RIB 23 115d eerste fase Omgevingsvisie Rijswijk
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk
Gemeente Rijswijk 16 maart 2010 concept-01
3 oktober 2023 RE VB
= Regels = Geometrische plaatsbepaling / Verbeelding
Nota van Zienswijzen bestemmingsplan Muziekbuurt, ontwerp d.d. 9 februari 2010 Gemeente Rijswijk, 16 maart 2010
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
1. INLEIDING In de periode juli en augustus 2023 is de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ter visie gelegd. De NRD is opgesteld naar aanleiding van de start van de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) voor de Omgevingsvisie Rijswijk. In deze Nota van Beantwoording Zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen weergegeven en voorzien van een beantwoording. Voordat inhoudelijk op de zienwijzen wordt ingegaan, wordt eerst nog kort het verloop van de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) beschreven (paragraaf 2). Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de ontvangen zienswijzen (paragraaf 3). Het hoofddeel van deze Nota bestaat een vierkolommenschema, waarin per onderdeel van de ontvangen zienswijzen een antwoord wordt gegeven, en ook wordt aangegeven wat er in het vervolg met deze zienswijze wordt gedaan. De zienswijzen zullen, indien relevant, worden gebruikt om de uit te voeren (milieu-)onderzoeken en het milieueffectrapport aan te scherpen.
2. GEVOLGDE PROCEDURE Op 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk het Plan van Aanpak voor de Omgevingsvisie Rijswijk vastgesteld. Het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de Omgevingsvisie maakt deel uit van dit Plan van Aanpak. Het eerste onderdeel van het doorlopen van een m.e.r.-procedure is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft als doel om inzicht te geven in de stappen die ten behoeve van het MER doorlopen gaan worden. De NRD beschrijft welke omgevingsaspecten en welke effecten in het MER onderzocht gaan worden (reikwijdte). Daarnaast geeft de NRD informatie over de manier waarop de effecten van de Omgevingsvisie onderzocht zullen worden en met welke diepgang (detailniveau). De NRD hebben wij vanaf 6 juli 2023 voor een periode van acht weken ter inzage gelegd. De NRD is digitaal ter inzage gelegd, dat wil zeggen dat men op de website van de gemeente Rijswijk de NRD heeft kunnen downloaden en raadplegen. Tijdens deze periode heeft iedereen kunnen reageren op de aanpak van de milieueffectrapportage, zoals neergelegd in de NRD.
3. OVERZICHT ONTVANGEN ZIENSWIJZEN EN ONTVANKELIJKHEID In de periode van 6 juli – 31 augustus 2023 zijn in totaal 11 zienswijzen ontvangen. Van de volgende partijen/personen is een zienswijze ontvangen: 1. Prorail 2. Gemeente Midden-Delfland 3. Dunea 4. bewoner (1) 5. TenneT 6. Veiligheidsregio Haaglanden 7. bewoner (2) 8. Hoogheemraadschap Delfland 9. HTM Personenvervoer 10. GGD Haaglanden 11. Natuurlijk Delfland/Stichting Pasgeld Natuurlijk Alle zienswijzen zijn ontvangen binnen de termijn van termijn van ter inzagelegging en zijn derhalve ontvankelijk.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
4. BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Wie ProRail
Zienswijze Artikel 4.3 Beoordelingskader ProRail verzoekt om het aspect trillingen op te nemen in het beoordelingskader.
Beantwoording Past niet bij abstractieniveau van een planMER voor een gemeentelijke Omgevingsvisie. Trillingen komt het best terug op projectniveau. De regionale oriëntatie zal in het vervolg beter worden meegenomen. Onder de bullet ‘Gebiedsgerichte uitspraken’ kan worden aangevuld in tekst en met kaart over de regionale oriëntatie en ligging.
Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen.
Midden-Delfland
2.4 Detailniveau Omgevingsvisie In de opsomming ontbreekt de regionale oriëntatie en ligging van Rijswijk in de metropoolregio Den Haag – Rotterdam. De keuzes die Rijswijk maakt kunnen gevolgen hebben voor de regio. Hierbij denken wij aan de gevolgen van het aantal verkeersbewegingen op de rijksweg A4 en de ‘inprikkers’ vanaf de A4 naar de centrumstad Den Haag. 4.2 Alternatieven In deze tekst wordt de stads-as genoemd. In de tekst zelf ontbreekt een toelichting wat met de stads-as wordt bedoeld. Wij nemen aan dat het gaat om de Sir Winston Churchilllaan en de gebiedsontwikkelingen die door deze laan met elkaar worden verbonden.
