toekomstige bewoner een drinkwaterverbruik krijgt jaar 2035. Grondgebonden woningen is gebaseerd op het voorstel van 100 l / persoon / dag. > Grondgebonden woningen krijgen een meerwerkoptie voor voor toekomstige eisen van Dunea / Evides. Door de gestapelde bouw van appartementen wordt een buffer van 5 m3. gewerkt met het dakoppervlak en een percentage van de neerslagsom. Dit wordt nu gesteld op 8% van de jaarlijkse neerslagsom. Dit komt ongeveer overeen de eis voor 5 m3 bij een grondgebonden woning met een dakoppervlak van 66 m2.
De volgende eis is komen te vervallen, aangezien deze niet meer inpasbaar is bij deze exploitatie: Appartementen hebben een buffer die voorziet in een maandvoorraad aan benodigd regenwater (8% van jaarlijkse neerslagsom op het dakoppervlak). n.v.t.
> 20 tot 30 mm van privaat terrein oplossen in retentievoorzieningen in de openbare ruimte.
Een zwaardere eis dan 50 mm is niet nodig, aangezien er voldoende ruimte is om > Vertragen afvoer naar droge sloten / greppels privaat terrein: de resterende 20 mm op straat te bergen zonder dat dit leidt tot schade. De hele ca. 20 mm (standaardbui08 conform GRP, 2021) op dak / tuin wijk is nieuwbouw en er zijn in de omgeving geen bestaande kwetsbare panden. afgevangen door bergen en infiltreren + de restopgave wat niet Tegelijkertijd maakt de kleibodem infiltreren lastig, waardoor dit eerder kan leiden kan worden opgelost in de openbare ruimte. Lediging conform tot overlast dan op zandgronden, waar al sneller water in de bodem zal wegtrekken. hemelwaterverordening 1 à 2 dagen zonder hergebruik, Een eis van 50 mm is daardoor reëel. geleidelijke lediging over 3 à 4 dagen met hergebruik of Door de moerasstrook en wadi's + de weg langs de watergang die slim ingericht geautomatiseerd met lediging voor de eerst volgende bui. kan worden. Kan de openbare ruimte een belangrijke rol spelen in het doelmatig en natuurlijk opvangen van regenwater dat valt op privaat terrein. Wij stellen daarom voor om af te wijken van de Hemelwaterverordening door de eis uit de hemelwaterverordening op te pakken in samenhang met de openbare ruimte.
OR - onderbouwing
Privaat - eis
3.1 De kern van dit thema is het voorkomen van schade door wateroverlast, de andere twee eisen is een middel om dat doel te bereiken.
Overstromingen
Werken met uit te voeren trits en bijbehorende eisen: 1. Afvoer naar watergangen door tijdelijk berging op maaiveld (X mm of kuub), 2. Afvoer naar voorzieningen (geen water op straat bij een T = 2 en maximaal 30 minuten op straat bij een T = 5), 3. Geen schade, evt. met behulp van voorzieningen en water op maaiveld (T = 100).
Eis opstellen op lager abstractieniveau volgens de trits: - Langs de watergangen water op straat / parkeervakken bergen en via openingen in verhoogde opsluitbanden vertraagd afvoeren - Water bergen voor een hevige bui (T = 2 à 20 mm of T = 5 à 30 mm) zonder water op straat, waarbij de woning zijn eigen deel voor zijn rekening neemt. - Extreme regenval (T = 100) verder bergen in wadi's en op straat, waarbij schade wordt voorkomen. Mocht er nog een restopgave zijn, wat niet past in de openbare ruimte, dan wordt dit alsnog toegevoegd op privaat terrein.
> Restopgave vertalen naar een waterbergingseis onder "Hemelwater op privaat terrein". > Het vloerpeil van de woning dient tenminste 20 cm boven het laagste straatpeil / maaiveld te zijn.
3.2 Door waterneutraal te bouwen voorkomen we het vergroten van wateroverlast in de omgeving.
Droogte
Zie eis: Geen schade + Infiltratie, deze structuur leidt tot waterneutraal bouwen.
Droogte
> Eisen met betrekking tot groenblauwe structuren, hoogwaardige habitat, infiltratie & vasthouden van regenwater worden worden in eerste instantie ingevuld door middel van natuurlijke oplossingen, alvorens 'grijze' oplossingen toe te passen.
Geen schade bij extreem weer
Privaat - onderbouwing Voorkomen van grondwateronder- of overlast door langdurige infiltratie of watertekort door lange droge periodes.
Een infiltratieneutrale voorziening kan voor uitdagingen leiden. De hogere mate aan > 30% van benodigde volume voor infiltratie wordt in de private Risico's bij blokken zonder binnenplaatsen / parkeerhoven (dus enkel private achtertuinen). Eisen bebouwing maakt dat op openbaar / onverhard terrein tot wel een dubbele ruimte opgevangen (ca. 120 kuub / regendag) voor zover de voor percentage onverhard terrein zijn een reële capaciteit geïnfiltreerd dient te worden. Dit in combinatie met een mogelijk ontwateringsdiepte en drooglegging het toelaten. oplossing. Ca. 280 mm / jaar / m2 bergen op privaat slechtere doorlatendheid van de bodem, maakt dat waterberging ook door middel terrein. van overige maatregelen vertraagd afgevoerd dient te worden.
3.3 Deze eis is een middel om schade te Drinkwater voorkomen en waterneutraal te bouwen Droogte
Hemelwater op privaat terrein
Ladder van koeling toepassen. Verder uitwerken op plotniveau met extra aandacht voor zuidwest gevels en hoogbouw dichter bij Delft en industrieterrein. Actieve koeling door middel van een bodemwarmtepomp.
