CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 24 093 Bijlage A Beoordelingskader 'Klimaatadaptief en natuurinclusief RijswijkBuiten'

Forum Stad 14 januari 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening11.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

n.v.t.

Privaat - eis

Privaat - onderbouwing

> Voorbelasten volgens "standaard" eisen van de gemeente met een bepaalde restzettingseis als resultaat die past bij het beheer en onderhoud van de gemeente. Dit is voor RijswijkBuiten 10 cm in 30 jaar met integrale ophoging en daardoor gelijkmatige zettingen.

Voor ons uitdagend (niet onze expertise en 60 jaar MKBA is nog niet heel veel kennis van gedeeld. Graag dit bespreken tijdens de volgende Living Lab, wat is hierin de ervaring van de gemeente? Welke eisen stelt zijn nu aan restzettingen? Conclusie voor nu: zettingen zijn beperkt in dit gebied, bij een meter ophoging wordt 10 - 25 cm verwacht.

n.v.t.

Door de integrale ophoging worden ongelijkmatige zettingen zoveel als mogelijk voorkomen, waardoor geen extra maatregelen noodzakelijk zijn op privaat terrein.

Privaat - onderbouwing

OR - eis

OR - onderbouwing

Privaat - eis

Wateroverlast

Geen eisen tenzij het maaiveld op een andere hoogte gerealiseerd gaat worden.

Bouwpeil +0,2 m NAP Maaiveld op -0,05 m NAP Ingeschatte overstromingsdiepte op ongeveer -0,6 m NAP (foutmarge van tenminste 20 cm door nauwkeurigheid berekening / kaart)

> Geen eisen tenzij het vloerpeil op een andere hoogte gerealiseerd gaat worden.

Droogte

Zie eis 'Droogte: Doelmatig water(her)gebruik'

OR - eis

OR - onderbouwing

Droogte Wateroverlast

Eisen uit 'Droogte' en 'Wateroverlast' worden volgens de volgende voorkeursvolgorde toegepast.

Om de voorkeursvolgorde te implementeren, is het zaak dat losse eisen voor zowel Eisen uit 'Droogte' en 'Wateroverlast' worden volgens de privaat als openbaar terrein, in navolging van elkaar worden uitgevoerd. Daarnaast volgende voorkeursvolgorde toegepast. zijn deze eisen zo opgesteld, dat de restopgave vanuit voorgaande stappen wordt opgevangen per volgende eis, met als doel het hergebruik en de toevoer van drinkwater te stimuleren en de afvoer van regenwater naar het rioolstelsel te minimaliseren..

Droogte Wateroverlast

n.v.t.

Overstromingen tot 0,2 m

Overstromingen tot 0,5 m Overstromingen tot 2,0 m Overstromingen vanaf 2,0 m

Drinkwater

Nieuw

Privaat - eis

n.v.t.

Privaat - onderbouwing

Drinkwatervrije openbare ruimte

Voorkeursvolgorde behandelen regenwater

Toegankelijk voor huishoudwatersysteem

> Grondgebonden woningen: De woning wordt tenminste voorzien van 'loze leidingen' voor toekomstig regen- en/of grijswatersysteem.

Om de voorkeursvolgorde te implementeren, is het zaak dat losse eisen voor zowel privaat als openbaar terrein, in navolging van elkaar worden uitgevoerd. Daarnaast zijn deze eisen zo opgesteld, dat de restopgave vanuit voorgaande stappen wordt opgevangen per volgende eis, met als doel het hergebruik en de toevoer van drinkwater te stimuleren en de afvoer van regenwater naar het rioolstelsel te minimaliseren..

Parkrijk H4.5 & H4.1E - Ontwerpeisen en richtlijnen

Voor de plots H4.5 en H4.1E zijn ontwerpeisen t.a.v. het (stedenbouwkundig) ontwerp. Deze eisen komen voort uit de quickscan, het beleid van de gemeente Rijswijk en nationale ontwikkelingen. Hierbij is ingespeeld op de gebiedskenmerken van de te ontwerpen plots en de nabije omgeving. Op deze manier kan met de inrichting worden ingespeeld op de (beoogde) functies van het gebied.

