CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 24 092 Bijlage A Ontwerp Omgevingsvisie Rijswijk

Forum Stad 3 december 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening29.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Eerstelijnszorg Voor elke 2.400 inwoners is een voltijd huisarts nodig. Gelet op de huidige capaciteit zal moeten worden voorzien in uitbreiding van huisartsenzorg. Op dit moment zijn er al huisartsen die op zoek zijn naar grotere praktijkruimtes. We zorgen voor een toegankelijk eerstelijns zorgaanbod door de vorming en exploitatie van gezondheidscentra te stimuleren, met prioriteit voor de nieuwe ontwikkelgebieden naast de blijvende aandacht voor de bestaande wijken. Zo nodig vervult de 12 Toekomstbestendige sportruimte in Rijswijk (maart 2024).

Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

54

gemeente een actieve rol hierin, bijvoorbeeld door het reserveren van ruimte in ontwikkelplannen en het stimuleren van ruimte voor gezondheidsfuncties in overleg met de zorgverzekeraars. Belangrijk is verder aandacht te hebben voor speciale woonvoorzieningen voor kwetsbare ouderen, waar veel zorg wordt verwacht. Voor de huisvesting van huisartsen moet bij elk nieuwbouwproject gezorgd worden voor voldoende praktijkruimte, in afstemming met de huisartsen. Verbinding met andere eerstelijnsvoorzieningen en gemeentelijke voorzieningen als welzijn, wmo en jeugdzorg is daarbij essentieel. Het planologisch mogelijk maken van voldoende ruimte hangt nauw samen met de groei van de stad en zal daarom meegenomen moeten worden bij gebiedsontwikkelingen en wijzigingen van het omgevingsplan. Ontmoetingsruimten We willen in Rijswijk voldoende kwalitatieve en multifunctionele ruimte bieden voor verblijf, (spontane) ontmoeting, beweging en meedoen. Zulke voorzieningen moeten goed verspreid en op korte loop- en fietsafstanden in de wijken aanwezig zijn (kaart: ‘belangrijke ontmoetingsruimte’). Doelen  Leefbare en veilige wijken, waarin de fysieke en sociale veiligheid gewaarborgd zijn.  Leefbare en veilige wijken, waarin inwoners betrokken zijn bij elkaar, verbonden zijn met de wijk en samen zorgdragen voor een prettige woonomgeving.

Randvoorwaarden / uitgangspunten  Bewaken van de fysieke veiligheid door maatregelen in bouwwerken en de leefomgeving die bescherming bieden (en zo nodig vluchtmogelijkheden) en snel/effectief handelen van hulpdiensten mogelijk maken;  Bewaken van de sociale veiligheid door gebouwen en de leefomgeving dusdanig in te richten dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen;  Stimuleren om inwoners naar vermogen actief te laten deelnemen aan het maatschappelijk leven.  Focus op het bevorderen van de ‘eigen kracht’ van inwoners en ondersteuning waar nodig, met extra aandacht voor kwetsbare mensen;  Focus op voldoende aanbod van maatschappelijke voorzieningen: zorg, onderwijs, cultuur, sport, et cetera en ontmoetingsplekken in de directe omgeving van inwoners. Eventueel multifunctioneel georganiseerd. Hierbij het is belangrijk dat het aantal voorzieningen meegroeit met het groeiend aantal inwoners in Rijswijk;  Focus op een goede toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte voor mensen die minder goed ter been zijn.  Focus op het creëren van ruimte voor ontmoeting als onderdeel van de ontwerpopgave bij locatieen gebiedsontwikkeling.

55 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.4: Thematische visiekaart ‘Leefbare en veilige wijken’.

56 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

4.5 Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit van Rijswijk Rijswijk heeft een rijkdom aan cultureel erfgoed (zie ook hoofdstuk 2). Cultureel erfgoed is essentieel voor het beleven van de kwaliteit van de leefomgeving. Onze hoofdambitie is dan ook het behouden, beheren, onderzoeken, en het toegankelijk en beleefbaar maken van het Rijswijkse erfgoed. Dit doen we in samenspraak met onze kennis- en erfgoedpartners13. Tegelijk zorgen we voor ons ‘nieuwe’ erfgoed door bij verdere ontwikkeling van de stad voorwaarden te stellen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit. Hoofdlijnen erfgoedbeleid en Erfgoednota Rijswijk Onze ambities voor het behoud en beheer van de tastbare overblijfselen van de cultuurhistorie van de stad hebben we beschreven in de Erfgoednota Rijswijk14. Uitgangspunt van het beleid is dat erfgoed culturele waarde toevoegt aan de leefomgeving. De hoofdlijnen van het erfgoedbeleid in de Erfgoednota zijn geconcentreerd in vier thema’s of programma’s: 1. Als erfgoed kon spreken: Als erfgoed kon spreken vertelde het de verhalen van de Rijswijkers. De mensen die er wonen en woonden vormen samen de geschiedenis van duizenden jaren, vanaf de Nieuwe Steentijd tot aan onze eigen 21ste eeuw.

Rijswijk koestert de onder- en bovengrondse monumenten en gaat zorgvuldig om met de erfgoedwaarden van archeologische, gebouwde en aangelegde (groene) monumenten zodat het behoud van het cultureel erfgoed voor de toekomst is geborgd. Dit doen we zowel fysiek (monumentendagen, lezingen, rondleidingen, publicaties, informatieborden) als via de diverse digitale kanalen. Het nieuwe erfgoed wordt in kaart gebracht, gewaardeerd en de beschermingsmogelijkheden nader onderzocht zodat het erfgoedbestand steeds kan worden geactualiseerd, behouden en zorgvuldig beheerd. 2. Maatschappelijke waarde: Het (depot)beheer, behoud en de ontsluiting van erfgoed is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, andere partijen en (particuliere) eigenaren. Het erfgoedbeheer, de registratie, doorzoekbaarheid en kennisborging zijn belangrijke voorwaarden voor het toegankelijk maken van erfgoed voor intern en extern gebruik. Toegankelijkheid is een wettelijke plicht en noodzaak voor goede uitvoering van kerntaken van de gemeente, zoals deskundige advisering ten behoeve van vergunningverlening. Maar toegankelijkheid vergroot ook de beleefbaarheid en daarmee de maatschappelijke waarde van erfgoed. 3.

Erfgoed en stadsontwikkeling: Het inpassen van erfgoed in de fysieke leefomgeving betekent rekening houden met de belangen van het erfgoed, maar ook kwaliteiten en waarden van het erfgoed benoemen en als uitgangspunt nemen voor stadsontwikkeling, herbestemming en vergunningverlening zodat de historische en culturele identiteit van een plan kan worden versterkt. Degelijke advisering door archeologen en monumentendeskundigen zorgt ervoor dat cultuurhistorische waarden worden meegewogen. Om waarden te kunnen bepalen is het noodzakelijk het erfgoed te onderzoeken, te analyseren en te beoordelen op de

13 O.a. Museum Rijswijk dat het Rijswijks Historisch Centrum en de website erfgoedrijswijk.nl beheert, Historische

Vereniging Rijswijk, Stichting Historische Projecten en werkgroep Open Monumentendagen. 14 Erfgoednota Rijswijk 2024-2032 Gezichten om van te houden. (2024) Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

57

cultuurhistorische betekenis: wat zijn de waarden van een gebouw of een gebied, wat moet daarvan worden behouden en wat kan leidend zijn in de verbouwings- en ontwikkelplannen. 4. Monumenten en duurzaamheid: Voor beschermde monumenten wil de Rijksoverheid een gemiddelde CO2-reductie bereiken van 40% in 2030 en 60% in 2040. Ook monumenten kunnen door middel van energiebesparende maatregelen duurzamer worden gemaakt. Wat er wel en niet kan is afhankelijk van de unieke waarde van het gebouw, de technische staat en het belang voor de omgeving. Sommige maatregelen zijn niet geschikt voor historische gebouwen; andere wel. Het kan voorkomen dat de historische waarden zwaarder wegen dan het belang van duurzaamheid, maar dit is lang niet altijd het geval. Het is hoe dan ook belangrijk dat er energie wordt bespaard en opgewekt voor het behoud van erfgoed op de lange termijn. Ook herbestemming kan bijdragen aan duurzaamheid. Meewegen van cultuurhistorie in ruimtelijke plannen Cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen en dus in de deskundige advisering op de betreffende vakgebieden. Indien nodig worden cultuurhistorische onderzoeken gedaan om monumentale waarden te bepalen en inventariserend archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en veldonderzoek.