Privaat - onderbouwing
Zie eis: Geen schade + Infiltratie, deze structuur leidt tot waterneutraal bouwen.
Waterneutrale ontwikkeling
Biodiversiteit
Vierde voorkeur
Natuurlijke boven grijze oplossingen
Wateroverlast Droogte
Groenblauwe structuren
Vijfde voorkeur
Restzetting en maatregelen bodemdaling
Thema met de minste kwetsbaarheid
Privaat - eis
> Eisen met betrekking tot groenblauwe structuren, hoogwaardige habitat, infiltratie & vasthouden van regenwater worden worden in eerste instantie ingevuld door middel van natuurlijke oplossingen, alvorens 'grijze' oplossingen toe te passen. > Of voldaan wordt aan deze eis dient aannemelijk gemaakt te worden door de ontwikkelaar. Toetsing vindt plaats door het kwaliteitsteam. Het gebied sluit aan op verscheidene groenstructuren en vormt een verbinding of > Privaat terrein aangrenzend aan de hoofdgroenstructuur en > Binnen het gebied wordt aangesloten op de groen-blauwe structuur van de omgeving (zie bijgevoegde kaarten 'Uitwerking stapsteen naar de aangrenzende groenstructuur. Het is zaak om deze aansluitingen het klimaatpark in het gebied (zie bijgevoegde kaarten groenblauwe structuren Pasgeld, Rijswijk'), volgens 'Uitwerking te waarborgen en het gebied een verbindende zone te laten zijn. Daarom is het 'Uitwerking groenblauwe structuren Pasgeld, Rijswijk), dient, belangrijk 'harde barrieres' en 'doodlopende' groene/blauwe zones te voorkomen. ecologische structuur Pasgeld Rijswijk' door TAUW). per perceel, voorzien te zijn van een verbindingselement (dwz: Hierbij ligt een specifieke nadruk op het creëren van natuurlijke groene gevel aan de ecologische zone, groen dak als verbindingen over 'harde barrières' binnen de groen-blauwe stapsteen, etc). structuur.
> De keuze voor het type groen wordt gebaseerd op de > Op buurtniveau wordt in totaal 30% groen in de openbare aanwezige doelsoorten volgens de visie en uitwerking ruimte gerealiseerd, boomkroonoppervlak telt mee. ecologische structuur Pasgeld door TAUW. > Het groen dient afhankelijk van de locatie, hittebestendig, droogtebestendig en of wateroverlastbestendig te worden ingericht.
OR - eis
Bodemgestuurde ontwikkeling
Overstromingen
OR - onderbouwing
Privaat - onderbouwing
> Vanuit elk bouwblok wordt een hoogwaardige habitat (d.m.v. Het private terrein vormt een uitdaging in het creëren 5 V's) gecreërd voor ransuil en egel (zie 'Ecologische structuur van hoogwaardige habitats voor gebouwbewonende soorten. Dit met name door de beperkte invloed op het Pasgeld Rijswijk' door TAUW). Hierbij zijn de elementen 'Verbinding' en 'Voortplanting' voor deze soorten volledig voor private terrein. Gekozen is voor het toepassen van bouwkundige voorzieningen mbt voortplanting en de rekening voor het private terrein. focus op de verbinding tussen het private en openbare > Daarnaast worden binnentuinen ingericht als biodivers volgens de richtlijnen beschreven op pagina 48 van 'Uitwerking terrein mbt de habitat. Overige uitgangspunten volgens de 5 V's kunnen tzt als 'extra's' of inspiratie worden ecologische structuur Rijswijk' door TAUW. Per set van 20 meegegeven in de 'eisen' op perceelniveau / grondgebonden woningen worden 6 nestkasten voor de kavelpaspoorten. Om de ransuil voldoende plek te geven huismus, 6 voor gierzwaluw en 3 voor vleermuis. Geplaatst volgens uitgangspunten Bijlage 2 Voorschriften natuurinclusief in Pasgeld-West, dienen in totaal 300 nestvoorzieningen voor de vleermuis, gierzwaluw en huismus geïntegreerd bouwen. Per set van 25 appartementen worden 6 nestkasten te worden in de ontwerpen.
Deze voorzieningen zijn voor de huismus, 6 voor gierzwaluw 3 voor vleermuis. evenredig verdeeld over het plangebied, maar kunnen Geplaatst volgens uitgangspunten Bijlage 2 Voorschriften lokaal worden uitgewisseld binnen de woningvoorraad natuurinclusief bouwen. van de ontwikkelende partij, om tot een optimale en geschikte inpassing van de nestvoorziening te komen.
> De openbare ruimte wordt, op basis van de ecologische visie van Tauw, ingericht volgens 'Tabel 3,2 Randvoorwaarden natuurtypen en bouwstenen' (Visie ecologische structuur Pasgeld Rijswijk' door TAUW) en de uitgangspunten in 'UIitwerking ecologische structuur Pasgeld'. > De openbare ruimte ondersteunt in het creëren van een hoogwaardige habitat voor gebouwbewonende soorten. > Alle watergangen worden zonder beschoeïng aangelegd en met een talud van minimaal 1:3.
Hoogwaardige habitats
Bodemdaling
OR - eis
OR - onderbouwing
Keuzes zijn al gemaakt, voor een nieuw traject denk aan: waar wel of niet bouwen binnen het gebied of binnen de gemeente op basis van de ondergrond, e.g. bouwen op een "oude" zandrug en niet bouwen dwars door een oud stroompje.
Het gebied kenmerkt zich door diverse geultjes en stroompjes die door het landschap hebben gelopen. Een heterogene opbouw met klei, veen en zand. Dwars door het gebied heen lopen ook wat (dunne) veenlagen. De boorprofielen zelf hebben we nog niet kunnen inzien en of dit consequenties heeft qua veenoxidatie.