We zullen dit verduidelijken.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
4.3 Beoordelingskader Het beoordelingskader bestaat uit de thema’s van het Programma Stadsontwikkeling. Wij missen in dit beoordelingskader een relatie met sociaalmaatschappelijke en sociaaleconomische opgaven als vergrijzing, armoede en kansenongelijkheid.
Eerder in de NRD wordt de link tussen de omgevingsvisie en sociaalmaatschappelijke thema’s benoemd (2.3 inhoud omgevingsvisie). Het MER gaat over aspecten uit de fysieke leefomgeving, wat aansluit bij de Omgevingswet. Hoewel deze onderwerpen vallen onder de SDG, zijn de sociaalmaatschappelijke en sociaaleconomische aspecten zijn geen onderwerp van het MER.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Dunea
Tabel 2: beoordelingskader op pagina 11 Aantrekkelijk en Gezond Rijswijk: neem hier ook de indicator ‘waterkwaliteit’ op Ondernemend en Beleefbaar Rijswijk: neem hier de indicator ‘nutsvoorzieningen’ of ‘drinkwatervoorziening’ op Duurzaam en Toekomstbestendig Rijswijk: neem hier de indicator ‘ondergrondse infrastructuur’ op
Bewoner reactie 1
Verschillende tekstuele suggesties en tekstuele opmerkingen op de tekst van de NRD.
TenneT
Door de aanwezigheid van verschillende hoogspanningsverbindingen vormt TenneT een van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen uw gemeente (of Provincie). Deze bestaande assets wensen wij op een juiste manier te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. Wij willen u dan ook verzoeken om, daar waar dat mogelijk is dit niet onmogelijk te maken en hiermee rekening te houden en ruimte op te nemen hiervoor.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Waterkwaliteit wordt al meegenomen onder ‘Groen en natuurlijk Rijswijk’ Drinkwatervoorziening nemen we niet op gezien waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden niet dicht genoeg bij Rijswijk liggen. ‘nutsvoorzieningen’ past niet bij het abstractieniveau van een planMER Omgevingsvisie Ondergrondse infrastructuur is opgenomen als indicator ‘gebruik ondergrond’. De ondergrondse infrastructuur maakt daar onderdeel van uit. Bedankt voor de tekstuele suggesties. In het vervolg zal dit worden meegenomen. -
Hoogspanningsverbindingen zijn een van de ruimteclaims waar in de Omgevingsvisie rekening mee wordt gehouden. Indien ruimtelijke reserveringen zijn gemaakt kunnen deze bij de autonome ontwikkelingen van het aandeel hernieuwbare energie in het MER worden genoemd.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen. De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Veiligheidsregio Haaglanden
Indicator Externe Veiligheid Externe veiligheid is opgenomen als indicator. Echter wordt niet uitgewerkt hoe men deze indicator precies beschouwt. De huidige wettelijke instrumenten plaatsgebonden risico en groepsrisico veranderen onder de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt. Het plaatsgebonden risico blijft ongewijzigd van kracht onder de Omgevingswet, het groepsrisico raakt echter op de achtergrond. Daarvoor in de plaats komen aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Geadviseerd wordt om een beslissing te nemen over de wijze waarop de risico’s in het MER worden beschouwd.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
We zullen zorgen dat de indicatoren aansluiten bij de terminologie onder de Omgevingswet.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Indicator bereikbaarheid Bereikbaarheid is ook opgenomen als indicator. Echter mist een uitwerking van wat hier exact onder wordt verstaan. Belangrijk is dat hier ook aandacht is voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. Op deze manier kan onderzocht worden wat de effecten zijn van de beoogde ontwikkeling op de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Bij het beoordelen van dit onderwerp kan aansluiting worden gezocht bij de kwantitatieve onderzoeken die worden uitgevoerd voor de andere onderwerpen in het kader van bereikbaarheid. Wanneer kwantitatief onderzoek ontoereikend is, kan tevens een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd worden. De VRH kan hier doormiddel van ‘expert judgement’ bij betrokken worden.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Bereikbaarheid voor hulpdiensten sluit niet aan bij het abstractieniveau van een Omgevingsvisie en bijbehorend planMER. Dit wordt wel meegenomen als daadwerkelijk aan een stedenbouwkundig ontwerp gestart wordt in de fase na een omgevingsvisie.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Indicator wateroverlast en waterveiligheid Geadviseerd wordt om bij het onderwerp wateroverlast de effecten zo breed mogelijk te bekijken. Hierbij zou, naast de hinder die door wateroverlast wordt ervaren, gekeken kunnen worden naar de effecten van wateroverlast in het kader van fysieke veiligheid. Onderwerpen waaraan gedacht kan worden zijn de begaanbaarheid van wegen (voor de hulpdiensten), mogelijke uitval van vitale infrastructuur en evacuatie van (kwetsbare) groepen mensen. Bij waterveiligheid wordt geadviseerd om de effecten mee te nemen waarbij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, zeer kwetsbare gebouwen en/of vitale infrastructuur (deels) onderwater komen te staan.