De nieuwe Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk is sinds 2023 in een bredere samenstelling gaan functioneren volgens de nieuwe verordening van de Adviescommissie. Er zijn twee commissieleden vertegenwoordigd met deskundigheid op het terrein van het cultureel erfgoed. Doorwerking van het erfgoedbeleid De zorg voor het erfgoed en de erfgoedbronnen krijgt met de erfgoednota een nieuwe impuls. De erfgoednota geeft een overzicht van de ambities van toekomstig beleid. Jaarlijks zal een uitvoeringsplan worden opgesteld. Het op orde brengen van de basis heeft prioriteit, zoals het erfgoedregister en de archeologische verslaglegging en depotvoorziening, maar ook de ontsluiting van bouwtekeningen en beeldmateriaal. We werken aan een stappenplan met een tijdlijn om hier de komende jaren verbetering in de brengen. Het erfgoedbeleid is gericht op het borgen van het beschermingsregime in het omgevingsplan, waarbij actualisatie zal plaats vinden waar nodig. De Erfgoedverordening van Rijswijk is in 2024 geactualiseerd en aangevuld om de beschermingsinstrumenten te verruimen. Erfgoed en participatie Er is een toenemende maatschappelijke behoefte om toegang te hebben tot erfgoed en aan participatie bij erfgoed- en ontwikkelvraagstukken. Het nieuwe erfgoedbeleid bedient de burger door erfgoedkennis te delen en de openbare vindbaarheid en het publieksbereik te vergroten.

Monumentenzorg Het doen van onderzoek is noodzakelijk om beleidsinstrumenten zoals de erfgoednota en het omgevingsplan op te stellen, te actualiseren en toe te passen. Om te zorgen dat cultureel erfgoed aan het begin van ruimtelijke planvorming wordt meegewogen moeten cultuurhistorische inventarisaties en waardestellingen worden gemaakt om de cultuurhistorische waarden van gebouwen in een gebied te bepalen. Ook bij vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten (kaart: 58 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

‘rijksmonumenten’ | ‘gemeentemonumenten’) en gebieden met cultuurhistorische waarden worden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepaald. Daarmee kunnen voorwaarden gesteld worden aan de vergunning. Het doel is om aan te geven welke gebouwen of elementen behouden moeten worden, herkenbaar moeten blijven of versterkt kunnen worden en welke elementen mogen verdwijnen. Onze cultuurhistorische waardenkaart geeft het kader aan voor toekomstige ontwikkelingen (kaart: ‘Cultuurhistorische waardenkaart’). Aanwijzen van nieuw cultuurhistorisch waardevol erfgoed We willen ons beleid met betrekking tot het aanwijzen van cultuurhistorisch waardevol erfgoed versterken, met name het naoorlogse erfgoed (wederopbouw en post-65). Ons voornemen is om ‘parels en structuren’ uit die periode aan te wijzen naast enkele oudere stads- en dorpsgezichten. In de verre toekomst (2050) zal het aan te wijzen erfgoed van steeds recentere datum zijn, zodat ook de iconische gebouwen van nu in de toekomst kunnen worden beschermd. Cultuurlandschappen In de Erfgoednota zijn een aantal waardevolle cultuurlandschappen aangewezen, en nader omschreven. Hieronder vallen onder meer de landgoederenzone, stadsparkzone en Vlietzone (kaart: ‘Landgoederenzone’ | ‘Stadsparkzone’ | ‘Vlietzone’).

Ook is er op enkele plaatsen in Rijswijk nog een historische polderverkaveling in het landschap aanwezig (kaart: ‘historische verkaveling’): Bij nieuwe ontwikkelingen sturen we op inpassing en behoud van deze gebieden. In het omgevingsplan zullen we deze gebieden waar mogelijk beschermen. Landgoederenzone en provinciale erfgoedlijnen We werken samen met de provincie om natuur- en erfgoedwaarden in de provinciale erfgoedlijnen verder te ontwikkelen. Op die manier zetten we de erfgoedlijnen die het grondgebied van de gemeente doorkruisen (Landgoederenzone, Vlietzone, Atlantikwall en molenbiotoop) beter op de kaart (kaart: ‘landgoederenzone’ | ‘Vlietzone’ | ‘bunkercomplex Park Overvoorde’ | ‘molenbiotoop’). Veel buitenplaatsen in Rijswijk hebben de beschermde status van landgoedbiotoop en worden beschermd via de provinciale omgevingsverordening en ons eigen omgevingsplan. Dat betekent dat de samenhangende structuur van de hoofd- en bijgebouwen met tuin en park en het omringende groen beschermd is, net als het blikveld, de zichtlijnen en panorama’s van de cultuurlandschappelijke aanleg (kaart: ‘Landgoederenzone (provincie)’). In de Erfgoednota Rijswijk 2024-2032 is beleid geformuleerd om de ‘functie erfgoed’ aan de hele Landgoederenzone en Vlietzone toe te kennen.

In het koersdocument Erfgoedlijn Landgoederenzone Zuid-Holland 2030 zijn daarnaast vier ambities gedefinieerd die hier relevant zijn: 1. Betere buitenplaatsen: kwalitatieve doorontwikkeling in lijn met de kernwaarden; 2. Sterke clusters: versterken van de lokale clusters van de buitenplaatsen; 3. Lijn in de landgoederenzone: versterken van de samenhang en herkenbaarheid; 4. Naar buiten: verbinding met de omgeving. Naoorlogs erfgoed De voorraad naoorlogse gebouwen, stedenbouw en openbaar groen is zeer kenmerkend voor Rijswijk en maakt een groot deel uit van de gebouwde omgeving. Herkenbaar is de strokenbouw met halfhoge 59 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

en hoge flats, de royale afmetingen van doorgaande wegen en een rijkdom aan laan- en plantsoenbeplanting. Om te voorkomen dat dit verdwijnt willen we zelf een voorbeeld zijn in de omgang met het moderne erfgoed. Zo hebben we het stadhuis (1967) in 2023 opnieuw als huisvesting van de gemeente in gebruik genomen, als begin van de herwaardering van het naoorlogse erfgoed. De stedenbouwkundige aanleg van Rijswijk uit de naoorlogse periode is van hoge ruimtelijke kwaliteit. Het openbaar groen speelde daarbij een grote rol. De groene ruimte langs de wegen, rondom de woonblokken en in de plantsoenen en binnentuinen zorgt voor ruimtelijke verbinding. Dit willen we graag in stand houden, met het juiste onderhoud. Inzicht in het ontwerp van de openbare ruimte en de bijbehorende beplantingsplannen is daarvoor van belang. In de Erfgoednota hebben we hiervoor een verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed opgenomen. Deze kaart is een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode 1945-1990. Het is een attentiemiddel bij ontwikkelingen en biedt aanleiding voor het aanwijzen van monumenten en beeldbepalend en beeldondersteunend erfgoed, dan wel het toekennen van een erfgoedfunctie in het omgevingsplan.

