RIB 24 092 Bijlage D Publieksversie Omgevingsvisie Rijswijk
Tekst van het document
→
Het is van belang de woonwijken klimaatbestendig in te richten. Dit voorkomt hittestress in de leefomgeving en zorgt voor de opvang van (extreme) regenval.
gezonde leefomgeving. Een groene, beweegvriendelijke omgeving is van belang, net als het treffen van maatregelen om wegverkeerslawaai te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren.
ONTWERP OMGEVINGSVISIE RIJSWIJK
→
De woonwijken zijn niet geschikt voor de plaatsing van grootschalige energievoorzieningen, maar wel voor zonnepanelen op daken. De warmtetransitie zal grotendeels hier plaatsvinden.
→
Bedrijvigheid wordt niet uitgesloten in de woonwijken, zolang er sprake is van een zeer geringe hinder voor de leefomgeving.
→
De woonwijken moeten goed bereikbaar zijn via alle vervoersmodaliteiten. We streven een verschuiving na richting duurzame mobiliteit (STOMP-principe). Minder verkeers- en parkeerdruk levert meer ruimte voor groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit op.
→
Hittestress is een probleem op veel van de bedrijventerreinen, net als het bergen van water. Daarom krijgt dit prioriteit.
→
Hier is de energietransitie kansrijk, omdat bijvoorbeeld veel bedrijven ruimte hebben om zonnepanelen op het dak te leggen en anderszins het vermogen hebben innovatief bij te dragen aan het opwekken van energie, het besparen van energie en de warmtetransitie.
→
Juist op de bedrijventerreinen moet de innovatieve en circulaire economie tot bloei komen.
→
De werkgebieden moeten goed bereikbaar zijn met in beginsel alle vervoersmodaliteiten. We streven een verschuiving na richting duurzame mobiliteit (STOMP-principe). Tegelijkertijd accepteren we dat hier de autotoegankelijkheid nu nog belangrijk is.
5.5 Werken
Publieksversie/samenvatting (20 november 2024)
We vinden het belangrijk dat de werklocaties (behalve de al aangewezen werk-woongebieden) beschikbaar blijven voor werken, en niet transformeren naar woon- of gemengde gebieden. Met onze werklocaties willen we de werkgelegenheid evenredig laten groeien met het aantal woningen. Dit houdt in dat nieuwe bedrijvigheid moet bijdragen aan groei van werkgelegenheid. Omdat er regionaal een tekort is aan ruimte voor werken, ligt er nog meer nadruk op bestaande werklocaties. Daar komt de extra ruimtevraag voor de circulaire economie nog bij. Ook op bedrijventerreinen moeten we verdichten om ruimte optimaal te benutten.
30
→
Omdat er binnen de werklocaties ruimte is en blijft voor zwaardere bedrijven, accepteren we een lagere milieukwaliteit. Het zorgdragen voor een gezonde werkomgeving is een taak voor de ondernemers en gemeente samen.
→
Leefbaarheid en veiligheid zijn ook in een werkomgeving van belang. We zijn waakzaam om ondermijning te voorkomen.
→
Op de bedrijventerreinen accepteren we een iets lagere ruimtelijke kwaliteit dan gemiddeld. We zetten ons in om de ruimtelijke kwaliteit op een aanvaardbaar basisniveau te krijgen.
→
Een groene inrichting is belangrijk voor de uitstraling van de werkgebieden en voor het welzijn van de werknemers.
De koers voor Kessler Park en omgeving, het Havenkwartier en de Plaspoelpolder – Noordzijde is dat ze transformeren naar werkwoongebieden in een groene omgeving. →
Aanvullend op het werken kan hier ook gewoond worden. Daarom verdient een passend woon- en zorgaanbod in dit gebiedstype extra aandacht.
→
Door de combinatie van wonen en werken kennen deze gebieden meer reuring en daardoor mogelijk meer geluid, ook op momenten dat het in een rustige woonwijk stil is. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
→
Leefbaarheid en veiligheid zijn zowel in een werkomgeving als in een woonomgeving van belang.
→
Dit zijn werkgebieden die transformeren naar werk-woongebieden. Daarom is zeker aandacht voor de historie en de ruimtelijke kwaliteit, maar minder dan gemiddeld in Rijswijk.
→
Een groene inrichting is belangrijk voor de uitstraling en voor het welzijn van de bewoners en werknemers.
ONTWERP OMGEVINGSVISIE RIJSWIJK
Groengebied
→
Hittestress is een probleem op veel van de bedrijventerreinen, net als het bergen van water. Daarom krijgt dit prioriteit.
5.6 Groengebied
→
Hier is de energietransitie kansrijk, omdat bijvoorbeeld veel bedrijven ruimte hebben om zonnepanelen op het dak te leggen en anderszins het vermogen hebben innovatief bij te dragen aan het opwekken van energie, het besparen van energie en de warmtetransitie.