Parkrijk H4.5 & H4.1E - Analyse en ontwerpeisen Bebouwing:

Hoge bouwdichtheid en veel privaat terrein Voor H4.5 geldt een indicatief programma van 27 grondgebonden woningen en 13 appartementen. Voor H4.1E is het indicatieve programma momenteel 63 appartementen. Het programma voor de plots H4.5 en H4.1E is relatief omvangrijk voor het oppervlak van de plots. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit betekenen dat de hoeveelheid privaat terrein (eigen en mandelig terrein) de plots zal domineren. De plots worden als één van de laatste plots in Parkrijk gebouwd. Dit maakt dat het gebied te maken heeft met reeds ontwikkelde systemen en effecten door de bebouwing.

Klimaateffecten en risico’s:

Biodiversiteit: Een belangrijke functie als stapsteen of verbinding met het Wilhelminapark De te ontwikkelen plots zijn aan de rand van Parkrijk gelegen, tegen het Wilhelminapark aan. Het plot krijgt daarmee een functie als ecologische stapsteen of verbinding tussen het Wilhelminapark, de toekomstige naastgelegen bebouwing en de aanwezige groene loper. Zie de afbeelding hiernaast voor deze structuren en natuurlijke barrières (station, fietstunnel en buurtweg). Wateroverlast: Bergingsopgave op privaat terrein om wateroverlast te voorkomen De plots zijn omgeven door oppervlaktewater wat voldoende ruimte biedt voor het opvangen van langdurige regenbuien. Tijdens een hevige piekbui zal het plangebied het regenwater vertraagd moeten afvoeren conform de hemelwaterverordening en/of convenant. Op deze manier kan de druk op de openbare ruimte worden verminderd. Hierbij speelt ook mee dat de bodemopbouw maakt dat regenwater minder makkelijk kan infiltreren in de bodem. Vanuit het waterhuishoudkundig plan is hierbij dat de ambitie is om het water op het maaiveld af te wateren. De hoge mate aan privaat terrein maakt dat het bergen van water voor piekbuien ook op privaat terrein zal moeten plaatsvinden. Hiermee wordt de druk op de openbare ruimte verminderd en wordt de afvoer naar het oppervlaktewater vertraagd.

Hitte: Het stedenbouwkundig ontwerp is van invloed op de hittebestendigheid De ligging nabij het verkoelende Wilhelminapark maakt dat de risico’s voor deze plots wat lager liggen. Desalniettemin zien we in de beoogde bebou-

Ecologische verbinding ‘Wonen in het park’-zone Wilhelminapark

Blauwe structuur Bovengrondse afwatering

wingsdichteid en de mogelijke hoeveelheid aan privaat terrein een risico met betrekking tot lokale opwarming van het gebied. Hierbij is ook de vorm en oriëntatie van de bebouwing van belang. Dit betekent dat met het stedenbouwkundig ontwerp veel invloed kan worden uitgeoefend op de mate van hittebestendigheid van de plots. Droogte: Lokaal grondwaterbeheer is een aandachtspunt bij de inrichting van de plots De ligging langs de watergangen met een gecontroleerde en stabiele waterpeil maakt dat de plots minder gevoelig zullen zijn voor perioden van droogte. Een aandachtspunt is het lokale grondwaterbeheer t.a.v. de bodemsamenstelling (klei en veen) en de hoge bebouwingsdichtheid. Bodemdaling en overstromingen: Met de huidige uitgangspunten worden risico’s geminimaliseerd Bodemdaling en overstromingen vormen geen verdere risico’s indien de huidige uitgangspunten t.a.v. peilen op maaiveld / bouwpeilen en voorbelasting worden gehanteerd.

Thema

Onderbouwing

Eis

Ontwerprichtlijn

Het plangebied bevindt zich op een sleutelpositie tussen het Wilhelminapark en de toekomstige bebouwig van Parkrijk. Daarnaast is er een ecologische verbinding binnen het gebied aanwezig van het park verder Parkrijk. Aansluiten en anticiperen op deze ecologische structuren vormt daarin de basis voor het creëren van een goede ecologische verbinding.

» Groenblauwe structuren zijn sturend binnen het gebied. De bebouwing en bijbehorende tuinen vormen de stapsteen van / naar het park en de groene loper. » Het doorzetten van de as vanuit de groene loper naar het Wilhelminapark vormt de basis van het ontwerp.