Historische land- en waterwegen Rijswijk kent een aantal belangrijke historische landwegen (onder andere Van Vredenburchweg, Herenstraat, Geestbrugweg, Jaagpad, Delftweg, Winston Churchilllaan en het spoortracé), maar ook uitpaden en voetpaden waaronder het Julialaantje (kaart: ‘historische landweg’). Deze wegen zijn lang bepalend geweest voor de bereikbaarheid van Rijswijk en voor de stedenbouwkundige inrichting. Waar nodig nemen we maatregelen of zorgen we voor bescherming in het omgevingsplan om deze historische wegen te behouden. Ook zijn er enkele historische waterwegen, die tot in de negentiende eeuw een belangrijke wijze van vervoer vormden. Naast de Vliet, Zandvaart en Spieringswetering bestaan er nog een aantal oude sloten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de waterhuishouding van het landschap. Ook deze structuren zullen waar mogelijk worden beschermd en hersteld. Archeologie Binnen de wettelijke kaders streven we ernaar om archeologie een belangrijke plaats te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. We doen alles wat nodig is voor behoud en goede omgang met archeologische vindplaatsen. Archeologisch onderzoek mag alleen plaatsvinden op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen. De verantwoordelijkheid voor archeologisch erfgoed is verschoven naar de gemeente, wat een proactieve benadering vereist om onze rijke historie te bewaren en te presenteren.

Onze ambities gaan verder dan alleen wettelijke verplichtingen. We willen onze opgravingsbevoegdheid behouden en archeologisch onderzoek in eigen beheer houden, om zo snel en efficiënt te kunnen reageren op nieuwe vondsten en ontwikkelingen. Dit draagt bij aan kennis van het lokale archeologische veld. In het kader van de Erfgoednota hebben we onze archeologische waardenkaart geactualiseerd (kaart: ‘Archeologische verwachtings- en beleidskaart’). We actualiseren de Lokale Onderzoeks Agenda Rijswijk (LOAR), die inspeelt op zowel lokale als bredere onderzoeksvragen binnen de archeologie. Deze dient onder meer als leidraad bij de 60 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

uitwerking, vraagstelling, interpretatie en rapportage van reeds voltooide opgravingen. Dit onderdeel benadrukt de ambitie om archeologie toegankelijk en relevant te maken voor een breder publiek. Stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen Nieuwe ontwikkelingen passen binnen de ruimtelijke structuur en dragen bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit van de stad (kaart: ‘transformatie-/ontwikkellocatie’). De ontwikkelingen worden integraal aangepakt door een nauwe samenwerking tussen verschillende vakdisciplines. De ruimtevraag voor nieuwe woningen, bedrijven en maatschappelijke functies krijgt plaats binnen bestaand bebouwd gebied (verdichting). Op die manier willen we ons groen behouden en onze openbare ruimte zo veel mogelijk sparen. Het realiseren van nieuwe woningen (of andere functies) in winkelcentra, kantoorgebieden of bestaande woonwijken is tegelijk een oplossing voor leegstand en aanleiding om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen. Intensiveren van bebouwing bij vervangende nieuwbouw, vergroten van de bouwhoogte door optopping en de transformatie van bestaande bebouwing zijn middelen om – al dan niet gecombineerd – hiervoor extra ruimte te creëren. De mogelijkheden voor verdichting moeten per locatie worden onderzocht en bepaald. Hoogbouw maakt onderdeel uit van de ruimtelijke en functionele structuur van de stad.

We hebben onze uitgangspunten bepaald in een hoogbouwvisie, en werken nog aan nuancering en aanscherping daarvan. Op een aantal locaties in de stad zien we aanleiding voor een grotere bouwhoogte om daarmee de zichtbaarheid en herkenbaarheid te vergroten en de identiteit te versterken. Hoogbouw is mogelijk in daarvoor aangewezen gebieden; daarbuiten geldt een ‘nee tenzij’. De bouwhoogte is gerelateerd aan de betekenis van de plek en kent drie gradaties: structuurdragers, stedelijk accent en regionaal accent. Daarnaast zijn wijk- en buurtaccenten mogelijk (strikt genomen geen hoogbouw). Daarbij moet hoogbouw voldoen aan een aantal ruimtelijke, technische en maatschappelijke criteria. Dit resulteert in de volgende uitgangspunten: - De aangewezen gebieden voor hoogbouw werken we nog nader op een kaart uit. - De bouwhoogte is gerelateerd aan de plek en kent de volgende gradaties: o wijk- en buurtaccent: oriëntatiepunt in wijk of buurt (30 à 40 m); o structuurdragers: de lange lijnen in de stad (< 60 m); o stedelijk accent: oriëntatiepunt in de stad (70 à 80 m); o regionaal accent: prominente locaties langs regionale wegen en zichtlijnen (+/- 100 m). - De ruimtelijke criteria zijn: o hoogbouw kent een stedelijke laag, plint, toren en bekroning; o hoogbouw is van hoge architectonische kwaliteit.

- De technische criteria zijn: o er is aangetoond dat een aanvaardbaar windklimaat ontstaat dat past bij het gebruik van de omgeving; o de bezonning van omliggende woningen voldoet aan de lichte TNO norm: niet meer dan twee uur zon op een bepaalde dag in het jaar. - De maatschappelijke criteria zijn: o er is ruimte voor ontmoeting, multifunctionaliteit en flexibiliteit. Doelen  Behouden, beheren, onderzoeken, en het toegankelijk en beleefbaar maken van het erfgoed van Rijswijk, uitgewerkt in de Erfgoednota Rijswijk;

61 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

 Op orde brengen van de achterstanden op het gebied van beheer, onderhoud en ontsluiting van het erfgoed, maar ook het op orde brengen van de kennis, archief- en beeldbronnen;  Archeologie en erfgoed/monumentenzorg toegankelijk en relevant maken voor een breder publiek, inclusief de integratie van erfgoedparticipatie volgens het Verdrag van Faro.  Het behouden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in samenhang met onze verdichtingsopgave. Randvoorwaarden / uitgangspunten  Cultuurhistorische waarden meewegen bij omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen. De benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en de nieuwe Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit wordt betrokken;  Gemeentelijke focus ligt op het aanwijzen en beschermen van met name naoorlogse erfgoed (monumenten en beeldbepalend erfgoed) en enkele oudere stads- en dorpsgezichten. De samenwerking met de provincie richt zich op het verder ontwikkelen van erfgoedwaarden in de provinciale Erfgoedlijnen. Wens is om een erfgoedfunctie toe te kennen in het omgevingsplan;  Monumenten verduurzamen, afhankelijk van de unieke waarden van het gebouw, de technische staat en het belang voor de omgeving, aan de hand van (energiebesparende) maatregelen;  Archeologie: binnen wettelijke kaders archeologie proactief een centrale plaats geven bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Daarnaast opgravingsbevoegdheid behouden en het archeologisch onderzoek in eigen beheer te houden;  Monumentenzorg: bij vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten en gebieden met cultuurhistorische waarden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepalen. Daarmee kunnen voorwaarden gesteld worden aan de vergunning;  In stand houden, met het juiste onderhoud, van het openbaar groen in Rijswijk dat een grote rol heeft gespeeld in de naoorlogse stedenbouwkundige aanleg van de stad;  Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen de ruimtelijke/stedenbouwkundige en functionele structuur van Rijswijk. Op een aantal locaties is er ruimte voor grotere bouwhoogten (daarbuiten geldt: nee, tenzij..), mits wordt voldaan aan een aantal criteria.  Met een integrale aanpak pakken we wenselijke nieuwe ontwikkelingen op en voegen we kwaliteit toe aan de fysieke leefomgeving.