In het kader van de Omgevingsvisie wordt wateroverlast beoordeeld als ‘water aanwezig in panden bij hevige neerslag’. Uw suggesties om het onderwerp te verbreden zullen nader worden bekeken.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
In het geval dat gekozen wordt voor verdichting, zal er extra aandacht moeten zijn voor brandveiligheid en constructieve veiligheid. Van belang is dat hulpverlening snel ter plekke kan zijn. Ook vanuit gezondheidsperspectief zijn er risico’s bij verdichting. De VRH adviseert om ook de risico’s van verdichting mee te nemen in de beoordelingskader van de MER mee te nemen.
Verdichting wordt niet als losse indicator beoordeeld in het MER. Wel zal het effect beschreven worden als verdichting als onderdeel van een alternatief en/of ontwerpomgevingsvisie is opgenomen. Verdichting kan dan negatieve effecten hebben op bijvoorbeeld wateroverlast en hittestress.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Onderwerp energietransitie Geadviseerd wordt om ook onderzoek te doen naar de gevolgen van het toepassen van nieuwe
Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hier zijn wettelijke kaders voor, zoals het Besluit externe
De zienswijze wordt niet overgenomen. Wel maken we graag gebruik van kennis en kunde VRH.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Bewoner reactie 2
vormen van energie in het plangebied voor de omgeving, zoals veiligheid en gezondheid. Hierbij valt te denken aan risico’s rond elektrisch rijden/parkeren, waterstof en grootschalig gebruik van zonnepanelen op objecten en het gebruikt van Energie opslag systemen (EOS). Op deze manier kan een totaalbeeld gevormd worden van de effecten van de energievoorzieningen die worden gerealiseerd op de omgeving. Geadviseerd wordt om bij het in kaart brengen van deze effecten gebruik te maken van de inhoudelijke kennis die op het gebied van veilige energietransitie bij de VRH aanwezig is.
veiligheid inrichtingen, het besluit externe veiligheid transportroutes en het besluit externe veiligheid buisleidingen. Externe veiligheid wordt meegenomen in het planMER voor de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn er zaken die niet onder “externe veiligheid” vallen. Zoals zonnepanelen (geen gevaarlijke stof aanwezig). Ook is wetgeving nog niet altijd aangepast op nieuwe situaties (eventuele nieuwe gevaren door elektrische auto’s). Voor energieopslagsystemen/lithium ion batterijen is er bijvoorbeeld nog geen beoordelingskader. Hierdoor kunnen we er niet aan toetsen. Daarbij gaat dit voorbij aan het abstractieniveau van het planMER Omgevingsvisie. We maken graag gebruik van de inhoudelijke kennis op het gebied van veilige energietransitie die bij de VRH aanwezig is.
De basisvoorwaarde/eis voor en nadrukkelijke kwantitatieve én kwalitatieve “nulmeting” op datum X, als het gaat om de stand van natuur, milieu en gezondheid ontbreekt. Dit is de enige manier om met de omgevingsvisie in de hand te kunnen toetsen of Rijswijk inderdaad “leefbaar blijft en groener wordt”.
Hier wordt gevraagd om de methodiek te verklaren die gebruikt wordt om de referentiesituatie (HS) te bepalen. In het vervolg zal er uitgelegd worden op welke wijze de HS wordt bepaald (kwalitatieve en kwantitatieve informatie van meest recente data van betrouwbare bronnen).