» Het maaiveld voorziet in voldoende grote fysieke, directe verbindingen in de groenblauwe structuur van het plangebied. » Privaat terrein aangrenzend aan de hoofdgroenstructuur en het klimaatpark in het gebied dient voorzien te zijn van een verbindingselement per perceel. Hierbij geldt dat 1 per 3 woningen voorzien dient te zijn van een verbindingselement. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een groene gevel, egeltrap of groen dak als verbindend element. » Toegang tot verhoogd privaat terrein wordt voorzien van een fysiek verbindingselement voor de doelsoorten vanaf maaiveld naar het verhoogde terrein. » De keuze voor het type groen wordt gebaseerd op de aanwezige doelsoorten.

Biodiversiteit Groenblauwe structuren

Natuurlijke oplossingen boven grijze oplossingen

De verwachting is dat de bebouwingsdichtheid relatief hoog zal liggen voor de te ontwikkelen plots. Groen boven grijs in het stedenbouwkundig ontwerp is een noodzaak om de klimaatadaptieve en natuurinclusieve oplossingen mogelijk te maken.

» Bij de inpassing van de bebouwing, klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen ligt de focus op het creëren van natuurlijke oplossingen alvorens grijze oplossingen toe te passen.

» Eisen met betrekking tot groenblauwe structuren, hoogwaardige habitat, infiltratie & vasthouden van regenwater worden worden in eerste instantie ingevuld door middel van natuurlijke oplossingen, alvorens ‘grijze’ oplossingen toe te passen. Of voldaan wordt aan deze eis dient aannemelijk gemaakt te worden door de ontwikkelaar. Toetsing vindt plaats door het kwaliteitsteam.

Hoogwaardige habitats

Voor Parkrijk zijn 8 doelsoorten gedefinieerd welke een plek zullen krijgen binnen het plangebied. Om deze doelsoorten, die voornamelijk in de gebouwde omgeving leven, een plek te geven, is het zaak om de keuze en inrichting van de (openbare) groene ruimten dusdanig te kiezen dat een hoogwaardige habitat voor deze soorten aannemelijker wordt. In een vroeg stadium kunnen ook keuzes worden gemaakt in de organisatie van de woningbouw door eigenaarschap, beheer en onderhoud als bepalende factor mee te nemen in de ontwerpkeuzes.

» Het plangebied biedt voldoende ruimte en mogelijkheden om een hoogwaardige habitat volgens de vijf V’s voor tenminste 3 van onderstaande doelsoorten. » Een ecoloog wordt gedurende de ontwerpfase ingeschakeld om de mogelijk- en noodzakelijkheden voor de habitatseisen van eventuele extra doelsoorten uit het Wilhelminapark te bepalen.

» Gedefinieerde doelsoorten Parkrijk: » Huismus » Gierzwaluw » Vleermuis » Egel » Bijen » Insecten » Scholekster/visdief » Voorbeeld: De grondgebonden woningen worden middels een VVE met elkaar verbonden. De grondgebonden woningen delen gezamenlijk een binnentuin.

Regenwateroverlast Geen schade bij extreem weer

Hemelwater op privaat terrein

De watergangen rondom het plangebied worden verruimd en de duikers op de hoofdwatergangen worden verbreed om de afvoercapaciteit van de watergangen te verhogen. Desalniettemin blijft de afvoercapaciteit bij piekbuien een aandachtspunt, wat betekent dat afstromend water zo veel mogelijk beperkt dient te worden. Hierbij ligt, naast de focus op het vasthouden en bergen op privaat terrein, aandacht op het creëren van de juiste stroombanen richting de watergang.

» Afwateren op oppervlaktewater wordt bij een hevige bui (T=2 of T=5) geminimaliseerd en water op straat vermeden. » Schade door een T=100 bui (zowel in OR als PR) wordt voorkomen.

Door de hoge bebouwingsdichtheid zal er, naar verwachting, meer privaat dan openbaar terrein aanwezig zijn binnen de plots in Parkrijk. Dit betekent dat er een grotere bergingscapaciteit op het private terrein zal komen te liggen, om voldoende water vast te houden binnen het plangebied.

»

Op privaat terrein wordt meer dan 50 L / m2 geborgen. De daadwerkelijke opgave is afhankelijk van de bouwdichtheid en de wateropgave in de openbare ruimte.