Daarmee versterken we in de landgoederenzone de kwaliteit die bij de identiteit van de landgoederenzone past: natuur, cultuurhistorie en recreatief medegebruik. De stadsparkzone ontwikkelen we door tot een veelzijdig park, dat op meerdere plekken met groene uitlopers is verbonden tot in de woonwijken.
→
Juist op de bedrijventerreinen moet de innovatieve en circulaire economie tot bloei komen. Op termijn moeten we hier ook de ruimte voor benutten. Hier kunnen alleen met het oog op de menging met wonen geen bedrijven in zware milieucategorieën gehuisvest worden.
→ © Nanda Sluijsmans
De woon-werkgebieden moeten goed bereikbaar zijn met in beginsel alle vervoersmodaliteiten. We streven een verschuiving na richting duurzame mobiliteit (STOMP-principe).
Publieksversie/samenvatting (20 november 2024)
© Nanda Sluijsmans
31
© Nanda Sluijsmans
© Nanda Sluijsmans
→
Behalve de bestaande woon- en zorgfuncties in de landgoederenzone wordt in de groenzones geen nieuw woon- en zorgaanbod geaccommodeerd.
→
Parken en andere groengebieden dragen bij aan een goede gezondheid omdat ze uitnodigen te bewegen en ruimte bieden voor contemplatie en natuurbeleving.
→
Veiligheid is in een recreatieve omgeving van belang. Een goede inrichting en onderhoud van de ruimte, voldoende voorzieningen en ontmoetingsplekken dragen bij aan de veiligheid.
→
Vooral de landgoederenzone, maar ook de parkenzone, staat bol van de geschiedenis en draagt in hoge mate bij aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Rijswijk als geheel.
→
Omdat we Rijswijk zien als groene stadsbiotoop, spelen de groengebieden en de groene verbindingen daartussen een essentiële rol.
→
De groenzones zijn van zichzelf al klimaatbestendig ingericht. Dit houden we zo en verbeteren we waar mogelijk.
→
De groenzones zijn niet in beginsel niet geschikt voor de plaatsing van grootschalige energievoorzieningen. Deze kunnen echter onder stringente voorwaarden een plek krijgen.
→
Er is geen ambitie om nu juist hier de innovatieve economie aan te wakkeren. De centrale ligging van zowel de landgoederenzone als de parkenzone brengt een goede bereikbaarheid met zich mee. We nemen maatregelen om de bereikbaarheid voor wandelaars en fietsers te verbeteren.
ONTWERP OMGEVINGSVISIE RIJSWIJK
6. Uitvoering: werken met de omgevingsvisie 6.1 Sturingsfilosofie
6.3 Milieueffectrapportage
Het uitgangspunt van de Omgevingswet is ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk op hoofdlijnen zien hoe we in Rijswijk initiatieven willen ondersteunen waarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. De concrete uitwerking van de omgevingsvisie hangt ook af van de rol die de gemeente aanneemt.
Bij de omgevingsvisie is een Milieueffectrapport (MER) gemaakt. Dat is verplicht. Het doel van het MER is het inzichtelijk maken van de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Uit het MER blijkt dat de gevolgen van de omgevingsvisie voor de omgeving vooral positief zijn. Dit MER wordt tegelijk met de ontwerp-omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegd. Iedereen mag dan zienswijzen indienen op de ontwerp-omgevingsvisie en het MER.
We hebben als gemeente hoge ambities om de democratie van onderaf beter te faciliteren, meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen te werken. We zetten daarom in op alliantievorming (het zoeken naar partners om gezamenlijke doelen of belangen te halen). Dit doen we met een relatiegerichte houding en we moedigen actief burgerschap aan.
Publieksversie/samenvatting (20 november 2024)
6.2 Operationalisering in Omgevingswetinstrumenten
32
De Omgevingswet voorziet in een zestal ‘kerninstrumenten’. Daarvan zijn voor de gemeente de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan de belangrijkste beleidsmatige instrumenten. →
De omgevingsvisie wordt uitgewerkt in regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan geldt volgens de wet voor iedereen. Als een project niet past in het omgevingsplan, en het is toch de wens dat het doorgaat, dan moet met deze omgevingsvisie in de hand gekeken worden of het project hierin past.
→
De Omgevingswet biedt daarnaast de mogelijkheid om programma’s te maken. Een programma is een uitwerking van de omgevingsvisie voor een bepaald onderwerp of gebied. Daarvan zijn er nu al een paar bekend, zoals het Warmteprogramma en het Geluidprogramma.
6.4 Een levend document Met de omgevingsvisie hebben we als gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We beschouwen de omgevingsvisie als een levend document. We monitoren de voortgang van onze koers en sturen waar nodig bij. Om te zorgen dat onze visie bij de tijd blijft, zullen we deze regelmatig aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. We kiezen er daarom voor om de omgevingsvisie eens per twee jaar te actualiseren. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van nieuw strategisch fysiek beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte programma’s.
33
Publieksversie/samenvatting (20 november 2024) ONTWERP OMGEVINGSVISIE RIJSWIJK
Concept - ontwerp omgevingsvisie Rijswijk
GEZONDE BUITENPLAATS IN DE METROPOOL