62 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.5: Cultuurhistorische waardenkaart.

63 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.6: Verwachtingswaardekaart naoorlogs erfgoed.

64 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.7: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Neolithicum, Brons- en IJzertijd.

65 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.8: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Romeinse tijd en late Middeleeuwen / Nieuwe tijd.

66 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

4.6 Groene stadsbiotoop De ontwikkeling van het Rijswijkse groen Ons doel is om het Rijswijkse groen verder te ontwikkelen en versterken, waarbij het groen gevarieerd en biodiverser wordt. Op basis van bodemeigenschappen en stedelijke ontwikkeling is Rijswijk ingedeeld in vier groensferen, met daarop afgestemde doelsoorten en eigen groene karakteristieken. Het gaat om de volgende groensferen, afbeelding 4.7 geeft de bijbehorende sfeerbeelden weer: • Het oude dorp en de landgoederenzone; • Het nieuwe centrum (Bogaard stadscentrum en omgeving); • 20e-eeuwse woon-/werkgebieden (ten noorden van de A4); • 21e-eeuwse werk-woongebieden en de stadsparkzone (ten zuiden van de A4). Groensfeer: het oude dorp en de landgoederenzone Deze groensfeer ligt aan de noordkant van Rijswijk op een zandrug (strandwal) parallel aan de kustlijn. Door de hoge ligging ontstond hier in de middeleeuwen het dorp Rijswijk. Vanaf de 17 e eeuw werden er landgoederen en buitenplaatsen aangelegd. De groensfeer bestaat uit buitenplaatsen, parken, villatuinen, lanen en oprijlanen en stenige straten met veel grote bomen. Door de lemige rijke bodem staat hier binnenduinbos bestaande uit drie lagen beplanting, namelijk kruiden, heesters en bomen.

De Hoofd-Boomstructuur bestaat hier uit linde, beuk, kastanje, inlandse eik en haagbeuk. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in smalle en brede straatprofielen voor. Daarnaast staan in de smalle straatprofielen ook bloeiende sierbomen. Onder invloed van de Engelse Landschapsstijl komen hier ook prachtige parkbomen voor zoals tulpenboom en walnoot. Mooi gevormde hagen van soorten als taxus, beuk en haagbeuk horen ook bij deze groensfeer. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur en bos- en parknatuur. De natuurwaarden van deze groensfeer zijn Eiken-beukenbos met gecultiveerde heesterbegroeiing, bos- en stinzeplanten en oude holle bomen. In deze bomen komen holenbroeders als bosuil voor en koloniën vleermuizen.

67 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Groensfeer: 20e eeuwse woon- en werkgebieden Deze groensfeer ligt in het midden van Rijswijk op de jonge zeeklei. Vanaf de middeleeuwen was dit gebied in gebruik als weidegebied. Vanaf 1950 ontstond hier het nieuwe Rijswijk. De eerste delen werden razendsnel gebouwd. Er ontstond een afwisseling van flats, portiekwoningen en eengezinswoningen. Vanuit de gedachte dat iedere wijk een kleine gemeenschap was, kwamen er ook voorzieningen in alle wijken. Deze groensfeer bestaat daardoor uit functionele wijken met buurtcentra, tuinstraten en buurtparkjes. Zeer kenmerkend voor deze groensfeer zijn de vele portiekflats met grote fraaie groene binnen ruimtes. Binnen deze groensfeer bevinden zich meerdere singels met een parkachtige, grazige sfeer.

De Hoofd-boomstructuur bestaat hier vaak uit linde, plataan, eik, esdoorn en berk. Er staan grotere bomen in de hoofdstraten en kleine (bloeiende) sierbomen in de andere straten. Langs de singels staan vaak treurwilgen, bloeiende sierbomen en dennen. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, bos- en parknatuur en water- en moerasnatuur. De natuurwaarden die hierbij horen zijn openbaar wijkgroen en bomenrijen. Groensfeer: Het nieuwe Centrum Deze groensfeer ligt ook op de jonge zeeklei in het midden van Rijswijk. Het is het gebruiks-intensieve gebied van Bogaard Stadscentrum en het Stationsgebied. De groensfeer is kleurrijk en verzorgd met tuinachtige aspecten. Er is een grote variëteit aan bomen, heesters en vaste planten.

68 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

De bomen in dit gebied begeleiden en verbinden de routes voor langzaam verkeer. De Hoofd-Boomstructuur van Rijswijk loopt langs en door dit gebied. Boomsoorten die bij deze groensfeer passen zijn linde, veldesdoorn, berk, valse christusdoorn, eik, amberboom en es. Door verschil in vorm, hoogte en dichtheid van de kroon, zorgen de bomen op straten en pleinen voor afwisseling in de uitstraling van dit centrumgebied. Het biotooptype dat bij dit gebied hoort is stadsnatuur (de natuurinclusieve stad). De natuurwaarden die hierbij horen zijn sierlijke insectenvriendelijke vaste planten, groene elementen, plantenvakken en losse elementen. Groensfeer: 21ste eeuwse woon- en werkgebieden en de stadsparkzone Deze groensfeer bevindt zich in het zuiden van Rijswijk in het kleiige krekenlandschap van Vliet en Zweth. Na ontginning ontstond hier in de middeleeuwen een slagenlandschap (strokenlandschap). De stadsparkzone is vanaf de jaren 70 op voormalige vuilstorten aangelegd. Nu is het een afwisselend waterrijk bos- en parkgebied. Het opgaande bos bestaat uit drie lagen beplanting: kruiden, heesters en bomen. In deze groensfeer komen planten als populier, els, knotwilg, rijshout en riet voor. Vanaf begin van de 21 ste eeuw wordt ten zuiden van de stadsparkzone de nieuwbouw van RijswijkBuiten gebouwd.

Kenmerken zijn de grondgebonden woningen en de afwisseling van groene woonstraten en straten met parkeerkoffers. Alle singels worden aangelegd met een natuurrijke oeverbeplanting.

69 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

De Hoofd-Boomstructuur bestaat in deze groensfeer uit Els, Es, Populier, (Knot-)wilg en Abeel. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in brede straatprofielen voor. Als singelbeplanting zijn ook soorten als sierkers, gewone vleugelnoot en trompetboom toegevoegd. Veel smalle straatprofielen zijn ingericht als buurtboomgaard met verschillende fruitbomen. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur , voedselrijk bos, water- en moerasnatuur.

Landgoederenzone en stadsparkzone We gaan door met het verbeteren van de kwaliteit van onze grote regionale parkgebieden. We zorgen ervoor dat de Landgoederenzone en Stadsparkzone, ook in de toekomst de groene longen van Rijswijk blijven, en tegelijk de groen- en natuurkwaliteit aanzienlijk verbeterd worden (kaart: ‘landgoederenzone’ | ‘stadsparkzone’). De buitenplaatsen van Rijswijk zijn onderdeel van het Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD), een landgoederenreeks die loopt van Rijswijk (via Den Haag, Voorburg, Wassenaar en Voorschoten) tot aan Lisse. De landgoederen en buitenplaatsen ontlasten de kwetsbaarste gebieden van het kustlandschap (NPHD) met rust- en natuurbeleving. We voeren het uitvoeringsprogramma Landgoederenzone uit, waarmee het gebied de groenkwaliteit krijgt die bij de sfeer van de Landgoederenzone past: natuur (leefgebied voor oud-bossoorten als eekhoorns, boomklevers en rosse vleermuizen), cultuur (bijzondere gebouwen en monumenten), recreatie (mogelijkheden om te sporten, wandelen en fietsen), en historische groenaanleg: zie ook de provinciale bescherming van de landgoedbiotopen: dat gaat veel verder dan alleen hoofdhuis, bijgebouwen en tuinaanleg, maar ook de samenhang daartussen, de zichtassen, panorama's, blikveld en de cultuurlandschappelijke aanleg.