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Dit is een methodische vraag over het instrument dat ingezet wordt om de beoogde ambities uit de Omgevingsvisie te monitoren. In het vervolg zal er uitgelegd worden met welk instrument er gemonitord gaat worden, met welke frequentie Rijswijk dat denkt te doen en of er over de uitkomsten daarvan gecommuniceerd wordt richting inwoners.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Aanbevelingen over hoe en met welk frequentie er wordt getoetst aan de nulmeting en hoe met afwijkingen zal worden omgegaan ontbreekt.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Gevraagd wordt naar de stand van zaken m.b.t. andere beleidsdocumenten zoals:
Deze vraag is breder dan de focus van de NRD.
de Stadsvisie 2030 uit 2016:
Beantwoording vragen Stadsvisie: a. De Stadsvisie is een ambitiedocument dat de basis heeft gevormd voor veel beleidsstukken. Er is geen monitor opgezet om voor alle ambities uit de Stadsvisie bij te houden in welke mate ze behaald zijn. b. Of we op koers liggen wordt niet bijgehouden. c. De visie is vastgesteld door de raad en is basis voor het beleid. d. De Omgevingsvisie komt in plaats van de Stadsvisie. e. Niet van toepassing. f. Het beantwoorden van deze vraag is onderdeel van het proces om te komen tot een Omgevingsvisie.
a. Wat is de huidige stand van Rijswijk gerelateerd aan de visie? b. Liggen we op koers. Ja/nee, in welke mate? c. Status van deze visie / dit document? d. Status van deze visie ná aanname omgevingsvisie? e. Hoe vaak is getoetst? f. Wat kunnen we meenemen in de Omgevingsvisie?
Groenbeleidsplan (plan tot 2020, maar nog steeds geldig) a. Wat is de huidige stand van zaken? b. Hoe vaak zijn (bouw-)plannen getoetst aan dit plan en wat is ermee gedaan? c. Wordt er gehandeld naar de gegeven kentallen (b.v. aantal bomen per inwoner, aantal m2 groen per huishouden)? Zo ja, kan dat worden aangetoond? Zo nee, waarom gebeurt dat niet?
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Beantwoording vragen Groenbeleidsplan: a. In het kader van het actualiseren van het Rijswijkse groenbeleid worden de in Rijswijk gewenste groenstructuren (bomen, natuur, recreatie en natuurinclusieve stad) geactualiseerd. Deze informatie kan dan in een volgende fase worden verwerkt in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. b. De kentallen/beleidsspeerpunten uit het plan zijn destijds bedoeld als “vuistregel” om het belang van groen
Dit onderdeel van de zienswijze heeft geen relatie met de PlanMER. De zienswijze wordt niet overgenomen.
c.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
bij woningbouw/ verstedelijking hanteerbaar te krijgen. Bij (bouw)plannen bood het de mogelijkheid om beter te kwantificeren welke groenopgave (ongeveer) aan de orde was. De kentallen/beleidsspeerpunten zijn destijds bedoeld als “vuistregel” om het belang van groen bij woningbouw/verstedelijking hanteerbaar te krijgen. Het biedt de mogelijkheid beter te kwantificeren welke groenopgave bij nieuwbouw (ongeveer) aan de orde is. Het betekent niet dat bij alle nieuwbouw altijd (veel) openbaar groen gerealiseerd moet worden. In gebieden waar wel veel openbaar groen is maar nauwelijks een woonfunctie, is de hoeveelheid te realiseren openbaar groen mogelijk minimaal. Ook zijn m2 en aantallen enkel een kwantitatieve benadering van het openbaar groen. In groenopgaven speelt ook groenkwaliteit en groenbeheer & onderhoud een belangrijke rol. Bij het daadwerkelijk uitwerken van de groenbehoefte is de vuistregel een startpunt om de groene invulling daarna verder in te kunnen vullen. Zo kunnen projecten worden uitgevoerd en de gewenste groenkwaliteit en kwantiteit worden behouden.
Hoogheemraadschap Delfland
Algemeen De NRD is op hoofdlijnen opgesteld en geeft weinig informatie over wat de gemeente precies gaat onderzoeken. Wij adviseren u hier concreter op in te gaan.
Een NRD is vormvrij. De gemeente is van mening dat de scope van wat onderzocht gaat worden in het planMER voor dit moment voldoende is beschreven.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Hoofdstuk 4.1 Stappen MER U benoemt in de NRD, dat de autonome ontwikkeling de voortgang van de huidige situatie zonder nieuw beleid is. Wij vragen ons af, of externe autonome ontwikkelingen, zoals klimaatverandering of energie-transitie, in de autonome ontwikkeling meegenomen worden of niet. Wij adviseren u nader te beschrijven, wat onder de autonome ontwikkelingen valt.