» Het vloerpeil van de woning of kwetsbare infrastructuur dient tenminste 20 cm boven het laagste straatpeil / maaiveld te zijn. » Water dat op openbaar terrein valt wordt in eerste instantie bovengronds in de openbare ruimte vastgehouden en tijdelijk geborgen. Indien aantoonbaar niet bovengronds aan de bergingscapaciteit kan worden voldaan, zijn ondergrondse oplossingen mogelijk. » Daadwerkelijke opgave definiëren adhv aandeel privaat terrein. » Lediging conform hemelwaterverordening met vertraagde afvoer in 1 à 2 dagen zonder hergebruik, geleidelijke lediging over 3 à 4 dagen met hergebruik of geautomatiseerd met lediging voor de eerst volgende bui.

Hitte Koele verblijfsplaats

Om een hittebestendige leefomgeving te creëren staat het ontwerpen rondom koele verblijfsplekken centraal. Door deze plekken als uitgangspunt te nemen wordt gegarandeerd dat elke bewoner binnen een afstand van 200 meter toegang heeft tot een koele plek.

» Elke woning heeft binnen 200 meter vanaf ontsluiting op maaiveld toegang tot een groene, koele verblijfsplaats (Wilhelminapark of andere koele plek > 200 m2). » Op doorgaande (langzaamverkeers-)routes wordt voorzien in tenminste 1 verkoelende rustplek van minimaal 20 m2 binnen deze plots op een loopafstand van circa 200 meter van de groene verblijfsplaatsen. Bij voorkeur in samenhang met de groenstructuur.

» Verkoelende rustplek: Minimaal 40% en maximaal 50% schaduw op verkoelende tussenplek. » Koele verblijfsplaats: > 200 m2, minimaal 30% en maximaal 50% schaduw, zitgelegenheden, openbaar toegankelijk

Thema

Onderbouwing

Eis

Ontwerprichtlijn

Schaduwrijke routes

De keuze voor de oriëntatie en inrichting van de straatprofielen heeft invloed op de hoeveelheid schaduw en hittebestendigheid op maaiveld. Door het belang van doorgaande routes en de benodigde hoeveelheid schaduw mee te nemen in het ontwerp van de profielen wordt hittebestendigheid optimaal geïntegreerd in het ontwerp. Bij een wegprofiel met oost-westoriëntatie zal de noordzijde van het profiel zich in de volle zon bevinden, Bij een noord-zuid georiënteerd wegprofiel is, bij plaatsing van bomen, gemakkelijker schaduw aan beide zijden te creëren.

» Elke doorgaande wandel- en fietsroute wordt voorzien van tenminste 40% schaduw tijdens de hoogste zonnestand, waarbij ten hoogste een pad van 100 meter zonder schaduw wordt ontwikkeld. » Over het gehele gebied geldt een schaduwpercentage van minimaal 30% en maximaal 50% tijdens de hoogste zonnestand.

» Oost-west orientatie wegprofiel: » Minimaal 40% schaduw » Route en schaduw voor langzaam verkeer op noordzijde van het straatprofiel. » Noord-zuid oriëntatie profiel: » Minimaal 30% schaduw » Voorkeursvolgorde schaduw: » Bomen / Bebouwing » Groene constructies, e.g. pergola met klimplant » Hittebestendgie maatregelen, e.g. schaduwdoek

Hittebestendige bouwblokken

De oriëntatie, natuurlijke ventilatie en open-dicht verhoudingen van de bebouwing zijn van invloed op de opwarming van zowel de buitenruimte als de woningen.

» Bij de stedenbouwkundige inpassing wordt rekening gehouden met de optimale oriëntatie t.o.v. de zon (jaarrond), natuurlijke ventilatie en de open-dicht verhouding van de bouwblokken. » Streven hierbij is om tenminste 10% (slag)schaduw door bebouwing in het gebied te creëren (tijdens hoogste zonnestand). » Daarnaast is het streven om natuurlijke ventilatie vanuit het oosten mogelijk te maken, waarbij de focus ligt op de afwisseling in bouwhoogten en -massa. » Specifieke open-dicht verhoudingen, gebaseerd op de oriëntatie van de bouwblokken, worden opgenomen in de uitvraag.