70 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Het stadsparkenlandschap is onderdeel van de regionale Zweth-Vlietzone, een ecologische-recreatieve groenblauwe zone die loopt van Nieuwe Waterweg tot aan Vliet (Zwethzone) en van Delft tot aan Leiden (Vlietzone) (kaart: ‘stadsparkzone en Vlietzone’). De stadsparkzone ontwikkelen we door tot een veelzijdig park, dat op meerdere plekken met groene uitlopers is verbonden tot in Stervoorde, Sion, Muziekbuurt, Parkrijk en Pasgeld. De natuurkwaliteit en biodiversiteit zijn toegenomen. In de stadsparkzone gaan verblijfskwaliteit en natuurwaarden hand in hand. Mensen komen er graag om elkaar te ontmoeten, te recreëren, te sporten maar ook om van de natuur en de rust te genieten. Groene netwerken Aanvullend daarop willen we een groenstructuur realiseren die de groengebieden aan elkaar verbindt. Zo creëren we ‘groene netwerken’ die Rijswijk groen maken tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken. We versterken bestaande groenverbindingen en vullen ontbrekende schakels in om alle groengebieden, wijk- en stadsgroen onderling te verbinden. We maken onderscheid in de volgende soorten verbindingen. Natuurverbindingen door de stad: we zetten ons in om de natuurverbindingen in de stad, tussen de Landgoederenzone en stadsparkzone en het met de omgeving te realiseren of versterken (kaart: ‘natuurverbindingszones’).

Ook wijkparken, volkstuinen en begraafplaatsen maken hier onderdeel van uit. We zorgen ervoor dat de natuurstructuur zo goed mogelijk kan functioneren door het opheffen van barrières in wegen en spoorwegen. We spannen ons in met meerdere viaducten/ecoducten over de A4 zowel recreatieve verbindingen als goed functionerende natuurverbindingen tussen de gebieden ten noorden en zuiden van de weg (kaart: ‘groene verbinding’) te realiseren. We hebben een bestuursovereenkomst met het Ministerie van IenW over de A4-verbreding, waarin we afspraken hebben vastgelegd over twee brede groene overkluizingen over de A4: Van Rijnweg en Pieter Postmapad (meekoppelkansen). Verbindingen van bomen: ons doel is om van alle wegen, straten en lanen in Rijswijk mooie doorgaande groene structuren met biodiverse bomen te maken (kaart: ‘boomstructuur (lijnen)’). We zorgen dat op kruispunten met grote stenige oppervlakten het groen wel doorloopt, dat ziet er landschappelijk mooier uit en is beter voor natuur (geen doorbroken natuurverbindingen) en mens (aangenamere verblijfsplekken). We volgen daarbij de 3-30-300-regel: in de buurt van iedere woning staan 3 bomen, iedere buurt heeft minimaal 30% boomkroonoppervlakte en er bevindt zich een parkje op 300 meter afstand van iedere woning.

Specifiek voorzien we de Prinses Beatrixlaan, Lange Kleiweg en oostzijde van de Vliet bij herinrichting van een losse boomstructuur. We vergroten de boomvakken in straten en wegen, waardoor bomen een betere groeiplaats hebben en kunnen uitgroeien tot gezonde, grotere volwassen bomen. Ook ontstaat zo meer ruimte voor gezonde biodiverse onderbeplanting. Dit zorgt voor een parkachtige sfeer en aangename schaduwrijke straten om te lopen en te fietsen. Recreatieve groene verbindingen: De landgoederenzone en de stadsparkzone verbinden we via een aantal brede groene recreatieve verbindingen. Zo zorgen we dat deze groenzones met de fiets en lopend via groene routes makkelijk te bereiken zijn, ook voor Rijswijkers met een beperking. Door heel Rijswijk realiseren we een netwerk van doorgaande paadjes door het groen. Door daarmee ook 71 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

het wijkgroen met elkaar te verbinden is het voor iedereen gemakkelijk een groen ommetje te maken dicht bij huis en nodigt het uit tot bewegen en beleven van de stad en het groen. Natuurinclusieve en biodiverse stad Onze ambitie is Rijswijk als een goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen. De komende jaren bepalen we de doelsoorten en doelbiotopen voor heel Rijswijk. Daardoor kunnen bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van buitenruimte en gebouwen) steeds geschikte biotopen voor planten en dieren worden gerealiseerd. Daarbij hebben we aandacht voor dierenwelzijn. We vergroten de groenkwaliteit en biodiversiteit door gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief te bouwen/renoveren en in te richten. Dat gebeurt door de kwalitatieve eisen voor verblijfplaatsen, voedsel, veiligheid, verbinding en variatie (de 5V’s) die natuurdoelsoorten aan hun omgeving stellen, in het ontwerp van gebouwen en buitenruimtes toe te passen. Bij alle nieuwe ontwikkelingen moet actief worden gezocht naar ruimte om voldoende groen te realiseren en mogelijkheden om de groenkwaliteit te verbeteren. Groen tot in de haarvaten betekent zo veel mogelijk groen in de openbare ruimte en tot op, aan en in bebouwing. Zo zullen bijvoorbeeld parkeervakken groen worden aangelegd.

Daar waar op maaiveldniveau weinig ruimte is, moet gezocht worden naar andere plekken, bijvoorbeeld groen langs wanden van gebouwen (gevelgroen) en de aanleg van groene en bruine daken. Zo kan gedacht worden aan innovatieve oplossingen zoals nieuwe wijkparken of buurtgroen op gebouwen en (ondergrondse) parkeergarages. Door zo de stad te vergroenen pakken we meerdere opgaves tegelijk aan. Het zorgt voor meer groenbeleving, meer biodiversiteit, meer waterberging en afname van hittestress in de stad. We benutten kansen om vergroening te koppelen aan transformaties (bijvoorbeeld Bogaard stadscentrum), herinrichting van de openbare ruimte (bijvoorbeeld Oud-Rijswijk) en maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en energie. Ook op werklocaties zien we daarvoor veel potentie, zo is ons doel dat Plaspoelpolder het groenste bedrijventerrein van de provincie wordt. Daarnaast willen we de belevingswaarde van het groen in Rijswijk sterk verbeteren. De verschillende groene lagen (lage, middelhoge, hoge beplanting) brengen we meer in evenwicht. Een goede balans in soorten zorgt voor veel kleurvariatie gedurende het hele jaar (groen omgeving beleven), bloemen, vruchten, nectar en stuifmeel voor dieren (biodiversiteit) en een gezonder groenbestand (minder last van ziekten en plagen).

Deze soortenrijkdom helpt om de biodiversiteit te verbeteren en verrijkt de groen- en natuurbeleving van inwoners vlak bij hun huis. Naast biodiverse beplanting kiezen we er op een aantal plekken in Rijswijk voor om met bijzondere beplanting extra groene accenten aan te brengen. Uitgangspunt bij het aanleggen, beheer en onderhoud van groen is het verhogen van de biodiversiteit. Om dit goed te borgen stellen we een handreiking op. Daarnaast willen we in de toekomst dagelijks actueel inzicht in het groenareaal van de stad (soorten, oppervlakten, beheertypen, vervangingstermijn, staat van onderhoud) om ons groenbeheer goed op orde te hebben.