Naast ruimtelijke autonome ontwikkelingen (zoals plannen waarvoor al een vastgesteld bestemmingsplan geldt) zijn er ook meer autonome trends zoals klimaatverandering (het wordt heter, natter, droger). Dit beschouwen wij als een autonome ontwikkeling. In het vervolg zullen wij waar relevant een aanvulling op de autonome ontwikkeling opnemen.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
De alternatieven kunnen uitgebreider beschreven worden zodat duidelijk is wat er onder elk alternatief verstaan wordt.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Hoofdstuk 4.2 Alternatieven Wij verzoeken u aan te geven, hoe innovatie gedefinieerd wordt, wat er allemaal onder innovatie valt (procesinnovatie, technologische innovatie, sociale innovatie, et cetera) en wanneer iets als innovatief gezien wordt. Tevens zijn wij benieuwd, hoe u de mate van innovatie gaat meten.
Er zal verder worden uitgewerkt wat onder innovatie verstaan wordt. Innovatie meten wij niet, het vormt een van de assen waarlangs de alternatieven zijn opgesteld, waarop de indicatoren getoetst worden.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Hoofdstuk 4.2 Alternatieven Wij verzoeken u te overwegen de volgende indicatoren aan het beoordelingskader toe te
Grondwater valt binnen de indicator waterkwantiteit. Afvalwater en riolering valt deels binnen de indicator waterkwaliteit en komt terug bij gebruik ondergrond.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Hoofdstuk 4.2 Alternatieven De alternatieven zijn maar beperkt beschreven. Het is nu nog onduidelijk, wat wel en wat niet onder de alternatieven valt en hoe deze invloed op de indicatoren uit tabel 2 in de NRD hebben. Wij vragen u daarom de variabelen en de alternatieven uitgebreider te beschrijven.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
voegen: Grondwater; afvalwater en riolering; drinkwaterbeschikbaarheid.
Hoofdstuk 4.4 Beoordelingssystematiek De beoordelingssystematiek maakt gebruik van een driepuntenschaal, die de effecten van het beleid in de Omgevingsvisie beschrijft. De beoordelingssystematiek geeft daarmee alleen het verschil met de referentiesituatie weer, maar zegt niets over de staat in de huidige en toekomstige situatie. Wij adviseren u de beoordelingssystematiek uit te breiden.
Hoofdstuk 4.4 Beoordelingssystematiek Daarnaast vragen wij u aan te geven, hoe de effecten tegen elkaar afgewogen worden.
Verschillende schaalniveaus De gemeente Rijswijk behoort bij de Haagse regio. Keuzes in de gemeente hebben invloed op de omgeving en vice versa. Wij adviseren u daarom uit te zoomen en de invloedssfeer van de Haagse regio mee te nemen.
Verschillende schaalniveaus In de NRD wordt geen onderscheid gemaakt in deelgebieden. Doelstellingen en ambities voor groene buitengebieden zullen anders zijn dan voor de binnenstad. Aspecten kunnen op de ene locatie daarom zwaarder wegen dan op een Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Drinkwaterbeschikbaarheid is niet opgenomen als indicator aangezien de waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden op enige afstand van de gemeente Rijswijk liggen en de Omgevingsvisie daar ook geen effect op zal hebben. De gebruikte beoordelingssystematiek is een gangbare voor een planMER omgevingsvisie. In het planMER wordt een uitgebreidere toelichting op het afwegingskader opgenomen. We zullen uw suggestie dan nogmaals bekijken.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
In de systematiek van een MER worden effecten niet onderling afgewogen. Bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie wordt het planMER ter informatie meegestuurd. Gemeenteraadsleden staat het vrij om hiermee een eigen afweging te maken. Wij onderschrijven de wisselwerking van gemeente en de regio. Dit komt ook tot uitdrukking in de keuzes in de Omgevingsvisie. Daarnaast is het onderzoeksgebied voor sommige indicatoren van het planMER ook groter dan enkel de gemeentegrenzen, aangezien sommige milieu-/omgevingseffecten verder reiken.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Wij zijn het eens dat effecten op de ene plek zich anders kunnen uiten dan op de andere plek. Dit zal in het planMER ook zo beschreven worden. Het planMER volgt daarbij de indeling van de Omgevingsvisie.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
andere. Ons advies is, om een onderscheid in deelgebieden te maken. Verschillende schaalniveaus In de NRD is geen peildatum voor de beoordeling genoemd. De omgevingsvisie heeft een doorkijk tot 2050. Voor water en klimaatgerelateerde aspecten kan het effect van ruimtelijke ingrepen veel langduriger zijn dan bijvoorbeeld 2050. Wij adviseren u daarom, waar zinvol, tevens een zichtperiode tot 2100 op te nemen.