Ontwerprichtlijnen per type woning: » Grondgebonden woningen: » Ideale oriëntatie: noord-zuid oriëntatie voor- en achtergevel. » Zuidzijde maximaal 30% open - 70% dicht » Appartementen (doorzon): » Ideale oriëntatie: noord-zuid oriëntatie voor- en achtergevel; » Binnentuin / gemeenschappelijke buitenruimte op zuiden; » Zuidzijde maximaal 30% open - 70% dicht » Appartementen (enkelzijdig) voor-: » Ideale oriëntatie: oost-west oriëntatie » Binnentuin / gemeenschappelijke buitenruimte op westen of zuiden » Maximale verhouding 40% open - 60% dicht

Hittebestendige infrastructuur

Het in een vroeg stadium meenemen van hittebestendigheid bij de inpassing van nutsvoorzieningen creëert een klimaatrobuuste infrastructuur. Denk hierbij aan trafo’s en drinkwaterleidingen.

» Nutsvoorzieningen (o.a. trafo’s en drinkwaterleidingen) worden op schaduwrijke en groene locaties aangelegd of geplaatst.

» Waterleidingen liggen onder warmtewerende en/of verkoelende materialisatie » Indien onmogelijk; waterleidingen worden extra geïsoleerd (drinkwaterleidingen niet tot temperaturen hoger dan 20 °C worden opgewarmd (zie NEN 7171-1 2009)). » Transformatiehuisjes zijn voorzien van minimaal 40% warmtewerende en/of verkoelende materialisatie óf voorzien van minimaal 40% schaduw.

Koele woning

In het voorkomen van opwarming van de buitenruimte is het noodzaak om voorzieningen te treffen welke de duurzame koeling in woningen genereert. Daarom is het noodzaak al vroegtijdig de eisen t.a.v. duurzame koeling op te nemen in het uitgevraagde PvE.

» Een duurzame koeling is een standaard uitgangspunt binnen het PvE en de uitvraag t.a.v. energie.

» TOJuli is 0,6 of lager exclusief koeling. » Maatregelen om oververhitting tegen te gaan worden uitgevoerd volgens de voorkeursvolgorde ‘Ladder van Koeling’ en het principe ‘passief bouwen’. » Indien aantoonbaar niet kan worden voldaan aan bovenstaande eis, dient door middel van een duurzame vorm van koeling de eis te worden behaald.

Grondwaterbeheer

De standaardeisen t.a.v. ontwateringsdiepte dienen als uitgangspunt voor het gebied. Hierbij vormen de bebouwingsstroken langs de watergangen een aandachtspunt. Allereerst een grondwateroverlast studie vereist om de balans tussen grondwateroverlast en een watertekort bij langdurige droogte te voorkomen.

» Droogleggingseis van 1,30 meter. » Ontwateringseis voor nieuwbouw is 0,8 meter. » Ontwateringsdiepte van 0,8 tot 1,0 meter beneden wegpeil, met name ter plaatse van asfaltwegen.

» Controle van ontwerp op grondwaterbeheer door grondwater-expert in een latere fase vanwege de ondoorlatende bodem ter voorkoming van grondwateroverlast of onderlast.

Infiltratie

Infiltratie zou mogelijk lastiger kunnen worden met de hoge mate aan privaat terrein. Daarom is het noodzaak om al vroegtijdig de infiltratievoorzieningen op te nemen in zowel openbaar als privaat terrein.

» Binnen het plangebied wordt 50% van de jaarlijkse neerslag (4 mm / m2) door middel van natuurlijke maatregelen geïnfiltreerd, voor zover de ontwateringsdiepte en drooglegging dit toelaten.

» Het private terrein infiltreert jaarlijks 70% van de infiltratieopgave, hierbij wordt de infiltratie-eis natuurlijk opgelost tot zo ver de bodem dit toelaat. » Het openbare terrein infiltreert jaarlijks 30% van de infiltratieopgave.

Drinkwater

Vooraf mee ontwerpen aan mogelijke waterhergebruikconstructies.

» De groenvoorzieningen in de openbare ruimte worden zo ontworpen dat hier voldoende (regen)water aanwezig is en blijft tijdens perioden van droogte. » Het toepassen van waterhergebruikinstallaties wordt tegemoet gekomen door voldoende (technische) ruimte en de mogelijke aanleg van een dubbel leidingsysteem op te nemen in de PvE’s van de te ontwikkelen bebouwing.