72 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Doelen  Rijswijkse groen verder ontwikkelen en het versterken van de vier groensferen, met gevarieerd groen van hoge kwaliteit, voldoende biodiversiteit en belevingswaarde.  De aangewezen Landgoederenzone en Stadsparkzone zijn ook in de toekomst de ‘groene longen’ van Rijswijk’;  Realisatie van een groenstructuur die de aanwezige groengebieden aan elkaar verbindt en waarbij het groen tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken reikt;  Rijswijk als goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen;  Een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en gezondheidsbevordering. Randvoorwaarden / uitgangspunten  Uitvoering geven aan het Uitvoeringsprogramma Landgoederenzone, zodat de groenkwaliteit past bij de sfeer van de Landgoederenzone (natuur, cultuur en recreatie) als onderdeel van de NPHD;  Uitvoering geven aan de ontwikkeling van de Stadsparkzone als een veelzijdig park met groene uitlopers richting de stad, als onderdeel van de Zweth-Vlietzone. Inclusief verbetering van de verblijfskwaliteit en natuurwaarden;  Uitvoering geven aan de groenstructuur door bestaande groenverbindingen te versterken en ontbrekende schakels in te vullen:  Natuurverbindingen door de stad, met name tussen de Landgoederen- en Stadsparkzone.

 Boomstructuren langs wegen, straten en lanen in Rijswijk;  Recreatieve groene verbindingen tussen de Landgoederen- en Stadsparkzone; netwerk van doorgaande paadjes door het groen (wijkgroen verbinden);  Aandacht voor natuurinclusiviteit bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van openbare ruimte en gebouwen), door actief te zoeken naar ruimte voor groenrealisatie- of verbetering;  Doelsoorten- en biotopen voor Rijswijk worden bepaald, zodat steeds geschikte biotopen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt een handreiking opgesteld voor biodiversiteitsverbetering. Dierenwelzijn heeft ook aandacht.

73 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.9: Thematische visiekaart ‘groene stadsbiotoop’.

74 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

4.7 Klimaatbestendige leefomgeving Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie Klimaatopwarming heeft directe invloed op onze leefomgeving, zoals beschreven in paragraaf 2.5.5. Om Rijswijk voor te bereiden op klimaatverandering, zowel nu als in de toekomst, is het essentieel in te zetten op het voorkomen van verdere klimaatopwarming (klimaatmitigatie) en het aanpassen aan de gevolgen van veranderend klimaat (klimaatadaptatie). Ons doel is om in 2050 als gemeente klimaatneutraal te zijn door middel van mitigatie, voornamelijk via de energietransitie. Daar gaat paragraaf 4.8 verder op in. Daarbij zijn we afhankelijk van acties in Nederland en wereldwijd. Tegelijkertijd zetten we ons in om onze leefomgeving klimaatbestendig15 te maken. Ons doel is om in 2050 als gemeente klimaatbestendig te zijn door middel van adaptatie. Dit betekent dat we onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast. Klimaatbestendige gebouwde omgeving We integreren tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen16 en de Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving17 in alle ruimtelijke projecten. Maar de klimaatopwarming, in combinatie met de huidige en geplande verdichting van onze stad, vraagt om meer innovatieve tools.

Nieuwbouw past daarom de laatste innovaties toe, zoals Ladder van Koeling18 en BREEAM19. Daarbij schrijven we een minimaal BREEAM-score ‘good’ voor nieuwbouw en renovatie, en voor gebiedsontwikkeling. We waarderen in het bijzonder elke ontwikkeling die innovaties kan aantonen met zogeheten innovatiecredits. Deze innovatiecredits stimuleren en erkennen de toepassing van innovatieve oplossingen die verder gaan dan de standaard duurzaamheidsnormen. Het gaat om creativiteit en pionieren door bijvoorbeeld het zoeken naar meekoppelkansen op onderwerpen als energie-efficiëntie, materiaalgebruik, waterbeheer en klimaatadaptatie. Klimaatbestendige openbare ruimte Onze openbare ruimte richten we klimaatadaptief in door meer schaduwrijke plekken te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen. We streven naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water. Dit geldt zowel voor nieuwe ontwikkelingen, als voor bestaande omgevingen. Voorbeelden van klimaatbestendige maatregelen zijn: • Aanleg van groenstroken en parken voor betere waterinfiltratie. • Creëren van schaduwrijke zones met bomen en pergola’s. 15 Er zijn verschillende begrippen voor aanpassing aan klimaatverandering bekend. Zo komen, vaak refererend aan nationale

trajecten, de begrippen klimaatadaptief, klimaatbestendig en waterrobuust voor. We zien deze begrippen als synoniemen, en gebruiken in deze omgevingsvisie de term klimaatbestendig. Voor een definitie van een klimaatbestendige leefomgeving, zie onder meer de herijkte Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (2020). 16 https://bouwadaptief.nl/leidraad/ 17 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/03/23/landelijke-maatlat-factsheets-en-overzichtstabel 18 https://groenehuisvesters.nl/wp-content/uploads/2023/02/ladder-van-koeling.pdf 19 https://richtlijn.breeam.nl/credit/klimaatadaptatie-1545

75 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

• •

Gebruik van waterdoorlatende bestrating en groene daken. Klimaatadaptief waterbeheer: om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen, is een goede balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren nodig. Dit geldt zowel voor nieuwe ontwikkelingen als voor de bestaande omgeving.

Specifieke maatregelen: • Aanleg van wadi's en ‘urban waterbuffers’. • Verbetering van de rioleringscapaciteit en inzetten op hemelwater afkoppelen. • Stimuleren van het (her-)gebruik van regenwater voor huishoudelijk gebruik. Waterbeheer Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen, is een goede balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren nodig. We werken nauw samen met Hoogheemraadschap van Delfland om een effectief waterbeheersysteem te realiseren. Hittestress Hittestress vormt een uitdaging, vooral in dichtbebouwde delen van de stad zoals de Stadsas. Deze gebieden zijn gevoelig voor hittestress, omdat ze relatief versteend zijn. We ontwikkelen een Lokaal Hitteplan en passen een preventieve bouwstrategie toe, zoals groene daken en gevels, en het gebruik van hittebestendige materialen. Water en bodem sturend Rijswijk sluit aan bij de nationale beleidslijn 'water en bodem sturend' om een klimaatbestendige leefomgeving te creëren. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het wateren bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn. We volgen deze lijn ook door de groei van de stad te zoeken in bestaand stedelijk gebied en in de hoogte, waardoor verdere verharding beperkt blijft en we ruimte voor groen en water sparen.

Bodemdaling Bodemdaling is geen wijdverspreid probleem in Rijswijk maar kan lokaal voorkomen, door klimaatverandering verergeren en schade veroorzaken. We willen de risico’s in beeld brengen en preventieve maatregelen nemen. Waterkwaliteit In samenwerking met hoogheemraadschap Delfland willen we de waterkwaliteit verbeteren volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). We streven naar emissiereductie, natuurvriendelijke oevers en optimalisatie van de waterbeheerpraktijk. Dit bereiken we door minder vervuiling in het water toe te laten en betere voorlichting en handhaving om vervuiling te voorkomen. Rijswijkse strategie RAAK en zeven deelambities Om stappen te zetten richting een klimaatbestendige leefomgeving in 2050, hebben we zeven ambities voor de periode 2023-2030 vastgesteld, bekend als de Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK). We willen onze uitvoeringsstrategie voortdurend bijstellen en 76 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

aanscherpen om adequaat te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen: we actualiseren de stresstest iedere zes jaar om veranderende kwetsbaarheden in beeld te brengen. We starten met het updaten van de kaarten en voeren vervolgens een nieuwe ronde klimaatstresstesten uit. 2. Risicodialogen: we gaan vanaf 2025 risicodialogen met stakeholders voeren. Dit proces gaan wij iedere zes jaar herhalen en herijken op basis van de actuele klimaatstresstesten. 3. Uitvoeringsstrategie: klimaatadaptatie vereist maatwerk per wijk, buurt en soms per straat. Bij alle nieuwe ontwikkelingen stimuleren we het gebruik van tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat. Daarnaast brengen we samen met regionale partners in beeld welke investeringen er nodig zijn om Rijswijk op lange termijn klimaatbestendig te maken. Hierna kan een berekening gemaakt worden, met een meerjarig investeringsprogramma klimaatadaptatie voor de periode 2026-2030. 4. Meekoppelkansen: we streven ernaar om de doelen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie20 te integreren en meekoppelkansen te benutten bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent klimaatbestendigheid integreren in bredere ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen, zoals de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. 5.