De omgevingsvisie heeft een doorkijk tot 2050 en daar sluit het planMER zich bij aan. Voor bijvoorbeeld klimaat wordt gebruik gemaakt van de klimaatscenario’s van het KNMI van 2050.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
HTM Personenvervoer
Wij denken een belangrijke constructieve bijdrage te kunnen leveren aan de uitdagingen van de gemeente om te komen tot het inrichten van duurzame mobiliteitsoplossingen. Graag worden we bij de volgende stappen tijdig betrokken om onze inbreng te kunnen leveren.
Gemeente neemt HTM mee in het vervolg bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
GGD Haaglanden
De invulling van de alternatieven roept voor de GGD vragen op. Met name de verticale as ‘innovatie op bestaand beleid’ heeft zonder inhoudelijke duiding geen onderscheidend vermogen. GGD Haaglanden adviseert om voor de verticale as een ander thema te gebruiken. Bijvoorbeeld: kwaliteit van de leefomgeving of mobiliteit.
De alternatieven worden in het MER verder uitgewerkt. Dan zal eveneens beschreven worden wat er precies onder ‘innovatie op bestaand beleid’ wordt verstaan. De huidige assen zullen niet gewijzigd worden.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Uitwerking beoordelingskader. Het is onduidelijk of de uiteindelijke beoordeling van de alternatieven plaatsvindt per thema of dat hierbij de individuele indicatoren worden beoordeeld. Een beoordeling per thema zou een te grof beeld opleveren, vooral omdat de onderliggende indicatoren sterk uiteenlopende aspecten omvatten.
De effectbeoordeling wordt uitgevoerd voor alle individuele indicatoren.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Bij de indicatoren is niet gedefinieerd wat deze precies inhouden, hoe deze worden gekwantificeerd en welke gegevens hiervoor worden gebruikt. Voor een goed beoordelingskader is een dergelijke definitie wel essentieel.
De verschillende indicatoren worden in het MER nader uitgewerkt. In het MER worden de indicatoren een voor een toegelicht. Ook wordt de beoordelingssystematiek toegelicht inclusief een toelichting op de gebruikte criteria. Daarnaast worden relevante beleidsstukken op zowel nationaal, regionaal als lokaal niveau uiteengezet.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Er zijn verschillende methoden om de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en omgevingsgeluid in beeld te brengen. De GGD gaat aan de hand van rekenresultaten van luchtkwaliteit en geluid graag in overleg met de onderzoekers om te bepalen met welke methode het beste de gezondheidseffecten van milieufactoren in beeld gebracht kunnen worden. GGD Haaglanden kan hiervoor putten uit de ervaring vanuit meerdere m.e.r.-trajecten.
Het PlanMER wordt opgesteld voor de Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk en sluit aan bij het schaal- en abstractieniveau van de visie. De gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en omgevingsgeluid worden kwalitatief beoordeeld, passend bij het schaal- en abstractieniveau van de visie.
De zienswijze wordt gedeeltelijk overgenomen.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
in de alternatieven is sprake van verdere verdichting van de stad, waarbij er wordt uitgegaan van groei van het aantal inwoners van de stad. Het is belangrijk voor de beoordeling van de verschillende alternatieven om hiermee rekening te houden en het aantal blootgestelden aan de verschillende milieufactoren aan te passen overeenkomstig de groei in het betreffende alternatief.
De effectbeoordeling vindt plaats voor de verschillende alternatieven. Hierbij wordt rekening gehouden met een eventueel wisselend aantal blootgestelden aan de verschillende milieufactoren.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Voor het thema ‘Aantrekkelijk en gezond Rijswijk’ raad de GGD aan om de volgende indicatoren toe te voegen: geur, trillingen, licht, sociale veiligheid, gezondheidsbevordering (beweegvriendelijke omgeving, gezonde voedselomgeving, sociale cohesie).