» Het (openbare) groen heeft (na 1 jaar groeitijd) gedurende een droge periode geen drinkwater nodig door beplantingskeuzes en/of regenwaterbuffers.

Hitte

Droogte & drinkwater

Bijlagen

LivingPlots blok 1: Overzichtskaart aansluiting op ecologische structuur

Legenda: Hoofdgroenstructuur Woningen aangrenzend aan hoofdgroenstructuur

LivingPlots blok 1: Programma van Eisen doelsoorten* Icoonsoorten

Maatregel lokaal (plotniveau)

Maatregel wijkniveau

Huismus (koloniebroeder)

Inbouwstenen in verticale gevels » Hoogte: ≥3m en ≤12m » Aantal: ≥ 6 bij elkaar » Locatie: noord of oost in schaduw » Omvang: circa 15 x 8 cm » Toegankelijke ruimte onderste rij dakpannen

≤10m afstand van functioneel groen, zoals groenblijvende heesters en stekelige struiken (horizontaal: ≥72m2) en verticaal (≥30 m2) en 3 meter hoog.

Groenblijvende heesters: vuurdoorn, meidoorn, liguster, klimop, wingerd, beukenhaag, coniferen, hulst

≤ 50 meter ≥ 200m2 aan geschikt foerageergebied en dekking

Overhoekjes of stroken met ruigte en stofbad

Extensief beheer openbaar gazon

Gierzwaluw (koloniebroeder)

Inbouwstenen op hoek of langs kopse kant » Hoogte: ≥4m en ≤40m » Aantal: ≥ 6 bij elkaar » Locatie: noord- of oost in schaduw » Omvang: circa 15 x 25 X 30 cm Toegankelijk ruimte nokvorst/tuitgevel >60% hellend hak ook gierzwaluwpannen mogelijk

Geen bomen plaatsen binnen 3 meter van inbouwvoorzieningen voor gierzwaluw

Vleermuizen

Inbouwstenen in verticale gevels

Foerageergebied

Combinatie aan type verblijfplaatsen: -zomer, kraam, paar en winter blijven

Vliegroutes -Doorlopende bomenrij die verbinding vormt tussen verblijfplaatsen en foerageergebied. -beschutte watergang die verbinding vormt tussen verblijfplaatsen en foerageergebied

Spouw geschikt en toegankelijk maken » Diepte spouwmuur: ≥ 3 cm ruimte » Invliegopening ≥ 1,5 en ≤ 3 cm (stootvoeg)

Weidehommel

Egel

Geveltuintjes in plaats van verharding

Bijenlint met gevarieerd

Bijen- en hommelhotel

Extensief maaibeheer Natuurlijke overgangen tussen tuin en openbaar groen

Groen dak met nectarplanten

Zoomvegetaties met kruisbes en framboos

Groene gevels met verschillende soorten klimmende en windende planten

Tiny forest (ook goed voor zangvogels en huismus)

Tuinen passeerbaar maken door gebruik van hagen in plaats van schuttingen. Tuinen waar een schutting noodzakelijk is voorzien van een schuttingopening.

Kleine bosschages met takkenhopen of houtval.

* Afkomstig uit ‘Uitwerking ecologische structuur Pasgeld’ door TAUW (d.d. 27 juni 2023)

Bronnen afbeeldingen: Pagina 1, 15, 24 en 33: https://www.rijswijkbuiten.nl/ Pagina 21: https://www.annavastgoedencultuur.nl/panden/atthepark Pagina 26: https://www.aannemervak.nl/duurzaam-bouwen/zomernachtventilatieluik-helpt-oververhitting-voorkomen/ https://as1.ftcdn.net/v2/jpg/04/65/65/18/1000_F_465651883_r5abXrHNJYJgfxPNYEosKGCCdhglC8TV.jpg https://www.ad.nl/wonen/bekende-woningbouwer-neemt-langzaam-afscheid-van-beton-en-staal~ab1b7537/ Pagina 27: https://www.waternet.nl/blog/tweede-leven-afvalwater/geef-uw-afvalwater-een-tweede-leven/ Pagina 28: https://www.rainproof.nl/app/uploads/2022/12/023_polderdak_rainproof_merlijnmichon-39.jpg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=7d384699-96c3-48f6-99d5-d51fb6b4e8b9