Stimuleren en faciliteren: hoewel we streven naar een klimaatbestendige leefomgeving, kunnen restrisico's nooit volledig worden uitgesloten. Daarom willen we dat bedrijven, organisaties en burgers op de hoogte zijn van deze risico's, zoals ook voorgeschreven door het Rijk. Uit onze klimaatstresstesten blijkt dat naast wateroverlast en droogte, vooral hittestress en verlies van biodiversiteit momenteel een hoge prioriteit hebben in Rijswijk. Bewustwording en actie richting de inwoners zijn daarbij cruciaal. We vergroten het bewustzijn over het belang van klimaatbestendigheid via initiatieven zoals Steenbreek, en willen bewoners in Rijswijk bewust maken van het belang van klimaat, water en groen, en wat zij daar zelf aan kunnen bijdragen. 6. Reguleren en borgen: klimaatadaptatie is geborgd in de verordening afvoer hemelwater en ons Gemeentelijk riolerings- en waterplan (GRP). De ‘verordening afvoer hemelwater’ is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan geworden. Alle nieuw- en verbouwprojecten en ontwikkelingen in de openbare ruimte moeten voldoen aan het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke Maatlaat. 7. Handelen bij calamiteit: we ontwikkelen lokale calamiteitsplannen voor weersextremen.

We beginnen eerst met een Lokaal Hitteplan Rijswijk in 2024 en betrekken stakeholders en inwoners bij het nemen van maatregelen om hittestress te verminderen. Hierna zullen we ook kijken naar lokale plannen voor droogte en wateroverlast samen met regionale partners. Doelen  In 2050 als gemeente klimaatbestendig zijn door middel van adaptatie. Dit betekent dat we onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast;  Zeven ambities voor de periode 2023-2030, bekend als de Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK). Randvoorwaarden / uitgangspunten  Bij nieuwbouw en gebiedsontwikkeling hanteren van een minimaal BREEAM Good score, aangevuld met Innovatiescore. En integratie van het Convenant Bouwen Adaptief en Landelijke Maatlaat in alle

20

https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/

77 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

ruimtelijke projecten;  Klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte door meer schaduwrijke plekken te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen. Daarnaast streven naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water.  Balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren;  Lokaal Hitteplan tegen hittestress (focus op stedelijke gebieden, zoals de Stadsas);  Bewustwording en actie richting de inwoners en ondernemers d.m.v. Steenbreek Rijswjk;  Water en bodem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen;  Preventieve maatregelen om bodemdaling te voorkomen;  Verbetering van de waterkwaliteit volgens de KRW – Hoogheemraadschap.  Uitvoering geven aan RAAK: Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering.

78 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.10: Thematische visiekaart ‘Klimaatbestendige leefomgeving’.

79 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

4.8 Duurzame energievoorziening Klimaatneutraal Rijswijk in 2050 We moeten ons aanpassen aan klimaatverandering, maar ook bijdragen aan het afremmen ervan. Een van onze belangrijkste doelen is dan ook om energieneutraal te zijn in 2050. Dit bereiken we door onze energiebehoefte te verkleinen, lokaal duurzame energie op te wekken en door over te stappen van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie. Energietransitie: overgang naar duurzame en onafhankelijke energie Om de klimaatverandering zoveel mogelijk af te remmen en energieonafhankelijk te worden, moeten we allemaal samenwerken: de gemeente, bewoners, bedrijven, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, culturele instellingen en het Rijk. We nemen als gemeente de regie op verduurzaming van de gebouwde omgeving, en werken hierin samen met alle partijen. Belangrijk is dat iedereen mee kan doen. We houden er daarom rekening mee dat de energietransitie toegankelijk moet zijn voor alle vastgoedeigenaren. De energietransitie is geen eenvoudige opgave, het vraagt technische aanpassingen aan gebouwen en daarmee financiële investeringen en in sommige gevallen (bij VvE's of corporaties) formele besluitvormingsprocedures. Iedere vastgoedeigenaar moet mee kunnen doen, het tempo mag verschillen.

We werken samen met de woningcorporaties om een belangrijke en grote groep inwoners te bereiken. De energietransitie zorgt voor druk op de schaarse ruimte in Rijswijk, boven en onder de grond. Maar er zijn ook meekoppelkansen: bijvoorbeeld om de aanleg van nieuwe energiebronnen of -netwerken te combineren met herinrichting van de openbare ruimte, aanleg van meer groen en water(berging), klimaatadaptatieve maatregelen en extra ruimte voor fiets en voetganger. Verkleinen van de energiebehoefte De duurzaamste energie is niet gebruikte energie. Terugbrengen van de energiebehoefte zien we dan ook als eerste stap in de energietransitie. We zetten in op de besparing van energie door individuele woningeigenaren, Vereniging van Eigenaren (VvE), bedrijven en eigenaren van zakelijk onroerend goed te stimuleren en ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Dit gaat om kleine maatregelen (zoals radiatorfolie en brievenbusborstels) tot aan grote maatregelen zoals woningisolatie. Om het energieverbruik ten opzichte van de kosten zo efficiënt mogelijk in te richten houden we rekening met de nieuwste inzichten binnen de trias energetica in relatie tot isolatie. Gedrag en omgang met energie speelt een belangrijke rol in de energietransitie.

We willen bewustwording vergroten over energiegebruik en het verduurzamen van bestaande woningen en gebouwen naar uiteindelijke minimaal energielabel C in 2050. In relatie tot de keuze voor de toekomstige duurzame warmtebron kan het nodig zijn om verder te isoleren naar een hoger energielabel. De benodigde maatregelen en mogelijkheden daarvoor zijn per woning verschillend. Kantoorgebouwen moeten al vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben. Voor woningisolatie is het verstandig zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke momenten, zoals een verhuizing of gepland onderhoud. Dit betekent dat iedere woningeigenaar en vastgoedeigenaar isolatiemaatregelen in zijn eigen tempo zal doorvoeren. Met name in sterk verstedelijkte en verharde 80 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

omgevingen lopen de temperaturen steeds verder op, verkoeling in de buitenruimte en in woningen is daarom essentieel en heeft een ruimtelijke component. Bij woningisolatie is aandacht voor ventilatie en de mogelijkheid tot (passief) koelen in warme zomers voor een gezond binnenklimaat. We stimuleren en ondersteunen gebouweigenaren om natuurvriendelijk te isoleren om gebouwgebonden diersoorten te beschermen. Warmtetransitie: overgang naar duurzame warmte We willen in 2050 helemaal aardgasvrij zijn. In de Transitievisie Warmte Rijswijk (2021) hebben we dat vastgelegd. We nemen de regie en werken samen met alle betrokken partijen om de warmtetransitie te realiseren. Zo zorgen we ook dat iedereen mee kan doen. Naast isoleren, is de overstap naar alternatieve, duurzame warmte nodig. De opgave is groot en veel partijen zijn erbij betrokken. Afbeelding 4.9 toont onze strategie per wijk uit de Transitievisie Warmte. We willen zo veel mogelijk woningen – binnen laagste maatschappelijke kosten – op een duurzaam warmtenet aansluiten. Warmtenetten zijn voor die delen van Rijswijk aangegeven in afbeelding 4.9, de maatschappelijk voordeligste manier om aardgasvrij te worden. Door aan te sluiten op een warmtenet vermijden we elektrische oplossingen (zoals warmtepompen) en verlichten daarmee (lokale) problemen van netcongestie.