Het PlanMER wordt opgesteld voor de Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk en sluit aan bij het schaal- en abstractieniveau van de visie. Dat betekent dat de effectbeoordeling globaal van karakter zal zijn, en vooral inzicht biedt in de milieueffecten op gemeentelijke schaal. De effecten van de indicatoren geur, trillingen en licht worden in dit stadium daarom niet meegenomen. Voor de indicatoren sociale veiligheid en gezondheidsbevordering geldt dat deze thema’s niet als expliciete indicator zijn opgenomen in het beoordelingskader. Dit betekent echter niet dat de thema’s volledig buiten het MER vallen. Wanneer de thema’s onderdeel uitmaken van de Omgevingsvisie komen zij onder andere terug in de effectbeoordeling in het MER. Overigens maakt ‘stimuleren van sporten en bewegen’ wel onderdeel uit van het beoordelingskader zoals in de NRD opgenomen. We zullen de indicator ‘groen in de stad’ in overweging nemen.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Voor het thema ‘Groen en natuurlijk Rijswijk’ raad de GGD aan de om de volgende indicatoren toe te voegen: groen in de stad.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Voor het thema ‘Ondernemend en beleefbaar’ raad de GGD aan om de volgende indicatoren mee te nemen: kwaliteit van woningen.
De focus van het PlanMER ligt op de fysieke ruimtelijke leefomgeving. De kwaliteit van woningen wordt op het niveau van de Omgevingsvisie niet meegenomen, mogelijk kan dit in beeld gebracht worden in het kader van een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
De GGD is van mening dat er, om voldoende nuancering te geven, een vijfpuntschaal gebruikt zou moeten worden in plaats van een driepuntschaal.
Het PlanMER wordt opgesteld voor de Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk en sluit aan bij het schaal- en abstractieniveau van de visie. Aansluitend daarop worden enkel kwalitatieve beoordelingen uitgevoerd en is bewust gekozen voor een driepuntschaal.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
De GGD vraagt aandacht voor de lokale verschillen binnen de gemeente Rijswijk. De Gezondheidsverschillen zijn relatief groot in de regio Haaglanden. Bijvoorbeeld de verschillen tussen wijken en bevolkingsgroepen. Werk hierbij voor alle aspecten zoveel mogelijk met kaartbeelden en besteed hierbij ook aandacht aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen.
In de effectbeoordeling wordt waar mogelijk, en wanneer gegevens beschikbaar zijn, rekening gehouden met verschillen tussen wijken en bevolkingsgroepen. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kaartbeelden. Wel blijft het PlanMER primair gericht op de fysieke leefomgeving en zal daarom de aandacht voor sociaaleconomische gezondheidsverschillen beperkt zijn.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
Natuurlijk Delfland en Stichting Pasgeld Natuurlijk
1. Op bladzijde 6, tweede bullet onder het kopje ‘2.4. Detailniveau Omgevingsvisie’, lezen wij: “met het hoog op de verstedelijkingsambitie”. Mogen wij aannemen dat dit een kennelijke verschrijving betreft en dat is bedoeld: “met het oog op de verstedelijkingsambitie”?
Dit klopt, we zullen dit aanpassen.
De zienswijze wordt in het proces van het opstellen van het PlanMER meegenomen.
2. Op bladzijde 7 onder het kopje ‘3.2. Waarom een MER?’ komt de ‘Passende Beoordeling’ aan de orde in verband met mogelijke effecten van de toekomstige plannen op Natura 2000gebieden. Er wordt toegelicht dat de Passende Beoordeling in het stadium van het maken en vaststellen van de Omgevingsvisie een meer abstract karakter heeft. Mogen wij daaruit afleiden dat t.z.t., als er een of meer omgevingsplannen voor Rijswijk worden vastgesteld, een concretere Passende Beoordeling plaatsvindt en dat deze vervolgens ook wordt getoetst door de Commissie voor de m.e.r.? Overigens moeten we, ter nuancering van uw oordeel dat de Passende Beoordeling i.v.m. effecten op Natura2000-gebieden een abstract karakter heeft, constateren dat de bij de nog vast te stellen Omgevingsvisie behorende kaart in concreto zal aangeven welke locaties worden ingezet voor bouwprogramma's. Het betreft immers locaties waarop Rijswijk geacht wordt te voldoen aan de bouwopgaves van de provincie. Deze concreetheid maakt het ons inziens wel degelijk noodzakelijk om een concrete Passende Beoordeling op te stellen, die in elk geval indicatief de te verwachten stikstofdeposities en mogelijke andere effecten aangeeft.
Het PlanMER wordt opgesteld voor de Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk en sluit aan bij het schaal- en abstractieniveau van de visie. Het detailniveau van de Passende Beoordeling zal hier eveneens op aansluiten. In een vervolgstadium, wanneer de keuzes uit de Omgevingsvisie verder geconcretiseerd worden kan indien nodig een concretere Passende Beoordeling worden uitgevoerd. Wanneer deze Passende Beoordeling wordt opgesteld in het kader van een m.e.r. wordt hij getoetst door de commissie voor de m.e.r..