Elektrificatie in warmtewijken zullen wij niet stimuleren, maar individuele keuzes blijven mogelijk.

81 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Afbeelding 4.11: Overzicht warmtetransitie per buurt (bron: Transitievisie warmte).

Warmte-infrastructuur We gaan alleen in wijken aan de slag met een warmtenet wanneer het betaalbaar is voor onze inwoners. Daarbij is er aandacht voor het bestrijden van energiearmoede. Dit betekent dat het Rijk structureel voldoende financiële middelen beschikbaar moet stellen om inwoners te stimuleren en te helpen. 82 Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

Daarnaast kunnen we pas starten met de uitrol van het warmtenet als ook de wet- en regelgeving op orde is. Inzet van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is uiteindelijk essentieel om woningen van het aardgas te krijgen21. Duurzame restwarmte uit WarmtelinQ en geothermie inclusief een hoge temperatuuropslag kunnen het warmtenet voeden (kaart: ‘tracé Warmtelinq’). Door het aansluiten op lokale (geothermie) en of regionale (rest)warmtebronnen via WarmtelinQ worden we ook onafhankelijk van buitenlandse energie. Een mogelijk beoogde locatie voor ons warmteoverdrachtstation inclusief alle gebouwen voor onze warmtevoorziening is in het Kruisvaarderspark (kaart: ‘centrale opslag voor warmte’). We passen dit gebouw zo in dat de impact ervan op de landgoederenzone zo klein mogelijk is. Ook in de wijken reserveren we ruimte voor kleinere warmteoverdrachtsstations om de warmte in de wijk te krijgen (kaart: ‘decentrale warmteopslag’). Als in de wijken een warmtenet wordt aangelegd, kijken we naar kansen voor het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte en andere meekoppelkansen. Bij de aanleg van warmteleidingen wordt onder meer rekening gehouden met de impact ervan op het drinkwater (verhoging van de temperatuur), en de aanplant- en groeimogelijkheden van groen.

Voor delen van de stad die niet op een warmtenet Rijswijk aangesloten kunnen worden, leveren we maatwerk en kijken we via de vijfjarige actualisatie van de Transitievisie Warmte welke warmtealternatieven dan voor handen zijn (het wordt per 2026 verplicht een Warmteprogramma te hebben dat de Transitievisie Warmte vervangt; de vijfjaarlijkse herziening blijft). We staan open voor innovatieve energie- en warmteconcepten. Elektrificatie van de warmtevraag verdient, gelet op het risico op netcongestie, op dit moment niet de voorkeur. Juist in de wijken waar collectieve warmtenetten niet goed haalbaar zijn, ondersteunen we bewonersinitiatieven om nu al met alternatieve bronnen en systemen aardgasvrij te worden. Bodemenergie Voor nieuwbouw maken we graag gebruik van bodemenergiesystemen, omdat nieuwbouw ook behoefte heeft aan koeling in de zomer en de ondergrond van Rijswijk geschikt is voor dit soort energiesystemen (kaart: ‘potentiële geothermiebron’). De campusfunctie van Kessler Park met focus op de energietransitie rondom geothermiecentrum RCSG kan hierin een belangrijke rol spelen en willen we daarom verder ontwikkelen (kaart: ‘campusfunctie Kessler Park’).

Met een bodemenergieplan voor Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder geven we sturing aan de verdeling van de schaarse ruimte in de ondergrond en optimaal gebruik van bodemenergie (kaart: ‘Plaspoelpolder en nabije omgeving’ | Bogaard Stadscentrum en nabije omgeving’). We blijven monitoren of de regelgeving voldoet en of er mogelijk voor meer gebieden afspraken nodig zijn. Duurzame warmte is schaars in de regio. Dit betekent dat we in RES-regio (Regionale Energiestrategie) afspraken maken over de lokale inzet van de duurzame warmte die beschikbaar is via WarmtelinQ, maar ook over geothermie. Hoge temperatuur-opslag is een veelbelovende innovatieve techniek die de kosten voor warmte kan reduceren. We willen daarom opslag van hoge temperatuur mogelijk 21 Verwachting van het Rijk is dat de Wgiw op 1 juli 2025 in werking treedt.

Omgevingsvisie Rijswijk – ontwerp (november 2024)

83

maken en in overleg met de provincie een pilot daarvoor starten. Vanaf 2026 is Rijswijk verplicht om iedere vijf jaar een warmteprogramma op te stellen waarin wordt beschreven in welke wijken we de komende tijd aan de slag gaat met verduurzaming of het aardgasvrij maken. Dit biedt bewoners en andere betrokkenen duidelijkheid en handelingsperspectief. Duurzame opwekking van elektriciteit Grootschalige duurzame opweklocaties zijn door de grote mate van verstedelijking in Rijswijk niet mogelijk. Voor grootschalige duurzame opwekking zijn we dus afhankelijk van (boven) regionale afspraken. Daarbij komt dat de druk op het elektriciteitsnet de komende tijd alleen maar zal toenemen. We willen in Rijswijk de energietransitie aanjagen door nieuwe initiatieven voor opwekking van (niet grootschalige) duurzame energie aan te moedigen en mogelijk te maken. We zoeken in gezamenlijkheid naar de beste oplossingen die passen bij een compacte stad, en maken hierin een integrale afweging. Hierbij is er aandacht voor lokaal eigendom (waarbij inwoners en ondernemers zijn samen, deels, of helemaal eigenaar zijn), wat een positieve bijdrage kan leveren aan het draagvlak voor de opwekking van duurzame energie. We streven ernaar in 2030 minstens 20% van het elektriciteitsverbruik binnen de gemeentegrens duurzaam op te wekken.

Hiervoor zetten we stevig in op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied en benutten we van het geschikte dakoppervlak voor zonne-energie. We wekken zoveel mogelijk zonne-energie op in de gebouwde omgeving. In het landschap of op het water heeft niet de voorkeur, zo willen we aantasting van de groene ruimte voorkomen. Daarnaast wordt gezocht naar locaties waar multifunctioneel gebruik toegepast kan worden, denk aan parkeergarages en wegen (kaart: ‘RES: verder onderzoek zon’). In het programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) verkent het Rijk waar energieopwekking op rijksgronden mogelijk is. Voor een zone langs de A4 wordt de potentie voor opwekking van zonne-energie onderzocht22. Voorkomen van netcongestie Een sterke energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor de overgang naar duurzame energie en voor de groei en verduurzaming van Rijswijk. Tot 2050 zal de vermogensvraag toenemen. Netcongestie belemmert de groei van de opwekking van duurzame energie, het aardgasvrij maken van woningen, elektrisch vervoer en de bouw van nieuwe woningen en bedrijven. We houden nauw contact met netbeheerder Stedin om netcongestie in Rijswijk te voorkomen, met name door slim gebruik en het verzwaren van het net, decentrale dagopslag en het stimuleren van gedragsverandering van bewoners en bedrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=f498b54a-0c26-4c3e-9609-6b9f1f1c16ca