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
3. Later op bladzijde 7 onder het kopje ‘3.3. Een integrale benadering’ staat: “De m.e.r.procedure onderzoekt deze onderlinge synergiën en strijdigheid tussen ambities en brengt deze in beeld. Door daarin diverse nieuwe thema’s mee te nemen ontstaat een vernieuwende aanpak met als uitgangspunt om niet enkel milieueffecten in beeld te brengen, maar de gehele fysieke leefomgeving integraal te benaderen. In lijn met deze aanpak kan het MER ook een Omgevingseffectrapportage (OER) genoemd worden.” Wij begrijpen de implicaties van deze werkwijze niet. Betekent deze werkwijze dat door TAUW positief advies kan worden uitgebracht over een in de toekomst wenselijk geachte ontwikkeling, als deze ontwikkeling weliswaar aantoonbare negatieve effecten voor het milieu heeft, maar voor de fysieke leefomgeving als geheel per saldo toch een significante verbetering laat zien (bijvoorbeeld in sociaal opzicht of uit het oogpunt van mobiliteit)? 4. a. Wordt met de beschrijving op bladzijde 8 onder het kopje ‘4.1. Stappen MER, Stap 1: In beeld brengen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)’ een nulmeting bedoeld? b. Is TAUW daar al mee bezig c.q. wat zijn de resultaten? c. Kunt u in ieder geval concreter zijn over het tijdstip van de nulmeting (datum die als uitgangspunt wordt genomen) en over het verloop van de monitoring (o.m. frequentie).
Het lijkt ons zeer nuttig en zinvol (het is nog nooit gebeurd!) om de nulmeting tevens te zien als een evaluatie van de huidige beleidsplannen, zoals Stadvisie en Groenbeleidsplan. Daarmee kan de gemeenteraad een uitspraak doen over eerder ingezet beleid en wat daar op moment van nulNota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
De werkwijze van een omgevingseffectrapportage (OER) betekent niet dat er een positief advies wordt gegeven over een ontwikkeling die negatieve effecten heeft voor het milieu, maar wel voor de fysieke leefomgeving als geheel. Het doel van een OER is om de gevolgen van een plan of project voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving in beeld te brengen, zodat er een goed afgewogen besluit kan worden genomen. Een OER geeft dus geen oordeel over de wenselijkheid of haalbaarheid van een ontwikkeling, maar geeft inzicht in de kansen en risico’s die ermee samenhangen. Een OER is een verbreding van een milieueffectrapportage (MER) en voldoet aan de wettelijke eisen die gelden voor een MER.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
a. Met het in beeld brengen van de referentiesituatie wordt inderdaad een nulmeting bedoeld. Deze nulmeting richt zich op de opgenomen indicatoren en is geen evaluatie van de huidige beleidsplannen. Dit maakt geen onderdeel uit van het MER. b. TAUW is gestart met het in beeld brengen van de referentiesituatie. De resultaten worden opgenomen in het MER. c. Het in beeld brengen van de referentiesituatie sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en gaat uit van de meest recente beschikbare informatie. Het uitgangspunt kan daardoor verschillen per indicator. Het MER kan de basis bieden voor monitoring, Een evaluatie van de huidige beleidsplannen wordt hiermee echter niet uitgevoerd.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
meten voor de Omgevingsvisie, het resultaat van is (delta t.o.v. beginsituatie). Kunt u die evaluatie (waar we veel van kunnen leren) nadrukkelijk opnemen in de eerste fase?
5. Hoe verhouden de reeds geschreven ontwerpbestemmingsplannen van Pasgeld West en Oost zich tot de bij de Omgevingsvisie behorende MER? Is daar al een MER voor opgesteld?
Nota van Zienswijzen NRD PlanMER Omgevingsvisie Rijswijk Gemeente Rijswijk, 3 oktober 2023
De ontwerpbestemmingsplannen Pasgeld West en Oost zijn losstaande procedures die al in gang zijn gezet. Deze bestaande procedures vormen geen onderwerp van nadere afweging in het traject tot vaststelling van de Omgevingsvisie. Voor zowel Pasgeld West als Pasgeld Oost is geen MER opgesteld.
De zienswijze wordt niet overgenomen.